CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel - Jaarrekening 2020 (oud)

Raadsvergadering 31 mei 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarrekening 20201.736 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp

Jaarrekening 2020

Zaakid

0637690542

Auteur

E.S. Ording 06 – 25.70.14.65 e.s.ording@zoetermeer.nl

Gemeentesecretaris

Huykman, B.J.D.

Directeur

A. Quentin

Portefeuillehouder

Wethouder Rosier

Medeverantwoordelijke(n)

Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s) Eerdere besluitvorming Samenvatting

Bijlagen

Alle

Conform art. 197 van de Gemeentewet legt het college met de jaarstukken 2020 verantwoording af aan de raad over het gevoerde bestuur van het voorbije jaar. Het jaarverslag en de jaarrekening zijn samengevoegd in één document: de jaarstukken. In het bijzondere jaar, waarin we getroffen zijn door een coronapandemie, zijn veel werkzaamheden verschoven naar een ander moment. Dit heeft geleid tot een positief rekeningsresultaat. 1. Jaarstukken 2020 2. Bijlage producten en prestaties (ter informatie) 3. 213a onderzoek Inkoop en aanbestedingsbeleid 4. Onderuitputting niet geleverde prestaties

Raadsbesluit Jaarrekening 2020 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 april 2021 Besluit 1. De jaarstukken 2020 vast te stellen 2. Het batig saldo van € 4.503.000 toe te voegen aan de Vrij inzetbare reserve 3. Bij de Perspectiefnota het resultaat te bestemmen Over dit besluit geen referendum mogelijk te maken, omdat het de vaststelling van de rekening betreft.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 31 mei 2021 de griffier,

de voorzitter,

drs. R. Blokland MCM

drs. M.J. Bezuijen

2

Toelichting Met het aanbieden van de jaarstukken legt het college verantwoording af over het gevoerde bestuur over het voorbije jaar. De jaarstukken vormen het laatste onderdeel van de jaarlijkse planning- en controlcyclus. Deze verantwoording volgt op eerdere tussentijdse verantwoordingen op hoofdlijnen in de Tussenberichten. De jaarstukken bestaan uit:  De jaarstukken waarin het jaarverslag en de jaarrekening zijn opgenomen;  De verslagen van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid (213aonderzoeken, Gemeentewet artikel 197). De formele grondslag voor de jaarstukken ligt vast in de Gemeentewet. Naast de Gemeentewet schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor een groot aantal onderdelen de inhoud van de jaarstukken –en dan met name het onderdeel jaarrekening– voor. De jaarstukken zijn als bijlage bij dit voorstel gevoegd. In 2020 heeft het college een onderzoek ex art 213a Gemeentewet (periodiek onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerd bestuur) uitgevoerd. Het onderwerp betrof het inkoop- en aanbestedingsbeleid. Het onderzoeksrapport is op 9 december 2020 aan de raad aangeboden. Rapporten van onderzoeken ex artikel 213a maken verplicht onderdeel uit van de jaarstukken. Het rapport is als aparte bijlage aan de jaarstukken toegevoegd.

Bijzonder jaar 2020 Het jaar 2020 stond voor een belangrijk deel in het teken van het COVID-19 virus. Dit betekende dat veel aandacht was gericht op het bestrijden van het virus zelf. Daarnaast is veel tijd besteed aan het beperken van de gevolgen van de maatregelen die met het indammen van het virus samenhangen. Zoals aanpassingen in de openbare ruimte, ondersteuning van de GGDen maatregelen naar aanleiding van de extra drukte op het zelfbrengdepot. Verder natuurlijk de ondersteuning aan instellingen en bedrijven waar vanwege de lockdown de omzet sterk verminderde. Ook veel inzet op communicatie in de stad en de automatisering binnen de gemeentelijke organisatie om de publieke dienstverlening zo veel als mogelijk in stand te houden. Na de eerste schok in maart is door iedereen weer de draad opgepakt, maar wel vaak in een andere omgeving en met voornamelijk thuiswerken. Financiële afwijkingen en COVID-19 De gevolgen van het COVID-19 virus en de maatregelen leidden tot een andere invulling van taken met meer kosten (of minder inkomsten). Instellingen en verenigingen kregen steun in de vorm van huurkorting of extra subsidie. Voor deze verwachte meerkosten/minderinkomsten konden we in 2020 gemeentelijk middelen vrijmaken. Het Rijk vergoedde verreweg de meeste extra kosten.

Het Rijk verstrekte ook compensatie van voor de wegvallende inkomsten bij de gemeente, zoals de parkeerbelasting en precario. Door deze compensatie bleef de inzet van de gemeentelijke middelen hiervoor veel lager dan verwacht. Het budget van € 5 mln. voor gemeentelijk beleid is voor € 262.000 aangesproken. Het verwachte negatieve rekeningresultaat door extra COVID-19 kosten van eveneens € 5 mln. deed zich in 2020 niet voor. Sterker, door de pandemie heeft de gemeente noodgedwongen minder taken uitgevoerd en werd minder gebruik gemaakt van voorzieningen dan waar in de begroting op was gerekend.

3

Een voorbeeld hiervan is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo). Doordat het Rijk met de Tozo de gevolgen van de COVID-19 maatregelen voor ondernemers verzacht, is in 2020 een lager beroep gedaan op leenbijstand. De lockdown maakte ook dat een aantal activiteiten in het kader van de arbeidsparticipatie niet of nog niet werden uitgevoerd of dat er een minder beroep op is gedaan. Dit geldt ook voor specifieke activiteiten in het Sociaal Domein die later zullen worden uitgevoerd. In de jaarrekening kan ongeveer € 3,5 mln. worden toegerekend aan nog niet uitgevoerde activiteiten als gevolg van corona. Het effect hiervan is dat voor het jaar 2020 een lager dan verwacht beroep op de reserve vrij inzetbaar noodzakelijk is. Dit effect is echter slechts tijdelijk: we verwachten dat de ‘’nasleep’’ van COVID-19 in 2021 op verschillende terreinen tot hogere kosten leidt. De onderuitputting in de jaarstukken als gevolg van COVID-19 zal daarom in het voorstel tot resultaatbestemming in de Perspectiefnota worden betrokken. In de volgende paragraaf duiden we het rekeningresultaat op hoofdlijn. Financiële afwijkingen en structurele doorwerking Het financieel rekeningresultaat betreft voor het overgrote deel incidentele mee- en tegenvallers. Het structureel begrotingsbeeld blijft onverminderd negatief.

Met andere woorden: een incidentele meevaller is helaas geen oplossing een structureel probleem. In de ontwikkeling van de kosten van de jeugd en de Wmo zit nog geen verandering. De kosten in 2020 zijn weer hoger dan in 2019. Voor de Wmo lijkt de aanzuigende werking als gevolg van de invoering van het abonnementstarief nog steeds van invloed te zijn en bij de jeugd zijn de trajecten intensiever en langer. In de Perspectiefnota 2022 lichten wij het begrotingsbeeld voor 2021/22 en de langere termijn toe. Rekeningsresultaat, op hoofdlijn Het rekeningresultaat 2020 is financieel positief. In dit voorstel wordt het resultaat vastgesteld. En er wordt - in de duiding van het resultaat - vooruitgeblikt op het bestemmingsvoorstel. Geplande activiteiten die niet uitgevoerd konden worden, beïnvloeden het resultaat. In onderstaande tabel duiden we op hoofdlijn het resultaat ten opzichte van de verwachting in 2020.

Duiding rekeningresultaat op hoofdlijn rekeningresultaat niet uitgevoerde taken (verschuiven naar volgende jaren) onderuitputting als gevolg Covid-19 (tbv Covid-19 in 2021)

* € 1.000 4.503 7.309 3.544 10.853 -6.350

resultaat uitvoering begroting begroot resultaat meldingen TB 1/2/3 melding raadsmemo septembercirculaire verwacht resultaat verbetering verwacht resultaat uitvoering begroting

-13.579 2.706 2.800 -8.073 1.723

Het verschil tussen baten en lasten in 2020 - het rekeningresultaat - bedraagt € 4,503 mln. positief. In de jaarstukken zijn diverse afwijkingen gemeld en is het verwachte nadeel als gevolg van de coronasteun van het Rijk verwerkt. Dat nadeel bleek uiteindelijk fors lager dan eerder verwacht. Ook is als gevolg van de vergoeding van het Rijk het budget van € 5 mln. voor 4

specifieke steunmaatregelen maar voor een klein bedrag aangesproken en de dekking van dat budget uit de bestemmingsreserve Eneco dus ook. Het overschot blijft beschikbaar voor 2021. In bijlage 6 van de jaarrekening zijn de financiële gevolgen van COVID-19 toegelicht. Het resultaat is verder positief beïnvloed door activiteiten die niet in 2020 konden worden uitgevoerd. Hierbij gaat het om een totaalbedrag van € 7,5 mln. en een bedrag van € 3,5 mln. dat direct toe te rekenen is aan de COVID-19 pandemie. Het bedrag van € 7,5 mln. is wel begroot maar de activiteiten schuiven door naar een volgend jaar.1 Deze posten zijn bij de diverse programma’s toegelicht. In bijlage 4 van het raadsvoorstel is het overzicht van deze posten opgenomen. Deze posten lichten we toe in het voorstel resultaatbestemming bij de Perspectiefnota. Bij de jaarstukken wordt hier geen besluit over genomen. Daarnaast ontstond door COVID-19 voor een bedrag van € 3,5 onderuitputting. We verwachten dat bedrag in 2021 nodig te hebben om de hogere lasten als gevolg van COVID-19 op te kunnen vangen (zie bijlage 6 van de jaarstukken). Het jaarrekeningresultaat van € 4,503 mln. wordt dus voor € 10,8 mln. positief beïnvloed door posten waarvan de kosten in de komende jaren worden gemaakt. In de begroting 2020 was een begroot negatief saldo (na wijziging) van € 13,579 mln. opgenomen.

In de Tussenberichten en het raadsmemo septembercirculaire stelden we die verwachting bij naar € 8,073 negatief. Dit voorziene tekort 2020 wordt mede veroorzaakt door de begrote budgetten voor de Stichting Stedelijk Voortgezet Onderwijs Zoetermeer (SSVOZ), die voor € 7,5 mln. (eenmalig) doorwerkt naar het begrotingssaldo. Het verschil tussen de verwachting en het in de jaarstukken gemelde resultaat (na bestemmingsvoorstel) bedraagt € 1,723 positief . De hoofdlijn van het rekeningresultaat ten opzichte van de vastgestelde begroting lichten we toe in het eerste hoofdstuk van de jaarstukken. In de jaarrekening zijn de verschillen in meer detail toegelicht. We leggen daar ook het verband tussen de verwachte afwijkingen op de begroting in de meldingen in de tussenberichten en raadsmemo’s. Jaarrekeningcontrole In opdracht van de raad toetst een externe accountant op een juiste toepassing van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De accountant richt zich hierbij op het weergeven van een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van baten en lasten en van de activa en passiva. Ook controleert hij of zij of de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten en de balansmutaties rechtmatig tot stand gekomen zijn. De jaarrekening 2020 werd in opdracht van de raad gecontroleerd door Deloitte. Deze controle is nog niet afgerond.

De accountant verwacht in de tweede helft van mei het definitieve accountantsverslag aan de raad aan te kunnen bieden. Het voorlopig verslag van bevindingen van de accountant wordt eerder verwacht; dat verslag wordt met de collegereactie op 21 april aan de raad toegezonden. De commissievergadering over de jaarrekening staat gepland op dinsdag 18 mei 2021. Het resultatendebat is gepland op 31 mei 2021. 1 Het bedrag van € 7,5 mln. betreft 20 onderwerpen waarvan de grootste betrekking hebben op SSVOZ

(€ 5,5 mln. arbeidsmarktregio € 0,6 mln., Bleiswijkseweg € 0,4 mln. en invoering omgevingswet € 0,4 mln.)

5

In de gemeentewet (artikel 200) is opgenomen dat het college de vastgestelde jaarrekening en het jaarverslag binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar, volgend op het begrotingsjaar, aan Gedeputeerde Staten zendt.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=095a8c15-29db-40cd-8fb5-e5459b5c067c