Raadsvoorstel - Wijziging Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer 2021
Tekst van het document
In artikellid 2c is het wat merkwaardige opsommingsteken § vervangen door het meer gebruikelijke opsommingsteken . Deze wijziging is ook verwerkt in artikel 2:28 De exploitatievergunning voor een speelautomatenhal.
7. Artikel 4:10 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Op basis van het huidige artikel mogen bomen die staan in door het college aangewezen ‘beschermde stadsgezichten’ zonder vergunning niet worden gekapt. Formeel gezien betreft het bomen die staan in door het college aangewezen ‘beschermde gebieden’. Dat wordt aangepast. 8. Artikel 6:1a Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte De artikelen waarvoor nog geen bestuurlijke boete is vastgesteld, worden in het eerste lid van dit artikel opgenomen. Voor een toelichting zie III hieronder. Huidig lid 4 van dit artikel is inhoudelijk gelijk aan huidig lid 6. Vandaar dat wordt voorgesteld lid 6 te schrappen. Een tweetal leden wordt vervolgens vernummerd. II Inhoudelijke wijzigingen 1. Artikel 2:5a Uitstallingenverbod Stadshart Voorgesteld wordt om het verbod om te verkopen producten langs de gevel van het pand op privaat terrein te plaatsen, op te heffen. Kortheidshalve wordt voor een nadere toelichting verwezen naar het raadsmemo van 13 november 2020. Klik voor dit memo hier. 2. Artikel 2:14 Ordeverstoring Dit artikel bepaalt dat niemand gedurende een evenement de openbare orde mag verstoren. Een aantal motorclubs (verder: OMG1) is door de rechter verboden verklaard. Mede omdat zij de veiligheid in gevaar brengen.
Het is niet wenselijk dat leden van verboden OMG’s zich in bijvoorbeeld clubkleding in de openbare ruimte manifesteren. Dit komt intimiderend en provocerend over. Omdat nog niet alle juridische middelen zijn uitgeput, kan op dit moment nog niet strafrechtelijk tegen de leden van verboden OMG’s worden opgetreden. Dit kan wel op basis van de Apv. Door lid 2 aan dit artikel toe te voegen is het verboden om bij evenementen zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Voorbeelden van uiterlijke kenmerken zijn clubkleding, de naam, logo’s, spreuken en andere aanduiding op kleding en/of motoren. Aangezien de Apv juridisch ondergeschikt is aan het Wetboek van Strafrecht, bepaalt lid 3 dat het verbod niet van kracht is indien het Wetboek van Strafrecht van toepassing is. 3. Artikel 2:18 Sluiting voor bepaalde of onbepaalde tijd Dit artikel heeft betrekking op horecabedrijven. Op basis van dit artikel kan de burgemeester in verband met de handhaving van de openbare orde en veiligheid, een horecabedrijf voor een bepaalde tijd sluiten.
De nieuwe Horecastrategie Openbare Orde biedt de burgemeester de mogelijkheid om in geval van zware incidenten een horecabedrijf voor onbepaalde tijd te sluiten. Op dit moment is dat echter nog niet mogelijk. Eerst moet de raad de burgemeester die bevoegdheid toekennen. Daartoe wordt lid 1 van dit artikel aangepast. Om een onevenredige benadeling te voorkomen, kan de eigenaar van een gesloten pand de burgemeester na enige tijd verzoeken de sluiting op te heffen. De eigenaar moet dat verzoek motiveren en, bijvoorbeeld, vergezeld doen gaan van een veiligheidsplan. De burgemeester honoreert een dergelijk verzoek niet onmiddellijk nadat hij het horecabedrijf heeft gesloten. Dan zou de sluiting zijn doel voorbij schieten. Er moet altijd tenminste een bepaalde periode zijn verstreken voordat de burgemeester een dergelijk verzoek in behandeling neemt. De burgemeester betrekt bij zijn overweging nadrukkelijk de aard, ernst en herhaaldelijkheid van de incidenten op basis waarvan hij het pand heeft gesloten. Ook de wijze waarop de ondernemer 1 OMG staat voor Outlaw Motor Gang. De gebruikelijke benaming voor criminele motorclubs.
datum print: donderdag 16 september 2021 16
zijn verantwoordelijkheid heeft genomen en nog neemt, betrekt de burgemeester bij zijn overweging. De titel van het artikel is op grond van de voorgestelde wijziging aangepast. 4. Artikel 2:29 Weigeringsgronden Dit artikel heeft betrekking op de weigeringsgronden die gelden in verband met de aanvraag van een speelautomatenhalvergunning. Eén van die weigeringsgronden is dat de beheerder (die de dagelijkse leiding heeft en altijd gedurende de openingstijden aanwezig dient te zijn) tenminste 25 jaar oud is. De raad wordt voorgesteld dit te verlagen naar 21 jaar. Daarmee wordt deze weigeringsgrond gelijk getrokken met de eis die aan een beheerder van een seksinrichting wordt gesteld. Deze moet op grond van artikel 3:5 Apv tenminste 21 jaar oud zijn. Het huidige lid 2, dat een ontheffingsmogelijkheid biedt voor de leeftijdseis, kan hiermee komen te vervallen. 5. Artikel 2:38b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties In dit artikel wordt het verboden in de openbare ruimte zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of een bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Voor een nadere toelichting: zie II.2 hierboven. 6.
Artikel 2:41 Loslopende honden Op basis van het huidige artikel is het in de bebouwde kom verboden honden los te laten lopen op de weg. De term ‘weg’ wordt vervangen door ‘openbare plaats’. ‘Openbare plaats’ heeft een bredere betekenis dan ‘weg’. Dit heeft tot gevolg dat honden in de bebouwde kom na het van kracht worden van de Apv-wijziging op meer plaatsen binnen de bebouwde aangelijnd dienen te zijn. Honden mogen dan bijvoorbeeld ook niet los lopen in parken en op speelweiden. Omdat onder openbare plaats ook kinderspeelplaatsen, zandbakken etc. vallen, worden deze uit lid 1b van dit artikel vanwege overbodigheid geschrapt. Deze vervanging van ‘weg’ door ‘openbare plaats’ is ook verwerkt in de artikelen 2:45, en 2:47. 7. Artikel 2:45 Bedelarij Op basis van het huidige artikel is het verboden te bedelen in voor het publiek toegankelijke gebouwen in door het college aangewezen gebieden. Voorbeelden van gebouwen zijn de vrij toegankelijke gedeelten van: overdekte passages; winkelgalerijen; stationshallen. Omdat dit soort gebouwen ook binnen de reikwijdte van de definitie ‘openbare plaats’ valt, wordt ‘een voor het publiek toegankelijk gebouw’ vanwege overbodigheid uit het artikel geschrapt. 8. Artikel 2:47 Nachtverblijf Dit artikel regelt het verbod om langs de weg te gaan liggen of verblijven, al dan niet in, bijvoorbeeld, kampeervoertuigen.
Op dit moment mogen boa’s op dit artikel niet handhaven. Alleen de politie is bevoegd. Door ‘toezichthouders’ aan dit artikel toe te voegen, kunnen ook boa’s handhaven. In dit artikel is tevens toegevoegd dat er niet alleen gehandhaafd mag worden als de openbare orde of veiligheid in het geding is, maar ook als de leefbaarheid in het geding is. Boa’s worden immers primair ingezet voor de handhaving van de leefbaarheid en de politie voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. 9. 2:52d Aanwijzing vergunningplichtige gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten Het kan wenselijk zijn om grip te krijgen op bepaalde branches, gebieden of gebouwen. Dat is het geval als in een bepaald gebied sprake is van of vermoedens van criminele en/of ondermijnende activiteiten en/of verstoringen van de openbare orde. Ook kan een bepaalde branche gevoelig zijn voor ondermijnende activiteiten. Door een vergunningplicht in te stellen, datum print: donderdag 16 september 2021 17
heeft de burgemeester meer inzicht in en zeggenschap over die personen die zich binnen de gemeentegrenzen willen vestigen. Deze personen worden voor wat hun antecedenten betreft gescreend op basis van het Bibob-beleid. Dit artikel regelt geen algemene vergunningplicht. Er is sprake van maatwerk. Het is aan de burgemeester om aan de hand van rapportages van team Handhaving en politie te bepalen of en zo ja waarvoor een vergunningplicht wordt ingesteld. Wat gebeurt er met bestaande bedrijven? Op basis van artikel 2:52j bepaalt de burgemeester of en zo ja op welk tijdstip bestaande bedrijven een vergunning dienen aan te vragen. De burgemeester kan ook het gehele grondgebied van de gemeente aanwijzen. In dat geval geldt de vergunningplicht in de gemeente voor alle bedrijven waarin een door de burgemeester aangewezen bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. Omdat dit een ingrijpend besluit is, raadpleegt hij voordat hij dat besluit neemt eerst de raad. Dat gebeurt via de voorhangprocedure. De burgemeester stuurt de raad een memo met het voornemen en geeft de raad enige weken de tijd daarop te reageren. Op deze wijze kan de burgemeester de bedenkingen en zienswijzen van de raad, indien die er zijn, betrekken bij zijn besluitvorming. In het uiterste geval kan hij van zijn besluit afzien.
De artikelen 2:52b, 2:52c en 2:52e tot en met 2:52j zijn een nadere uitwerking van deze vergunningplicht. 10. Artikel 5:10a Deelvoertuigen Deelvoertuigen zijn een aanwinst voor de stad. Deelmobiliteit zorgt voor een versterking van het mobiliteitssysteem en zorgt voor een aanvulling op het huidige OV-netwerk. Daarbij is deelmobiliteit een aanvulling als onderdeel van ketenmobiliteit en als vervanging voor de auto op kortere afstanden. Het gebruik van de elektrische deelscooter en andere vormen van deelmobiliteit dragen bij aan de mobiliteitstransitie in de stad. Bovendien is de elektrische scooter schoner en beter voor het klimaat doordat deze een lage Co2 uitstoot heeft. Hiermee wordt gewerkt naar het Zoetermeerse doel om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Onder deelvoertuigen vallen in dit verband overigens geen auto’s. Helaas kan het gebruik van deelvoertuigen gepaard gaan met overlast, met name parkeeroverlast. Om die reden wordt voorgesteld alvast een vergunningplicht voor aanbieders van deelvoertuigen in de Apv op te nemen. Op deze wijze kan het gemeentebestuur grip krijgen op het aanbieden van deelvoertuigen. In lijn met de landelijke trend wordt de verantwoordelijkheid voor een goed gebruik van de deelvoertuigen primair bij de aanbieders gelegd. Daarnaast krijgt het college een aantal bevoegdheden.
Zoals het aanwijzen van plaatsen waar deelvoertuigen verplicht moeten worden gestald. Door een gebrek aan capaciteit en middelen is vooralsnog niet bekend wanneer de vergunningplicht daadwerkelijk wordt ingevoerd. 11. Artikel 5:21 Vaartuigwrakken Het verwijderen van voertuigwrakken is op dit moment al mogelijk. Het verwijderen van vaartuigwrakken niet. Het behoeft geen toelichting dat ook in slechte staat verkerende vaartuigen het uiterlijk aanzien van de gemeente zeer ontsieren. Door toevoeging van dit artikel kunnen analoog aan het verwijderen van voertuigwrakken, vaartuigwrakken worden verwijderd. Artikel 5:21 is een vervallen, leeg, artikel. In dit artikel kan de regeling ten aanzien van vaartuigwrakken worden opgenomen. 12. Artikel 5:25 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken Het gebruik van fakkels of vuurkorven en het gebruik van vuur voor koken e.d. zijn toegestaan mits dit niet leidt tot hinder, gevaar of overlast voor de omgeving. Door ‘beschadiging aan de openbare ruimte’ aan deze opsomming toe te voegen, kan worden opgetreden als er schade ontstaat door het gebruik van vuurkorven, fakkels of vuur om te koken. Op dit moment is dat nog niet mogelijk. Dit artikel wordt met name aangepast in verband met de jaarwisseling. Het gebruik van vuurkorven e.d. is dan relatief gezien groot.
De kans op beschadiging van bijvoorbeeld een weg datum print: donderdag 16 september 2021 18
neemt dan dienovereenkomstig toe. Omdat tijdens de jaarwisseling ook vaak oliedrums worden gebruikt, is oliedrum expliciet als voorbeeld in het tweede lid toegevoegd. III Bestuurlijke boete Voor een aantal verbodsbepalingen moet de bestuurlijke boete worden vastgesteld. Hieronder volgen de artikelen met daarbij de voorgestelde boetebedragen. 1. Artikel 2:5a Uitstallingenverbod Stadshart De bestuurlijke boete voor het overtreden van dit verbod vast te stellen op 240 euro. Dit bedrag is gelijk aan de boete die bij overtreding van artikel 2:5 Apv wordt opgelegd: het onterecht plaatsen van een voorwerp op of aan de weg. In de praktijk is de boete hoger. Omdat het om een rechtspersoon gaat (een winkel of een (horeca)bedrijf) wordt de boete in de praktijk verdubbeld. 2. Artikel 2:38b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties De bestuurlijke boete voor het overtreden van dit verbod vast te stellen op 410 euro. Gezien de ernst van de overtreding wordt de wettelijk maximaal toegestane boete opgelegd. Dit boetebedrag wordt ook opgelegd als het gelijkluidende verbod tijdens evenementen wordt overtreden (artikel 2:14 Apv). 3. Artikel 2:52d Vergunning uitoefening bedrijf De bestuurlijke boete voor het overtreden van dit verbod vast te stellen op 410 euro.
Dit bedrag is gelijk aan de boete die bij overtreding van artikel 2:13, lid 1 Apv wordt opgelegd: het zonder vergunning organiseren van een risicovol evenement. In de praktijk is de boete hoger. Omdat het om een rechtspersoon gaat (een winkel of een (horeca)bedrijf) wordt de boete in de praktijk verdubbeld. 4. Artikel 2:52h Geboden en verboden exploitant De bestuurlijke boete voor het overtreden van dit verbod, de afwezigheid van een exploitant of beheerder tijdens de openingsuren, vast te stellen op 240 euro. In de praktijk is de boete hoger. Omdat het om een rechtspersoon gaat (een winkel of een bedrijf) wordt de boete in de praktijk verdubbeld. 5. Artikel 5:10a Deelvoertuigen De bestuurlijke boete voor het overtreden van dit verbod vast te stellen op 410 euro. Dit bedrag is gelijk aan de boete die bij overtreding van artikel 2:13, lid 1 Apv wordt opgelegd: het zonder vergunning organiseren van een risicovol evenement. In de praktijk is de boete hoger. Omdat het om een rechtspersoon gaat (bedrijf dat deelvoertuigen aanbiedt) wordt de boete in de praktijk verdubbeld. 6. Artikel 5:21 Vaartuigwrakken De bestuurlijke boete voor het overtreden van dit verbod vast te stellen op 95 euro. Dit bedrag is gelijk aan de boete die bij overtreding van artikel 5:4, lid 1 Apv wordt opgelegd: voertuigwrakken op de weg laten staan. In de regel is de eigenaar niet te achterhalen.
De kans dat deze boete daadwerkelijk wordt opgelegd, is uiterst klein. Argumenten 1. Vastellen van de wijziging van de Apv 1.1 het versterken van de aanpak van ondermijning; 1.2 het leveren van een bijdrage aan een schoner aanzien van de stad; 1.3 het handhaven van de openbare orde en veiligheid; 1.4 het tegengaan van overlast; 1.5 het herstellen van juridische en taalkundige fouten in de tekst van een aantal artikelen.
datum print: donderdag 16 september 2021 19
Kanttekeningen Niet van toepassing. Financiën Niet van toepassing. Controleprotocol Niet van toepassing. Participatie en Communicatie De conceptwijziging is een aantal weken digitaal ter inzage gelegd. Eenieder heeft zo de gelegenheid gehad een zienswijze in te dienen. Er zijn in totaal 57 zienswijzen ingediend. Het artikel met betrekking tot deelvoertuigen )5:10a) is niet voor participatie vrijgegeven. Dit artikel is ná afloop van de participatieprocedure in dit wijzigingsvoorstel opgenomen. Het college heeft de zienswijzen bestudeerd en van een reactie voorzien. De meest in het oog springende bevindingen zijn de volgende. Een aantal personen: maakt een mening kenbaar. Reactie: deze meningen zijn voor kennisgeving aangenomen. vindt een regel niet duidelijk of vraagt om een nadere toelichting. Reactie: de regel wordt nader toegelicht of uitgelegd en soms van een voorbeeld voorzien. stelt voor een een regeling met betrekking tot een bepaald onderwerp in de Apv op te nemen. Reactie: o het voorstel wordt niet overgenomen. Bijvoorbeeld vanwege overbodigheid, of: o het voorstel is juridisch niet mogelijk. Bijvoorbeeld omdat iets op landelijk niveau moet worden geregeld, of: o het voorstel is al elders juridisch geregeld. Bijvoorbeeld in de Afvalstoffenverordening. vraagt aandacht voor de handhaving.
Reactie: in de actualisatie van het veiligheidsbeleid is de intensivering van de handhaving een nieuw aandachtspunt. merkt iets op dat niets met de wijziging van de Apv te maken heeft. Bijvoorbeeld het verzoek om ergens prullenbakken te plaatsen. Reactie: er wordt nagegaan of de wensen gehonoreerd kunnen worden. vraagt om aanpassing of afschaffing van de hondenbelasting. Reactie: Het al dan niet afschaffen van de hondenbelasting is geen onderwerp van de participatieprocedure geweest. Voor het verslag van de participatieprocedure wordt verwezen naar bijlage 2. De eindconclusie is dat op grond van de participatieprocedure het wijzigingsvoorstel van de Apv niet aangepast hoeft te worden. Duurzaamheid Het verwijderen van vaartuigwrakken levert een bescheiden bijdrage aan het verbeteren van de duurzaamheid. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Niet van toepassing. Rapportage en evaluatie Niet van toepassing. datum print: donderdag 16 september 2021 20