CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Samenvoeging RIF en Fonds Zoetermeer 2040

Raadsvergadering 26 juni 2023, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Samenvoeging RIF en Fonds Zoetermeer 20402.967 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp Zaakid

Raadsvoorstel Samenvoeging RIF en Fonds Zoetermeer 2040 2023-030416

Versie

2.1

Auteur

Hoeve, M. ter 079 3468197 m.ter.hoeve@zoetermeer.nl

Gemeentesecretaris

Huykman, B.J.D.

Directeur

Quentin, A.

Portefeuillehouder

Wethouder Iedema

Medeverantwoordelijke(n)

Burgemeester Bezuijen

Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s) Eerdere besluitvorming

Samenvatting

Bijlagen

Alle Raadsvoorstel Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Eneco-middelen Raadsvoorstel Sociaal Innovatiefonds Raadsvoorstel Duurzaamheidsfonds In juni 2021 heeft de Raad het Investeringsfonds Zoetermeer 2040 opgezet. Om de gemeentelijke investeringsgelden nog beter te kunnen richten op de ambities van Zoetermeer 2040 is toegezegd om met een voorstel te komen om de RIF-gelden op te nemen binnen het fonds. Met de opname van het RIF in het fonds wordt ook de voeding van het RIF overgeheveld naar de voeding van het Fonds Zoetermeer 2040. Naast de opname van het RIF in het Fonds Zoetermeer 2040 is uit de eerste werkervaringen met aanvragen gebleken dat procedures eenvoudiger kunnen. In het voorliggende voorstel wordt daartoe voorgesteld de thematische indeling en de daarbij behorende thematische criteria te laten vervallen, evenals de interne en externe toetsingen van de voorstellen. Tot slot wordt voorgesteld om uit de financiële deelvragen die onderdeel zijn van de algemene criteria van het Fonds, de deelvraag over “leningen” te schrappen daar het verstrekken van leningen strijdig is met het Zoetermeerse financiële beleid. 1. Algemene criteria Fonds 2040

Raadsbesluit Samenvoeging RIF en Fonds Zoetermeer 2040 2023-030416 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 mei 2023 besluit 1. Ten behoeve van de realisatie van de opgave Zoetermeer 2040 de Reserve Investeringsfonds 2030 en Fonds Zoetermeer 2040 samen te voegen per 31 december 2023 en dit praktisch uit te voeren door: a. De Reserve Investeringsfonds 2030 per 31-12-2023 op te heffen b. Het saldo van de Reserve Investeringsfonds 2030 per 31-12-2023 over te hevelen naar de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 c. De voor 2024 en volgende jaren geraamde onttrekkingen en toevoegingen aan de Reserve Investeringsfonds 2030 overeenkomstig te ramen ten gunste of ten laste van de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 d. De voor 2024 en volgende jaren binnen de Reserve Investeringsfonds 2030 opgenomen verwachtingen en de door de raad geoormerkte middelen overeenkomstig op te nemen binnen de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 2. De thematische indeling in een (1) Sociaal Innovatiefonds, (2) de gebouwde omgeving, (3) Leefomgeving, (4) Duurzaamheid, (5) Innovatie, ontwikkeling en kenniseconomie en (6) Citymarketing, profilering van Zoetermeer met bijbehorende thematische criteria uit het fonds Z2040 te laten vervallen 3. Daarbij de reeds toegewezen bestemmingsreserves, te weten Sociaal Innovatiefonds en Duurzaamheidsfonds Zoetermeer 2040 in stand te houden.

4. Bij de technische uitvoering van raadsvoorstellen die een beroep doen op Fonds Zoetermeer 2040 de externe toetsing (bij bedragen hoger dan €500.000) en de interne toetsing (bij alle voorstellen, ongeacht de hoogte van de aanvraag) te laten vervallen. 5. De bestemming van het fonds jaarlijks af te wegen in de Perspectiefnota en definitief te bepalen bij de begrotingsbehandeling. 6. Bij de financiële deelvragen ten behoeve van de algemene criteria voor aanvragen van het Fonds 2040 de zinsnede over leningen te laten vervallen en als volgt te omschrijven: Deelvraag financiën: Op welke manier worden de middelen aangewend, als subsidie of in het kader van cofinanciering? Wat wordt er verwacht qua rendement, draagt het voorstel bij aan een efficiëntere bedrijfsvoering en/of kostenbesparing elders? Zijn er daardoor mogelijkheden om (op termijn) geld terug te laten stromen in het investeringsfonds? 7. Motie 2201-01 als afgedaan te beschouwen. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 26 juni 2023 de griffier,

de voorzitter,

drs. R. Blokland MCM

drs. M.J. Bezuijen

2

Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding In juni 2021 is in de Raad het Fonds Zoetermeer 2040 ingesteld. Met het Fonds Zoetermeer 2040 wordt ingezet op het duurzaam verbeteren van de stad. Het Fonds is gevoed met middelen die afkomstig zijn uit de resterende opbrengst van de verkoop van Eneco-aandelen (€65,8 miljoen). Door deze middelen in een investeringsfonds te reserveren is het mogelijk om in meerdere bestuursperioden in de stad te investeren. Voor aanvragen uit het Fonds zijn algemene en thematische criteria opgesteld waaraan aanvragen dienen te voldoen. Daarnaast was in het voorstel opgenomen dat op alle voorstellen een interne toetsing plaatsvindt, voor voorstellen boven de €500.000 aangevuld met een externe toetsing. Bij de vaststelling van het voorstel is ook afgesproken dat het College een voorstel zou voorleggen om het Reserve Investeringsfonds 2030 (RIF) te integreren in het Fonds Zoetermeer 2040. Daarnaast werd de wens breed gedeeld om het Fonds blijvend te voeden. Op basis van deze afspraken en de eerste ervaringen met aanvragen stelt het college in een aantal vereenvoudigingen en verbeteringen voor. De overige afspraken blijven in stand. Bij de oprichting van het Fonds2040 is aangegeven dat elk college de flexibiliteit heeft om al dan niet gebruik te maken van onderscheidende thema’s en criteria om zo beter tegemoet te komen aan specifieke doelen.

Het college stelt nu voor om de thema’s en thematische criteria af te schaffen. Tenslotte stelt het college enkele technische wijzigingen voor. Beoogd effect Het college heeft zich eerder ten doel gesteld om de (Eneco-)middelen duurzaam in te zetten voor de verbetering van de stad. Daarbij wil het college inzetten op een positieve bijdrage aan de mechanismen die in Zoetermeer 2040 zijn geïdentificeerd. Die mechanismen zijn: 1. Concurrerende woonaantrekkelijkheid 2. Sociaaleconomische kracht 3. Samenhang beroepsbevolking en werkgelegenheid 4. Verschillen tussen wijken en buurten Deze doelstelling blijft ongewijzigd. Met de voorgestelde wijzigingen in dit voorstel beoogt het college een aantal zaken eenvoudiger en duidelijker te maken. Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s 1. Ten behoeve van de realisatie van de opgave Zoetermeer 2040 de Reserve Investeringsfonds 2030 en Fonds Zoetermeer 2040 samen te voegen per 31 december 2023 en dit praktisch uit te voeren door: a. De Reserve Investeringsfonds 2030 per 31-12-2023 op te heffen b. Het saldo van de Reserve Investeringsfonds 2030 per 31-12-2023 over te hevelen naar de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 c. De voor 2024 en volgende jaren geraamde onttrekkingen en toevoegingen aan de Reserve Investeringsfonds 2030 overeenkomstig te ramen ten gunste of ten laste van de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 d.

De voor 2024 en volgende jaren binnen de Reserve Investeringsfonds 2030 opgenomen verwachtingen en de door de raad geoormerkte middelen overeenkomstig op te nemen binnen de Reserve Fonds Zoetermeer 2040 3

2. De thematische indeling in een (1) Sociaal Innovatiefonds, (2) de gebouwde omgeving, (3) Leefomgeving, (4) Duurzaamheid, (5) Innovatie, ontwikkeling en kenniseconomie en (6) Citymarketing, profilering van Zoetermeer met bijbehorende thematische criteria uit het fonds Z2040 te laten vervallen 3. Daarbij de reeds toegewezen bestemmingsreserves, te weten Sociaal Innovatiefonds en Duurzaamheidsfonds Zoetermeer 2040 in stand te houden. 4. Bij de technische uitvoering van raadsvoorstellen die een beroep doen op Fonds Zoetermeer 2040 de externe toetsing (bij bedragen hoger dan €500.000) en de interne toetsing (bij alle voorstellen, ongeacht de hoogte van de aanvraag) te laten vervallen. 5. De bestemming van het fonds jaarlijks af te wegen in de Perspectiefnota en definitief te bepalen bij de begrotingsbehandeling. 6.

Bij de financiële deelvragen ten behoeve van de algemene criteria voor aanvragen van het Fonds 2040 de zinsnede over leningen te laten vervallen en als volgt te omschrijven: Deelvraag financiën: Op welke manier worden de middelen aangewend, als subsidie of in het kader van cofinanciering? Wat wordt er verwacht qua rendement, draagt het voorstel bij aan een efficiëntere bedrijfsvoering en/of kostenbesparing elders? Zijn er daardoor mogelijkheden om (op termijn) geld terug te laten stromen in het investeringsfonds? Argumenten 1.1 Het samenvoegen van RIF en Fonds 2040 zorgt voor eenduidigheid Beide reserves zijn opgezet om eenmalige langjarige ontwikkelingen in de stad te stimuleren. Het RIF is oorspronkelijk in het leven geroepen om de ambities van de Stadsvisie 2030 (min of meer de voorloper van de huidige visie) te realiseren. In het raadsvoorstel “Samen de Toekomst van Zoetermeer Vormgeven” uit 2017 is door de raad aan het college de opdracht gegeven om (opnieuw) in hoofdlijnen de toekomst van Zoetermeer in een vergezicht uit te werken. Dit vergezicht is vormgegeven via de omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Met de vaststelling van de toen bepaalde uitgangspunten is ook een nieuwe kader voor de aanwending van het RIF gecreëerd. Om te voorkomen dat via verschillende routes investeringsvoorstellen gedaan worden is het wenselijk om dit vanuit een gemeenschappelijk kader te doen.

Zo worden voorstellen vanuit eenzelfde kader beoordeeld. Het Fonds Zoetermeer 2040 is daartoe opgericht en het RIF kan daar in opgenomen worden. 1.2 De lopende afspraken uit het RIF kunnen goed overgenomen worden in het Fonds Zoetermeer 2040. Door de reserveringen van het RIF over te nemen in het Fonds Zoetermeer 2040 zijn er geen gevolgen voor de nog lopende projecten. Bestaande afspraken worden gelabeld opgenomen en zullen conform de bestaande besluiten doorgezet worden. 1.3 De voeding van het samengevoegde Fonds 2040 zal verlopen zoals in het huidige RIF. De voeding van het RIF vindt momenteel plaats door positieve resultaten uit de grondexploitaties, maximaal 50% van positieve jaarrekeningresultaten en subsidiebedragen die aantoonbaar gerelateerd zijn aan de opgaven uit de Stadvisie 2030. Deze afspraken zetten we om naar het Fonds 2040. Door opname van het RIF in het Fonds Zoetermeer 2040 kan ook de wijze waarop de voeding van het RIF geregeld was overgenomen worden voor het Fonds Zoetermeer 2040. Door dit te doen wordt tegemoetgekomen aan de wens om het Fonds structureel te voeden én is een wijziging van de verordening niet noodzakelijk. 1.4 We houden vast aan de afspraken die zijn gemaakt over de groei van de stad. De plannen die in het kader van het schaalsprongprogramma werden gemaakt leiden tot een groei van het aantal woningen. Elk jaar wordt de woningbouwprognose 4

geactualiseerd. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel sloop als nieuwbouw en transformatie van kantoren naar woningen. De woningbouwprognose is de basis voor de raming van extra inkomsten. 2.1 Het afschaffen van de indeling in thema’s met bijbehorende criteria maken het voor investeringsaanvragen minder complex. Het college is voornemens de voorstellen op inhoud te beoordelen en niet te labelen aan een thema. 3.1 Duidelijkheid voor bestaande bestemmingsreserves is wenselijk In januari en februari zijn bestemmingsreserves voor het Fonds 2040 toegekend. Dit betreft het Sociaal Innovatiefonds en Duurzaamheidsfonds Zoetermeer 2040. De uitwerking van deze fondsen is al gestart. Deze afspraken zullen ongewijzigd blijven om te zorgen voor continuïteit en duidelijkheid. 4.1 Met meer nadruk op het sturen aan de “voorkant” is er voldoende borging om voorstellen aan de uitgangspunten van de visie Z2040 te laten voldoen. Ambtelijk zijn inmiddels afspraken gemaakt hoe tot een eerdere en betere integrale afweging te komen over investeringsaanvragen zodat de kwaliteit van de aan de Raad voor te leggen voorstellen wordt verbeterd. Bij de besluitvorming kan de gemeenteraad zelf een afweging maken of de voorstellen voldoende bijdragen het keren van de mechanismen van 2040.

4.2 Het is wenselijk om op de integraliteit van voorstellen en de bijdrage aan de ambities van Zoetermeer 2040 aan de voorkant van het beleidsproces te sturen Het is wenselijker om met externe partijen het gesprek over voorstellen tijdig te voeren (aan de “voorkant”) zodat de inzichten van externe partijen al meegenomen worden bij het opstellen van voorstellen. Op deze manier is er voldoende ruimte om voorstellen te verbeteren en aan te passen, in plaats van aan de achterkant een ‘oordeel te krijgen’. Voor het doorlopen van het proces is een handleiding en uitwerking van de criteria opgesteld. 4.3 Het vervangen van een toetsing achteraf voor een advies vooraf levert meer duidelijkheid op in het bestuurlijk besluitvormingsproces Er is op verschillende vlakken verwarring ontstaan over de toetsing, het delen van de resultaten en de werking van de toetsing. Dit geldt zowel voor de interne als de externe toetsing. Het was niet altijd duidelijk welke verbeteringen al waren doorgevoerd door het college, omdat de toets ongewijzigd meegestuurd werd bij het voorstel. 5.1 Bij de Perspectiefnota wordt elk jaar het te voeren beleid tegen het licht gehouden en bepaald of er aanpassingen nodig zijn. De besteding van de gelden uit het fonds maken daar onderdeel van uit. Dit zorgt voor duidelijkheid. Zo is voor iedereen duidelijk op welk moment aanvragen gedaan kunnen worden.

Wanneer een beslissing sneller genomen moet worden kan de raad altijd anders besluiten middels een begrotingswijziging. 5.2 De voortgang van de projecten met dekking uit het fonds kunnen zo goed en integraal gevolgd worden. De P&C cyclus kan, zoals gebruikelijk, op deze manier benut worden om te sturen op de besteding. 6.1 Het verstrekken van leningen past niet in het Zoetermeers beleid dat is vastgelegd in het Afwegingskader taakuitvoering (raad 8 mei 2017, agendapunt 8.a). Dit is een beleidskeuze van de gemeente. Deze afspraken zijn in 2020 herbevestigd in 5

Raadsvoorstel Kadernota garantstellingen (raad 13 juli 2020, agendapunt 7.e). De gemeente is geen bank en er mag geen sprake zijn van concurrentievervalsende maatregelen (staatssteun). Vanaf 2016 neemt de gemeente geen nieuwe aanvragen voor startersleningen (als aanvullende lening op een hypotheek) meer in behandeling. Startersleningen waren uitzondering op deze regel en op 7 november 2022 is er een motie aangenomen om deze weer te onderzoeken. Het blijft echter wenselijk om de vraag over leningen uit deze criteria te verwijderen, dit leidt anders tot verwarring. Voor de volledigheid onderstaand een was/wordt tabel van de deelvraag over financiën. Deelvraag financiën Was Op welke manier worden de middelen aangewend, als subsidie, in het kader van cofinanciering, of als lening? Wat wordt er verwacht qua rendement, draagt het voorstel bij aan een efficiëntere bedrijfsvoering en/of kostenbesparing elders? Zijn er daardoor mogelijkheden om (op termijn) geld terug te laten stromen in het investeringsfonds?

Wordt Op welke manier worden de middelen aangewend, als subsidie of in het kader van cofinanciering? Wat wordt er verwacht qua rendement, draagt het voorstel bij aan een efficiëntere bedrijfsvoering en/of kostenbesparing elders? Zijn er daardoor mogelijkheden om (op termijn) geld terug te laten stromen in het investeringsfonds?

6.2 Alle overige in het Fonds 2040 opgenomen deelvragen en bijbehorende algemene criteria blijven intact Dit maakt de afweging van de gemeenteraad makkelijk om al dan niet in te stemmen met een voorstel en in proces vooraf duidelijk waar voorstellen aan moeten voldoen. De algemene criteria zijn opgenomen in de bijlage van dit voorstel. De enige wijziging ten opzichte van raadsbesluit van 28 juni 2021 is de wijziging van deelvraag over financiën met betrekking tot de lening. Kanttekening 1.1 De voor 2040 beschikbare gelden kunnen minder inzichtelijk worden en zijn niet (administratief) afgebakend van de andere gelden in het RIF Gezien beide fondsen een bijdrage willen leveren aan de toekomst van de stad is dit risico aanvaardbaar. 4.1 Door niet meer te toetsen op de voorstellen ontstaat het risico dat er minder controle is op de bijdragen aan het keren van de mechanismen van de Visie 2040 De interne en externe toets was ingesteld om goed te kunnen toetsen op de visie 2040. Echter, het zorgde voor onduidelijkheid en minder flexibiliteit. Door vooraf te adviseren en tijdens het proces (ambtelijke) ondersteuning te bieden vanuit 2040 wordt de bijdrage aan het keren van de mechanismen van 2040 alsnog bewaakt. 5.1In de Perspectiefnota zijn veel onderwerpen aan de orde. Daardoor kan de besteding van aanvragen voor het Fonds 2040 ondergesneeuwd raken.

Er is geen expliciet moment dat alleen de bestedingen van het Fonds 2040 aan de orde zijn. Echter, op deze manier past het beste in de bestaande cyclus en kan er goed gestuurd worden. Daarnaast zal het college de raad actief tussentijds informeren over de voortgang van de projecten en kan de raad altijd vragen om extra informatie.

6

Financiën Voor de groei van inkomsten die het gevolg zijn van de groei van de stad wordt de vuistregel gehanteerd, dat een extra woning leidt tot een inkomstenstijging uit OZB/algemene uitkering van € 1.500 per jaar. Van de verwachte groei aan inkomsten uit OZB/Algemene uitkering als gevolg van de uitbreiding van het aantal woningen wordt de helft gereserveerd voor de toename van kosten voor het in stand houden van het huidig voorzieningenniveau voor de in omvang groeiende stad (zoals kosten voor zorg, sport, onderwijs en onderhoud wegen). Deze reservering verloopt via het begrotingssaldo en de vrij inzetbare reserve. Het andere deel van de extra inkomsten wordt in principe gereserveerd als dekking voor de (verdere) kosten van het groeiprogramma. De reservering en de aanwending van deze bedragen verlopen via het RIF. Omdat het tempo van lasten en baten niet synchroon lopen worden de saldi jaarlijks via het begrotingssaldo verrekend met de Vrij inzetbare reserve resp. het RIF. Als blijkt dat het weerstandsvermogen onder 1,0 zakt en de Vrij inzetbare reserve niet meer voldoende is om de risico’s te dekken kan het college een voorstel aan de raad voorleggen voor een andere verdeling van de extra inkomsten over beide reserves. Controleprotocol Niet van toepassing. Samenspraak en Communicatie Het raadsbesluit zal op de gebruikelijke wijze worden gepubliceerd.

Duurzaamheid In de vorige bestuursperiode is een reserve Duurzaamheid ingesteld. Deze blijft conform de afspraken daarover gehandhaafd. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Investeringsvoorstellen die een beroep doen op middelen uit het Fonds Zoetermeer 2040 zullen onderbouwd moeten toelichten hoe het betreffende voorstel bijdraagt of van invloed is op de toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Rapportage en evaluatie Bij de Perspectiefnota wordt elk jaar het te voeren beleid tegen het licht gehouden en bepaald of er aanpassingen nodig zijn. De voorgenomen besteding van de gelden uit het fonds maken daar onderdeel van uit. Planning De voorgestelde wijzigingen zullen ingaan vanaf het begrotingsjaar 2024 Begrotingswijziging Niet van toepassing.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=387ed0fd-6c91-4e95-b87a-33e6eb4afe3c