Raadsvoorstel Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp
Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer
Zaakid
2022-006986
Auteur
Marieke van Aubel +31793469476 M.C.van.Aubel@zoetermeer.nl
Gemeentesecretaris
Huykman, B.J.D.
Directeur
A. Quentin
Portefeuillehouder
Wethouder Iedema
Medeverantwoordelijke(n)
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s) Eerdere besluitvorming Samenvatting
Programma 7 Inrichting van de stad Raadsvoorstel Uitgangspunten implementatie Omgevingswet d.d. 2 oktober 2017 Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, is het nieuwe instrument omgevingsplan van toepassing. Het omgevingsplan is de vervanger van zowel het bestemmingsplan als de regels in de gemeentelijke verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, heeft de gemeente op grond van het overgangsrecht een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege. Dit tijdelijke omgevingsplan voldoet niet aan alle eisen die de Omgevingswet aan dit instrument stelt. Uiterlijk 31 december 2029 dient het omgevingsplan te voldoen aan de gestelde eisen (inclusief 600 rijksregels die gedecentraliseerd worden aan de gemeenten). Het opbouwen van het Omgevingsplan Zoetermeer is een omvangrijke klus. In het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer (zie bijlage 1) zijn de belangrijkste uitgangspunten beschreven voor het opstellen van het Omgevingsplan Zoetermeer en de transitiefase om te komen tot het omgevingsplan Zoetermeer dat voldoet aan de eisen die de Omgevingswet. Het omgevingsplan is voor iedereen digitaal beschikbaar in het door het rijk ontwikkelde Digitaal Stelsel Omgevingswet.
Bij de inrichting van dit systeem hebben gemeenten een aantal keuzemogelijkheden die van invloed zijn op zowel het kwaliteitsniveau van de dienstverlening als op de hoogte van de structurele financiële lasten. Daar er sprake is van meerkosten waarvoor (nog) geen dekking is, worden de financiën opgenomen in de Perspectiefnota.
Bijlagen
Gedurende de transitiefase zal jaarlijks bekeken worden hoe ver we zijn en welke onderwerpen opgepakt gaan worden. De raad zal hierover per memo geïnformeerd worden. 1. Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer 2. Specificatie structurele kosten en legesopbrengsten (bijlage 3 Plan van Aanpak integraal opgenomen aan het einde van dit raadsvoorstel)
2
Raadsbesluit Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer
De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 februari 2022
besluit 1. Het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer, opgenomen in bijlage 1 bij dit voorstel, vast te stellen. 2. De volgende uitgangspunten voor het Omgevingsplan Zoetermeer (Hoofdstuk 4 Plan van Aanpak) vast te stellen: a. Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en de daaruit voortvloeiende nadere uitwerkingen in programma's als uitgangspunt nemen voor het opstellen van het omgevingsplan. b. Gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving zoveel als mogelijk opnemen in het omgevingsplan. c. Als de beleidsdocumenten genoemd onder genoemd onder 2a geen nieuwe inzichten geven, de bestaande regels uit de bestemmingsplannen, bruidsschat en verordeningen beleidsarm overzetten naar het omgevingsplan, waarbij kansen voor deregulering niet onbenut worden gelaten. d. Onnodige juridisering van de fysieke leefomgeving voorkomen. e. Aansluiten bij het casco omgevingsplan en de staalkaarten van de VNG. f. Nieuwe projecten zoveel mogelijk een afzonderlijk besluitvormingstraject (omgevingsvergunning) laten doorlopen. 3. De volgende uitgangspunten voor de wijze waarop de transformatie van de huidige regelingen naar het Omgevingsplan Zoetermeer (hoofdstuk 5 Plan van Aanpak) plaatsvindt, vast te stellen: a. Een gefaseerde aanpak, waarbij gekozen wordt voor een combinatie van: i. Een gebiedsgerichte aanpak per (samenhangend) gebied.
Inwoners en ondernemers hebben immers binding met het gebied waarin zij wonen en alle kwaliteiten, kenmerken en ruimtelijke opgaven die dat gebied in zich heeft. ii. Een themagerichte aanpak voor belangrijke thema's uit onder andere de Omgevingsvisie en strategische agenda die gelden voor de gehele gemeente en waarbij het van belang is dat voor het gehele grondgebied gelijktijdig dezelfde regeling geldt. b. De gehele transitieperiode te benutten. c. De volgorde van de opbouw van het Omgevingsplan Zoetermeer wordt afgestemd op de uitwerking van de Omgevingsvisie Zoetermeer2040 in de programma's vallend onder de Strategische Agenda2040. Voor onderwerpen, waarvoor de uitwerking meer tijd vraagt, geldt dat in het omgevingsplan in eerste instantie de huidige regels worden overgenomen. Na vaststelling van de uitwerking worden bij de eerstvolgende actualisatie het omgevingsplan de regels aangepast conform de uitwerking. d. Ter bevordering van de dienstverlening voor de meest toegepaste activiteiten gelijktijdig met het opstellen van het omgevingsplan vragenbomen en toepasbare regels op te stellen, zodat initiatiefnemers meer inzicht hebben in de regelgeving die van toepassing is. 4.
De structureel hogere lasten die voortvloeien uit de Zoetermeerse invulling van de keuzemogelijkheden met betrekking tot het omgevingsplan voor een bedrag van € 494.000,- opnemen in de perspectiefnota 2023 en daar ook van dekking voorzien.
3
Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 30 mei 2022
de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
4
Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, krijgt de gemeente het nieuwe instrument omgevingsplan. Het omgevingsplan is de vervanger van het bestemmingsplan en de regels in de gemeentelijke verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, heeft de gemeente op grond van het overgangsrecht een omgevingsplan van rechtswege. Dit omgevingsplan voldoet niet aan alle eisen die de Omgevingswet aan dit instrument stelt. De gemeente krijgt tot en met 31 december 20291 de tijd de regels uit het omgevingsplan van rechtswege (inclusief 600 rijksregels die gedecentraliseerd worden aan de gemeenten) en de relevante regels uit de gemeentelijke verordeningen over te zetten naar het Omgevingsplan Zoetermeer. Het opbouwen van het Omgevingsplan Zoetermeer is een omvangrijke klus. In het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer (zie bijlage 1) is beschreven op welke wijze we het omgevingsplan gaan opbouwen en welke uitgangspunten daarbij gehanteerd kunnen worden. In hoofdstuk 4 is een voorstel opgenomen voor de uitgangspunten voor de inhoud van het omgevingsplan.
Het gaat daarbij om de volgende punten: een goede, wederkerige relatie tussen Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en de programma's enerzijds en het omgevingsplan anderzijds; gemeentelijke regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving zoveel als mogelijk opnemen in het omgevingsplan; beleidsarme overgang met opschonen en integreren van regels; de kansen voor deregulering benutten; onnodige juridisering van de fysieke leefomgeving voorkomen; alle gewenste regels van de bruidsschat overhevelen naar het Omgevingsplan Zoetermeer; aansluiten bij het casco van en de staalkaarten van de VNG; voldoen aan de wettelijke vereisten Omgevingswet; invulling geven aan de beleidsvrijheid onder de Omgevingswet; projecten mogen transitie naar nieuw omgevingsplan niet vertragen. Kortheidshalve wordt voor de nadere uitleg van deze uitgangspunten verwezen naar hoofdstuk 4 van het Plan van Aanpak. In hoofdstuk 5 van het Plan van Aanpak zijn de uitgangspunten beschreven voor de transitiefase om te komen tot het omgevingsplan Zoetermeer dat voldoet aan de eisen die de Omgevingswet eraan stelt. We stellen een gefaseerde aanpak voor, waarbij stapsgewijs het Omgevingsplan Zoetermeer wordt opgebouwd.
Hierbij wordt gekozen voor een hybride aanpak bestaande uit: gebiedsgewijs (bijvoorbeeld woonwijken, bedrijventerreinen, stadscentrum, etc.) regels toevoegen en themagewijs (bijvoorbeeld energietransitie, regels uit de APV) regels toevoegen voor het gehele grondgebied van Zoetermeer. Voor de transitie zal gebruik gemaakt worden van de gehele overgangsperiode (tot en met 31 december 2029).
1 De datum van 31 december 2029 volgt uit de gemaakte interbestuurlijke afspraken tussen Rijk en VNG.
5
Voorgesteld wordt de transitie naar het omgevingsplan langs de volgende drie lijnen te laten lopen: 1. De technische lijn: Dit houdt in de huidige regelingen uit het omgevingsplan van rechtswege en de gemeentelijke verordeningen technisch overzetten naar het Omgevingsplan Zoetermeer. Met als doel dat het omgevingsplan voldoet aan de eisen die de Omgevingswet aan het plan stelt. Dit is een beleidsarme overzetting. 2. De inhoudelijke lijn: Het omgevingsplan zal aangepast/aangevuld worden als de doelen in de omgevingsvisie of een programma vragen om nieuwe of gewijzigde regels. Het proces van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en strategische Agenda 2040 zijn hiervoor bepalend. 3. De projectenlijn: voor de realisatie van een beperkt aantal projecten geldt dat ook de regeling in het omgevingsplan aangepast moet worden. Voor die projecten geldt dat deze pas meegenomen worden in het omgevingsplan, wanneer alle onderzoeken en gegevens gereed zijn. Voorkomen moet namelijk worden dat projecten een vertraging betekenen voor het gehele Omgevingsplan Zoetermeer (zie paragraaf 4.10 van het Plan van Aanpak). Als de informatie nog niet volledig is, dan zal het project in de volgende ronde worden meegenomen. Verder wordt uitgegaan van een verbetering van de dienstverlening door het opstellen van vragenbomen en toepasbare regels in het Digitaal Stelsel Omgevingswet.
Bewoners, ondernemers en organisaties kunnen zelf via het omgevingsloket nagaan welke regels er gelden en of er een vergunning nodig is voor de activiteiten die zij willen verrichten (bijvoorbeeld het kappen van een boom of het plaatsen van een erfafscheiding). Als er een vergunning nodig is, kunnen zij deze op een eenvoudige manier aanvragen via hetzelfde loket. Beoogd effect Met het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer worden duidelijk kaders meegegeven voor het opstellen van het omgevingsplan en voor de wijze waarop de transitiefase wordt doorlopen. Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s 1. Het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer, opgenomen in bijlage 1 bij dit voorstel, vast te stellen. 2. De volgende uitgangspunten voor het Omgevingsplan Zoetermeer (Hoofdstuk 4 Plan van Aanpak) vast te stellen: a. Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en de daaruit voortvloeiende nadere uitwerkingen in programma's als uitgangspunt nemen voor het opstellen van het omgevingsplan. b. Gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving zoveel als mogelijk opnemen in het omgevingsplan. c. Als de beleidsdocumenten genoemd onder genoemd onder 2a geen nieuwe inzichten geven, de bestaande regels uit de bestemmingsplannen, bruidsschat en verordeningen beleidsarm overzetten naar het omgevingsplan, waarbij kansen voor deregulering niet onbenut worden gelaten. d.
Onnodige juridisering van de fysieke leefomgeving voorkomen. e. Aansluiten bij het casco omgevingsplan en de staalkaarten van de VNG. f. Nieuwe projecten zoveel mogelijk een afzonderlijk besluitvormingstraject (omgevingsvergunning) laten doorlopen. 3. De volgende uitgangspunten voor de wijze waarop de transformatie van de huidige regelingen naar het Omgevingsplan Zoetermeer (hoofdstuk 5 Plan van Aanpak) plaatsvindt, vast te stellen: a. Een gefaseerde aanpak, waarbij gekozen wordt voor een combinatie van: i. Een gebiedsgerichte aanpak per (samenhangend) gebied. Inwoners en ondernemers hebben immers binding met het gebied waarin zij wonen en alle kwaliteiten, kenmerken en ruimtelijke opgaven die dat gebied in zich heeft. 6
ii.
Een themagerichte aanpak voor belangrijke thema's uit onder andere de Omgevingsvisie en strategische agenda die gelden voor de gehele gemeente en waarbij het van belang is dat voor het gehele grondgebied gelijktijdig dezelfde regeling geldt. b. De gehele transitieperiode te benutten. c. De volgorde van de opbouw van het Omgevingsplan Zoetermeer wordt afgestemd op de uitwerking van de Omgevingsvisie Zoetermeer2040 in de programma's vallend onder de Strategische Agenda2040. Voor onderwerpen, waarvoor de uitwerking meer tijd vraagt, geldt dat in het omgevingsplan in eerste instantie de huidige regels worden overgenomen. Na vaststelling van de uitwerking worden bij de eerstvolgende actualisatie het omgevingsplan de regels aangepast conform de uitwerking. d. Ter bevordering van de dienstverlening voor de meest toegepaste activiteiten gelijktijdig met het opstellen van het omgevingsplan vragenbomen en toepasbare regels op te stellen, zodat initiatiefnemers meer inzicht hebben in de regelgeving die van toepassing is. 4. De structureel hogere lasten die voortvloeien uit de Zoetermeerse invulling van de keuzemogelijkheden met betrekking tot het omgevingsplan voor een bedrag van € 494.000,- opnemen in de perspectiefnota 2023 en daar ook van dekking voorzien. Argumenten 1.1 Het Opstellen Omgevingsplan Zoetermeer is wettelijk verplicht.
Op grond van de Omgevingswet is de gemeente verplicht een omgevingsplan voor haar grondgebied op te stellen dat ook voldoet aan alle eisen van de wet. 1.2
Het Plan van Aanpak biedt de nodige uitgangspunten voor het opstellen van het omgevingsplan. Het overzetten van de vele gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving die zijn opgenomen in verordeningen, beleidsregelingen en het omgevingsplan van rechtswege naar het Omgevingsplan Zoetermeer is een omvangrijke en ingewikkelde klus. Om deze klus goed aan te pakken, zijn gezamenlijke uitgangspunten voor de aanpak ervan en voor de inhoud van het omgevingsplan noodzakelijk. 1.3 Overgangsperiode voor het opstellen van het omgevingsplan is beperkt. Op datum van inwerkingtreding Omgevingswet beschikt Zoetermeer over een omgevingsplan van rechtswege. Dit omgevingsplan bestaat uit alle bestemmingsplannen, de bruidsschat en enkele onderdelen van in de wet aangewezen verordeningen. Dit plan voldoet nog niet aan alle eisen van de wet. De gemeente krijgt tot en met 31 december 2029 de tijd om een nieuw omgevingsplan op te stellen dat voldoet aan alle bepalingen van de wet. Het gaat om heel veel regelingen die nagelopen moeten worden. Dit vergt veel tijd. Dus het is zaak dat tijdig met deze opdracht begonnen wordt. 2.1
De beleidsdoelen Omgevingsvisie Zoetermeer 2040, Strategische Agenda 2040 en daarbij behorende programma's werken door in regels in het omgevingsplan. Het omgevingsplan levert een bijdragen aan het realiseren van doelen uit Zoetermeer2040 en de programma's die horen bij de Strategische Agenda 2040. De regels in het omgevingsplan zijn voor iedereen bindend. Hiermee kunnen ongewenste ontwikkelingen worden voorkomen en gewenste ontwikkelingen worden bevorderd. 2.2 Alle regels in het omgevingsplan biedt transparantie en duidelijkheid voor de gebruiker. Op dit moment zijn de regels over de fysieke leefomgeving opgenomen in meer dan 100 bestemmingsplannen en tientallen verordeningen of beleidsregels. Voorgesteld wordt de regels over de fysieke leefomgeving zoveel als mogelijk op te nemen in het omgevingsplan. Dit biedt transparantie en duidelijkheid voor de gebruiker (inwoner, initiatiefnemer, medewerker gemeente). Door de regels op te nemen in het omgevingsplan worden regels eenduidig en goed op elkaar afgestemd. 7
2.3 Duidelijkheid van de regelgeving en geen overbodige regels. In de verordeningen, bestemmingsplannen en beleidsregelingen van de gemeente zijn vaak over hetzelfde onderwerp regels opgenomen. Door deze samen te brengen in het omgevingsplan, biedt dit de kans de regelgeving beter op elkaar af te stemmen en te integreren tot één nieuwe regeling. Overbodige regels zullen daarbij geschrapt worden. 2.4
Beleidsarme overgang sluit aan bij de besluitvorming over het Programma Implementatie Omgevingswet. De gemeenteraad heeft in 2017 bij het vaststellen van de Uitgangspunten Implementatie Omgevingswet gekozen voor een beleidsarme overgang. Dit betekent dat het omgevingsplan zelf niet gezien wordt als aanleiding om het beleid aan te passen. Zoals hiervoor is aangegeven wordt (toekomstig) gewijzigd beleid gezien als vaststaand beleid dat meegenomen moet worden in het omgevingsplan. 2.5 Geen onnodige regels voor burgers en bedrijven De gemeente heeft op grond van de Omgevingswet meer mogelijkheden voor het stellen van regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Nu deze mogelijkheden er zijn, ligt het gevaar op de loer dat regels worden opgenomen voor activiteiten die op dit moment geen problemen opleveren, met een onnodige juridisering van de fysieke leefomgeving als gevolg. Het niet regelen, hoeft niet tot grote problemen te leiden. Op grond van de Omgevingswet geldt namelijk een algemene zorgplicht (artikelen 1.6 en 1.7 Ow). Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg moet dragen voor de fysieke leefomgeving. Iedereen is verplicht nadelige gevolgen van zijn activiteit te voorkomen en als dat niet mogelijk is maatregelen te treffen om de nadelige gevolgen zoveel mogelijk te beperken.
Als de nadelige gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, moet de initiatiefnemer (voor zover dat redelijkerwijs van hem verlangd kan worden) de activiteit achterwege laten. 2.6 Aansluiten bij casco VNG en staalkaarten is efficiënter. Voor de structuur van het omgevingsplan wordt gebruik gemaakt van de inhoudsopgave (casco) en de staalkaarten van de VNG. Deze structuur is goed doordacht. Het scheelt tijd en capaciteit als we geen eigen structuur hoeven te bedenken. Bovendien is deze structuur herkenbaar voor externen (initiatiefnemers en adviesbureaus). Deze partijen kunnen gemakkelijker met ons omgevingsplan werken. De opdrachtverlening aan adviesbureaus voor aanpassing van het omgevingsplan zal dan ook eenvoudiger zijn. 2.7
Een project is beter te faciliteren door aparte besluitvorming via de omgevingsvergunningprocedure. Een project van derden of van de gemeente kent zijn eigen dynamiek en wensen. Het heeft dan ook de voorkeur hiervoor een aparte besluitvormingsprocedure te doorlopen. Hierbij kan per project gekeken worden wat nodig is. Aan verreweg de meeste projecten kan medewerking worden verleend door het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 2.8 Onnodige vertraging van het omgevingsplan moet worden voorkomen. In incidentele gevallen moet voor de realisatie van een project toch het omgevingsplan aangepast worden. Bijvoorbeeld om woningen mogelijk te maken, moet soms de milieuruimte van naastgelegen bedrijven beperkt worden. Dit laatste kan alleen door aanpassing van het omgevingsplan. Om een project dat afwijkt van het omgevingsplan mogelijk te maken, moeten vaak veel onderzoeken verricht worden. Ook is voor dat project participatie gewenst. De ervaring leert dat gedurende het proces vaak de uitgangspunten van het project worden bijgesteld en de onderzoeken geactualiseerd moeten worden. Dergelijke bijstellingen betekenen vaak vertraging
8
voor de procedure van het omgevingsplan. Ook zorgt dit vaak voor dubbel werk. Daarom is het uitgangspunt dat projecten pas worden meegenomen als alle onderzoeken definitief zijn. 3.1 Een gefaseerde aanpak is het beste uitvoerbaar. Er wordt gekozen voor het stapsgewijze overzetten van de huidige regels naar het nieuwe Omgevingsplan Zoetermeer. Gelet op de omvang van het aantal van regels dat overgezet moet worden, is het ondoenlijk dit in één keer te doen. Ook voor de politieke besluitvorming is het wenselijk om de onderdelen van het omgevingsplan gedoseerd te behandelen. 3.2
De volledige transitieperiode benutten, sluit aan bij de besluitvorming over het Programma Implementatie Omgevingswet. De raad heeft in 2017 besloten de gehele transitieperiode te benutten voor de Implementatie van de Omgevingswet. Dit biedt als voordelen dat de inzet van middelen (capaciteit en geld) ook uitgesmeerd kan worden over een langere periode. 3.3
Afspraken over afstemmen planning Zoetermeer2040 en Strategische Agenda en Omgevingsplan Zoetermeer zijn nodig. De regels in het omgevingsplan zullen voor zover dat mogelijk is afgestemd worden op de Omgevingsvisie Zoetermeer2040, Strategische Agenda2040 en daarbij horende programma's. Mocht de uitwerking van het beleid nog onvoldoende vorm hebben gekregen dan zullen in eerste instantie de huidige regels worden overgezet. Bij de eerstvolgende actualisering zal de uitwerking meegenomen worden. Onnodige vertraging van het omgevingsplan moet worden voorkomen. Het is van belang dat uiterlijk 31 december 2029 het Omgevingsplan Zoetermeer voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. 3.4 Dienstverlening en gebruiksgemak van het omgevingsplan verbeteren. In het omgevingsplan staan regels over activiteiten in de fysieke leefomgeving en is aangegeven of deze activiteiten toegestaan of verboden zijn. Als deze zijn toegestaan dan is ook aangegeven of hiervoor een vergunning nodig is of niet. In het omgevingsplan komen heel veel regels te staan. Om het omgevingsplan goed te kunnen doorgronden worden toepasbare regels opgesteld. Dit is een begrijpelijke vertaling van de juridische regels. Op basis van deze toepasbare regels worden vragenbomen ontwikkeld voor de meest toegepaste activiteiten. Deze toepasbare regels en vragenbomen worden gepubliceerd in het Omgevingsloket (DSO).
De initiatiefnemer kan door het doorlopen van de vragenbomen zelf zien of zijn gewenste activiteit is toegestaan en zo ja of daar dan een vergunning voor nodig is. Dit biedt voor de initiatiefnemer meer gebruiksgemak. Doordat de initiatiefnemer meer zelf kan regelen, wordt de afdeling VVH en de Omgevingsbalie ontzien. 4.1 Budgetneutraliteit financiële effecten Omgevingswet. Het uitgangspunt bij de implementatie van de Omgevingswet is budgetneutraliteit. Indien dit niet haalbaar is, wordt de besluitvorming over toekenning van extra budget in de Perspectiefnota opgenomen zodat hierover een integrale besluitvorming kan plaatsvinden. De structurele kosten van € 494.000,- die samenhangen met het omgevingsplan en de vergunningverlening bestaan uit twee onderdelen. Het betreft een bedrag van € 216.000,- voor de lasten zonder keuzemogelijkheden en een bedrag van € 278.000,- voor de lasten met keuzemogelijkheden. Dit bedrag is inclusief € 63.000,- lagere lasten die voortvloeien uit keuzemogelijkheden 5 en 6 die onder de bevoegdheid van het college vallen. Zie onder 'Financiën' voor een uitgebreidere toelichting. 4.2 De financiële effecten zijn in kaart gebracht met het VNG-model. De VNG heeft voor het verkrijgen van inzicht in de keuzemogelijkheden de denkwijze financiële structurele effecten ontwikkeld.
Hiermee wordt inzicht in de verwachte financiële mutaties verkregen voor zowel de gemeente als voor de initiatiefnemers. Zie voor een toelichting bijlage 2 van dit voorstel. Voor inrichtingskeuze van het omgevingsplan zijn de keuzen 1 tot en met 4 9
relevant. De keuzen 5 en 6 hebben betrekking op de vergunningverlening (collegebevoegdheid). Dit VNG-model is ingevuld op basis van de voorgestelde uitgangspunten in het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer. Het uitgangspunt van een beleidsarme overgang bepaalt hoe we omgaan met de bruidsschatregels (overnemen, lokaal aanpassen of schrappen), of de regels gedetailleerd blijven, of de vergunningplicht gehandhaafd blijft (door opnemen van beoordelingsregels). Het uitgangspunt om de regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen te brengen in het omgevingsplan en dus niet meer in aparte verordeningen, is bepalend voor de keuze 2 van het VNG-model (alles in het omgevingsplan, in een mix van omgevingsplan/verordeningen of nergens). Kanttekeningen 2.1 Keuze in uitgangspunten heeft structurele financiële gevolgen. Voor het inrichten van het omgevingsplan heeft de gemeente keuzevrijheid hoe bepaalde onderwerpen worden ingericht en uitgevoerd en met welk dienstverleningsniveau. Deze keuzen hebben een effect op de structurele lasten en baten. Deze inzichten zijn nu alleen nog indicatief te bepalen. Maar het geeft wel, zij het binnen een bepaalde bandbreedte, de richting aan welke financiële gevolgen dit zal hebben. Gedurende het transitieproces zal scherp gelet worden op de structurele financiële gevolgen van de aanvulling van het omgevingsplan.
3.1 Afstemming technische lijn en inhoudelijke lijn Het heeft de voorkeur dat de inhoudelijke uitwerking van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 gelijk verwerkt kan worden met de technische aanpassing van het omgevingsplan. Er is echter een risico dat de inhoudelijke lijn de technische overzetting gaat vertragen. De afspraak is dan ook dat de technische overzetting zijn eigen koers vaart. Wanneer de inhoudelijke aanvulling vanuit de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040, Strategische Agenda 2040 en de programma’s gereed is, zal deze meegenomen worden in de eerstvolgende ronde van aanpassing van het Omgevingsplan Zoetermeer. 3.2
De gehele transitieperiode benutten betekent dat er een langere tijd twee verschillende regimes naast elkaar gelden. De overgangsperiode van de inwerkingtreding van de Omgevingswet tot en met 31 december 2029 en de voorgestelde gefaseerde aanpak zorgen ervoor dat er gedurende een lange periode sprake is van verschillende regimes. Dit komt de overzichtelijkheid van de regels voor de bewoners en bedrijven niet ten goede. Dit bemoeilijkt ook het adviseren van de bewoners en bedrijven. Gedurende de overgangsperiode is dan ook extra zorgvuldigheid geboden bij het adviseren van klant. Als hulpmiddel hierbij kan het logboek gebruikt worden waarin een overzicht is opgenomen van alle wijzigingen van en toevoegingen aan het omgevingsplan en het tijdelijke omgevingsplan. 3.3 Inzet voor reguliere productie-activiteiten en Omgevingsplan Zoetermeer is nodig. Naast het opstellen van het Omgevingsplan Zoetermeer, gaat ook het reguliere werk gewoon door. Ingediende plannen/omgevingsvergunningaanvragen zullen binnen de gestelde termijn afgehandeld moeten worden. Deze termijnen zijn voor de grotere afwijkingen van het omgevingsplan onder de Omgevingswet ook nog bekort (reguliere procedure in plaats van uitgebreide procedure). Hierdoor is het op voorhand niet inzichtelijk voor welke activiteiten het personeel wordt ingezet.
Het uitgangspunt is dat reguliere productie voor gaat, waardoor de opbouw van het omgevingsplan kan stagneren. Het is van belang dat bestuurlijke keuzes gemaakt worden in de prioritering van de projecten waaraan de gemeente haar medewerking verleent, zodat er ook voldoende tijd en ruimte overblijft voor het opstellen van het Omgevingsplan Zoetermeer. Dit kan door hier goede afspraken over te maken.
10
3.4 Personeelsverloop kan mogelijk leiden tot vertraging. De doorlooptijd van de activiteiten is lang en er zijn weinig mensen met de benodigde kennis op de markt, waardoor er ongewenst verloop in het personeelsbestand kan optreden. Dit kan leiden tot stagnatie van de voortgang. Voor het behoud en aantrekken van personeel is een prettige werksfeer belangrijk. 4.1 Budgetneutraliteit Het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat de exploitatie per saldo minimaal gelijk zou zijn en dat eventuele voordelen door de gemeente mocht worden behouden en naar eigen inzicht worden ingezet. Inmiddels is het landelijke beeld dat de exploitatie structureel duurder gaat worden voor gemeenten. De VNG en het ministerie hebben evaluatie afspraken na 1 en 5 jaar na inwerkingtreding van de wet de financiële ontwikkelingen te evalueren en te kijken naar eventuele oplossingsmogelijkheden. 4.2 Jaarlijkse beheerbijdrage Digitaal stelsel Omgevingswet (DSO). Voor de jaarlijkse beheerbijdrage is een bestuurlijke overeenkomst afgesloten dat een halfjaar na de (initiële) inwerkingtredingsdatum een jaarlijkse bijdrage verschuldigd is. Deze datum is met drie jaar verschoven, maar de start van de bijdrage is niet verschoven. Conform de bestuurlijke overeenkomst is een verhoging van de bijdrage voorzien per 2024, omdat een hogere kwaliteit van het DSO beschikbaar zou komen.
De VNG heeft een motie aangenomen om deze verhoging naar de toekomst te verschuiven als per 2024 het hogere niveau beschikbaar zou komen. 4.3 Het DSO is nog niet klaar voor inwerkingtreding Omgevingswet. Landelijk wordt er hard gewerkt om het DSO voldoende werkend te krijgen om de Omgevingswet in werking te laten treden. Voor de onderdelen die nog niet voldoende werken worden tijdelijke maatregelen getroffen. Gemeenten zijn hierbij afhankelijk van de landelijke organisatie die hiermee bezig is. Ondanks onze afhankelijkheid hiervan, zijn wij wel druk bezig om onze eigen software en aansluiting op het DSO te testen. Dat doen we door te oefenen in de pre-omgeving van het DSO. Daarmee helpen wij niet alleen onszelf, maar ook de landelijke organisatie bij het testen van het DSO in zijn geheel. Financiën In deze paragraaf wordt niet ingegaan op de financiële kosten en opbrengsten die samenhangen met de gehele implementatie van de Omgevingswet. Hierover zal de raad apart worden geïnformeerd. In dit voorstel wordt alleen ingegaan op dat deel dat samenhangt met het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer. De financiën zijn voor het omgevingsplan in te delen naar drie hoofdonderdelen. Voor het hoofdonderdeel structurele kosten en opbrengsten is aanvullend budget nodig.
De hoogte van het structurele aanvullend budget is deels beïnvloedbaar door te maken keuzen bij het inrichten en opzetten van het omgevingsplan. De inrichtingsonderdelen die beïnvloedbaar zijn, zijn opgenomen en nader toegelicht in Bijlage 3 van het Plan van Aanpak. Deze bijlage is integraal overgenomen als bijlage 2 bij dit raadsvoorstel. Op basis van de richtlijnen en kaders voor de implementatie Omgevingswet en het behouden van ongeveer het huidige kwaliteitsniveau van de dienstverlening is een voorkeursvariant uitgewerkt waarvoor een structureel aanvullend budget van € 494.000,- nodig is. Dit bedrag kan wijzigen als er voor een andere uitwerking van de inrichtingskeuzen wordt gekozen. Daar er extra budget benodigd is, wordt dit voorstel in de Perspectiefnota opgenomen voor een integrale afweging en hoe de dekking wordt voorzien. In het Plan van Aanpak zijn verschillende keuzemogelijkheden met opties opgenomen met de daarbij behorende kosten en opbrengsten. In de onderstaande tabel zijn deze keuzen inzichtelijk gemaakt. Het onderdeel ‘onvermijdelijk met keuze mogelijk’ is in twee regels opgenomen, omdat twee keuzemogelijkheden tot de bevoegdheid van de raad behoren. 11
Omgevingswet; Plan van Aanpak Omgevingsplan Soort ontwikkeling a b 7.1.1 Eenmalige implementatie-/transitiekosten € 7.1.2 Tijdelijke frictie/desintegratiekosten € 7.1.3 Structurle kosten en opbrengsten 7.1.3.1 Onvermijdelijk zonder keuzemogelijkheden: € 7.1.3.2 Onvermijdelijk met keuze mogelijkheid € Totaal nog geen dekking
bedragen * 1000 Mutatie in exploitatie waarvoor nog geen Kosten Leges Saldo al dekking dekking c d e=c-d f g=e-f 1.600 € € 1.600 € 1.600 € € € € € 350 € -281 €
€ -559 €
350 € 278 €
134 € € €
216 278 494
Tabel 1: Hoofonderdelen kosten Omgevingsplan. In hoofdstuk 7 van het Plan van Aanpak is dit nader toegelicht. Hieronder is een samenvatting opgenomen. Toelichting Eenmalige implementatie/transitiekosten en opbrengsten De geprognosticeerde kosten voor het opstellen/maken van het omgevingsplan bedragen € 1,6 miljoen (prijspeil 2021) en worden binnen de bestaande begroting middels nieuw voor oud uitgevoerd. De werkzaamheden zullen gelijkmatig over de transitieperiode tot en met 2029 worden uitgevoerd. Tijdelijke frictie/desintegratiekosten en opbrengsten Door de Omgevingswet komen er nieuwe werkzaamheden bij, vervallen werkzaamheden en wijzigen werkzaamheden in volume (bij Beleid, Toezicht en Handhaving). Het uitgangspunt is om de kosten van deze wijzigingen op te vangen binnen de bestaande begroting (opleiden/omscholing, natuurlijk verloop en aantrekken nieuwe medewerkers). Structurele kosten en opbrengsten; Onvermijdelijk zonder keuzemogelijkheid Het Rijk heeft het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) landelijke voorzieningen ontwikkeld. In dit systeem dient het omgevingsplan actueel beschikbaar en te raadplegen zijn voor de ruimtelijke fysieke ontwikkelingen. Ook de vergunningaanvragen en afhandelingen verlopen via dit systeem. Voor het aansluiten op het DSO is en softwarelicentie nodig. Daarnaast is jaarlijks vanaf 2020 een beheerbijdrage voor het DSO verschuldigd.
De softwarekosten t/m 2023 zijn voorzien in het tijdelijk aanvullend budget Omgevingswet. De jaarlijkse beheerbijdrage DSO vanaf 2020 van € 134.000,- wordt ingehouden op de uitkering van het gemeentefonds. Voor dit onderdeel is vanaf 2024 een aanvullend budget benodigd van € 216.000,-. Structurele kosten en opbrengsten; Onvermijdelijk met keuzemogelijkheid Het DSO heeft voor het inrichten van het omgevingsplan een aantal, binnen gestelde grenzen, keuzemogelijkheden beschikbaar die van invloed zijn op de dienstverlening en de structurele lasten. Per saldo nemen de kosten af maar de legesopbrengsten nemen sterker af. Op basis van het behouden van een gelijkwaardig dienstverleningsniveau na de inwerking treden van de Omgevingswet en de kaders/richting gevende lijnen is voor dit onderdeel vanaf 2023 een aanvullend budget benodigd van € 278.000,-. Dit bedrag kan wijzigen indien voor een andere invulling van de keuzemogelijkheden wordt gekozen. Het bedrag is inclusief een budgetvoordeel van € 63.0000,- voor de twee keuzemogelijkheden (zie bijlage 2 onderdelen 5 en 6) met betrekking tot het vergunningenproces, die onder de bevoegdheid van het college vallen. In dit Plan van Aanpak is voorgesteld een beleidsarme overgang als uitgangspunt te nemen voor de technische transitielijn.
Dit betekent dat voor alle activiteiten waar nu een vergunningplicht geldt, dit ook in de toekomst zo zal zijn. Deze keuze voor de inrichting van het omgevingsplan heeft daarmee geen nadelige gevolgen voor de legesopbrengsten.
12
Controleprotocol Niet van toepassing. Participatie en Communicatie Over het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer zelf zal geen participatie verleend worden, omdat de Samenspraakverordening hierop niet van toepassing is. Op de onderdelen van het omgevingsplan zelf zal participatie verleend worden conform de eisen die de gemeentelijke participatieverordening daaraan stelt. Er zal een apart communicatieplan opgesteld worden. Dit zal samen opgepakt worden met de communicatie over de Omgevingsvisie Zoetermeer2040 en Strategische Agenda. Duurzaamheid Niet van toepassing. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Niet van toepaasing. Rapportage en evaluatie Gedurende de transitiefase zal jaarlijks bekeken worden hoe ver we zijn en welke onderwerpen opgepakt gaan worden. De raad zal hierover per memo geïnformeerd worden.
13