Verordening Afvalstoffenheffing 2024 - vastgesteld
Tekst van het document
VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN AFVALSTOFFENHEFFING 2024
AÉikel í Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder 'gebruik maken': gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; AÉikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit
1
2
Onder de naam'afualstoffenheffing'wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De afualstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven tezake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afualstoffen geldt.
AÉikel 3 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afualstoffen geldt.
AÉikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende en daarvan deeluitmakende tarieventabel.
AÉikel5 Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6 Wijze van heffing
1 2
3
4
De belasting bedoeld in de artikelen 1,2,4 en 5 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven. De belasting bedoeld in artikel 3 van de tarieventabelwordt geheven bijwege van
voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het na het invoeren van de gevraagde gegevens in de daartoe bestemde automaat betalen bij de pinpaal op het Zelfbrengdepot op de daartoe bestemde wijze. De belasting bedoeld in artifet 6 van de tarieventabelwordt geheven bijwege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. ln afiarijking van lid I wordt de belasting bedoeld in de artikelen 4 onderdeel 1 ,2 en 3 en artikel 5 onderdeel 1 geheven bijwege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur, indien de vervangende of extra
container door de aanvrager wordt opgehaald. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1
2
3
4 5 6 7 I I
De belasting bedoeld in artikel 1, van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in artikel 1, van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. lndien de belastingplicht van de belasting bedoeld in artikel 1, van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 19,00. De aanvraag tot aanspraak op ontheffing wordt ingediend bij de heffingsambtenaar binnen een termijn van zes weken na het eindigen van de belastingplicht. Het tweede en het derde lid zÍjn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. Van de belasting bedoeld in artikel 1 van de tarieventabel worden geen bedragen geheven van minder dan € 19,00.
De belasting bedoeld in artikel 2, artikel 4 en artikel 5 van de tarieventabel is verschuldigd op het moment van het vezoek. ln aflrvijking van lid 6 is de belasting bedoeld in de artikelen 4 onderdeel l,2 en 3 en artikel 5 onderdeel 1, indien de vervangende of extra container door de aanvrager wordt opgehaald, verschuldigd op het moment van het doen van de kennisgeving. De belasting bedoeld in artikel 3 van de tarieventabel is verschuldigd op het moment van aangifte. De belasting bedoeld in artikel 6 van de tarieventabel is verschuldigd op het moment van het doen van de kennisgeving.
AÉikel I Termijnen van betaling 1 ln afwijking van artikel9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 geldt ingevalop het
2
3
aanslagbiljet, dat de aanslag afualstoffenhefÍing bevat, een totaalbedrag staat van meer dan € 20.000,-, dat de aanslag(en) moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet staat vermeld. ln afiruijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 geldt ingevalop het aanslagbiljet, dat de aanslag afualstoffenheffing bevat, een totaalbedrag staat dat gelijk is aan of minder is dan € 20.000,-, dat de aanslag(en) moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de derde maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet staat vermeld. ln afwijking van het tweede lid geldt ingeval op het aanslagbiljet, dat de aanslag afualstoffenheffing bevat, een totaalbedrag staat dat gelijk is aan of minder is dan € 20.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
4
5
6
betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslag(en) moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. ln afwijking van zowel artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 als het derde lid moet de belasting bedoeld in artikel 2,4 en 5 van de tarieventabel worden betaald binnen een maand na dagtekening van de aanslag. ln afwijking van het vierde lid, moet de belasting bedoeld in artikel 4, onderdeel 1,2 en 3 en artikel 5, onderdeel 1, van de tarieventabel, indien de vervangende of extra container door de aanvrager wordt opgehaald, direct worden betaald. ln afwijking van artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in aflrijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990, moet de belasting bedoeld in artikel 3 de tarieventabel direct worden betaald, of direct na het doen van aangifte. Als dit niet mogelijk blfkt wordt de belasting onder voorwaarde van vertoon van legitimatie betaald per eenmalige automatische incasso, door middelwaarvan de belasting binnen 3 weken na de datum waarop aangifte is gedaan van de betaal reken n g van belastin gpl ichtige wordt afgesch reven.
ln afwijking van artikel 19, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en in aflrijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990, moet de belasting bedoeld in artikel 6 van de tarieventabel direct worden betaald. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. i
7
I
Artikel9 Afgifte
1
2
Met betrekking tot de belasting die geheven wordt bij voldoening op aangifte, wordt de aangifte in afiarijking van artikel 10 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gedaan direct voorafgaand aan de afgifte van het afual op het Zelfbrengdepot. De aangifte wordt gedaan door het invoeren van de gevraagde gegevens in de daartoe bestemde automaat op het Zelfbrengdepot.
AÉikel í 0 Kwijtschelding
1
Brj de invordering van afualstoffenheffing volgens artikel 1 van de tarieventabel kan
2
voor maximaal l00o/o van het verschuldigde bedrag kwÍjtschelding worden verleend. Bij de invordering van de tarieven van artikelen 2,3,4,5 en 6 wordt geen kwijtschelding verleend.
AÉikel 1í lnwerkingtreding en citeeÉitel
1
2 3
De 'Verordening afualstoffenheffing 2023' van 19 december 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat ztlvan toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de vierde dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.
4
Deze verordening wordt aangehaald als Verordening afualstoffenheffing2024.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december 2023
deg
de voorzitter,
Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen