Raadsvoorstel Huishoudelijke ondersteuning 2025
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid
Huishoudelijke ondersteuning 2025 2024-131759
Auteur
Hans Wesdijk +31793468412 J.H.Wesdijk@zoetermeer.nl
Gemeentesecretaris
Huykman, B.J.D.
Afdelingshoofd
Riedijk A. (Anja)
Portefeuillehouder
Wethouder Frinking
Medeverantwoordelijke(n)
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s)
Programma 2 Samen leven en ondersteunen
Eerdere besluitvorming
Raadsvoorstel Procesvoorstel participatie Positieve gezondheid in het huishouden d.d. 27 mei 2024
Samenvatting
Voor 1 november 2025 moet de gemeente nieuwe contracten afsluiten voor huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo (wet maatschappelijke ondersteuning 2015). Daarvoor willen we het beleid voor huishoudelijke ondersteuning vernieuwen. Dit is nodig omdat er steeds meer gebruik wordt gemaakt van huishoudelijke ondersteuning en het uitvoerende personeel niet zo snel meegroeit. Als we niks veranderen, dreigt de ondersteuning ontoegankelijk te worden voor inwoners die het echt nodig hebben. Om huishoudelijke ondersteuning toegankelijk te houden, gaan we meer kijken welke mogelijkheden inwoners hebben om hun huishoudelijke taken weer (gedeeltelijk) te kunnen hervatten. En we gaan de huishoudelijk ondersteuning baseren op de mogelijkheden die inwoners hebben. Zodat zij weer onafhankelijker worden van ondersteuning. We willen dat doen met een gemeentelijk toegangsteam voor de Wmo en drie ondersteuningsniveaus: • • •
•
Gemeentelijk toegangsteam dat Wmo-meldingen screent, bekijkt voor welk ondersteuningsniveau de melder in aanmerking komt en niveaus 1 en 2 toekent. Niveau 1: vergroten van de vitaliteit van inwoners, waardoor zij zelfstandig blijven en overname van huishoudelijke taken niet nodig is. Niveau 2: kortdurende huishoudelijke ondersteuning die voornamelijk is gericht op het herwinnen van zelfstandigheid in het huishouden, zodat iemand huishoudelijke taken weer kan hervatten. Niveau 3: huishoudelijke ondersteuning voor langere duur of onbepaalde tijd. Indien mogelijk gericht op het (gedeeltelijk) herwinnen van zelfstandigheid in het huishouden.
Met dit voorstel willen we de volgende effecten bereiken: • Meer inwoners zijn vitaal en kunnen hun huishouden (gedeeltelijk) zelfstandig doen. • Minder inwoners hebben langdurig huishoudelijke ondersteuning nodig. • Voor inwoners die het echt nodig hebben blijft huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo beschikbaar. Bijlagen
1. 2. 3. 4. 5.
Eindverslag participatie Positieve gezondheid in het huishouden Advies van de ASD Collegereactie op het advies van de ASD Visual Zo doet u een melding voor huishoudelijke ondersteuning Bredere context bij raadsvoorstel huishoudelijke ondersteuning 2025
2
Raadsbesluit Raadsvoorstel Huishoudelijke ondersteuning 2025 2024-131759 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2024 besluit 1. De volgende beoogde effecten voor huishoudelijke ondersteuning vast te stellen: a. meer inwoners zijn vitaal en kunnen hun huishouden (gedeeltelijk) zelfstandig doen; b. minder inwoners hebben langdurig huishoudelijke ondersteuning nodig; c. voor inwoners die het echt nodig hebben blijft huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo beschikbaar. 2. De huishoudelijke ondersteuning vanaf 1 november 2025 uit te voeren aan de hand van drie ondersteuningsniveaus: a. niveau 1: vergroten van de vitaliteit van inwoners, waardoor zij zelfstandig blijven en overname van huishoudelijke taken niet nodig is; b. niveau 2: kortdurende huishoudelijke ondersteuning die is gericht op het herwinnen van zelfstandigheid in het huishouden, zodat iemand huishoudelijke taken weer kan hervatten; c. niveau 3: huishoudelijke ondersteuning voor langere duur of onbepaalde tijd. 3. Het eindverslag van het participatietraject Positieve gezondheid in het huishouden vast te stellen. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 27 januari 2025 de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
3
Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) is bedoeld om mensen te helpen om zelfstandig te blijven. Als mensen door ouderdom of ziekte beperkingen ervaren die hun zelfstandigheid belemmert, kunnen zij een beroep doen op de Wmo. Zij krijgen dan een voorziening om hun beperking te compenseren. De gemeente is verantwoordelijk om de Wmo uit te voeren. De huishoudelijke ondersteuning is de meest gebruikte voorziening binnen de Wmo. Voor 1 november 2025 moet de gemeente nieuwe contracten afsluiten met aanbieders voor het leveren van huishoudelijke ondersteuning. Dit is een moment om kritisch te kijken naar hoe we deze ondersteuning willen vormgeven. Door het groeiende aantal ouderen neemt ook het aantal ouderen met een ondersteuningsvraag toe. En daarmee het gebruik van Wmo-voorzieningen. Hierdoor staat de toegankelijkheid van de Wmo onder druk, want het uitvoerende personeel groeit niet zo snel mee. In de toekomst kunnen we misschien niet iedereen meer helpen als we niks veranderen. De gemeente gaat uit van het vermogen van inwoners om zich aan te passen en eigen regie te voeren. Volgens de visie op positieve gezondheid gaat het beter met mensen als zij de regie hebben over hun leven en om kunnen gaan met hun beperkingen. Maar daarvoor moet iemand wel voldoende fit zijn.
We willen daarom een gedeelte van de nieuw in te kopen ondersteuning inzetten om inwoners fitter en zelfstandiger te maken. Inwoners kunnen aan hun vitaliteit werken door middel van onder andere training en krijgen hulp bij het hervatten van huishoudelijke taken. Deze ondersteuning komt gedeeltelijk in de plaats van ondersteuning door overname van huishoudelijke taken. Want door inwoners fitter en zelfstandiger te maken, hebben zij potentieel minder of geen overname van huishoudelijke taken nodig. Daardoor kunnen weer andere inwoners worden geholpen die echt niet zonder deze ondersteuning kunnen. Mocht er in de toekomst een nieuwe hulpvraag ontstaan, dan kunnen inwoners daarvoor weer bijpassende ondersteuning krijgen. Beoogd effect • Meer inwoners zijn vitaal en kunnen hun huishouden (gedeeltelijk) zelfstandig doen. • Minder inwoners hebben langdurig huishoudelijke ondersteuning nodig. • Voor inwoners die het echt nodig hebben blijft huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo beschikbaar. Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s Project Positieve gezondheid in het huishouden Op 4 juli 2023 heeft het college besloten om het project Positieve gezondheid in het huishouden uit te voeren als onderdeel van het programma Sociale Innovatie. Dit project is gericht op visieen beleidsvorming voor vernieuwing van de huishoudelijke ondersteuning.
Via dit memo is de raad geïnformeerd over het project en de resultaten van de verschillende acties en pilots in kader van het project. Dit raadsvoorstel vloeit voort uit de opbrengsten van het project. Raads- en commissieleden zijn op 23 januari 2024 op bezoek geweest bij een training van Powerful Ageing, één van de succesvolle pilots van het project. Inrichting toegang tot huishoudelijke ondersteuning Om Wmo-meldingen sneller te kunnen behandelen is een toegangsteam voor de Wmo ingericht. De toegangsmedewerkers in dit team zorgen voor meer efficiëntie in de behandeling
4
van ingediende meldingen en een betere dienstverlening aan de inwoner. Het toegangsteam is onderdeel van het gemeentelijke Wmo-team, waaronder ook de Wmo-consulenten vallen. Na de behandeling van een melding door het toegangsteam krijgt een inwoner direct ondersteuning, of wordt het verdere onderzoek overgenomen door een consulent. Consulenten voeren huisbezoeken uit, onderzoeken complexere hulpvragen en indiceren maatwerkvoorzieningen. De taken van het toegangsteam zijn op hoofdlijnen als volgt: • screenen van binnenkomende meldingen; • toekennen van herindicaties en bepaalde ondersteuning aan inwoners; • beheren van de voorrangsprocedure om schrijnende gevallen met spoed te behandelen; • verstrekken van informatie aan cliënten en professionals. Nieuw indicatieproces huishoudelijke ondersteuning Als een inwoner een melding doet voor huishoudelijke ondersteuning, komt deze als eerste terecht bij het toegangsteam. Het team bekijkt de melding en beoordeelt of er eventueel ook vragen zijn voor andere domeinen. Indien nodig vindt er een telefonisch contact plaats met de inwoner om de vraag te verhelderen. Als er sprake is van een hulpvraag voor huishoudelijke ondersteuning, kunnen er drie ondersteuningsniveaus worden aangeboden: •
Niveau 1: bevat algemene voorzieningen1 voor het vergroten van de vitaliteit van inwoners. Het doel is om inwoners fitter te maken zodat zij onder andere het huishouden zelf kunnen blijven doen. Het beoogde effect is dat overname van huishoudelijke taken voor deze inwoners niet nodig is. Voor deze ondersteuning is geen indicatie nodig.
•
Niveau 2: kortdurende huishoudelijke ondersteuning voor de duur van maximaal 6 maanden en (gemiddeld) 125 minuten2 per week3. Deze ondersteuning is voornamelijk gericht op het weer zelfstandig maken van de inwoner in het huishouden, zodat iemand huishoudelijke taken weer kan hervatten.
•
Niveau 3: huishoudelijke ondersteuning voor langere duur of onbepaalde tijd. En voor meervoudige hulpvragen.
De ondersteuning in niveau 1 is bedoeld voor inwoners die moeite krijgen met het huishouden, maar nog niet in aanmerking komen voor overname van huishoudelijke taken. Niveau 1 wordt preventief ingezet om inwoners te helpen fitter te worden en zelfstandig te blijven. Niveau 1 is een algemene voorziening waaraan kan worden deelgenomen zonder dat er een Wmo-indicatie wordt gesteld. Als deze ondersteuning voor een inwoner passend is, kan de toegangsmedewerker iemand direct naar deze ondersteuning doorverwijzen zonder verder onderzoek. Een voorbeeld voor ondersteuning in niveau 1 is Powerful Ageing, waarmee al wordt proefgedraaid. In deze pilot krijgen inwoners, als zij daarvoor geschikt zijn, fysieke training in plaats van huishoudelijke ondersteuning. Uit deze pilot blijkt dat de meeste deelnemers met die training beter zijn geholpen dan met overname van huishoudelijke activiteiten. Door de training voelen zij zich fitter, kunnen zij beter omgaan met hun beperkingen en hebben zij geen huishoudelijke ondersteuning meer nodig. Ook het sociale aspect van samen trainen wordt door deelnemers als positief ervaren.
1 Als voorbeeld Powerful Ageing. Sinds 1 september 2023 is een pilot gestart om Powerful Ageing als voorziening in
te zetten voorliggend aan een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Vanwege het succes van deze pilot zetten we Powerful Ageing voort. 2 125 minuten per week is een gestandaardiseerde ondersteuningseenheid gebaseerd op het HHM-normenkader. 3 Aanbieders mogen de geïndiceerde tijd flexibel leveren in afstemming met de inwoner. Bijvoorbeeld 250 minuten om de week is ook mogelijk.
5
De ondersteuning in niveau 2 is er voor inwoners die tijdelijk (6 maanden) overname van huishoudelijke taken nodig hebben, maar naar verwachting wel weer zelfstandig kunnen worden. Meestal als zij na een operatie moeten revalideren en daardoor tijdelijk hulp nodig hebben. Bijvoorbeeld de heup- of knieoperatie is een voorkomend voorbeeld waarin iemand weer zelfstandig kan worden met de juiste aanwijzingen. Ook komt het voor dat een inwoner zelf nooit het huishouden heeft gedaan omdat de partner dat deed. Als de partner niet meer in staat is om het te doen of komt te overlijden, kan de inwoner met de juiste hulp vaak zelfstandig blijven. De toegangsmedewerker indiceert deze ondersteuning zelf na een telefonisch onderzoek. Verdere beoordeling door een Wmo-consulent is dan niet nodig. Deze tijd wordt bespaard. De aanbieder maakt met de inwoner een ondersteuningsplan. Na afloop van 6 maanden ondersteuning zijn er drie opties: 1. De inwoner kan de huishoudelijke taken weer zelf doen en heeft geen hulp meer nodig. 2. Er is vooruitgang, maar de inwoner kan nog niet alle huishoudelijke taken hervatten. De toegangsmedewerker verwijst de inwoner naar niveau 1, of kan op basis van de overgebleven hulpvraag nog eenmaal een korte indicatie afgeven tot 6 maanden. 3. De inwoner heeft toch voor langere tijd huishoudelijke ondersteuning nodig en stroomt door naar niveau 3.
Mocht er in de toekomst een nieuwe hulpvraag ontstaan, dan kan de inwoner daarvoor weer bijpassende ondersteuning krijgen. Ondersteuningsniveau 3 wordt ingezet als de toegangsmedewerker bepaalt dat huishoudelijke ondersteuning langer dan 6 maanden nodig is. Of als er anderszins sprake is van een meervoudige of complexere hulpvraag. Dan vindt er een huisbezoek plaats bij de inwoner en voert een Wmo-consulent een onderzoek uit. Op basis van dit onderzoek wordt de wijze en duur van de ondersteuning bepaald. Als een inwoner doorstroomt van niveau 2 naar 3, gebruikt de consulent ook het eerdere onderzoek van het toegangsteam en het ondersteuningsplan van de aanbieder die de afgelopen 6 maanden heeft ondersteund. Flexibele ondersteuning in het huishouden Toegangsmedewerkers, consulenten en aanbieders gaan werken vanuit de visie dat het goed is als inwoners zo lang mogelijk actief blijven in het huishouden. De ondersteuning gaat zich erop richten dat inwoners taken in het huishouden weer zelf kunnen doen. Daarbij past flexibiliteit, want als de inwoner meer zelf kan doen, kan de ondersteuning geleidelijk afbouwen. En als het op een moment minder gaat kan de ondersteuning weer opschalen. Om dit mogelijk te maken dient er een mate van flexibiliteit in de ondersteuning te komen. Dit kan binnen de tijd die de gemeente voor een inwoner indiceert.
Dat houdt in dat er niet altijd een standaard aantal uur ondersteuning per week geleverd wordt. Dit gebeurt in overleg met de inwoner. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat gemeenten moeten indiceren in voor de inwoner duidelijke tijdseenheden. Dit blijven we doen volgens deze werkwijze omdat de inwoner vooraf weet hoeveel tijd wordt geïndiceerd. Alleen de verdeling van de tijd over de geïndiceerde periode kan flexibel zijn. Inkooptraject huishoudelijke ondersteuning De huidige raamovereenkomst voor huishoudelijke ondersteuning heeft een looptijd tot en met 31 oktober 2025. Dit houdt in dat op 1 november 2025 een nieuw contract afgesloten dient te zijn met aanbieders die de huishoudelijke ondersteuning in Zoetermeer gaan uitvoeren. Hiervoor zal voorafgaand een inkoopprocedure worden gevolgd. Deze procedure wordt vormgegeven op basis van het besluit dat de raad neemt.
6
Argumenten 1.1 Om ervoor te zorgen dat huishoudelijke ondersteuning toegankelijk blijft, is het belangrijk dat meer inwoners hun huishouden (gedeeltelijk) zelfstandig blijven doen en dat minder inwoners langdurig huishoudelijke ondersteuning nodig hebben, zodat het beschikbaar blijft voor de inwoners die het echt nodig hebben. Het (langdurig) gebruik van huishoudelijke ondersteuning neemt toe. Als we de ondersteuning niet aanpassen op die ontwikkeling, lopen we het risico dat de voorziening ontoegankelijk wordt. En we de inwoners niet tijdig kunnen helpen die huishoudelijke ondersteuning het hardste nodig hebben. Er zijn namelijk onvoldoende middelen (financiën en personeel) om deze groei structureel op te vangen. Om dit onwenselijke perspectief te voorkomen stellen we voor deze voorgestelde effecten vast te stellen en na te streven in de inkoop en uitvoering van huishoudelijke ondersteuning. 2.1
Om inwoners te ondersteunen op een manier die bij hun past, richten we drie ondersteuningsniveaus in zodat we beter kunnen aansluiten op de mogelijkheden van inwoners en minder vaak huishoudelijke taken hoeven over te nemen als dat nog niet echt nodig is. Om de beoogde effecten te bereiken moeten er nieuwe vormen van huishoudelijke ondersteuning komen die inwoners stimuleren zelfstandig te blijven in het huishouden. Met dit voorstel kan erop worden gestuurd dat inwoners waar mogelijk geholpen worden met ondersteuningsniveaus 1 en 2, waardoor de beweging richting zelfstandigheid wordt gemaakt. Hierdoor blijft er capaciteit over om niveau 3 te kunnen bieden aan inwoners die het echt nodig hebben. 3.1
Het eindverslag van het participatietraject moet volgens de verordening worden vastgesteld door de raad.
Kanttekeningen 1.1 De gemeente kan maar beperkt sturen op de instroom van inwoners in de Wmo. De gemeente is verplicht om de Wmo uit te voeren en heeft daarin beperkte beleidsvrijheid. De verwachting is dat de instroom ook hoog zal blijven met dit nieuwe beleid, en mogelijk is toewerken naar zelfstandigheid voor een groep inwoners alsnog niet mogelijk. Deze inwoners zullen alsnog een beroep kunnen doen op huishoudelijke ondersteuning. Desondanks moeten we waar mogelijk proberen huishoudelijke ondersteuning toegankelijk te houden voor de inwoners die het echt nodig hebben, en krachtig inzetten op zelfstandigheid bij inwoners die daartoe nog mogelijkheden hebben. 2.1 Werken met niveaus vergt gewenning voor inwoners, Wmo-consulenten en aanbieders. Zorgvuldige implementatie en communicatie is nodig om de processen goed in te richten en bekend te maken. En voor de betrokkenen is tijd nodig om te wennen aan de werkwijze. De visie achter de nieuwe dienstverlening zal daarom geleidelijk tot gemeengoed worden gemaakt onder alle betrokkenen. Als deze tijd niet wordt gegund bestaat het risico op afbreuk. Financiën Dit voorstel kan naar verwachting worden uitgevoerd binnen de programmabegroting 20252028. Het is de bedoeling dat met dit voorstel voor hetzelfde budget meer inwoners kunnen worden geholpen dan in de oude situatie.
We dienen wel rekening te houden met autonome groei van het aantal Wmo-gebruikers, waardoor aanpassing van het Wmo-budget in de toekomst toch nodig kan zijn. De Wmo kent namelijk een openeinderegeling met een zorgplicht bij het college voor inwoners met een hulpvraag. Als er komende jaren een sterkere groei plaatsvindt van het aantal hulpvragers dan geprognotiseerd, kunnen de kosten alsnog hoger uitvallen. Daarentegen kan het wetsvoorstel van het Rijk om de inkomensafhankelijke bijdrage opnieuw in te voeren vanaf 2026, wellicht een dempend effect hebben op het aantal Wmo-gebruikers. 7
Budget- en kostenverloop huishoudelijke ondersteuning sinds 2018
De kosten zijn vanaf 2018 tot en met 2023 gestegen van bijna € 7,5 miljoen naar bijna € 12,7 miljoen. Deze stijging komt door zowel de toename van het aantal indicaties voor huishoudelijke ondersteuning (meer cliënten) en de sterk toegenomen tarieven. De tarieven zijn de afgelopen vijf jaar voornamelijk gestegen als gevolg van CAO-ontwikkelingen in de zorg. De gemeente is wettelijk verplicht om reële tarieven te bieden aan aanbieders waarin voldoende rekening wordt gehouden met kostenontwikkelingen. Ontwikkeling van het aantal unieke cliënten en de kosten per client in de periode 2018 -2026, waarbij 2024 t/m 2026 gebaseerd zijn op prognoses.
Ontwikkeling cliëntengroei en kosten per client 4500
€ 4.500
4000
€ 4.000
3500
€ 3.500
3000
€ 3.000
2500
€ 2.500
2000
€ 2.000
1500
€ 1.500
1000
€ 1.000
500
€ 500
0
2018
2019
2020
2021
2022
Aantal unieke cliënten
2023
2024
2025
2026
€-
Kosten per client
8
In 2023 kregen ruim 3.900 unieke cliënten huishoudelijke ondersteuning. Afgezet tegenover de totale kosten, betekent dit dat we in 2023 per cliënt gemiddeld € 3.223,- besteedden aan huishoudelijke ondersteuning. Het aantal unieke cliënten is in 2023 gegroeid met 43% ten opzichte van 2018, waarbij er in 2019 een piek te zien is die te verklaren is door de invoering van het abonnementstarief. In de periode 2020-2022 is de groei van het aantal cliënten minder sterk vanwege de effecten van Covid. Geprognosticeerd is dat het aantal unieke cliënten in 2026 groeit naar ongeveer 4.200. In 2025 en 2026 is 3% groei aangehouden ten opzichte van het voorgaande jaar conform het Wmo voorspelmodel van de VNG. Verwachting van de cliënt- en kostenontwikkeling in de komende de jaren Het college heeft een onafhankelijk tariefonderzoek laten uitvoeren naar reële uurtarieven voor aanbieders die passen bij dit voorstel. Op basis daarvan en het geprognotiseerde cliëntaantal, zullen de kosten in 2026 naar verwachting circa € 16 miljoen bedragen. Deze kosten kunnen binnen de programmabegroting worden gedekt. De kosten in daaropvolgende jaren hangen samen met de groei van het aantal cliënten dat huishoudelijke ondersteuning ontvangt en de prijsontwikkeling van de af te nemen diensten. Het college houdt de raad via de P&C-cyclus periodiek op de hoogte van de kostenontwikkeling.
Controleprotocol Dit voorstel heeft gevolgen voor het controleprotocol. Na vaststelling van de gewijzigde Wmoverordening wordt het controleprotocol aangepast. Participatie en Communicatie Participatie In het raadsbesluit Procesvoorstel participatie Positieve gezondheid in het huishouden van 27 mei 2024 heeft de raad het plan voor inwonersparticipatie vastgesteld. Dit participatieplan is uitgevoerd en afgerond. In het eindverslag (bijlage 1) zijn de resultaten van de participatie samengevat en is de reactie van het college weergeven. Communicatie Na het raadsbesluit worden inwoners, cliënten en aanbieders van huishoudelijke ondersteuning geïnformeerd over de veranderingen die zullen gaan plaatsvinden in de huishoudelijke ondersteuning. Hiervoor zullen verschillende communicatiemiddelen worden ingezet. Denk hierbij aan brieven aan cliënten, de gemeentewebsite, social media, het Streekblad, de Zoetermeerwijzer, en gesprekken die plaatsvinden tussen de gemeente en belanghebbenden. Duurzaamheid Niet van toepassing. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Huishoudelijke ondersteuning is toegankelijk en bruikbaar voor gehandicapten. Rapportage en evaluatie De monitoring op inhoud en de financiën maakt deel uit van de verantwoording in de reguliere P&C-cyclus. De inhoudelijke voortgang zal tevens worden gerapporteerd in de rapportage Sociaal Domein.
9