CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Wijzigen hoofdstuk 5 legesverordening Omgevingswet

Raadsvergadering 11 april 2023, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijzigen hoofdstuk 5 legesverordening Omgevingswet4.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid

Wijzigen hoofdstuk 5 legesverordening Omgevingswet 2023-009402

Auteur

Robbert Heerings +31793468306 R.Heerings@zoetermeer.nl

Gemeentesecretaris

Huykman, B.J.D.

Afdelingshoofd

Hobeijn K. (Kim)

Portefeuillehouder

Wethouder Iedema

Medeverantwoordelijke(n)

Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s) Eerdere besluitvorming Samenvatting

Alle

Op 1 januari 2024 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Samen met de Omgevingswet zal ook de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking treden. Beide wetten hebben een effect op de leges. Met ingang van de inwerkingtreding van deze wetten voldoet het huidige hoofdstuk 5 van titel 1 van de legesverordening niet langer aan de eisen om leges te kunnen heffen op activiteiten die de Omgevingswet met zich meebrengt. Hierom worden nieuwe tariefsoorten voorgesteld die met ingang van de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel zullen uitmaken van de legesverordening. Het nieuwe hoofdstuk 5 van titel 1 voorziet voornamelijk in het vertalen van de huidige legesverordening naar het nieuwe wettelijke stelsel om te voldoen aan de termen/definities genoemd in de Omgevingswet. Dit voorstel gaat aanvullend in op enkele keuzes die de gemeenteraad mag maken voor legesheffing onder de Omgevingswet die afwijken van onze huidige legesverordening, te weten: - het heffen van leges op milieubelastende activiteiten; - het heffen van leges voor het omgevingsoverleg; - het heffen van leges voor het beoordelen van onderzoeksrapporten. Enkel de tariefsoorten worden met het accepteren van dit voorstel vastgesteld.

De tarieven genoemd in bijlage 4 dienen hierbij slechts als indicatie en worden pas bij de definitieve vaststelling van de Legesverordening 2024 vastgesteld, dan wel, bij verder uitstel van de Omgevingswet, bij de eerste legesverordening die wordt vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De tariefsoorten worden wel vastgesteld. Ook voor de tariefsoorten geldt dat deze pas onderdeel worden van de legesverordening zodra de Omgevingswet in werking treedt.

Bijlagen

1. Hoofdstuk 5 legesverordening Omgevingswet 2. Was-wordt tabel 3. Categorieën van gevallen die vallen onder gevolgklasse 1 van de Wet kwaliteitsborging 4. Hoofdstuk 5 legesverordening Omgevingswet met indicatieve tarieven

2

Raadsbesluit Raadsvoorstel Wijzigen hoofdstuk 5 legesverordening Omgevingswet 2023-009402 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 maart 2023 besluit 1. De tariefsoorten voor Titel 1, Hoofdstuk 5: De omgevingsvergunning/fysieke leefomgeving van de legesverordening vast te stellen conform bijgevoegd exemplaar om onderdeel uit te laten maken van de nog vast te stellen Legesverordening 2024, dan wel, bij verder uitstel van de Omgevingswet, de eerste legesverordening die wordt vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De verordening en tariefsoorten kennen een aantal wijzigingen ten opzichte van Titel 1, Hoofdstuk 5 van de legesverordening voor 2023, waarvan de belangrijkste zijn: a. Er wordt voorgesteld leges te heffen over milieubelastende activiteiten. b. Er wordt voorgesteld leges te heffen over het omgevingsoverleg. c. Er wordt voorgesteld leges in rekening te brengen voor het beoordelen van onderzoeksrapporten. 2. Geen participatie toe te passen op grond van artikel 2, lid 6, sub a van de Samenspraakverordening omdat dit besluit betrekking heeft op het wijzigen van tariefsoorten die voortvloeien uit hogere regelgeving en er geen of nauwelijks beleidsvrijheid is. Over dit besluit geen referendum mogelijk te maken, omdat het hier gaat om de vaststelling en wijzigingen van gemeentelijke belastingen.

De vastgestelde tariefsoorten voor Titel 1, Hoofdstuk 5: De omgevingsvergunning/fysieke leefomgeving worden onderdeel van de nog vast te stellen Legesverordening 2024, dan wel, bij verder uitstel van de Omgevingswet, de eerste legesverordening die wordt vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 11 april 2023 de griffier,

de voorzitter,

drs. R. Blokland MCM

drs. M.J. Bezuijen

3

Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding Op 1 januari 2024 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Samen met de Omgevingswet zal ook de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking treden. Beide wetten hebben een effect op de leges. Met ingang van de inwerkingtreding van deze wetten voldoet het huidige hoofdstuk 5 van titel 1 van de legesverordening niet langer aan de eisen om leges te kunnen heffen op activiteiten die de Omgevingswet met zich meebrengt. Hierom worden nieuwe tariefsoorten voorgesteld die met ingang van de inwerkingtreding van de Omgevingswet onderdeel zullen uitmaken van de legesverordening. Het nieuwe hoofdstuk 5 van titel 1 voorziet voornamelijk in het vertalen van de huidige legesverordening naar het nieuwe wettelijke stelsel om te voldoen aan de termen/definities genoemd in de Omgevingswet. Dit voorstel gaat aanvullend in op enkele keuzes die de gemeenteraad mag maken voor legesheffing onder de Omgevingswet die afwijken van onze huidige legesverordening, te weten: - het heffen van leges op milieubelastende activiteiten; - het heffen van leges voor het omgevingsoverleg; - het heffen van leges voor het beoordelen van onderzoeksrapporten. Enkel de tariefsoorten worden met het accepteren van dit voorstel vastgesteld.

De tarieven genoemd in bijlage 4 dienen hierbij slechts als indicatie en worden pas bij de definitieve vaststelling van de Legesverordening 2024 vastgesteld, dan wel, bij verder uitstel van de Omgevingswet, bij de eerste legesverordening die wordt vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De tariefsoorten worden wel vastgesteld. Ook voor de tariefsoorten geldt dat deze pas onderdeel worden van de legesverordening zodra de Omgevingswet in werking treedt. Alvorens de besluitpunten langs te gaan, wordt eerst stilgestaan bij de grootste wijzigingen aan de legesverordening die de Omgevingswet en Wkb meebrengen. 1. Knip in de bouwvergunning Onder de Omgevingswet is de huidige vergunningactiviteit bouwen straks ‘opgeknipt’ in een toetsing aan het ruimtelijk kader (omgevingsplanactiviteit bouwen) en aan het technische kader (bouwactiviteit). Daar waar wij nu één vergunning voor de bouwactiviteit afgeven, worden dit er straks twee. Hierbij blijven de inhoudelijke werkzaamheden grotendeels hetzelfde, maar worden deze verdeeld over het beoordelen van twee aanvragen. Er zal nu bij zowel de omgevingsvergunning voor het ruimtelijk kader (de omgevingsplanactiviteit bouwen) als die voor het technische kader (bouwactiviteit) worden stilgestaan. Allereerst wordt met een illustratie aangegeven wat verandert.

4

Illustratie:

Omgevingsvergunning ruimtelijk kader (omgevingsplanactiviteit) Voor het ruimtelijke kader dient onder de Omgevingswet een omgevingsplanactiviteit te worden aangevraagd, tenzij de activiteit vergunningvrij is. Voor de omgevingsplanactiviteit kan een legestarief in rekening worden gebracht. Zoetermeer heeft in eerste instantie een Omgevingsplan van rechtswege dat bestaat uit huidige bestemmingsplannen, lokale verordeningen – zoals bijvoorbeeld de Algemene plaatselijke verordening en de Erfgoedverordening – en landelijke regels via de bruidsschat. Deze landelijke regels dienen als aanvulling op onze bestemmingsplannen en verordeningen, om te voorzien in regelingen die niet in bestemmingsplannen en verordening staan opgenomen. Voor een uitgebreide toelichting van het Omgevingsplan wordt gerefereerd naar hoofdstuk 5 van Bijlage 1 van het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer. In het Omgevingsplan staan vergunningplichten opgenomen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving, zoals het kappen van bomen, het handelen met gevolgen voor gemeentelijke monumenten en het bouwen van bouwwerken. Dit soort vergunningplichten, noemen we onder de Omgevingswet straks omgevingsplanactiviteiten. Het zijn namelijk vergunningactiviteiten die ontstaan op grond van het gemeentelijke omgevingsplan.

Dit zijn veelal dezelfde soorten vergunningen als in het huidige wettelijke stelsel, waarbij de werkzaamheden grotendeels hetzelfde blijven. Daar waar in de legesverordening wordt gesproken over een omgevingsplanactiviteit, wordt gerefereerd aan dit soort vergunningen. Omgevingsplanactiviteiten zijn in de Omgevingswet gedefinieerd als: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan, b. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of c. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Enkele voorbeelden: - Omgevingsplanactiviteit vellen van houtopstand (kapvergunning). - Omgevingsplanactiviteit handelen met gevolgen voor een gemeentelijk monument. - Omgevingsplanactiviteit slopen van een bouwwerk. 5

Omgevingsplanactiviteiten zijn onder te verdelen in binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Een binnenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt afgeweken van het omgevingsplan om een project mogelijk te maken. Het betreft een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Voor omgevingsplanactiviteiten, zowel binnen- als buitenplans, wordt voorgesteld leges te heffen. Alle omgevingsplanactiviteiten zijn soorten omgevingsvergunningen waarvoor wij nu ook al leges heffen. De enige uitzondering is de milieubelastende activiteit. Daar wordt onder punt 2 van de inleiding kort bij stilgestaan. Ook de werkzaamheden voor de omgevingsplanactiviteit bouwen zullen grotendeels hetzelfde blijven. Waar nu wordt getoetst aan het bestemmingsplan en de welstandsnota, worden er onder de Omgevingswet soortgelijke toetsingen gedaan om te garanderen dat een bouwwerk qua uiterlijk en gebruik past in de omgeving waarin het wordt aangevraagd.

Onder artikel 1.5.6.1.1 van het voorgestelde hoofdstuk 5 van de legesverordening staan de tariefsoorten die voor de omgevingsplanactiviteit bouwen worden voorgesteld. Voor alle omgevingsplanactiviteiten geldt dat het legestarief wordt verhoogd indien sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De hoogte hiervan wordt bepaald aan de hand van de vraag of er in de voorfase een voortraject is doorlopen. Hier wordt onder punt 3 van de inleiding meer over vermeld. De bouwveiligheid van een bouwwerk zal ook getoetst blijven worden, maar dit gebeurt onder de Omgevingswet bij een andere aanvraag dan die voor de omgevingsplanactiviteit bouwen, namelijk die voor de bouwactiviteit. Bouwactiviteit (technisch kader) Indien iemand een vergunning voor een bouwactiviteit aanvraagt, wordt getoetst of het bouwwerk dat wordt aangevraagd voldoet aan alle bouwtechnische eisen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het toetsen van constructieve eisen. De bouwactiviteit wordt apart van de omgevingsplanactiviteit aangevraagd en afhankelijk van het soort bouwwerk valt deze onder een gevolgklasse van de Wet kwaliteitsborging (Wkb). Door inwerkingtreding van de Wkb zal de toetsing aan en het toezicht op het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) (momenteel bekend als Bouwbesluit) niet meer bij de gemeente liggen voor bouwwerken in gevolgklasse 1.

In bijlage 3 is uiteengezet welke soort bouwwerken onder gevolgklasse 1 vallen. Kortgezegd betekent dit dat voor bouwwerken onder gevolgklasse 1 geen vergunning nodig is en wij dus ook geen leges kunnen heffen. Bij bouwwerken onder gevolgklasse 2 en 3 kunnen wij dit wel. Omdat de ruimtelijke en technische vergunning straks zijn opgeknipt, zullen er situaties ontstaan waarbij wel een vergunning nodig is voor de ene vergunning, maar niet voor de andere vergunning. Zo is voor een dakkapel onder de Omgevingswet geen vergunning nodig voor de bouwactiviteit (technische bouwvergunning), maar is wel een omgevingsplanactiviteit bouwen nodig als de dakkapel aan de voorkant van een woning wordt geplaatst.

6

In de voorgestelde versie van titel 1, hoofdstuk 5 van de legesverordening staan de tariefsoorten voor de bouwactiviteit onder legesartikel 1.5.5 uiteengezet. Hieronder is de systematiek schematisch uitgewerkt:

Voor de gemeente betekent dit dat er een aanvraag, afhandelproces en besluit volgt op de omgevingsplanactiviteit en apart op de bouwactiviteit. Voor de omgevingsplanactiviteit kan de gemeente leges heffen. Voor de bouwactiviteit kan de gemeente leges heffen als het bouwwerk niet onder gevolgklasse 1 van de Wkb valt en dus vergunningplichtig is. Wet kwaliteitsborging De Wet kwaliteitsborging bouwen treedt gelijktijdig in werking met de Omgevingswet. De beoogde datum is 1 januari 2024. De Wkb is direct van toepassing op bouwwerken in gevolgklasse 1 (relatief eenvoudige bouwwerken). In bijlage 3 staan al deze bouwwerken op een rij. Na minimaal vijf jaar volgt een evaluatie en besluit of gevolgklassen 2 en 3 (complexere bouwwerken) onder het stelsel van de Wet kwaliteitsborging komen te vallen. Gemeenten gaan de gevolgen van de Wkb stapsgewijs ondervinden. Onder gevolgklasse 2 geldt dat dit bouwwerken zijn met reële kans op persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Hierbij valt te denken aan bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen en woongebouwen tot 70 meter hoogte. Onder gevolgklasse 3 geldt dat dit bouwwerken zijn met een kans op aanzienlijke persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan.

Hieronder kunnen vallen bouwwerken zoals metrostations, voetbalstadions, ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 meter. Voor het raadsvoorstel is vooralsnog enkel gevolgklasse 1 van belang. Voor de gemeente betekent de Wkb dat er taken en werkzaamheden wegvallen en dat er nieuwe bijkomen. De taken die wegvallen worden overgenomen door de onafhankelijke kwaliteitsborger. Dit is een private partij die in opdracht van de burger de bouwtechnische toetsing van een bouwplan uitvoert in plaats van de gemeente. De gemeente heeft geen rol in deze toetsing. De opdrachtgever en kwaliteitsborger doen wel meldingen en kennisgevingen naar de gemeente. De gemeente dient deze te registreren en kan deze inhoudelijk beoordelen. Deze werkzaamheden komen niet voor verhaal middels leges in aanmerking. Deze werkzaamheden vanuit de gemeente zien voornamelijk op administratieve taken.

7

In 2020 werden 485 vergunningaanvragen met bouwactiviteiten gedaan en daarvan vielen er 230 onder gevolgklasse 1 en de overige 255 onder gevolgklassen 2/3. Dat betekent dat 47% van de bouwaanvragen onder de Wkb zou vallen. Uit landelijke onderzoeken blijkt een grote spreiding van 30% - 70% en Zoetermeer valt iets onder het midden van deze range. Dit zijn voornamelijk ‘kleinere’ bouwactiviteiten die onder artikel 1.5.5.1.1 van de legesverordening zouden vallen als deze nog vergunningplichtig zouden zijn. Er wordt ten slotte benadrukt dat de toetsing aan en het vergunnen van het ruimtelijke deel (de omgevingsplanactiviteit) wél bij de gemeente blijft, ongeacht of het bouwwerk valt onder gevolgklasse 1. 2. Milieubelastende activiteiten De bijlage bij de Omgevingswet geeft de volgende omschrijving van een milieubelastende activiteit: Milieubelastende activiteit: die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit. De rijksregels voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor milieubelastende activiteiten die niet in het Bal zijn aangewezen, gelden geen algemene rijksregels. Voor die activiteiten kunnen decentrale overheden regels stellen, bijvoorbeeld in het omgevingsplan.

Het omgevingsplan van rechtswege waarmee Zoetermeer bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zal werken bevat een aantal vergunningplichten voor milieubelastende activiteiten met bijbehorende aanvraagvereisten en beoordelingsregels. Het gaat hier om vergunningplichten voor activiteiten met een lokale problematiek. Denk aan polyesterharsverwerking (geur) of het tanken van LPG (veiligheid). Voorbeeld 1 Als milieubelastende activiteit wordt bijvoorbeeld aangewezen het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m. Onder de aanwijzing valt niet het opwekken van elektriciteit met een windturbine die deel uitmaakt van een windpark in de Noordzee. Het verbod om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit, als hierboven bedoeld, voor zover het gaat om een windpark met 3 of meer windturbines. De vergunningplicht geldt alleen voor een windpark met ten minste 3 windturbines dat niet in de Noordzee ligt. Functioneel ondersteunende activiteiten zijn geen onderdeel van de activiteit en geen onderdeel van de vergunningplicht. Voorbeeld 2 Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt bijvoorbeeld aangewezen het verbranden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen: -

in een andere milieubelastende installatie, of buiten een installatie.

Het verbod om zonder omgevingsvergunning een milieubelastende activiteit te verrichten, geldt voor de milieubelastende activiteit als hierboven bedoeld.

8

De vergunningplicht geldt onder andere voor het verbranden van afval in een andere milieubelastende installatie. Door het gebruik van dit begrip vallen veel meer zaken dan alleen de afvalverbrandingsinstallatie zelf onder de vergunningplicht. Voorbeeld 3 Als milieubelastende activiteit wordt bijvoorbeeld aangewezen: -

het exploiteren van een IPPC-installatie voor het behandelen van afvalwater, bedoeld in categorie 6.11 van bijlage I bij de richtlijn industriële emissies.

Op deze pagina staan alle milieubelastende activiteiten uiteengezet. Het heffen van leges voor milieubelastende activiteiten is een nieuwe mogelijkheid. Het is een kunnen, niet een moeten. Onder het regime van de Wabo was het niet mogelijk om leges te heffen voor een aanvraag om een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) en voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor milieu-inrichtingen. Onder de Omgevingswet is legesheffing wel mogelijk. 3. Omgevingsoverleg Voor de grotere afwijkingen van het omgevingsplan vindt meestal vooraf overleg plaats met de gemeente. Als de initiatiefnemer het vooroverleg aanvraagt, wordt het initiatief getoetst door alle vakdisciplines en zo nodig door de ketenpartners (o.a. Omgevingsdienst Haaglanden (ODH), Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) en andere overheden (provincie en waterschap). Uiteindelijk krijgt de initiatiefnemer een schriftelijke reactie van het college van B&W op zijn voornemen. Deze uitkomst kan zijn dat het college geen medewerking wil verlenen aan het initiatief. Dit betekent dat de aanvrager te kennen wordt gegeven dat het aanvragen van een omgevingsvergunning hoogstwaarschijnlijk zal leiden tot een weigering. Gezien de positieve grondhouding die het college inneemt aangaande nieuwe initiatieven zal in de meeste gevallen het college wel medewerking willen verlenen aan het initiatief.

Zoetermeer werkt momenteel met het vooroverleg. In het vooroverleg kunnen initiatiefnemers voordat zij een aanvraag indienen de haalbaarheid van hun plan laten beoordelen. Dit proces zal bij grote projecten intensiever worden onder de Omgevingswet, zie hier. Veel aanvragen vallen onder de reguliere procedure met een beslistermijn van acht weken met een eenmalige verlenging van zes weken. Dat betekent dat meer afgestemd dient te worden aan de voorkant voordat een aanvraag wordt ingediend. Het ontwerp van de gemeente is gebaseerd op het VNG-model:

9

Intaketafel (eerste overleg) De intaketafel is een overlegvorm voor initiatieven die mogelijk niet passen binnen de regels van het omgevingsplan. Op basis van de intaketafel wordt een initiatief beoordeeld op haalbaarheid. De intaketafel leidt tot een standpunt over de haalbaarheid van het initiatief, de eventuele medewerking en het vervolgproces. De keten/uitvoeringspartners en de initiatiefnemers zijn niet vertegenwoordigd aan de intaketafel. Vanuit de gemeente nemen aan een intaketafel deel: casemanager, ruimtelijk adviseur, vergunningverlener, inhoudelijk adviseurs. Omgevingstafel In de huidige legesverordening wordt een vast bedrag geheven voor het vooroverleg en verder worden alleen leges geheven op basis van een aanvraag. Onder de Omgevingswet zal de gemeente de werkwijze van een omgevingstafel benutten. De omgevingstafel wordt door de initiatiefnemer en betrokken overheidspartijen (inclusief keten/uitvoeringspartners zoals ODH, veiligheidsregio, GGD) doorlopen. Het doel van een omgevingstafel is: - toelichting door initiatiefnemer en beoordelen of/hoe het plan past; - beoordelen van onderzoeken en komen tot een definitief plan met aanvraag. Schriftelijke afdoening In het schema van de VNG wordt de schriftelijke afdoening onbenoemd gelaten. In Zoetermeer willen we hier wel mee blijven werken. Dit is het vooroverleg zoals de gemeente deze momenteel in heeft gericht.

Het schriftelijke vooroverleg blijft bestaan naast de grotere opzet van de omgevingstafel, omdat niet elk initiatief zodanig groot is dat een omgevingstafel hoeft te worden opgetuigd. Denk hierbij aan kleinschalige projecten, zoals het bouwen van één woning. De twee vormen van vooroverleg zullen naast elkaar bestaan. Beoogd effect Dit advies strekt ertoe om tariefsoorten voor Titel 1, Hoofdstuk 5: De omgevingsvergunning/fysieke leefomgeving van de legesverordening vast te stellen conform bijgevoegd exemplaar (bijlage 1) om onderdeel uit te laten maken van de nog vast te stellen Legesverordening 2024, dan wel, bij verder uitstel van de Omgevingswet, de eerste legesverordening die wordt vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De tarieven uit bijlage 4 dienen hierbij slechts als indicatie en worden pas bij de vaststelling van de Legesverordening 2024 vastgesteld, dan wel bij de eerste legesverordening die wordt vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s 1.

De tariefsoorten voor Titel 1, Hoofdstuk 5: De omgevingsvergunning/fysieke leefomgeving van de legesverordening vast te stellen conform bijgevoegd exemplaar (bijlage 1) om onderdeel uit te laten maken van de nog vast te stellen Legesverordening 2024, dan wel, bij verder uitstel van de Omgevingswet, de eerste legesverordening die wordt vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De verordening en tarieventabel kennen een aantal wijzigingen ten opzichte van Titel 1, Hoofdstuk 5 van de legesverordening voor 2023, waarvan de belangrijkste zijn: 1) Er wordt voorgesteld leges te heffen over milieubelastende activiteiten. 2) Er wordt voorgesteld leges te heffen over het omgevingsoverleg. 3) Er wordt voorgesteld leges in rekening te brengen voor het beoordelen van onderzoeksrapporten.

10

2. Geen participatie toe te passen op grond van artikel 2, lid 6, sub a van de Samenspraakverordening omdat dit besluit betrekking heeft op het wijzigen van tariefsoorten die voortvloeien uit hogere regelgeving en er geen of nauwelijks beleidsvrijheid is. Argumenten 1.1. Heffen van leges voor milieubelastende activiteiten In legesartikelen 1.5.11 t/m 1.5.14 van de voorgestelde legesverordening zijn tariefsoorten opgenomen voor milieubelastende activiteiten. De tariefstelling is aan de gemeente zelf. Het gaat niet langer om de milieu-inrichting als zodanig, maar om de activiteiten die milieubelastend en eventueel vergunningplichtig zijn. Alleen voor complexe bedrijven geldt nog een integrale vergunningplicht, maar daarvoor zijn gedeputeerde staten het bevoegde gezag. Veel bedrijven vallen onder algemene regels en hoeven geen vergunning aan te vragen. De behandeling van aanvragen is opgedragen aan de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). De kosten die verband houden met het behandelen van aanvragen liggen grotendeels bij ODH. Het aantal vergunningaanvragen over de afgelopen jaren voor inrichtingen bedraagt gemiddeld drie tot vier per jaar. Onder de Omgevingswet vervalt het begrip ‘inrichting’ en wordt dit vervangen door milieubelastende activiteiten. Dit kan invloed hebben op het aantal aanvragen en de tijdsinzet en kosten. De voorgestelde richting is om leges te heffen.

De belangrijkste argumenten: • principe om leges te heffen voor diensten en kosten waarvoor dat is toegestaan; • legesheffing heeft een positief effect op de gemeentelijke inkomsten; • legesheffing heeft geen invloed op het aanvragen van een vergunning. Het gaat om milieubelastende activiteiten die vergunningplichtig zijn en waarvoor de initiatiefnemer een aanvraag moet indienen. 1.2 Heffen van leges voor het omgevingsoverleg In de Legesverordening 2023 is een legestarief opgenomen - een vast bedrag zonder restitutie van € 390,25 voor een vooroverleg onder de Wabo. Dit betekent dat een groot deel van de kosten wordt verhaald via leges op de vergunningaanvraag. Er zijn geen legestarieven opgenomen voor andere diensten voorafgaand aan de vergunningaanvraag. De voorgestelde richting is om leges te heffen voor de omgevingstafel. De argumenten: • heffen van leges voor diensten en kosten waarvoor dat is toegestaan; • we heffen nu ook al leges voor het huidige vooroverleg; • de tijdsbesteding en kosten zijn niet beperkt en worden op verzoek van de initiatiefnemer gemaakt. Kosten en baten (indicatieve kosten en baten)

11

Voor het gehele voortraject ramen wij vooralsnog de totale jaarlijkse kosten op € 360.870,-. De indicatieve baten die wij in dit voorstel hebben toegevoegd in bijlage 4 komen uit op € 70.000,-. Dit betekent een kostendekkendheid van 19%. De baten zijn vooralsnog enkel maatgevend omdat we met indicatieve tarieven werken, maar geeft een beeld van de kosten en baten die het omgevingsoverleg meebrengt. Gezien de kosten die gemaakt worden door de gemeente in het voortraject, adviseren wij dit gedeeltelijk te verhalen op initiatiefnemers. Restitutie Bij de uiteindelijke aanvraag wordt vervolgens rekening gehouden met het feit dat er leges zijn betaald over de voorfase. Zo zit er bij kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten een verschil van € 1.000,- tussen een aanvraag waar wel en een aanvraag waar geen omgevingsoverleg heeft plaatsgevonden bij de indicatieve tarieven. In gevallen waar de buitenplanse aanvraag om omgevingsvergunning van een zodanige grote is dat deze niet zou vallen onder de huidige kruimelregeling – aanvragen waar momenteel een uitgebreide voorbereidingsprocedure voor dient te worden doorlopen (soorten aanvragen die vallen buiten Bijlage A) – wordt dit verschil groter: • wel een omgevingsoverleg: € 2.500,-; • geen omgevingsoverleg: € 7.000,-.

Er wordt voorgesteld met dergelijke verschillen te werken, omdat we er van uitgaan bij grote plannen drie (€ 3.000,-) of vier (€ 4.000,-) tafels nodig te hebben om tot een uitkomst te komen. De kosten die de initiatiefnemer maakt in het voortraject worden hierdoor tegemoetgekomen in het uiteindelijke vergunningtraject, om initiatiefnemers te stimuleren het voortraject te doorlopen.

Nogmaals wordt benadrukt dat de tarieven indicatief zijn. Deze worden enkel geïllustreerd om de systematiek van de legesverordening te illustreren. 1.3 Leges in rekening te brengen voor het beoordelen van onderzoeksrapporten. De behandeling van aanvragen om een omgevingsvergunning kan per aanvraag verschillen. Bij de tariefstelling voor de verschillende activiteiten is daarmee al zoveel mogelijk rekening gehouden door de omgevingsplanactiviteiten te onderscheiden tussen binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

12

Er kunnen desondanks bij bepaalde aanvragen aanvullende werkzaamheden nodig zijn. Bij het behandelen van de aanvraag moeten bijvoorbeeld een of meer onderzoeksrapporten worden beoordeeld. Om de werkelijke kosten zoveel mogelijk te (kunnen) benaderen zijn in hoofdstuk 5 van de legesverordening een aantal modaliteiten benoemd, die leiden tot een verhoging van leges voor de activiteit (legesartikel 1.5.35). Kanttekeningen Voor genoemde tarieven geldt dat deze vooralsnog maatgevend zijn. De tarieven dienen enkel als indicatie en worden pas bij de definitieve vaststelling van de Legesverordening 2024 vastgesteld, dan wel, bij verder uitstel van de Omgevingswet, bij de eerste legesverordening die wordt vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bij wijzigingen van de tariefsoorten in het voorstel tot vaststellen van de Legesverordening 2024, dan wel, bij verder uitstel van de Omgevingswet, bij de eerste legesverordening die wordt vastgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zullen deze wijzigingen expliciet genoemd worden. Financiën De enkele vaststelling van Titel 1, Hoofdstuk 5 van de legesverordening heeft vooralsnog geen invloed op de financiën, nu enkel de tariefsoorten worden vastgesteld. Bij de perspectiefnota 2024 zal een inschatting worden gegeven van de legesopbrengsten voor 2024.

Controleprotocol Geen gevolgen voor het controleprotocol. Participatie en Communicatie Het raadbesluit wordt elektronisch bekend gemaakt in het Gemeenteblad. Over dit besluit wordt geen participatie toegepast omdat sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft (artikel 2 lid 6 sub a Samenspraakverordening). Over dit besluit geen referendum mogelijk te maken, omdat het hier gaat om de vaststelling en wijzigingen van gemeentelijke belastingen. Zodra bekend is wanneer de Omgevingswet en Wkb in werking treden, zal via een stevige campagne duidelijk worden gemaakt welke veranderingen deze forse wetswijzigingen met zich meebrengen. Duurzaamheid Niet van toepassing in het kader (belastingen) van de voorgestelde wijzigingen. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Niet van toepassing in het kader (belastingen) van de voorgestelde wijzigingen. Rapportage en evaluatie Niet van toepassing in het kader (belastingen) van de voorgestelde wijzigingen. Echter, de Omgevingswet en Wkb zullen komende jaren veranderingen blijven aanbrengen aan het ruimtelijk domein. Denk hierbij aan de inwerkingtreding van categorie 2/3 van de Wkb, waardoor meer (technische) bouwaanvragen naar de kwaliteitsborger zullen gaan en de mogelijke inwerkingtreding van een gemeentelijk Omgevingsplan.

Er dient jaarlijks te worden gemonitord welke veranderingen er dat jaar plaatsvinden en de mogelijke consequenties van die veranderingen op de leges. 13

Planning Met dit voorstel worden tariefsoorten (de legessystematiek) vastgesteld. Tarieven blijven vooralsnog achterwege. De tarieven komen later dit jaar aan bod. De planning is om: Medio april: de tariefsoorten vast te stellen. Q2/Q3: de tarieven vast te stellen. Q4: de legesverordening 2024 vast te stellen met inachtneming van de dan al reeds vastgestelde tarieven en tariefsoorten.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=4f990fc7-9b2f-41e3-9fcd-eb3b320be31a