Memo - Totaal technische vragen Jaarstukken 2021
Tekst van het document
(0)
(1)
(2)
Nr.
Fractie
Fnr.
PvdA
45
1.
(3) Document A
(4) Pagina nr. 6 / 22
(5)
(6)
Vraag
Portefeuillehouder
Is inmiddels bekend wat het bedrag is van de overschrijding van het investeringskrediet?
Iedema
Antwoord: Eventuele overschrijdingen op investeringen melden we in onze P&C cyclus. Indien gedurende het jaar overschrijdingen ontstaan, worden deze in de tussenberichten gemeld. De grootste overschrijdingen zijn opgenomen in de jaarstukken (Raadsvoorstel Jaarrekening 2021, bladzijde 190). 2.
GroenLi nks
20
A
21
Eerste alinea: “De vastlegging bevatte deels ook interne informatie die voor onze controle niet relevant is, maar waardoor voor ons de onderbouwing of conclusie niet altijd duidelijk was. Daarnaast was in een aantal gevallen heel veel onderbouwende documentatie aangeleverd, waarbij het niet duidelijk was welke documenten relevant waren voor onze controle en anderzijds ontbraken juist relevante documenten.” Waarom wordt er interne informatie gepresenteerd die niet relevant is? Om wat voor informatie gaat dat? Is dat inmiddels aangepast? Zo nee, hoe wordt voorkomen dat dit in de toekomst weer voorkomt?fietsrou
Iedema
Antwoord: De interne en externe informatie is, uit efficiencyoverweging, geïntegreerd in één controle overzicht. De interne informatie heeft betrekking op formele bevindingen die niet van invloed zijn op het rechtmatigheidsoordeel van de externe accountant, maar wel relevant zijn voor interne advisering over het proces richting management. Het controleoverzicht is hier inmiddels op aangepast. 3.
PvdA
46
A
25
In het accountantsverslag staat dat bij de niet in balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen de totale contractwaarde is opgenomen in plaats van de restantverplichting per 31 december
1
Iedema
2021. Is dat inmiddels in alle gevallen geactualiseerd en zo ja, om welk bedrag gaat het nu? Antwoord: Dit wordt niet geactualiseerd. In overleg met de accountant wordt dit in 2022 verder uitgezocht, zodat het in de jaarstukken 2022 juist wordt vermeld. 4.
PvdA
47
A
25
Neemt de gemeenteraad het advies van de accountant over om ieder jaar een controleprotocol vast te laten stellen, hetgeen behoort bij de kadernota rechtmatigheid 2022?
Iedema
Antwoord: Ja. 5.
GroenLi nks
13
B
5
Wat is de reden dat ondanks corona meer kandidaten duurzaam uit de bijstand stromen? Wordt er actie ondernomen om deze trend door te zetten?
Van Driel
Antwoord: Dit komt enerzijds door de positieve ontwikkeling op de arbeidsmarkt in 2021 en anderzijds, omdat de Binnenbaan steeds beter zicht heeft op de wensen, kansen en mogelijkheden van de inwoners. Gemeente Zoetermeer heeft goede contacten met werkgevers in de regio en een goede samenwerking met de Binnenbaan. In deze krappe arbeidsmarkt kijken we steeds naar mogelijkheden met werkgevers en de Binnenbaan om mensen uit te laten stromen. Door gerichte inspanning in de bemiddeling van inwoners, kunnen we de trend van duurzame uitstroom voortzetten. 6.
GroenLi nks
14
B
14
Waarom zijn er geen nieuwe indicaties afgegeven nu de dagbesteding onder InZet valt? Antwoord: In de oude situatie deed een inwoner die behoefte had aan begeleiding en/of dagbesteding een melding bij de Wmo van de gemeente. Na een gesprek volgde een indicatie (beschikking) en een doorverwijzing naar een zorgaanbieder, waar deze het verhaal nog een keer moest vertellen. In de nieuwe situatie meldt een
2
Ter Laak
inwoner met een behoefte aan begeleiding zich rechtstreeks bij inZet en krijgt daar een gesprek en een ondersteuningsaanbod. Een melding bij de gemeente en een indicatie zijn daarvoor niet meer noodzakelijk. 7.
GroenLi nks
15
B
17
Geïnstalleerd vermogen in zonne- en windenergie: “De cijfers over 2021 zijn nog niet gepubliceerd.” Wanneer zijn deze cijfers wel beschikbaar?
Paalvast
Antwoord: Deze cijfers zijn inmiddels beschikbaar. Voor Zoetermeer komt het totaal geïnstalleerd vermogen in zonne- en windenergie over 2021 uit op 44,0 Megawatt (Mwe). 8.
GroenLi nks
16
B
19
Thuiswerken and thuis drinken etc als gevolg van covid19 hebben allemaal invloed op de hoeveelheid afval per inwoner, betekent dit dat de hoeveelheid afval van kantoren en horecagelegenheden apart gemeten wordt? Zo ja, waar kan ik die cijfers vinden?
Groeneveld
Antwoord: De hoeveelheid afval van horeca en kantoren wordt niet gemeten. 9.
GroenLi nks
17
B
19/20
Hoeveelheid gescheiden afval naar verschillende stromen: In de toelichting worden een aan tal aannames en veronderstellingen gedaan zoals ‘Mogelijke verklaring is dat…’ en ‘Ook kan een … bijdragen aan…’ Wordt hier nog nader onderzoek naar gedaan? Zo ja, wanneer mag de raad dat verwachten? Zo nee, waarom niet?
Groeneveld
Antwoord: Nee, hier wordt geen nader onderzoek naar gedaan. Deze gevolgen van Covid-19 zijn een landelijk beeld. 10.
D66
10
B
462
Er is sprake van een positief saldo m.b.t. de meerkosten en de ontvangen vergoeding/dekking. Is er een risico dat het Rijk middelen terugvordert op grond van dit positieve saldo? Antwoord:
3
Iedema
Nee, de middelen zullen niet worden teruggevorderd. De middelen zijn beschikbaar gesteld in het Gemeentefonds en zijn vrij besteedbaar door de gemeente. 11.
D66
12
J
11
Bij de solvabiliteitsratio wordt er vergelijking gemaakt met “overige gemeente”. Deze overige gemeente scoren slechter dan het Nederlands gemiddelde (waarstaatjegemeente.nl). Graag aangeven welke gemeenten vallen onder “overige gemeenten”.
Iedema
Antwoord: Het gaat om gemeenten met een grootteklasse tussen 100.000 en 150.000 inwoners, namelijk: Deventer, Venlo, Delft, Emmen, Alkmaar, Westland, Alphen aan den Rijn, Ede, Dordrecht, Maastricht, Leiden, Leeuwarden en Zwolle. 12.
D66
13
J
11
Bij de netto schuldquote wordt er vergelijking gemaakt met “overige gemeenten”. Deze overige gemeente scoren slechter dan het Nederlands gemiddelde (waarstaatjegemeente.nl). Graag aangeven welke gemeenten vallen onder “overige gemeenten”.
Iedema
Antwoord: Het gaat om gemeenten met een grootteklasse tussen 100.000 en 150.000 inwoners, namelijk: Deventer, Venlo, Delft, Emmen, Alkmaar, Westland, Alphen aan den Rijn, Ede, Dordrecht, Maastricht, Leiden, Leeuwarden en Zwolle. 13.
D66
14
J
12
Bij de kengetallen grondexploitatie wordt er vergelijking gemaakt met “overige gemeenten”. Deze overige gemeenten scoren slechter dan het Nederlands gemiddelde (waarstaatjegemeente.nl). Graag aangeven welke gemeenten vallen onder “overige gemeente”.
Iedema
Antwoord: Het gaat om gemeenten met een grootteklasse tussen 100.000 en 150.000 inwoners, namelijk: Deventer, Venlo, Delft, Emmen, Alkmaar, Westland, Alphen aan den Rijn, Ede, Dordrecht, Maastricht, Leiden, Leeuwarden en Zwolle. 14.
D66
15
J
12
Bij de structureel exploitatieruimte wordt er vergelijking gemaakt met “overige gemeenten”. Deze overige gemeenten scoren slechter dan
4
Iedema
het Nederlands gemiddelde (waarstaatjegemeente.nl). Graag aangeven welke gemeente vallen onder “overige gemeenten”. Antwoord: Het gaat om gemeenten met een grootteklasse tussen 100.000 en 150.000 inwoners, namelijk: Deventer, Venlo, Delft, Emmen, Alkmaar, Westland, Alphen aan den Rijn, Ede, Dordrecht, Maastricht, Leiden, Leeuwarden en Zwolle. 15.
GroenLi nks
1
J
14
Wat is de verklaring dat het aantal bedrijven toeneemt, maar het aantal arbeidsplaatsen afneemt?
Iedema
Antwoord: Een verklaring dient gezocht te worden in verschillende ontwikkelingen: de verandering van bedrijfsprocessen als gevolg van technische ontwikkelingen, waardoor met minder mensen hetzelfde of meer werk verricht wordt; een toename aan inschrijvingen van ‘lege BV’s’ in de KvK, waardoor ondernemers feitelijk alleen een brievenbus onderneming zijn met een postadres, maar geen bedrijf zijn met personeel; het aandeel arbeidsintensieve MKB-bedrijven afneemt (mede als gevolg van krimp en stoppen) en; het aantal eenmanszaken (zelfstandigen/zzp’ers) stijgt. 16.
ZV
1
J
14
Waarom worden de ICT-banen uitdrukkelijk genoemd? Wordt het van de andere sectoren ook bijgehouden en kunnen we hier ook een overzicht van krijgen? Antwoord: ICT is een belangrijke sector binnen de economische structuur van Zoetermeer, omdat deze kansen biedt voor andere sectoren en bijdraagt aan economische groei binnen Zoetermeer en de regio. Naast ICT worden de sectoren handel & logistiek, health en bouw & installatie als kansrijke sectoren beschouwd, omdat daar ontwikkelingen spelen waarbij enerzijds ICT een bijdrage kan leveren om op in te spelen en anderzijds waar vanuit een vraag naar werkgelegenheid komt. De ontwikkeling voor deze sectoren wordt
5
Iedema
bijgehouden en staat beschreven in de jaarrekening (Raadsvoorstel Jaarrekening 2021, pagina 37). Ja, ook van andere sectoren wordt dit bijgehouden. Zie tabel 4.7 uit het rapport Economie Zoetermeer 2020, pagina 28. 17.
GroenLi nks
2
J
14/15
Wat is de verklaring dat de bevolking toeneemt, maar de beroepsbevolking afneemt in Zoetermeer? Antwoord: De verklaring ligt vooral in vergrijzing en voor een deel in een toename van de jongste leeftijdsgroepen in de Zoetermeerse bevolking. Wanneer wordt gekeken naar de leeftijdsgroep die dient als basis voor de berekening van de beroepsbevolking en de werkzame beroepsbevolking (15 – 75 jaar), is te zien dat die groep, tegen de totale bevolkingsontwikkeling in, in omvang is afgenomen in het afgelopen jaar.
6
Iedema
18.
Zó!
1
J
15
Per wanneer is het werkloosheidspercentage van 2021 beschikbaar? Indien al beschikbaar zouden we dat graag ontvangen.
Van Driel
Antwoord: De verwachting is dat dit eind mei 2022 beschikbaar zal zijn. 19.
ZV
2
J
15
Het werkloosheidspercentage is 4,2%. Hoe komt het dat deze mensen geen werk hebben. Zijn er niet genoeg banen in Zoetermeer, sluit de opleiding niet aan? Worden deze mensen nog aan werk geholpen?
Van Driel
Antwoord: Dit komt door de zogenaamde ‘mismatch op de arbeidsmarkt’. Oftewel: de huidige vacatures sluiten niet aan op de opgedane werkervaring en de opleiding van werkzoekenden. Aan de andere kant sluiten de mogelijkheden, verwachtingen en talenten van de werkzoekenden niet altijd goed aan op de vacatures. De mismatch kan verkleind worden door onder andere meer te gaan matchen op vaardigheden en competenties en door meer in te zetten op een andere manier van scholing (meer inzetten op praktijkleren en omen bijscholen). Daarnaast zetten we (via onder andere De Binnenbaan) in op ondersteuning bij het vinden van werk, relevante training en scholing en het aanleren van werknemersvaardigheden. Voor deze opgave werken we ook samen met werkgevers, onderwijs, UWV, sociale partners en andere medeoverheden. 20.
PvdA
2
J
16
De beperkingen, zoals een avondklok en afstand houden, zorgden voor meer eenzaamheid en somberheid. Voor jong en oud. Daar zijn projecten voor opgestart in coronatijd. Hadden we daar dan nog meer aandacht en tijd aan moeten besteden, achteraf gezien? En zo ja? Kan dat dan niet alsnog? Antwoord: De beperkende COVID-19 maatregelen hebben op alle inwoners impact gehad. Gezien de recente berichtgeving in de landelijke media zijn de sociale en psychische gevolgen voor jongeren groot geweest. En ook andere doelgroepen ondervonden dergelijke gevolgen. Onze samenwerkingspartners hebben binnen hun
7
Ter Laak
afspraken met ons ingespeeld op signalen en behoeften. Daarnaast waren er vanuit het Rijk eenmalig extra financiële middelen om de negatieve maatschappelijke effecten van de COVID-19 maatregelen te verzachten. Daar hebben we samen met onze partners projecten op ingezet op basis van wat er nodig en mogelijk was. Vanuit onderwijs en jeugd is er bijvoorbeeld veel geïnvesteerd in groepsaanbod ter versterking van het mentaal welbevinden van jeugdigen en is het aantal beschikbare uren schoolmaatschappelijk werk overal vergroot om signalen op te pakken. Het is daarom moeilijk te zeggen of wij daar nog méér tijd en aandacht aan hadden moeten besteden. Het effect van de extra maatregelen die we hebben ingezet, naast de impact van de opheffing van de meeste COVID-19 maatregelen, zal in 2022-2023 zichtbaar worden. Dat we hier samen goed alert op moeten blijven nemen wij mee in onze samenwerkingsafspraken met maatschappelijke partners. Vanuit de Zoetermeerse Community tegen eenzaamheid blijft er ook de komende tijd aandacht voor eenzaamheid onder jong en oud (zie: HOME | Kom Erbij Festival Zoetermeer (komerbijzoetermeer.nl) en Home (zoetermeertegeneenzaamheid.nl). Vanuit het Nationaal Programma Onderwijs zijn de workshops ‘Kom erbij’ in het voortgezet onderwijs uitgebreid voor 2022-2023 vanwege de positieve ervaringen. Het betreft 27 extra workshops van circa 50 jongeren/2 klassen.
Veel jongeren zijn tijdens COVID-19 gestopt met sporten in verenigingsverband. Buurtwerk is actief in de toeleiding naar regulier vrijetijd aanbod in Zoetermeer, waardoor jongeren weer gestimuleerd worden om weer actief te worden. 21.
GroenLi nks
11
J
161/162
Wat is Sisa and VIC?
Iedema
Antwoord: SISA: Single Information Single Audit. Betreft specifieke uitkeringen van het Rijk (of de provincie) waarvan de bestedingen verantwoord worden via de (landelijke) SISAsystematiek als bijlage bij de jaarrekening. VIC: Verbijzonderde Interne Controle. Het interne VIC team is gepositioneerd bij Concerncontrol.
8
22.
PDvZ
11
J
20
Programma 1 Onderwijs, economie en arbeidsparticipatie: € 1,7 mln. voordeel Er zijn in arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal minder kosten zijn gemaakt als gevolg van de coronamaatregelen. Een deel van de activiteiten is aangepast of uitgesteld. Zo was er minder ondersteuning nodig voor de matching van werkgevers en werkzoekenden. De economie herstelde zich sneller dan verwacht, waardoor er een krapte aan personeel op de arbeidsmarkt ontstond. Dit leidt per saldo tot een voordeel van € 1,9 mln. Deze middelen zijn geoormerkt en blijven voor het doel beschikbaar in 2022. Wat is het precieze doel van de besteding van dit bedrag? De situatie in 2022 is namelijk vergelijkbaar met 2021?
Van Driel
Antwoord: De besteding van het regionale budget wordt jaarlijks bepaald door de regiogemeenten en UWV en vastgelegd in een uitvoeringsplan. De doelen en de bijbehorende middelen voor 2022 zijn opgenomen in het Uitvoeringsplan ZHC 2022. Dit plan en de samenvatting hiervan is met de gemeenteraad gedeeld via het Memo Uitvoeringsplan ZHC 2022. 23.
PvdA
3
J
20
Er is bij programma 2 (Samen leven en ondersteunen) een voordeel van 1,8 miljoen euro. Bij het overschot op programma 1 gaat het om geoormerkt geld. Hoe zit dat bij programma 2? Waar gaat dit overschot van 1,8 miljoen heen?
Iedema
Antwoord: Het overschot op programma 1 wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door nog niet uitgegeven middelen voor de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal. Deze middelen worden in 2022 uitgegeven door de arbeidsmarktregio en daarom benoemt als geoormerkte middelen. De middelen die op programma 2 overblijven komen ten gunste van het rekeningresultaat en vallen vrij in de algemene reserve vrij inzetbaar, waar het rekeningresultaat naar toe gaat. 24.
PvdA
4
J
21
De bemensing voor het afhandelen van WABO-vergunningen kreeg de gemeente niet goed rond. Het aantal aanvragen lag in 2021 echter hoger dan verwacht. Heeft dit voor langere doorlooptijden en/of het niet halen van beslistermijnen gezorgd?
9
Paalvast
Antwoord: In 2021 zijn 1.032 aanvragen om een omgevingsvergunning ontvangen. Van dit aantal zijn 286 aanvragen opgeschort (mogelijkheid vanuit de Algemene wet bestuursrecht, in afstemming met de aanvragers) en 186 aanvragen verlengd (wettelijke mogelijkheid binnen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Dat betekent dat in totaal 472 aanvragen (circa 46 procent van het totaal aantal aanvragen) een langere beslistermijn hebben doorlopen dan de wettelijke termijn van 8 weken. 25.
ZV
3
J
21
Programma 2 – de kosten van specialistische jeugdhulp zijn hoger dan verwacht. Daartegenover staat een positief saldo voor preventie jeugd en maatwerk jeugd. Was er minder behoefte aan preventie jeugd en maatwerk jeugd of is er minder ingezet en geleverd?
Groeneveld
Antwoord: COVID-19 had in 2021 impact op de mate waarin jeugdigen preventief konden worden geholpen. Door de maatregelen was veel van het preventief aanbod alleen digitaal beschikbaar en was het ook moeilijker jeugdigen te bereiken, omdat zij niet op de onderwijslocaties aanwezig waren. Onderwijs is een belangrijke vindplek. Ook waren ondersteuningsvragen zwaarder ten gevolge van de pandemie. 26.
PvdA
5
J
22
Het als voordeel verantwoorde bedrag is nog in onderzoek. Zowel in omvang van bedrag als in relatie tot de analyse van het resultaat grondexploitatie op programma 7. Vpb moet elk kwartaal worden ingediend. Ten tijde van schrijven waren toch minstens 3 kwartalen over 2021 ingediend? Enig doorkijkje, met een slag om de arm, was dan toch al wel te geven? Antwoord: De aangifte Vennootschapsbelasting (Vpb) vindt jaarlijks plaats, over het behaalde jaarresultaat (en niet per kwartaal: dat is de BTWaangifte). Voor het cluster actieve grondexploitatie zal binnenkort met de Belastingdienst een vaststellingsovereenkomst worden gesloten met afspraken over de waarde van de grond en de
10
Iedema
kostentoerekening vanaf 2016. Hierin worden ook de resultaten van de eerder ingediende aangiften betrokken. 27.
Zó!
2
J
26
Waarom staat de indicator: ‘tevredenheid partners over de samenwerking onderwijs en arbeidsmarkt’ niet in tabelvorm weergegeven in programma 1? Wat zijn de resultaten m.b.t. deze indicator?
Iedema
Antwoord: Bij de uitwerking van de motie Een leven lang leren (2006-11) is de samenwerking onderwijs en arbeidsmarkt als onderdeel van ‘Stimuleren van een leven lang leren’ meegenomen. Voorgesteld is om dit te koppelen aan Zoetermeer 2040. Deze indicator is daarmee vervallen. 28.
PDvZ
12
J
27
In het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) heeft het college een verkenning gedaan naar de ondersteuningsbehoefte op de voorscholen, het primair- en voorgezet onderwijs om de ontwikkelingsachterstanden door COVID-19 in te lopen. Op basis daarvan is een uitvoeringplan NPO met tien maatregelen op gebied van zorg in de (voor)school, talentontwikkeling en samenwerking vastgesteld. De activiteiten dragen bij aan het verkleinen van achterstanden op cognitief, executief, sociaal en emotioneel vlak. • Met de onderwijspartners uit het primair onderwijs en de kinderopvang is een kadernotitie onderwijshuisvesting opgesteld, zodat als vervolgstap diverse scenario’s, rekening houdend met o.a. Zoetermeer 2040, uitgewerkt kunnen worden voor het Integraal Huisvestingsplan (IHP) primair onderwijs. Ook de basis voor een IHP voor het voortgezet onderwijs is verkend door het vormgeven van een richtinggevend kader. Dit alles met als doel de onderwijsaccommodaties te verduurzamen en toekomstbestendig te maken. • Het belangrijkste resultaat op het gebied van het versterken van de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt is de vaststelling van een samenwerkingsovereenkomst tussen mboRijnland, CIV Smart Technology, CIV Welzijn en zorg, De Haagse Hogeschool en de gemeente om gezamenlijk in te zetten op een leven lang ontwikkelen, doorlopende leerlijnen en hybride onderwijs in de stad.
In deze samenwerkingsovereenkomst zijn
11
Iedema
afspraken gemaakt over (het onderzoek naar en het opzetten van) hybride leer- en onderzoeksomgevingen in alle vier economische kernsectoren. • Voor de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) is met ondersteuning van Stichting Lezen en Schrijven de regionale aanbesteding opgesteld. Deze is direct bij de start van 2022 gepubliceerd Wat is de concrete opbrengst? Zijn vooraf concrete targets gesteld en , zo ja, hoe worden die gemeten? Deze vraag geldt feitelijk voor alle samenwerkingsverbanden en initiatieven die zoijn ontplooid. Graag cijfermatige onderbouwing? Antwoord: Het college voert haar taken uit binnen de kaders die de raad aangeeft en vaststelt. Voor de uitvoering van de taken worden afspraken gemaakt met partijen in de stad. Voor de vier onderwerpen waar in de vraag naar verwezen wordt, geldt het volgende: Het NPO-plan Zoetermeer 2022-2023 en het bijbehorend subsidiekader NPO is in januari 2022 door het college vastgesteld. Er worden jaarlijks, met de organisaties die een subsidie aanvragen, prestatieafspraken gemaakt. Deze organisaties moeten de effecten van hun activiteiten bij de subsidieverantwoording inzichtelijk maken. Welke afspraken dit zijn, en hoe deze gemeten worden, is afhankelijk van de gesubsidieerde activiteit.
Voor de activiteiten in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) moeten de organisaties aantonen hoe de achterstanden door COVID-19 zijn verminderd. De opbrengsten worden meegenomen in de jaarrekening 2022 en 2023. De kadernotitie primair- en speciaal onderwijs geeft de kaders voor het ontwikkelen en actualiseren van het Integraal Huisvestingsplan (IHP). In 2021 is in nauwe samenwerking met de schoolbesturen en met de besturen van de kinderopvang dit IHP in concept uitgewerkt naar concrete vervangende nieuwbouwprojecten voor 7 scholen. Daarbij is voor verschillende scholen onder andere gekozen
12
voor gezamenlijke huisvesting in één gebouw. Inmiddels is samen met de schoolbesturen ook een kadernotitie voor het voortgezet onderwijs opgesteld. Het voornemen van het college is om beide kadernotities voor het komende zomerreces ter besluitvorming aan de gemeenteraad te zenden. De opbrengst van de samenwerking onderwijs-arbeidsmarkt is een samenwerkingsovereenkomst met een uitvoeringsagenda, die op 1 september 2022 in concept gereed moet zijn.
In de samenwerkingsovereenkomst is daarover het volgende opgenomen: Deze Uitvoeringsagenda bevat: a. planning tot en met 2025; b. op te leveren producten; c. door partijen te leveren prestaties; d. bijbehorende mijlpalen; e. benodigde financiële middelen; f. wijze van tussentijdse evaluatie en terugkoppeling van de voortgang. De concrete opbrengt met betrekking tot de aanbesteding voor de WEB-trajecten is nog niet meetbaar, omdat de definitieve gunning op 13 mei 2022 gepland is. Per 1 september 2022 zullen de aanbestedingspartners van start gaan. In het aanbestedingsdocument is een pakket van eisen genoemd met daarin o.a. kwaliteitsborging en minimale deelnemersaantallen. 29.
Zó!
3
J
27
We lezen dat de samenwerkingsovereenkomst tussen mboRijnland, CIV Smart Technology, CIV Welzijn en zorg, De Haagse Hogeschool en de gemeente gaat over afspraken over hybride leer- en onderzoeksomgevingen. Wat moeten we ons daar concreet bij voorstellen (voorbeelden?) en welke kosten zijn daaraan verbonden? Antwoord: Hybride leren en onderzoeken is leren dat niet op school plaatsvindt, maar in de stad of in de wijk. De Haagse Hogeschool is voorloper in het experimenteren met hybride leren.
13
Iedema
In Zoetermeer - zijn op het Dutch Innovation Park mbo-, hbo- en wostudenten, docenten en bedrijven samen in onderwijs- en onderzoeksprojecten op het gebied van cyber security, software development, data science en andere ICT-thema’s aan het werk. De ambtelijke capaciteit wordt bekostigd vanuit het gebiedsprogramma. De Haagse Hogeschool en bedrijven financieren de inzet van docenten, onderzoekers en de inrichting van de omgeving. - is in Palenstein een hybride leeromgeving op het gebied van installatietechniek in het kader van de energietransitie. De gemeente verhuurt deze locatie om niet. CIV Smart Technology financiert deze hybride leeromgeving. - loopt het project Bus 63 in Buytenwegh, waar studenten van mboRijnland aan het leefbaar maken van wijk werken. Dit doen ze samen met wijkbewoners en netwerkpartners uit de buurt. Het zijn niet alleen de stagiaires die leren, maar ook de wijkbewoners. Bij Bus 63 wordt structureel hybride leren toegepast: partners uit het werkveld verzorgen op locatie namelijk workshops voor de studenten. De workshops ‘Omgaan met GGZ’ en ‘Herkennen van laaggeletterdheid’ zijn hier voorbeelden van. CIV Welzijn en zorg financiert deze hybride leeromgeving. Aan CIV is een gemeentelijke subsidie verstrekt. 30.
PDvZ
3
J
28 445 446
Het werkbedrijf De Binnenbaan BV is succesvol gestart. Voor 2021 zijn budgetten ter beschikking gesteld van in totaal € 19.000k De gemeente Zoetermeer is verantwoordelijk voor een eventueel exploitatietekort. Er zijn nog geen financiële gegevens over 2020 en 2021. Er kan o.i. slechts sprake zijn van succesvol als daarin ook de financiële component is begrepen. Komt er nog een verantwoording van de besteding van het bovengenoemde budget en zo ja, wanneer. Antwoord:
14
Van Driel
Werkbedrijf De Binnenbaan is gestart op 1 januari 2021. De Binnenbaan legt verantwoording af over de besteding van de ontvangen middelen in de jaarrekening 2021. Deze zal in september en oktober besproken worden in de commissie en de raad in het kader van de afgesproken zienswijzeprocedure. 31.
PvdA
6
J
28
De Lokaal Educatieve Agenda (LEA) Zoetermeer 2021-2030 is in september vastgesteld. Is er al zicht op een ‘LEA-avond’, waarbij de raad in gesprek kan gaan met de mensen uit het onderwijsveld?
Iedema
Antwoord: De eerder geplande bijeenkomst in 2021 is door agendadrukte van de raad en de schoolbesturen afgezegd. We zijn in gesprek met de griffie over een passende datum die zowel in de raadsagenda past als in die van de schoolbesturen. 32.
PvdA
7
J
29
Naast het reguliere aanbod is, om de invloed van de COVID-19crisis te beperken, extra in te zetten op online huiswerkbegeleiding tijdens de schoolsluiting en een verlengde schooldag te starten op een basisschool met veel achterstanden. Hoeveel scholen hadden veel achterstanden? Zijn deze achterstanden al weggewerkt? Hoeveel scholen hebben nu nog steeds veel achterstanden?
Iedema
Antwoord: Op alle scholen was er sprake van achterstanden. De scholen hebben deze achterstanden zelf in kaart gebracht. Op basis van de geconstateerde achterstanden, hebben zij extra ondersteuning geboden, vaak met middelen die zij direct van het Rijk hebben ontvangen. Deze middelen mogen tot en met 2025 ingezet worden. De scholen leggen geen verantwoording af aan de gemeente over de behaalde resultaten van hun aanpak, tenzij zij subsidie van de gemeente hebben ontvangen. De verantwoordingen over de verstrekte gemeentelijke subsidies in 2021 zijn nog niet beoordeeld. De behaalde resultaten van de gesubsidieerde activiteiten zijn daarom nog niet bekend. 33.
Zó!
4
J
30
We lezen ‘Het innovatieve traject met het Thrive instituut heeft handvaten aangereikt om deze NT1-groep te vinden en te bereiken.
15
Iedema
Het onderzoek heeft ook aangetoond dat door middel van een integrale aanpak er intern bij de gemeente stappen gezet kunnen worden om alle inwoners van Zoetermeer zo goed mogelijk te informeren, ongeacht het taalniveau.’ Welke stappen kunnen er bij de gemeente gezet worden? Is daar al mee begonnen? Hoe verloopt dat? Antwoord: Bij de gemeente worden geregeld workshops aangeboden om laaggeletterdheid te herkennen en de persoon vervolgens door te verwijzen naar een taalaanbieder. Daarnaast zijn we bezig om het thema laaggeletterdheid een concrete plek te geven in de werkinstructies. Denk hierbij aan intakegesprekken bij afdeling Schuldhulpverlening, Zorg & Inkomen (Participatiewet) en de Binnenbaan. Door aandacht voor laaggeletterdheid te borgen in de werkprocessen verwachten we meer mensen te bereiken (vooral ook de NT1-doelgroep). Door aan hen gerichte vragen te stellen die een gebrek aan het beheersen van de basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen, digitaal) kunnen blootleggen. Daarnaast is het onderzoek van Thrive meegenomen in het afsluiten van de Direct Duidelijk Deal. 34.
GroenLi nks
3
J
31
Wat is de reden om voor het kindvolgsysteem te kiezen ipv de Citotoets en wat zijn de voordelen van deze manier van resultaat meten? Antwoord: In de kleuterklassen mogen de Cito-toetsen niet meer gebruikt worden. Dit heeft het ministerie van OCW besloten. Het onderwijs moet de ontwikkeling van de kinderen in een kindvolgsysteem bijhouden. De reden hiervoor is dat het ministerie van mening is dat Cito-toetsen niet betrouwbaar genoeg zijn om de ontwikkeling van jonge kinderen goed te meten. Ook de voorschoolse voorzieningen zijn verplicht om een kindvolgsysteem te hebben, maar zij mogen daarnaast nog wel Cito-toetsen afnemen. Het is echter wenselijk om de resultaten van de peuters en de kleuters op eenzelfde manier te meten. Zo ontstaat er een doorgaande leerlijn per kind.
16
Iedema
35.
GroenLi nks
4
J
33
Nog nooit was het aantal uitvallers in het onderwijs zo laag geweest. Heeft de gemeente een idee hoe dit komt en wat doet ze om deze trend vast te houden?
Iedema
Antwoord: Het lagere percentage uitvallers is een landelijke tendens. De economie en arbeidsmarkt is van grote invloed op dit percentage. Vanwege COVID-19 en lockdowns was de werkgelegenheid beperkter, waardoor jongeren vaker kozen voor doorleren. Op dit moment is er juist grote vraag naar werknemers bijvoorbeeld in de detailhandel, horeca en zorg. Het is daarom de vraag of het percentage niet weer gaat stijgen. Het stimuleren van werken en leren (BBL-opleiding) biedt de meeste kans om jongeren alsnog hun startkwalificatie te laten behalen. Hier zetten we stevig op in samen met het mbo (matchingstafel) en Werkgeverservicepunt en de Leerwerkmakelaar. 36.
PDvZ
13
J
33
Toelichting Doel gehaald: Ja Toelichting: Hoewel de verwachting was dat door COVID-19 meer jongeren zouden uitvallen, bleek deze vrees ongegrond. Als jongeren voortijdig uitvielen, kozen ze vaker voor een nieuwe opleiding dan aan het werk te gaan. Nog nooit is dit percentage zo laag geweest. Is bekend hoe dit komt? Antwoord: Het lagere percentage uitvallers is een landelijke tendens. De economie en arbeidsmarkt is van grote invloed op dit percentage. Vanwege COVID-19 en lockdowns was de werkgelegenheid beperkter, waardoor jongeren vaker kozen voor doorleren. Op dit moment is er juist grote vraag naar werknemers bijvoorbeeld in de detailhandel, horeca en zorg. Het is daarom de vraag of het percentage niet weer gaat stijgen. Het stimuleren van werken en leren (BBL-opleiding) biedt de meeste kans om jongeren alsnog hun startkwalificatie te laten behalen. Hier zetten we stevig op in samen met het mbo (matchingstafel) en Werkgeverservicepunt en de Leerwerkmakelaar.
17
Iedema
37.
PvdA
8
J
33
Hoewel de verwachting was dat door COVID-19 meer jongeren zouden uitvallen, bleek deze vrees ongegrond. Als jongeren voortijdig uitvielen, kozen ze vaker voor een nieuwe opleiding dan aan het werk te gaan. Weten we ook waarom dat zo is?
Iedema
Antwoord: Het lagere percentage uitvallers is een landelijke tendens. De economie en arbeidsmarkt is van grote invloed op dit percentage. Vanwege COVID-19 en lockdowns was de werkgelegenheid beperkter, waardoor jongeren vaker kozen voor doorleren. Op dit moment is er juist grote vraag naar werknemers bijvoorbeeld in de detailhandel, horeca en zorg. Het is daarom de vraag of het percentage niet weer gaat stijgen. Het stimuleren van werken en leren (BBL-opleiding) biedt de meeste kans om jongeren alsnog hun startkwalificatie te laten behalen. Hier zetten we stevig op in samen met het mbo (matchingstafel) en Werkgeverservicepunt en de Leerwerkmakelaar. 38.
PvdA
9
J
34
Vorig jaar was in Zoetermeer het aantal faillissementen 20. Verwachten we in 2022 nog een ‘golf’ als gevolg van corona?
Iedema
Antwoord: Het aantal faillissementen in het eerste kwartaal van 2022, ligt in Zoetermeer met 0,32 per 10.000 inwoner net iets lager dan in de agglomeratie ’s-Gravenhage (0,36 per 10.000 inwoner). Bron: KvK Regiodata.
39.
PvdA
10
J
34
De KvK trendrapportage over april 2022 meldt een verwachte daling van 10% van het aantal faillissementen ten opzichte van april 2021 in het landsdeel Zuid-Holland/ Zeeland. Relevante informatie voor ondernemers over de verschillende steunmaatregelingen is geplaatst op de ondernemerswebsite van Ter Zake het Ondernemershuis, op scalebooster.nl (voor start- en scale-ups) en de gemeentelijke website. Ook andere voor ondernemers relevante informatie is daarop te vinden, zoals: Webinars en bijeenkomsten. Hoort bij bovengenoemd aanbod ook niet-gemeentelijke hulp, zoals bijv. ‘best practices’ (ondernemers die het zwaar hebben leren van ondernemers die het goed doen)?
18
Iedema
Antwoord: Ja, de gemeente wijst ondernemers graag op hulp bij heroriëntatie, ook door andere organisaties. Op de websites en social media van Ter Zake het Ondernemershuis en Scalebooster worden best practices en successen (ook) door niet-gemeentelijke hulp onder de aandacht gebracht bij ondernemers die het zwaar hebben. 40.
PDvZ
14
J
35
De themawebsite scalebooster.nl is actueel gehouden en uitgebouwd met een kennisbank en een agenda met actuele relevante events en Webinars. • Er zijn 28 bedrijven uit de doelgroep start- en scale-ups in de IT-sector proactief benaderd over ondersteuning van hun groeiambitie. 18 ondernemers willen aangehaakt blijven op het scale-booster programma. Waarom haken bedrijven af? Is er onderzoek gedaan?
Iedema
Antwoord: Bedrijven haken niet af, maar kunnen met hun onderneming voor uitdagingen staan, waar de gemeente geen directe rol in heeft. Bijvoorbeeld omdat de gemeente niet kan zorgdragen voor de oplossing (kapitaal of internationale expansie) en deze bedrijven al een goed netwerk met relevante partners in de start- & scale-up ecosysteem hebben opgebouwd. Verder wil een aantal bedrijven ook de regie houden over het eigen groeitempo. Er is brede sympathie en waardering voor het gemeentelijk scalebooster-initiatief en diverse bedrijven hebben ook al gebruik gemaakt van de lokale- en regionale connecties. Tijdens de proactieve contactmomenten is gevraagd naar de reden waarom ondernemers niet voor een vervolgcontact willen worden benaderd. 41.
PDvZ
15
J
35
Samenwerking in de regio • A12 corridor De evaluatie van de samenwerking is afgerond. Conclusie is dat de samenwerking in de A12-corridor meerwaarde heeft voor de betrokken partijen. De samenwerking wordt voortgezet, maar met aangescherpte focus en verdeling van rollen en verantwoordelijkheden. Dit vergt afstemming en vastlegging van nieuwe afspraken. Is dit vervolg al concreet ingepland?
19
Iedema
Is er een overzicht van participanten? (ik weet dat TLN eerder niet is betrokken) Toename aantal arbeidsplaatsen (Realisatie 2021) Bron: Gemeentelijke database Type 2020 2021 Begroting 500 372 Realisatie 896 474 Toelichting Doel gehaald: Nee Volgens het regionale werkgelegenheidsregister is het aantal arbeidsplaatsen in 2021 toegenomen. In totaal met 474 arbeidsplaatsen naar 53.142 (0,9%). De doelstelling voor 2021 om het aantal arbeidsplaatsen toe te laten nemen met 500 is daarmee niet behaald. Deze minder sterke groei was te verwachten als gevolg van COVID-19. Er zijn gelden overgeheveld. Zie pagina 20. Lijkt een tegenstelling. Is dit te verklaren? Antwoord: Een vervolg wordt gedurende 2022 voorbereid. De samenwerking is met een jaar verlengd waarin de nog lopende zaken voortgang krijgen en een voorstel wordt opgesteld over het vervolg. Participanten zijn onder te verdelen naar kernpartijen en partners:
Kernpartijen: de gemeente Lansingerland, de gemeente Waddinxveen, de gemeente Zuidplas, de gemeente Zoetermeer, de provincie Zuid-Holland en VNO-NCW West.
Partners (ontwikkelaars, ondernemersverenigingen): Warehouse De Pauw N.V, Waylands Developments, Van Uden Logistic Site Investments B.V., ULP Bleiswijk A B.V., Cooperatief Parkmanagement Prisma, Vereniging Bedrijvenpark Doelwijk, Gemeenschappelijke regeling Bleizo, Montea Nederland, de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
De groei van het aantal arbeidsplaatsen in algemene zin als resultaat van economische groei, wordt in bovenstaande vraag onterecht gekoppeld aan het resultaat van behoud van arbeidsplaatsen met behulp van de inzet van middelen voor COVID19 ondersteuning. De gelden die worden overgeheveld zijn gericht
20
op behoud van arbeidsplaatsen die door COVID-19 mogelijk zouden komen te vervallen en niet op groei van werkgelegenheid. 42.
ZV
4
J
35
Start- & Scale-ups – een tegenslag is dat Grey Valley, incubator in de vergrijzingszorg op het DIP, per december 2021 is gestopt met haar activiteiten als gevolg van de aanhoudende COVID-19-crisis. Nu we Covid-19 redelijk onder controle hebben, gaat Grey Valley nu weer door in 2022? Zo niet, waarom niet?
Iedema
Antwoord: Grey Valley (GV) is in november 2021 failliet verklaard. Een organisatie achter GVinc was Bureau Vijftig. Dat bedrijf bestaat nog wel en heeft zich na het faillissement van GV gevestigd in Haarlem, waar het voor haar komst naar Zoeterneer ook al was gevestigd. Wat tegen heeft gezeten is de relatief hoge investering per eind 2018 voorafgaand aan COVID-19 en het uitblijven van voldoende klanten. De incubator was nog onvoldoende naamsbekend en de lastendruk hoog. Door COVID-19 zag de economie er bovendien ineens een stuk anders uit waardoor er (nog) minder interesse voor de faciliteiten van Grey Valley bestond, dan waar vooraf vanuit was gegaan. Innovatienetwerk Grey Valley stopt in huidige vorm - Fundis 43.
PvdA
11
J
36
Een belangrijk programma is ‘Sterker uit de crisis’, dat zich richt op vier economisch maatschappelijke thema’s. Zoetermeer is aanjager van twee projecten uit dit Programma: ‘Innoveren met data voor het MKB’ en een samenwerking met de gemeenten Capelle aan den IJssel, Den Haag en Schiedam om een subsidieregeling op te zetten (provinciale MKB-Deal). Wat zijn de andere twee economisch maatschappelijke thema’s ? Antwoord: De ‘Sterker uit de crisis’-projecten zijn gericht op vier thema’s: meer mensen aan het werk houden, stimuleren van het gebruik van technologie in de zorg, investeren in lokale productie in de maakindustrie en ondersteunen van mkb’ers bij de stap naar meer online-activiteiten van hun bedrijf. De projecten die Zoetermeer in
21
Iedema
samenwerking met onder andere de Haagse Hogeschool en regiogemeenten heeft opgezet droegen bij aan het vierde thema dat gericht is op het ondersteunen van het mkb in de digitaliseringtransitie. 44.
Zó!
5
J
36
Wat kan het beoordelingsverschil verklaren tussen de rapportcijfers die voortkomen uit de stadspeiling en MKB-Nederland?
Iedema
Antwoord: De Stadspeiling is een inwonersenquête en bevat geen rapportcijfers van bedrijven. Waarschijnlijk wordt gedoeld op de Ondernemerspeiling 2020 (publicatie juni 2021). Deze Ondernemerspeiling is een representatieve steekproef onder het Zoetermeerse bedrijfsleven, waarvoor een gewogen groep zzp’ers en Midden- en kleinbedrijven (MKB) is uitgenodigd om deel te nemen. De MKB-Nederland enquête kon worden ingevuld door elk bedrijf dat daar de moeite voor heeft genomen. Het kan zijn dat in de MKB-Nederland enquête sprake is van een positieve response door een grote(re) groep ondernemers, die tijdens COVID-19 goed met de gemeentelijke ondernemersdienstverlening geholpen is geweest. 45.
46.
PDvZ
PvdA
1
12
J
J
37
37
In overzicht Toename arbeidsplaatsen staat bij Begroting 2021 abusievelijk 372 ipv volgens toelichting 500 Antwoord: In het overzicht Toename arbeidsplaatsen dient 500 te staan conform de aanname van 500 per jaar uit begroting 2020-2023. Het betreft hier een verschrijving. Er is gestart met een inventarisatie naar een verdere optimalisering van het ruimtegebruik op de noordelijke bedrijventerreinen. Bekeken wordt waar ruimtewinst kan worden behaald om in te zetten voor economische functies en waar het verantwoord is om functies te mengen. De resultaten worden meegenomen in de gebiedsvisie Van Tuyllpark e.o., voor een integrale afweging van het ruimtegebruik. Wat staat hier nou eigenlijk? Staat er ‘hoe kunnen er mogelijk meer bedrijven worden gevestigd in het Van Tuyllpark’ of ‘hoe kunnen we mogelijk meer woningen bouwen in het noordelijke bedrijventerrein’? Antwoord:
22
Iedema
Iedema
De inventarisatie op de bedrijventerreinen is een theoretische benadering. Het maakt inzichtelijk hoe op bedrijventerreinen de ruimte optimaler benut kan worden door bedrijven. Ook is er gekeken naar plekken waar functiemenging met wonen mogelijk is vanuit de toegestane milieu-categorieën van bedrijven (waar dat op dit moment zonder of onder voorwaarden kan). Functiemenging gaat dan wel gepaard met wegbestemmen van bedrijvigheid. De gebiedsvisie Van Tuyllpark is gericht op het ruimtegebruik in het park in relatie tot haar omgeving. Tot die omgeving behoren de noordelijke bedrijventerreinen (waarvoor vanuit de strategie werklocaties ook opdracht is gegeven om een visie op te stellen). Vandaar dat voor een integrale kijk op die omgeving ook het gebruik van de bedrijventerreinen wordt meegenomen.
47.
PvdA
13
J
37
Insteek van de inventarisatie was ruimtelijk-economisch. Er is gekeken naar intensief en meervoudig ruimtegebruik, het juiste bedrijf op de juiste plek en duurzaam ruimtegebruik. Volgens het regionale werkgelegenheidsregister is het aantal arbeidsplaatsen in 2021 toegenomen. In totaal met 474 arbeidsplaatsen naar 53.142 (0,9%). De doelstelling voor 2021 om het aantal arbeidsplaatsen toe te laten nemen met 500 is daarmee niet behaald. Pagina 14:
Hier staat een toename van 53.142 - 52.592 = 550 Wat is nou waar?
23
Iedema
Antwoord: Het aantal van 52.668 (uit het dashboard van de gemeente) is correct. Het aantal van 52.592 (uit het WGR van 1-1-2020) is verouderd en is onjuist opgenomen in de inleiding. Elk jaar ontvangt de gemeente een nieuw werkgelegenheidsregister (WGR), waarin ook de gegevens van eerdere jaren zijn opgenomen en waar nodig data met terugwerkende kracht zijn aangepast. In het meest recente WGR zijn de aantallen arbeidsplaatsen voor 2020 blijkbaar deels aangepast, waardoor het totaal 76 arbeidsplaatsen hoger uitkomt. 48.
Zó!
6
J
37
Wat is de reden voor de ‘zeer geringe groei’ binnen de ICT & dienstverleningssector? Is de markt voor de ICT & dienstverleningssector in Zoetermeer verzadigd?
Iedema
Antwoord: Dit is het gevolg van verschillende (macro-economische) factoren (bron: ING-research): om te blijven groeien zetten IT-bedrijven fusies en overnames in. In 2021 kwam het aantal fusies en overnames hoger uit dan in 2020. De stijging is zichtbaar bij kleine, middelgrote en grote bedrijven; personeelstekort begint te knellen: een toename in openstaande vacatures binnen de sector (met name: technologie, media en telecomsector); terughoudendheid in investeringen als gevolg van een iets langzamer groeiende economie & COVID-19. 49.
Zó!
7
J
37
Bij de toelichting op het overzicht van de toename aantal arbeidsplaatsen lezen we ‘De doelstelling voor 2021 om het aantal arbeidsplaatsen toe te laten nemen met 500 is daarmee niet behaald.’ Maar voor 2021 was een aantal van 372 begroot. Hoe zit dat precies? Was het begrote aantal niet hetzelfde als de doelstelling? Antwoord: In het overzicht Toename arbeidsplaatsen dient 500 te staan conform de aanname van 500 per jaar uit begroting 2020-2023. Het betreft hier een verschrijving.
24
Iedema
50.
PDvZ
16
J
38
Helaas zijn er ook bedrijven vertrokken waaronder Neptune Energy. Is bekend waarom bedrijven vertrekken?
Iedema
Antwoord: In veel gevallen is de reden van vertrek bekend. Het komt ook voor dat bedrijven niet de reden van vertrek willen delen. We proberen er in het kader van strategisch relatiebeheer wel altijd achter te komen wat de beweegredenen zijn. 51.
PvdA
14
J
38
Er stroomden net als voorgaande jaren minder mensen in de bijstand. De instroom was bovendien lager dan verwacht. Er hoefden dus minder mensen weer uit te stromen. De uitstroom naar werk is daarom lager dan voorgaande jaren. Dat er minder mensen instormen betekent toch niet dat er dus minder mensen hoefden uit te stromen? Die stromen staan toch los van elkaar en zijn niet 1 op 1 met elkaar verbonden? 5 in = 5 uit?...
Van Driel
Antwoord: De formulering van de tekst is wat ongelukkig. Feit blijft dat als er minder mensen in de bijstand zitten (door een lagere instroom) er minder mensen uit kunnen stromen. Het zijn ook de mensen die het meest recent zijn ingestroomd die de grootste kans hebben weer uit te stromen. 52.
Zó!
8
J
40
We lezen ‘Dit vraagt van De Binnenbaan een extra investering in kennis over en begeleiding van de verschillende (groepen van) kandidaten.’ Wat zijn de gevolgen van deze extra investering voor de gemeente? Antwoord: De Binnenbaan ontvangt van de gemeente middelen uit het impulsen innovatiebudget om extra te investeren in de ontwikkeling en kennis van medewerkers van de Binnenbaan. De intensievere begeleiding van specifieke (groepen van) kandidaten heeft nu geen gevolgen voor de gemeente doordat dit opgevangen wordt binnen het bestaande budget. Jaarlijks vindt een gesprek plaats met De Binnenbaan over prioritering van de inzet binnen het bestaande budget. Hierbij verwachten we dat ook nog een efficiencyslag
25
Van Driel
behaald kan worden zodat effectief meer uren besteed kunnen worden aan begeleiding van kandidaten. 53.
PDvZ
17
J
40
Pagina 40 Er is in 2020 en 2021 ervaring opgedaan met het dienstverleningsconcept HalloWerk. Dit dienstverleningsconcept heeft als doel om werkgevers en werkzoekenden op een andere manier met elkaar in contact te laten komen, namelijk door te matchen op vaardigheden en competenties (en minder op basis van werkervaring en opleiding). De pilot van HalloWerk is in februari 2022 afgerond en geëvalueerd. De geleerde lessen worden verder uitgewerkt bij het regionaal succesvol matchen en de landelijke ontwikkelingen rond matchen op skills. Voorbeeld zoals op pagina 27. Is er geëvalueerd adhv concrete doelstellingen en zijn die gehaald?
Van Driel
Antwoord: De beoogde doelen van de pilot waren: 1. Transparant maken van de arbeidsmarkt (wet SUWI): 2. Uitproberen van het dienstverleningsconcept HalloWerk: 3. Concreet samenwerken van de deelnemende gemeenten en WSP’s door het regionaal uitvoeren en kwalitatief monitoren van het dienstverleningsconcept HalloWerk. Op basis van de evaluatie op de doelen heeft de pilot niet opgeleverd wat was beoogd. Het bestuur van Zuid-Holland Centraal heeft daarom besloten de werkwijze via het platform HalloWerk niet te continueren. 54.
PDvZ
18
J
41
% Arbeidsparticipatie (Realisatie 2021) Het aandeel (= percentage) werkenden van de totale bevolking is de arbeidsparticipatie. Alle 15tot 67-jarigen behoren tot de potentiële beroepsbevolking. Bij het vaststellen van de arbeidsparticipatie wordt uitgegaan van een grens van 12 uur per week werken. Bron: CBS Type 2020 2021 Begroting 73,9 % 73,9 % Realisatie 68,3 % 71,1 % Toelichting Doel gehaald: Nee Toelichting: De stijging t.o.v. 2020 komt door de combinatie van een licht dalend volume van de beroepsbevolking in combinatie met een aantrekkende arbeidsmarkt.
26
Van Driel
Was dit niet te voorzien? Wat waren de bepalende factoren voor daling beroepsbevolking? Antwoord: Vanwege COVID-19 werd een lagere arbeidsparticipatie verwacht. Het viel niet te voorzien dat de invloed van de pandemie is meegevallen. De beroepsbevolking daalt wanneer minder mensen (werkend en niet werkend) aangeven beschikbaar te zijn voor werk. De voornaamste reden van de daling van de beroepsbevolking is de vergrijzing waardoor mensen niet meer beschikbaar zijn voor werk. 55.
Zó!
9
J
41
Ruim een derde van de vergunninghouders heeft taalondersteuning, lezen we. Hoe zit het met werk; welk percentage van de ruim 750 vergunningshouders heeft betaald werk?
Van Driel
Antwoord: Van de betreffende groep vergunninghouders zijn 135 mensen (18%) uitgestroomd naar regulier werk en 39 (5,2%) mensen naar een voltijd studie. In totaal zijn er 306 (40,8%) uitkeringen beëindigd. De redenen van beëindiging zijn divers, van een verhuizing naar een andere gemeente, het aangaan van een relatie, het niet verstrekken van inlichtingen, het bereiken van de AOW-leeftijd, detentie of overlijden. 56.
PDvZ
19
J
44
Deeltijd werkenden met uitkering (Realisatie 2021) Aantal uitkeringsgerechtigden dat op 31-12 inkomsten uit parttime werk heeft. Bron: Suites4 SociaalDomein Type 2020 2021 Begroting 500 700 Realisatie 650 506 Toelichting Doel gehaald: Toelichting: Het doel is niet gehaald als alleen gekeken wordt naar het aantal PW/IOAW uitkeringsgerechtigden zoals opgenomen in de tabel. De daling van het aantal PW/IOAW uitkeringsgerechtigden ten opzichte van 2020 wordt veroorzaakt doordat in deze krappe arbeidsmarkt meer mensen volledig uitstromen richting werk, ook mensen die al parttime werkten en daarnaast doordat de instroom in de bijstand van mensen die parttime werken momenteel op een laag niveau is. Idem Was dit niet te voorzien?
27
Van Driel
Antwoord: In aanvulling op antwoord 54 geldt dat onzeker was hoelang de steunmaatregelen door het Rijk voortgezet zouden worden. In een normale economie zou het aantal faillissementen veel hoger hebben gelegen en daarmee ook een hogere instroom in de bijstand hebben gegeneerd. Mensen met een parttime uitkering zijn vaak ook mensen met een recent arbeidsverleden en of zelfstandigen die meestal tijdelijk niet genoeg opdrachten hebben om volledig rond te komen. 57.
Zó!
10
J
44
Zichtbaar is dat de uitstroom van het aantal jongeren met een bijstandsuitkering naar school, in 2021, is afgenomen. Hoe kan dit worden verklaard? (Terwijl het begrote aantal toch ook al een stuk lager lag dan het behaalde resultaat in het jaar ervoor.)
Van Driel
Antwoord: Er spelen twee effecten. Ten eerste nam de spanning op de arbeidsmarkt de afgelopen jaren steeds verder toe. Dit maakt dat jongeren die werkloos worden, snel weer nieuw werk hebben. Zij stromen minder vaak in de bijstand en als ze toch binnenkomen stromen ze vaak snel weer uit naar ander werk (landelijke trend). Ten tweede is in 2021 de uitstroom van asielstatushouders naar studie ten opzichte van eerdere jaren sterk teruggelopen. 58.
GroenLi nks
5
J
45
Een deel van de doelgroep kiest voor een goedkopere basisverzekering in plaats van een verzekering van de gemeente. Is ook bekend in hoeverre deze mensen (meer) financiële problemen krijgen als ze minder goed verzekerd zijn voor zorgkosten en/of zelf het hoogste eigen risico moeten betalen? Antwoord: Nee, dat is niet bekend. Voor bepaalde groepen (bijvoorbeeld jonge mensen zonder gezondheidsproblemen) kan het juist financieel verstandig zijn om geen uitgebreide verzekering te hebben en daarmee oververzekerd te zijn.
28
Groeneveld
59.
GroenLi nks
6
J
46
Er is geen pilot voor het saneren van schulden opgezet, in afwachting van een Landelijk Waarborgfonds. Hoe staat het met de uitrol van deze pilot in 2022?
Van Driel
Antwoord: Het Landelijk Waarborgfonds is sinds begin 2022 een feit. De bedoeling is dat gemeenten via een kredietbank een borgstelling kunnen krijgen voor saneringskredieten. Kredietbanken betalen voor een borgstelling bij het Waarborgfonds voorlopig een premie van 1% van het bruto krediet. Dat bedrag berekenen ze door aan gemeenten. De eerste fase van de aanmeldprocedure vond in het eerste kwartaal plaats. Om een beroep te kunnen doen op het Waarborgfonds Saneringskredieten zijn we doorverwezen naar een kredietbank. De volgende stap is een offertetraject. Om minder afhankelijk te zijn van één kredietbank bekijken we de mogelijkheid van samenwerking met een tweede kredietbank. 60.
PvdA
15
J
46
De pilot EMMA (Eerder melden, minder achterstanden) werd formeel afgerond. Is EMMA nu dus afgesloten en klaar of wordt EMMA nu juist voortaan (structureel) ingezet voor Zoetermeerders?
Groeneveld
Antwoord: De pilotstatus van EMMA is afgerond. Vroegsignalering is nu een wettelijke taak van gemeenten en is voortaan structureel onderdeel van de gemeentelijke schuldhulpverlening die voor Zoetermeerders kan worden ingezet. 61.
PvdA
16
J
46
De verkennende gesprekken met regionale kredietbanken hebben niet tot een definitieve pilot geleid. Ook omdat we in afwachting waren van de komst van het Landelijke Waarborgfonds die vertraging opliep. En nu? Komt er een vernieuwd traject, een andere poging? Antwoord: De (organisatie)structuur en voorwaarden van het ‘Waarborgfonds saneringskredieten’ zijn sinds begin 2022 duidelijk geworden. Kredietbanken vervullen hier een centrale rol in. Gemeenten kunnen
29
Van Driel
een borgstelling voor saneringskredieten alleen via een kredietbank krijgen. Na aanmelding bij de NVVK wordt de gemeente doorverwezen naar een kredietbank. We zijn momenteel in gesprek met een kredietbank voor het organiseren van de toegang tot het waarborgfonds. Om minder afhankelijk te zijn van één kredietbank bekijken we de mogelijkheid van samenwerking met een tweede kredietbank. 62.
PvdA
17
J
46
Het afgelopen jaar is aan 130 huishoudens voor een kleine € 360.000 in totaal aan TONK verstrekt. Dat is gemiddeld zo’n € 3000 per huishouden. De gemeente beslist of je de TONK-uitkering mag houden of als lening krijgt. Hoe doen wij dat in Zoetermeer? En als de TONK moet worden terugbetaald, hoelang krijgen ondernemers daar dan de tijd voor?
Van Driel
Antwoord: Wij hebben de regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) als gift verstrekt. 63.
PvdA
18
J
46
In het kader van het Misbruik en Oneigenlijk gebruik beleid hebben er met betrekking tot alle uitkeringsperioden (TOZO 1 t/m 5) steekproefcontroles plaats gevonden. a) Wat zijn de uitkomsten van de steekproeven? b) Waren de opbrengsten van de steekproeven groter dan de kosten, of andersom? Antwoord: Antwoord a) Uit de verrichte steekproefcontroles bleek dat de onrechtmatigheden in de meeste gevallen betrekking hadden op het niet doorgeven van wijzigingen in het inkomen. In tweede instantie ging het om het niet doorgeven van wijzigingen in de leefvorm/-situatie. Op basis van signalen van het Inlichtingenbureau (IB-signalen) is een doelgerichte steekproef gedaan op een selectie van dossiers, waarbij er sprake was van meerdere bedrijven op één adres en één BSN-nummer. Als de steekproef daar aanleiding toe gaf is dit gecorrigeerd in de vorm van een intrekking/herziening en terugvordering.
30
Van Driel
De uitkomst van de beheersmaatregelen/controle achteraf door klantmanagers, liet zien dat de besluitvorming, dossiervorming en controle op TOZO-aanvragen goed is uitgevoerd. De aanvragen zijn correct afgehandeld op basis van hetgeen de ondernemer heeft verklaard, inclusief de controle op verplichte documenten en de juistheid daarvan. Antwoord b): Er kan niet worden gesproken van ‘opbrengsten’ voor de gemeente Zoetermeer. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) was een specifieke uitkering. Gemeenten ontvingen een rijksvergoeding voor de verstrekte uitkeringen en de uitvoeringskosten en moeten dit verantwoorden aan het Ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Teruggevorderde bedragen in het kader van misbruikpreventie en -opsporing gaan dus terug naar het ministerie. Gemeenten konden zelf een afweging maken over de inzet van mensen en middelen. In Zoetermeer is geen extra tijdelijke formatie op misbruikpreventie en opsporing gezet. Een deel van de controlewerkzaamheden door klantmanagers wordt financieel gecompenseerd in de uitvoeringskosten van de TOZO, terwijl de controlewerkzaamheden van de kwaliteitsmedewerkers, Concerncontrol en Controle en Opsporing uitgevoerd zijn binnen de bestaande formatie. 64.
Zó!
11
J
46
‘We wilden het saneren van schulden meer gaan inzetten. De verkennende gesprekken met regionale kredietbanken hebben niet tot een definitieve pilot geleid. Ook omdat we in afwachting waren van de komst van het Landelijke Waarborgfonds die vertraging opliep. We konden wel doorgaan met inzet op het verkorten van doorlooptijden door het juridisch voorbereiden van aansluiting op de landelijke schuldhulpinitiatieven Schuldenknooppunt en Collectief schuldregelen.’ Wat is nu het vervolg? Antwoord: De implementatie van deze initiatieven vereist een zorgvuldig uitvoering van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en een securityproof traject. We zijn gestart met het opstellen van een data protection impact assessment (DPIA). Na afronding hiervan kan de aansluitovereenkomst ondertekend worden.
31
Van Driel
65.
GroenLi nks
7
J
46/47
Hoeveel kost het opsporen van uitkeringsfraude de gemeente en hoeveel levert het uiteindelijk op (is er daadwerkelijk terug gevorderd)?
Van Driel
Antwoord: Er wordt geen registratie bijgehouden van de tijd die medewerkers daadwerkelijk met het opsporen van fraude bezig zijn. In 2021 is er voor € 683.000,- aan fraudevorderingen opgelegd. Daarnaast is belangrijk op te merken dat het stoppen van een onterechte uitkering ook winst is: deze wordt niet meer doorbetaald. 66.
PDvZ
20
J
48
Aantal bijstandsuitkeringen (Realisatie 2021) Aantal bijstandsuitkeringen levensonderhoud per 31-12 Bron: Suites4 SociaalDomein Type 2020 2021 Begroting 2.450 3.113 Realisatie 2.665 2.594 Toelichting Doel gehaald: Ja Het bijstandsvolume is dankzij de COVID-19-steunmaatregelen licht gedaald. Is te bepalen wat het resultaat was buiten Covid effect? Wordt beleid hierop aangepast?
Van Driel
Antwoord: Dit effect is niet te bepalen. COVID-19 bracht exceptionele omstandigheden met zich mee en exceptioneel rijksbeleid. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) heeft zeker tot een reductie van de instroom in de bijstand geleid, evenals dat de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) tot minder faillissementen (en dus lagere instroom werkelozen op termijn en op termijn ook lagere instroom in de bijstand) heeft geleid. Hoeveel precies is niet te zeggen. Voor 2022 hebben we bijvoorbeeld de aanname gedaan dat 1/3 van TOZO (deel 5) in de bijstand zal instromen op grond van een recent bijstandsverleden, maar het is allerminst zeker of dat dit zich ook voordoet. Het is duidelijk dat zonder Covid alles anders zou zijn geweest, maar de mate waarin is onbekend. 67.
Zó!
12
J
50
Waarom staat de indicator: ‘% cliënten en mantelzorgers dat (zeer) tevreden is over de onafhankelijke cliëntenondersteuning’ niet in tabelvorm weergegeven in programma 2? Wat zijn de resultaten m.b.t. deze indicator? Hetzelfde geldt voor de indicator: ‘% cliënten
32
Ter Laak
en mantelzorgers beken is met de onafhankelijke cliëntenondersteuning’. Antwoord: Vanaf 1 mei 2021 is de cliëntondersteuning ondergebracht bij inZet. Daarnaast is Adviespunt Zorgbelang gestart als onafhankelijk cliëntondersteuner met focus op de ombudsfunctie. Door deze wijzigingen is de impact van deze indicatoren niet meer goed te meten. Daarnaast was het aantal respondenten op deze vragen uit de stadspeiling laag, waardoor de uitkomst niet representatief is. Uit de stadspeiling blijkt dat 12% van de cliënten en mantelzorgers wist van het bestaan van onafhankelijke clientondersteuning. Van hen was iedereen hier zeer tevreden over. In de Perspectiefnota 2022-2025 is besloten om deze indicatoren vanaf 2022 niet meer te meten. 68.
Zó!
13
J
51
We lezen ‘In het afgelopen jaar is er minder dan voorgaande jaren gebruik gemaakt van preventief, vrij-toegankelijk aanbod en er werd meer dan voorgaande jaren verwezen naar specialistische jeugdhulp door de POH-jeugd en het schoolmaatschappelijk werk.’ Dit lijkt geheel tegen de bedoeling om juist minder specialistische — dure — hulp in te zetten. Welke conclusies worden hieruit getrokken?
Groeneveld
Antwoord: Door COVID-19 en de maatregelen die ten gevolge van de pandemie werden genomen was het in 2021 voor zowel de Praktijkondersteuner huisartsen jeugd (POH-jeugd), het Schoolmaatschappelijk werk (SMW) en organisaties in preventie een uitdaging om jeugdigen te bereiken en om ondersteuning (digitaal) te organiseren. De toegang werd geconfronteerd met zwaardere zorgvragen waarvoor specialistische jeugdhulp nodig bleek. Nu jeugdigen weer op onderwijslocaties aanwezig zijn, de huisartspraktijken weer open zijn en het preventief aanbod weer fysiek op locatie kan worden aangeboden, zien we dat er weer meer jeugdigen preventief geholpen worden. 69.
ZV
5
J
51
Wmo – een innovatieopdracht in nieuw afgesloten contracten voor Hulp bij het Huishouden.
33
Ter Laak
Kunt u een toelichting geven wat die innovatieopdracht inhoudt? Of waar kunnen we die informatie vinden? Antwoord: In het nieuwe contract Huishoudelijke Ondersteuning (HO) zet het college samen met de aanbieders in op innovatie. Het doel van innovatie is het versterken van de eigen kracht van de inwoners en zorgen dat ondersteuning beschikbaar en betaalbaar blijft. Om dit te stimuleren is er een ontwikkeltafel, waar alle aanbieders HO verplicht aan deelnemen. De aftrap van de ontwikkeltafel vond plaats in februari 2022. In het najaar wordt hier een vervolg aan gegeven. Minimaal twee keer per jaar wordt overlegd hoe te komen tot innovatie. Denk hierbij aan technologische innovaties, organisatorische innovaties en sociale innovaties. De innovatie van HO is ook meegenomen als onderdeel van het Sociaal innovatiefonds 70.
PDvZ
2
J
52
Specialistische jeugdhulp: In 2021 werd gestart met een aantal regionale instrumenten voor kostenbeheersing: het richtinggevend kader, Q-analyse en bestedingsruimte per aanbieder. De financiële effecten waren in 2021 nog niet zichtbaar. De vermelde analyse is globaal en wordt niet ondersteund door cijfers. Betekent dat dat er, zoal in 2019, nog onprettige verrassingen mogelijk zijn? Antwoord: Bij het opstellen van de Jaarrekening wordt een zo actueel mogelijk beeld gegeven van de financiële stand van zaken ten aanzien van de kosten voor de jeugdhulp in 2021. De gemeente is daarbij onder meer afhankelijk van de aangeleverde verantwoordingen door zorgaanbieders bij het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden. Wanneer niet alle verantwoordingen beschikbaar zijn, dan is er een bepaalde mate van onzekerheid. Ook is de gemeente afhankelijk van het aantal verwerkte declaraties. Met ingang van 2021 zijn stringentere voorwaarden opgenomen ten aanzien van de declaratietermijn in de Resultaatovereenkomst (zie ook het memo over de afdoening van toezegging 206).