Raadsvoorstel Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp
Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022
Zaakid
2022-005478
Auteur
Margot de Vaal en Margriet Panman +31793469642 en +31793469567 M.M.de.Vaal@zoetermeer.nl en M.Panman@zoetermeer.nl
Gemeentesecretaris
Huykman, B.J.D.
Directeur
E.C.R.H. Eijkelberg
Portefeuillehouder
Wethouder Paalvast
Medeverantwoordelijke(n)
Uiterste behandeldatum (+ reden)
Programma(s) Eerdere besluitvorming
Samenvatting
Juni 2022 vaststelling door de raad Toelichting: Vaststelling door de raad voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is noodzakelijk (planning Rijk is 1 oktober 2022 of 1 januari 2023). De taken en bevoegdheden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (hierna CRK), stadsbouwmeester en erfgoedcommissie vervallen van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering van de advisering moet de gemeente een nieuwe verordening vaststellen, die tegelijk met de Omgevingswet in werking treedt. Ook moeten de commissieleden opnieuw worden (her)benoemd. Daarna zal de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het reglement van orde dienen vast te stellen in hun eerstvolgende vergadering nadat het raadsbesluit is genomen, maar voordat de Omgevingswet in werking is getreden. Programma 7 Inrichting van de stad Raadsvoorstel Benoeming stadsbouwmeester d.d. 5 oktober 20215 Raadsvoorstel Benoeming tweede erfgoedlid CRK Raadsmemo Afdoening toezegging 374: kaders overleggen stadsbouwmeester Raadsmemo Verslag evaluatie stadsbouwmeester en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Raadsvoorstel Benoeming leden Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Stadsbouwmeester De taken en bevoegdheden van de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vervallen van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Ter continuering van de advisering door de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit moet een nieuwe verordening worden vastgesteld en moeten de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit opnieuw worden (her)benoemd. In de voorliggende Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022: a. Blijft de advisering door de stadsbouwmeester, de erfgoedcommissie en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vergelijkbaar blijft met de huidige inrichting. We blijven
b.
c.
d.
e. f.
g.
werken met een stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Is bepaald dat burgemeester en wethouders verplicht zijn de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit advies te vragen over het ontwikkelen van beleid en projectdocumenten op het gebied van omgevingskwaliteit en monumentenzorg. Is bepaald dat de verplichting tot openbaar vergaderen betrekking heeft op aanvragen voor een omgevingsvergunning en vergaderingen waarin de definitieve adviezen worden behandeld inzake beleid en projectdocumenten. Wordt door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit binnen de kaders van deze verordening een reglement van orde vastgesteld. In dit reglement legt de commissie hun werkwijze vast. Is de periodieke evaluatie van het functioneren van de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is voorgeschreven. Is bepaald dat de stadsbouwmeester en de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in het vervolg worden benoemd voor in eerste instantie twee jaar, waarna twee keer een verlenging van drie jaar mogelijk is. Is een juridische basis gecreëerd voor het benoemen van en werken met een supervisor, een kwaliteitsteam of andere adviseurs op het gebied van omgevingskwaliteit ten behoeve van gebiedsontwikkelingen.
De (her)benoemingen van de commissieleden, stadsbouwmeester en leden van de erfgoedcommissie betreffen dezelfde personen als degenen die nu zijn (her)benoemd. In het raadsbesluit zijn tot slot ook beslispunten opgenomen die gaan over de taken van de stadsbouwmeester en de erfgoedcommissie. Dit is nodig, omdat de stadsbouwmeester in de Omgevingswet als wettelijk figuur is vervallen. Voor de erfgoedcommissie is een vergelijkbare juridische constructie gekozen als voor de stadsbouwmeester. Zowel de stadsbouwmeester als erfgoedcommissie werken voortaan onder de verantwoordelijkheid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De feitelijke takenpakketten blijven daarentegen vergelijkbaar met de huidige taken. Bijlagen
1. Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 2. Toelichting op de Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022
2
Raadsbesluit 2022-005478 Raadsvoorstel Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 februari 2022 besluit 1. De Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 (bijlage 1 en 2) vast te stellen, waarin: a. de advisering door de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vergelijkbaar blijft met de huidige inrichting, namelijk: i. om een stadsbouwmeester te benoemen met vergelijkbare taken als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; ii. om een erfgoedcommissie te benoemen met vergelijkbare taken als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; iii. het werken met een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit met dezelfde samenstelling en vergelijkbare taken als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. b. is bepaald dat burgemeester en wethouders verplicht zijn de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit advies te vragen over het ontwikkelen van beleid en projectdocumenten op het gebied van omgevingskwaliteit en monumentenzorg; c. is bepaald dat de verplichting tot openbaar vergaderen betrekking heeft op aanvragen voor een omgevingsvergunning en vergaderingen waarin de definitieve adviezen worden behandeld inzake beleid en projectdocumenten; d.
door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit binnen de kaders van deze verordening een reglement van orde wordt vastgesteld. In dit reglement komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: i. de werkwijze bij advisering over omgevingsvergunningen, de aanwijzing of het afvoeren van een monument of beschermd stadsgezicht, omgevingskwaliteitskaders en de aanstelling van supervisors; ii. de werkwijze bij advisering over een vooroverleg; iii. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en betrokken partijen worden uitgenodigd; iv. de vergaderorde; v. de werkwijze bij verzoeken om spreektijd van belanghebbenden en toehoorders; vi. de notulering en dossiervorming; vii. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; viii. de werkwijze van de stadsbouwmeester; ix. de werkwijze van de erfgoedcommissie; x. de selectie en voordracht van kandidaat-leden; e. de periodieke evaluatie van het functioneren van de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is voorgeschreven; f. is bepaald dat de stadsbouwmeester en de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in het vervolg worden benoemd voor in eerste instantie twee jaar, waarna twee keer een verlenging van drie jaar mogelijk is; g.
een juridische basis is gecreëerd voor het benoemen van en werken met een supervisor, een kwaliteitsteam of andere adviseurs op het gebied van omgevingskwaliteit ten behoeve van gebiedsontwikkelingen; 2. Het raadsbesluit van 5 oktober 2015: ‘Vóór het einde van de zittingstermijn van 3 jaar — na circa 2,5 jaar — wordt het functioneren van de stadsbouwmeester en de commissie door de betrokken afdelingen en de gemeenteraad geëvalueerd’, in te trekken;
3
3.
De heer R.G. Knappers te benoemen als stadsbouwmeester en als voorzitter van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en als voorzitter van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 1 oktober 2024; 4. De heer M. Enderman te herbenoemen als: a. lid erfgoed van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en plaatsvervangend stadsbouwmeester en plaatsvervangend voorzitter Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; b. lid van de erfgoedcommissie en plaatsvervangend voorzitter van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 20 juli 2024; 5. Mevrouw J.M. van Geest te benoemen als lid erfgoed van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en lid van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 1 augustus 2023; 6. De heer J.M. van Linge te herbenoemen als lid landschapsarchitectuur van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor een periode lopend tot 20 juli 2024; 7. Mevrouw M.M. Peters te herbenoemen als lid stedenbouw van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor een periode lopend tot 20 juli 2024; 8. De heer M.E. van Bremen te benoemen als lid architectuur van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en plaatsvervangend stadsbouwmeester en plaatsvervangend voorzitter van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en plaatsvervangend voorzitter van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 20 juli 2024; 9. De stadsbouwmeester de volgende taken te geven: a.
artikel 2, tweede lid, onder a, onderdeel 4 van de verordening: de toepassing van de regels in het omgevingsplan zelf, indien de stadsbouwmeester als adviseur is aangewezen (welstandsadvisering over het bouwen van bouwwerken); b. artikel 2, derde lid, onder a van de verordening: (advisering over omgevingskwaliteit bij omgevingsvergunningen die niet zijn genoemd in artikel 2, tweede lid); c. artikel 2, derde lid, onder b van de verordening: advisering in gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten vanwege een verkenning uitgevoerd door het waterschap, de provincie of het Rijk in het kader van een projectbesluit, en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; d. artikel 2, derde lid onder c van de verordening: advisering over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen, zoals bedoeld in artikel 149 van de Gemeentewet, die een eis ten aanzien van een goede omgevingskwaliteit bevatten. Hierbij kan worden gedacht aan standplaatsvergunningen; e. artikel 2, derde lid onder d van de verordening: artikel 2, derde lid, onder d: advisering over het stellen van maatwerkvoorschriften in het kader van repressief toezicht en in verband met de zorg voor het uiterlijk van bouwwerken; f.
artikel 2, vierde lid, onder a van de verordening: kan de stadsbouwmeester ook op eigen initiatief adviseren over zijn taken; g. artikel 2, vierde lid onder b van de verordening: informeert en begeleidt de stadsbouwmeester op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; h. artikel 2, vierde lid onder c van de verordening: voert de stadsbouwmeester op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; 10. De erfgoedcommissie de volgende taken te geven: a. artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 2 en 3 van de verordening: advisering over omgevingsplanactiviteiten aangaande een (voorbeschermd) gemeentelijk monument of een (voorbeschermd) beschermd stads- of dorpsgezicht; b. artikel 2, tweede lid, onderdeel 4 van de verordening: advisering over omgevingsplanactiviteiten in geval de erfgoedcommissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; c. artikel 2, derde lid, onder d van de verordening: advisering over het stellen van maatwerkvoorschriften in het kader van repressief toezicht en in verband met de zorg voor cultureel erfgoed (en werelderfgoed); 4
d. artikel 2, vierde lid, onder a, b en c van de verordening voor zover dit de zorg voor cultureel erfgoed betreft: i. kan de erfgoedcommissie ook op eigen initiatief adviseren over zijn taken; ii. informeert en begeleidt de erfgoedcommissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; iii. voert de erfgoedcommissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning. 11. Over dit besluit geen samenspraak (participatie1) toe te passen, omdat het een interne organisatorische aangelegenheid betreft (artikel 2 lid 6 sub d Samenspraakverordening). Over de besluitpunten 3 tot en met 8 geen referendum mogelijk te maken, omdat het een individuele kwestie, namelijk een benoeming, betreft. Deze besluitpunten treden tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. De besluitpunten 1,2, 9, 10 en 11 treden eveneens in werking tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet). Tenzij over deze besluitpunten een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 19 april 2022 de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
1 Omdat in de Samenspraakverordening de term samenspraak wordt gebruikt, is in het dictum van het
besluit deze term opgenomen.
5
Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding De taken en bevoegdheden van de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vervallen van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering van de advisering door de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit moet een nieuwe verordening worden vastgesteld en moeten de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit opnieuw worden (her)benoemd. Beoogd effect Een goede omgevingskwaliteit is één van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Iedere gemeente in Nederland dient daarom een verordening vast te stellen en benoemingsbesluiten te nemen voor de gemeentelijke commissie die het gemeentelijk bestuur adviseert over omgevingskwaliteit. Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s 1.
De Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 (bijlage 1 en 2) vast te stellen, waarin: a. de advisering door de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vergelijkbaar blijft met de huidige inrichting, namelijk: i. om een stadsbouwmeester te benoemen met vergelijkbare taken als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; ii. om een erfgoedcommissie te benoemen met vergelijkbare taken als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; iii. het werken met een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit met dezelfde samenstelling en vergelijkbare taken als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. b. is bepaald dat burgemeester en wethouders verplicht zijn de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit advies te vragen over het ontwikkelen van beleid en projectdocumenten op het gebied van omgevingskwaliteit en monumentenzorg; c. is bepaald dat de verplichting tot openbaar vergaderen betrekking heeft op aanvragen voor een omgevingsvergunning en vergaderingen waarin de definitieve adviezen worden behandeld inzake beleid en projectdocumenten; d. door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit binnen de kaders van deze verordening een reglement van orde wordt vastgesteld. In dit reglement komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: i.
de werkwijze bij advisering over omgevingsvergunningen, de aanwijzing of het afvoeren van een monument of beschermd stadsgezicht, omgevingskwaliteitskaders en de aanstelling van supervisors; ii. de werkwijze bij advisering over een vooroverleg; iii. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en betrokken partijen worden uitgenodigd; iv. de vergaderorde; v. de werkwijze bij verzoeken om spreektijd van belanghebbenden en toehoorders; vi. de notulering en dossiervorming; vii. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; viii. de werkwijze van de stadsbouwmeester; ix. de werkwijze van de erfgoedcommissie; x. de selectie en voordracht van kandidaat-leden; e. de periodieke evaluatie van het functioneren van de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is voorgeschreven;
6
f.
is bepaald dat de stadsbouwmeester en de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in het vervolg worden benoemd voor in eerste instantie twee jaar, waarna twee keer een verlenging van drie jaar mogelijk is; g. een juridische basis is gecreëerd voor het benoemen van en werken met een supervisor, een kwaliteitsteam of andere adviseurs op het gebied van omgevingskwaliteit ten behoeve van gebiedsontwikkelingen; 2. Het raadsbesluit van 5 oktober 2015: ‘Vóór het einde van de zittingstermijn van 3 jaar — na circa 2,5 jaar — wordt het functioneren van de stadsbouwmeester en de commissie door de betrokken afdelingen en de gemeenteraad geëvalueerd’, in te trekken; 3. De heer R.G. Knappers te benoemen als stadsbouwmeester en als voorzitter van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en als voorzitter van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 1 oktober 2024; 4. De heer M. Enderman te herbenoemen als: a. lid erfgoed van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en plaatsvervangend stadsbouwmeester en plaatsvervangend voorzitter Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; b. lid van de erfgoedcommissie en plaatsvervangend voorzitter van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 20 juli 2024; 5. Mevrouw J.M. van Geest te benoemen als lid erfgoed van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en lid van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 1 augustus 2023; 6. De heer J.M.
van Linge te herbenoemen als lid landschapsarchitectuur van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor een periode lopend tot 20 juli 2024; 7. Mevrouw M.M. Peters te herbenoemen als lid stedenbouw van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor een periode lopend tot 20 juli 2024; 8. De heer M.E. van Bremen te benoemen als lid architectuur van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en plaatsvervangend stadsbouwmeester en plaatsvervangend voorzitter van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en plaatsvervangend voorzitter van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 20 juli 2024; 9. De stadsbouwmeester de volgende taken te geven: a. artikel 2, tweede lid, onder a, onderdeel 4 van de verordening: de toepassing van de regels in het omgevingsplan zelf, indien de stadsbouwmeester als adviseur is aangewezen (welstandsadvisering over het bouwen van bouwwerken); b. artikel 2, derde lid, onder a van de verordening: (advisering over omgevingskwaliteit bij omgevingsvergunningen die niet zijn genoemd in artikel 2, tweede lid); c.
artikel 2, derde lid, onder b van de verordening: advisering in gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten vanwege een verkenning uitgevoerd door het waterschap, de provincie of het Rijk in het kader van een projectbesluit, en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; d. artikel 2, derde lid onder c van de verordening: advisering over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen, zoals bedoeld in artikel 149 van de Gemeentewet, die een eis ten aanzien van een goede omgevingskwaliteit bevatten. Hierbij kan worden gedacht aan standplaatsvergunningen; e. artikel 2, derde lid onder d van de verordening: artikel 2, derde lid, onder d: advisering over het stellen van maatwerkvoorschriften in het kader van repressief toezicht en in verband met de zorg voor het uiterlijk van bouwwerken; f. artikel 2, vierde lid, onder a van de verordening: kan de stadsbouwmeester ook op eigen initiatief adviseren over zijn taken; g. artikel 2, vierde lid onder b van de verordening: informeert en begeleidt de stadsbouwmeester op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; h.
artikel 2, vierde lid onder c van de verordening: voert de stadsbouwmeester op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; 10. De erfgoedcommissie de volgende taken te geven: 7
a.
artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 2 en 3 van de verordening: advisering over omgevingsplanactiviteiten aangaande een (voorbeschermd) gemeentelijk monument of een (voorbeschermd) beschermd stads- of dorpsgezicht; b. artikel 2, tweede lid, onderdeel 4 van de verordening: advisering over omgevingsplanactiviteiten in geval de erfgoedcommissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; c. artikel 2, derde lid, onder d van de verordening: advisering over het stellen van maatwerkvoorschriften in het kader van repressief toezicht en in verband met de zorg voor cultureel erfgoed (en werelderfgoed); d. artikel 2, vierde lid, onder a, b en c van de verordening voor zover dit de zorg voor cultureel erfgoed betreft: i. kan de erfgoedcommissie ook op eigen initiatief adviseren over zijn taken; ii. informeert en begeleidt de erfgoedcommissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; iii. voert de erfgoedcommissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning. 11. Over dit besluit geen samenspraak (participatie2) toe te passen, omdat het een interne organisatorische aangelegenheid betreft (artikel 2 lid 6 sub d Samenspraakverordening).
Argumenten 1a.1 Dit is in overeenstemming met de uitkomst van de evaluatie van de stadsbouwmeester en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit In het verslag van de evaluatie, d.d. 11 maart 2021 is bij handelingsperspectief a.1 hierover aangegeven dat het de intentie van het college is om bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet de kwaliteitsadvisering niet wezenlijk te veranderen. Weliswaar geeft de Omgevingswet meer vrijheid inzake het inrichten van een adviesstelsel, maar de opzet met een stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is qua samenstelling en taakomschrijving toegerust om ook onder de Omgevingswet te kunnen adviseren. 1b.1 Dit is in overeenstemming met de uitkomst van de evaluatie van de stadsbouwmeester en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit In het verslag van de evaluatie, d.d. 11 maart 2021 is bij handelingsperspectief c.3 hierover aangegeven dat bij het doorvoeren van verbeteringen eraan wordt gedacht om de belangrijkste uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit in kaderstellende documenten op te nemen. Over deze kaderstellende documenten moet op basis van de voorliggende verordening advies worden gevraagd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. 1c.1 Dit is in overeenstemming met de raadsmemo ‘Afdoening toezegging 374: kaders overleggen stadsbouwmeester’.
In deze memo heeft het college aangegeven dat vooroverleg met de stadsbouwmeester en CRK in een vroeg stadium mogelijk moet zijn, voordat de plannen openbaar bekend zijn. Daarna zullen plannen, als deze worden doorgezet, behandeld worden in een openbare vergadering en een schriftelijk openbaar welstandsadvies. 1c.2 De verplichting tot openbaar vergaderen heeft betrekking op vergaderingen waarin de welstandsadviezen over aanvragen om omgevingsvergunningen worden vastgesteld. Dit wordt bevestigd door de toelichting op het VNG Model Verordening op de gemeentelijke adviescommissie (nieuw) | VNG (zie bladzijde 14).
2 Omdat in de Samenspraakverordening de term samenspraak wordt gebruikt, is in het dictum van het
besluit deze term opgenomen.
8
1d.1 Dit volgt uit de VNG Model verordening op de gemeentelijke adviescommissie In artikel 12 van de modelverordening staat dat de commissie haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vaststelt in een reglement van orde. In de toelichting op dit artikel is aangegeven dat juridisch gezien het reglement van orde in de verordening zelf hoeft te worden opgenomen. Ook de onderwerpen die in het reglement aan de orde moeten komen, volgt grotendeels uit de modelverordening. Een onderwerp dat niet uit de modelverordening volgt is: ‘de werkwijze bij verzoeken om spreektijd van belanghebbenden en toehoorders’. Dit onderwerp is toegevoegd, omdat in de Zoetermeerse praktijk, behoefte is aan regels over dit onderwerp. 1d.2 Toekomstige aanpassingen in de werkwijze zijn sneller vast te leggen in het reglement Indien naar aanleiding van een evaluatie een aanpassing in de werkwijze gewenst is, dan kan dit sneller worden vastgelegd in het reglement van orde. Voorwaarde is uiteraard wel dat deze aanpassingen binnen de kaders van de verordening blijven.
1e.1 Dit volgt uit het besluit van de raad van 12 juli 2021 Op 12 juli 2021 heeft de raad in het Raadsvoorstel Benoemingen leden Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Stadsbouwmeester het college opdracht gegeven om in de op te stellen verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit de periodieke evaluatie van het functioneren van de stadsbouwmeester en commissie op te nemen. 1f.1 Dit volgt uit het besluit van de raad van 12 juli 2021 Op 12 juli 2021 heeft de raad in het Raadsvoorstel Benoemingen leden Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Stadsbouwmeester besloten om in de verordening op te nemen dat de stadsbouwmeester en de leden van de CRK in het vervolg worden benoemd voor in eerste instantie twee jaar waarna twee keer een verlening van drie jaar mogelijk is. 1g.1 Dit voorziet in een behoefte bij bepaalde gebiedsontwikkelingen Bij de projectorganisatie van de gebiedsontwikkelingen, zoals ‘Entree’ en ‘Binnenstad Zoetermeer’ bestaat de behoefte aan het sturen van het ontwerpproces op het waarmaken van de ambities die in het beleid zijn vastgelegd. Supervisors krijgen daartoe alleen voorbereidende taken. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, stadsbouwmeester of erfgoedcommissie geven het advies aan het bestuur en kunnen zo nodig (gemotiveerd) afwijken van het vooradvies van de supervisors.
1g.2 Dit vervangt privaatrechtelijke overeenkomsten met supervisors, leden van kwaliteitsteams of andere adviseurs op het gebied van omgevingskwaliteit Indien het niet via voorliggende verordening mogelijk wordt gemaakt, kunnen supervisors via een privaatrechtelijke overeenkomst worden aangenomen. Echter, het karakter van de werkzaamheden is vergelijkbaar met die van een lid van de Commissie Ruimtelijke kwaliteit en de termijn van een bestuursrechtelijke benoeming sluit ook beter aan de gewenste aanstellingsperiode. Continuïteit is gewenst gedurende een periode van naar verwachting 8 jaar. Verder is het aanstellen via een privaatrechtelijke overeenkomst omslachtiger vanwege aanbestedingsregels die daarvoor gelden en meer tijdrovend vanwege de benodigde ambtelijke inzet die daarbij komt kijken. 2.1 De evaluatie is nu voorgeschreven in de Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 In artikel 13 van de verordening is de evaluatie van het functioneren van de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voorgeschreven. Hieruit volgt dat deze evaluatie een half jaar voor het einde van de benoemingstermijn van de stadsbouwmeester dient plaats te vinden.
Bij de evaluatie worden de leden van de Commissie Ruimtelijke kwaliteit, de betrokken afdelingen van de gemeentelijke organisatie, leden van de gemeenteraad en raadscommissie betrokken. Ook zullen een aantal vertegenwoordigers van 9
belangenorganisaties en aanvragers van een omgevingsvergunning bij de evaluatie worden betrokken. 3.1 Dit is een bestendiging van het benoemingsbesluit van 12 juli 2021, maar nu met juridische basis de Omgevingswet en de voorliggende Verordening op de op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 In het Raadsvoorstel Benoemingen leden Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Stadsbouwmeester is de heer R.G. Knappers reeds benoemd voor een periode lopend tot 1 oktober 2024. Dit nieuwe benoemingsbesluit is nodig, omdat de wettelijke basis van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wijzigt van Woningwet naar Omgevingswet. Hierdoor vervalt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege de benoeming van de stadsbouwmeester van 12 juli 2021. 4.1 Dit is een bestendiging van het benoemingsbesluit van 12 juli 2021, maar nu met juridische basis de Omgevingswet en de voorliggende Verordening op de op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 In het Raadsvoorstel Benoemingen leden Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Stadsbouwmeester is de heer M. Enderman reeds herbenoemd voor een periode lopend tot 20 juli 2024. Dit nieuwe benoemingsbesluit is nodig, omdat de wettelijke basis van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wijzigt van Woningwet naar Omgevingswet.
Hierdoor vervalt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege de herbenoeming van de heer Enderman van 12 juli 2021. De heer Enderman is op 12 juli 2021 ook (her)benoemd als commissielid erfgoed en plaatsvervangend stadsbouwmeester en plaatsvervangend voorzitter. 5.1 Dit is een bestendiging van het benoemingsbesluit van 13 juli 2020, maar nu met juridische basis de Omgevingswet en de voorliggende Verordening op de op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 In het Raadsvoorstel Benoemingen tweede erfgoedlid CRK is mevrouw J.M. van Geest reeds benoemd voor een periode lopend tot 1 augustus 2023. Dit nieuwe benoemingsbesluit is nodig, omdat de wettelijke basis van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wijzigt van Woningwet naar Omgevingswet. Hierdoor vervalt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege de benoeming van mevrouw J.M. van Geest van 13 juli 2020. Mevrouw Van Geest is op 13 juli 2020 ook benoemd als commissielid erfgoed. 6.1 Dit is een bestendiging van het benoemingsbesluit van 12 juli 2021, maar nu met juridische basis de Omgevingswet en de voorliggende Verordening op de op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 In het Raadsvoorstel Benoemingen leden Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Stadsbouwmeester is de heer J.M. van Linge reeds herbenoemd voor een periode lopend tot 20 juli 2024.
Dit nieuwe benoemingsbesluit is nodig, omdat de wettelijke basis van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wijzigt van Woningwet naar Omgevingswet. Hierdoor vervalt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege de herbenoeming van de heer Van Linge van 12 juli 2021. De heer Van Linge is op 12 juli 2021 ook (her)benoemd als commissielid landschapsarchitectuur. 7.1 Dit is een bestendiging van het benoemingsbesluit van 12 juli 2021, maar nu met juridische basis de Omgevingswet en de voorliggende Verordening op de op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 In het Raadsvoorstel Benoemingen leden Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Stadsbouwmeester is de mevrouw M.M. Peters reeds herbenoemd voor een periode lopend tot 20 juli 2024.
10
Dit nieuwe benoemingsbesluit is nodig, omdat de wettelijke basis van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wijzigt van Woningwet naar Omgevingswet. Hierdoor vervalt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege de herbenoeming van mevrouw Peters van 12 juli 2021. Mevrouw Peters is op 12 juli 2021 ook (her)benoemd als commissielid stedenbouw. 8.1 Dit is een bestendiging van het benoemingsbesluit van 12 juli 2021, maar nu met juridische basis de Omgevingswet en de voorliggende Verordening op de op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 In het Raadsvoorstel Benoemingen leden Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Stadsbouwmeester is de heer M.E. Bremen reeds benoemd voor een periode lopend tot 20 juli 2024. Dit nieuwe benoemingsbesluit is nodig, omdat de wettelijke basis van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wijzigt van Woningwet naar Omgevingswet. Hierdoor vervalt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet van rechtswege de benoeming van de heer Bremen van 12 juli 2021. De heer Bremen is op 12 juli 2021 ook benoemd als commissielid architectuur en plaatsvervangend stadsbouwmeester en plaatsvervangend voorzitter.
9.1 Op grond van artikel 2 lid 5 van de voorliggende Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 kan de raad werkzaamheden aanwijzen die door de stadsbouwmeester worden uitgevoerd Op deze manier krijgt de stadsbouwmeester vergelijkbare taken als onder de Woningwet en Bouwverordening Zoetermeer 2018. Het verschil is echter dat de stadsbouwmeester werkt onder de verantwoordelijkheid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De reden voor dit verschil is dat de stadsbouwmeester in de Omgevingswet als wettelijk figuur is vervallen. 9.2. Het takenpakket van de stadsbouwmeester dient te worden aangewezen in het benoemingsbesluit Dit is in artikel 2 lid 5 van de voorliggende Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 bepaald. Deze systematiek is gebaseerd op de VNG Model verordening op de gemeentelijke adviescommissie. 9.3. Het takenpakket blijft binnen de kaders van de voorliggende Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 In artikel 2 lid 5 van de Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 zijn een aantal taken genoemd die niet door de stadsbouwmeester kunnen worden uitgevoerd.
Dit betreft bijvoorbeeld de advisering over kaderstellende documenten op het gebied van omgevingskwaliteit (ruimtelijke kwaliteit) en taken die betrekking hebben op de zorg voor cultureel erfgoed. Deze taken liggen nu ook al bij de voltallige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit respectievelijk bij de stadsbouwmeester samen met de twee commissieleden erfgoed. De taken die de stadsbouwmeester op basis van dit besluit heeft, zijn bijvoorbeeld: de huidige welstandsadvisering over het bouwen van bouwwerken, het informeren en begeleiden van planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces en het voeren van vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om omgevingsvergunning. 10.1 Op grond van artikel 2 lid 6 van de voorliggende Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 kan de raad werkzaamheden aanwijzen die door de erfgoedcommissie worden uitgevoerd Op deze manier krijgt de erfgoedcommissie (de stadsbouwmeester en de twee commissieleden erfgoed) vergelijkbare taken als onder de Woningwet en Bouwverordening Zoetermeer 2018. Het verschil is echter dat de erfgoedcommissie een subcommissie is op het gebied van cultureel erfgoed en werkt onder de verantwoordelijkheid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Voor deze subcommissie is dezelfde juridische constructie gevolgd als voor de stadsbouwmeester.
11
10.2. Het takenpakket van de erfgoedcommissie dient te worden aangewezen in het benoemingsbesluit Dit is in artikel 2 lid 6 van de voorliggende Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 bepaald. 10.3. Het takenpakket blijft binnen de kaders van de voorliggende Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 In artikel 2 lid 6 van de Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 zijn de taken genoemd die door de erfgoedcommissie kunnen worden uitgevoerd. Dit betreft met name de advisering over omgevingsplanactiviteiten aangaande gemeentelijke monumenten of een beschermd stads- of dorpsgezicht. De kaderstellende taken op het gebied van monumentenzorg, zoals de aanwijzing van een gemeentelijk monument is niet een taak van de erfgoedcommissie maar van de voltallige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Verder blijven de taken die betrekking hebben op rijksmonumenten ook bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Alleen de voltallige commissie heeft namelijk de status van gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 Omgevingswet en is daarom de enige commissie die mag adviseren over rijksmonumenten.
11.1 Het betreft een benoeming en procedurele kaders Er wordt op dit voorstel geen participatie (samenspraak) toegepast, omdat het een individuele kwestie (benoeming) betreft en procedurele kaders. Kanttekeningen 1a.1 De stadsbouwmeester is in de Omgevingswet als wettelijke figuur vervallen De stadsbouwmeester kan echter wel als lid van de gemeente adviescommissie worden benoemd en een vergelijkbare taakomschrijving krijgen als onder de huidige regels. De stadsbouwmeester behoudt derhalve een vergelijkbare rol en taken. 10.1 Voor deze subcommissie is dezelfde juridische constructie gevolgd als voor de stadsbouwmeester Dit wijkt af van de systematiek van de VNG Model verordening op de gemeentelijke adviescommissie. Die bevat namelijk de systematiek dat bijvoorbeeld een erfgoedcommissie door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit zelf kan worden ingesteld middels een volmacht. Hiervoor is echter niet gekozen, omdat hierdoor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit de inrichting van het adviesstelsel op een belangrijk punt zou kunnen wijzigen. Dit wordt niet wenselijk gevonden, omdat hier vaak ook financiële gevolgen aan verbonden zijn (toe- of afname aantal vergaderingen/aantal deelnemende adviseurs aan vergaderingen). Bovendien is het belangrijker dat de commissieleden zich kunnen concentreren op de inhoudelijke advisering op het gebied van omgevingskwaliteit.
En zich niet hoeven bezig te houden met besluiten over inrichtingsprincipes van het adviesstelsel. Bij de evaluaties (zie beslispunt 1e) kunnen de commissieleden uiteraard wel invloed uitoefenen op/hun mening geven over de inrichting van het adviesstelsel. Financiën De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit ontvangen een vergoeding per uur. Deze kosten worden gedekt uit het budget Kosten welstandszorg. De verordening biedt de mogelijkheid om op grond van deze nieuwe verordening supervisors of leden van een kwaliteitsteam te benoemen. Supervisors of leden van een kwaliteitsteam zijn onafhankelijk, echter de hieraan verbonden kosten moeten vanuit een projectorganisatie gedekt worden. De projectorganisatie moet bij inschakeling van deze adviseurs voor het benodigde budget zorgdragen. Controleprotocol Niet van toepassing.
12
Participatie en Communicatie De uitkomsten van de voorgaande evaluatie zijn betrokken bij het opstellen van de ‘Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit’. Zie bijvoorbeeld argument 1b.1 in dit bestuursvoorstel, over de verplichting om de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit advies te vragen over het ontwikkelen van beleid en projectdocumenten op het gebied van omgevingskwaliteit en monumentenzorg. De Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt elektronisch bekend gemaakt in het Gemeenteblad. De verordening kan daarna pas in werking treden. Duurzaamheid Niet van toepassing. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Niet van toepassing. Rapportage en evaluatie Op grond van artikel 13 van de voorliggende verordening vindt er periodiek een evaluatie van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, de stadsbouwmeester en de erfgoedcommissie plaats, inclusief de werking van deze verordening en het reglement van orde van Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Dit vindt ongeveer om de 2 of 3 jaar plaats, te weten een half jaar voor het einde van iedere benoemingstermijn van de stadsbouwmeester.
Bij de evaluatie worden betrokken de commissieleden zelf, de betrokken afdelingen van de gemeentelijke organisatie, een aantal vertegenwoordigers van belangenorganisaties, aanvragers van een omgevingsvergunning en leden van de gemeenteraad en raadscommissies. Het evaluatieverslag wordt ter informatie naar de gemeenteraad gezonden. In de afgelopen jaren hebben op grond van het raadsbesluit van 5 oktober 2015 (‘Vóór het einde van de zittingstermijn van 3 jaar — na circa 2,5 jaar — wordt het functioneren van de stadsbouwmeester en de commissie door de betrokken afdelingen en de gemeenteraad geëvalueerd)’ reeds 2 evaluaties plaatsgevonden in 2018 en in 2021. De regels in artikel 13 van de voorliggende verordening zijn een codificatie van het besluit van 5 oktober 2015. Het is geen inhoudelijke wijziging. Planning Vaststelling van de voorliggende verordening voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is noodzakelijk (planning Rijk is 1 oktober 2022 of 1 januari 20233). De taken en bevoegdheden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (hierna CRK) en stadsbouwmeester vervallen van rechtswege bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ter continuering van de advisering moet de gemeente een nieuwe verordening vaststellen, die tegelijk met de Omgevingswet in werking treedt. Ook moeten de commissieleden opnieuw worden (her)benoemd.
Daarna zal de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het reglement van orde dienen vast te stellen in hun eerstvolgende vergadering nadat het raadsbesluit is genomen, maar voordat de Omgevingswet in werking is getreden.
3 Dit is de planning die bekend was op moment van het aanleveren van dit raadsvoorstel op 7 februari
2022.
13
Stappen 1. Vaststelling Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 en hernieuwde (her)benoemingen van de commissieleden door de gemeenteraad 2a.
Vaststelling Reglement van orde door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
2b.
Vaststelling Supervisieregeling door Burgemeester en wethouders en (her)benoeming van supervisors Bekendmaking ‘Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022’, het ‘Reglement van orde’ en de ‘Supervisieregeling’ in het Gemeenteblad
3.
Juni 2022 (voor inwerkingtreding van de Omgevingswet) September 2022 (voor inwerkingtreding van de Omgevingswet)4 September 20225 September 2022 (voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, v.w.b. de verordening het reglement)
4 Het ‘Reglement van orde’ vindt zijn juridische basis in de ‘Verordening op de gemeentelijke Commissie
Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022’ en kan daarom pas worden vastgesteld door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, nadat de verordening door de gemeenteraad is vastgesteld. 5 De ‘Supervisieregeling’ en de (her)benoemingen van supervisors vinden hun juridische basis in de ‘Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022’ en kunnen daarom pas worden vastgesteld door Burgemeester en wethouders, nadat de verordening door de gemeenteraad is vastgesteld.
14