Raadsbesluit Wijziging 'Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer' 2024
Tekst van het document
Raadsbesluit Raadsvoorstel Wijziging'Algemene plaatselijke verordening Zoetermeer'2024
2023-070892 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 mei 2024
besluit
1. De
ende
n
van de
Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, gezondheid en
Zoetermeer vast te stellen
Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid
milieu Arlikel 2:2 Kennisgeving betogingen op openbare
plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 4 x24 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
Í. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip vooraÍgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termiin. Artikel 2:1 2 Begripsbepaling 1. ln deze afdeling wordt onder evenement verstraan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uiEondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:4 en afdeling g van deze verordening; g. activiteiten die plaatsvinden in een inrichting en behoren bij het normale gebruik van die inrichting, tenzij deze activiteiten gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde. 2.
Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel2:2 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op een openbare plaats.
Arlikel2:2 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 4 x24 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam, telefoonnummer en e-mailadres van degene die de bêtoging houdt; b. de vorm van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beêindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag ofeen algemeen erkende Íeestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op vezoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze
termiin.
Nlikel 2:1 2 Beg ri psbepal ing 1.ln deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke venichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:4 en afdeling 9 van deze verordening; g. activiteiten die plaatsvinden in een inrichting en behoren bij het normale gebruik van die inrichting, tenzÍj deze activiteiten gevolgen kunnen hebben voor de openbare orde. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op een openbare plaats; e. door de burgemeester aan tê wiizen categorleèn
vechtsportwedstriiden, of -qala's. Artikel 2:13 Evenement
datum print: vrijdag 17 mei 2024
Artikel 2:1 3 Evenementenverqunninq
2
1. Het is veóoden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te wUzen categorieën evenementen. 3. De burgemeester kan nadere regels ten aanzien van evenementen vaststellen. 4. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden vermeld, naast de gegevens die op basis van het aanvraagformulierworden gemeld, de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van arlikel 2:1 , eerste lid, van het Besluit
brandveilig gebruik en basishulpverlening overige
1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan te wijzen categorieën evenementen. 3. De burgemeester kan nadere regels ten aanzien van evenementen vaststellen. 4. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden vermeld, naast de gegevens die op basis van het aanvraagformulier worden gemeld, de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:í, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.
plaatsen.
Artikel 2:1 5 Begripsbepalingen ln deze afdeling wordt verstaan onder: a. horecabedrijÍ: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedijfsmatig of in een omvang alsof zij bedijfsmatig was logies wordt verstrcR of dranken worden geschonken of rookwarcn of spijzen voor directe consumptie worden bercid of verstrcK. Onder een horccabedrijf wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaunnt, pension, café, waterpijpcafé, cafetaia, snackbar, discotheek, buurlhuis of clubhuis. Onder horecabedrijf wordt tevens verstaan een bij dit bednjf behorend tenas en anderc aanhorígheden. b. terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- oÍ zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. Artikel 2:16 Terrassen 1. Het is veóoden een voor het publiek toegankelijk terras dat deel uitmaakt van een horecabedrijf te exploiteren of te doen exploiteren wanneer het terras: a. niet is gelegen nabij een horecabedrijf; b. op zichzelf oÍ door de wijze van gebruik schade toebrengt aan de openbare weg; c. op zichzelf of door de wijze van gebruik schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. op zichzelf of door de wijze van gebruik gevaar of hinder oplevert voor een veilig en doelmatig gebruik van de weg;
e. op zichzelf oÍ door de wijze van gebruik ontoelaatbare overlast oplevert of een gevaar vormt voor de openbare orde;
f. in strijd is met het omgevingsplan; g. in strijd is met het bepaalde in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; h. niet voldoet aan de nadere regels die ingevolge lid 2 door het college zijn gesteld; i. niet vooraf aan de burgemeester is gemeld. De melding bestaat in elk geval uit: $ de naam en het adres van het horecabedrijf $ de indeling en uitvoering van het tenas; $ de periode waarin het terras wordt geëxploiteerd; $ een plattegrond met de afmeting van het terras. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast nadere regels stellen aan de exploitatie van een tenas. Tot de nadere regels behoren in elk geval voorschriften over de afmeting van het tenas en de sluitingsuren.
5. De burgemeester weigeÍt een vergunning voor de door hem aangewezen vechtsportwedstrijden, of gala's als de oroanisator van slecht levensoedrao is. Artikel 2:1 5 Begripsbepalingen ln deze afdeling wordt verstaan onder: a. horeca(bedrijÍ): het tegen betaling: - bereiden en/oí verctrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken; of: - verhuren van zalen; of: - aanbieden van nachtverblijf.
b. tenas: een buiten de besloten ruimte van het horecabedrijf liggend deel, waar sta- oÍ zitgelegenheid wordt geboden en
waar tegen betaling ter plaatse te nuttigen voedsel en/oÍ dranken worden bereid en/of verstrekt.
Artikel 2:16 Tenassen 1. Het is verboden een voor het publiek toegankelijk tenas dat deel uitmaakt van een horecabedrijf te exploiteren of te doen exploiteren wanneer het terras: a. niet is gelegen nabij een horecabedrijf; b. op zichzelf of door de wijze van gebruik schade toebrengt aan de openbare weg; c. op zichzelf of door de wijze van gebruik schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. op zichzelf of door de wijze van gebruik gevaar of hinder oplevert voor een veilig en doelmatig gebruik van de weg; e. op zichzelf of door de wijze van gebruik ontoelaatbare overlast oplevert oÍ een gevaar vormt voor de openbare orde; f. in strijd is met het omgevingsplan; g. in strijd is met het bepaalde in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; h. niet voldoet aan de nadere regels die ingevolge lid 2 door het college zijn gesteld; i. niet vooraf aan de burgemeester is gemeld. De melding bestaat in elk geval uit: de naam en het adres van het horecabedrijf de indeling en uitvoering van het terras; de periode waarin het terras wordt geëxploiteerd; een plattegrond met de aÍmeting van het tenas.
r . o .
2. Het college kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast nadere regels stellen aan de exploitatie van een teffas. Tot de nadere regels behoren in elk geval voorschriften over de aÍmeting van het terras en de sluitinosuren.
Aft ike I 2 : 36c La chg a sve r-bod 1. Het is verboden op een openbare plaats, op het openbaar water of in een voor publiek toegankelijk gebouw lachgas a/s roesrnddel rccrcatief te gebruiken, toe te dienen. voorbereidinoen daaftoe te venichten of ten
datum print: vrridag 17 mei 2024
3
behoeve van dat gebruik voonrvetpen of stoffen voorhanden te hebben, indien dit gepaard gaat met ovedast of anderc gedngingen die de openbare orde verstorcn, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaaft van een door de burgemeester ter bescherming van de openbarc orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas rccreatief als rcesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te venichten of ten behoeve van dat gebruik voonirctpên of stoffen bij zich te hebben. 3. De burgemeestet kan in het aanwijzingsbesluiÍ áef verbod van lid 2 beperken tot bepaalde tiiden.
Aftikel 2:38a Bespieden van personen 1. Het is veftoden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen oí woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in @an oe bouw. woonwaoen of woonsch io bevindt te besDieden. ArtÍkel 2:43 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorÍgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het tenein van een
Artikel 2:43 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod, êên muilkorfgebod of een aanlijnen muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft oÍ loopt op een openbare plaats of op het tenein van een ander.
ander.
2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste '1,50
2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste í,50 meter.
meter.
3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een muilkoígebod is opgelegd, is verplicht de hond voozien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer oÍ van beide stofien; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat veruvijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de koÉ een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:41, eerste lid onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voozien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identiÍicatienummer door middel van een microchip die met een chipreader aÍleesbaar is. Artikel 2:48 Begripsbepalingen ln deze afdeling wordt verstaan onder: a. consumentenvuunrverk vuuruverk van categorie Fl, F2 ofF3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuuruerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik; b. bus: een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee vergelijkbaar voorwerp; c.
carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas aÍkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water met gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen waaóij door de explosieve verbranding een object wordt weooeschoten. Artikel 2:49 Gebruik van consumentenvuurwerk Íidens de jaaruisseling 1. Het is verboden consumentenvuuruerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van qevaar, schade of overlast aanoewezen olaats.
datum print: widag 17 mei 2024
3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een muilkorfgebod is opgelegd, is verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stofÍen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat venvijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:41, eerste lid onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voozien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identiÍicatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. Artikel 2:48 Begripsbepalingen ln deze aÍdeling wordt verstaan onder: a. consumentenvuurwerk: vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuuruerkbesluit is aangewezen als vuuruverk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik; b. bus: een (melk)bus, container, opslagvat oÍ ander daarmee vergelijkbaar voorwerp; c.
carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water met gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen waarbij door de explosieve verbranding een object wordt weggeschoten.
Artikêl 2:49 Gebruik van consumentenvuunrerk 1. Het is verboden consumentenvuuniverkte gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aanoewezen olaats.
4
2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroozaken. 3. De veóoden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder í, van het Wetboek van StraÍrecht. 4. Het college kan onthefÍing verlenen van het in het eerste lid oestelde verbod. Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswnke/g straalprostitutie e.d Afdeling 5. Overyangsbepaling [veruallen.l Hoofdstuk 4 Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de qemeente Hoofdstuk 5 Andere onderuverpen betreffende de huishoudino van de qemeente Artikel 5:23a Vaarbeleid Zoetermeerse wateren 1. De wateren waarop het in dit artikel gestelde van toêpassing is, zijn de Zoetermeerse plas, de Broekwegwetering en de Noordhovense plas; zoals aangegeven op de kaart in de met dit artikel verbonden bijlage'Zoetermeerse wateren'. 2. Het is verboden gemotoriseerde vaaÉuigen te gebruiken anders dan elekhisch aangedreven 3. Het is verboden met gemotoriseerde vaartuigen sneller te varen dan 6 km per uur. 4. De verboden in lid 2 en 3 gelden niet voor de Zoetermeerse Reddingsbrigade, de politie, de brandweer en team Handhaving.
2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroozaken. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voozien door artikel 429, aanheÍ en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht. 4. Het college kan ontheÍfing verlenen van het in het eerste lid qestelde verbod. HooÍdstuk 3 Seksuele aangelegenheden
HooÍdstuk 4 Bescherming van de fysieke leefomgeving
HooÍdstuk 5 Overige regelgeving
Artikel 5:23a Vaarbeleid Zoetermeerse wateren 1. De wateren waarop het in dit artikel gestelde van toepassing is, zUn de Zoetermeerse plas, de Broekwegwetering en de Noordhovense plas; zoals aangegeven op de kaart in de met dit artikel verbonden bijlage 'Zoetermeerse wateren'. 2. Het is verboden gemotoriseerde vaartuigen te gebruiken anders dan elektrisch aangedreven. 3. Het is verboden met gemotoriseerde vaartuigen sneller te varen dan 6 km per uur. 4. De verboden in lid 2 en 3 gelden niet voor de Zoetermeerse Reddingsbrigade, de politie, de brandweer, team Handhaving en watercportverenigingen die gebruik maken van de Zoetermeerse wateren zoals genoemd in lid í van dit
artikel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden in lid 2 en 3. 6. De houders van een vaaruergunning mogen gedurende vijf jaar na het van kncht worden van het vaarbeleid aangaande de Zoetermeerse wateren gebruik maken van niet-eleffiri sch aangedreven va aftuiqen. HooÍdstuk 6 Straf-. boete-. overdanos-- en slotbeoalinoen Artikel 6:1a Bestuurlijke boete overlastÍeiten openbare ruimte í. Overtreding door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon van het bij of krachtens heÍ de volgende artikelen bepaalde of de op grond van artikel 1 :4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete: 2:4, lid 1;2:4, lid 4;2:5, lid 1 ; 2:5a, lid 2; 2:6, lid 1; 2:7 ,lid 1;2:8,lid 1; 2:8, lid 2;2:9;2:11,lid 1a;2:11,lid 1b; 2:13, lid 1;2:14, lid 1;2:14, Iid 2;2:15a,lid 1; 2:16, lid 1:2:17, lid 2; 2:18, lid 2;2:19;2:20;2:21i 2:25,lid 1;2:3Oa,lid 2', 2:30a, lid 3; 2:31 , lid 1;2:31, lid 2; 2:32,lid 1; 2;32, lid 2; 2:.32,lid 5; 2:33, lid 1;2'.Ma,lid 1;2:35, lid 1a; 2:35, lid 1b; 2:36, lid 1 ; 2:36b, lid 1 ; 2:36b, lid 2; 2:36c, lid 1; 2:36c, lid 2, 2:37 , lid 1; 2:37 , líd 2; 2:38; 2:38a, lid 1; 2:38a, lid 2; 2:39, lid 1 ; 2:39, lid 2: 2:39, lid 3; 2:40; 2:41, lid 1 a; 2:41, lid 1 b; 2:41, lid 1 c; 2:41, lid 1 d; 2:42, lid 1 ; 2:.42, lid 5: 2:42, lid 6; 2:43, lid 1;2:43,lid 4;2:44,lid 1;2:47,lid 1;2:47,lid 2;2:49, lid 1;2:,49, lid 2; 2:49a lid
1:2:49a,lid 2: 2'52a,lid 4; 2:52a,lid 5; 2:52d, lid 1; 2:52h,lid 3;3:9, Iid 1 ; 3:9, lid 2; 3:10, lid 1;4:5, lid 1;4:5a; 4:6; 4:7;4:8;4:8a,lid2;4:15, lid 1; 4:15, lid 2; 4:16; 4:18, lid 1;5:2, lid 1;5:2,lid2:5:3, lid 1;5:4, lid 1; 5:5, lid 1;5:6, lid 1;5:7, lid 1;5:8, lid 1;5:9, lid 1;5:10, lid 1;5:10, lid 2; 5:10, lid 3; 5:11, lid 1; 5:13, lid 1;5:13, lid 2; 5:16, lid 1; 5:19, lid 1;5:20, lid 1;5:21,lid1; 5:23, lid 1; 5:23a,lid 2; 5:23a,lid 3; 5:24, lid 1: 5:24,lid 2; 5:25, lid 1; 5:26, lid 1. 2. lndien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel is begaan door een natuurlijke persoon, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in die bijlage is vermeld bij het desbetreÍfende voorschrift .
datum print: vrijdag 17 mei 2024
5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden in lid 2 en 3.
Hoofdstuk 6 Slotbeoalinoen Artikel 6:1a Bestuurlijke boete overlastfeiten openbare ruimte 1. Overtreding door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde of de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen kan worden beboet met een bestuurlijke boete: 2:4, lid 1; 2:4, lid 4: 2:5, lid 1 ; 2:5a, lid 2; 2:6, lid 1 : 2:7, lid 1 ; 2:8,lid 1;2:8,lid2;2:9;2:11,lid 1a;2:11,lid 1b; 2:13, lid 1; 2:1 4; 2:1 5a, lid 1 ; 2: 1 6, lid 1 ; 2:17, lid 2; 2:18, lid 2', 2:'19; 2:20; 2:21 ; 2:25, lid 1 ; 2:30a, lid 2; 2:30a, lid 3; 2:31, lid l ; 2:31, \id 2; 2:32, lid 1;2:32, lid 2; 2:32, lid 5; 2:33, lid 1', 2:34a, lid 1 ; 2:35, lid 1a; 2:35, lid 1b; 2:36, lid 1 ; 2:36b, lid 1 ; 2:36b, lid 2;2;37,lid 1 ; 2:37, lid 2; 2:38 ; 2:39, lid 1 ; 2:39, lid 2; 2:39, lid 3; 2:40; 2:,41 , lid 1a: 2:41 , lid 1b; 2:41 , lid 1c; 2:41 ,lid 1d; 2:42, lid 1; 2:42, lid 5; 2:42, lid 6 ; 2 :43, lid 2; 2:43, lid 3; 2:43, lid 4; 2:44, lid 1;2:47,lid 1;2:47 ,lid 2;2:49,lid 1; 2:49,lid 2; 2:49a lid 1: 2:49a, lid 2; 2:52a, lid 4: 2i52a, lid 5; 2:52d,lid 1 ; 2:52h, Iid 3; 3:9, lid 1; 3:9, lid 2; 3:10, lid 1; 4:5, lid 1;4:5a; 4'.6: 4'.7: 4;8; 4:8a, lid 2;4:15,lid 1;4:15, lid 2;4:16;4:18,lid 1; 5:2, lid 1; 5:2,lid2;5:3, lid 1;5:4, lid 1;5:5, lid 1;5:6, lid 1;5:7, lid í;5:8, lid 1;5:9, lid 1; 5:10, lid 1;5:10, lid 2; 5:10, lid 3; 5:11, lid 1;
5:13, lid 1; 5:13, lid 2; 5:16, lid 1; 5:19, lid 1;5:20,lid 1;5'.21, lid 1 ; 5:23, lid 1 ; 5:23a, lid 2; 5:23a,lid 3; 5:24, lid 1t 5i24, lid 2; 5:25, lid 1;5:26, lid 1.
2. lndien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel is begaan door een natuurlijke peÍsoon, is de hoogte van de bestuurlijke boete gelijk aan het bedrag dat in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift.
5
3. lndien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een natuurlijke persoon die twaalf, dertien, veertien of vijftien jaar oud is, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die in die bijlage is vermeld bij het desbetreffende voorschrift gehalveerd. 4. lndien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een rechtspersoon, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke persoon verdubbeld. 5. De op te leggen bestuurlijke boete kan worden verdubbeld, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelÍde gedraging, is geconstateerd en de bestuurlijke boete voor de eerdere overtreding onhenoepelijk is geworden. 6. Het college kan de boetebedragen als vermeld in de bijlage'Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte' bij dit artikel, aanpassen. Daarbij gelden voor het college naast dê wettelijke maxima van de boetebedragen de volgende uitgangspunten: - de aanpassing die de minister van Justitie en Veiligheid doet;
3. lndien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een natuurlijke persoon die twaalÍ, dertien, veertien of vijfiien jaar oud is, wordt de hoogte van de bestuudijke boete die in die bijlage is vermeld bij het desbetreÍfende voorschrift gehalveerd. 4. lndien de overtreding van een voorschrift als genoemd in de bijlage van lid 2 van dit artikel, is begaan door een rechtspersoon, wordt de hoogte van de bestuurlijke boete die geldt voor een natuurlijke peGioon verdubbeld. 5. De op te leggen bestuurlijke boete kan worden verdubbeld, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, is geconstateerd en de bestuurlijke boete voor de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden. 6. Het college kan de boetebedragen als vermeld in de bijlage 'Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte' bij dit artikel, aanpassen. Daarbij gelden voor het college naast de wettelijkê maxima van de boetebedragen de volgende uitgangspunten: - de aanpassing die de minister van Justitie en Veiligheid doet; - het algemene stijgingspercentage, dat gebruikt wordt voor de leges en heÍfingen.
- het algemene stijgingspercentage, dat gebruikt wordt voor de leqes en hefÍinqen.
2. De volgende bestuurlijke boete vast te stellen en op te nemen in de lijst Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte: voor het overtreden van het muilkorfgebod: 260 euro.
3. De gewijzigde lijst Boetebedragen overlastfeiten openbare ruimte vast te stellen.
Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 8 juli 2024 de griffier,
d
f,
MCM
datum print: vt[dag 17 mei2024
rs. M.J. Bezuijen
6