GEWIJZIGD Raadsvoorstel Rekenkamerbrief MRDH Economisch Vestigingsklimaat
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid
GEWIJZIGD Raadsvoorstel Rekenkamerbrief MRDH Economisch Vestigingsklimaat 2022-110298
Auteur
Anna de Vries - Asselbergs +31793468269 A.E.de.Vries@zoetermeer.nl
Directeur
drs. R. Blokland MCM
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s) Eerdere besluitvorming Samenvatting
n.v.t. Alle Grip van de gemeenteraad op regionale samenwerking blijkt in de praktijk complexer dan op papier doet vermoeden. De Rekenkamer Rotterdam voerde daarom een onderzoek uit met als doel de Rotterdamse gemeenteraad meer inzicht te verschaffen in de precieze rol en positie van de MRDH, de opbrengsten van de inspanningen gericht op economische ontwikkeling en in de mate waarin de gemeenteraad hierover wordt geïnformeerd. De focus van het onderzoek lag op de activiteiten die de MRDH uitvoert om het economisch vestigingsklimaat (EV) te stimuleren, de activiteiten in het kader van de Vervoersautoriteit zijn buiten beschouwing gelaten. De rekenkamercommissie van Zoetermeer heeft op dit onderzoek ingehaakt door te bezien op welke wijze de raad van Zoetermeer betrokken is bij de economische pijler van de MRDH. De centrale vraag was: Wat is de positie van de gemeenteraad van Zoetermeer in de MRDH en welke instrumenten kunnen raadsleden inzetten om hun rol te vervullen? De twee vormen van betrokkenheid van de gemeenteraad aan de MRDH zijn: - het lidmaatschap van de adviescommissie EV - de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Van beide vormen maakt de Zoetermeerse raad goed gebruik. De raadsleden die in de adviescommissie zitten zien duidelijk meerwaarde van de MRDH op het gebied van EV.
Zij constateren wel dat de betrokkenheid bij de MRDH van de raad als geheel minimaal is, waar verschillende redenen voor zijn aan te wijzen. De Rekenkamer Rotterdam heeft conclusies en aanbevelingen geformuleerd waar de rekenkamercommissies Zoetermeer zich goed in kan vinden. Aanvullend doet zij enkele suggesties. De rekenkamercommissie geeft drie keuzemogelijkheden, variërend van het handhaven van de huidige werkwijze tot het doen van een extra tijdsinvestering om meer uit de MRDH te halen. In het concept-raadsbesluit is de voorkeur van de rekenkamercommissie opgenomen. Door middel van een amendement kan de raad hiervan afwijken.
Bijlagen
1. Rapport ‘Bijdragen aan de regionale economie’ van de Rekenkamer Rotterdam
2. Rekenkamerbrief ‘Onderzoek MRDH’ van de rekenkamercommissie Zoetermeer 2.1 MRDH factsheet van de rekenkamercommissie Zoetermeer 3. Bestuurlijke reactie Onderzoek MRDH 3.1 voorbeelden klankbordgroepen MRDH 4. Memo Presidiumbericht nav vergadering van 17 december 2018
2
Raadsbesluit GEWIJZIGD Rekenkamerbrief MRDH Economisch Vestigingsklimaat 2022-110298 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen de brief van de rekenkamercommissie over MRDH – Economisch Vestgingsklimaat en de bestuurlijke reactie hierop van het college van B&W besluit 1. De aanbevelingen van de Rekenkamer Rotterdam over te nemen. 2. Het college te verzoeken om: a. als onderdeel van het bestuur van de MRDH, de huidige opzet van de uitvoerende functie waarmee projecten in de regio worden gefinancierd, te heroverwegen waarbij in elk geval de door de Rekenkamer Rotterdam geschetste scenario’s worden betrokken, en vóór 1 juli 2023 de uitkomst van deze overweging in een voorstel ter besluitvorming aan de raad voor te leggen; b. als onderdeel van het bestuur van de MRDH, concrete en meetbare doelstellingen te formuleren in de Strategische Agenda; c. als onderdeel van het bestuur van de MRDH, aandacht te besteden aan monitoring en evaluatie; d. samen met de griffie er zorg voor te dragen, dat alle informatie m.b.t. de MRDH goed en volledig in iBabs staat. 3. De leden van de Bestuurscommissie EV en de Adviescommissie EV te verzoeken er bij de MRDH voor te pleiten dat de inhoud en vorm van de adviescommissie economisch vestigingsklimaat beter aansluit bij de rol van raadsleden.
Over dit besluit geen referendum mogelijk te maken omdat het een organisatorische aangelegenheid van de raad betreft.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 20 maart 2023 de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
3
Toelichting Probleemstelling en kader Voor gemeenteraden blijkt grip op regionale samenwerking complexer dan op papier doet vermoeden. Om de gemeenteraad van dienst te zijn op het gebied van regionale samenwerking, heeft de rekenkamercommissie Zoetermeer gebruik gemaakt van de mogelijkheid aan te haken bij een onderzoek dat de Rekenkamer Rotterdam begin 2022 is gestart naar het economisch programma van de MRDH (Metropoolregio Rotterdam Den Haag). Dit onderzoek gebeurde op verzoek van de Rotterdamse gemeenteraad, die een motie indiende waaruit bleek dat de raad behoefte heeft aan meer inzicht in de precieze rol en positie van de MRDH, in de opbrengsten van de inspanningen gericht op economische ontwikkeling en in de mate waarin de gemeenteraad van Rotterdam hierover wordt geïnformeerd. De focus lag daarmee op de activiteiten die de MRDH uitvoert om het economisch vestigingsklimaat (EV) te stimuleren. De activiteiten in het kader van de Vervoersautoriteit vielen buiten de scope van dit onderzoek van de Rekenkamer Rotterdam. De rekenkamercommissie van Zoetermeer heeft op dit onderzoek ingehaakt door te bezien op welke wijze de raad van Zoetermeer betrokken is bij de economische pijler van de MRDH.
Dat heeft zij gedaan met een kort eigen onderzoek naar de volgende deelvraag: Wat is de positie van de gemeenteraad van Zoetermeer in de MRDH en welke instrumenten kunnen raadsleden inzetten om hun rol te vervullen? Ter beantwoording van deze vraag zijn korte interviews gevoerd met de raadsleden die zitting nemen (of onlangs hadden) in de Adviescommissie EV (ACEV). Daarnaast zijn documenten bestudeerd. Door de beschrijvende aard van het onderzoek is er geen gebruik gemaakt van een normenkader. Conclusies van de Rekenkamer Rotterdam inzet en waarde MRDH 1. De drie functies die de MRDH vervult ter versterking van het economisch vestigingsklimaat (de strategische, faciliterende en uitvoerende functie), passen bij de rol die overheden hebben in succesvolle economische regio’s. 2. Twee van de drie functies, de strategische functie en de faciliterende functie, hebben de samenwerking in de MRDH bevorderd. De samenwerking heeft geleid tot meer samenhang in beleid en bestuur en vergroting van de kennisuitwisseling tussen gemeenten. Hiermee is vooruitgang geboekt op één van de knelpunten die de aanleiding vormde voor de oprichting van de MRDH: de bestuurlijke versnippering en onderlinge spanningen in de regio. 3. De uitvoerende functie bestaat uit het financieren van activiteiten en projecten.
De belangrijkste financiële regeling (de bijdrageregeling) heeft te maken met structurele onderbesteding, is niet doelmatig van opzet en hangt onvoldoende samen met strategische visies en programma’s. doelstellingen MRDH 4. De doelstellingen uit de Strategische Agenda voor verbetering van het economisch vestigingsklimaat zijn breed geformuleerd en gaan over diverse aspecten van het economisch vestigingsklimaat. De MRDH mist door deze breedte een eigen profiel ten opzichte van andere partners in de regio. 5. De inzet in middelen en activiteiten concentreert zich op vier van de zeven doelstellingen van de Strategische Agenda. Bij de drie overige doelstellingen is de inzet dermate beperkt dat geen impact op het economisch vestigingsklimaat verwacht kan worden. positie raadsleden 6. In de opzet van de gemeenschappelijke regeling MRDH (GR MRDH) zijn relatief veel mogelijkheden gecreëerd om raadsleden te betrekken bij het samenwerkingsverband. De recente wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) biedt nauwelijks
4
mogelijkheden voor verdere vergroting van deze betrokkenheid. De belangrijkste wijzigingen waren al onderdeel van de werkwijze van de GR MRDH. 7. De manier waarop de adviescommissie economische vestigingsklimaat op dit moment wordt ingevuld, past onvoldoende bij de rol, expertise en beschikbare tijd van raadsleden. Daarnaast worden raadsleden onvoldoende geïnformeerd over de voortgang van resultaten van het economisch programma. 8. In Rotterdam is een werkwijze ontwikkeld waarmee raadsleden goed betrokken kunnen worden bij de MRDH. Deze werkwijze wordt voor het economisch vestigingsklimaat beperkt benut. Aanbevelingen van de Rekenkamer Rotterdam aan het college van Rotterdam als onderdeel van het bestuur van de MRDH 1. Heroverweeg de huidige opzet van de uitvoerende functie waarmee projecten in de regio worden gefinancierd. Voor deze heroverweging ziet de rekenkamer twee scenario’s die in de afweging kunnen worden betrokken: • Het eerste scenario is het programma economisch vestigingsklimaat terugbrengen tot de strategische en facilitaire functie. Daarbij is nog steeds enige financiering nodig ter ondersteuning van deze functies (de huidige procesmiddelen). Ook kan worden overwogen de subsidiëring van InnovationQuarter en YES!Delft te handhaven. Deze subsidies worden gebruikt voor uitvoering van activiteiten op de schaal van de gehele MRDH.
• Het tweede scenario is het herinrichten van de uitvoerende functie. In dit scenario blijft de MRDH activiteiten in de regio financieren, maar wordt de huidige bijdrageregeling stopgezet. In plaats daarvan moet een nieuwe vorm van financiering worden ontwikkeld met een duidelijke relatie met de strategische doelstellingen en een doelmatige wijze van verstrekking. 2. Formuleer concrete en meetbare doelstellingen in de nieuwe Strategische Agenda. Maak duidelijk op welke doelstellingen de MRDH actief inzet, wat de rol van de MRDH daarbij is en wat MRDH gaat bereiken op die doelstellingen. 3. Besteed als MRDH aandacht aan monitoring en evaluatie van resultaten. Gebruik deze informatie voor het tussentijds informeren van raadsleden over de voortgang van het bereiken van de doelen van de Strategische Agenda. 4. Optimaliseer de betrokkenheid van de gemeenteraden. Zorg er als MRDH voor dat de inhoud en vorm van de adviescommissie economisch vestigingsklimaat beter aansluit bij de rol van raadsleden. Geef raadsleden meer ruimte om met elkaar van gedachten te wisselen over strategische vraagstukken. aan de gemeenteraad 5. Benut als Rotterdamse raad actief en structureel de mogelijkheden om betrokken te blijven bij het regionaal economisch beleid in de regio.
Suggesties van de rekenkamercommissie Zoetermeer In aanvulling op de aanbevelingen door de Rekenkamer Rotterdam geeft de rekenkamercommissie Zoetermeer, specifiek voor de gemeenteraad van Zoetermeer, de volgende suggesties: -
Hoewel het budget voor EV in verhouding tot de gemeentelijke begroting bescheiden is, is het een feit dat Zoetermeer een bijdrage levert van bijna € 450.000 (totaal aan EV en IQ). Het is wat de rekenkamercommissie betreft niet meer dan reëel om voor een dergelijk bedrag te verwachten dat er tenminste duidelijkheid wordt gegeven over wat de MRDH voor wat betreft EV doet en bereikt. Voor raadsleden moet het daarnaast duidelijk zijn wanneer zij effectief invloed kunnen uitoefenen. Het helpt daarbij als de informatie (vergaderstukken, maar ook presentaties) goed en volledig in iBabs staan.
5
-
In de commissie Plenair vragen ‘om input’ levert weinig concreets op. Formeer wisselende werkgroepen met raadsleden die woordvoerder zijn op een thema (of algemeen op economie) dat in de ACEV voorligt. Op die manier worden de juiste mensen betrokken en zou kunnen worden bewerkstelligd dat de betrokkenheid van raadsleden bij de MRDH wordt vergroot.
-
Ga na op welke manier andere gemeenten omgaan met voorbereiding op en terugkoppeling uit de ACEV. Betrek daarbij ook de mogelijkheden van overleg met ambtenaar, wethouder en raadsleden.
Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s Op basis van de aanbevelingen en suggesties heeft de raad meerdere keuzemogelijkheden: 1. De huidige werkwijze te handhaven en de aanbevelingen en suggesties dus alleen voor kennisgeving aan te nemen. 2. Het college te verzoeken de aanbevelingen van de Rekenkamer Rotterdam, die toezien op de opzet en en de invulling van de MRDH, uit te werken. Doel is dat de MRDH als organisatie slagvaardiger wordt en een duidelijker profiel krijgt. 3. De suggesties van de rekenkamercommissie op te volgen en de leden van de AC EV te vragen deze nader uit te werken. Deze optie beoogt de raad beter in positie te brengen in relatie tot de economische poot van de MRDH. De voorkeur van de rekenkamercommissie gaat uit naar het overnemen van de aanbevelingen die door de Rekenkamer Rotterdam zijn gedaan (optie 2). Het raadsbesluit is daar dan ook op gebaseerd. De raad kan er – middels een amendement – echter ook voor kiezen om de huidige werkwijze te handhaven en de aanbevelingen en suggesties alleen voor kennisgeving aan te nemen (optie 1). Het besluit voor optie 2 kan door de raad middels een amendement worden aangevuld met optie 3. Financiën Dit raadsbesluit heeft geen financiële gevolgen. De eventuele uitwerking van de aanbevelingen kan wel financiële gevolgen met zich meebrengen. Controleprotocol n.v.t. Participatie en Communicatie n.v.t. Duurzaamheid n.v.t.
Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten n.v.t. Rapportage en evaluatie Planning In besluitpunt 2a verzoekt de raad het college om vóór 1 juli 2023 een voorstel met de uitkomst van de heroverweging ter besluitvorming voor te leggen.
6