Raadsbesluit Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Eneco-middelen
Tekst van het document
Raadsbesluit 0637 6947 55 - geamendeerd RaadsvoorstelAfwegingskader lnvesteringsfonds op basis van Eneco-middelen
De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 juni 2021;
Besluit
1. Een investeringsfonds op te richten en daarbij uit te gaan van: a) De Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 met als hoofddoel de bijdrage aan het positief beïnvloeden van de mechanismen uit de visie.
b) Afspraken tussen de gemeenteraad en het college over de besteding van de Eneco-middelen.
2. Het lnvesteringsfonds krijgt als naam 'Fonds Zoetermeer 2040'.
3. Als algemene criteria de volgende hoofdvraag en deelvragen te hanteren: a) Hoofdvraag lmpact: Wat is de venrachte maatschappelijke bijdrage die met het voorstel wordt bereikt?
b) Deelvraag lnhoud: Wat is de inhoudelijke kwaliteit en degelijkheid van het voorstel?
c) Deelvraag lmplementatie: Wat is de verwachte kwaliteit en effectiviteit van de manier waarop het voorstel in de praktijk wordt uitgevoerd? Wat draagt in de praktijk bij aan de borging van die kwaliteit? d) Deelvraag financiën: Op welke manier worden de middelen aangewend, als subsidie, in het kader van cofinanciering, of als lening? Wat wordt er verwacht qua rendement, draagt het voorstel bij aan een efficiëntere bedrijfsvoering en/of kostenbesparing elders? Ztln er daardoor mogelijkheden om (op termijn) geld terug te laten stromen in het investeringsfonds? 4. Als ondergrens voor voorstellen de volgende uitgangspunten voor impact te hanteren: a) Een voorstel moet overtuigend bijdragen aan minimaal één -en bij voorkeur meerdere- van de vier mechanismen van Zoetermeer 2040; b) Een voorstel moet minimaal drie jaar efíect opleveren en effecten moeten uiterlijk binnen vrlf jaar zichtbaar zijn; c) Hoe kleiner de groep begunstigden, hoe groter de positieve impact van een voorstel moet zijn om een investering te kunnen rechtvaardigen. 5. Bij de start van het lnvesteringsfonds in ieder geval de volgende thema's te benoemen: a) Sociaal lnnovatie Fonds b) De Gebouwde Omgeving c) Leefomgeving d) Duurzaamheid e) lnnovatie, Ontwikkeling en de Kenniseconomie Citymarketing, profilering van Zoetermeer. 6.
Als thematische criteria de volgende hoofdlijnen te hanteren: a) Sociaal lnnovatie Fonds: lnvesteringen zijn gericht op het herstellen van de bestaanszekerheid, het bevorderen van de positieve gezondheid, en het verbeteren van de gelqke kansenkansengelijkheid van Zoetermeerders, met als doel om te komen tot betere (gezondheids-)zorg en ondersteuning voor meer mensen met minder geld. b) Gebouwde omgeving: lnvesteringen zijn gericht op het verbeteren van het sociaaleconomische fundament van Zoetermeer, het bevorderen van de veiligheid en op het vergroten van de kwaliteit en diversiteit van de gebouwde omgeving.
0
2
c) Leefomgeving: lnvesteringen zijn gericht op het verbeteren van de (gebruiks)kwaliteit, de veiligheid en de diversiteit van de openbare ruimte.
d) Duurzaamheid: lnvesteringen zijn gericht op het versnellen van de verduurzaming van Zoetermeer waar deze bijdraagt aan het aantrekkelijker maken van de stad. e) lnnovatie, ontwikkeling en kenniseconomie: lnvesteringen zijn gericht op het versterken van het (economisch) klimaat van toegepast innoveren. De innovaties zijn gericht op de maatschappelijke vraagstukken van Zoetermeer over de lange termijn. Daarnaast gaan investeringen over het verbeteren van de samenhang tussen de beroepsbevolking en de werkgelegenheid. Citymarketing, profilering van Zoetermeer: lnvesteringen zijn gericht op het versterken van het profiel van Zoetermeer als aantrekkelijke stad in de regio om te wonen, werken, ondernemen, studeren en te genieten. g) Het verbeteren van gelijke kansen betreft ook het verbeteren van de toegankelijkheid en bruikbaarheid van de stad voor gehandicapten, zodat door middel van bijvoorbeeld subsidies het VN-verdrag betekenisvol kan worden uitgewerkt. 7. Middels een apart raadsvoorstel een deel van de middelen uit het lnvesteringsfonds te bestemmen voor toewijzing aan 2021-2022 en het overige deel van de middelen in het lnvesteringsfonds nog niet specifiek aan êen of meerdere thema's toe te wijzen maar die keuze over te laten aan een volgende raad/raden. 8.
Voor de technische uitvoering hiervan te besluiten om: a) Een bedrag van €60 miljoen te storten in het 'lnvesteringsfonds Zoetermeer'ten laste van de bestemmingsreserve Eneco. b) De mogelijkheden van voeding van het lnvesteringsfonds jaarlijks onderwerp van besluitvorming te maken in de Perspectiefnota en de begroting. c) Na het bestemmen van middelen aan verschillende thema's deze middelen aan dit thema gekoppeld te houden tot een ander besluit door de raad genomen is. d) Voor voorstellen met een gemeentelijke bijdrage boven de 500.000 extern advies in te winnen over de mate waarin een voorstel past binnen het afiuegingskader en dit advies toe te voegen aan het raadsvoorstel. e) Jaarlijks bij de Perspectiefnota en begroting inzicht te geven in de specifieke voorstellen die het college wil uitvoeren, maar ook in de voorstellen die na bestuurlijke besluitvorming door het college zijn afgewezen (inclusief onderbouwing). 9. Het college opdracht te geven een uitvoeringsregeling op te stellen waarbij het op laagdrempelige wijze mogelijk wordt voor inwoners en organisaties om met initiatieven in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het investeringsfonds. 10.
Het college mandaat te geven om vooruaardelijk (in afwachting van een definitief besluit over de verdeling van de Enecomiddelen over thema's en tijd) reeds te starten met de voorbereidingen voor raadsvoorstellen die passen binnen de in het afwegingskader genoemde thema's, om zo geen tijd te verliezen in het aanpakken van de opgaven uit de omgevingsvisie Zoetermeer 2040. 11. Voor de afronding van het Afwegingskader lnvesteringsfonds op basis van Enecomiddelen geen verdergaande participatie (samenspraak) noodzakelijk te achten op basis van artikel 2lid 7 sub a uit de Samenspraakverordening.
f)
Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.
3
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 28 juni 2021
deg
R. Blokland MCM
J. Bezuijen
4