CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel vaststelling kadernotitie 'Primair en speciaal onderwijs' en kadernotitie 'Voortgezet (speciaal) onderwijs'

Commissie Samenleving 31 oktober 2022, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen kadernotitie Primair en speciaal onderwijs en de kadernotitie Voorgezet (speciaal) onderwijs3.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid

Vaststellen kadernotitie Primair en speciaal onderwijs en de kadernotitie Voorgezet (speciaal) onderwijs 2022-054500

Auteur

Peter Schraven +31793468737 P.C.Schraven@zoetermeer.nl

Gemeentesecretaris

Huykman, B.J.D.

Directeur

E.C.R.H. Eijkelberg

Portefeuillehouder

Wethouder Van der Meer

Medeverantwoordelijke(n)

Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s) Eerdere besluitvorming Samenvatting

Programma 1 Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie

De Kadernotitie ‘Primair en speciaal onderwijs’ en de Kadernotitie ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ zijn in gezamenlijk overleg tussen de schoolbesturen, kinderopvangorganisaties (bij het primair en speciaal onderwijs) en de gemeente Zoetermeer opgesteld. De kadernotities zijn gebaseerd op bestaand beleid zoals de ‘Lokaal Educatieve Agenda 2021 -2030’; ‘Onderwijs in Zoetermeer, huisvesting en prognose 2015-2020’ en de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zoetermeer 2015’. Ook is de koppeling gemaakt met andere relevante beleidsterreinen en met ontwikkelingen zoals ‘Zoetermeer 2040’. De Kadernotitie ‘Primair en speciaal onderwijs’ is tijdens het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) van 18 september 2020 door de schoolbesturen, de kinderopvangorganisaties en de gemeente geaccordeerd. De Kadernotitie ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ is tijdens het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) van 9 maart 2022 door de schoolbesturen en de gemeente Zoetermeer geaccordeerd. Op basis van de kadernotities zullen de Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s) voor het onderwijs worden gemaakt. Het doel is dat er toekomstbestendige scholen gebouwd worden, die gebaseerd zijn op prognosecijfers en met afspraken over leerlingstromen tussen de schoolbesturen.

Tijdens bijeenkomsten met de schoolbesturen (en bij het Primair onderwijs ook met de kinderopvangorganisaties) zijn uitgangspunten besproken en opgenomen in de kadernotities. De kadernotities bevatten twee soorten uitgangspunten: 1. Een deel van de beschreven uitgangspunten in de kadernotities zijn een aanscherping van gemeentelijk beleid, of gaan verder dan de

wettelijke eisen en/of leiden tot een hogere investering voor de gemeente. Met deze uitgangspunten moet de gemeenteraad instemmen, omdat deze uitgangspunten de (financiele) kaders gaan vormen voor de IHP’s. Ze zijn dan ook als vast te stellen kaders in dit raadsvoorstel opgenomen. 2. Een ander deel van de uitgangspunten in de kadernotities zijn inhoudelijke procesafspraken, of algemeen als een ambitie of een gezamenlijke inspanning beschreven en zijn dan ook meer een wens. Over deze uitgangspunten hoeft de gemeenteraad niet een apart besluit te nemen. Bijlagen

1. Kadernotitie Onderwijshuisvesting gemeente Zoetermeer ‘Primair en Speciaal onderwijs’. 2. Kadernotitie Onderwijshuisvesting gemeente Zoetermeer voor het ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’.

datum print: donderdag 6 oktober 2022

2

Raadsbesluit Raadsvoorstel Vaststellen Kadernotitie Primair en speciaal onderwijs en de Kadernotitie Voorgezet (speciaal) onderwijs 2022-054500 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 september 2022 besluit Met betrekking tot de Kadernotitie ‘Primair en speciaal onderwijs’: 1. In te stemmen met de Kadernotitie Onderwijshuisvesting gemeente Zoetermeer ‘Primair en speciaal onderwijs’; 2. De onderstaande uitgangspunten uit de Kadernotitie ‘Primair en speciaal onderwijs’ als kaders vast te stellen voor de huisvesting van het primair en speciaal onderwijs: 2.1. Toekomstige schoolgebouwen hebben bij voorkeur een omvang van 17 klassen zodat hierin twee scholen gehuisvest kunnen worden al dan niet in combinatie met andere voorzieningen, zoals opvang, zorg en sport. Voor scholen met een specifiek onderwijsconcept en/of meer regionale functie wordt bezien of deze schoolgrootte wenselijk en haalbaar is; 2.2. Gymlokalen grenzen aan of bevinden zich in het schoolgebouw. Daar waar dat niet mogelijk is, wordt binnen de wettelijke verwijsafstand een passende oplossing aangeboden; 2.3. Voor het bouwen van (nieuwe) schoolgebouwen zijn de leerlingprognoses de basis. Toekomstige woningbouwontwikkelingen en de gevolgen op het verwachte aantal leerlingen maken onderdeel uit van deze prognoses.

Per wijk wordt toekomstbestendige onderwijscapaciteit gebouwd, gebaseerd op de leerlingprognose cijfers; 2.4. Leegstaand (onderwijs)vastgoed wordt zo veel mogelijk ingezet als tijdelijke huisvesting voor scholen tijdens de bouw van het nieuwe schoolgebouw; 2.5. De gemeente en de schoolbesturen vinden het samen belangrijk dat er scholen gebouwd worden van goede kwaliteit en die goed zijn voor het milieu; 2.6. Bij het uitvoeren van groot onderhoud gaan we proberen het schoolgebouw ook meteen meer duurzamer te maken; 2.7. Alle nieuwe schoolgebouwen worden aardgasvrij gebouwd; 2.8. Bij nieuwbouw van een school wordt voor het binnenklimaat een kwaliteitsniveau ‘goed’ aangehouden (aangeduid als ‘Frisse scholen Klasse B’) in plaats van het kwaliteitsniveau ‘voldoende’ (‘Frisse scholen Klasse C’) wat in het bouwbesluit staat. Als een schoolbestuur op bepaalde onderdelen een hoger kwaliteitsniveau wil, moet het schoolbestuur daarvoor de extra kosten betalen. Aan het begin van de planvormingsfase worden met het betreffende schoolbestuur hierover afspraken gemaakt. 3. De andere uitgangspunten uit de Kadernotitie ‘Primair en speciaal onderwijs’ als wensen vast te stellen en deze wensen zoveel mogelijk te betrekken bij de uitwerking van toekomstige nieuwbouwplannen voor de scholen van het primair en speciaal onderwijs.

Met betrekking tot de Kadernotitie ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’: 4. In te stemmen met de Kadernotitie Onderwijshuisvesting gemeente Zoetermeer ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’; 5. De onderstaande uitgangspunten uit deze Kadernotitie ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ als kaders vast te stellen voor de huisvesting van het Voortgezet (speciaal) onderwijs: 5.1. De gemeente en de schoolbesturen vinden het samen belangrijk dat er scholen gebouwd worden van goede kwaliteit en die goed zijn voor het milieu; 5.2. Bij het uitvoeren van groot onderhoud gaan we proberen het schoolgebouw ook meteen meer duurzamer te maken; 5.3. Alle nieuwe schoolgebouwen worden aardgasvrij gebouwd;

datum print: donderdag 6 oktober 2022

3

5.4. Bij nieuwbouw van een school wordt voor het binnenklimaat een kwaliteitsniveau ‘goed’ aangehouden (aangeduid als ‘Frisse scholen Klasse B’) in plaats van het kwaliteitsniveau ‘voldoende’ (‘Frisse scholen Klasse C’) wat in het bouwbesluit staat. Als een schoolbestuur op bepaalde onderdelen een hoger kwaliteitsniveau wil, moet het schoolbestuur daarvoor de extra kosten betalen. Aan het begin van de planvormingsfase worden met het betreffende schoolbestuur hierover afspraken gemaakt; 5.5. Renovatie kan een financieel en kwalitatief gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw zijn. 6. De andere uitgangspunten uit de Kadernotitie ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ als wensen vast te stellen en deze wensen zoveel mogelijk betrekken bij de uitwerking van toekomstige nieuwbouwplannen voor de scholen van het Voortgezet (speciaal) onderwijs. Met betrekking tot energie neutrale schoolgebouwen 7. Bij nieuwbouw van een schoolgebouwen is een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) het minimale uitgangspunt. In overleg met de schoolbesturen kijken we of door een gezamenlijke investering een extra stap gezet kan worden naar een hoger duurzaamheidsniveau, namelijk een Energie Neutraal Gebouw (ENG).

Aan het begin van de planvormingsfase van het bouwproject maken we met het betreffende schoolbestuur afspraken over de hoogte van de bijdrage van het schoolbestuur om deze hogere duurzaamheidsambitie te kunnen realiseren. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 28 november 2022 de griffier,

de voorzitter,

drs. R. Blokland MCM

drs. M.J. Bezuijen

datum print: donderdag 6 oktober 2022

4

Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding Achtergrond De Kadernotitie ‘Primair en speciaal onderwijs’ en de Kadernotitie ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ zijn in gezamenlijk overleg tussen de schoolbesturen, kinderopvangorganisaties (bij het primair en speciaal onderwijs) en de gemeente Zoetermeer opgesteld. De kadernotities zijn gebaseerd op bestaand beleid zoals de ‘Lokaal Educatieve Agenda 2021 -2030’; ‘Onderwijs in Zoetermeer, huisvesting en prognose 2015-2020’ en de ‘Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Zoetermeer 2015’. Ook is de koppeling gemaakt met andere relevante beleidsterreinen en met ontwikkelingen zoals ‘Zoetermeer 2040’. De Kadernotitie ‘Primair en speciaal onderwijs’ is tijdens het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) van 18 september 2020 door de schoolbesturen, de kinderopvangorganisaties en de gemeente geaccordeerd. Vanwege ontwikkelingen in het onderwijsveld is het vervolgtraject om te komen tot vaststelling van deze kadernotitie in onderling overleg gepauzeerd. Begin dit jaar is gezamenlijk besloten deze kadernotitie samen met de kadernotitie van het Voortgezet (speciaal) onderwijs ter vaststelling aan de gemeenteraad voor te leggen. De Kadernotitie ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ is tijdens het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) van 9 maart 2022 door de schoolbesturen en de gemeente Zoetermeer geaccordeerd.

Op basis van de kadernotities zullen de Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s) voor het onderwijs worden gemaakt. Het doel is dat er toekomstbestendige scholen gebouwd worden, gebaseerd op prognosecijfers en met afspraken over leerlingstromen tussen de schoolbesturen. Tijdens bijeenkomsten met de schoolbesturen (en bij het Primair onderwijs ook met de kinderopvangorganisaties) zijn uitgangspunten besproken en opgenomen in de Kadernotities. Rol van de gemeenteraad De kadernotities kunnen pas toegepast worden, nadat de gemeenteraad een besluit heeft genomen over de uitgangspunten zoals die in dit raadsvoorstel zijn opgenomen. Een deel van de uitgangspunten in de kadernotities zijn een aanscherping van gemeentelijk beleid, of gaan verder dan de wettelijke eisen en/of leiden tot een hogere investering voor de gemeente. Hierover moet de gemeenteraad beslissen, want deze uitgangspunten zullen de (financiële) kaders vormen voor de IHP’s. Deze uitgangspunten zijn in dit raadsvoorstel als apart beslispunt opgenomen. Een ander deel van de uitgangspunten in de kadernotities zijn inhoudelijke procesafspraken, of algemeen geformuleerd, of als een gezamenlijke inspanning beschreven. In dit raadsvoorstel worden deze uitgangspunten ‘wensen’ genoemd. Deze wensen zullen zoveel mogelijk betrokken worden bij de uitwerking van toekomstige nieuwbouwplannen voor de scholen.

Beoogd effect De kaders vaststellen voor het ontwikkelen en actualiseren van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het ‘(speciaal) basisonderwijs en speciaal onderwijs’ en voor het IHP ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ met als doel adequate en toekomstbestendige onderwijsgebouwen voor de komende jaren te (ver)bouwen en te behouden.

datum print: donderdag 6 oktober 2022

5

Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s Argumenten 2. en 5. Een deel van de in de kadernotities opgenomen uitgangspunten worden vastgesteld als kaders voor de huisvesting van het ‘Primair en speciaal onderwijs’ en voor het ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ In de overleggen met de schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties zijn uitgangspunten besproken en opgenomen in de kadernotities. Deze uitgangspunten zijn verschillend van aard. De uitgangpunten die van invloed zijn op gemeentelijk beleid of financiele gevolgen hebben voor de gemeente kunnen pas toegepast worden als de gemeenteraad er mee heeft ingestemd. Deze uitgangspunten zijn als apart beslispunt in dit raadsvoorstel opgenomen, als door de raad vast te stellen kaders. 2.1. Toekomstige schoolgebouwen voor primair onderwijs hebben bij voorkeur een omvang van 17 klassen, zodat er twee scholen in gehuisvest kunnen worden. In het verleden werden schoolgebouwen voor primair onderwijs gebouwd voor acht groepen. Schoolbesturen hebben aangegeven dat een basisschool met de omvang van acht groepen kwetsbaar is in de continuïteit, onder andere door vervangingsproblemen bij ziekte van personeel. Het voorstel is nu om bij nieuwbouw te kiezen voor schoolgebouwen voor twee maal acht groepen en een extra kleutergroep, waarin dan twee scholen gehuisvest worden. Voor de continuïteit van het onderwijs is dit gunstiger.

Het voordeel voor de gemeente is daarbij, dat door dubbelgebruik van bepaalde ruimtes bij deze schoolgebouwen minder bruto vloeroppervlak gebouwd hoeft te worden dan bij twee losse schoolgebouwen. Verder valt er bij gezamenlijke huisvesting van twee scholen in één gebouw een schoollocatie vrij die dan beschikbaar komt voor een andere (maatschappelijke) invulling of ontwikkeling. Voor scholen met een specifiek onderwijsconcept en/of meer regionale functie wordt in overleg met het betreffende schoolbestuur bezien of deze schoolgrootte wenselijk is. 2.2. Gymlokalen grenzen aan of bevinden zich in het schoolgebouw. Daar waar dat niet mogelijk is, wordt binnen de wettelijke verwijsafstand een passende oplossing aangeboden. De gemeente is verplicht voor het bewegingsonderwijs (de gymlessen) ruimtes aan te bieden in de vorm van gymlokalen. Daarbij is de wens van de schoolbesturen die zo dicht mogelijk bij het schoolgebouw te hebben, zodat er niet te veel tijd verloren gaat met het lopen naar het gymlokaal. Waar dat niet mogelijk is, wordt de school voor de gymlessen verwezen naar een gymlokaal dicht bij de school. In de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Zoetermeer 2015 is in Artikel 30. lid 3a aangegeven wat daarbij de maximale verwijsafstand is.

Bij nieuwbouw wordt bekeken of het bouwen van een sportzaal of sporthal, die in de avonduren veel beter te verhuren is dan een gymlokaal, tot de mogelijkheden behoort. Een sportzaal of sporthal kan overdag dan door het onderwijs gebruikt worden en in de avonduren door een sportvereniging, waardoor een gunstiger business case te maken is. 2.3. Voor het bouwen van (nieuwe) schoolgebouwen zijn de leerlingprognoses de basis. Toekomstige woningbouwontwikkelingen en de gevolgen voor het verwachte aantal leerlingen maken onderdeel uit van deze prognoses. Per wijk wordt toekomst bestendige onderwijscapaciteit gebouwd, gebaseerd op de leerlingprognose cijfers. Voor het bepalen van de oppervlakte van de nieuwe school wordt een leerlingprognose gemaakt. Hierbij komt inzicht in de toekomstige groei of krimp van de school. Omdat veel scholen een wijkfunctie hebben, wordt hierbij ook gekeken wat de leerlingprognoses per wijk zijn, zodat met de nieuwbouwplannen daarop ingespeeld kan worden.

datum print: donderdag 6 oktober 2022

6

2.4. Leegstaand (onderwijs)vastgoed wordt zo veel mogelijk ingezet als tijdelijke huisvesting tijdens de bouw. Als bij nieuwbouw tijdelijke huisvesting voor de school nodig is, kiezen we er voor dit zoveel mogelijk te doen in leegstaande schoolgebouwen in de wijk. Het huren van noodlokalen voor tijdelijke huisvesting wordt vanwege de hoge kosten zoveel mogelijk beperkt. 2.7. en 5.3. In het kader van het klimaatakkoord en de energietransitie zullen alle nieuw te bouwen schoolgebouwen aardgasvrij worden gebouwd. Met het oog op de afspraken uit het klimaatakkoord en de energietransitie is het voorstel nieuwe schoolgebouwen aardgasvrij te bouwen. Aansluiting op het aardgasnet wordt dan niet toegepast. Warmte wordt uit andere bronnen opgewekt. Omdat dit in de nieuwbouwprojecten vanaf het begin wordt meegenomen, hoeft dit niet tot extra kosten te leiden. 2.8 en 5.4. Bij nieuwbouw van een school wordt voor het binnenklimaat een kwaliteitsniveau ‘goed’ aangehouden (aangeduid als ‘Frisse scholen Klasse B’) in plaats van het kwaliteitsniveau ‘voldoende’ (‘Frisse scholen Klasse C’) wat in het bouwbesluit staat. Een goed binnenklimaat in scholen is erg belangrijk, want het heeft een positief effect op de leerprestaties van de leerlingen en vermindert gezondheidsklachten.

‘Frisse Scholen’ is een programma van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland (RVO) met als doel scholen te stimuleren het binnenklimaat optimaal en energiezuinig te verbeteren. Bij ‘Frisse scholen’ gaat het om vijf thema’s die betrekking hebben op de inrichting en het gebruik van een gebouw; Energie, Lucht, Temperatuur, Licht, en Geluid. Voor ieder thema zijn drie ambitieniveaus vastgesteld: klasse C (Voldoende); klasse B (Goed); klasse A (Uitmuntend). Aan iedere klasse zijn (prestatie)eisen gekoppeld. Dit houdt bijvoorbeeld in dat bepaalde eisen gesteld worden aan de binnenklimaatinstallaties, zoals de manier van aan- en afvoer van frisse lucht, de minimale en maximale temperatuur die de installatie moet kunnen produceren etc. Ook gaat het over de verlichting in de lokalen of over de hoeveelheid lawaai die een installatie mag maken etc. Iedere hogere klasse vraagt een hogere investering in de installaties. Hoeveel hoger die investering zal zijn, is nu niet te zeggen. Dat verschilt per gebouw en per gekozen systeem. Klasse C is het basisniveau; gebaseerd op geldende wet- en regelgeving (o.a. zoals deze in het Bouwbesluit van kracht zijn). De RVO adviseert bij nieuwbouw en/of ingrijpende renovaties van schoolgebouwen op alle aspecten voor minimaal een klasse B-kwaliteit te kiezen en daarbij voor klasse A te kiezen als extra kwaliteit nodig is.

In de kadernotities wordt voorgesteld om ook in Zoetermeer bij de bouw van nieuwe scholen te kiezen voor klasse B voor het gehele binnenklimaat. Hiermee gaan we verder dan het bouwbesluit voorschrijft. Als een schoolbestuur op bepaalde onderdelen een hoger kwaliteitsniveau wil, moet het schoolbestuur daarvoor de extra kosten betalen. Aan het begin van de planvormingsfase worden met het betreffende schoolbestuur hierover afspraken gemaakt. 5.5. Renovatie kan een financieel en kwalitatief gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw zijn. In plaats van een school op een andere plek in de stad nieuw te bouwen, kunnen er situaties zijn waarbij het casco van een schoolgebouw bouwkundig goed is en ook de indeling niet op onderwijskundige bezwaren stuit. Dan kan er voor gekozen worden niet voor nieuwbouw te kiezen, maar te kiezen voor een grootschalige renovatie van het bestaande gebouw. Het uitgangspunt is dat renovatie wordt beschouwd als volwaardig alternatief voor nieuwbouw, waarbij de levensduur van het gerenoveerde schoolgebouw met 50 jaar wordt verlengd.

datum print: donderdag 6 oktober 2022

7

Momenteel is hierover wetgeving in voorbereiding. In de kadernotitie ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ wordt hierop al vooruitgelopen. Als renovatie een volwaardig alternatief is voor nieuwbouw, komt bekostiging hiervan voor rekening van de gemeente. 3. en 6. De overige uitgangspunten uit de Kadernotitie ‘Primair en speciaal onderwijs’ en de Kadernotitie ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ niet als kaders vaststellen, maar als een gezamenlijke wens tussen schoolbesturen en gemeente. Een deel van de uitgangspunten in de kadernotities zijn algemeen van aard en of hebben betrekking op de schoolbesturen, of beschrijven een gezamenlijk doel waarnaar gestreefd wordt. De raad wordt voorgesteld deze uitgangspunten als wens te onderschrijven. Bij de nieuwbouwprojecten voor de scholen wordt dan bekeken of deze wensen onderdeel kunnen worden van de plannen en, mits passend binnen het projectbudget, in het project meegenomen kunnen worden. Voor het ‘Primair en speciaal onderwijs’ betreft het onder andere de volgende uitgangspunten: a. De aanwezigheid van voldoende gymlokalen op wijkniveau is bepalend bij keuzes voor het vervangen van binnensportaccommodaties; b. Het huren van onderwijsruimten en noodlokalen is erg duur. Bestaande huurcontracten voor noodlokalen en gehuurde onderwijsruimten worden waar mogelijk afgebouwd; c.

Het is een gezamenlijke wens van gemeente en schoolbesturen om de bestaande schoolgebouwen voor primair en speciaal onderwijs, gebouwd na 2002, aardgasvrij te maken. Hierbij moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij natuurlijke momenten uit het meerjaren onderhoudsplan en/of kleinschalige renovaties. Daarnaast wordt er zoveel mogelijk aangesloten op de uitvoeringsplannen van de energietransitie per wijk. De schoolbesturen zijn bereid om vanuit hun bekostiging bij te dragen aan de energietransitie, echter is het voor de schoolbesturen niet mogelijk om alle investeringen die nodig zijn ten behoeve van de energietransitie vanuit de reguliere middelen te bekostigen. Een financiële bijdrage vanuit de gemeente is noodzakelijk; d. Bij nieuwbouw wordt het bouwen van installatiearme gebouwen (geen ingewikkelde, storingsgevoelige binnenklimaatinstallaties) in de ontwerpfase verkend; e. Schoolpleinen en schoolgebouwen kunnen door hun inrichting bijdragen aan het verminderen van de gevolgen van de veranderingen van het klimaat op wijkniveau (klimaat adaptieve bouwen). Voor het ‘Voortgezet (speciaal) onderwijs’ betreft het onder andere de volgende uitgangspunten: h. Bij nieuwe bouwprojecten worden de aanwezige en beoogde maatschappelijke functies geïnventariseerd en de mogelijkheden van het koppelen van deze maatschappelijke functies in of nabij de school onderzocht; i.

Nieuwbouwopgaves worden integraal benaderd, waarbij alle relevante disciplines van de gemeente worden betrokken; j. De inzet van tijdelijke huisvesting in de toekomst wordt zoveel mogelijk voorkomen en bestaande tijdelijke huisvesting wordt zo snel mogelijk afgebouwd; k. Bij het ontwerpen van nieuwe schoolgebouwen wordt gestreefd naar een hoge mate van flexibiliteit. Dit betekent dat er binnen het schoolgebouw mogelijkheden moeten zijn om de functie of grootte van ruimtes aan te passen aan de toekomstige behoefte. En dit betekent ook dat het schoolgebouw (eenvoudig) uit te breiden of demontabel is, als er meer of minder capaciteit nodig is; l. Het is een gezamelijke wens van gemeente en schoolbesturen om de bestaande schoolgebouwen voor het voortgezet (speciaal) onderwijs aardgasvrij te maken. Hierbij moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij natuurlijke momenten uit het meerjarenonderhoudsplan en/of de kleinschalige renovatie. Daarnaast wordt er zoveel mogelijk aangesloten op de uitvoeringsplannen per wijk. De schoolbesturen zijn bereid om vanuit hun bekostiging bij te dragen aan deze transitie, echter is het voor de schoolbesturen niet mogelijk om alle

datum print: donderdag 6 oktober 2022

8

investeringen die nodig zijn ten behoeve van de energietransitie vanuit de reguliere middelen te bekostigen. Een financiële bijdrage vanuit de gemeente is daardoor noodzakelijk; m. Bij nieuwbouw wordt het bouwen van installatiearme gebouwen (geen ingewikkelde, storingsgevoelige binnenklimaatinstallaties) in de ontwerpfase verkend; n. Schoolpleinen en schoolgebouwen kunnen door hun inrichting bijdragen aan het verminderen van de gevolgen van de veranderingen van het klimaat op wijkniveau (klimaat adaptieve bouwen). 7. Bij nieuwbouw van een schoolgebouwen is een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) het minimale uitgangspunt. In overleg met de schoolbesturen kijken we of door een gezamenlijke investering een extra stap gezet kan worden naar een hoger duurzaamheidsniveau, namelijk een Energie Neutraal Gebouw (ENG). Schoolgebouwen worden voor 50 jaar gebouwd. Momenteel is de minimale eis dat nieuwe schoolgebouwen gebouwd worden als een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). In overleg met de schoolbesturen willen we kijken of we door gezamenlijke investeringen een extra stap kunnen zetten naar een hoger duurzaamheidsniveau, namelijk een Energie Neutraal Gebouw (ENG). De schoolbesturen hebben aangegeven bereid te zijn om een financiële bijdrage te verlenen om deze hogere ambitie te kunnen maken.

Aan het begin van de planvormingsfase van het bouwproject maken we met het betreffende schoolbestuur afspraken over de hoogte van de bijdrage van het schoolbestuur om deze hogere duurzaamheidsambitie te kunnen bouwen. Kanttekeningen 1. In de Kadernotitie ‘Primair en speciaal onderwijs’ op pagina 16 genoemde extra dotatie aan het vervangingsfonds is destijds verwerkt. In de Kadernotitie voor het Primair en speciaal onderwijs wordt op pagina 16 als uitgangspunt aangegeven dat er structureel € 200.000,- per jaar extra toegevoegd wordt aan het Vervangingsfonds. Dit bedrag is gebaseerd op de ambitie uit het voormalige collegeprogramma met betrekking tot verduurzaming van vastgoed en is destijds in de begroting verwerkt. Financiën Verhoging van de bouwkostennorm. De ontwikkelingen in de bouwkosten bij de nieuwbouw van schoolgebouwen voor het Primair en speciaal onderwijs leiden tot een noodzakelijke verhoging van de huidige door de gemeente gehanteerde bouwkostennorm (investeringsbedrag) per m2 bruto vloeroppervlak (bvo). Deze verhoging van de bouwkostennorm is enerzijds een gevolg van het gegeven dat de prijzen in de bouwwereld stijgen. Anderzijds wordt deze noodzakelijke verhoging veroorzaakt door aangepaste wettelijke eisen. Als gevolg van marktwerking en aangepaste wettelijke eisen is het normbedrag per m2 bvo verhoogt naar € 3.000,- per m2 bvo.

Het financiële effect van deze verhoging is reeds opgenomen in de Perspectiefnota 2023. Bij het Voortgezet (speciaal) onderwijs wordt bij nieuwbouw rekening gehouden met een marktconforme investering, waarbij de investeringsbudgetten verschillen per onderwijstype (vmbo, havo en vwo). Herbouwpercentage In vorige nota’s is als uitgangspunt gehanteerd dat schoolgebouwen worden herbouwd op de bestaande locaties en dat daarbij zoveel mogelijk de bestaande bouwkundige constructies (zoals de fundering e.d.) worden gebruikt. Dit uitgangspunt is vertaald in de meerjarenbegroting door bij de vervangingskosten rekening te houden met een herbouwpercentage van tussen de 43% en 70% van de bouwkostensom. In de praktijk is gebleken dat dit bijna nooit haalbaar is. In Paragraaf 2.4 van de kadernota ‘Primair en speciaal onderwijs’ wordt aangegeven dat toekomstige schoolgebouwen voor primair onderwijs bij voorkeur een omvang van 17 klassen datum print: donderdag 6 oktober 2022

9

hebben, zodat er twee scholen in gehuisvest kunnen. Een groter gebouw op dezelfde plek neerzetten, betekent in de praktijk een hoger herbouwpercentage (90% - 100%). Het wordt dan dus duurder. Via een apart raadsvoorstel wordt hier in een later stadium op teruggekomen. Controleprotocol Niet van toepassing. Participatie en Communicatie De kadernotities zijn in nauwe samenwerking met de schoolbesturen en in het primair onderwijs ook met de kinderopvangorganisaties opgesteld. In het Op Overeenstemming Gericht Overleg, tussen de gemeente en de schoolbesturen zijn beide kadernotities besproken en door de partijen geaccordeerd. Duurzaamheid Verduurzaming is één van de uitgangspunten uit de kadernotities, die verder invulling gaat krijgen in de nieuwbouwprojecten in de IHP’s. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Nieuwe schoolgebouwen worden toegankelijk en bruikbaar voor gehandicapten gebouwd. De noodzakelijke investeringen zijn onderdeel van de bestaande nieuwbouwbudgetten. Rapportage en evaluatie De kaders zoals die nu ter besluitvorming voorliggen zullen verder uitgewerkt worden in de integrale huisvestingsplannen (IHP) die momenteel in voorbereiding zijn en in het vierde kwartaal dit jaar ter besluitvorming aan de gemeenteraad zullen worden voorgelegd. Onderdeel van deze IHP’s zal een planning zijn met concrete nieuwbouwplannen voor scholen.

In het vierde kwartaal van dit jaar zullen de IHP’s aan de raad voor besluitvorming worden voorgelegd.

datum print: donderdag 6 oktober 2022 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=84dccb9c-f513-4bf5-94bb-f8302aacb2a5