Raadsvoorstel rekenkameronderzoek Jeugdzorg H10
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp
Raadsvoorstel rekenkameronderzoek Jeugdzorg H10
Zaakid
0637729516
Auteur
A.E.M. de Vries-Asselbergs a.e.de.vries@zoetermeer.nl 06 – 4699 8624
Gemeentesecretaris
Huykman, B.J.D.
Directeur
Blokland, R.
Portefeuillehouder
Wethouder Groeneveld
Medeverantwoordelijke(n)
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s)
Alle
Eerdere besluitvorming
Vul hier alle recente voorgaande besluiten in (met hyperlinks).
Samenvatting
De rekenkamercommissie Zoetermeer heeft samen met de rekenkamer(commissie)s van alle H10-gemeenten onderzoek gedaan naar 1. de belangrijkste oorzaken van de toename van de kosten in de jeugdzorg en 2. de vraag of de gemeenteraden voldoende inzicht hebben in de ontwikkeling van de kosten. Het onderzoek is in drie delen opgesplitst. Om de eerste vraag te beantwoorden is een uitgebreide data-analyse uitgevoerd (deel I en II). Deze maakt duidelijk welke jeugdzorgproducten vooral verantwoordelijk zijn voor de kostenstijging. Ook is bekeken of de kostenstijging is toe te schrijven aan de stijging van het aantal jongeren, het aantal uren gedeclareerde zorg of het gemiddelde uurtarief. Ter beantwoording van de tweede vraag, is een normenkader opgesteld waaraan raadsinformatie idealiter zou moeten voldoen om inzicht te bieden in de ontwikkeling van de kosten (deel III). Hoewel sommige rapportages een vrij goed beeld gaven, constateert de rekenkamercommissie over de gehele linie dat de informatie onvoldoende inzichtelijk is en bovendien versnipperd over verschillende informatiestromen. De rekenkamercommissie heeft diverse aanbevelingen geformuleerd aan zowel raad als college. Voorgesteld wordt deze aanbevelingen over te nemen.
Bijlagen
1. Aanbiedingsbrief raad onderzoek Jeugdzorg H10. 2. Onderzoeksrapport Deel I en II. 3. Onderzoeksrapport Deel III. 4. Bestuurlijke nota Jeugdzorg H10. 5. Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek Jeugdzorg H10.
Raadsbesluit 0637729516 Raadsvoorstel rekenkameronderzoek Jeugdzorg H10
De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het onderzoeksrapport van de rekenkamercommissie over Jeugdzorg H10 besluit 1. Het college op te dragen om: a. consistent op dezelfde wijze over kosten en het aantal jeugdigen te rapporteren; b. in de voortgangsrapportages te informeren over de absolute aantallen jeugdigen in jeugdzorg; c. jaarlijks over de grootste/opvallendste ontwikkelingen te rapporteren in één document, waar mogelijk voorzien van duiding; d. daarbij over de ‘top 10’ van zorgproducten te informeren, waarbij inzicht wordt gegeven in de indicatoren het aantal unieke jongeren (volume), de gemiddelde zorgduur, de kosten die hiermee gemoeid zijn, en de soort verwijzers die naar deze producten verwijst; e. inzicht te geven in de (meerjarige) kostenontwikkeling van jeugdzorg, gespecificeerd naar het soort zorg, in één document. 2. De aanbeveling om te bepalen welke indicatoren er –in aanvulling op de onder besluitpunt 1d genoemde– verder nodig zijn voor de raad ten behoeve van sturing en grip op (de informatiestromen rondom) jeugdzorg, over te nemen en a. het college te verzoeken met de raad in gesprek te gaan over welke indicatoren dan nodig zijn en; b. het college te verzoeken (mede) op basis hiervan een voorstel aan de raad voor te leggen en; c. het college vervolgens op te dragen om jaarlijks en consequent over deze indicatoren te rapporteren. 3.
Het college op te dragen om gericht onderzoek te doen naar de oorzaken van en verklaringen voor belangrijke componenten van de kostenstijging van de jeugdzorg, in het bijzonder daar waar de gemeente Zoetermeer een duidelijk afwijkend patroon vertoont (bijvoorbeeld het hoge aandeel van de specialistische GGZ in de kostenstijging). 4. De aanbeveling aan de raad om voor resultaatgericht werken kaders te ontwikkelen ten behoeve van de (kosten)effectiviteit en afbakening van de verschillende vormen van geboden jeugdzorg, die ook gelden voor hulpverleners, over te nemen, en a. het college te verzoeken hiertoe een bijeenkomst en/of voorstel voor te bereiden. 5. De aanbeveling aan de raad om te bespreken welke mogelijkheden de gemeente Zoetermeer nog heeft om de Jeugdwet efficiënter uit te voeren, bij gelijkblijvend voorzieningenniveau, over te nemen, en a. het college te verzoeken om een bijeenkomst en/of voorstel hiertoe voor te bereiden (met gebruikmaking van hetgeen in hoofdstuk 6 van rapport van AEF staat vermeld). 6. Het college te verzoeken om uiterlijk 20 december 2021 schriftelijk te rapporteren over de wijze waarop aan besluitpunt 1, 2, 3, 4a en 5a gevolg is gegeven.
datum print: dinsdag 24 augustus 2021
2
Over dit besluit geen referendum mogelijk te maken omdat het een organisatorische aangelegenheid van de raad betreft.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 20 september 2021 de griffier,
de voorzitter,
drs R. Blokland MCM
drs M.J. Bezuijen
datum print: dinsdag 24 augustus 2021
3
Toelichting Probleemstelling en kader Sinds de decentralisaties in 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van jeugdzorg. Uit onderzoek blijkt dat veel gemeenten in de afgelopen jaren substantieel meer hebben uitgegeven aan jeugdzorg dan dat zij ontvingen voor de uitvoering van deze taak. Deze problematiek speelt ook in de regio Haaglanden, waaronder in Zoetermeer. Niet alleen gemeenten, maar ook raadsleden ervaren gebrek aan grip. Om als raad te kunnen sturen is kennis van het domein, de regels en de systemen nodig. Gemeenteraden krijgen volgens de Raad voor het Openbaar Bestuur moeilijk grip op de jeugdzorg door de grote hoeveelheid van informatie en de complexe materie, als ook de ingewikkelde dynamiek van het veld. Dit sluit aan op de signalen die de rekenkamercommissie uit de gemeenteraad van Zoetermeer heeft ontvangen. De rekenkamercommissie Zoetermeer had het onderwerp ‘jeugdzorg’ dan ook al geruime tijd op het eigen werkprogramma geplaatst, maar heeft lang gezocht naar een insteek die gemeente en raad echt meerwaarde zou kunnen bieden. Zij heeft die uiteindelijk gevonden in dit gezamenlijke onderzoek naar de kostenstijgingen in de jeugdzorg door de rekenkamer(commissie)s van alle H10-gemeenten.
Het onderzoek biedt inzicht in waar binnen de jeugdzorg, sinds de decentralisaties in 2015, de grootste toenames van de uitgaven voor de H10-gemeenten hebben plaatsgevonden. Daarnaast is in kaart gebracht welke voortgangsinformatie het college aan de gemeenteraad verstrekt en is beoordeeld in hoeverre de gemeenteraad met de beschikbare voortgangsinformatie inzicht heeft in de ontwikkeling van de kosten van de jeugdzorg. Het onderzoek omvat de periode 2015 – 2019. Conclusies Bevindingen deel I en II In de bestuurlijke nota heeft de rekenkamercommissie de negen belangrijkste bevindingen uit de data-analyse (onderzoeksdeel I en II) op een rijtje gezet, namelijk over: 1. de verhouding tussen centraal ingekochte jeugdzorg (via het Servicebureau), overige gemeentelijke kosten en kosten voor PGB; 2. de ontwikkeling van de overige gemeentelijke kosten; 3. het percentage jeugdigen dat jeugdzorg ontvangt; 4. de belangrijkste componenten van de kostenstijging van de via het Servicebureau ingekochte jeugdzorg; 5. de belangrijkste tien producten; 6. de bijdrage van de afzonderlijke kengetallen; 7. de bijdrage van de kengetallen in de tien verschillende producten; 8. de toegang tot jeugdzorg; 9. de kosten van de PGB. Conclusies deel III Op basis van de bevindingen uit onderzoeksdeel III naar de informatievoorziening, heeft de rekenkamercommissie de volgende conclusies getrokken. 1.
Algemeen: Op basis van de door het college verstrekte rapportages heeft de raad beperkt zicht op zowel de kostenontwikkeling als de ontwikkeling van het aantal jeugdigen in de jeugdzorg sinds 2015.
datum print: dinsdag 24 augustus 2021
4
Alleen incidenteel wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten zorg en de kosten hiervan. Hierdoor heeft de raad maar beperkt de mogelijkheid om te controleren waar grote kostenontwikkelingen in de jeugdzorg plaats vinden. Er is wel sprake van grote verschillen tussen rapportages. Sommige rapportages voldoen voor een groot deel aan de in voor dit onderzoek gestelde normen, terwijl een rapportage daarna weer in belangrijke mate niet voldoet. 2. Inzicht in volume en kosten: Raadsleden kunnen op basis van de afzonderlijke documenten de ontwikkeling in volume (aantal unieke jongeren dat jeugdzorg ontvangt) en kosten van de verschillende vormen van jeugdzorg lastig volgen. De combinatie van informatie uit verschillende documenten levert veel meer inzicht op. Een probleem daarbij is dat indelingen en definities tussentijds nogal eens wijzigen, waardoor een vergelijking door de jaren heen wordt bemoeilijkt. Gaandeweg is de informatievoorziening wel verbeterd. 3. Gepresenteerde informatie: Uit de analyse blijkt dat de duiding van de informatie aan de raad vanaf 2015 tot en met 2019 grotendeels voldoet aan de norm voor wat betreft het gebruik van tabellen/grafieken en in beperkte mate aan de norm betreffende de duiding van de informatie. 4.
Jaarlijkse informatievoorziening: In geen enkel jaar –met uitzondering van 2018– heeft de raad tenminste één document ontvangen dat de ontwikkelingen in kosten en volume op een rijtje zet en van een goede duiding voorziet. De basis om aan deze norm te voldoen is er wel. Wat nog ontbreekt is een koppeling tussen alle beschikbare informatie in één document (zoals een rapportage Sociaal Domein). 5. Onderlinge consistentie: De geanalyseerde stukken zijn onderling niet goed vergelijkbaar, zodat aan deze norm in beperkte mate wordt voldaan. Onvoldoende consistentie en eenduidigheid in de rapportages maken het raadsleden lastig en tijdrovend om goed inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de jeugdzorg. Dit onderstreept ook het belang van goede indicatoren die over de jaren heen houdbaar blijken. Aanbevelingen Naar aanleiding van de conclusies heeft de rekenkamercommissie de volgende aanbevelingen voor de raad en het college geformuleerd: Aan de raad 1. Draag het college op om: a. consistent op dezelfde wijze over kosten en het aantal jeugdigen te rapporteren; b. in de voortgangsrapportages te informeren over de absolute aantallen jeugdigen in jeugdzorg; c. jaarlijks over de grootste/opvallendste ontwikkelingen te rapporteren in één document, waar mogelijk voorzien van duiding; d.
daarbij over de ‘top 10’ van zorgproducten te informeren, waarbij inzicht wordt gegeven in het aantal unieke jongeren, de gemiddelde zorgduur, de kosten die hiermee gemoeid zijn, en de soort verwijzers die naar deze producten verwijst; e. inzicht te geven in de (meerjarige) kostenontwikkeling van jeugdzorg, gespecificeerd naar het soort zorg. Dit kan bijvoorbeeld middels de jaarrekening. datum print: dinsdag 24 augustus 2021
5
2. In dit onderzoek zijn volume, kosten en een uitsplitsing daarvan naar soort zorg en soort verwijzer als basisinformatie beschouwd, in elk geval om intern te registreren zodat er een verklaring gegeven kan worden bij vragen of opvallende uitschieters. Bepaal welke indicatoren er verder nodig zijn voor de raad ten behoeve van sturing en grip op (de informatiestromen rondom) jeugdzorg. Laat het college vervolgens jaarlijks en consequent over deze indicatoren rapporteren Bovenstaande aanbevelingen dienen om de raad meer grip te bieden op de informatievoorziening rondom jeugdzorg. Inhoudelijk grip krijgen op de jeugdzorg is van een andere orde. Onderstaande aanbevelingen bieden daartoe enkele opties. 3. Het rapport van AEF constateert dat het grootste deel van volumegroei in jeugdzorg wordt verklaard door de achterblijvende uitstroom. Gemeenten hebben echter weinig grip op zowel instroom als uitstroom. Zoals de Stuurgroep Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet in haar rapport vermeldt, gaat de afbakening van de Jeugdwet ook over wanneer hulp afgerond kan worden. Dit past bij de omslag naar resultaatgericht werken die in de Inkoopstrategie specialistische jeugdhulp regio Haaglanden 2020-2024 beoogd wordt.
De rekenkamercommissie beveelt de raad daarom aan om kaders te ontwikkelen aangaande de (kosten)effectiviteit en afbakening van de verschillende vormen van geboden jeugdzorg, die ook gelden voor hulpverleners. 4. Bespreek welke mogelijkheden de gemeente Zoetermeer nog heeft om de Jeugdwet wat efficiënter uit te voeren, bij gelijkblijvend voorzieningenniveau. Het AEF-rapport (hoofdstuk 6) noemt vijf mogelijke maatregelen, waarvan Zoetermeer de eerste (POH-jeugd bij huisartsenpraktijk) al heeft doorgevoerd. De overige zijn: o Versnellen van de doorstroom naar de Wlz. o Lokale teams die direct hulp verlenen in combinatie met versterken kwaliteit van de toegang. o Verplaatsen van de jeugdzorg in groepsverband (zoals medische kinderdagverblijven en kinderdienstencentra) naar verplichte kinderopvang of BSO met extra ondersteuning. o Verhelderen van de afbakening tussen Jeugdwet en het onderwijs. Aan het college 1. Onderzoeksdeel I en II bieden een totaaloverzicht van de belangrijkste componenten van kostenstijging van de jeugdzorg. De rekenkamercommissie beveelt het college aan om gericht onderzoek te doen naar de oorzaken van en verklaringen voor belangrijke componenten van de kostenstijging van de jeugdzorg, in het bijzonder daar waar de gemeente Zoetermeer een duidelijk afwijkend patroon vertoont (denk aan het hoge aandeel van de specialistische GGZ in de kostenstijging).
Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s Argumenten Besluitpunt 1 en 2 hebben tot doel om de informatievoorziening aan de raad zodanig te organiseren dat de raad daadwerkelijk inzicht krijgt in de ontwikkelingen van de kosten in de jeugdzorg. Met besluitpunt 3 wordt beoogd om de ontwikkelingen meer inhoudelijk te duiden, om inzicht te verkrijgen in de (kosten)effectiviteit van verschillende vormen van jeugdzorg. Besluitpunten 4 en 5 zijn er op gericht om meer inhoudelijk grip te krijgen op (de kostenontwikkeling van) de Jeugdzorg, waar de besluitpunten 1 en 2 vooral betrekking hebben op de informatievoorziening aan de raad over Jeugdzorg
datum print: dinsdag 24 augustus 2021
6
Financiën Dit raadsbesluit heeft geen financiële gevolgen. De uitwerking van de aanbevelingen kan wel financiële gevolgen met zich meebrengen. Controleprotocol n.v.t. Participatie en Communicatie n.v.t. Duurzaamheid n.v.t. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten n.v.t. Rapportage en evaluatie Planning Het college wordt in besluitpunt 6 verzocht om uiterlijk 20 december 2021 schriftelijk te rapporteren over de wijze waarop aan besluitpunt 1, 2, 3, 4a en 5a gevolg is gegeven.
datum print: dinsdag 24 augustus 2021
7