Raadsvoorstel Vaststellen Regionale Energiestrategie RES 1.0 regio Rotterdam Den Haag
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid
Vaststellen Regionale Energiestrategie RES 1.0 regio Rotterdam Den Haag 0637691279
Auteur
Nancy Buitenweg 079-3468390/06-14608987 N.A.Buitenweg@zoetermeer.nl
Gemeentesecretaris
Huykman, B.J.D.
Directeur
P.W. Verhoeven
Portefeuillehouder
Wethouder Paalvast
Uiterste behandeldatum (+ reden)
17 mei 2021 in verband met voorjaarsdebat in juni. Landelijk is gevraagd de RES 1.0 voor 1 juli 2021 vast te stellen door gemeenteraden Programma 3 Leefbaarheid, duurzaam en groen
Programma(s) Eerdere besluitvorming
Samenvatting
Raadsmemo Regionaal Energieperspectief 2019 Raadsmemo Afdoening toezegging 225: besluitvormingsproces concept Regionale Energie Strategie Raadsvoorstel Actualisatie Programma Duurzaam en Groen Raadsvoorstel Concept Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag (RES) Raadsmemo Afdoening toezegging 312: Duurzaamheidsfonds Raadsmemo Voorlopig standpunt bovenlokale/regionale warmtenetten (Warmteling) Raadsvoorstel Lokale verkenning windenergie en zonnestroom Raadsmemo Aandachtspunten Nota van beantwoording regio op wensen en bedenkingen concept RES Raadsmemo Startnotitie Transitievisie Warmte. De Regionale Energie Strategie (RES 1.0) is gereed en ligt voor ter vaststelling. Eerder is in de opmaat naar de RES 1.0 de concept RES op 22 april 2020 gepubliceerd en is vervolgens gestart met de Wensen en Bedenkingenprocedure, waar de raad input voor heeft geleverd op 21 september 2020, de nota van beantwoording op deze wensen en bedenkingen vanuit de regio is bijgevoegd. Relevant zijn de op 25 januari 2021 door de gemeenteraad kaderstellende besluiten omtrent de opwek van duurzame elektriciteit door windturbines en zonnepanelen. Ook is relevant de besluiten over energiebesparing in het programma Duurzaam en Groen van 17 februari 2020. Daarnaast zijn verschillende moties van toepassing.
Met de RES 1.0 bepalen we de regionale ambities en doelstellingen op een drietal hoofdonderwerpen (zogenoemde Uitvoeringslijnen): warmte, elektriciteit en brandstoffen. De doelstellingen per hoofdonderwerp zijn nog relatief abstract; uitwerking volgt in de fase na besluitvorming over de RES 1.0. Concreet betekent dit dat iedere regiopartij, zoals ook onze gemeente, concrete lokale (beleids)inzet formuleert gericht op het bereiken van die ambities. Een periodiek evaluatie- en monitoringsysteem vormt de basis voor het eveneens periodieke bestuurlijke gesprek over vorderingen richting doelbereik,
en over de noodzaak om bij te sturen of regionale ondersteuning aan lokale partijen te bieden. De RES is een regionale aangelegenheid en eventuele moties en amendementen dienen regionaal te worden afgestemd. Het gaat dus niet over Zoetermeer maar over de regio Rotterdam Den Haag met 23 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie.
Bijlagen
De RES 1.0 beschouwen we als een bouwsteen voor de lokale Transitievisie Warmte (TVW) die vóór 2022 aan de raad zal worden aangeboden. Uiteindelijk wordt zowel het alternatief voor aardgas en indien nodig ook locaties voor een zonneveld vastgelegd in het lokale omgevingsbeleid. 1. RES 1.0 2. Presentatie RES 3. Nota beantwoording wensen en bedenkingen (sec Zoetermeer 4. Nota van beantwoording wensen en bedenkingen alle gemeenten 5. Q en A procesvragen RES 6. Aanbiedingsbrief RES
2
Raadsbesluit Raadsvoorstel Vaststellen Regionale Energiestrategie RES 1.0 regio Rotterdam Den Haag De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 april 2021 besluit 1. De Regionale energiestrategie regio Rotterdam Den Haag (RES 1.0) vast te stellen. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 17 mei 2021
de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
3
Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding Sinds begin 2018 wordt er in de regio Rotterdam-Den Haag gewerkt aan een gezamenlijke energiestrategie. Dit regionale proces leidde in augustus 2019 tot het Energieperspectief 2050, dat toen door de betrokken regiopartijen en ook door ons college is vastgesteld. Het Energieperspectief is een vrij abstract eindbeeld van hoe we de energiehuishouding in onze regio voor ons zien op de lange termijn. Het heeft in verdere proces naar een Regionale EnergieStrategie regio Rotterdam Den Haag (RES) als een bouwsteen voor de concept-RES en de nu voorliggende RES 1.0 gefungeerd. De concept-RES is in 2020 uitgebreid behandeld door de raad en daaraan voorafgaand is ook input opgehaald bij inwoners (zie onderdeel participatie). De raad heeft op 21 september 2020 wensen en bedenkingen meegegeven voor de doorontwikkeling naar RES 1.0. De nota van beantwoording op de wensen en bedenkingen (zie bijlage 3 en 4) gaat in op hoe met de opgehaalde wensen en bedenkingen is omgegaan in RES 1.0., de concept beantwoording van deze wensen en bedenkingen is nog voorgelegd aan de raad in februari 2021.
RES beschrijft potentie en ambitie De RES 1.0 kent drie inhoudelijke hoofdlijnen: Warmte (infrastructuur, regionale afstemming vraag en aanbod), Elektriciteit (regionale grootschalige opwek middels zon en wind, maar ook daken)en Brandstoffen (positiebepaling waterstof en groengas). Langs deze lijnen wordt beschreven hoe we een regionale invulling willen geven aan de (inter)nationale CO2 reductie- en energiedoelstellingen. Gemeenteraden in de regio hebben op verschillende momenten en manieren input kunnen leveren in de voorbereiding van de RES 1.0, zoals met de gevoerde wensen en bedenkingenprocedure. Een belangrijk achtergrondrapport van de het warmtescenario van enkele adviesbureaus is via deze link te vinden. Landelijk-regionaal-gemeente: gemeente bepaalt zelf Een aantal wensen en bedenkingen van uw raad gingen over de democratische legitimatie van de RES. Feitelijk is het in Nederland zo georganiseerd dat ten eerste gemeenten, mits er wordt voldaan aan enkele randvoorwaarden, zich geconformeerd hebben aan het Landelijk Klimaatakkoord. Gemeenten gaan vervolgens regionaal aan de slag, in de energieregio’s, om gezamenlijk invulling te geven aan de ambities van CO2 reductie voor de doelgroepen/Klimaattafels gebouwde omgeving en elektriciteit. Regionaal worden ambities opgesteld waarvan de gemeenten denken dat dit haalbaar en kansrijk is.
Dit wordt vervolgens vastgelegd in de Regionale energiestrategie die aangeboden wordt aan het Rijk. Lokaal wordt vervolgens gekeken hoe de gemeente hier daadwerkelijk invulling aan kan en wil geven. Dit gaat om zowel elektriciteit: de bijdrage aan duurzame stroom als warmte: wat wordt het alternatief voor aardgas. Op lokaal niveau worden inwoners en stakeholders meegenomen in dit proces, de participatie. Tenslotte worden bindende besluiten genomen door de gemeenteraad en uiteindelijk ook vastgelegd in het omgevingsbeleid waar vervolgens nog de wettelijke inspraak op mogelijk is. Bindende besluiten voor zover van toepassing over locaties voor windmolens en vergunningplichtige zonnevelden én (pas over enkele jaren) wanneer een wijk wordt afgesloten van het aardgas. Dus er worden in deze RES géén bindende besluiten genomen, geen beslispunten opgenomen anders dan het vaststellen van de RES 1.0.
4
Zoetermeer heeft al besloten met enkele eigen lokale kaders Op het gebied van elektriciteit heeft Zoetermeer in de “lokale verkenning potentie en wenselijkheid windenergie en zonnestroom” al bepaald wat zij wil bijdragen binnen de gewenste bandbreedte van de RES 1.0 van tussen de 2,8-3,2 TWh. In het programma Duurzaam en groen heeft Zoetermeer al haar energiebesparingsambitie vastgelegd die de warmtevraag helpt te verlagen en mogelijkheden biedt voor laagtemperatuurbronnen op termijn als alternatief van aardgas. De lokaal op te stellen Transitievisie warmte en vervolgens ook wijkuitvoeringsplannen zullen uiteindelijk inzicht geven in het alternatief voor aardgas voor de verschillende wijken en buurten in Zoetermeer, dit proces is in 2021 gestart, zie hiervoor de startnotie Transitievisie warmte. Vaststellen RES Op 18 maart 2021 is de RES 1.0 bestuurlijk vrijgegeven voor lokale besluitvorming in het Bestuurlijk Netwerkoverleg Energie (BNE). Van de betrokken regiopartijen, waaronder gemeente Zoetermeer, wordt gevraagd de RES 1.0 vast te stellen. Aangezien het een regionaal stuk is dienen eventuele moties en amendementen regionaal afgestemd te worden.
Op 23 april 2021 wordt hier een bijeenkomst voor raadsleden voor georganiseerd door de griffie van de gemeente Capelle aan de IJssel.1 Het is aan de raad hier verder mee om te gaan met als kernvraag of de RES ons helpt bij onze verdere stappen richting een duurzamere energievoorziening op zowel het gebied van elektriciteit als het alternatief voor aardgas. Dit stuk is in feite vergelijkbaar met grote visies. In dit raadsvoorstel worden de moties (nu wel inhoudelijk oordeel college) en de motie (géén windmolens Balijbos en Westerpark) betrokken, zoals ingediend bij de concept RES. De motie met betrekking tot werkgelegenheid is nu niet aan de orde en wordt op andere wijze afgedaan. De kanttekeningen en argumenten laten het inhoudelijk oordeel van het college zien voor zover nu al mogelijk. Beoogd effect Gestreefd wordt naar verdere verduurzaming van de energievoorziening. Het doel is om als regio bij te dragen aan de landelijke doelstelling vanuit het Klimaatakkoord en de Klimaatwet. Dit betreft in 2030 49% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990 en in 2050 met 95% minder CO2 uit te stoten. Met de RES en de daaruit volgende concrete activiteiten en projecten beogen we uiteindelijk een betaalbare, betrouwbare, veilige en schone energievoorziening voor iedereen in de regio te creëren. Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s 1.
De Regionale energiestrategie regio Rotterdam Den Haag (RES 1.0) vast te stellen. Argumenten 1.1 Met de RES 1.0 dragen wij aantoonbaar bij aan nationale klimaatdoelstellingen. Nederland heeft als doel om in 2050 95% minder CO2 uit te stoten (en al 49% in 2030) ten opzichte van 1990. Deze doelen zijn vastgelegd in de Klimaatwet. In het Klimaatakkoord staan afspraken en maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan en de CO2reductiedoelstelling van minimaal 49% in 2030 te behalen. Belangrijk in dat kader is de ambitie om in 2030 de beoogde 35 Terawattuur (TWh) grootschalige hernieuwbare elektriciteit op land gerealiseerd te hebben. Deze opgave dient in en door de regio’s opgepakt worden, middels de diverse regionale energiestrategiën van de 30 energieregio’s.
1 De raad is hierover geïnformeerd per mail op 10 april 2021 en het staat op de agenda voor de
klankbordgroep omgevingsvisie/energietransitie op 20 april 2021.
5
In onze RES regio Rotterdam Den Haag streven we naar 2,8-3,2 TWh die we willen realiseren voor 2030. Gemeenten sec bepalen uiteindelijk of er op hun grondgebied windmolens of zonnevelden komen. Daarnaast ambieert de regio een energiebesparing met 20% (minimaal energielabel C). Als alternatief voor aardgas wordt in deze regio gekozen voor bovenlokale/regionale bronnen als geothermie en (vooralsnog grotendeels fossiele) restwarmte als lokale bronnen als wko, aquathermie of zonthermie er niet of onvoldoende zijn als alternatief voor aardgas. Gemeenten bepalen dit, zoals eerder gemeld, in de Transitievisie warmte en latere wijkuitvoeringsplannen en verankeren dit in het omgevingsbeleid. 1.2 Gezamenlijk bereiken we meer dan alleen; Er zijn behoorlijk wat randvoorwaarden, financiële middelen en passende wetgeving nodig om bijvoorbeeld de doelen ten aanzien van duurzame opwek te realiseren. Blijven subsidies in stand, ook voor het verzwaren of geschikt maken van daken? Wordt de salderingsregeling of postcoderoos nu wel of niet van rijkswege afgebouwd en vervangen voor goede alternatieven? Komt er ook subsidie voor zwaardere aansluitingen? De antwoorden daarop zijn randvoorwaarden die helpen de doelen te bereiken. Een gezamenlijke inzet vanuit de regio helpt vervolgens beter in de lobby en dat biedt kansen. 1.3
Met de RES formuleren we gezamenlijke ambities en verkenningen voor de toekomstige energiehuishouding in onze regio die zijn te gebruiken als bouwsteen voor lokaal beleid. Binnen de drie genoemde uitvoeringslijnen (warmte, elektriciteit en brandstoffen) worden een aantal ambities en uitgangspunten verwoord. Kort samengevat komt dit neer op de volgende punten als onderdelen van het totale energiesysteem. Dit systeem zal veranderen gedurende de komende decennia. Warmte: Naast een ambitie voor energiebesparing naar minimaal energielabel C kan de gemeente indien dat de lokale keuze is, gebruik maken van bovenlokale/regionale bronnen als geothermie en/of restwarmte De regio heeft als doel om bovenlokale en regionale warmte te regelen als de gemeente dit lokaal niet of onvoldoende kan oplossen. In de RES wordt ingezet op besparing naar minimaal energielabel C of hoger als het alternatief voor aardgas daarom vraagt. De RES zet in op beschikbare warmte, samenwerken, regie bij gemeenten, uitwerken van het toekomstbeeld en inzetten op passende wet- en regelgeving met dito financiële instrumenten. Er vindt al veel plaatsvindt in deze regio op het gebied van bijvoorbeeld warmtenetten en geothermie, maar ook t.a.v. warmtekoudeopslag (WKO), aquathermie, zonthermie en (zoals in Zoetermeer) nul op de meter.
De analyse is gebaseerd op bijeen brengen van vraag en aanbod naar en van warmte binnen de randvoorwaarden. Scenario ‘Samenland’ heeft hierbij regionaal de voorkeur. Of Zoetermeer daar ook onderdeel van zal uitmaken uiteindelijk (Scenario Samenland of wellicht scenario “Eiland”) zal later blijken met de Transitievisie Warmte of de actualisering daarvan (om de 5 jaar volgt een nieuwe Transitievisie warmte) en wijkuitvoeringsplannen. Het is goed dat de RES inzet op minimaal label C en ruimte biedt voor verdere besparing. Dit past in de ambitie van het Programma Duurzaam en Groen. Elektriciteit inclusief opslag: Regio gaat voor tussen de 2,8-3.2 TWh aan windenergie en zonnepanelen met een stevige ambitie voor zonne-energie op daken en parkeerplaatsen en doen wat past in het landschap is leidend. Ingezet wordt op bandbreedte 2.8-3.2 TWh duurzame opwek op land. Daarbij is behoud of versterking van ruimtelijke kwaliteit belangrijk. Er wordt vooral ingezet op zonne-energie op daken en parkeerplaatsen (40% van geschikt dakoppervlakte en waterbassins (347 bassins), 350.000 drijvende panelen en aanvullend circa 27 windmolens tot 2030.
6
Dit is boven op de bestaande convenantafspraken (VRM2 gebieden én de bestaande windmolens (waaronder onze 3 op bedrijventerrein Lansinghage). Géén opwek in (beschermde) natuur. De uitwerking van grootschalige opwek in integrale gebiedsgerichte aanpakken en binnen overeengekomen afwegingskaders inclusief lokaal eigenaarschap wordt lokaal bepaald. Ook is er, zij het nog marginaal, aandacht voor de opslag van duurzame stroom en besparing. Zoetermeer heeft in haar eigen “lokale verkenning potentie en wenselijkheid windenergie en zonnestroom” ook het belang van zonnedaken en overkappen van parkeerplaatsen onderstreept. Ook heeft Zoetermeer besloten het niet wenselijk vinden windmolens in de groene gebieden te plaatsen. Daarmee is haar inzet al bepaald als bijdrage aan de bandbreedte van 2.8-3.2 TWh. Met de grote LED-actie werkt Zoetermeer onder andere aan de vermindering van het elektriciteitsgebruik. In het nog te behandelen Duurzaamheidsfonds gerelateerd aan de Eneco gelden is onderdeel van de scenario’s indien nodig financiële middelen voor de duurzame opwek. Het is goed te zien dat de ambitie is géén opwekking in (beschermde) natuur wat ook de windmolenoptie in het Balijbos in Pijnacker-Nootdorp minder waarschijnlijk maakt.
Het is aan de gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp zich daar definitief over uit te spreken; Brandstoffen: Waterstof en groen gas bewaren we voor later, dat is er nog te weinig Eerst inzetten op vraagreductie en duidelijkheid bieden aan initiatiefnemers. Focus op groengas en waterstof (beiden beperkt beschikbaar tot 2030) omdat andere grondstoffen vooral voor industriële toepassingen zijn en als transportbrandstof dienen. Er wordt aangesloten bij het duurzaamheidskader biogrondstoffen van het Rijk. Inzet van duurzame brandstoffen met waterstof of groen gas is het sluitstuk in de warmtetransitie. Actieprogramma om te inventariseren welke acties er richting RES 2.0 nodig zijn om komst duurzame brandstoffen te versnellen. Ook hiervoor geldt dat pas in de loop van jaren duidelijk zal worden of bepaalde wijken of buurten in Zoetermeer uiteindelijk gebruik gaan maken van hetzij groen gas hetzij waterstof. Dit zal ook bepaald gaan worden in de Transitievisie warmte en de wijkuitvoeringsplannen; Kanttekeningen 1.1 Het grote aantal partijen maakt de besluitvorming zeer complex; Er zitten verschillende typen gemeenten in de RES. Gemeenten met een verouderde gebouwenvoorraad, gemeenten met veel glastuinbouw, de gemeenten rond Rijnmond, gemeenten met een naar verhouding nieuwe gebouwenvoorraad, groene gemeenten etc. Iedere gemeente heeft een ander belang.
Dit maakt met 23 gemeenten, 4 waterschappen en de provincie een éénduidige lijn uitdagend. De RES neemt echter géén bindende beslissingen maar legt ambities vast. De echt bindende beslissingen zoal waar zonnevelden en windmolens kunnen komen, maar ook wat het alternatief voor aardgas in de wijken wordt, worden lokaal genomen. Dicht bij de burger, het bedrijf zodat ook de participatie en inspraak van de inwoners, bedrijven en andere stakeholders goed meegenomen kan worden. 1.2
Er zal in de komende jaren ‘’druk’ ontstaan vanuit de RES om substantiële bijdrage te leveren aan het realiseren van de hoeveelheid opwek van duurzame elektriciteit binnen de bandbreedte van 2,8-3,2 TWh; De bandbreedte is als ambitie vastgesteld maar wellicht is die ambitie toch te hoog. Zijn randvoorwaarden goed geregeld en lukt het uiteindelijk om in de regio plek te vinden voor zonnevelden en windmolens of om bestaande windmolens te behouden? Zoetermeer heeft bij de lokale verkenning al kaderstellende besluiten genomen. Hiermee is een deel van de moties ingevuld. Zo komen er geen windmolens in Westerpark.
2 Verordening Ruimte en Milieu/ convenantafspraak provincie Zuid-Holland
7
De besluitvorming of en waar windmolens en zonnevelden komen wordt na een integrale afweging en participatie/inspraak traject lokaal bepaald (dit heeft Zoetermeer al gedaan) en uiteindelijk ook vastgelegd in het omgevingsbeleid. 1.3 De RES kan de indruk geven dat alle gemeenten in de regio aan de (vooralsnog fossiele) restwarmte/havenwarmte en geothermie gaan. Los van de vraag of de afhankelijkheid van zoveel gebouwen (zoals de RES voorstelt) aan de bovenal fossiele rest/havenwarmte de beoogde innovatie in de haven niet in de weg staat, heeft Zoetermeer beperkte mogelijkheden om de preferente verwarmingsbronnen zoals restwarmte en geothermie te benutten. Nu al is er veel druk om aan te sluiten op de Warmtelinq, maar daarvan is door het college gesteld dat we dit verkennen maar ons nog niet binden, zie memo voorlopig standpunt bovenlokale/regionale warmtenetten. Zoetermeer verkent de mogelijkheden samen met de WSO gemeenten als het gaat om restwarmte en geothermie. Bronnen zijn echter ver weg en de haalbaarheid is onzeker. In Zoetermeer zijn ook andere lokale alternatieven voor handen. De mogelijkheden van regionale en lokale bronnen worden in de Transitievisie Warmte uitgewerkt. De RES is één van de bouwstenen voor de TVW. Financiën Uit het vaststellen van de Regionale Energiestrategie vloeien behoudens de opstelkosten geen verplichtingen voort.
Als er voorstellen voor de energietransitie worden gedaan zal de besluitvorming op lokaal niveau plaatsvinden. Besluitvorming over deze voorstellen vindt plaats óf bij het voorjaarsdebat (de perspectiefnota) óf bij het najaar debat óf bij een afzonderlijk raadsvoorstel óf bij de vaststelling van de Programmabegroting. De kosten van het opmaken van de regionale energietransitie worden gezamenlijk gedragen door de 23 gemeenten, vier waterschappen en de provincie. In de Programmabegroting 2021 en 2022 is via de budgetten van het programma Duurzaam en Groen jaarlijks ca. € 19.000 gereserveerd als bijdrage voor het ontwikkelen van de regionale energiestrategie. Controleprotocol Niet van toepassing. Participatie en Communicatie Participatie en inspraak In regionaal verband zijn t.a.v. dit strategische verhaal relevante stakeholders betrokken. Zoals eerder is aangegeven in het programma Duurzaam en Groen wordt particpatie en inspraak intensiever naarmate plannen concreter worden.
april 2020-februari 2021 concept RES voorgelegd aan inwoners/stakeholders en raadsleden De concept-RES is door de gemeenteraad voorgelegd aan inwoners en stakeholders die input gaven aan de raad ten aanzien van de wensen en bedenkingen. Op 8 juli 2020 heeft hiervoor een sessie plaatsgevonden. Inwoners/stakeholders zijn in de gelegenheid gesteld mondeling punten mee te geven en/of een toelichting te geven op eerder schriftelijk ingediende wensen en bedenkingen door inwoners/stakeholders. Op 21 september 2020 heeft de raad wensen en bedenkingen meegegeven voor de RES 1.0. De RES organisatie heeft daarop gereageerd met de nota van beantwoording waar nog een reactie op mogelijk was waarvan de raad gebruik heeft gemaakt in februari 2021. In bijlage 3 staat ook waar in de RES 1.0 wensen en bedenkingen wel of niet zijn opgepakt.
November 2020 Participatietraject lokale verkenning windenergie en zonnestroom
8
Bij de lokale verkenning potentie windenergie en zonnestroom, waarin de bijdrage van Zoetermeer aan de RES is bepaald, is in het participatietraject veel input opgehaald bij inwoners en stakeholders in Zoetermeer. Maart-oktober 2021 Transitievisie warmte In de lokale startnotitie transitievisie warmte is aangegeven hoe inwoners en stakeholders betrokken zullen worden bij de eerste stappen op zoek naar het alternatief voor aardgas. Vanaf 2022 volgt de komende jaren de participatie bij de actualisering van de Transitievisie warmet en voor de wijkuitvoeringsplannen zodra besloten gaat worden dat de wijken van het aardgas gaan. Het omgevingsbeleid volgt een eigen participatie en inspraaktraject. Planologisch wordt uiteindelijk zowel een eventueel zonneveld als het alternatief voor aardgas in het omgevingsbeleid vastgelegd. Communicatie Naast de bij raadsmemo’s en voorstellen vastgelegde publicaties en voorkomende pers- en mediamomenten beschikt Programma Duurzaam en Groen over een eigen middelenmix, zoals website, nieuwsbrief Duurzaam en Groen en de overkoepelende (ook wijkgerichte) social media en andere on- en offline kanalen van de gemeente. Op 31 maart heeft de RES een regionaal persbericht verspreid. Omdat dit een strategisch, regionaal stuk doen wij hier niet zelf een persbericht op uit. We zullen dit verwerken in eigen publicaties.
De inwoners die gereageerd hebben op de concept RES worden apart geïnformeerd dat de RES 1.0 er ligt, gelijktijdig met het versturen van de RES naar de raadsleden. Duurzaamheid De RES gaat over 1 van de thema’s van duurzaamheid, namelijk duurzame energie en daarmee de CO2 reductie. Dit stuk gaat over de regionale ambities voor windenergie en zonnestroom als alternatief voor nu nog grotendeels fossiele stroom. Ook gaat dit stuk over de regionale ambities voor besparing van warmte en stroom, over opslag van stroom en over het regionale/bovenlokale alternatief voor aardgas. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Niet van toepassing bij dit strategische document. Rapportage en evaluatie Voor de RES is een monitoringssystematiek ontwikkeld om te evalueren, signaleren en waar nodig ondersteunende acties bij te kunnen formuleren. Kort gezegd voorziet deze regionale monitoringssystematiek in een halfjaarlijkse blik op vorderingen, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin. De uitkomsten van deze periodieke evaluatie vormt de basis voor het terugkerende bestuurlijke gesprek op regionaal niveau over de mate waarin ambities worden gerealiseerd en er voortgang wordt geboekt.
Planning 10 en 17 mei 2021 (naar verwachting): Behandeling raadsvoorstel Vaststellen RES; 1 juli 2021: Verzenden RES 1.0 door RES-organisatie naar het Rijk; Eind 2021 Transitievisie Warmte Zoetermeer; 2021, 2022 en verder: Doorontwikkeling naar RES 2.0 met daarvoor actieprogramma en monitoring
9