Raadsvoorstel Wijziging Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer 2024
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid
Raadsvoorstel Wijziging 'Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer' 2024 2023-070892
Auteur
Marcel Janssen +31793468474 M.J.Janssen@zoetermeer.nl
Gemeentesecretaris
Huykman, B.J.D.
Afdelingshoofd
Essen W.H. van (Wijnand)
Portefeuillehouder
Burgemeester Bezuijen
Medeverantwoordelijke(n)
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s) Eerdere besluitvorming Samenvatting
Bijlagen
Programma 5 Veiligheid
Het college stelt de raad voor akkoord te gaan met de verwerking van de volgende wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer: 1. het wijzigen van de titels van een aantal hoofdstukken; 2. het wijzigen van een aantal begripsbepalingen; 3. expliciet opnemen dat voor door de burgemeester aan te wijzen categorieën vechtsportwedstrijden, of -gala’s een evenementenvergunning moet worden aangevraagd; 4. het mogelijk maken een vergunning voor een vechtsportwedstrijd te weigeren in verband met slecht levensgedrag; 5. in plaats van het doel van een demonstratie, de vorm ervan aan de burgemeester melden; 6. niet langer het adres, maar wel het telefoonnummer en emailadres van de organisator van een demonstratie bij de burgemeester melden; 7. het verwijderen van het artikel met betrekking tot het lachgasverbod. Lachgas valt inmiddels binnen de reikwijdte van artikel 2:36b ‘Drugsverbod’; 8. het verwijderen van het artikel met betrekking tot bespieden. Er is geen inhoudelijke reden om dit artikel in de Apv te behouden; 9. het mogelijk maken dat de eigenaar verplicht is zijn hond alleen te muilkorven (en niet ook aan te lijnen); 10. watersportverenigingen toevoegen aan lid 4 van artikel 5:23a; 11. het verwijderen van een afdeling met de status ‘vervallen’; 12. een aantal tekstuele en technische wijzigingen.
Het wijzigingsvoorstel heeft in het kader van de participatieprocedure drie weken digitaal ter inzage gelegen. Vijfentwintig personen hebben een reactie gegeven. Het verslag van de participatieprocedure is bij dit raadsvoorstel gevoegd. 1. Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte 2. Verslag van de participatieprocedure.
Raadsbesluit Raadsvoorstel Wijziging 'Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer' 2024 2023-070892 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 mei 2024. besluit 1. De volgende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer vast te stellen: Bestaande tekst (schrappingen schuin Nieuwe tekst (aanvullingen vet gedrukt) gedrukt) Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, gezondheid en milieu Artikel 2:2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 4 x 24 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4.
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. Artikel 2:12 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:4 en afdeling 9 van deze verordening; g. activiteiten die plaatsvinden in een inrichting en behoren bij het normale gebruik van die inrichting, tenzij deze activiteiten gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op een openbare plaats.
Artikel 2:13 Evenement
datum print: vrijdag 17 mei 2024
Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid Artikel 2:2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 4 x 24 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam, telefoonnummer en e-mailadres van degene die de betoging houdt; b. de vorm van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:12 Begripsbepaling 1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:4 en afdeling 9 van deze verordening; g. activiteiten die plaatsvinden in een inrichting en behoren bij het normale gebruik van die inrichting, tenzij deze activiteiten gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op een openbare plaats; e. door de burgemeester aan te wijzen categorieën vechtsportwedstrijden, of -gala’s. Artikel 2:13 Evenementenvergunning
2
Bestaande tekst (schrappingen schuin gedrukt)
Nieuwe tekst (aanvullingen vet gedrukt)
1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te wijzen categorieën evenementen. 3. De burgemeester kan nadere regels ten aanzien van evenementen vaststellen. 4. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden vermeld, naast de gegevens die op basis van het aanvraagformulier worden gemeld, de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te wijzen categorieën evenementen. 3. De burgemeester kan nadere regels ten aanzien van evenementen vaststellen. 4. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden vermeld, naast de gegevens die op basis van het aanvraagformulier worden gemeld, de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
Artikel 2:15 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. horecabedrijf: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en andere aanhorigheden. b. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. Artikel 2:16 Terrassen 1. Het is verboden een voor het publiek toegankelijk terras dat deel uitmaakt van een horecabedrijf te exploiteren of te doen exploiteren wanneer het terras: a. niet is gelegen nabij een horecabedrijf; b. op zichzelf of door de wijze van gebruik schade toebrengt aan de openbare weg; c. op zichzelf of door de wijze van gebruik schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. op zichzelf of door de wijze van gebruik gevaar of hinder oplevert voor een veilig en doelmatig gebruik van de weg; e.
op zichzelf of door de wijze van gebruik ontoelaatbare overlast oplevert of een gevaar vormt voor de openbare orde; f. in strijd is met het omgevingsplan; g. in strijd is met het bepaalde in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; h. niet voldoet aan de nadere regels die ingevolge lid 2 door het college zijn gesteld; i. niet vooraf aan de burgemeester is gemeld. De melding bestaat in elk geval uit: § de naam en het adres van het horecabedrijf § de indeling en uitvoering van het terras; § de periode waarin het terras wordt geëxploiteerd; § een plattegrond met de afmeting van het terras. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast nadere regels stellen aan de exploitatie van een terras. Tot de nadere regels behoren in elk geval voorschriften over de afmeting van het terras en de sluitingsuren. Artikel 2:36c Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats, op het openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw lachgas als roesmiddel recreatief te gebruiken, toe te dienen, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten
datum print: vrijdag 17 mei 2024
5. De burgemeester weigert een vergunning voor de door hem aangewezen vechtsportwedstrijden, of -gala’s als de organisator van slecht levensgedrag is. Artikel 2:15 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. horeca(bedrijf): het tegen betaling: - bereiden en/of verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken; of: - verhuren van zalen; of: - aanbieden van nachtverblijf.
b. terras: een buiten de besloten ruimte van het horecabedrijf liggend deel, waar sta- of zitgelegenheid wordt geboden en waar tegen betaling ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken worden bereid en/of verstrekt. Artikel 2:16 Terrassen 1. Het is verboden een voor het publiek toegankelijk terras dat deel uitmaakt van een horecabedrijf te exploiteren of te doen exploiteren wanneer het terras: a. niet is gelegen nabij een horecabedrijf; b. op zichzelf of door de wijze van gebruik schade toebrengt aan de openbare weg; c. op zichzelf of door de wijze van gebruik schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. op zichzelf of door de wijze van gebruik gevaar of hinder oplevert voor een veilig en doelmatig gebruik van de weg; e. op zichzelf of door de wijze van gebruik ontoelaatbare overlast oplevert of een gevaar vormt voor de openbare orde; f. in strijd is met het omgevingsplan; g. in strijd is met het bepaalde in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; h. niet voldoet aan de nadere regels die ingevolge lid 2 door het college zijn gesteld; i. niet vooraf aan de burgemeester is gemeld. De melding bestaat in elk geval uit: • de naam en het adres van het horecabedrijf • de indeling en uitvoering van het terras; • de periode waarin het terras wordt geëxploiteerd; • een plattegrond met de afmeting van het terras. 2.
Het college kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast nadere regels stellen aan de exploitatie van een terras. Tot de nadere regels behoren in elk geval voorschriften over de afmeting van het terras en de sluitingsuren.
3
Bestaande tekst (schrappingen schuin gedrukt) behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door de burgemeester ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. De burgemeester kan in het aanwijzingsbesluit het verbod van lid 2 beperken tot bepaalde tijden. Artikel 2:38a Bespieden van personen 1. Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden. 2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden. Artikel 2:43 Gevaarlijke honden 1.
Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een muilkorfgebod is opgelegd, is verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:41, eerste lid onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. Artikel 2:48 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
consumentenvuurwerk vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik; b. bus: een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee vergelijkbaar voorwerp; c. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water met gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen waarbij door de explosieve verbranding een object wordt weggeschoten. Artikel 2:49 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
datum print: vrijdag 17 mei 2024
Nieuwe tekst (aanvullingen vet gedrukt)
Artikel 2:43 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod, een muilkorfgebod of een aanlijnen muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een muilkorfgebod is opgelegd, is verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:41, eerste lid onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.
Artikel 2:48 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. consumentenvuurwerk: vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik; b. bus: een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee vergelijkbaar voorwerp; c. carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water met gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen waarbij door de explosieve verbranding een object wordt weggeschoten. Artikel 2:49 Gebruik van consumentenvuurwerk 1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.
4
Bestaande tekst (schrappingen schuin gedrukt)
Nieuwe tekst (aanvullingen vet gedrukt)
2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d Afdeling 5. Overgangsbepaling [vervallen.] Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente Artikel 5:23a Vaarbeleid Zoetermeerse wateren 1. De wateren waarop het in dit artikel gestelde van toepassing is, zijn de Zoetermeerse plas, de Broekwegwetering en de Noordhovense plas; zoals aangegeven op de kaart in de met dit artikel verbonden bijlage ‘Zoetermeerse wateren’. 2. Het is verboden gemotoriseerde vaartuigen te gebruiken anders dan elektrisch aangedreven
2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod. Hoofdstuk 3 Seksuele aangelegenheden
3. Het is verboden met gemotoriseerde vaartuigen sneller te varen dan 6 km per uur. 4. De verboden in lid 2 en 3 gelden niet voor de Zoetermeerse Reddingsbrigade, de politie, de brandweer en team Handhaving.
3. Het is verboden met gemotoriseerde vaartuigen sneller te varen dan 6 km per uur. 4. De verboden in lid 2 en 3 gelden niet voor de Zoetermeerse Reddingsbrigade, de politie, de brandweer, team Handhaving en watersportverenigingen die gebruik maken van de Zoetermeerse wateren zoals genoemd in lid 1 van dit artikel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden in lid 2 en 3.
5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden in lid 2 en 3. 6. De houders van een vaarvergunning mogen gedurende vijf jaar na het van kracht worden van het vaarbeleid aangaande de Zoetermeerse wateren gebruik maken van niet-elektrisch aangedreven vaartuigen. Hoofdstuk 6 Straf-, boete-, overgangs-, en slotbepalingen Artikel 6:1a Bestuurlijke boete overlastfeiten openbare ruimte 1. Overtreding door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon van het bij of krachtens het de volgende artikelen bepaalde of de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete: 2:4, lid 1; 2:4, lid 4; 2:5, lid 1; 2:5a, lid 2; 2:6, lid 1; 2:7, lid 1; 2:8, lid 1; 2:8, lid 2; 2:9; 2:11, lid 1a; 2:11, lid 1b; 2:13, lid 1; 2:14, lid 1; 2:14, lid 2; 2:15a, lid 1; 2:16, lid 1; 2:17, lid 2; 2:18, lid 2; 2:19; 2:20; 2:21; 2:25, lid 1; 2:30a, lid 2; 2:30a, lid 3; 2:31, lid 1; 2:31, lid 2; 2:32, lid 1; 2:32, lid 2; 2:32, lid 5; 2:33, lid 1; 2:34a, lid 1; 2:35, lid 1a; 2:35, lid 1b; 2:36, lid 1; 2:36b, lid 1; 2:36b, lid 2; 2:36c, lid 1; 2:36c, lid 2, 2:37, lid 1; 2:37, lid 2; 2:38; 2:38a, lid 1; 2:38a, lid 2; 2:39, lid 1; 2:39, lid 2; 2:39, lid 3; 2:40; 2:41, lid 1a; 2:41, lid 1b; 2:41, lid 1c; 2:41, lid 1d; 2:42, lid 1; 2:42, lid 5; 2:42, lid 6; 2:43, lid 1; 2:43, lid 4; 2:44, lid 1; 2:47, lid 1; 2:47, lid 2; 2:49, lid 1; 2:49, lid 2;
2:49a lid 1; 2:49a, lid 2; 2:52a, lid 4; 2:52a, lid 5; 2:52d, lid 1; 2:52h, lid 3;3:9, lid 1; 3:9, lid 2; 3:10, lid 1; 4:5, lid 1; 4:5a; 4:6; 4:7; 4:8; 4:8a, lid 2; 4:15, lid 1; 4:15, lid 2; 4:16; 4:18, lid 1; 5:2, lid 1; 5:2, lid 2; 5:3, lid 1; 5:4, lid 1; 5:5, lid 1; 5:6, lid 1; 5:7, lid 1; 5:8, lid 1; 5:9, lid 1; 5:10, lid 1; 5:10, lid 2; 5:10, lid 3; 5:11, lid 1; 5:13, lid 1; 5:13, lid 2; 5:16, lid 1; 5:19, lid 1; 5:20, lid 1; 5:21, lid 1; 5:23, lid 1; 5:23a, lid 2; 5:23a, lid 3; 5:24, lid 1; 5:24, lid 2; 5:25, lid 1; 5:26, lid 1. 2. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel is begaan door een natuurlijke persoon, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift.
datum print: vrijdag 17 mei 2024
Hoofdstuk 4 Bescherming van de fysieke leefomgeving Hoofdstuk 5 Overige regelgeving Artikel 5:23a Vaarbeleid Zoetermeerse wateren 1. De wateren waarop het in dit artikel gestelde van toepassing is, zijn de Zoetermeerse plas, de Broekwegwetering en de Noordhovense plas; zoals aangegeven op de kaart in de met dit artikel verbonden bijlage ‘Zoetermeerse wateren’. 2. Het is verboden gemotoriseerde vaartuigen te gebruiken anders dan elektrisch aangedreven.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 6:1a Bestuurlijke boete overlastfeiten openbare ruimte 1. Overtreding door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde of de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete: 2:4, lid 1; 2:4, lid 4; 2:5, lid 1; 2:5a, lid 2; 2:6, lid 1; 2:7, lid 1; 2:8, lid 1; 2:8, lid 2; 2:9; 2:11, lid 1a; 2:11, lid 1b; 2:13, lid 1; 2:14; 2:15a, lid 1; 2:16, lid 1; 2:17, lid 2; 2:18, lid 2; 2:19; 2:20; 2:21; 2:25, lid 1; 2:30a, lid 2; 2:30a, lid 3; 2:31, lid 1; 2:31, lid 2; 2:32, lid 1; 2:32, lid 2; 2:32, lid 5; 2:33, lid 1; 2:34a, lid 1; 2:35, lid 1a; 2:35, lid 1b; 2:36, lid 1; 2:36b, lid 1; 2:36b, lid 2; 2:37, lid 1; 2:37, lid 2; 2:38; 2:39, lid 1; 2:39, lid 2; 2:39, lid 3; 2:40; 2:41, lid 1a; 2:41, lid 1b; 2:41, lid 1c; 2:41, lid 1d; 2:42, lid 1; 2:42, lid 5; 2:42, lid 6; 2:43, lid 2; 2:43, lid 3; 2:43, lid 4; 2:44, lid 1; 2:47, lid 1; 2:47, lid 2; 2:49, lid 1; 2:49, lid 2; 2:49a lid 1; 2:49a, lid 2; 2:52a, lid 4; 2:52a, lid 5; 2:52d, lid 1; 2:52h, lid 3; 3:9, lid 1; 3:9, lid 2; 3:10, lid 1; 4:5, lid 1; 4:5a; 4:6; 4:7; 4:8; 4:8a, lid 2; 4:15, lid 1; 4:15, lid 2; 4:16; 4:18, lid 1; 5:2, lid 1; 5:2, lid 2; 5:3, lid 1; 5:4, lid 1; 5:5, lid 1; 5:6, lid 1; 5:7, lid 1; 5:8, lid 1; 5:9, lid 1; 5:10, lid 1; 5:10, lid 2; 5:10, lid 3; 5:11, lid
1; 5:13, lid 1; 5:13, lid 2; 5:16, lid 1; 5:19, lid 1; 5:20, lid 1; 5:21, lid 1; 5:23, lid 1; 5:23a, lid 2; 5:23a, lid 3; 5:24, lid 1; 5:24, lid 2; 5:25, lid 1; 5:26, lid 1. 2. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel is begaan door een natuurlijke persoon, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift.
5
Bestaande tekst (schrappingen schuin gedrukt)
Nieuwe tekst (aanvullingen vet gedrukt)
3. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een natuurlijke persoon die twaalf, dertien, veertien of vijftien jaar oud is, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift gehalveerd. 4. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een rechtspersoon, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke persoon verdubbeld. 5. De op te leggen bestuurlijke boete kan worden verdubbeld, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, is geconstateerd en de bestuurlijke boete voor de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. 6. Het college kan de boetebedragen als vermeld in de bijlage ‘Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte’ bij dit artikel, aanpassen. Daarbij gelden voor het college naast de wettelijke maxima van de boetebedragen de volgende uitgangspunten: - de aanpassing die de minister van Justitie en Veiligheid doet; - het algemene stijgingspercentage, dat gebruikt wordt voor de leges en heffingen.
3. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een natuurlijke persoon die twaalf, dertien, veertien of vijftien jaar oud is, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift gehalveerd. 4. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een rechtspersoon, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke persoon verdubbeld. 5. De op te leggen bestuurlijke boete kan worden verdubbeld, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, is geconstateerd en de bestuurlijke boete voor de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. 6. Het college kan de boetebedragen als vermeld in de bijlage ‘Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte’ bij dit artikel, aanpassen. Daarbij gelden voor het college naast de wettelijke maxima van de boetebedragen de volgende uitgangspunten: - de aanpassing die de minister van Justitie en Veiligheid doet; - het algemene stijgingspercentage, dat gebruikt wordt voor de leges en heffingen.
2. De volgende bestuurlijke boete vast te stellen en op te nemen in de lijst Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte: voor het overtreden van het muilkorfgebod: 260 euro. 3. De gewijzigde lijst Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte vast te stellen. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 8 juli 2024 de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
datum print: vrijdag 17 mei 2024
6
Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding De Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer (verder: Apv) is in de gemeente de belangrijkste verordening die op het gebied van openbare orde en veiligheid regels stelt. Daarnaast zijn in de Apv andere onderwerpen opgenomen die de huishouding van de gemeente regelen. De Apv wordt met enige regelmaat gewijzigd. Klik hier voor het inzien van de volledige Apv. Beoogd effect De volgende effecten worden met deze wijziging van de Apv beoogd: • het bevorderen en handhaven van de openbare orde en veiligheid; • het tegengaan van overlast en hinder; • de bescherming van mens en dier. Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s Het college stelt de raad voor in te stemmen met de volgende wijzigingen. I Overzicht van de wijzigingen 1. De titels van de hoofdstukken De wijzigingen ten aanzien van de hoofdstukken betreffen de titels. Met deze wijzigingen wordt alvast vooruit gelopen op de algehele herziening van de Apv die als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet op termijn plaatsvindt. Die herziening is nodig omdat de artikelen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving uit de Apv worden gehaald en verhuizen naar het Omgevingsplan. Het zal duidelijk zijn dat dit een proces van lange adem is. Het daadwerkelijk herzien van de Apv vindt plaats parallel aan het opstellen van het Omgevingsplan.
Momenteel worden daarvoor de voorbereidingen getroffen. Het is op dit moment nog niet duidelijk wanneer het Omgevingsplan en de herziene Apv aan de raad worden aangeboden. • • • • • •
De titel van hoofdstuk 1 Algemene bepalingen blijft ongewijzigd. De titel van hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, gezondheid en milieu wordt gewijzigd in Openbare orde en veiligheid. In de naam van dit hoofdstuk zijn nu ‘milieu’ en ‘gezondheid’ opgenomen. Deze onderwerpen worden echter niet geregeld in hoofdstuk 2. De titel van hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. wordt gewijzigd in Seksuele aangelegenheden. Deze titel is wat gerichter en compacter. De titel van hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente wordt gewijzigd in Bescherming van de fysieke leefomgeving. Deze titel sluit aan bij de terminologie uit de Omgevingswet.1 De titel van hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente wordt gewijzigd in Overige regelgeving. Deze titel is korter dan de huidige. Hierdoor verdwijnt ook het wat ouderwets aandoende ‘huishouding van de gemeente’. Hoofdstuk 6 krijgt als titel Slotbepalingen. De huidige titel, Straf-, boete-, overgangs-, en slotbepalingen is onnodig volledig.
Naar verwachting verdwijnt dit hoofdstuk na de algehele herziening uit de Apv. Er blijven zoals het er nu naar uitziet na die herziening nog maar vijf artikelen in dit hoofdstuk over. Dat is onvoldoende om het behoud van een hoofdstuk te rechtvaardigen. Deze vijf artikelen verhuizen dan naar andere afdelingen. 1
datum print: vrijdag 17 mei 2024
7
2. Artikel 2:2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen Dit artikel bevat regels voor het organiseren van demonstraties. Het gaat alleen om formele regels. Dat wil zeggen dat het gaat om praktische zaken zoals het bekendmaken van de naam van de organisator, het melden van de demonstratie en de datum waarop die plaatsvindt. • Vreemd genoeg is in dit artikel opgenomen dat de organisator het doel van de betoging aan de burgemeester meldt. De overheid gaat echter niet over de inhoud van de betoging. Het melden van het doel is niet nodig en eigenlijk zelfs ongewenst. De vorm van de demonstratie doet er daarentegen wel toe. Het is belangrijker te weten of de demonstratie op locatie/bij een gebouw is, een stille tocht betreft of een reguliere tocht met spreekkoren is. De vorm van de demonstratie bepaalt voor een deel welke maatregelen de organisator moet nemen. Ook is de vorm van de demonstratie bepalend voor de veiligheids- en/of verkeersmaatregelen die de burgemeester mogelijk moet nemen. Daarom wordt ‘het doel’ uit het artikellid geschrapt en vervangen door ‘de vorm van de demonstratie. Dat is vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Apv van Amsterdam. De burgemeester van die stad vraagt aan de organisator om de aard van de demonstratie. • De tweede wijziging betreft het opvragen van het adres van de organisator.
De meerwaarde daarvan is, gezien de digitale tijd waarin we leven, niet langer aan te tonen. In plaats daarvan wordt in dit artikel opgenomen dat de organisator zijn telefoonnummer en e-mailadres bij de melding van de demonstratie moet opgeven. 3. Artikel 2:12 Begripsbepaling Het betreft hier de begripsbepaling van een evenement. Voor het organiseren van sportwedstrijden in gebouwen is geen vergunning nodig. Een vechtsportwedstrijd, of -gala is als zodanig op te vatten. Soms kan een vechtsportwedstrijd, of -gala een openbare ordevraagstuk met zich meebrengen. In dat geval is het wenselijk dat eerst een vergunning wordt aangevraagd. Daarom wordt aan de begripsbepaling expliciet toegevoegd dat het organiseren van een vechtsportwedstrijd, of -gala een evenement is. Het is echter niet de bedoeling dat voor iedere vechtsportwedstrijd een vergunning moet worden aangevraagd. Het is niet zo dat iedere vechtsportwedstrijd per definitie een openbare ordevraagstuk met zich meebrengt. Daarom krijgt de burgemeester de bevoegdheid categorieën aan te wijzen waarvoor de vergunningplicht geldt. Het gaat bijvoorbeeld om: Mixed Martial Arts, Kickboksen en Muay Thaiboksen. 4. Artikel 2:13 Evenement Het gaat om twee wijzigingen. • De eerste is dat de naam van het artikel wordt gewijzigd in ‘Evenementenvergunning’. Die naam dekt nauwkeuriger de lading van het artikel.
• Om ervoor te zorgen dat de vergunning voor het organiseren van een vechtsportwedstrijd, of -gala niet wordt verleend aan malafide personen, wordt een extra toetsingscriterium toegepast. Die houdt in dat de burgemeester een vergunning weigert als de organisator van slecht levensgedrag is. Dit is een aanbeveling van de Nederlandse Vechtsportautoriteit. Daarom wordt het volgende lid aan dit artikel toegevoegd. 5. De burgemeester weigert een vergunning voor de door hem aangewezen vechtsportwedstrijden, of -gala’s als de organisator van slecht levensgedrag is. De omschrijving van slecht levensgedrag ligt wettelijk niet vast. Per geval bepaalt de burgemeester, in afstemming met politie, wat slecht levensgedrag is. Een voorbeeld daarvan is een strafrechtelijke veroordeling. Een tweede voorbeeld van slecht levensgedrag is als een ander horecabedrijf van betrokkene is gesloten in verband met aangetroffen drugs of een verstoring van de openbare orde. 5. Artikel 2:15 Begripsbepalingen Dit artikel bevat de begripsbepalingen met betrekking tot de horeca. • Horeca(bedrijf) De huidige omschrijving van horeca(bedrijf) is erg uitgebreid en nogal omslachtig. Door de definitie aan te passen is hij beter leesbaar; zonder dat aan de inhoud ervan wordt gesleuteld. De datum print: vrijdag 17 mei 2024
8
nieuwe begripsbepaling is ook meer in overeenstemming met die in de model-Apv van de VNG. De nieuwe definitie wordt: Horeca(bedrijf): het tegen betaling: bereiden en/of verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken; of verhuren van zalen; of: aanbieden van nachtverblijf. Deze definitie wordt op termijn ook in het Omgevingsplan gebruikt. Hiermee is de eenvormigheid gewaarborgd. • Terras De omschrijving van terras is in overeenstemming gebracht met de nieuwe omschrijving van horeca(bedrijf). Terras: een buiten de besloten ruimte van het horecabedrijf liggend deel, waar sta- of zitgelegenheid wordt geboden en waar tegen betaling ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken worden bereid en/of verstrekt. Ook deze definitie wordt in het Omgevingsplan gebruikt. 6. Artikel 2:16 Terrassen De wijziging is zuiver technisch van aard. Het wat vreemde opsommingsteken §, wordt in lid 1i vervangen door het meer gebruikelijke opsommingsteken . 7. Artikel 2:36c Lachgas Dit artikel is overbodig geworden omdat lachgas een softdrug is geworden. Lachgas valt daarom binnen de reikwijdte van artikel 2:36b ‘Drugsverbod’. 8. Artikel 2:38a Bespieden van personen Dit artikel is in 2015, na jaren van afwezigheid, weer in de Apv opgenomen. De reden daarvoor was een intergemeentelijke harmonisatie.
Samen met Wassenaar, Pijnacker-Nootdorp en Leidschendam-Voorburg is toen getracht de Apv’s zoveel mogelijk hetzelfde te laten zijn. Dat is de enige reden waarom artikel 2:38a in 2015 weer in de Apv is opgenomen. Er was dus geen enkele inhoudelijke reden. De harmonisatie is daarna niet voortgezet.2 Er is op dit moment geen inhoudelijke reden om dit artikel in de Apv te behouden. Het artikel is in de praktijk ook niet te handhaven. Daarom wordt voorgesteld dit artikel te verwijderen. 9. Artikel 2:43 Gevaarlijke honden • Op basis van de huidige tekst kan de burgemeester aan de eigenaar van een gevaarlijke hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen. Het is op dit moment niet mogelijk dat de burgemeester alleen een muilkorfgebod oplegt. In sommige gevallen is het opleggen van alleen een muilkorfgebod een afdoende maatregel om mens en dier tegen een gevaarlijke hond te beschermen. Het is niet nodig de vrijheid van deze hond verder in te perken door ook nog een aanlijngebod aan de eigenaar op te leggen. Met dat aanlijngebod moet deze hond namelijk ook zijn aangelijnd in een losloopgebied. Een muilkorfgebod kan dan afdoende zijn. Daarom wordt aan lid 1 toegevoegd dat de burgemeester ook alleen een muilkorfgebod kan opleggen. • De tweede wijziging is technisch van aard. In lid vier wordt verwezen naar artikel 2:41, lid 1c.
Dat moet echter een verwijzing naar lid 1d zijn. Dit is aangepast. 10. Artikel 2:48 Begripsbepalingen Dit betreft een technische wijziging van het begrip ‘consumentenvuurwerk’. Het is niet langer nodig om de vuurwerkcategorieën in de begripsomschrijving op te nemen. Deze worden geschrapt.
2
Inmiddels is dit artikel uit de Apv van zowel Leidschendam-Voorburg als Pijnacker-Nootdorp verwijderd.
datum print: vrijdag 17 mei 2024
9
11. Artikel 2:49 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling Omdat vuurwerk ook buiten de jaarwisseling wordt afgestoken, wordt de passage ‘tijdens de jaarwisseling’ uit de naam van het artikel geschrapt. Uit de inhoud van het artikel zelf blijkt overigens al dat deze regels het hele jaar door gelden. 12. Afdeling 5 Overgangsbepaling Dit betreft het onderdeel seksinrichtingen. De overgangsbepaling heeft, al jaren, de status ‘vervallen’. Het heeft geen meerwaarde om deze in de Apv te laten staan. Deze afdeling wordt geschrapt. 13. Artikel 5:23a Vaarbeleid Zoetermeerse wateren • Deze wijziging is het schrappen van huidig lid 6. Dat lid regelt de overgangstermijn voor de toenmalige vaarvergunninghouders. De overgangstermijn van vijf jaar is verstreken. Daarmee is dit lid overbodig geworden. • De raad heeft per motie bepaald dat watersportverenigingen gebruik mogen maken van verbrandingsmotoren en harder mogen varen dan 6 km per uur. De raad is van mening dat deze verenigingen een belangrijke rol spelen als het gaat om de veiligheid. Zij mogen dan ook uitsluitend om veiligheidsredenen met gebruik van verbrandingsmotoren en harder dan 6 km per uur varen. Het met gebruik van verbrandingsmotoren pleziertochtjes maken is voor deze verenigingen niet toegestaan.
Het gaat alleen om de watersportverenigingen die gebruik maken van de wateren waarvoor het vaarbeleid geldt: de Zoetermeerse wateren. Dat is expliciet in lid vier opgenomen. Aan drie watersportverenigingen is een ontheffing verleend. Die ontheffing is van kracht totdat het vaarbeleid in de zin van de motie is gewijzigd. Merk op: de motie spreekt over het ‘Noord-Aa’. Juridisch gezien bestaat het Noord Aa in het kader van het vaarbeleid niet. Op grond van de Apv geldt het vaarbeleid concreet voor de Zoetermeerse plas, de Broekwegwetering en de Noordhovense plas. Tezamen de ‘Zoetermeerse wateren’ genaamd. II Bestuurlijke boete 1. Artikel 6:1a Bestuurlijke boete overlastfeiten openbare ruimte De artikelen met betrekking tot lachgas en bespieden zijn uit artikel 6:1a en uit de bijlage Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte verwijderd. 2. Artikel 2:43 Gevaarlijke honden De bestuurlijke boete voor het overtreden van het muilkorfgebod vast te stellen op 260 euro. Dit bedrag is gelijk aan de boete die bij overtreding van het aanlijngebod wordt opgelegd. Argumenten 1.1. Het melden van de vorm, in plaats van het doel van de betoging, is voldoende. De overheid gaat niet over de inhoud, het doel, van de betoging. Het is niet nodig daarna te vragen. De vorm van de betoging is in verband met de te nemen veiligheidsmaatregelen wel van belang. 1.2.
Omdat vechtsportevenementen soms gepaard kunnen gaan met een openbare ordevraagstuk, is het wenselijk te regelen dat voor bepaalde categorieën een vergunning verplicht is. Dit levert een bijdrage aan het tegengaan van criminaliteit en ondermijning. 1.3. Het bespieden van personen is in de praktijk niet te handhaven. Daarom heeft het geen zin om dit artikel in de Apv te laten staan. Het is feitelijk overbodig. 1.4. Het opleggen van alleen een muilkorfgebod kan al voldoende zijn om mens en dier te beschermen. Het is dan niet nodig om ook een aanlijngebod op te leggen. Daardoor kan de hond in de losloopgebieden, mits gemuilkorfd, vrij rondlopen. 2.1. Het beboeten van de overtreding van het muilkorfgebod is een bevoegdheid van de raad. De op te leggen boete wordt 260 euro. datum print: vrijdag 17 mei 2024
10
3.1.
Zonder vaststelling van deze lijst heeft deze geen rechtskracht. Zonder rechtskracht is de boete niet op te leggen.
Kanttekeningen Geen. Financiën Niet van toepassing. Controleprotocol Niet van toepassing. Participatie en Communicatie Het wijzigingsvoorstel heeft in het kader van de participatie drie weken digitaal, via de Doemeesite, ter inzage gelegen. Vijfentwintig personen hebben een reactie gestuurd. Op basis van deze reacties is het volgende gewijzigd: 1. Het voorstel was om niet meer naar het doel van de betoging te vragen. In plaats daarvan zou de burgemeester naar de aard van de betoging vragen. Een persoon vond dit geen gelukkig gekozen woord. Het college is het daarmee eens. Vandaar het voorstel om niet naar de aard, maar naar de vorm van de betoging te vragen. Want in de kern gaat het om de vorm die de betoging heeft. Zie ook de toelichting bij punt 2 in de paragraaf ‘Voorstel/ keuzemogelijkheden/risico’s’. 2. Het college gaat de raad niet meer voorstellen in de Apv op te nemen dat de aanwezigheid van verbrandingsmotoren op of aan vaartuigen verboden is. Een aantal personen heeft grote moeite met dit voorstel. Soms blijkt de verbrandingsmotor onwrikbaar vast te zitten aan het vaartuig. Het kost veel geld om hem eraf te halen. Een aantal personen vaart naar de hellingbaan om het vaartuig uit het water te halen en elders verder te varen. Daar waar verbrandingsmotoren wel zijn toegestaan. Door het aanwezigheidsverbod zou dat niet mogelijk zijn. Dat is ongewenst.
Alle zienswijzen en de reactie van het college daarop zijn te lezen in het Participatieverslag (bijlage 2). Overigens. De wijziging van het vaarbeleid met betrekking tot de watersportverenigingen is geen onderdeel van de participatieprocedure geweest. Het college voert een opdracht, de motie, van de raad uit. Het volgen van een participatieprocedure is met betrekking tot dit onderwerp dan feitelijk overbodig. Duurzaamheid Niet van toepassing. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Niet van toepassing. Rapportage en evaluatie Niet van toepassing.
datum print: vrijdag 17 mei 2024
11