Raadsvoorstel Rentenota 2025
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid
Rentenota 2025 2024-174237
Auteur
Roland Kuiper +31793469207 R.M.Kuiper@zoetermeer.nl
Gemeentesecretaris a.i.
Quentin, A.
Afdelingshoofd
Pol R. van der (Reinier)
Portefeuillehouder
Wethouder Iedema
Medeverantwoordelijke(n)
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s)
Alle
Eerdere besluitvorming Samenvatting
De Rentenota beschrijft het beleid met betrekking tot het berekenen van de rentelasten en de wijze waarop de rentelasten (en -baten) in de begroting en jaarrekening worden verwerkt. Deze nota maakt onderdeel uit van het financiële beleid van de gemeente zoals dat staat opgenomen in artikel 8 van de Financiële verordening. In deze Rentenota wordt invulling gegeven aan de veranderde regelgeving. Daarnaast is in deze Rentenota een aantal instrumenten geëvalueerd en waar nodig aangepast. Het gaat hierbij om de instrumenten rentescenario en rente-egalisatiereserve. Aan het slot van de Rentenota is een actuele ontwikkeling opgenomen, die impact zal gaan hebben op de rentelasten zodra Zoetermeer leningen moet gaan aantrekken.
Bijlagen
1. Rentenota 2025 2. Begrippenlijst bij Rentenota 2025
Raadsbesluit Raadsvoorstel Rentenota 2025 2024-174237 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 december 2024 besluit 1. De Rentenota 2025 (bijlage 1) vast te stellen, met als belangrijkste punten: a. Het beleid inzake de rente toerekening aan de grondexploitaties aan te passen aan de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) richtlijnen. b. De uitbreiding van het rentescenario met een scenario voor rentebaten vast te stellen. c. Het beleid inzake dotaties aan de rente-egalisatiereserve op te schorten tot het moment dat het weer aannemelijk wordt dat de gemeente binnen 1 jaar geld moet lenen (naar verwachting niet voor 2028). Hiermee de rentevoordelen tot die tijd niet in de reserve te laten vloeien maar ten gunste van het begrotingssaldo te brengen. 2. De Rentenota 2018 in te trekken Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 17 februari 2025 de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
2
Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding Gemeenten trekken leningen aan om hun uitgaven te financieren, wanneer er niet voldoende eigen middelen zijn. Over deze leningen moet rente worden betaald. Wanneer de gemeente een overschot aan middelen heeft, kunnen deze worden uitgeleend (uitgezet) en wordt er rente ontvangen. In de Rentenota staat beschreven wat het beleid is met betrekking tot het berekenen van de rentelasten (en -baten) en de wijze waarop de rentelasten (en -baten) in de begroting en jaarrekening worden verwerkt. Het beleid en de werkwijze rondom het daadwerkelijk aantrekken of uitlenen van middelen staat opgenomen in de Kadernota treasury en het treasurystatuut en dus niet in de Rentenota. De Rentenota 2025 kent ten opzichte van de Rentenota 2018 de volgende redenen tot aanpassing of aanvulling: 1. Nieuwe regelgeving In de Notitie rente 2023 (van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)) wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en –baten in de begroting en jaarstukken. Doelstelling van de notitie rente is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie).
De nieuwe regelgeving geldt vanaf het begrotingsjaar 2025. De belangrijkste wijziging betreft de rentetoerekening aan de grondexploitaties. Vanaf 2016 was in verband met de invoering van de Vennootschapsbelasting (Vpb) voor grondexploitaties de rentetoerekening gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage over het vreemde vermogen. In de praktijk hanteert de Belastingdienst een andere toerekening van rente aan de grondexploitaties. Hiermee is de noodzaak om voor grondexploitaties een afwijkend rentepercentage te gebruiken, vervallen. Het ligt voor de hand om de toerekening aan de grondexploitaties gelijk te maken aan de toerekening aan de rest van de begroting, namelijk toerekening op basis van het rente-omslagpercentage. In het publiekrechtelijke kostenverhaal bij faciliterende grondexploitaties moet overeenkomstig de Omgevingswet voor de rentetoerekening wel een ander rentepercentage worden gehanteerd. Dit is de “gemiddelde rentelast” over het “rentedragende vreemde vermogen”. Bij kostenverhaal op basis van een overeenkomst kunnen uiteraard ook afspraken worden gemaakt over het verrekenen van rente. De hoogte van het rentepercentage is dan onderdeel van de afspraken in de overeenkomst en kan afwijken van de omslagrente. 2. Evaluatie gebruik rentescenario In de Rentenota 2018 is een rentescenario geïntroduceerd.
Aan de hand van dit scenario wordt de hoogte van de rente bepaald waarmee gerekend wordt in de begroting en bij het nemen van investeringsbeslissingen. Jaarlijks wordt dit scenario herijkt. Net als in de Rentenota 2018, staat het rentescenario beschreven in paragraaf 2.1.2. Sinds de verkoop van Eneco in 2020 heeft de gemeente Zoetermeer een (tijdelijk) liquiditeitsoverschot. Hierdoor hoeven er geen middelen geleend te worden, maar wordt het overschot uitgeleend (aan de schatkist of aan andere gemeenten). Dit levert rentebaten op. Het rentescenario zoals opgetekend in de Rentenota 2018, heeft geen rentescenario voor rentebaten en is daarom minder goed toepasbaar op uitgeleende middelen. Daarom is in de
3
Rentenota 2025 het rentescenario uitgebreid met een percentage voor de rentebaten. De verwachting is namelijk dat het liquiditeitsoverschot ten minste kan voortduren tot 2028. 3. Evaluatie gebruik rente-egalisatiereserve Om het renterisico (stijging van de rentelasten of daling van rentebaten) op te kunnen vangen en om bij het doen van investeringsbeslissingen de rentecomponent zo min mogelijk invloed te laten hebben, gebruikt Zoetermeer een rente-egalisatiereserve. In de Rentenota 2018 staat beschreven hoe we omgaan met deze reserve. De rente-egalisatiereserve staat, net als in de Rentenota 2018, beschreven in hoofdstuk 4. Deze reserve werkt eigenlijk als een “veiligheidsklep” op het rentescenario. Gelet op alle financiële uitdagingen die de gemeente de komende jaren te wachten staan, is in het kader van praktijkgericht begroten deze “veiligheidsklep” nog eens goed tegen het licht gehouden. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe maximale hoogte van de reserve, waardoor rentevoordelen op dit moment ten gunste komen van het resultaat en niet ten gunste van de reserve. 4. Projectfinanciering Als gevolg van de door de Europese Unie aangenomen CSRD1 verandert de verantwoordingsplicht voor bedrijven en overheden op vele vlakken. In dit geval beperken we ons tot de veranderingen die er aan komen ten aanzien van financiering.
Banken moeten bijhouden in hoeverre hun financiering bijdraagt in termen van CO2 (footprint). Dat zou kunnen leiden tot de vraag vanuit de banken om verantwoording af te leggen per lening die dan voor een bepaald project verstrekt wordt (projectfinanciering). Tot nu toe hanteren we totaalfinanciering, omdat daarmee de meest optimale financiering voor het totaal aan financieringsbehoefte gekozen kan worden. Het is dus de wens om totaalfinanciering te behouden. De nieuwe regelgeving leidt op dit moment nog niet tot een wijziging van ons beleid. We verwachten een richtlijn van de VNG hierover. Deze wachten we af. Beoogd effect Met dit voorstel wordt de raad op de hoogte gesteld van veranderde BBV regelgeving en de impact daarvan op de begroting. Met het vaststellen van de Rentenota 2025 voldoet de gemeente aan de regelgeving en heeft de gemeente helder beleid met betrekking tot de verwerking van rente in de begroting en jaarrekening. Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s Argumenten 1.a Door de wijziging van de toerekening van rente aan de grondexploitaties, voldoet de gemeente aan de nieuwe regelgeving van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoorden). 1.b Door uitbreiding van het rentescenario is er een duidelijke richtlijn hoe om te gaan met verwachte rente opbrengsten. In de Rentenota van 2018 was er geen sprake van renteopbrengsten.
Hierdoor is in de nota alleen rekening gehouden met de inschatting van rentelasten. Echter al enige jaren hebben we te maken met rente-opbrengsten. Door het uitgebreide rentescenario vast te stellen is helder hoe we de renteopbrengsten kunnen ramen. Dit geeft een realistisch beeld in de begroting. 1.c Vanwege de huidige overliquiditeit is er een veel kleiner risico op de rentelasten. Er wordt gewerkt met een rente-egalisatiereserve om stijging van de rentelasten op te kunnen vangen. Het risico van stijging van de rentelasten is momenteel veel kleiner door de overliquiditeit. Dat houdt in dat een stijging van de rente niet direct hogere lasten en daarmee dekkingsproblemen oplevert. Daarom wordt voorgesteld om positieve renteresultaten bij de
1
Corporate Sustainability Reporting Directive
4
begroting/jaarrekening niet toe te voegen aan de reserve, maar ten gunste van het begrotingssaldo of rekeningresultaat te brengen. 1.c Het niet doteren van meevallers in de rente aan de reserve, verlicht de druk op het begrotingssaldo. Kanttekeningen 1.c Het stoppen van het vullen van de reserve in tijden van weinig financieringsbehoefte, betekent een groter risico in tijden van veel financieringsbehoefte. Tegelijkertijd zit de reserve momenteel al op ca 80% van de eerder maximaal benoemde hoogte. Financiën In de huidige situatie wordt aan de grondexploitaties een rente toegerekend op basis van een rente-omslagpercentage van ca 0,2%. In de nieuwe situatie gaat dit naar 0,0%. Doordat de omvang van de grondexploitaties jaarlijks afnemen in combinatie met de minieme procentuele aanpassing is het financiële effect gering. Het effect wordt bij de perspectiefnota 2026 verwerkt. Controleprotocol Niet van toepassing. Participatie en Communicatie Niet van toepassing. Duurzaamheid Niet van toepassing. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Niet van toepassing. Rapportage en evaluatie Niet van toepassing.
5