GEWIJZIGD Raadsvoorstel Zienswijze ten aanzien van de Coalitie voor veiligheid 2023-2026
Tekst van het document
GEWIJZIGD Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid
GEWIJZIGD Raadsvoorstel Zienswijze ten aanzien van de Coalitie voor veiligheid 2023-2026 2022-065408
Auteur
Marcel Janssen +31793468474 M.J.Janssen@zoetermeer.nl
Gemeentesecretaris
Huykman, B.J.D.
Directeur
E.C.R.H. Eijkelberg
Portefeuillehouder
Burgemeester Bezuijen
Medeverantwoordelijke(n)
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s) Eerdere besluitvorming Samenvatting
Bijlagen
30 oktober 2022. De regioburgemeester, dat is de burgemeester van Den Haag, ontvangt de zienswijze graag vóór 30 november 2022. Programma 5 Veiligheid Op grond van de Politiewet 2012 is iedere politie-eenheid verplicht elke vier jaar een regionaal beleidsplan (kortweg: RBP) op te stellen. Het nieuwe plan van de politie-eenheid Den Haag is onlangs in concept verschenen. Hij heet Coalitie voor veiligheid 2023-2026. De vijf regionale prioriteiten zijn de komende vier jaren: maatschappelijk ongenoegen, cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, jeugd en veiligheid, ondermijning en zorg en veiligheid. De raden van de gemeenten hebben geen instemmingsrecht. Zij mogen wel hun zienswijze ten aanzien van dit plan geven. De raad wordt voorgesteld de zienswijze vast te stellen en naar regioburgemeester Van Zanen te zenden. De kern van de conceptzienswijze is als volgt. De raad: 1. vindt de sterkteverdeling van politie onevenredig. Zoetermeer heeft, zeker in vergelijking met de gemeente Den Haag, weinig politieagenten; 2. ondersteunt de keuze voor de vijf prioriteiten; 3. vraagt aandacht voor zowel een preventieve als een repressieve aapak. 1. Coalitie voor veiligheid 2023-2026 2. De conceptzienswijze
Raadsbesluit Gewijzigd Raadsvoorstel Zienswijze op de Coalitie voor veiligheid 2023-2026 2022-065408 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 september 2022 Besluit: 1. De zienswijze ten aanzien van de Coalitie voor veiligheid 2023-2026 van de politie-eenheid Den Haag vast te stellen. 2. De vastgestelde zienswijze naar de regioburgemeester te zenden. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan. Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 7 november 2022 de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
2
Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding Op grond van de Politiewet 2012 is iedere politie-eenheid verplicht elke vier jaar een regionaal beleidsplan op te stellen. Het nieuwe plan van de politie-eenheid Den Haag is onlangs in concept verschenen. Hij heet Coalitie voor veiligheid 2023-2026 (kortweg: het RBP). De raden van de gemeenten hebben geen instemmingsrecht. Zij mogen wel hun zienswijze ten aanzien van het RBP geven. Het Regionaal Bestuurlijk Overleg (dat bestaat uit alle burgemeesters uit de politie-eenheid, de hoofdofficier van justitie en de politiechef; kortweg: RBO) stelt het RBP aan het eind van dit jaar vast. De burgemeester van Zoetermeer is bestuurlijk portefeuillehouder van het RBP. Beoogd effect Ervoor zorgen dat de mening van de raad ten aanzien van het regionale veiligheidsbeleid betrokken wordt bij de besluitvorming over het RBP. Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s Hieronder volgt allereerst op hoofdlijnen de belangrijkste inhoud van het RBP. Het volledige RBP is te lezen in bijlage 1. • De vijf prioriteiten van het RBP Als het RBO ermee instemt, worden de volgende thema’s de regionale prioriteiten. 1. Maatschappelijk ongenoegen Hieronder wordt het volgende verstaan. De gevoelens van onvrede, woede, frustratie en/of wantrouwen die leven bij groepen of individuen. Deze gevoelens zijn vooral, maar niet alleen, tegen de overheid gericht.
Deze gevoelens zijn op zichzelf geen probleem. Zij worden pas een probleem als in het kader van die gevoelens de openbare orde wordt verstoord en/of strafbare feiten worden gepleegd. De volgende acties worden ondernomen. Allereerst wordt de problematiek inzichtelijk gemaakt. Vervolgens worden een visie en een handelingskader opgesteld: wat kunnen gemeenten en partners doen. Zowel preventie als repressie komen aan bod. Daar waar mogelijk wordt een persoonsgerichte aanpak (kortweg: pga) opgestart. Ook is er indien nodig aandacht voor complotdenken. 2. Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit Hieronder wordt het volgende verstaan. Cybercrime betreft misdrijven die alleen in en/of via de digitale wereld plaats kunnen vinden. Denk aan hacking en ransomware. Gedigitaliseerde criminaliteit betreft misdrijven die zonder de digitale wereld zijn te plegen (de ‘klassieke misdaad’), maar desondanks via de digitale wereld worden gepleegd. Denk aan digitale afpersing en digitale diefstal. Het vergroten van de cyberweerbaarheid bij inwoners (daders én slachtoffers) en ondernemers staat centraal in de aanpak. Allereerst wordt inzicht verkregen in de problematiek en worden cyberbeelden opgesteld. Het op te stellen handelingsperspectief bestaat vooral uit preventieve maatregelen. De communicatie daarvan is van belang.
Het Platform Veilig Ondernemen (kortweg: PVO) krijgt een doorstart: met nadrukkelijk aandacht voor het vergroten van de cyberweerbaarheid van ondernemers. 3. Jeugd en veiligheid Kennis, ervaring en lokale aanpakken worden regionaal verzameld en gedeeld met de gemeenten ten behoeve van de lokale aanpak. Het thema ‘wapens en jongeren’ blijft onder de
3
aandacht. Vroegsingalering en de onlinestraatcultuur zijn twee belangrijke thema’s binnen deze prioriteit. Regionaal vindt ondersteuning plaats op het vergroten van de lokale samenwerking tussen onderwijs, het sociale domein en het veiligheidsdomein. Het gaat om concrete handreikingen en adviezen. 4. Zorg en veiligheid De volgende vier onderwerpen komen regionaal binnen deze prioriteit regionaal centraal te staan: huiselijk geweld, re-integratie van ex-gedetineerden, radicalisering en personen met onbegrepen of verward gedrag. Jeugdcriminaliteit wordt niet apart benoemd, maar wordt niet vergeten. Jeugdcriminaliteit kan namelijk in alle vier de onderwerpen een rol spelen. Een jongere kan immers radicaliseren of dader zijn van huiselijk geweld. Kenmerkend voor deze thema’s is dat deze zich in de regel goed lenen voor een pga. De Zorgen Veiligheidshuizen spelen een belangrijke rol bij deze prioriteit. Multidisciplinaire casusoverleggen, met betrokkenheid van diverse partners, vinden plaats. Kennis, ervaring en goede voorbeelden van een aanpak worden regionaal gedeeld. 5. Ondermijning Per politiedistrict wordt één casus met een grote maatschappelijke impact als één overheid integraal opgepakt.1 Het gaat om een casus met een stevige strafrechtelijke component en een groot maatschappelijk effect. De aanpak kan naar verwachting jaren duren.
Daarnaast is er aandacht voor kleinere lokale casussen. De zichtbaarheid van het optreden van één overheid tegen ondermijning wordt belangrijk. Door controles en acties laat één overheid zien dat er daadwerkelijk aan wordt gewerkt ondermijning tegen te gaan. Communicatie is daarbij van belang. Ook om de meldingsbereidheid te doen toenemen. Het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid is net zoals bij cybercrime/gedigitaliseerde criminaliteit, een belangrijk doel. Publiek-private samenwerking is ontontbeerlijk. Het PVO kan hier ook een rol spelen. • De sterkteverdeling Heikel punt is altijd de verdeling van de schaarse politiesterkte over de basisteams.2 In het vorige RBP was de formatie voor basisteam Zoetermeer 157 fte. Daarnaast waren er 25 aspirant agenten in Zoetermeer werkzaam. Aspiranten zijn nog niet volledig opgeleid en tellen daarom niet mee in de formatie. In het nieuwe RBP blijven zowel de formatie als het aantal aspiranten hetzelfde. Wel is in het nieuwe RBP het aantal fte gebiedsgebonden politie apart vermeld. Dat is het ‘blauw-op-straat’. Die laatste bestaat uit 123 fte. In de praktijk kan het zo zijn dat het aantal agenten lager ligt dan de 157 fte. Dat zit zo. Voor wat betreft de sterkte wordt een onderscheid gemaakt naar formatie, bezetting en de inzet.
De formatie betreft het aantal fte agenten dat is toegewezen aan het basisteam: voor Zoetermeer dus 157 fte. De bezetting betreft de daadwerkelijk aanwezige agenten. De bezetting kan achter blijven bij de formatie, vooral als gevolg van vacatures. De inzet tot slot betreft de bezetting minus de uren die agenten kwijt zijn aan opleiding, vakantie en dergelijke. • De conceptzienswijze De raad wordt voorgesteld de zienswijze vast te stellen en naar regioburgemeester Van Zanen te zenden. De kern van de conceptzienswijze is als volgt:
Iedere politie-eenheid is opgebouwd uit een aantal districten. De eenheid Den Haag kent in totaal zeven districten. Zoetermeer maakt samen met Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp en Wassenaar deel uit van district D. 2 Een basisteam van politie bestrijkt in de regel het grondgebied van een gemeente. Dat is in Zoetermeer het geval. Een grote gemeente als Den Haag kent meer basisteams, namelijk elf. 1
4
De raad heeft kennisgenomen van het RBP en vraagt allereerst aandacht voor de sterkteverdeling. Het aantal van 157 fte is laag voor een stad die in Zuid-Holland de derde, en in de eenheid Den Haag de tweede in omvang is. Ter vergelijking het volgende. De gemeente Den Haag beschikt over 1.213 fte. Het inwonertal van Den Haag is 4,4 maal groter dan dat van Zoetermeer. Het aantal fte aan politie is in Den Haag echter 7,7 keer groter dan in Zoetermeer. Dat is een erg scheve verhouding. Zeker gezien het feit dat Zoetermeer al jaren te maken heeft met grootstedelijke veiligheidsproblemen. Zoetermeer trekt niet voor niets samen met Den Haag en Delft op om het wapenbezit en -gebruik onder jongeren terug te dringen. Ook is er in Zoetermeer sprake van rivaliserende (drillrapp) groepen. Er is een aantal schiet- en steekincidenten geweest waarbij jongeren zijn betrokken. Daarnaast is de aanpak van ondermijning geïntensiveerd. Wij pleiten nadrukkelijk voor een sterkteverdeling die veel meer risicogericht is. Tot slot mag het zeer ernstige geweldsincident van 12 augustus jl. niet onvermeld blijven. Een aantal van onze boa’s is tijdens de dienst ernstig mishandeld en verwond. Het gaat onder andere om een gebroken arm en hoofdletsel. Via de noodknop was het noodzakelijk de assistentie van de politie in te roepen.
De raad verzoekt u om de sterkteverdeling te heroverwegen om zo meer recht te doen aan de positie van Zoetermeer. Daarnaast verzoekt de raad u om bij de toekenning van de extra fte op basis van de motie Hermans de risico’s van een stad als Zoetermeer mee te wegen.3 De raad is blij met de vijf voorgestelde prioriteiten. Dit zijn vijf belangrijke veiligheidsthema’s die het waard zijn om niet alleen lokaal, maar ook regionaal te worden opgepakt. De raad vraagt extra aandacht voor de rol van het onderwijsveld. In het RBP wordt het onderwijsveld gelukkig niet vergeten. Het onderwijsveld heeft een belangrijke informatiepositie en wordt actief betrokken bij de aanpak van problematische jongeren. De raad constateert met tevredenheid dat er niet alleen aandacht is voor een repressieve aanpak. Bij de vijf prioriteiten wordt direct of indirect gesproken over preventieve maatregelen. Dat blijkt het duidelijkst uit de prioriteit ‘Zorg en veiligheid’. Door goede zorg te bieden of hulpverlening op te starten, kunnen mensen op het rechte pad blijven of daar weer op terecht komen. Een persoonsgebonden aanpak is daarbij vaak een belangrijk onderdeel. Maar soms is repressie nodig. Dit is vooral, maar niet exclusief, de opsporing en vervolging van strafbare feiten. De raad gaat ervan uit dat een repressieve aanpak niet uit het oog wordt verloren.
De volledige conceptzienswijze is te lezen in bijlage 2. Argumenten Zie ‘beoogd effect’. Kanttekeningen Geen. Financiën Niet van toepassing. Controleprotocol Niet van toepassing. De kern van deze motie is als volgt: De politie wordt met ruim 700 agenten versterkt in de wijken en op het internet dankzij een structurele investering van 114,5 miljoen euro. Ook krijgt daardoor de opsporings- en vervolgingscapaciteit bij de Landelijke Eenheid, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak een impuls van in totaal 27 miljoen euro. Verder wordt jaarlijks in de bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) 25 miljoen euro extra geïnvesteerd en 27,5 miljoen extra voor het wetsvoorstel seksuele misdrijven en de aanpak van online kinderpornografisch materiaal. (Bron: website van de Rijksoverheid.) 3
5
Participatie en Communicatie De Participatieverordening is niet van toepassing omdat er geen sprake is van beleidsvorming. Duurzaamheid Niet van toepassing. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Niet van toepassing. Rapportage en evaluatie Niet van toepassing.
6