CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Vaststelling beleidsrichting circulariteit

Raadsvergadering 3 november 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling beleidsrichting circulariteit4.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp

Raadsvoorstel Vaststelling beleidsrichting circulariteit

Zaakid

2025-044148

Auteur

Senada van Makkelenberg +31793469132 S.J.van.Makkelenberg@zoetermeer.nl

Gemeentesecretaris a.i.

Meijer, A.S.

Afdelingshoofd

Kramps I.F. (Inge)

Portefeuillehouder

Wethouder Velzen

Medeverantwoordelijke(n)

Wethouder Van der Meer Wethouder Iedema Wethouder Blansjaar

Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s)

13 mei 2025

Eerdere besluitvorming

Motie 2306-55: CDA – “Stimuleer Circulaire Economie - hergebruik grondstoffen!" Toezegging 622: Wethouder Velzen zegt toe in het tweede kwartaal van 2024 met een memo naar de raad te komen aangaande circulaire Economie. Raadsmemo verdaging motie 2306-55: Stimuleer Circulaire Economie - Hergebruik Grondstoffen! en toezegging 622 De gemeente Zoetermeer wil toewerken naar een circulaire economie. Circulariteit betekent dat we materialen hergebruiken en afval zoveel mogelijk beperken, om duurzaam met grondstoffen om te gaan. Het hergebruiken van materialen en het beperken van afval is essentieel voor het behalen van klimaat- en milieudoelen, zoals de landelijke doelen om in 2050 volledig circulair te zijn en het grondstoffengebruik in 2030 te halveren. Ook draagt een circulaire economie bij aan lokale duurzaamheidsambities en aan Europese doelstellingen op het gebied van CO₂-reductie en circulair bouwen.

Samenvatting

Programma 3 Leefbaarheid, duurzaam en groen

De gemeenteraad heeft met Motie 2306-55 CDA – “Stimuleer Circulaire Economie - hergebruik grondstoffen!" gevraagd om beleid en concrete maatregelen te ontwikkelen op het gebied van circulariteit. In reactie hierop is onderzoek gedaan naar drie mogelijke beleidsscenario’s, die zijn beoordeeld op vier door de gemeente gekozen pijlers: circulair bouwen, circulair ondernemen,

maatschappelijk verantwoord inkopen (MVOI) en afval. Deze bieden houvast voor concreet en uitvoerbaar gemeentelijk beleid. •

Scenario 1 ‘Stilstand is achteruitgang’ gaat uit van minimale inzet zonder beleid of extra middelen.

•

Scenario 2 ‘Samen op weg naar circulair’ is een faciliterende aanpak waarin de gemeente actief ondersteunt, stimuleert en samenwerkt, zonder verplichtingen op te leggen.

•

Scenario 3 ‘Krachtig circulair leiderschap’ is een ambitieuze aanpak met verregaande verplichtingen en investeringen, waarmee de gemeente zich nadrukkelijk als koploper in circulariteit positioneert.

Het college stelt voor te kiezen voor scenario 2: een actieve en faciliterende aanpak waarin de gemeente circulariteit integraal verankert in beleid en uitvoering. De gemeente stimuleert circulaire ontwikkeling via samenwerking, kennisdeling, voorbeeldprojecten en – waar mogelijk – financiële ondersteuning aan initiatieven van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners.

Bijlagen

Om het beleid op het gebied van circulariteit te ontwikkelen en uit te voeren, wordt 1 fte aangesteld als circulair aanjager. Daarnaast wordt een eenmalig budget van € 200.000 voorgesteld voor een periode van twee jaar. De kosten worden gedekt vanuit beschikbare CDOKEmiddelen. Dit vormt een startbudget naast de ambtelijke inzet en biedt Zoetermeer een realistische basis om invulling te geven aan motie 2306-55. Zo zet de gemeente een concrete stap richting een duurzame, circulaire toekomst. 1. Bijlage: Beleidsscenario’s Circulariteit

2

Raadsbesluit Raadsvoorstel Vaststelling beleidsrichting circulariteit 2025-044148 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 mei 2025 besluit 1. De beleidsrichting “Circulariteit” vast te stellen volgens scenario 2: “Samen op weg naar circulair” (Medium aanpak), een aanpak waarbij de gemeente circulariteit stimuleert via vier pijlers – circulair bouwen, circulair ondernemen, maatschappelijk verantwoord inkopen en opdrachtgeven (MVOI) en afval – met aandacht voor samenwerking, voorbeeldgedrag en minimale circulaire eisen in eigen projecten. 2. Motie 2306-55 CDA – “Stimuleer Circulaire Economie - hergebruik grondstoffen! als afgedaan te beschouwen, aangezien met dit besluit invulling is gegeven aan de opdracht uit deze motie. 3. Toezegging 622 als afgedaan te beschouwen, aangezien met dit besluit invulling is gegeven aan deze toezegging. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 3 november 2025 de griffier,

de voorzitter,

drs. R. Blokland MCM

drs. M.J. Bezuijen

3

Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding In 2023 heeft de gemeenteraad met Motie 2306-55 CDA – “Stimuleer Circulaire Economie - hergebruik grondstoffen!” het college verzocht om beleid en concrete maatregelen te ontwikkelen voor de transitie naar een circulaire economie. Deze motie benadrukt de noodzaak van een duidelijke koers om circulariteit in Zoetermeer te stimuleren. Door de complexiteit van het onderwerp, nieuwe externe ontwikkelingen én aanvullend onderzoek naar de mogelijke ondertekening van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen, is de behandeling van de motie enige tijd vertraagd. Inmiddels is uit dit onderzoek gebleken dat ondertekening van het convenant Toekomstbestendig Bouwen een toegevoegde waarde heeft: het convenant maakt maatregelen per thema meetbaar en zorgt ervoor dat deze structureel worden meegenomen in gemeentelijke werkprocessen. Dit bevordert een integrale benadering van thema's binnen gebiedsontwikkelingen, in lijn met de RSZ 2040, en dient als input voor het integrale kader voor bouwkwaliteit. Het college informeert de raad hierover via een separate raadsmemo die parallel aan dit voorstel wordt aangeboden. De druk vanuit Europese en nationale regelgeving op het gebied van circulariteit neemt toe, waardoor wachten met de ontwikkeling van lokaal circulair beleid geen reële optie meer is.

Zo worden de eisen voor de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) – een norm die de milieubelasting van toegepaste bouwmaterialen meet – vanaf 2026 aangescherpt. Daarnaast moeten overheden uiterlijk in 2030 minimaal 50% circulair opereren, wat betekent dat de helft van de gebruikte grondstoffen hergebruikt of biobased moet zijn. Ook andere ontwikkelingen vragen om actie, zoals strengere eisen voor duurzaam inkopen, nieuwe verplichtingen op het gebied van afvalscheiding en hergebruik via de Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Zonder heldere aanpak dreigt Zoetermeer achterop te raken, wettelijke doelen niet te halen en in de toekomst geconfronteerd te worden met kostbare inhaalslagen. Het college heeft daarom verkend welke beleidsrichting het beste aansluit bij de huidige situatie van Zoetermeer. Dit in relatie tot aankomende opgaven, zoals de transitie naar een circulaire economie, aangescherpte duurzaamheidswetgeving, het realiseren van maatschappelijke opgaven binnen beperkte financiële ruimte en de verwachte bezuinigingen vanaf 2026.

Beoogd effect Met dit voorstel beoogt het college een duidelijke en haalbare koers voor circulariteit te zetten. Het gewenste effect is drieledig: •

•

•

Voorbereiden op de toekomst: Deze aanpak zorgt ervoor dat Zoetermeer tijdig inspeelt op aankomende EU- en nationale verplichtingen rondom de circulaire economie. We verkleinen het risico dat we later onder druk maatregelen moeten nemen. Bovendien draagt een circulaire economie bij aan onze duurzaamheidsdoelen, zodat we als stad toekomstbestendig worden (Visie 2040, Gemeente Zoetermeer, 2021). Stimuleren van circulariteit: De gemeente neemt een actieve, faciliterende rol om circulariteit in Zoetermeer te stimuleren. Een van de eerste stappen is het opstellen van gemeentelijk beleid dat richting geeft aan deze ambitie. We ondersteunen bewoners, ondernemers en instellingen bij het opzetten en opschalen van circulaire initiatieven door het bieden van kennis, netwerken, experimenteerruimte, verwijzing naar (externe) mogelijkheden tot financiering én – waar mogelijk – subsidiëring. Denk aan initiatieven op het gebied van circulair bouwen, circulaire bedrijvigheid en circulair inkopen. Daarnaast is de gemeente zelf actief onderdeel van samenwerkingen en coalities die bijdragen aan een circulaire economie. Door samenwerkingen te stimuleren, voorbeeldprojecten te starten en belemmeringen weg te nemen, creëren we een voedingsbodem waarin circulaire ideeën kunnen doorgroeien naar structurele praktijk.

Duidelijkheid en sturing: Door het vaststellen van een beleidsrichting krijgt iedereen – van inwoners tot ondernemers en de gemeentelijke organisatie – helderheid over de ambities en richtlijnen op het gebied van circulariteit. Hiermee wordt circulariteit niet langer vrijblijvend, maar een herkenbaar onderdeel van gemeentelijk beleid en projecten.

4

Kortom, het voorstel leidt na implementatie tot verankering van circulariteit in het gemeentelijk beleid en het nemen van concrete stappen (zoals beleidskaders en pilots) om de transitie naar een circulaire economie te versnellen, zonder direct voor onuitvoerbare verplichtingen of hoge kosten te zorgen.

Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s Scenario’s: In het scenario-onderzoek1 zijn drie scenario’s onderzocht: (1) “Stilstand is achteruitgang” (een basisaanpak zonder extra inspanningsverplichting), (2) “Samen op weg naar circulair” (een medium aanpak met faciliterend beleid: het voorliggende voorstel), en (3) “Krachtig Circulair Leiderschap” (een intensieve aanpak met maximale inzet en harde verplichtingen). Alle alternatieven zijn zorgvuldig afgewogen op hun impact, haalbaarheid en risico’s:

1. Scenario 1 – ”Stilstand is achteruitgang” (basis aanpak): De huidige situatie blijft onveranderd: er komt geen overkoepelend beleid, er wordt geen capaciteit vrijgemaakt en er worden geen extra middelen beschikbaar gesteld. Dit wordt afgeraden omdat een passieve houding leidt tot achterstand op de rest van de regio. Zonder actie mist Zoetermeer kansen, zoals Rijks- en provinciale subsidies, en lopen we grotere financiële en juridische risico’s zodra strengere regelgeving in werking treedt. Bovendien groeit ook onder inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de behoefte aan meer richting en stimulering vanuit de gemeente. Zonder een duidelijke rol van de gemeente blijft hun inzet versnipperd en mist de stad een gezamenlijke koers richting een circulaire toekomst. 2. Scenario 2 – ”Samen op weg naar circulair” (medium aanpak): Scenario 2 biedt een middenweg: de gemeente neemt een actieve stimulerende rol en ontwikkelt beleid voor alle belangrijke pijlers, maar zonder alles top-down te verplichten. Deze aanpak is ambitieus, maar haalbaar. Circulariteit krijgt een structurele plek in onze plannen en projecten, terwijl we financiële en juridische risico’s beheersbaar houden. Om dit te realiseren wordt 1 fte aangesteld als beleidsaanjager circulariteit.

Deze aanjager is verantwoordelijk voor het opstellen van het beleid, het aanjagen van de uitvoering en het verbinden van interne en externe partijen. De gemeente blijft hierbij vooral ondersteunend: we faciliteren, coördineren en waar mogelijk subsidiëren initiatieven van derden, in plaats van alles zelf uit te voeren. Zo behouden we ruimte om in te spelen op wat werkt en blijven ondernemers en andere partijen gemotiveerd om mee te doen. 3.

Scenario 3 – “Krachtig Circulair Leiderschap” (intensieve aanpak): Circulariteit wordt in dit scenario stevig verankerd met regelgeving en substantiële investeringen. Hoewel dit scenario zeer ambitieus is, brengt het ook hoge kosten met zich mee. Denk hierbij aan het vrijmaken van extra ambtelijke capaciteit, het opzetten van uitgebreide subsidieregelingen, investeringen in nieuwe uitvoeringsstructuren en handhavingsinstrumenten, en het versneld aanpassen van gemeentelijke werkwijzen en processen. Deze ingrepen vergen veel van de organisatie én van het beschikbare budget. Het scenario wordt daarom op dit moment als niet-realistisch gezien, vanwege beperkte gemeentelijke middelen en mogelijke weerstand bij inwoners en ondernemers. Bovendien brengt een te snelle en ingrijpende koers het risico met zich mee dat de samenleving – waaronder inwoners, ondernemers en organisaties – de ontwikkeling niet kan bijbenen. Dit kan leiden tot weerstand, vertraging en verlies van draagvlak. Een te drastische aanpak zou daarnaast de gewenste flexibiliteit wegnemen en de afhankelijkheid van directe resultaten vergroten.

Voorgestelde keuze: Op basis van het onderzoek adviseert het college om te kiezen voor scenario 2: “Samen op weg naar circulair”. Dit scenario vormt de optimale balans tussen ambitie en praktische uitvoerbaarheid. Het is geen rigide top-down benadering, maar een groeiscenario waarin ruimte is om stap voor stap op te bouwen, te leren en op te schalen. Zo wordt circulariteit structureel verankerd, terwijl flexibiliteit behouden blijft. Scenario 2 voorziet in voldoende beleid en middelen om echte vooruitgang te boeken, zonder de grootste financiële lasten en verplichtingen van scenario 3. Concreet betekent dit dat de gemeente een beleidskader circulariteit opstelt en uitvoert, gericht op

1 Een uitgebreide beschrijving van de drie beleidsscenario’s is opgenomen in bijlage 1: “Beleidsscenario’s Circulariteit” (zie p. 17–29).

5

vier pijlers die binnen het beleidsscenario-onderzoek zijn gedefinieerd: circulair bouwen, circulair ondernemen, MVOI en afval2.

•

•

• •

De invulling van scenario 2 per pijler: Circulair bouwen: Toepassen van biobased en hergebruikte materialen in gemeentelijke projecten. Circulair ondernemen: Faciliteren van ondernemers bij het ontwikkelen en testen van circulaire verdienmodellen, onder andere via mkb-pilots, vergelijkbaar met voorbeelden uit Delft3. MVOI: Circulaire criteria worden nadrukkelijk meegenomen in aanbestedingen en opdrachtverlening. Afval: Aansluiting bij het bestaande gemeentelijk afvalbeleid, waarbij circulariteit fungeert als katalysator voor afvalreductie en hergebruik.

Scenario 2 maakt het mogelijk om de vier pijlers van circulariteit gericht en in samenhang verder te ontwikkelen. In dit scenario neemt de gemeente een duidelijke regierol op zich en stimuleert zij samenwerking met ondernemers, bouwers en maatschappelijke partners. Er wordt gewerkt binnen heldere uitgangspunten, zodat partijen actief kunnen meedenken, innoveren en uitvoeren. De gemeente ondersteunt deze samenwerking met kennisdeling, het verbinden van netwerken, ruimte voor experimenten en – waar mogelijk – financiële ondersteuning. Er is bewust gekozen voor een aanpak waarin circulariteit wordt geïntegreerd in bestaand beleid en lopende projecten, in plaats van versnipperde en vrijblijvende losse initiatieven. Alle betrokken afdelingen werken stapsgewijs toe naar circulaire doelen, samen met externe partners. De risico’s van deze aanpak zijn relatief beperkt en beheersbaar. Tegelijkertijd vergt het tijd, inzet en samenwerking om deze koers daadwerkelijk waar te maken. Scenario 2 biedt daarmee een haalbaar groeipad en een realistische basis om circulariteit in Zoetermeer stap voor stap te implementeren. De gemeenteraad wordt voorgesteld om:

1. De beleidsrichting “Circulariteit” vast te stellen volgens scenario 2: “Samen op weg naar circulair” (Medium aanpak), een aanpak waarbij de gemeente circulariteit stimuleert via vier pijlers – circulair bouwen, circulair ondernemen, maatschappelijk verantwoord inkopen en opdrachtgeven (MVOI) en afval – met aandacht voor samenwerking, voorbeeldgedrag en minimale circulaire eisen in eigen projecten.

2. Motie 2306-55 CDA – “Stimuleer Circulaire Economie - hergebruik grondstoffen!” als afgedaan te beschouwen. 3. Toezegging 622 als afgedaan te beschouwen, aangezien met dit besluit invulling is gegeven aan deze toezegging.

Argumenten 1.1 Scenario 2 biedt een duidelijke koers en voorkomt versnippering in beleid en uitvoering Door te kiezen voor een integrale beleidsrichting wordt versnippering in projecten en initiatieven voorkomen. Dit versterkt de samenhang in uitvoering en vergroot de effectiviteit.

2 Zie Bijlage 1: Beleidsscenario’s Circulariteit – Gemeente Zoetermeer, p. 8. 3 Zie p. 13 van bijlage 1 voor een toelichting op de aanpak van de gemeente Delft met circulaire mkb-pilots, CirkelLab en subsidieregelingen zoals de Vliegende Brigade.

6

1.2 Scenario 2 is financieel haalbaar Het scenario vergt beperkte financiële middelen ten opzichte van andere varianten en blijft binnen een bestaand budget. We maken hiermee een directe start met beleidsontwikkeling, communicatie en de voorbereiding van de eerste circulaire projecten maakt het mogelijk om onder regie van de nieuwe beleidsaanjager voortvarend aan de slag te gaan met de uitvoering. De aanpak maken circulariteit concreet en vergroten het draagvlak bij inwoners, ondernemers en bedrijven. Zichtbare en tastbare voorbeelden helpen bij bewustwording en het op gang brengen van bredere beweging. 1.3 Scenario 2 is organisatorisch haalbaar Deze aanpak sluit aan op bestaande structuren en processen binnen de organisatie. De inzet van een beleidsaanjager borgt de coördinatie. 1.4 Scenario 2 sluit aan bij het huidige ambitieniveau van de gemeente Het medium scenario weerspiegelt de wens om ambitieus te zijn, zonder daarbij direct verplichtend te worden richting uitvoerende partijen, ondernemers, inwoners en de interne organisatie. 1.5 Deze aanpak stimuleert samenwerking met partners, in plaats van top-down verplichtingen op te leggen Door in te zetten op samenwerking met partners in plaats van op top-down verplichtingen, vergroot deze aanpak het draagvlak onder inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties en draagt het bij aan gezamenlijk eigenaarschap.

1.6 Scenario 2 sluit aan bij landelijke en Europese kaders (zoals CEAP, MPG, 50% circulair in 2030) en bereidt Zoetermeer hier tijdig op voor De gemeente speelt hiermee proactief in op toekomstige wetgeving zoals de aangescherpte MPG-eisen en circulaire doelstellingen. Ook helpt deze aanpak ondernemers te anticiperen op rapportageverplichtingen zoals de CSRD. 1.7 Door beleidsontwikkeling op vier pijlers (bouwen, ondernemen, MVOI en afval) ontstaat een breed gedragen en samenhangend beleidskader Beleidsontwikkeling op deze vier pijlers leidt tot een breed gedragen en samenhangend beleidskader, wat de consistentie in de uitvoering versterkt en sturing op gezamenlijke doelen vergemakkelijkt. 1.8 Een goede integratie van circulariteit kan voor de gemeente economische meerwaarde opleveren De aanpak stimuleert circulaire bedrijvigheid, versterkt netwerken en bevordert werkgelegenheid op circulaire bedrijventerreinen. 2.1 Met scenario 2 en de bijbehorende middelen geeft de gemeente structureel invulling aan alle onderdelen van de motie: beleid, hergebruik straatmateriaal en samenwerking met partners Met scenario 2 zet de gemeente in op een structurele aanpak van circulariteit, inclusief concreet beleid, uitvoering en samenwerking met partners. Hiermee wordt niet alleen uitvoering gegeven aan de motie, maar wordt deze ook verankerd in de gemeentelijke werkwijze en langetermijndoelen.

De motie wordt daarmee inhoudelijk en beleidsmatig afgedaan. 2.2 Het voorstel vormt een duidelijke bestuurlijke reactie op de oproep van de raad tot actie en richting De raad heeft hiermee de gevraagde duidelijkheid over koers en inzet voor circulariteit. De afdoening van het tweede en derde punt van de motie, betreffende het hergebruik van straatmateriaal en het aangaan van samenwerkingen met andere belanghebbenden, is al beschreven in het Raadsmemo Verdaging motie 2306-55: Stimuleer Circulaire Economie – Hergebruik Grondstoffen! en toezegging 622. Zoals eerder vermeld, wordt ter aanvulling op het derde punt een separaat collegevoorstel voorgelegd over de ondertekening van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. De in het convenant vastgelegde circulaire maatregelen vormen een inhoudelijke basis voor de verdere uitwerking van het beleidsscenario. 3.1 Met dit besluit wordt invulling gegeven aan de eerder gedane toezegging van de wethouder

7

De raad wordt hiermee geïnformeerd over de koers en aanpak ten aanzien van circulariteit, zoals toegezegd.

Kanttekeningen 1.1 Zonder heldere meetmethodes kan het lastig zijn om voortgang van circulariteit inzichtelijk te maken → Beheersmaatregel: opstellen van indicatoren, zoals het percentage circulair ingekochte producten, diensten en het aantal circulaire projecten. 1.2 Scenario 2 vereist blijvende inzet en coördinatie tussen afdelingen. Zonder deze inzet bestaat het risico dat het beleid verzandt in vrijblijvendheid. → Beheersmaatregel: De borging vindt plaats via de inzet van een beleidsaanjager die het onderwerp aanjaagt binnen de lijn. In de vervolgstap wordt een uitvoeringsagenda opgesteld, waarin concrete acties, verantwoordelijkheden en voortgangsbewaking worden vastgelegd. Deze aanpak stimuleert eigenaarschap binnen afdelingen en zorgt voor structurele verankering van circulariteit in de praktijk. 1.3 De uitvoering van scenario 2 – met onder meer ondersteuning van lokale initiatieven en circulaire ketens – kan in bepaalde gevallen extra fysieke ruimte vragen, bijvoorbeeld voor opslag, bewerking of logistiek rondom hergebruik → Beheersmaatregel: ruimtebehoefte wordt binnen scenario 2 expliciet meegenomen in de planvorming en beoordeling van projecten en pilots, zodat hierop tijdig wordt geanticipeerd.

1.4 Binnen scenario 2 is gekozen voor een faciliterende aanpak, waarbij de gemeente inzet op het stimuleren van circulaire initiatieven; de economische meerwaarde van deze aanpak manifesteert zich vaak pas op langere termijn en laat zich niet altijd direct financieel vertalen → Beheersmaatregel: Vooraf wordt de terugverdientijd van circulaire investeringen waar mogelijk inzichtelijk gemaakt. De langetermijneffecten worden vervolgens gemonitord via pilots en projecten. Afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke inschatting worden tijdig gesignaleerd, zodat hierop kan worden bijgestuurd. 1.5 De middelen van de CDOKE zijn vooralsnog beschikbaar tot en met 2030, terwijl structurele financiering voor uitvoering en opschaling beperkt is → Beheersmaatregel: koppelen aan lopende gemeentelijke projecten en actief investeren in aanvullende subsidiemogelijkheden (provinciaal, nationaal, Europees). 1.6 Er zijn nog geen structurele middelen in de begroting opgenomen voor circulariteit Het is nog niet duidelijk of dit noodzakelijk is. Door hergebruik besparen we immers ook kosten. Door grondstoffen slimmer en efficiënter in te zetten, en zoveel mogelijk hernieuwbare of hergebruikte materialen te gebruiken, wordt uitputting van eindige voorraden voorkomen. Zo blijven waardevolle materialen beschikbaar voor toekomstige generaties.

Daarnaast richt circulair bouwen zich op het behoud en de verlenging van de economische én functionele waarde van gebouwen, materialen en componenten. Dit voorkomt onnodige sloop, bespaart kosten en stimuleert een meer duurzame vastgoedontwikkeling. We werken ook aan de inbedding van circulariteit binnen de gemeente en in het bestaande en toekomstige beleid. We willen de uitgangspunten over circulariteit delen met de belanghebbenden in onze gemeente en werken aan stimuleringsmaatregelen ter bevordering circulair gebruik. Om de kosten te beperken sluiten we hierbij zoveel mogelijk aan op bestaande structuren en budgetten en zoeken we actief naar subsidiemogelijkheden. → Beheersmaatregel: In dit voorstel is alvast een voorkeursrichting geschetst: prioriteit gaat uit naar initiatieven die bijdragen aan hergebruik, delen, reparatie of het verminderen van grondstofgebruik, en die samen met lokale partners worden uitgevoerd. De beleidsaanjager werkt een uitvoeringskader uit dat via een afzonderlijk voorstel met dekking ter besluitvorming wordt voorgelegd. 1.7 Zonder duidelijke criteria of prioritering kan het budget versnipperd worden ingezet → Beheersmaatregel: vastleggen van selectiecriteria en evaluatiekader. In dit voorstel is alvast een

8

voorkeursrichting geschetst. Een definitief selectie- en evaluatiekader wordt opgesteld door de beleidsaanjager. 2.1 Enkele onderdelen van de motie (zoals straatmateriaal en depotruimte) zijn nog in ontwikkeling en vragen mogelijk om aanvullende actie → Beheersmaatregel: opnemen in de uitvoeringsagenda en voortgang monitoren via jaarverslagen of raadsinformatiebijeenkomsten.

Financiën Om het beleid op het gebied van circulariteit te ontwikkelen en uit te voeren is voor de periode van 2 tot 5 jaar 1 fte nodig als circulair aanjager. De kosten bedragen ca. € 116.000 (prijspeil 2026) en worden gedekt vanuit beschikbare CDOKE-middelen (herfasering vanuit 2024 en beschikbaar gestelde middelen 2025). Dit is een specifieke uitkering die de gemeente ontvangt van het Rijk: de Tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Omdat circulariteit ook bijdraagt aan een vermindering van de CO2-uitstoot is het toegestaan om deze kosten tn laste van CDOKE te brengen. De regels van de CDOKE-middelen staan ook toe dat de uitgaven tot twee jaar na de uitkering worden besteed. Daarnaast is een eenmalig budget van € 200.000 benodigd voor een periode van twee jaar. Dit bedrag is bedoeld om externe expertise in te huren, circulaire initiatieven in de stad te ondersteunen en waar mogelijk kleinschalige pilots op te zetten in samenwerking met lokale ondernemers en het onderwijs. De kosten worden ook gedekt vanuit de CDOKE (10% van de uitkering is beschikbaar voor dit soort kosten ). Het gevraagde bedrag van €200.0004 (verspreid over twee jaar) ligt in lijn met de inzet van vergelijkbare gemeenten.

Zoetermeer kiest bewust voor een middenpositie ten opzichte van andere gemeenten zoals Gouda (€185.000), Almere (€200.000) en Delft (€550.000). Dit is ambitieus, maar ook realistisch en uitvoerbaar. De CDOKE-middelen zijn toereikend om de kosten van 1 fte en het budget van € 200.000 te dekken. De gemeente neemt met scenario 2 een actieve, faciliterende rol om circulariteit in Zoetermeer te stimuleren. Dit gebeurt in erste instantie via het opstellen van gemeentelijk beleid dat richting geeft aan deze ambitie. De circualir aanjager ondersteunt de afdelingen met de implementatie van het nieuwe beleid. Hiervoor is, gezien de verwachte beperkte kosten, geen aanvullend budget nodig. Beleidsmatige inpassing vindt plaats op al geplande momenten; hiervoor zijn geen extra acties vereist. De uitvoering wordt beschouwd als een reguliere taakwijziging, die binnen de bestaande budgetten en verantwoordelijkheden van de betrokken afdelingen moet worden opgevangen. Toekomstperspectief Via de kleinschalige pilots, het onderzoek en de samenwerking met belanghebbenden vergaren we kennis en bouwen we aan netwerken om een uitvoeringsprogramma voor de nabije toekomst te maken met als doel om circulair bouwen, circulaire bedrijvigheid en circulair inkopen te bevorderen en kennis hierover te delen.

Zo mogelijk worden financiële bijdragen al dan niet met subsidie of inhoudelijke ondersteuning als stimulering verstrekt. We maken daarbij zoveel mogelijk van bestaande structuren en budgetten. We onderzoeken daarbij wat effectief is en het grootste bereik creëert tegen de laagst mogelijke kosten. Het uitvoeringsprogramma circulariteit wordt uitegwerkt en finiacieel vertaald en ter besluitvorming – inclusief uitgaven en dekkingsbronnen zoals subsidies – aan de raad wordt voorgelegd. Verantwoording & monitoring De kosten gedurende de twee jaar worden ten laste van de CDOKE gebracht. Het betreft hier een rijksubsidieregeling waarover via de SiSa-systematiek (single information single audit) verantwoording moet worden afgelegd en waarover via een door het Rijk opgelegd controleprotocol moet worden uitgevoerd. Naast de sisa-verantwoording wordt er bij deze regeling ook gebruik gemaakt van een monitoringsformulier dat tweemaal per kalenderjaar door de gemeente dient te worden ingevuld.

4 Het gevraagde bedrag van €200.000 (verspreid over twee jaar) ligt in lijn met de inzet van vergelijkbare gemeenten. Een overzicht van de

voorgestelde budgetverdeling per activiteit is opgenomen op pagina 22–23 van bijlage 1.

9

Controleprotocol Niet van toepassing. Participatie en Communicatie Indien gekozen wordt voor scenario 2 (beleidsontwikkeling en uitvoering), zijn communicatie en participatie onlosmakelijk verbonden met de aanpak. Participatie Bij de ontwikkeling van circulair beleid wordt een participatief traject ingericht, waarin belanghebbenden zoals ondernemers, maatschappelijke organisaties, bewonersinitiatieven en interne afdelingen actief worden betrokken. Dit draagt bij aan gedragen keuzes en een concreet handelingsperspectief voor verschillende doelgroepen. Onder regie van de beleidsaanjager wordt een voorstel uitgewerkt voor hoe deze participatie vorm krijgt, inclusief een actieagenda voor de komende jaren. Hierin wordt de actuele participatienota gevolgd en indien nodig wordt de raad hierover een voorstel voorgelegd. Ook jongeren worden in de verdere uitwerking van het beleid nadrukkelijk betrokken bij het thema circulariteit, met name op het gebied van bewustwording en gedragsverandering. In het uitvoeringskader worden mogelijkheden verkend om via scholen, MBO-projecten en jongereninitiatieven creatieve formats te ontwikkelen – zoals challenges, circulaire hubs en workshops – waarmee circulariteit op een aansprekende en toegankelijke manier onder de aandacht kan worden gebracht.

Communicatie Heldere, herkenbare communicatie is cruciaal om circulariteit zichtbaar en begrijpelijk te maken. Zowel intern als extern wordt geïnvesteerd in communicatie rondom doelen, resultaten en voorbeeldprojecten. Hiermee wordt het draagvlak vergroot en worden inwoners en ondernemers geactiveerd om bij te dragen aan de circulaire economie.

Duurzaamheid Dit voorstel draagt direct bij aan duurzaamheid. Circulariteit is een belangrijk onderdeel van een duurzame samenleving: door hergebruik van materialen en het voorkomen van afval verminderen we de druk op natuurlijke grondstoffen en verlagen we de CO₂-uitstoot die gepaard gaat met productie en afvalverwerking. De gekozen beleidsrichting stimuleert bovendien initiatieven op het gebied van circulair bouwen en ondernemen, wat bijdraagt aan energiezuinigere processen, vermindering van Co2-uitstoot en een kleinere ecologische voetafdruk. Zo sluit de beleidsrichting circulariteit aan bij de duurzaamheidsdoelstellingen van Zoetermeer en de Global Goals (met name doel 12: Duurzame consumptie en productie). Met deze stap geeft de gemeente het goede voorbeeld en inspireert zij anderen om ook duurzamer om te gaan met materialen.

Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten De concrete acties worden uitgewerkt in de uitvoeringsagenda. In die agenda wordt ook expliciet geborgd dat circulariteitsmaatregelen geen negatieve effecten mogen hebben op toegankelijkheid voor mensen met een beperking.

Rapportage en evaluatie Over de nadere uitwerking van het circulair beleid (scenario 2) wordt de gemeenteraad periodiek geïnformeerd via de halfjaarlijkse programmarapportage. Onderdeel van deze nadere uitwerking is het opstellen van een uitvoeringsagenda, inclusief een monitoringsformat. Deze agenda vormt de basis voor verdere uitvoering, afstemming en sturing, en wordt opgesteld onder regie van de beleidsaanjager. Vooruitlopend daarop wordt in de beleidsontwikkeling nadrukkelijk aansluiting gezocht bij bestaande structuren zoals het programma Energietransitie en Duurzaamheid, en bij de P&C-cyclus van de gemeente. Twee jaar na vaststelling van de uitvoeringsagenda vindt een eerste beleidsmatige evaluatie plaats. Deze evaluatie biedt inzicht in de voortgang van het beleid en dient als moment om de gekozen koers te herbevestigen, bij te stellen of op te schalen. Het betreft nadrukkelijk géén eindpunt, maar een logisch

10

reflectiemoment binnen een bredere, langjarige aanpak.

Planning Onder voorbehoud van besluitvorming door de gemeenteraad wordt de volgende globale planning voorgesteld voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid:

•

•

•

•

•

Q2 2025 – Besluitvorming beleidsrichting circulariteit door de gemeenteraad Behandeling en vaststelling van de voorgestelde beleidsrichting “Samen op weg naar circulair” (scenario 2). Q3 2025 – Werving en selectie beleidsaanjager circulariteit De beleidsaanjager coördineert de verdere beleidsontwikkeling en vormt het centrale aanspreekpunt binnen de organisatie en richting externe partners. Q4 2025 – Q1 2026 – Participatief traject en opstellen beleidskader & uitvoeringsagenda In samenspraak met inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en interne afdelingen wordt gewerkt aan een concreet beleidskader en een breed gedragen uitvoeringsagenda. Q2 2026 – Voorleggen uitvoeringsagenda aan de gemeenteraad ter vaststelling De uitvoeringsagenda bevat prioriteiten, acties, indicatoren en financiële kaders voor de komende jaren. Vanaf Q3 2026 – Start uitvoering en monitoring beleid circulariteit De uitvoering van het beleid gaat van start. Voortgang wordt gemonitord via de reguliere P&C-cyclus en/of raadsinformatiebijeenkomsten.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=97642b67-b7d5-4288-8993-b0cd01f3fc71