CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening nadeelcompensatie Zoetermeer 2022 - vastgesteld

Raadsvergadering 12 september 2022, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Nadeelcompensatie Zoetermeer 20221.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening nadeelcompensatie Zoeterm eer 2O22 Besluit van de raad van de gemeente Zoetermeer tot vaststelling van de Verordening nadeelcompensatie Zoetermeer (Verordening nadeelcompensatie Zoetermeer 2022f De raad van de gemeente Zoetermeer;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 juli 2022;

gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1van de Omgevingswe! Besluit vast te stellen de

Verordening nadeelcompensatie Zoetermeer 2022

Artikel 1. Begripsomschrijvingen ln deze verordening wordt verstaan onder:

a.

qqnvraag: aanvraag om schadevergoeding op grond van artikel 15.1 Omgevingswet of artikel 4: L26 Algemene wet bestuursrecht;

b.

adviseur: deskundige als bedoeld in artikel 5 die het bestuursorgaan adviseert over het te

nemen besluit op de aanvraag. De adviseur is een adviseur als bedoeld in artikel 3:5 van de Algemene wet bestu u rsrecht;

c. d. e.

bestuursorgaon: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester van de gemeente; gemeente; gemeente Zoetermeer; schade: schade als bedoeld in deze regeling, waaronder begrepen brutowinst- of

inkomensderving, kostenschade, derving van huurinkomsten dan wel een waardevermindering van een onroerende zaak.

Artikel 2. Toepassingsbereik

1.

Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel

4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die

wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente.

2.

Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een

bijzondere regeling van toepassing is.

Artikel 3. Heffen recht

1.

Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van €

300,- geheven.

2.

Dit bedrag dient binnen vier weken na bevestiging van de ontvangst van de aanvraag te zijn bijgeschreven op de rekening van de gemeente. lndien dit bedrag niet tijdig is bijgeschreven,

wordt de aanvrager eenmaal een mogelijkheid geboden om het verzuim binnen twee weken te T

herstellen. Als het verzuim niet tijdig is hersteld, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de aanvrager in verzuim is geweest.

Artikel 4. Aanvraag om schadevergoeding

1.

De aanvrager van schadevergoeding maakt gebruik van een door het bestuursorgaan

vastgesteld form u ier. I

2.

ln aanvulling op artikel 4:t27 van de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag mede:

a. als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: 1". Gewaarmerkte jaarrekeningen en maandcijfers over het jaar waarin schade is geleden

en

2'. voor zover van toepassing de gewaarmerkte jaarrekeningen en maandcijfers van de drie daaraan voorafgaande jaren en

3'. Voor zover van toepassing de aanslagen vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting, over een periode van drie jaar voorafgaande aan het jaar waarin de schade is geleden.

b. als het schade betreft wegens gederfde huurinkomsten: 1'. een afschrift van de huurovereenkomst of gebruiksovereenkomst en

2'. een eigendomsakte. Artikel 5. Aanwijzen adviseur

1.

lndien het bestuursorgaan van oordeel is dat behoefte bestaat aan extra deskundigheid voor de behandeling van een aanvraag om schadevergoeding, worden daarbij één of meerdere adviseurs betrokken.

2.

De adviseur brengt aan het bestuursorgaan advies uit over de verschuldigdheid van een

schadevergoeding en de hoogte ervan.

3.

Een bestuursorgaan vraagt in ieder geval geen advies indien:

a. het besluit een aanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuu rsrecht;

b. het bestuursorgaan van oordeel is dat zich een omstandigheid als bedoeld in artikel 4:726, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht voordoet;

c. het besluit de aanvraag niet in behandeling te nemen op grond van artikel 4:131 Algemene wet bestuursrecht;

d. de schade redelijkerwijs niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling;

e. in de gemeentelijke organisatie voldoende informatie voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is.

Artikel 6. Werkwijze adviseur 1. De adviseur stelt de aanvrager, het bestuursorgaan en in voorkomend geval de derde belanghebbende in de gelegenheid schriftelijk dan wel mondeling een toelichting te geven over de aanvraag. 2

2. Van de mondelinge toelichting door de aanvrager, het bestuursorgaan en de derde belanghebbende, alsmede de hem door het bestuursorgaan verstrekte informatie verzorgt de adviseur een verslag dat onderdeel vormt van het uit te brengen advies.

3. De adviseur beoordeelt of de situatie ter plaatse zal worden opgenomen. 4. De adviseur bepaalt in overleg met de aanvrager het tijdstip waarop hij de situatie ter plaatse zal opnemen. De adviseur kan zich door gemeentelijke vertegenwoordigers laten vergezellen.

5. De adviseur kan de aanvrager schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken om binnen een door hem te bepalen termijn nadere gegevens of bescheiden over te leggen. De in artikel 8 bedoelde adviestermijn wordt opgeschort totdat hij het gevraagde heeft ontvangen, dan wel de door hem bepaalde termijn ongebruikt is verstreken. lndien het gevraagde niet of niet volledig is ontvangen bericht hij daarvan het bestuursorgaan onder vermelding van wat daarvan voor het advies de gevolgen zijn.

6. De adviseur geeft uiterlijk twee weken van te voren door aan aanvrager, het bestuursorgaan en belanghebbenden wanneer het conceptadvies gereed is.

7. Alvorens aan het bestuursorgaan definitief advies uit te brengen stelt de adviseur, het bestuursorgaan, de derde-belanghebbende en de aanvrager in de gelegenheid binnen twee weken opmerkingen te maken op het conceptadvies.

Artikel 7. Procedure 1. Als advies wordt ingewonnen bij een adviseur informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden hierover.

2.

Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast

de aanvrager voor zover van toepassing betrokken:

a. degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en,

b. als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: 1". De schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het

bestuursorgaan, of 2". De schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.

Artikel 8. De adviseringstermijn De adviseur brengt, vanwege de beslistermijn genoemd in artikel 4:130 van de Algemene wet

bestuursrecht, binnen 16 weken na ontvangst van de opdracht daartoe een schriftelijk en gemotiveerd definitief advies uit aan het bestuursorgaan.

Artikel 9. Aanvraag voorschot

1. 2.

Het bestuursorgaan kan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom, nadat het conceptadvies is uitgebracht. lndien het bestuursorgaan een formulier voor het doen van de aanvraag om een voorschot heeft vastgesteld, maakt de aanvrager hiervan gebruik. 3

3.

Het voorschot bedraagt maximaal 90%van de in het conceptadvies opgenomen geldsom.

4.

Met het verlenen van een voorschot wordt geen aanspraak op nadeelcompensatie erkend.

5.

Het bestuursorgaan verleent een voorschot niet dan nadat de aanvrager schriftelÍjk heeft verklaard onterecht betaalde bedragen te zullen terugbetalen. Het bestuursorgaan kan van de aanvrager een zekerheidstelling verlangen.

5.

De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van

toepassing.

Artikel 10. Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen

schadevergoeding volledig betaald na het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag. De

betaling vindt plaats door overschríjving naar de door de aanvrager aangegeven rekening, onder gelijktijdige (terug)betaling van de in artikel 4.729van de Algemene wet bestuursrecht geregelde bedragen en verminderd met een aan aanvrager betaald voorschot.

Artikel 11 Nadere regels Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de

onderwerpen in deze verordening.

Artikel 12. lntrekking oude regeling De Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Zoetermeer

2008 wordt tegelijk met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, ingetrokken.

Artikel 13 Overgangsbepaling De verordening genoemd in artikel 12 blijft van toepassing op aanvragen die vallen onder het

overgangsrecht van de Omgevingswet.

Artikel 14. lnwerkingtreding en c:teert:tel 1 . Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt 2 . Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie Zoetermeer 2022.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 12 september 2022.

De

voorzitter

Bezuijen

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=a587c7b5-5cce-48cd-b0e9-cd113d48f569