NIEUW Bijlage 4 - Aanvullend ecologisch onderzoek Econsultancy
Tekst van het document
RAPPORTAGE Actualisatie nader onderzoek ecologie Deelgebied 1 wijk Meerzicht Zoetermeer
Rapport actualisatie nader onderzoek ecologie Deelgebied 1 wijk Meerzicht, Zoetermeer Opdrachtgever
De Goede Woning Maria Montessorilaan 11 2719 DB Zoetermeer
1
Rapportnummer
10894.005
Versienummer
D1
Status
Definitief
Datum
29 juli 2024
Opsteller1
De heer L. Golterman, MSc
Kwaliteitscontrole
Mevrouw M.M.J. van der Aa, MSc
Vrijgave
In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven.
KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers, door de publicerende instantie, verwijderd dan wel zwart gelakt te worden. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Omgevingswet, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie .............................................................................. 3
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK .................................................................................................. 4
4
ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 6 4.1 4.2
5
Methodiek vleermuisonderzoek per ronde ................................................................................... 6 Weersomstandigheden .................................................................................................................. 7
ONDERZOEKSRESULTATEN ........................................................................................................................ 8 5.1 5.2 5.3
Verblijfplaatsen .............................................................................................................................. 8 Foerageergebied ............................................................................................................................ 8 Vliegroutes ..................................................................................................................................... 8
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING.................................................................................................... 9
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN........................................................................................................... 10
10894.005
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van De Goede Woning opdracht gekregen voor het uitvoeren van een actualisatie nader onderzoek ecologie aan de Deelgebied 1 wijk Meerzicht te Zoetermeer. Het actualisatie nader onderzoek ecologie is uitgevoerd in het kader van sloop van de onderzoekslocatie en naar aanleiding van de resultaten van de actualisatie quickscan natuurwaarden die Econsultancy in september 2023 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 10894.004, versie D1, d.d. 31 oktober 2023). Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
10894.005 versie D1
1 / 10
2
GEBIEDSBESCHRIJVING
2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De planlocatie is verdeeld in twee deelgebieden. Onderhavig onderzoek focust zich op Deelgebied 1, gelegen aan Oostergo 2-16 en 37-51 te Zoetermeer en wordt in dit rapport “de onderzoekslocatie” genoemd. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie betreft zestien appartementen opgedeeld in twee blokken. De appartementen bestaan uit twee verdiepingen. Ze bevatten een plat dak en bakstenen muren zonder spouw. De appartementen hebben kleine tuinen met sporadisch groen. De onderzoekslocatie is ten zuidwesten van het centrum van Zoetermeer gelegen. Ten westen van de onderzoekslocatie is het Westerpark gesitueerd. Ten zuiden van de onderzoekslocatie loopt de A12. Ten noordwesten van de onderzoekslocatie is de Nieuwe Driemanspolder gelegen en zijn meer agrarische percelen te vinden. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. Figuur 2.3 en 2.4 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het quickscanveldbezoek.
10894.005 versie D1
2 / 10
Figuur 2.2
Luchtfoto onderzoekslocatie.
Figuur 2.4 Appartementencomplex (Oostergo 37-51).
Figuur 2.3 Appartementencomplex (Oostergo 2-16).
2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie De initiatiefnemer is voornemens de bebouwing te slopen.
10894.005 versie D1
3 / 10
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK
Uit de quickscan is gebleken, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Omgevingswet er op sommige punten meer informatie benodigd was. Een beknopt deel van hoofdstuk 9 uit de quickscanrapportage is in tabel 3.1 en eronder weergeven. Tabel 3.1
Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.
Soortgroep
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Nader on- Ontheffingsderzoek aanvraag
Bijzonderheden / opmerkingen*
algemeen
ja
mogelijk
nee
nee
Het verwijderen van nestgelegenheden en de sloop van de bebouwing buiten het broedseizoen uitvoeren.
jaarrond beschermd
nee
nee
nee
nee
-
verblijfplaatsen
ja
mogelijk
ja
mogelijk
Nader onderzoek naar gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis.
foerageergebied
ja
nee
nee
nee
Voldoende alternatief in de omgeving beschikbaar. Aandacht voor verlichting.
vliegroutes
nee
nee
nee
nee
-
Grondgebonden zoogdieren
minimaal
mogelijk
nee
nee
Aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren.
Amfibieën
minimaal
mogelijk
nee
nee
Aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene amfibieën.
Reptielen
nee
nee
nee
nee
-
Vissen
nee
nee
nee
nee
-
Libellen en vlinders
nee
nee
nee
nee
-
Overige ongewervelden
nee
nee
nee
nee
-
Vaatplanten
nee
nee
nee
nee
-
Gebiedsbescherming
Gebied aanwezig
Ingreep verstorend
Nader on- Vergunningderzoek plicht
Natura 2000
10,5 km
nee
nee
nee
-
Natuurnetwerk Nederland
4,4 km
nee
nee
nee
-
Houtopstanden
n.v.t
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
-
Broedvogels
Vleermuizen
* Wijzigingen in het planvoornemen kunnen van invloed zijn op de uitkomst van het onderzoek.
“Op de onderzoekslocatie kunnen algemene broedvogelsoorten tot broeden komen. Om overtreding te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vinden. Globaal geldt hiervoor de periode maart tot eind augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval. Indien er toch in het broedseizoen gewerkt wordt, zal voorafgaand hieraan door een ter zake kundig ecoloog geïnspecteerd moeten worden of er broedgevallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn.
10894.005 versie D1
4 / 10
Ten aanzien van vleermuizen wordt een nader onderzoek geadviseerd. De bebouwing biedt verschillende mogelijke verblijfplaatsen voor vleermuissoorten als gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Een nader onderzoek zal moeten aantonen of deze soorten daadwerkelijk aanwezig zijn in de bebouwing. Bij aanwezigheid van verblijfplaatsen van (een van) deze soorten, zal een ontheffing moeten worden aangevraagd. Voor foeragerende en overvliegende vleermuizen wordt geadviseerd om met vleermuisvriendelijke verlichting te werken tijdens de werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopkomst. Met name in het actieve vleermuisseizoen (1 april t/m 30 oktober) dient hier rekening mee te worden gehouden. Voor de te verwachten algemene grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieën geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen in het kader van de zorgplicht. Al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.” Onderhavige nader onderzoeksrapportage wijdt zich aan de conclusies rondom verblijfplaatsen van vleermuizen. De overige maatregelen blijven van belang om overtreding van de Wet natuurbescherming (inmiddels Omgevingswet) te voorkomen en worden daarom nog aangestipt in de conclusie van deze rapportage.
10894.005 versie D1
5 / 10
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in totaal vijf veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken waren op 21 augustus en 12 september (2023) en op 11 juni en 9 juli (2024) in de avond. Op 23 mei 2024 vond het ochtendbezoek plaats. Deze inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus. De onderzoeksinspanning was gebaseerd op de functies zomerverblijf, individueel winterverblijf, kraamverblijf en paarverblijf voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is doorgaans onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson M500-384). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden.
De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soorten) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij is gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound.
4.1 Methodiek vleermuisonderzoek per ronde De vijf onderzoeksronden ten behoeve van vleermuizen zijn uitgevoerd met vier waarnemers tijdens de ochtendronde, drie tijdens de avondrondes in de zomerperiode en twee tijdens de veldrondes in de paarperiode. Voor de twee avondronden in de paarperiode hebben de waarnemers op constante snelheid rond de onderzoekslocatie gelopen. Hierbij is gezocht naar paaractiviteit in de vorm van sociale roepen van mannelijke vleermuizen. Voor de paarperiode geldt dat mannelijke vleermuizen gedurende een groot deel van de avond baltsroepen maken rondom de paarverblijfplaats. De baltsroepen worden geproduceerd om zowel andere concurrerende mannelijke vleermuizen af te schrikken, alsmede vrouwelijke vleermuizen aan te trekken. Doordat vleermuizen baltsroepen produceren met als doel in de omgeving op te vallen, zijn deze baltsroepen goed waarneembaar. Tijdens de avondronden in de zomer- en kraamperiode is in kaart gebracht waar zich in en rondom de bebouwing vleermuisactiviteit bevindt, welke vleermuissoorten aanwezig zijn en hoeveel individuen actief zijn. Indien een kraamverblijf aanwezig is in de bebouwing, kon dit goed worden opgemerkt door de waarnemers. De waarnemers stonden gelijk verdeeld over de betreffende bebouwing en liepen op een constante snelheid langs de opstallen.
Bij een kraamverblijf vliegt een relatief groot aantal vleermuizen verspreid over de tijd uit, zwermt vaak nog voor de verblijfplaats en keert gedurende de avond vaak terug naar de verblijfplaats. Zo is de kans dat een waarnemer de activiteit op het juiste moment passeerde erg groot. Indien een zomerverblijf aanwezig is, wordt
10894.005 versie D1
6 / 10
automatisch verondersteld dat op dezelfde locatie een individueel winterverblijf aanwezig is. Deze methode voor het aantonen van individuele winterverblijven is conform het vleermuisprotocol. Tijdens de ochtendronde is gepost op strategische locaties die tijdens de avondronden in de paar-, zomer- en kraamperiode zijn vastgesteld. Wanneer tijdens de avondrondes activiteit was waargenomen in de buurt van een gevel, werd extra aandacht besteed aan de desbetreffende gevel tijdens de ochtendronde om de kans op het waarnemen van eventueel invliegende vleermuizen te vergroten. Gedurende de ronde heeft elke waarnemer een deel van het gebied geobserveerd. De ochtendronde was gefocust op het waarnemen van vleermuizen die terugkeren naar hun verblijfplaats voor de dagrust. Voordat vleermuizen invliegen, ‘tikken’ ze een aantal keer de verblijfplaats aan en vliegen ze laag langs de gevel richting de verblijfplaats. Hierdoor zijn invliegende vleermuizen tijdens de ochtendronde makkelijker waar te nemen. Doordat de waarnemers op een constante snelheid rondom de opstallen liepen, zicht hadden op 75% van de gevel, kansrijke locaties reeds waren bepaald, en het invliegproces vaak meerdere minuten in beslag neemt, was de kans erg groot dat (bijna) invliegende vleermuizen werden opgemerkt en gevolgd.
4.2 Weersomstandigheden Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag, anders dan een lichte motregen. Tabel 4.1
Omstandigheden nadere onderzoeken vleermuizen.
Type
Zonsondergang/ zonsopkomst
Temperatuur
Wind
Weersomstandigheden
23:00 – 01:00
20:54
21 oC
1 BFT
Droog
12-09-23
23:00 – 01:00
20:05
16 oC
0 BFT
Droog
Ochtend
23-05-24
03:36 – 05:36
05:36
14 oC
3 BFT
Droog
Avond 1
11-06-24
22:02 – 00:02
22:02
11 oC
3 BFT
Bewolkt, droog
Avond 2
09-07-24
22:01 – 00:01
22:01
21 oC
2 BFT
Droog met afwisselend lichte motregen
Datum
Tijd
Paar 1
21-08-23
Paar 2
10894.005 versie D1
7 / 10
5
ONDERZOEKSRESULTATEN
5.1 Verblijfplaatsen In de bebouwing van de onderzoekslocatie is geen beschermde functie voor vleermuizen aangetroffen. In de buurt van de onderzoekslocatie zijn verschillende waarnemingen gedaan van gewone dwergvleermuizen. Op geen van de onderzoeksmomenten toonden de vleermuizen zich gebonden aan de bebouwing op de onderzoekslocatie. De onderzoeksrondes zijn protocollair uitgevoerd. Door het niet waarnemen van gebouwgebonden gedrag van de aanwezige vleermuizen is aangetoond dat de onderzoekslocatie geen beschermde functie aanbiedt. Vervolgstappen zoals een vergunningsaanvraag zijn niet noodzakelijk.
5.2 Foerageergebied Nabij de onderzoekslocatie zijn afwisselend twee tot maximaal vier gewone dwergvleermuizen foeragerend waargenomen. De gewone dwergvleermuizen voedden zich vermoedelijk aan insecten die leven in en rondom het groen nabij de onderzoekslocatie. Tijdens de ingreep wordt enkel de verbouwing verwijderd. In de omgeving is tevens voldoende groen om het verlies van enkele groene delen naast de onderzoekslocatie te compenseren. Wel blijft het van belang rekening te houden met verlichting (zie hoofdstuk 7).
5.3 Vliegroutes Er zijn geen waarnemingen gedaan van bewegingen die een essentiële vliegroute impliceren. Zowel binnen als buiten de onderzoekslocatie zijn geen essentiële vliegroutes waargenomen. Het voorkomen van een essentiële vliegroute in de omgeving van de onderzoekslocatie is daarmee uitgesloten.
10894.005 versie D1
8 / 10
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING
Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Omgevingswet ondergebracht in paragraaf 11.2.3 (Bal). De schadelijke handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Uit het verrichte veldonderzoek naar vleermuizen bleek dat er geen beschermde functies op de planlocatie aanwezig zijn. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom niet leiden tot het optreden van schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningsplichtig geval ten aanzien van vleermuizen. Er zijn alleen enkele geen maatregelen noodzakelijk gedurende de werkzaamheden om verstoring ten aanzien van overvliegende en foeragerende vleermuizen te voorkomen (zie hoofdstuk 7).
10894.005 versie D1
9 / 10
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Econsultancy heeft van De Goede Woning opdracht gekregen voor het uitvoeren van een actualisatie nader onderzoek ecologie aan Deelgebied 1 in wijk Meerzicht te Zoetermeer. Het actualisatie nader onderzoek ecologie is uitgevoerd in het kader van sloop van de onderzoekslocatie en naar aanleiding van de resultaten van de actualisatie quickscan natuurwaarden die Econsultancy in september 2023 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 10894.004, versie D1, d.d. 31 oktober 2023). Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens om de onderzoekslocatie te slopen. Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten Er is op de onderzoekslocatie geen functie voor beschermde soorten aangetroffen. Enkele beschermde vleermuissoorten zoals de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis foerageren in de omgeving. Conclusie Ten aanzien van de Omgevingswet zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk. Onderstaande maatregelen, tevens genoemd in de quickscan, blijven wel gelden. Op de onderzoekslocatie kunnen algemene broedvogelsoorten tot broeden komen. Om overtreding te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vinden. Globaal geldt hiervoor de periode maart tot eind augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval.
Indien er toch in het broedseizoen gewerkt wordt, zal voorafgaand hieraan door een ter zake kundig ecoloog geïnspecteerd moeten worden of er broedgevallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Voor foeragerende en overvliegende vleermuizen wordt geadviseerd om met vleermuisvriendelijke verlichting te werken tijdens de werkzaamheden tussen zonsondergang en zonsopkomst. Met name in het actieve vleermuisseizoen (1 april t/m 30 oktober) dient hier rekening mee te worden gehouden. Voor de te verwachten algemene grondgebonden zoogdieren en algemene amfibieën geldt een vrijstelling van de Wet natuurbescherming, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen in het kader van de zorgplicht. Al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Econsultancy 29 juli 2024
10894.005 versie D1
10 / 10
Geraadpleegde bronnen
BIJ12 (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021. Opgehaald van https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol.
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een vergunningssaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart 1 september. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageergebied Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamkolonie De kraamkolonie bestaat uit alle vruchtbare vrouwtjes binnen een kolonie vleermuizen een kraamkolonie bestaat uit meerdere kraamgroepen. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water.
Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras.
Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Omgevingsvergunning Het onderdeel soortbescherming onder de Omgevingswet heeft als om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Omgevingswet een aantal schadelijke handelingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een omgevingsvergunning benodigd zijn. Een omgevingsvergunning is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren.
Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Omgevingswet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Omgevingswet significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening.
Het bepaalt of een uitvoerige toetsing moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Omgevingswet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.