Raadsvoorstel rekenkameronderzoek Participatie in de RES
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid
Raadsvoorstel rekenkameronderzoek Participatie in de RES 2022-091725
Auteur
Anna de Vries - Asselbergs +31793468269 A.E.de.Vries@zoetermeer.nl
Directeur
drs R. Blokland MCM
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s)
Alle
Eerdere besluitvorming Samenvatting
Eén van de afspraken van het Klimaatakkoord, is dat 30 energieregio’s in Nederland ieder een regionale energiestrategie (RES) opstellen. Daarin wordt aangeven waar en hoe wind- en zonne-energie opgewekt kan worden en welke warmtebronnen kunnen worden gebruikt ter vervanging van aardgas. Een RES is zowel een beleids- en uitvoeringsinstrument, als een manier van samenwerken, als een product. Het is een ingewikkeld onderwerp dat op termijn van grote invloed is op de leefomgeving van de inwoners maar dat tegelijkertijd regionaal –dus op afstand van de inwoner– is georganiseerd. De rekenkamercommissie Zoetermeer heeft daarom, samen met de rekenkamercommissie van Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg (WVOLV), een onderzoek uitgevoerd naar de manier waarop participatie rondom de RES is georganiseerd en hoe deelnemers aan participatietrajecten deze hebben ervaren. Uit de ervaringen is een aantal observaties en suggesties gekomen die kunnen bijdragen aan verdere verbetering van participatietrajecten die de gemeente organiseert.
Bijlagen
De rekenkamercommissie heeft diverse aanbevelingen geformuleerd aan zowel raad als college. Voorgesteld wordt deze aanbevelingen over te nemen. 1. Aanbiedingsbrief raad onderzoek Participatie in de RES 2. Onderzoeksrapport “Energie steken in participatie” 3. Bestuurlijke nota Participatie in de RES 4. Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek Participatie in de RES 4.1 Bijlage: brief colleges procesevaluatie RES 4.2 Bijlage: definitieve rapportage Totstandkoming RES
Raadsbesluit rekenkameronderzoek Participatie in de RES 2022-091725 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het onderzoeksrapport van de rekenkamercommissie over Participatie in de RES en de bestuurlijke reactie hierop van het college van B&W besluit 1. a. de aanbeveling van de rekenkamercommissie om de RES 1.0 gedegen te evalueren over te nemen en b. het college op te dragen om, als uitwerking van besluitpunt 1a, bij elke actualisatie van de RES de voorgaande versie te evalueren en lessen hieruit te verwerken in de actualisatie; 2. a. de aanbeveling van de rekenkamercommissie, om vooral het doel helder te hebben en minder te kijken naar de trede van de participatieladder, over te nemen alsmede b. de aanbeveling van de rekenkamercommissie met praktische wenken voor toekomstige participatietrajecten, over te nemen en c. het college op te dragen de aanbevelingen onder besluitpunt 2a en 2b in de participatievoorstellen die aan de raad worden gezonden, te verwerken. Over dit besluit geen referendum mogelijk te maken omdat het een organisatorische aangelegenheid van de raad betreft.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 30 januari 2023 de griffier,
de voorzitter,
drs R. Blokland MCM
drs M.J. Bezuijen
2
Toelichting Probleemstelling en kader Eén van de afspraken in het Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in Nederland ieder een Regionale Energie Strategie (RES) opstellen. Daarin wordt aangeven waar en hoe wind- en zonne-energie opgewekt kan worden en welke warmtebronnen kunnen worden gebruikt ter vervanging van aardgas. De RES beschrijft ook de wijze waarop de duurzame energie-opwek (zon, wind) ruimtelijk wordt ingepast en hoe maatschappelijk draagvlak wordt gecreëerd. Het is zowel een beleids- en uitvoeringsinstrument, als een manier van samenwerken, als een product. De RES richt zich op 2030. De RES 1.0 is het voorjaar van 2021 door de gemeenteraad vastgesteld en zal tot 2030 elke twee jaar worden geactualiseerd. Dit onderzoek betreft een samenwerking tussen de rekenkamercommissie Wassenaar, Voorschoten, Oegstgeest en Leidschendam-Voorburg (WVOLV) en de rekenkamercommissie Zoetermeer. Doel is van elkaar te leren hoe je als gemeente inwoners betrekt bij een ingewikkeld onderwerp, zoals het ontwikkelen van een energiestrategie, dat op termijn van grote invloed is op de leefomgeving van de inwoners maar dat tegelijkertijd regionaal –dus op afstand van de inwoner– is georganiseerd.
Centraal in het onderzoek is de vraag hoe belanghebbenden in de RES de uitgevoerde participatie-aanpak beoordelen en welke lessen daaruit getrokken kunnen worden voor toekomstige participatietrajecten. Conclusies Op basis van het onderzoeksrapport heeft de rekenkamercommissie de volgende conclusies getrokken: 1. Over de kwaliteit van de samenwerking en over de vormgeving zijn de Zoetermeerse deelnemers aan participatietrajecten rondom de regionale energiestrategie goed te spreken. Tegelijkertijd oordelen zij kritisch over het proces. Deelnemers betwijfelen of participatie bijdraagt aan: - grotere betrokkenheid en deelname; - wederzijds begrip en vertrouwen - een zorgvuldigere afweging van alle belangen Zij oordelen tevens kritisch over de bijdrage van participatie aan: - een snellere realisatie van de opgave; - het herkennen van de (eigen) inbreng in het resultaat; - meer invloed op de besluitvorming. Onderstaand figuur geeft de boordeling weer van de participatietraject door de ogen van de deelnemers. De uitgebreidere beschrijving treft u in het hoofdstuk over Zoetermeer, vanaf pagina 54 van onderzoeksrapport.
3
2. Zoetermeer heeft, net als de andere gemeenten, het participatietraject rondom de RES 1.0 niet geëvalueerd. Daarmee is er een risico dat opgedane ervaringen niet worden meegenomen in het vervolgproces. Dit rekenkameronderzoek kan gezien worden als een evaluatie; de resultaten ervan bieden aanknopingspunten voor het vervolgproces naar de RES 2.0 en RES 3.0, alsmede voor de praktische uitwerking ervan (zoals de lokale verkenning wind en zon. 3. Diverse doelgroepen (inwoners, bedrijven, organisaties) hebben verschillende behoeften aan informatie en participatie. Het is de gemeenten niet gelukt om specifieke doelgroepen op maat te benaderen. Om een gedifferentieerde aanpak van participatie te maken, op maat gesneden voor de verschillende doelgroepen en rekening houdend met de ‘couleur locale’ van de gemeente, is het belangrijk dat de gemeente een scherp zicht heeft op de verschillende typen belanghebbenden. Aanbevelingen Naar aanleiding van de conclusies heeft de rekenkamercommissie de volgende aanbevelingen voor de raad en het college geformuleerd: Aan de raad en het college 1. U heeft nog slechts enkele maanden om de participatie rondom de RES 2.0 goed vorm te geven. Dat begint wat de rekenkamercommissie betreft met een gedegen evaluatie gericht op leren. Evalueer niet alleen de lokale ervaringen, maar betrek ook de ervaringen van andere gemeenten hierbij.
Maak gebruik van de enquêtevragen uit dit rekenkameronderzoek voor de vergelijkbaarheid en deel de uitkomsten met de gemeenteraad. 2. Een hogere trede op de participatieladder is geen doel op zich. Belangrijk is vooral het doel dat met participatie wordt beoogd. Zorg daarom voor een helder doel zodat aan de voorkant van een participatietraject helder is welke (groepen) belanghebbenden benaderd moeten 4
worden. Denk aan: inwoners (ook van naastgelegen gemeenten in geval van projecten in de nabijheid van gemeentegrenzen1), bedrijven etc. Een helder doel geeft ook richting aan welke werkvormen passend zijn om de motivatie en de kennis van belanghebbenden optimaal te benutten. 3. De rekenkamercommissie geeft enkele wenken voor toekomstige participatietrajecten: o Maak goed gebruik van het landelijke ondersteuningsprogramma van de Participatiecoalitie en kijk ook naar andere gemeenten. In Wassenaar bijvoorbeeld wordt gewerkt met een ‘Klimaattafel’, waar experts en inwoners periodiek bij elkaar komen. In Leidschendam-Voorburg zijn thematische werkgroepen waaraan belanghebbenden deelnemen. Oegstgeest organiseerde aparte webinars voor verschillende typen belanghebbenden. o Maak helder wat de verwachtingen en mogelijkheden zijn richting belanghebbenden, welke ruimte zij hebben om keuzes te maken en wat hierop aansluitend hun handelingsperspectief is. o Koppel na afloop terug, zowel aan belanghebbenden als aan raad. Het gaat daarbij niet om alleen het verslag van de bijeenkomst, maar vooral ook om een terugkoppeling van de verwerking van de input die belanghebbenden hebben gegeven. Dat betekent ook dat het uiteindelijke product goed toegankelijk moet zijn voor alle belanghebbenden.
Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s Het eerste besluitpunt moet gelezen worden als een (doorlopende) aansporing om werkzaamheden te evalueren, met als doel er van te leren. Besluitpunt 2a richt zich op de kwaliteit van participatie, die wat de rekenkamercommissie betreft los zou moeten staan van de participatieladder. Wanneer een duidelijk (SMART) doel is geformuleerd voor het participatietraject, volgt daaruit welke (groepen) belanghebbenden kunnen worden benaderd, welke werkvorm het meest geschikt is enzovoorts. Met besluitpunt 2b wil de rekenkamercommissie een aantal praktische wenken beleggen. Financiën Dit raadsbesluit heeft geen financiële gevolgen. De eventuele uitwerking van de aanbevelingen kan wel financiële gevolgen met zich meebrengen. Controleprotocol n.v.t. Participatie en Communicatie Onderzoek en raadsbesluit kunnen gezien worden als een inspanning tot een kwaliteitsimpuls van de activiteiten die de gemeente Zoetermeer ontplooit t.b.v. participatie. Daarbij gaat het om zowel de kaders die de raad meegeeft, als de praktische uitwerking daarvan door het college. Duurzaamheid n.v.t. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten n.v.t. Rapportage en evaluatie Planning De aanbevelingen richten zich op alle toekomstige participatievoorstellen die aan de raad worden gezonden.
1 Het hangt wel van het soort project af tot hoever (in afstand) inwoners betrokken worden. In geval van bijvoorbeeld
een windmolen is de reikwijdte groter en gaat het om meer belanghebbenden dan bij een zonneveld.
5