Raadsvoorstel Omgevingsvisie Zoetermeer 2040
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid
Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 0637682223
Auteur
Ward de Meulemeester e.a.de.meulemeester@zoetermeer.nl 079 – 346.89.88
Gemeentesecretaris
Huykman, B.J.D.
Directeur
A. Quentin
Portefeuillehouder
Wethouder Iedema
Medeverantwoordelijke(n)
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s)
6 juli besluitvorming raad (conform overeenstemming tussen raad en college om voor zomerreces besluitvorming ontwerp Omgevingsvisie af te ronden) Programma 6 Dienstverlening en samenspraak
Eerdere besluitvorming
-
Samenvatting
Collegebesluit Plan van aanpak Zoetermeer 2040 (omgevingsvisie) d.d. 3 juni 2019 - Raadsbesluit Eindrapportage stadsbrede samenspraak - gesprek met de stad d.d. 24 juni 2019 - Raadsbesluit Plan van aanpak Zoetermeer 2040 (omgevingsvisie) d.d. 4 november 2019 - Collegebesluit Basisdocument Zoetermeer 2040 d.d. 17 december 2019 In 2040 is Zoetermeer een groene stad tussen de parken. In Zoetermeer woon, werk, beweeg en verblijf je letterlijk in en tussen de natuur. De wijken en buurten zijn rijk aan groenzones, parken en water. In de wijken komt meer ruimte voor activiteiten, sport en bewegen, wijkeconomie, nieuwbouw en verbouw van woningen, voorzieningen etc. De wijken worden de komende twintig jaar stap voor stap verder ontwikkeld. Zoetermeer zal in 2040 een stad zijn waarin iedereen zich welkom en thuis voelt. Daarvoor worden de komende jaren woningen toegevoegd. De woningvraag is groot. De gemeente ziet het als opgave om nieuwe - bijzondere - woonvormen toe te voegen: knarrenhofjes, particulier opdrachtgeverschap, kluswoningen, sociale koopwoningen, exclusieve woningen, opvallende architectuur. En ook de ruimte te geven aan inwoners en corporaties om de eigen woningen te verbouwen. Streven is een grotere diversiteit aan woningen. Dit zijn een paar ambities uit de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040.
Andere ideeën zijn bijvoorbeeld versterken van de arbeidsmarkt, impulsen voor de economie en verbeteren van de verbindingen met Leiden en Rotterdam. Zoetermeer 2040 is de toekomstvisie voor de stad. Een visie voor de komende 20 jaar. De gemeente zal inwoners en organisaties uitnodigen om mee te denken en mee te doen bij de uitvoering van de
visie. De gemeente staat open voor ideeën en initiatieven van inwoners en organisaties, die zorgen voor een verbijzondering van stad. Het credo van is: Samen de toekomst van Zoetermeer vormgeven. Bijlagen
1. Ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 (opgemaakte versie) 2. 1e strategische agenda Zoetermeer 2040 inclusief Participatieplan uitvoering Zoetermeer 2040 (opgemaakte versie)
2
Raadsbesluit Raadsvoorstel Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 april 2021 Besluit 1. De ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 zoals opgenomen in de bijlage met onderstaande essentiële elementen vast te stellen. 2. Dat de ambitie van Zoetermeer 2040 is om de vier mechanismen van Zoetermeer (woonaantrekkelijkheid, sociaaleconomische kracht, samenhang beroepsbevolking en werkgelegenheid, verschillen tussen wijken en buurten) in opwaartse lijn om te buigen, zodat de stad sociaaleconomisch krachtiger wordt en beter in balans komt. Zoetermeer wordt in 2040 gekenmerkt door: o een vergelijkbare concurrerende woonaantrekkelijkheid met de regio; o een meer diverse instroom van inwoners en een verlengde wooncarrière (een “woon-roltrap” die verlengd en verbreed is; o vergelijkbare kansen op werk voor de inwoners van de stad ten opzichte van de regio; o geen ongewenste sociaaleconomische verschillen tussen buurten en wijken. 3. Actief te sturen op de samenhang, de diversiteit & de kwaliteit en het bundelen van krachten om de mechanismen te keren. 4.
Dat het geambieerde toekomstbeeld voor Zoetermeer 2040 wordt gevormd door de zes hoofdlijnen: o Zoetermeer is mijn thuis, o Duurzame stad tussen de parken, o Palet van wijken en buurten, o Doorlopende ontplooiingskansen voor iedereen, o Zoetermeer stad van toegepaste innovaties, o Zoetermeer regio stad en stad in de regio. 5. Dat in de eerste fase van de realisatie van Zoetermeer 2040 de focus wordt gelegd op de versterking van het fundament van de stad middels de aanpak langs twee lijnen: o Wijken van de toekomst; o Woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad. 6. Dat ‘de Zoetermeerse beleidscyclus’, inclusief o de rol van de raad bij het vaststellen van de strategische agenda, o de rol van de raad bij het opstellen van programma’s, o het jaarlijks opstellen van ‘de Staat van Zoetermeer’, de methodiek is om Zoetermeer 2040 systematisch tot uitvoering te brengen. 7. Vast te stellen dat de gemeente Zoetermeer - in vervolg op de uitgevoerde participatie om te komen tot de ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 - samen met organisaties en inwoners Zoetermeer 2040 tot uitvoering zal brengen. 8. De ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 vrij te geven met de daarbij behorende stukken gedurende zes weken ter inzage te leggen op grond van afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht, waarbij voor een ieder de mogelijkheid bestaat om zienswijzen in te dienen. 3
9. Voor het opstellen van (het document) ‘de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040’ - afgezien van de ter inzage legging - geen verdere participatie (samenspraak) noodzakelijk te achten op basis van artikel 2 lid 7 sub d uit de Samenspraakverordening. 10. De 1e ‘Strategische Agenda Zoetermeer 2040’, zoals opgenomen in de bijlage vast te stellen met de volgende onderwerpen: a) Het doorlichten en bijstellen van lopend beleid op basis van ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040; b) Het actualiseren van lopende programma’s, projecten en acties op basis van de ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040; c) Het opstellen van programmavoorstellen om het fundament van de stad te versterken langs twee lijnen: o Wijken van de toekomst, die in volgorde van omvang van problematiek worden aangepakt (Meerzicht, Buytenwegh, Segwaert); o Woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad. 11. Het Participatieplan uitvoering Zoetermeer 2040 als onderdeel van de 1e Strategische Agenda vast te stellen, waarin op vernieuwende wijze de participatie wordt opgezet met een pilot voor de wijk van de toekomst Buytenwegh, waarvan de leerervaringen worden ingezet bij opvolgende trajecten waaronder de wijk van de toekomst Segwaert. 12.
Het college van burgemeester en wethouders de opdracht te geven de 1e Strategische Agenda Zoetermeer 2040 tot uitvoering te brengen, opdat in deze bestuursperiode de eerste serie resultaten van de strategische agenda door de raad kunnen worden vastgesteld en het tussenresultaat van de pilot Buytenwegh wordt gepresenteerd. 13. De financiële uitwerking en vertaling van de inzichten uit de 1e Strategische Agenda Zoetermeer 2040 op te nemen in de programmabegroting en de actualisatie te laten verlopen middels de planning en controlcyclus. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 14 juni 2021
de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
4
Toelichting Probleemstelling en kader Zestig jaar na de aanwijzing als groeikern is Zoetermeer een stad met 125.000 inwoners. In vergelijking met klassieke steden is de stad nog niet volgroeid. Het onderzoek naar de ‘Staat van Zoetermeer’ (2019) door Bureau Louter, laat zien dat in Zoetermeer de afgelopen twintig jaar sprake is van een aantal dalende trends, zoals een afnemende woonaantrekkelijkheid en sociaaleconomische kracht. Het zet de stad onder druk. De gemeente staat voor de uitdaging deze te keren en daarmee een opwaartse beweging in gang te zetten om meer balans te brengen in de stad en de samenleving. Dit raadsvoorstel gaat in op zowel de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 als de 1e strategische agenda Zoetermeer 2040. Zoetermeer 2040 is de integrale visie voor de lange termijn (2040) voor de stad en haar samenleving. Hierin staat de opgave centraal om tot een betere balans en tot een opwaartse beweging te komen. De strategische agenda slaat de brug tussen deze lange termijn visie en de uitvoering. In de agenda staan de programma’s opgenomen waaraan de komende jaren wordt gewerkt. De agenda wordt periodiek geactualiseerd. Hierdoor kunnen we stap voor stap de visie realiseren en adequaat reageren op nieuwe inzichten en omstandigheden. Inleiding In het kader van het programma Implementatie Omgevingswet wordt een Omgevingsvisie opgesteld.
Op 4 november 2019 heeft de raad een besluit genomen over het Plan van aanpak Zoetermeer 2040 (omgevingsvisie). De Omgevingsvisie is conform de Omgevingswet het kaderstellend instrument van de raad. Hiermee bepaalt de raad de ontwikkelingsrichting van de stad. In het Plan van Aanpak staat aangegeven dat de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 de gewenste sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen voor de langere termijn beschrijft. Onderdeel van de visie is de wijze waarop bestuur en samenleving gaan samenwerken aan deze toekomst van de stad. In het Plan van Aanpak is gesteld dat Zoetermeer 2040 door het integrale karakter breder is dan strikt noodzakelijk vanuit de juridische kaders van de Omgevingswet. Dit integrale karakter sluit beter aan bij de actuele en specifieke vragen in Zoetermeer. Dit vanuit de overtuiging dat een stad het samenspel is tussen sociaal, economie en fysiek. De visie zal richting geven aan integrale programma’s, beleid, projecten en strategieën voor de stad. De bijgevoegde Strategische agenda 2040 is het instrument om de visie door te verlaten naar beleid, programma’s en projecten. In aanloop naar de visie heeft de gemeenteraad twee tussenproducten ontvangen en hierover richting meegegeven aan het college. 1a) Basisdocument Zoetermeer 2040 Het Basisdocument is opgebouwd uit vier onderdelen.
Het betreft feitelijke informatie over “gemeentelijk beleid”, “trends en ontwikkelingen”, “de Staat van Zoetermeer” en “het gesprek met en over de stad”. Het Basisdocument geeft een breed en feitelijk inzicht in de ontwikkelingen in de stad en maakt verbanden tussen de sociale, economische en fysieke ontwikkelingen inzichtelijk. Dit integrale beeld heeft geleid tot verscherpte inzichten over de wijze waarop de stad zich in de afgelopen 15 à 20 jaar in sociaal, economisch en fysiek opzicht heeft ontwikkeld. Hiervoor identificeert het Basisdocument de volgende samenhangende mechanismen:
5
1. Woonaantrekkelijkheid; 2. Sociaaleconomische kracht; 3. Beroepsbevolking en werkgelegenheid; 4. Verschillen tussen wijken en buurten. Uit het Basisdocument blijkt dat in de afgelopen twintig jaar sprake is van een neergaande beweging. Zoetermeer ontwikkelt zich op het gebied van onder andere sociaaleconomische positie en woonaantrekkelijkheid ongunstig. De verschillen tussen buurten en wijken in Zoetermeer worden ongewenst groter. Uit de data van het Basisdocument blijkt dat de leefbaarheid en sociaaleconomische kracht in een aantal wijken zich op ongunstige wijze ontwikkelen. De omvang van de vraagstukken is het grootste in delen van Meerzicht, vervolgens Buytenwegh en dan Segwaert. Tevens is in de stad sprake van een afnemende aansluiting van de beroepsbevolking op de plaatselijke werkgelegenheid. Om deze vraagstukken adequaat op te kunnen pakken, is een andere aanpak gewenst, waarbij gebruik wordt gemaakt van de inzet van organisaties en inwoners. 1b) Opiniërend debat 8 & 15 september 2020 Op beide dagen heeft de raad een opiniërend debat gevoerd over het Basisdocument.
In deze debatten kwamen onder andere aan de orde: Inzetten op een integrale aanpak, gezien de samenhang tussen sociale-, economische- en ruimtelijke vraagstukken in Zoetermeer; De mens en Zoetermeerse samenleving centraal stellen in de visie; Het belang om te investeren in de sociale cohesie alsmede de veiligheid in de stad; Het streven om iedereen de kans te bieden mee te doen; Het streven naar diversiteit en een goede balans in de samenleving; Zorgdragen voor een balans in de wijken en aandacht om te investeren in de (kwaliteit van de) bestaande wijken; De stap zetten van kwantiteit (meer) naar kwaliteit (beter); Inzetten op de samenhang tussen bouwen en verbouwen in de stad; De trots op het groene karakter van de stad en de ambitie voor versterking van deze kwaliteit. De raad heeft de wens uitgesproken en de urgentie gedeeld om de neergaande lijn in Zoetermeer te keren en te komen tot een opwaartse lijn. De raad heeft hierbij het college verzocht spoedig tot de visie te komen inclusief scherpe keuzes in het belang van de Zoetermeerse samenleving. Tevens heeft ze vanuit het inzicht dat een deel van de vraagstukken generiek zijn voor new towns, een pleidooi gehouden om de verbinding te leggen met andere new towns, zo mogelijk de krachten te bundelen gericht en aandacht te vragen middels een lobby voor deze vraagstukken bij onder andere rijk en provincie.
2a) Expertadvies Zoetermeer 2040 Naar aanleiding van het basisdocument is onderzoek gedaan naar casuïstiek bij andere gemeenten om tot een opwaartse lijn te komen van de mechanismen van Zoetermeer. Op basis van deze inzichten en interne expertise zijn een toekomstbeeld Zoetermeer 2040 alsmede twee strategieën opgezet. Het toekomstbeeld schetst een integraal perspectief op de stad aan de hand van zeven hoofdlijnen. De strategieën geven aan op welke wijze en met welke focus naar dit toekomstbeeld kan worden toegewerkt. 2b) Plenaire commissievergadering 18 januari 2021 De raad heeft in een plenaire commissievergadering het expertadvies besproken. De raad heeft hierbij aandachtspunten aan het college meegegeven voor het opstellen van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Deze aandachtspunten hebben zowel betrekking op het inhoudelijk toekomstbeeld als de strategie als de wijze waarop partners en inwoners bij de 6
uitvoering van de visie worden betrokken. De raad heeft samenvattend de volgende aandachtspunten meegegeven voor het opstellen van de visie: Zoetermeer moet investeren in haar inwoners. Het gaat in essentie om het welzijn en het geluk van de inwoners. Aandacht wordt gevraagd voor een toename aan diversiteit van inwoners en de (kwetsbare) jeugd. Het verbeteren van de (concurrentie)positie van de stad. Dit betreft zowel een fysieke kwaliteitsverbetering als een verbetering van de sociaaleconomische positie. Hiervoor is het nodig om de focus te verleggen van kwantiteit naar kwaliteit. Aandacht voor de bestaande stad: de buurten en wijken moeten aantrekkelijker, duurzamer en veiliger worden. De sociale cohesie vraagt aandacht. Mensen moeten zich kunnen “wortelen” in de wijk. De bestaande wijken moeten meer variatie en een meer gemêleerde samenstelling van inwoners krijgen. De woningbouw wordt gezien als belangrijke knop om te komen tot meer diversiteit c.q. balans van de samenleving. Het gaat erom de roltrap langer en breder te maken: een meer diverse instroom van inwoners en zorgen dat inwoners ook volgende stap in hun wooncarrière in Zoetermeer (kunnen) maken. Woningbouw moet eraan bijdragen om uit de negatieve spiraal te komen. De nieuwbouw om de bestaande stad te versterken (bijvoorbeeld transformatie in bestaande wijken mogelijk maken).
Het gaat om bouwen en verbouwen om tot een kwalitatief sterkere stad te komen. De groene kwaliteit van de stad wordt gezien als identiteitsdrager van de stad. Aandacht wordt gevraagd om deze kwaliteit te behouden en in de toekomst te versterken. Overige inhoudelijke aandachtspunten, die in het debat aan de orde zijn gekomen zijn: duurzaamheid, energietransitie, milieu, economie, arbeidsmarkt, onderwijs en ontplooiingskansen voor iedereen. Beoogd effect Zoetermeer staat voor de uitdaging om haar afnemende sociaaleconomische kracht en woonaantrekkelijkheid te keren en een opwaartse beweging in gang te zetten. De stad moet beter in balans komen. Onderzoek laat zien dat de bekende strategie van een new town – onder andere getypeerd door het toevoegen van (grote aantallen) nieuwe woningen - niet meer voldoet om tot een stijgende lijn te komen. “Als we blijven doen wat we deden, krijgen we wat we kregen”. De dalende lijn zal dan continueren. Er is een ander repertoire nodig om tot een opwaartse beweging te komen.
De combinatie van de drie sturingsprincipes (sturen op samenhang, diversiteit en kwaliteit, bundelen van krachten) en de zes hoofdlijnen van de visie (Zoetermeer is mijn thuis, Duurzame stad tussen de parken, Palet van wijken en buurten, Doorlopende ontplooiingskansen voor iedereen, Stad van toegepaste innovaties, Zoetermeer regiostad en stad in de regio) vormt het hoofdingrediënt van dit repertoire. Samen zullen zij leiden tot een opwaartse beweging van Zoetermeer. Op een termijn van 10 à 20 jaar zal deze combinatie ervoor zorgen dat in Zoetermeer sprake is van een toegenomen en onderscheidende woonaantrekkelijkheid, een sterkere sociaaleconomische positie, een betere balans tussen beroepsbevolking en werkgelegenheid en een mix van prettige leefbare wijken en buurten. In de eerste jaren ligt de nadruk op het versterken van het fundament van de stad, opdat de sociaaleconomische verschillen in de stad niet ongewenst verder toenemen. Dit betekent een focus op (delen van) de wijken waar sprake is van een concentratie van problematiek. Op volgorde zijn dit: Meerzicht, Buytenwegh, Segwaert. Tevens wordt de woningbouw ingezet om de bestaande stad sociaaleconomische sterker te maken.
7
Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s 1. De ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 zoals opgenomen in de bijlage met onderstaande essentiële elementen vast te stellen. 2. Dat de ambitie van Zoetermeer 2040 is om de vier mechanismen van Zoetermeer (woonaantrekkelijkheid, sociaaleconomische kracht, samenhang beroepsbevolking en werkgelegenheid, verschillen tussen wijken en buurten) in opwaartse lijn om te buigen, zodat de stad sociaaleconomisch krachtiger wordt en beter in balans komt. Zoetermeer wordt in 2040 gekenmerkt door: o een vergelijkbare concurrerende woonaantrekkelijkheid met de regio; o een meer diverse instroom van inwoners en een verlengde wooncarrière (een “woon-roltrap” die verlengd en verbreed is; o vergelijkbare kansen op werk voor de inwoners van de stad ten opzichte van de regio; o geen ongewenste sociaaleconomische verschillen tussen buurten en wijken. 3. Actief te sturen op de samenhang, de diversiteit & de kwaliteit en het bundelen van krachten om de mechanismen te keren. 4. Dat het geambieerde toekomstbeeld voor Zoetermeer 2040 wordt gevormd door de zes hoofdlijnen: o Zoetermeer is mijn thuis, o Duurzame stad tussen de parken, o Palet van wijken en buurten, o Doorlopende ontplooiingskansen voor iedereen, o Zoetermeer stad van toegepaste innovaties, o Zoetermeer regio stad en stad in de regio. 5.
Dat in de eerste fase van de realisatie van Zoetermeer 2040 de focus wordt gelegd op de versterking van het fundament van de stad middels de aanpak langs twee lijnen: o Wijken van de toekomst; o Woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad. 6. Dat ‘de Zoetermeerse beleidscyclus’, inclusief o de rol van de raad bij het vaststellen van de strategische agenda, o de rol van de raad bij het opstellen van programma’s, o het jaarlijks opstellen van ‘de Staat van Zoetermeer’, de methodiek is om Zoetermeer 2040 systematisch tot uitvoering te brengen. 7. Vast te stellen dat de gemeente Zoetermeer - in vervolg op de uitgevoerde participatie om te komen tot de ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 - samen met organisaties en inwoners Zoetermeer 2040 tot uitvoering zal brengen. 8. De ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 vrij te geven met de daarbij behorende stukken gedurende zes weken ter inzage te leggen op grond van afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht, waarbij voor een ieder de mogelijkheid bestaat om zienswijzen in te dienen. 9. Voor het opstellen van (het document) ‘de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040’ - afgezien van de ter inzage legging - geen verdere participatie (samenspraak) noodzakelijk te achten op basis van artikel 2 lid 7 sub d uit de Samenspraakverordening. 10.
De 1e ‘Strategische Agenda Zoetermeer 2040’, zoals opgenomen in de bijlage vast te stellen met de volgende onderwerpen: a) Het doorlichten en bijstellen van lopend beleid op basis van ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040; b) Het actualiseren van lopende programma’s, projecten en acties op basis van de ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040; c) Het opstellen van programmavoorstellen om het fundament van de stad te versterken langs twee lijnen: o Wijken van de toekomst, die in volgorde van omvang van problematiek worden aangepakt (Meerzicht, Buytenwegh, Segwaert); o Woningbouw als katalysator voor een sociaaleconomisch krachtige stad. 8
11. Het Participatieplan uitvoering Zoetermeer 2040 als onderdeel van de 1e Strategische Agenda vast te stellen, waarin op vernieuwende wijze de participatie wordt opgezet met een pilot voor de wijk van de toekomst Buytenwegh, waarvan de leerervaringen worden ingezet bij opvolgende trajecten waaronder de wijk van de toekomst Segwaert. 12. Het college van burgemeester en wethouders de opdracht te geven de 1e Strategische Agenda Zoetermeer 2040 tot uitvoering te brengen, opdat in deze bestuursperiode de eerste serie resultaten van de strategische agenda door de raad kunnen worden vastgesteld en het tussenresultaat van de pilot Buytenwegh wordt gepresenteerd. 13. De financiële uitwerking en vertaling van de inzichten uit de 1e Strategische Agenda Zoetermeer 2040 op te nemen in de programmabegroting en de actualisatie te laten verlopen middels de planning en controlcyclus. Argumenten 1.1 De Omgevingsvisie biedt de mogelijkheid om de urgente vraagstukken van de stad en samenleving adequaat aan te pakken. Raad en college hebben afgelopen twee jaar herhaaldelijk aangegeven de vraagstukken van de samenleving en stad met urgentie te willen aanpakken. Deze visie biedt een onderbouwd perspectief om tot een positieve en kansrijke ontwikkeling van Zoetermeer te komen.
Door de visie vast te stellen en de uitvoering op te pakken wordt voorkomen dat urgente vraagstukken in de stad en samenleving verder zullen verscherpen. 1.2 Een Omgevingsvisie is nodig voor een coherente koers en aanpak voor de lange termijn. De Omgevingsvisie is nodig om tot een coherente koers en aanpak voor de lange termijn te komen, gericht op het aanpakken van kwetsbaarheden en verzilveren van kansen voor Zoetermeer. Uit onderzoek blijkt dat gemeenten en organisaties met een gemeenschappelijke visie over de lange termijn gemiddeld beter presteren dan gemeenten zonder koers. Een visie geeft richting aan beleidsuitwerkingen en gebiedsprogramma’s, het opstellen van bijbehorende regelgeving, het uitvoeren van projecten alsmede acties en biedt houvast voor monitoring en evaluatie. De visie zorgt ervoor dat de energie en inspanningen van de gemeente een eenduidige richting krijgen. 1.3 De Omgevingsvisie is een aanstaande verplichting vanuit de Omgevingswet. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2022 in werking. Vervolgens is een gemeente verplicht om op 1 januari 2024 een gebiedsdekkende Omgevingsvisie te hebben. Deze visie voldoet aan de wettelijke vereisten van de Omgevingsvisie. 2.1 Uit het Basisdocument Zoetermeer 2040 blijkt dat de ontwikkeling van Zoetermeer in de afgelopen 15 a 20 jaar in een neergaande beweging is gekomen.
Het Basisdocument is gebaseerd op vele rapporten, onderzoeken en data-analyses. Hierbij zijn diverse interne en externe experts betrokken. Uit het geheel blijkt dat er sprake is van een afnemende woonaantrekkelijkheid, een terugval van de sociaaleconomische kracht, een verwijdering van beroepsbevolking en werkgelegenheid en een toename van kwetsbare buurten en wijken. Een aantal wijken en buurten zit in een kwetsbaar ontwikkelingsproces. De neergaande lijn heeft op dit moment een structureel karakter. Dit heeft impact op de duurzame houdbaarheid van de gemeentebegroting (toenemende tekorten op sociaal domein, afnemende ruimte voor onder meer voorzieningen, beheer, economie, leefomgeving etc.). Voor de toekomst van Zoetermeer en haar samenleving is het cruciaal dat – conform de wens van de raad – de neergaande lijn wordt omgebogen in een structurele opwaartse lijn. 2.2. De opwaartse lijn voor Zoetermeer moet meetbaar zijn. Uit de data-analyses blijkt de neergaande lijn van Zoetermeer. Uit het basisdocument blijkt dat het vooral gaat om de samenhang tussen de vier mechanismen. In het besluit zijn de meetbare grootheden per mechanisme uit het Basisdocument opgenomen waaraan de stijgende lijn
9
gemeten kan worden. Indien deze grootheden een verbetering laten zien, zal de stad sociaaleconomische krachtiger worden en zal sprake zijn van een betere balans in de stad. 3.1 Het handelingsrepertoire, dat ten grondslag heeft gelegen aan de neergaande lijn is niet hetzelfde repertoire dat gaat zorgen voor een opwaartse beweging. Op basis van aandachtspunten van de raad, inzichten uit deskresearch, interne expertise en analyse blijken de principes sturen op samenhang (bijvoorbeeld niet langer sociale vraagstukken, los zien van de woningbouw), sturen op diversiteit & kwaliteit (bijvoorbeeld niet langer sturen op alleen aantallen en vaste verdelingspercentages van woningen, maar op typen woningen, type doelgroepen die we in Zoetermeer willen aantrekken) en sturen op het bundelen van krachten (bijvoorbeeld sturen om samen met organisaties sociaalmaatschappelijke vraagstukken aan te pakken) essentieel om de omslag te maken. Het zijn andere principes waarmee in de eerste decennia de stad zijn opgebouwd (onder andere sturen op aantallen, functionaliteit, tempo); 4.1 De zes hoofdlijnen uit de Omgevingsvisie vormen een samenhangend pakket om de vier mechanismen van Zoetermeer in een opwaartse lijn te krijgen. Het pakket is samengesteld op basis van onder andere aandachtspunten van de raad, deskresearch en interne expertise.
Met dit pakket (Zoetermeer is mijn thuis, Duurzame stad tussen de parken, Palet van wijken en buurten, Doorlopende ontplooiingskansen voor iedereen, Zoetermeer stad van toegepaste innovaties, Zoetermeer regio stad en stad in de regio) zal Zoetermeer zowel economisch, sociaal en fysiek beter in balans komen en sociaaleconomisch krachtiger worden. 4.2 Een traditionele sectorale benadering is onvoldoende krachtig voor een adequate aanpak van de vraagstukken om tot een opwaartse lijn te komen. Bij de hoofdlijnen is niet gekozen voor een traditionele indeling van sociaal, economie en fysiek of een indeling van bekende beleidssectoren. Vanzelfsprekend moeten alle beleidssectoren betekenisvolle bijdragen leveren aan de opwaartse lijn van Zoetermeer. Maar een traditionele indeling is niet krachtig genoeg om tot een samenhangende aanpak van de vraagstukken door bestuur en organisatie te komen. Bijvoorbeeld: cruciaal is dat de woon”roltrap” wordt verbreed (vergroten diversiteit aan woningen) en verlengd (toevoegen woningen in het hoger segment). Echter alleen woningen zijn niet toereikend om doelgroepen aan Zoetermeer te binden of nieuwe doelgroepen in Zoetermeer te verwelkomen. Het gaat om het bieden van een compleet pakket: woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, goede bereikbaarheid, goede voorzieningen en een aangename sociale cohesie.
5.1 Niet alles kan in één keer: er moeten prioriteiten worden gesteld. In de eerste jaren gaat het erom de neergaande lijn af te remmen en om te buigen in een opwaartse beweging. Er moet een keuze worden gemaakt, waar de energie en middelen de eerste jaren op wordt gericht. Uit het Basisdocument blijkt dat de ontwikkeling van met name bepaalde buurten in Meerzicht, Buytenwegh en Segwaert kritisch en kwetsbaar is. Deze zullen bij voorrang moeten worden aangepakt. Indien meerdere wijken aan worden toegevoegd, zal dit leiden tot een minder daadkrachtige aanpak in verband met de beperkingen ten aanzien van gemeentelijke organisatiekracht en financiën. 5.2 Een opwaartse beweging is niet mogelijk, zonder de aanpak van het fundament van de stad. Uit de analyse van het Basisdocument blijkt dat de huidige stad - met name de kwetsbare wijken - een grote impact heeft op de ontwikkeling van de stad. Toevoegen van nieuwbouw heeft een beperkt effect. Het zal de neergaande lijn niet keren. Het fundament - de sociale, economische en fysieke opbouw van de huidige stad – moet worden versterkt. Alleen dan is een structurele opwaartse beweging van de stad mogelijk.
10
5.3 Corona zal de grootste impact hebben op de kwetsbare inwoners en buurten en wijken. Uit divers onderzoek opgenomen in het Expertonderzoek naar impact coronacrisis op (middel)lange termijn voor gemeente Zoetermeer blijkt dat de verwachting is dat kwetsbaren het nog zwaarder zullen krijgen. De kwetsbare delen in de wijken – waaronder Meerzicht, Buytenwegh en Segwaert - worden nog kwetsbaarder. De verschillen in de stad gaan hierdoor ongewenst toenemen. Met een eerste focus om de kwetsbare delen van de wijken in de volgorde Meerzicht, Buytenwegh en Segwaert aan te pakken worden ongewenste grote sociaaleconomische verschillen in de stad voorkomen. Zoetermeer krijgt een steviger fundament, dat noodzakelijk is voor de versterking van de stad. Tegelijkertijd investeren we ons uit de crisis. 5.4 Er is behoefte aan woningen, die bijdragen aan het verlengen en verbreden van de “woon”roltrap. Extra woningbouw is nodig omdat de komende jaren een groot tekort aan woningen is: zowel voor Zoetermeerders als potentiële nieuwkomers. Echter voor Zoetermeer gaat het niet sec om meer woningen toevoegen. Uit onderzoek blijkt dat alleen aantallen woningen realiseren niet de oplossing is om te komen tot een sociaaleconomisch krachtiger stad. Het gaat vooral om de juiste woningen toevoegen. Niet sturen op kwantiteit, maar sturen op kwaliteit.
De roltrap moet breder (meer diversiteit, groter aandeel koop) en langer (o.a. duurder segment, empty nesters) worden om ervoor te zorgen dat de samenleving meer in balans komt en de woonaantrekkelijkheid wordt vergroot. De woningbouw functioneert als katalysator voor een diverse stad en samenleving. Elke woning, die bijdraagt aan versterking van het fundament van de stad, is welkom. Nieuwbouw en verbouw worden ingezet om nieuwe doelgroepen in de stad te verwelkomen en zorgen dat inwoners langer in de stad kunnen blijven wonen. Het gaat om het toevoegen van woningen, die zorgen voor een grotere diversiteit in de stad. Niet meer van hetzelfde, maar variatie inclusief de omliggende woonomgeving. Woningen die zorgen voor het vergroten van het eigenaarschap in de stad. De binnenstad en (nieuwe) ontwikkelgebieden, zoals Entreegebied en Kwadrant worden ingezet om de omliggende buurten en wijken een impuls te geven. Deze gebieden gaan ‘schuifruimte’ bieden voor de naastgelegen wijken. 6.1 Een visie krijgt zijn betekenis via uitvoering en realisatie. Aangezien het gaat om een lange termijn visie (circa 20 jaar) is een heldere systematiek nodig. Deze wordt gegeven met de Zoetermeerse beleidscyclus bestaande uit beleidsontwikkeling, beleidsuitwerking, uitvoering en terugkoppeling (monitoring). Deze cyclus heeft betrekking op zowel economie, sociaal als fysiek.
Via deze systematiek kan de visie stap voor stap worden gerealiseerd, waarbij de vinger aan de pols gehouden kan worden of de ontwikkeling naar wens verloopt. De systematiek biedt de mogelijkheid om tussentijds bij te sturen. 6.2 De raad is in positie om op basis van voortschrijdende inzichten de visie aan te scherpen. Een visie is nooit af. De toekomst voor een complex samenhangend systeem van stad en samenleving is niet te voorspellen. Er zullen altijd nieuwe ontwikkelingen voordoen. Deze visie geeft richting aan het handelen van de gemeente om de essentiële vraagstukken voor stad en samenleving aan te pakken. Indien werkende weg blijkt dat de visie aanscherping behoeft, is de raad in de positie om deze aanscherping aan te brengen. Hiermee wordt de visie stap voor stap scherper. Van een visie 1.0 naar een visie 2.0 et cetera. 6.3 De raad is in positie om de visie op gewenste wijze uitvoering te geven. De cyclus - inclusief de verfijning van de mandaten voor de raad - voorkomt dat het werken aan een lange termijn perspectief star en log wordt. Het zijn verfijningen ten opzichte van hetgeen is vastgelegd in de Omgevingswet. De verfijningen voor de raad betreffen dat: - de raad de strategische agenda (de brug tussen visie en uitvoering) zal vaststellen; - dat het college bij de start van een programma de raad richtinggevende kaders laat vaststellen; 11
-
dat het college een programma zal vaststellen en uitvoeren, na instemming van de raad met het programma.
Zonder zicht op de wijze waarop de visie doorwerkt in programma’s en de rol van de raad is de (gerechtvaardigde) neiging om zoveel mogelijk in een visie vast te leggen. Immers de visie is het kaderstellend document van de raad. Met helder zicht op de doorwerking en het vastleggen van de bevoegdheden van de raad bij de strategische agenda en programma’s, kan een visie op hoofdlijnen blijven. De uitwerking kan vervolgens stap voor stap plaats vinden via de strategische agenda en programma’s. Zonder aanpassing van deze mandaten ligt - conform de Omgevingswet - deze verantwoordelijkheid bij het college van burgemeester en wethouders. 6.4 Het gemeentebestuur moet de effecten van de uitvoering van de visie kunnen volgen om indien nodig - bij te sturen. In de beleidscyclus is de jaarlijkse monitoring opgenomen. De monitoring bestaat uit het onderdeel “de Staat van Zoetermeer” van het Basisdocument. Op basis van deze data zal de ontwikkeling van de vier mechanismen inzichtelijk worden gemaakt. Hiermee kan gemeentebestuur de vinger aan de pols houden bij de integrale ontwikkeling van Zoetermeer. Indien nodig is het hiermee mogelijk om - gebaseerd op feitelijke inzichten - bij te sturen. 7.1 De bijdragen van organisaties en inwoners zijn onmisbaar voor de realisatie van Zoetermeer 2040.
De gemeente heeft beperkte mogelijkheden (bestuur- en organisatiekracht en financiële middelen) om een stad en samenleving te maken. De krachten en inzet van organisaties (binnen en buiten Zoetermeer) en inwoners zijn onmisbaar om met slagkracht de mechanismen in een opwaartse lijn te krijgen. Zonder betrokkenheid van inwoners en organisaties aan de voorkant van planprocessen en ruimte te bieden aan initiatieven van inwoners en organisaties, zal Zoetermeer geen levendige stad worden, zal het eigenaarschap van de stad bij inwoners niet groeien, krijgt de sociale cohesie geen impulsen. Een recent voorbeeld over de wijze waarop de samenwerking met partners georganiseerd kan worden bij de realisatie van Zoetermeer 2040 is het Stadsbouwakkoord. 8.1 Dit maakt het mogelijk om eventuele aanscherpingen in de - op te stellen - Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 aan te brengen. De ontwerp Omgevingsvisie wordt vrijgegeven en biedt voor een ieder de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Een zienswijze kan vervolgens aanleiding geven om de ontwerp Omgevingsvisie op onderdelen aan te passen alvorens deze als (definitieve) Omgevingsvisie aan de raad wordt aangeboden voor de raad. Het college zal bij het aanbieden van de vast te stellen (definitieve) Omgevingsvisie de Nota van Beantwoording Zienswijzen bijvoegen.
8.2 Tegen de vaststelling van een omgevingsvisie staat (wettelijk) geen bezwaar of beroep open. Een omgevingsvisie bindt alleen de gemeente zelf en heeft geen juridische gevolgen. Het college maakt in eerste instantie een afweging welke zienswijzen wel/niet aanleiding geven tot aanpassingen in de ontwerp Omgevingsvisie. Dit beargumenteert zij in de Nota van beantwoording zienswijzen die bij de vaststelling van de omgevingsvisie aan de raad wordt aangeboden. De raad kan bij de vaststelling gebruik maken van de mogelijkheid van het indienen van een amendement, indien zij van mening is dat en zienswijze niet of onvoldoende in de omgevingsvisie is verwerkt.
12
9.1 Gedurende de afgelopen jaren is op diverse momenten overleg geweest met inwoners, organisaties en experts over de gewenste ontwikkeling van Zoetermeer. Ten behoeve van het opstellen van de ontwerp Omgevingsvisie 2040 is er een uitgebreid participatieproces geweest met de inwoners en organisaties. Het gaat onder meer om: - 2017 – 2019 betrokkenheid inwoners en organisatie bij het traject “Samen de toekomst van Zoetermeer vormgeven” (schaalsprong), - 2019 betrokkenheid diverse externe experts bij het opstellen van het Basisdocument, - 2020 betrokkenheid circa 25 partners van de stad en reflectie externe experts op het Expertadvies Zoetermeer 2040 opgesteld. Dit is gebaseerd op onder meer het Basisdocument (inclusief stadsbrede samenspraak), - 2020 gesprekken over het expertadvies met onder andere de partners van het Stadsbouwakkoord, onderwijssector, corporaties, ondernemers, etc., - 2021 gesprekken met partners van de stad en andere overheden (o.a. buurgemeenten en provincie Zuid-Holland) over de visie en de gewenste betrokkenheid van de partners bij de uitvoering van de visie. Zie voor een meer uitgebreide beschrijving het onderdeel Participatie in dit raadsvoorstel. De ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is aldus het resultaat van de input uit de brede participatie en consulatie met inwoners, organisaties, overheden en externe experts.
Een verdergaande participatie zal leiden tot een herhaling van gevoerde gesprekken. In de laatste ronde gesprekken met organisaties is aangegeven, dat - mede gezien de aard en gevoelde urgentie van de vraagstukken in Zoetermeer - wordt uitgekeken naar het vervolg: de uitvoering van de visie. Organisaties hebben de belangstelling aangegeven om te participeren bij de realisatie van Zoetermeer 2040. 10.1 De 1ste strategische agenda Zoetermeer 2040 zorgt ervoor dat een brug geslagen wordt tussen de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 en uitvoering. Door de acties in de strategische agenda worden het vigerend beleid, de huidige programma’s en projecten in lijn gebracht met de ambities van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Dit betekent dat voor de gemeenteraad voorstellen worden opgesteld om vigerend beleid, programma’s en projecten in lijn te brengen met Zoetermeer 2040. Het kan hierbij gaan om beleid, projecten en programma’s voort te zetten, bij te stellen, te beëindigen, af te remmen of te versnellen. Ook worden urgente nieuwe programma’s geagendeerd en voorbereid. Via de uitvoering van de 1e strategische agenda wordt inzichtelijk gemaakt welke middelen (organisatiekracht en financiën) beschikbaar zijn voor het aanpakken van het fundament van de stad.
Afhankelijk van de scherpte van de bestuurlijke keuzes die worden gemaakt om beleid, projecten en programma’s te stoppen of bij te buigen, des te meer ruimte eer komt om te investeren in het versterken van het fundament van de stad. Met de strategische agenda komt een betere koppeling tot stand tussen de doelen en resultaten vanuit de visie met de planning en control cyclus. De voorstellen van de uitwerking van de strategische agenda zullen ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad. 10.2 Niet alle wijken van de toekomst kunnen in één keer worden aangepakt. Uit de analyses van het Basisdocument blijkt dat delen van Meerzicht, Buytenwegh en Segwaert het meest kwetsbaar zijn. In omvang nemen de vraagstukken af in de volgorde Meerzicht, Buytenwegh en Segwaert. Inzet van de visie is dat de verschillen in de stad niet ongewenst verder uit elkaar gaan lopen om een tweedeling in te stad te voorkomen. In deze volgorde zullen de wijken ook worden aangepakt in het ritme waarin financiën en organisatiecapaciteit beschikbaar komen. Voor Meerzicht is inmiddels een start gemaakt met een wijkverkenning. De ambitie is om de aanpak op een hoger niveau te brengen. Tevens wordt de aanpak van Buytenwegh voorbereid. Op basis van de inzichten die voortkomen uit onder meer: o de (verdere) voorbereiding van de aanpak van Meerzicht en Buytenwegh;
13
de beschikbare ruimte in gemeentelijke middelen (financiën en organisatie) op basis van de inzichten uit de strategische agenda. Hoe scherper de keuzes door de gemeenteraad, hoe meer ruimte er vrijkomt voor de aanpak van de kwetsbare delen van de stad. kan de raad de afweging maken in welk tempo en met welke intensiteit Meerzicht en vervolgens Buytenwegh worden aangepakt. Op basis van deze inzichten krijgt de raad ook een indicatie op welke termijn er voldoende ruimte (organisatiekracht en financiën) is voor aanpak van Segwaert. Immers met het maken van een start voor een wijk van de toekomst creëert de gemeente verwachtingen bij partners en inwoners. Niet voldoen aan de verwachting van een bepaalde slagvaardigheid (inclusief ruimte aan middelen voor een effectieve aanpak van vraagstukken) kan de geloofwaardigheid bij partners en inwoners in het geding brengen. o
10.3 De gemeente houdt ook oog voor de ontwikkeling van de overige delen van de stad. Er ligt een focus op het versterken van het fundament van de stad. Ongeacht de scherpte van de keuzes, zal de gemeente altijd opkomen voor de kwaliteit en leefbaarheid van de overige stadsdelen. De gemeente volgt de wijze waarop de wijken, buurten en samenleving zich in de stad ontwikkelen. Waar de problematiek zich op een ongewenste wijze ontwikkelt, pakken we deze gericht aan. 11.1
De partners, de inwoners en de gemeente Zoetermeer zullen gezamenlijk aan de slag moeten om de visie te realiseren. Het participatieplan benadrukt de betekenis van participatie voor de realisatie van Zoetermeer 2040. Er wordt gestuurd op het bundelen van krachten van inwoners, organisaties en gemeente. De gezamenlijke inspanning van gemeente met inwoners en organisaties zal ervoor zorgen dat de neergaande beweging met meer kracht en op een hoger tempo in een opwaartse beweging wordt omgezet. Bij het opzetten van participatieprocessen maken we gebruik van onder meer de inzichten van de wijkverkenning Meerzicht, de evaluatie participatie wijkgericht werken en Stadsbouwakkoord. 11.2
Met de pilot Buytenwegh gaan we nieuwe inzichten opdoen, die vervolgens breder kunnen worden ingezet. Het bundelen van krachten heeft effect op de werkwijze van bestuur en organisatie. Het vraagt investering in kennis en ervaring om dit verder te ontwikkelen. Hiervoor wordt voor Buytenwegh een pilot opgezet. De keuze voor Buytenwegh is gebaseerd op de volgende aspecten: o De raad heeft in haar besprekingen over Zoetermeer 2040 met regelmaat aandacht gevraagd voor het belang van participatie vanaf de start. o Voor de wijkverkenning Meerzicht is inmiddels een start gemaakt en de aanpak hiervan loopt. o Buytenwegh is – na Meerzicht – de wijk met de meest kwetsbare ontwikkeling o Analyse van de vraagstukken en beeldvorming van mogelijke oplossingen moet nog worden opgestart van Buytenwegh. o Op basis van deze inzichten kan de impact gedefinieerd worden van een aanpak van Buytenwegh voor partners en gemeente. In gezamenlijkheid een complex vraagstuk oppakken vergt een vernieuwende werkwijze van zowel het bestuur als de organisatie van de gemeente. Om nieuwe inzichten en expertise in te brengen wordt de Haagse Hogeschool bij deze pilot betrokken.
De pilot betekent onder andere dat vanaf de start het gesprek aangaan met inwoners en organisaties, verbindingen maken tussen diverse belangen, gezamenlijke (aan)sturen, bundelen van expertise, inzichten en middelen, gezamenlijk tot oplossingen creëren, etc. Aan de hand van de pilot Buytenwegh kunnen we deze inzichten opdoen, evalueren en vervolgens inzetten bij andere trajecten.
14
12.1 De urgentie van het vraagstuk vraagt een slagvaardige aanpak. Gezien het structurele karakter van de neergaande beweging, zal de doorwerking van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 zo spoedig mogelijk moeten worden ingezet. Hoe eerder en intensiever de inspanningen van de gemeente worden gericht op het creëren van een stijgende lijn van Zoetermeer, hoe eerder de effecten hiervan voor de inwoners merkbaar zullen zijn. 12.2
De urgentie van het vraagstuk vraagt om een slagvaardige aanpak om met bestuur, organisatie en partners tot een passende werkwijze te komen. Bij Zoetermeer 2040 gaan we sturen op het bundelen van krachten. Dit heeft impact op de wijze waarop gemeente, partners en inwoners met elkaar de vraagstukken van de stad oppakken en tot oplossingen komen. Het is van belang om voortvarend met deze werkwijze aan de gang te gaan en vervolgens de (nieuwe) inzichten en leerervaringen spoedig met elkaar te delen. Hierdoor kan dit vervolgens ook ingezet worden bij andere trajecten. 13.1
Voor de realisatie van de ambities van Zoetermeer 2040 zullen middelen moeten worden vrijgemaakt in de begroting. De uitwerking van de 1e Strategische Agenda biedt inzichten ten aanzien van de middelen die nodig zijn voor de realisatie van de ambities van Zoetermeer 2040. Door deze inzichten in te brengen bij de besluitvorming over de programmabegroting kan de gemeenteraad een integrale afweging maken. Kanttekeningen 2.1 De ambitie om tot verbetering van de positie van Zoetermeer te komen is proces van lange adem. Bij de beslispunten is de ambitie opgenomen om de neergaande lijn van de mechanismen te keren en tot een opgaande lijn te komen. De neergaande lijn is gedurende circa 20 à 25 jaar veroorzaakt. De inschatting is dat het een vergelijkbare periode zal kosten om tot een opwaartse beweging te komen. Het zal een aantal jaren vergen voordat de eerste effecten van het bijgestelde beleid van de gemeente zichtbaar zullen worden. 3.1 De sturingsprincipes van Zoetermeer 2040 zullen er ook toe leiden dat bepaalde ontwikkelingen niet langer wenselijk zijn. Sturen houdt in richting geven en keuzes maken. Dit betekent per definitie dat niet alles kan en het niet iedereen naar de zin wordt gemaakt. Bijvoorbeeld transformaties in de stad zijn nodig om de wijken en buurten te versterken. Dit zal ook leiden tot weerstanden.
Het vraagt om aan de voorkant van trajecten te investeren in het gesprek en samenwerking met omwonenden en organisaties. Welke belangen en inzichten brengen zij in. Het doel van transformaties moet helder zijn. En aan de achterkant moet het besluit duidelijk worden toegelicht: waarom zetten we een bepaalde ontwikkeling wel of niet door? 4.1 De hoofdlijnen van het toekomstbeeld Zoetermeer 2040 zullen ertoe leiden dat bepaalde ontwikkelingen niet langer wenselijk zijn of een lagere prioriteit krijgen. Consequentie van de hoofdlijnen is, dat er een beperkende werking vanuit gaat. Met de hoofdlijnen wordt een koers uitgezet. Hier leggen we de focus op. Onderwerpen die buiten deze focus vallen, wijzen we af, pakken we niet op of krijgen een lagere prioriteit. Bijvoorbeeld de hoofdlijn Zoetermeer als stad van toegepaste innovatie kiest voor een strategische positie tussen de universiteitssteden. Dit betekent dat we geen inspanningen zullen verrichten om universiteiten binnen te halen, maar wel het mbo en hbo onderwijs gaan versterken. 5.1 De keerzijde van het aanbrengen van focus op een aantal prioritaire thema’s betekent minder aandacht voor andere vraagstukken en vraagt een andere aanpak. Er zal sprake zijn van ongelijkwaardige aandacht en investeringsimpulsen voor bepaalde buurten en wijken. Ook zal het repertoire voor woningbouw worden aangepast.
Het gaat er niet langer om zoveel mogelijk woningen, in een vaste verdeling en in een zo hoog mogelijk tempo
15
te realiseren. Het gaat om de juiste woningen in de juiste omgeving, zodat wordt bijgedragen aan het keren van de vier mechanismen en tegelijkertijd wordt voldaan aan de woningbehoefte. 5.2 Een nieuw repertoire voor de aanpak van de vraagstukken in de stad vraagt leertijd. Bestuur en organisatie moeten de focus verleggen van “nieuwbouw” naar “verbouw”, van sectorale naar integrale aanpak van vraagstukken. Dit vraagt bijvoorbeeld andere inzet van expertise, aanpassing van projectorganisatie, andere benadering van begroting (bundelen van geldstromen uit diverse programma’s) etc.. 6.1 De veranderingen vragen een lange adem en geduld. In de jaarlijkse Staat van Zoetermeer zal slechts geleidelijk het afremmen, keren en verbeteren van de trend waarneembaar zijn. Het proces van de neergaande lijn heeft zich voltrokken over circa 15 à 20 jaar. Het afremmen, keren en verbeteren vergt minimaal een vergelijkbare termijn. Ter illustratie: het bouwen van een nieuwbouwwijk vergt een termijn van voorbereiding tot en met realisatie circa 8 tot 10 jaar. Op basis van ervaringen met Palenstein zal het aanpakken van een wijk van de toekomst van start tot realisatie ruim 20 jaar vergen. Geduld en een lange adem zijn onmisbaar. 7.1 Samenwerking betekent dat de gemeente het niet alleen bepaalt.
In samenwerking met andere partijen betekent dat plannen verrijkt worden met inzichten van buiten het stadhuis. Het vergt de durf om los te laten. Alsmede de durf om kaders te stellen indien een ontwikkeling niet bijdraagt c.q. averechts effect heeft op het keren van de mechanismen. De ontwikkeling naar een nieuwe werkwijze voor bestuur en organisatie kost tijd en inspanning. Het is een leerproces. Niet alles zal direct foutloos verlopen. 8.1 Tijdsperiode tussen samenspraak Schaalsprong en ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Door de lange tijdsduur tussen een deel van de participatie vooraan in het proces (samenspraak Schaalsprong afgerond 2019) en vaststelling van de ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer, staat een deel van de deelnemers mogelijk wat verder van het proces en de inhoud van het eindproduct. De opzet van het participatieplan voor uitvoering Zoetermeer 2040 is erop gericht dit te ondervangen. 10.1 Het beeld kan ontstaan dat beleid, programma’s en projecten moeten ‘wachten totdat ze aan de beurt zijn’, en tot dat moment niets doen/geen voortgang boeken. Dit zal het college ondervangen door expliciet alles door te laten gaan binnen de huidige (vastgestelde) kaders, totdat uit de doorlichting blijkt dat aanpassingen nodig zijn. Als aanpassing binnen de huidige kaders worden deze direct doorgevoerd.
Als er kaders moeten worden herzien, wordt dit voorgelegd aan uw raad. 10.2 De doorlichting kan leiden tot spanningen tussen gemaakte (contractuele) afspraken en de bijdrage van een programma of project aan Zoetermeer 2040. Contractuele afspraken, die zijn gemaakt zal de gemeente respecteren. We zijn en blijven een betrouwbare overheid. Mocht het zich voordoen dat afspraken tot gevolg hebben dat het niet (effectief) bijdraagt aan de hoofdlijnen uit de ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 dan zal hierover het gesprek met partners worden aangegaan. De mogelijkheden worden besproken of aanpassing en bijsturing mogelijk is met wederzijds goedvinden. Financiën A) Invoering nieuwe Instrumenten Zoetermeer 2040 is de lange termijn visie voor de stad en haar samenleving. Deze visie wordt vertaald naar Programma’s met de daarvoor benodigde middelen (wat, waarmee, hoe en met wie). Door de beperking in de beschikbare middelen om alle onderdelen van de visie tegelijk te kunnen uitvoeren wordt het instrument Strategische Agenda geïntroduceerd. Deze agenda geeft de raad de mogelijkheid om een afweging maken ten aanzien van de 16
volgorde en intensiteit van de aanpak van programma’s in relatie tot de urgentiefactor en de beschikbare middelen. B) Proces 1e Strategische Agenda “in de steigers” Op basis van de eerste inzichten die volgen uit de uitwerking van de 1e strategische agenda zal de huidige raad in deze bestuursperiode een eerste afweging maken over welke programma´s in welke volgorde en met welke beschikbare middelen kunnen worden uitgewerkt. Indien door dit inzicht mutaties in de programmabegroting 2023-2026 nodig zijn dan zullen deze worden opgenomen in de perspectiefnota 2023 zodat het nieuwe college in de gelegenheid wordt gesteld om de strategische agenda vanaf 2023 te kunnen uitvoeren. In de - volgende - 2e strategische agenda (2e helft 2022) zijn de gemaakte keuzen uitgewerkt en afgestemd met het nieuwe coalitieprogramma. De nieuwe raad stelt de eventuele actualisaties vast. Een strategische agenda wordt aan het begin van een collegeperiode opgesteld en verwerkt/vertaald in de eerste Programmabegroting van een nieuwe collegeperiode. Gedurende een collegeperiode wordt de uitvoering van de strategische agenda gemonitord en tijdens de collegeperiode geactualiseerd middels de planning en control cyclus. Hiermee is de kaderstellende en controlerende rol van de raad geborgd voor zowel een collegeperiode als voor de lange termijn.
Bij het opstellen en uitwerken van de programma’s en de strategische agenda wordt rekening gehouden met de door de raad gewenste modernisering van de begroting. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de aanbevelingen die de Rekenkamercommissie heeft gedaan in haar Onderzoeksrapport Begroting en paragrafen met de kernvraag: ”Hoe kan de raad gebruik maken van de begroting als middel om te sturen op inhoud?”. C) Financiën In dit voorstel zijn twee onderdelen te onderscheiden: 1) de kosten voor het opstellen de nieuwe instrumenten Deze zijn gedekt vanuit de bestaande exploitatiebudgetten en vanuit het nog resterende voorbereidingsbudget voor de invoering van de omgevingswet. 2) de kosten voor het uitvoeren van de strategische agenda Zoetermeer 2040 De beschikbare middelen zijn onvoldoende om alle programma’s gelijktijdig te kunnen uitvoeren. Op basis van de beschikbare middelen zal per collegeperiode een strategische agenda (=tactische agenda; 4 jaar vooruit) worden opgesteld voor de realisatie van de doelstellingen. Naast de beschikbare middelen, stuurt Zoetermeer 2040 op het bundelen van krachten. In dit perspectief zet de gemeente in op een lobby richting Rijk en regio. Immers de structurele vraagstukken van Zoetermeer zijn terug te leiden op de oorspronkelijke opdracht aan de stad: in een korte periode een forse groei te realiseren als New Town.
De resultaten van deze lobby zijn mede bepalend voor het tempo en de intensiteit waarmee de prioritaire onderwerpen van Zoetermeer 2040 opgepakt kunnen worden. Hierbij worden ook de mogelijkheden van het nog in te stellen investeringsfonds Zoetermeer (inzet Enecomiddelen) betrokken. Controleprotocol Niet van toepassing. Participatie en Communicatie Gedurende de afgelopen jaren is op diverse momenten en in meerdere trajecten overleg geweest met inwoners, organisaties en experts over de gewenste ontwikkeling van Zoetermeer.
17
Eind november 2017 heeft de raad “Samen de toekomst van Zoetermeer vormgeven” (schaalsprong) opgestart. In 2018 gaven de inwoners als eersten input voor de toekomstontwikkeling van de stad. Deze participatie werd ondersteund met een promotiecampagne. Bijzondere methoden en middelen werden ingezet om mensen en groepen te betrekken. Rond thema’s werd in de volle breedte het net opgehaald over hoe Zoetermeerders denken over hun stad en hun dromen voor de toekomst. Ook werden er hierover gesprekken gevoerd met partners en organisaties uit de stad. Op deze manier heeft de gemeente breed geraadpleegd voorafgaand aan het opstellen van de Omgevingsvisie. De raad heeft op 24 juni 2019 de Eindrapportage stadsbrede samenspraak - gesprek met de stad vastgesteld. Daarin heeft zij besluit genomen om de aanbevelingen afkomstig uit de participatie te beschouwen als bouwsteen voor de Omgevingsvisie. De eindrapportage is vervolgens opgenomen in het Basisdocument Zoetermeer 2040, dat in 2019 is opgesteld. De aanbevelingen uit de stadsbrede samenspraak zijn hiermee mede bepalend geworden voor het Expertadvies Zoetermeer 2040 en vervolgens de ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Bij het opstellen van het Basisdocument Zoetermeer 2040 zijn diverse externe experts betrokken om de analyse van de mechanismen van Zoetermeer te verifiëren en aan te scherpen.
In het 3e kwartaal van 2020 is het Expertadvies Zoetermeer 2040 opgesteld. Dit is gebaseerd op onder meer het Basisdocument (inclusief stadsbrede samenspraak). Tevens heeft de gemeente bij het opstellen daarvan verdiepende reflectiegesprekken gevoerd met partners van de stad (circa 25 organisaties) en diverse externe experts. Aanvullend zijn over het expertadvies gesprekken gevoerd met onder andere de partners van het Stadsbouwakkoord, onderwijssector, corporaties, ondernemers, etc. Deze gesprekken waren gericht op de visie, alsmede de strategie om de opwaartse beweging voor de stad in gang te zetten. De inzichten uit deze gesprekken zijn verwerkt in de visie. In het 1e kwartaal 2021 heeft de gemeente wederom een ronde gesprekken gevoerd met partners van de stad en andere overheden (o.a. buurgemeenten en provincie Zuid-Holland) over de visie en de gewenste betrokkenheid van de partners bij de uitvoering van de visie. Deze inzichten zijn verwerkt in de visie. De nu voorliggende ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is het resultaat van de input uit de brede participatie en consulatie met inwoners, organisaties, overheden en externe experts. Duurzaamheid In de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is de ambitie op de lange termijn voor duurzaamheid opgenomen.
In de visie staat hierover onder meer in hoofdstuk 2 bij hoofdlijn 2 “Gezonde stad tussen de parken” de opgave opgenomen om van Zoetermeer een natuurinclusieve en duurzame stad te maken. De uitwerking en realisatie van deze ambitie verloopt conform de Zoetermeerse beleidscyclus zoals is opgenomen in hoofdstuk 4 “De Zoetermeerse aanpak” in de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten In de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is bij hoofdlijn 1 “Zoetermeer is mijn thuis” de ambitie opgenomen dat Zoetermeer in 2040 een stad is waarin iedereen zich welkom en thuis voelt. De stad heeft een breed palet aan inwoners. Zij vormen een levendige en inclusieve samenleving. De uitwerking en realisatie van deze ambities zal verlopen conform de Zoetermeerse beleidscyclus zoals is opgenomen in hoofdstuk 4 van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Rapportage en evaluatie Over de voortgang van de visie wordt de raad in kader van de planning en control cyclus jaarlijks gerapporteerd. Gekoppeld aan deze cyclus wordt jaarlijks de Staat van Zoetermeer
18
opgesteld. Op basis van deze inzichten kan de raad over een langere termijn de effecten van de inspanningen voor Zoetermeer 2040 volgen. Planning 2021 – Q2
Vaststellen ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 Gevolgd door indienen zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040
2021 – Q3
Verwerking zienswijzen op ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 Verkenning lobby bij rijk en provincie met betrekking tot vraagstukken die zijn verbonden aan de opzet van new town
2021 – Q4
Vaststelling Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 Resultaten 1e strategische agenda Zoetermeer 2040 met onder meer overzicht voor doorwerking van Zoetermeer op vigerend beleid, projecten, programma´s en opstart nieuwe activiteiten Eerste resultaten participatie uitvoering Zoetermeer 2040 (pilot Buytenwegh)
2022 – Q1
Stadscongres Zoetermeer 2040 Opmaat 2e strategische agenda Zoetermeer 2040
19