Raadsvoorstel - Volledig recreatief lachgasverbod
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp
Volledig verbod recreatief lachgas
Zaakid
0637707381
Auteur
Marcel Janssen m.j.janssen@zoetermeer.nl 079 – 346.84.74
Gemeentesecretaris
Huykman, B.J.D.
Directeur
P.W. Verhoeven
Portefeuillehouder
Burgemeester Bezuijen
Medeverantwoordelijke(n)
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s)
Programma 5 Veiligheid
Eerdere besluitvorming Samenvatting
Bijlagen
Het gebruik van lachgas neemt, vooral onder jongeren, verontrustende vormen aan. De geluiden over (blijvende) schade voor de gezondheid van jongeren en verkeersonveilige situaties nemen toe. Ook in Zoetermeer. Het college stelt de raad voor een volledig recreatief lachgasverbod voor het gehele grondgebied van de stad in de Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer op te nemen. Momenteel is het verboden lachgas voorhanden te hebben en/of te gebruiken als dit met overlast gepaard gaat. Wordt iemand aangetroffen met lachgas, zonder dat er sprake is van overlast, dan kan er niet worden gehandhaafd. Alleen in door de burgemeester aangewezen gebieden is het mogelijk te handhaven als een persoon met lachgas wordt aangetroffen of lachgas gebruikt, zonder dat dit met overlast gepaard gaat. Om een volledig verbod op lachgas voor het grondgebied van de gehele stad te realiseren, ook zonder dat er sprake is van overlast, moet de Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer als volgt worden aangepast: 1. de burgemeester verliest zijn bevoegdheid om gebieden aan te wijzen. In geval van een volledig verbod op lachgas is die bevoegdheid niet langer nodig. 2. de koppeling tussen de aanwezigheid/het gebruik van lachgas met het veroorzaken van overlast wordt verbroken. Voor de verkoop van lachgas is geen afzonderlijke bepaling nodig. Dit is op basis van het ventverbod al niet mogelijk.
Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte.
Raadsbesluit 0637707381 Volledig verbod recreatief lachgas
De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 juni 2021 besluit 1. De Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer als volgt te wijzigen: Bestaande tekst (schrappingen schuin Nieuwe tekst (aanvullingen vet gedrukt) gedrukt)
o o
Artikel 2:36 Gebruik van drank of softdrugs 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door de burgemeester aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing voor zover artikel 45 van de Drank- en Horecawet van toepassing is. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als o bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld o onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. 4. Het is verboden op of aan de weg, op het openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw lachgas en/of middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben als dit gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast of anderszins overlast veroorzaakt. 5.
Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen of weggedeelten lachgas en/of middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 6:1a Bestuurlijke boete overlastfeiten openbare ruimte 1. Overtreding door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon van het bij of krachtens het de volgende artikelen bepaalde of de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete:
datum print: vrijdag 25 juni 2021
Artikel 2:36 Gebruik van drank drugs en/of lachgas 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, op het openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw die deel uitmaken van een door de burgemeester aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing voor zover artikel 45 van de Drank- en Horecawet van toepassing is. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. 4. Het is verboden op een openbare plaats, op het openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben als dit gepaard gaat met gedrag dat de openbare orde verstoort, het woon- en leefklimaat aantast of anderszins overlast veroorzaakt. 5.
Het is verboden op een door de burgemeester aangewezen openbare plaats, op het openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. 6. Het is verboden op een openbare plaats, op het openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw lachgas als roesmiddel recreatief te gebruiken, toe te dienen, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel 6:1a Bestuurlijke boete overlastfeiten openbare ruimte 1. Overtreding door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon van het bij of krachtens het de volgende artikelen bepaalde of de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete: 2:4, lid 1; 2:4, lid 4; 2:5, lid 1; 2:6, lid 1; 2:7, lid 1; 2:8,
2
Bestaande tekst (schrappingen schuin gedrukt)
Nieuwe tekst (aanvullingen vet gedrukt)
2:4, lid 1; 2:4, lid 4; 2:5, lid 1; 2:6, lid 1; 2:7, lid 1; 2:8, lid 1; 2:8, lid 2; 2:9; 2:11, lid 1a; 2:11, lid 1b; 2:13, lid 1; 2:14; 2:15a, lid 1; 2:16, lid 1; 2:17, lid 2; 2:18, lid 2; 2:19; 2:20; 2:21; 2:25, lid 1; 2:30a, lid 2; 2:30a, lid 3; 2:31, lid 1; 2:31, lid 2; 2:32, lid 1; 2:32, lid 2; 2:32, lid 5; 2:33, lid 1; 2:35, lid 1.a; 2:35, lid 1.b; 2:36, lid 1; 2:36, lid 4; 2:36, lid 5; 2:37, lid 1; 2:37, lid 2; 2:38; 2:38a, lid 1; 2:38a, lid 2; 2:39, lid 1; 2:39, lid 2; 2:39, lid 3; 2:40; 2:41, lid 1a; 2:41, lid 1b; 2:41, lid 1c; 2:42, lid 1; 2:42, lid 5; 2:42, lid 6; 2:43, lid 2; 2:43, lid 3; 2:43, lid 4; 2:44, lid 1; 2:47, lid 1; 2:47, lid 2; 2:49, lid 1; 2:49, lid 2; 2:49a lid 1; 2:49a, lid 2;2:52c, lid 4; 2:52c, lid 5; 3:9, lid 1; 3:9, lid 2; 3:10, lid 1; 4:5, lid 1; 4:5a; 4:6; 4:7; 4:8; 4:8a, lid 2; 4:15, lid 1; 4:15, lid 2; 4:16; 4:18, lid 1; 5:2, lid 1; 5:2, lid 2; 5:3, lid 1; 5:4, lid 1; 5:5, lid 1; 5:6, lid 1; 5:7, lid 1; 5:8, lid 1; 5:9, lid 1; 5:10, lid 1; 5:10, lid 2; 5:10, lid 3; 5:11, lid 1; 5:13, lid 1; 5:13, lid 2; 5:16, lid 1; 5:19, lid 1; 5:20, lid 1; 5:23, lid 1; 5:23a, lid 2; 5:23a, lid 3; 5:24, lid 1; 5:24, lid 2; 5:25, lid 1; 5:26, lid 1. 2. De boetebedragen als genoemd in de bijlage ‘Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte’ bij dit artikel, vast te stellen. 3.
Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel is begaan door een natuurlijke persoon, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift. 4. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een natuurlijke persoon die twaalf, dertien, veertien of vijftien jaar oud is, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift gehalveerd. 5. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een rechtspersoon, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke persoon verdubbeld. 6. Bij overtreding door een natuurlijke persoon die twaalf, dertien, veertien of vijftien jaar oud is, van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift gehalveerd. 7.
De op te leggen bestuurlijke boete kan worden verdubbeld, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, is geconstateerd en de bestuurlijke boete voor de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. 8. Het college kan de boetebedragen als vermeld in de bijlage ‘Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte’ bij dit artikel, aanpassen.
lid 1; 2:8, lid 2; 2:9; 2:11, lid 1a; 2:11, lid 1b; 2:13, lid 1; 2:14; 2:15a, lid 1; 2:16, lid 1; 2:17, lid 2; 2:18, lid 2; 2:19; 2:20; 2:21; 2:25, lid 1; 2:30a, lid 2; 2:30a, lid 3; 2:31, lid 1; 2:31, lid 2; 2:32, lid 1; 2:32, lid 2; 2:32, lid 5; 2:33, lid 1; 2:35, lid 1.a; 2:35, lid 1.b; 2:36, lid 1; 2:36, lid 4; 2:36, lid 5; 2:36, lid 6; 2:37, lid 1; 2:37, lid 2; 2:38; 2:38a, lid 1; 2:38a, lid 2; 2:39, lid 1; 2:39, lid 2; 2:39, lid 3; 2:40; 2:41, lid 1a; 2:41, lid 1b; 2:41, lid 1c; 2:42, lid 1; 2:42, lid 5; 2:42, lid 6; 2:43, lid 2; 2:43, lid 3; 2:43, lid 4; 2:44, lid 1; 2:47, lid 1; 2:47, lid 2; 2:49, lid 1; 2:49, lid 2; 2:49a lid 1; 2:49a, lid 2;2:52c, lid 4; 2:52c, lid 5; 3:9, lid 1; 3:9, lid 2; 3:10, lid 1; 4:5, lid 1; 4:5a; 4:6; 4:7; 4:8; 4:8a, lid 2; 4:15, lid 1; 4:15, lid 2; 4:16; 4:18, lid 1; 5:2, lid 1; 5:2, lid 2; 5:3, lid 1; 5:4, lid 1; 5:5, lid 1; 5:6, lid 1; 5:7, lid 1; 5:8, lid 1; 5:9, lid 1; 5:10, lid 1; 5:10, lid 2; 5:10, lid 3; 5:11, lid 1; 5:13, lid 1; 5:13, lid 2; 5:16, lid 1; 5:19, lid 1; 5:20, lid 1; 5:23, lid 1; 5:23a, lid 2; 5:23a, lid 3; 5:24, lid 1; 5:24, lid 2; 5:25, lid 1; 5:26, lid 1.
datum print: vrijdag 25 juni 2021
2. De boetebedragen als genoemd in de bijlage ‘Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte’ bij dit artikel, vast te stellen. 3. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel is begaan door een natuurlijke persoon, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift. 4. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een natuurlijke persoon die twaalf, dertien, veertien of vijftien jaar oud is, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift gehalveerd. 5. Indien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een rechtspersoon, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke persoon verdubbeld. 6. Bij overtreding door een natuurlijke persoon die twaalf, dertien, veertien of vijftien jaar oud is, van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift gehalveerd. 7.
De op te leggen bestuurlijke boete kan worden verdubbeld, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, is geconstateerd en de bestuurlijke boete voor de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. 8. Het college kan de boetebedragen als vermeld in de bijlage ‘Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte’ bij dit artikel, aanpassen. Daarbij gelden voor het
3
o o
Bestaande tekst (schrappingen schuin gedrukt)
Nieuwe tekst (aanvullingen vet gedrukt)
Daarbij gelden voor het college naast de wettelijke maxima van de boetebedragen de volgende uitgangspunten: o - de aanpassing die de minister van Justitie en o Veiligheid doet; - het algemene stijgingspercentage, dat gebruikt wordt voor de leges en heffingen.
college naast de wettelijke maxima van de boetebedragen de volgende uitgangspunten: - de aanpassing die de minister van Justitie en Veiligheid doet; - het algemene stijgingspercentage, dat gebruikt wordt voor de leges en heffingen.
2. De bestuurlijke boete voor het overtreden van het lachgasverbod vast te stellen op 95 euro. 3. De op basis van lid 2 aangepaste bijlage bij artikel 6:1a Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte vast te stellen. Op grond van artikel 1, lid 3 onder i van de Referendumverordening geen referendum te houden over dit besluit omdat het noodzakelijk is het lachgasverbod nog vóór de zomerperiode in werking te laten treden. Dit besluit treedt de dag na de bekendmaking ervan in werking.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 12 juli 2021 de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
datum print: vrijdag 25 juni 2021
4
Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding Het gebruik van lachgas neemt, vooral onder jongeren, verontrustende vormen aan. De geluiden over (blijvende) schade voor de gezondheid van jongeren alsmede verkeersonveilige situaties, nemen toe. Ook in Zoetermeer. Het college stelt de raad voor een volledig lachgasverbod in de stad in de Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer (verder: Apv) op te nemen. Beoogd effect Het voorkomen van verstoringen van de openbare orde en het voorkomen van gezondheidsschade bij met name jongeren. Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s De Apv kent al regels omtrent het gebruik van lachgas. Momenteel is het verboden lachgas voorhanden te hebben en/of te gebruiken als dit met overlast gepaard gaat. Wordt iemand aangetroffen met lachgas, zonder dat er sprake is van overlast, dan kan er niet worden gehandhaafd. Alleen in door de burgemeester aangewezen gebieden is het mogelijk te handhaven als een persoon met lachgas wordt aangetroffen of lachgas gebruikt, zonder dat dit met overlast gepaard gaat. De burgemeester heeft nog geen gebieden aangewezen. Om een volledig verbod op recreatief lachgas voor het gehele grondgebied van de stad te realiseren, ook zonder dat er sprake is van overlast, moet de Apv als volgt worden aangepast: 1. de burgemeester verliest zijn bevoegdheid om gebieden aan te wijzen.
In het geval van een volledig verbod op lachgas is die bevoegdheid overbodig; 2. de koppeling tussen het voorhanden hebben en/of het gebruik van lachgas en het veroorzaken van overlast wordt verbroken. Om ervoor te zorgen dat mensen nog wel met, bijvoorbeeld, slagroomspuiten, over straat kunnen, is in het Apv-artikel opgenomen dat het met gaan om ‘recreatief gebruik’ van lachgas. Voor de verkoop van lachgas is geen afzonderlijke bepaling nodig. Deze verkoop is op basis van het ventverbod al niet mogelijk. De raad wordt voorgesteld het bedrag van de bestuurlijke boete bij overtreding van het lachgasverbod, vast te stellen op 95 euro. Dat is hetzelfde bedrag dat van toepassing is bij overtreding van het alcoholnuttigings- en drugsverbod. Artikel 6:1a, lid 1 van de Apv wordt daartoe aangepast. Evenals de bijlage Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte. Een vraag die nog gesteld kan worden is: waarom maakt de burgemeester geen gebruik van zijn bevoegdheid om het grondgebied van de gehele gemeente aan te wijzen als gebied waar lachgas verboden is? In principe is dit niet mogelijk. Het is buitenproportioneel als de burgemeester besluit het gehele grondgebied van de gemeente aan te wijzen. Daarnaast kan een verbodsbepaling, zoals een lachgasverbod, alleen door de raad worden vastgesteld.
Een lachgasverbod is daarmee te vergelijken met het verbod om inbrekerswerktuigen in de stad bij zich te hebben/te vervoeren. Ook dat is door de raad voor de gehele stad verboden (artikel 2:34 Apv).
datum print: vrijdag 25 juni 2021
5
De VNG verwacht dat een algemeen lachgasverbod voor de rechter geen stand houdt. De VNG is van mening dat de onderbouwing, er moet sprake zijn van een verstoring van de openbare orde of van overlast op het gehele grondgebied van de gemeente, ‘niet goed te geven’ is. Dit gegeven vormt geen belemmering het volledige recreatieve lachgasverbod in de Apv op te nemen. Vooral omdat het voorkomen van (blijvende) gezondheidsschade bij met name jongeren, een belangrijk argument is voor het verbod. Het gaat niet alleen om het tegengaan van overlast of het voorkomen van verstoringen van de openbare orde. De rechter kan daar uiteraard anders over oordelen. Dat moet de handhavingspraktijk uitwijzen. Daarnaast zijn nog de volgende wijzigingen verwerkt. De term ‘weg’ wordt in lid 4 en 5 (die betrekking hebben op drugs) van artikel 2:36 vervangen door ‘openbare plaats’. ‘Openbare plaats’ heeft een bredere betekenis dan ‘weg’. De drugsverboden gelden dan bijvoorbeeld ook in parken en speelweiden. In lid 1 en lid 5 zijn daarnaast ‘op het openbaar water’ en ‘in een voor publiek toegankelijk gebouw’ toegevoegd. Hierdoor wordt in de leden 1, 4, 5 en 6 dezelfde terminologie gebruikt. Ook de titel van artikel 2:36 wordt gewijzigd. Dat ook lachgas en harddrugs op grond van dit artikel zijn verboden, blijkt niet uit de titel.
Door ‘softdrugs’ in de titel te vervangen door ‘drugs’ en door ‘lachgas’ in de titel op te nemen, wordt dit gebrek hersteld. Argumenten 1. Volledig lachgasverbod 1.1. Voorkomen van gezondheidsschade bij met name jongeren. 1.2. Voorkomen van overlast en verstoringen van de openbare orde. 1.3. Het voorkomen van verkeersonveilige situaties. Kanttekeningen 1. Volledig lachgasverbod Het is niet zeker dat dit verbod voor de rechter standhoudt. Financiën Niet van toepassing. Controleprotocol Niet van toepassing. Participatie en Communicatie Het raadsbesluit wordt electronisch bekend gemaakt. Duurzaamheid Niet van toepassing. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Niet van toepassing. Rapportage en evaluatie Niet vantoepassing.
datum print: vrijdag 25 juni 2021
6