GEWIJZIGD Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Zaakid
GEWIJZIGD Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2026 2025-146502
Auteur
Hetty Lenting +31793469395 J.A.Lenting@zoetermeer.nl
Gemeentesecretaris a.i.
Meijer, A.S.
Afdelingshoofd
Rijnders E.M.M.A. (Esther)
Portefeuillehouder
Wethouder Iedema
Medeverantwoordelijke(n)
Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s) Eerdere besluitvorming
Laatst mogelijke raadsvergadering is 15 december 2025. Het is noodzakelijk dat voor 1 januari 2026 de tarieven door de raad zijn vastgesteld. Alle Raadsvoorstel Programmabegroting 2026-2029 d.d. 10 november 2025 Raadsvoorstel Verordening afvalstoffenheffing 2025 d.d. 16 december 2024 Raadsvoorstel Verordening rioolheffing 2025 d.d. 16 december 2024 Raadsvoorstel Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 d.d. 16 december 2024 Raadsvoorstel Verordening precariobelasting 2025 d.d. 16 december 2024 Raadsvoorstel Verordening marktgelden 2025 d.d. 16 december 2024 Raadsvoorstel Verordening parkeerbelastingen 2025 d.d. 16 december 2024 Raadsvoorstel Vervolg bezoekersregeling Stadshart d.d. 19 december 2022 Raadsvoorstel Bezoekersvergunning parkeren d.d. 3 november 2025 Collegevoorstel Wegsleepverordening Zoetermeer d.d. 18 februari 2025 Raadsvoorstel Verordening toeristenbelasting 2025 d.d. 16 december 2025 GEWIJZIGD Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025 d.d. 16 december 2024 Raadsvoorstel Werkwijze vaststellen tarieven OZB d.d. 3 juli 2023 Raadsvoorstel Wijziging teksten en tarieven ten aanzien van leges 2026 d.d. 3 november 2025 GEWIJZIGD Raadsvoorstel Legesverordening 2024 d.d. 16 december 2024 Motie 2411-64, Kostendekkendheid leges d.d. 11 november 2024
Samenvatting
De belastingtarieven zijn bepaald aan de hand van de uitgangspunten die genoemd zijn in de vastgestelde Programmabegroting 2026-2029. Bij het bepalen van de tarieven is rekening gehouden met het algemene stijgingspercentage van +4,0% (behoudens uitzonderingen, wettelijk gemaximeerde tarieven en aantal nieuwe en gewijzigde belastbare feiten). Ook op basis van de uitgangspunten zoals is besloten in het raadsbesluit 2025-120486 van maandag 3 november 2025, behoudens enkele technische wijzigingen en tariefaanpassingen, de Legesverordening aanpassen.
Bijlagen
Het tarief in de Verordening toeristenbelasting blijft gelijk, conform de reeds vastgestelde Programmabegroting 2026-2029. 1. Verordening afvalstoffenheffing 2026 met tarieventabel 2. Verordening rioolheffing 2026 3. Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 met tarieventabel 4a. Verordening precariobelasting 2026 met tarieventabel 4b. Gebiedskaart A - Stadshart Verordening precariobelasting 2026 5. Verordening marktgelden 2026 6. Verordening toeristenbelasting 2026 7a. Verordening parkeerbelastingen 2026 met tarieventabel 7b. Gebiedskaart I: Stadscentrum Verordening parkeerbelastingen 2026 7c. Gebiedskaart II: Stadscentrumgebied Dorp Verordening parkeerbelastingen 2026 7d. Gebiedskaart III: Winkelcentrum Seghwaert Verordening parkeerbelastingen 2026 7e. Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelasting 2026 8. GEWIJZIGD Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026 9a. GEWIJZIGD Legesverordening 2026 met tarieventabel en bijlage tarieventabel 9b. Overzicht kostendekkendheid rechten en heffingen 2026 9c. Overzicht Was-Wordt tabel Legesverordening 2026 10. Begrotingswijziging in verband met de hogere verwerkingskosten restafval en grofvuil
2
Raadsbesluit GEWIJZIGD Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2026 2025-146502 De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2025 besluit: 1. De Verordening afvalstoffenheffing 2026 met tarieventabel conform bijlage 1 vast te stellen. 2. De Verordening rioolheffing 2026 conform bijlage 2 vast te stellen. 3. De Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 met tarieventabel conform bijlage 3 vast te stellen. 4. De Verordening precariobelasting 2026 met tarieventabel en gebiedskaart A - Stadshart conform bijlagen 4a en 4b vast te stellen. 5. De Verordening marktgelden 2026 conform bijlage 5 vast te stellen. 6. De Verordening toeristenbelasting 2026 conform bijlage 6 vast te stellen. 7. De Verordening parkeerbelastingen 2026 met tarieventabel en de gebiedskaarten I: Stadscentrum, II: Stadscentrumgebied Dorp en III: Winkelcentrum Seghwaert en kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelasting 2026 conform bijlagen 7a t/m 7e vast te stellen. 8. De Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026 conform GEWIJZIGDE bijlage 8 vast te stellen. 9. De Legesverordening 2026 met tarieventabel, bijlage tarieventabel, overzicht kostendekkendheid rechten en heffingen 2026 en overzicht Was-Wordt tabel Legesverordening 2026 conform GEWIJZIGDE bijlage 9a en bijlage 9b en 9c vast te stellen.
3
10a. De Verordening afvalstoffenheffing 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening afvalstoffenheffing 2026. 10b. De Verordening rioolheffing 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening afvalstoffenheffing 2026. 10c. De Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026. 10d. De Verordening precariobelasting 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening precariobelasting 2026. 10e. De Verordening marktgelden 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening marktgelden 2026. 10f. De Verordening toeristenbelasting 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening toeristenbelasting 2026. 10g. De Verordening parkeerbelastingen 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening parkeerbelastingen 2026. 10h. De Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026. 10i. De Legesverordening 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Legesverordening 2026. 11. De belastingverordeningen treden in werking op de in de afzonderlijke verordeningen bepaalde tijdstippen. 12.
De begrotingswijziging in verband met de hogere verwerkingskosten restafval en grofvuil conform bijlage 10 vast te stellen. Over dit besluit geen referendum mogelijk te maken, omdat het hier gaat om de vaststelling van belastingtarieven. Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 15 december 2025 de griffier,
de voorzitter,
drs. R. Blokland MCM
drs. M.J. Bezuijen
4
Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding Jaarlijks worden de belastingverordeningen aan de raad voorgelegd ter vaststelling voor het nieuwe jaar, zo ook de volgende belastingverordeningen: - Verordening afvalstoffenheffing. - Verordening rioolheffing. - Verordening lijkbezorgingsrechten. - Verordening precariobelasting. - Verordening marktgelden. - Verordening toeristenbelasting. - Verordening parkeerbelastingen. - Verordening onroerende-zaakbelastingen. - Legesverordening. In dit advies worden voorstellen gedaan voor aanpassing in de tarieven op basis van de door de raad vastgestelde Programmabegroting 2026-2029. Anders dan afgelopen jaren heeft het college dit jaar de belastingverordeningen opgenomen in één raadsvoorstel. Hiermee streeft het college een efficiëntere werkwijze na. Om de besluitvorming in de raad wel transparant en helder te houden, is per beslispunt duidelijk aangegeven om welke belastingverordening het gaat. Beoogd effect Dit advies strekt ertoe om de Verordening afvalstoffenheffing, Verordening rioolheffing, Verordening lijkbezorgingsrechten, Verordening precariobelasting, Verordening marktgelden, Verordening toeristenbelasting, Verordening parkeerbelastingen, Verordening onroerende-zaakbelastingen en Legesverordening voor het jaar 2026 vast te stellen en de tarieven te conformeren aan de reeds vastgestelde Programmabegroting 2026-2029.
Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s 1. De Verordening afvalstoffenheffing 2026 met tarieventabel conform bijlage 1 vast te stellen. 2. De Verordening rioolheffing 2026 conform bijlage 2 vast te stellen. 3. De Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 met tarieventabel conform bijlage 3 vast te stellen. 4. De Verordening precariobelasting 2026 met tarieventabel en gebiedskaart A - Stadshart conform bijlagen 4a en 4b vast te stellen. 5. De Verordening marktgelden 2026 conform bijlage 5 vast te stellen. 6. De Verordening toeristenbelasting 2026 conform bijlage 6 vast te stellen. 7. De Verordening parkeerbelastingen 2026 met tarieventabel en de gebiedskaarten I: Stadscentrum, II: Stadscentrumgebied Dorp en III: Winkelcentrum Seghwaert en kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelasting 2026 conform bijlagen 7a t/m 7e vast te stellen. 5
8.
De Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026 conform GEWIJZIGDE bijlage 8 vast te stellen.
9.
De Legesverordening 2026 met tarieventabel, bijlage tarieventabel, overzicht kostendekkendheid rechten en heffingen 2026 en overzicht Was-Wordt tabel Legesverordening 2026 conform GEWIJZIGDE bijlage 9a en bijlage 9b en 9 c vast te stellen.
10a. De Verordening afvalstoffenheffing 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening afvalstoffenheffing 2026. 10b. De Verordening rioolheffing 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening afvalstoffenheffing 2026. 10c. De Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026. 10d. De Verordening precariobelasting 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening precariobelasting 2026. 10e. De Verordening marktgelden 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening marktgelden 2026. 10f. De Verordening toeristenbelasting 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening toeristenbelasting 2026. 10g. De Verordening parkeerbelastingen 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening parkeerbelastingen 2026. 10h. De Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026. 10i. De Legesverordening 2025 in te trekken per ingangsdatum van de inwerkingtreding van de Legesverordening 2026. 11. De belastingverordeningen treden in werking op de in de afzonderlijke verordeningen bepaalde tijdstippen. 12.
De begrotingswijziging in verband met de hogere verwerkingskosten restafval en grofvuil conform bijlage 10 vast te stellen.
6
Argumenten 0
Algemeen belastingverordeningen
0.1
Een aantal belastingtarieven moeten worden geïndexeerd met het algemene stijgingspercentage.
De tarieven van afvalstoffenheffing, rioolheffing, lijkbezorgingsrechten, precariobelasting, marktgelden, parkeerbelastingen, onroerende-zaakbelastingen en leges stijgen in 2026 op basis van de begrotingsuitgangspunten met het algemene stijgingspercentage van 4,0% (behoudens uitzonderingen, wettelijke gemaximeerde tarieven en aantal nieuwe en gewijzigde belastbare feiten). Op basis van de gegevens van het Centraal Plan Bureau (CPB) van maart 2025 wordt de prijsstijging voor 2026 bepaald. Voor de prijsstijging wordt de Index materiele overheidsconsumptie (Imoc) gebruikt. Voor de lasten en baten van de begroting 2026 wordt uitgegaan van een prijsstijging van 4,0% ten opzichte van de begroting 2025. Dit percentage bestaat uit de inschatting voor 2026 van 2,1% en een correctie van 5,5% over voorgaande jaren 2024 en 2025. Omdat een deel van de prijscompensatie over 2024 al verwerkt is in de begroting wordt een vermindering van 3,6% toegepast en wordt een percentage van 4,0% gehanteerd. Dit is in de volgende tabel weergegeven.
CEP: Centraal Economische Plan. Bron: Programmabegroting 2026-2029, p. 197.
0.2
De belastingverordeningen moeten inhoudelijk en/of technisch worden gewijzigd.
De Verordening afvalstoffenheffing, Verordening rioolheffing, Verordening lijkbezorgingsrechten, Verordening precariobelasting, Verordening marktgelden, Verordening toeristenbelasting, Verordening parkeerbelastingen en Verordening onroerende-zaakbelastingen zijn behoudens enkele technische wijzigingen niet inhoudelijk gewijzigd. De Verordening Legesverordening is inhoudelijk en technisch gewijzigd. 1.
Verordening afvalstoffenheffing
1.1
Om de afvalstoffenheffing kostendekkend te laten zijn worden de tarieven afvalstoffenheffing verhoogd met het algemene stijgingspercentage, extra verhoogd in verband met de hogere verwerkingskosten restafval en grofvuil. De gemeente heeft een wettelijke plicht tot de inzameling van huishoudelijk afval. De kosten die de gemeente daarvoor maakt, worden door middel van de afvalstoffenheffing verhaald op de aanbieder van het afval. Er wordt een tarief geheven per perceel bij de gebruiker van het perceel. Het tarief is gedifferentieerd naar het aantal personen per huishouden: éénpersoonshuishoudens, tweepersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens.
7
De tarieven afvalstoffenheffing worden elk als basis verhoogd met het algemeen stijgingspercentage van 4,0%. In de Perspectiefnota zijn de inkomsten uit afvalstoffenheffing verhoogd met € 350.000 (in de bezuinigings- en dekkingsvoorstellen). Deze verhoging vindt plaats zonder de tarieven van de afvalstoffenheffing te verhogen. Dit komt door de toename van het aantal huishoudens. De kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing stijgt hierdoor. Na het aanbieden van de Programmabegroting 2026-2029 is de aanbesteding voor de verwerkingskosten van restafval en grofvuil afgerond. Hieruit blijkt dat de kosten voor het verwerken van deze afvalstromen hoger uitkomen. Voor 2026 zullen de kosten € 478.000 hoger zijn dan in 2025. Per huishouden (totaal 57.105 huishoudens) is dit een extra verhoging van de afvalstoffenheffing van € 8,37. Voor deze extra verhoging is een begrotingswijziging bijgevoegd om deze te laten vaststellen (bijlage 10). De tarieven afvalstoffenheffing voor het komende jaar zien er rekeninghoudend met de hogere verwerkingskosten als volgt uit:
2.
Verordening rioolheffing
2.1
De tarieven rioolheffing moeten worden geïndexeerd met het algemene stijgingspercentage. De gemeente heeft de wettelijke taak het huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, hemelwater (regen) en de grondwaterstand in het kader van het gemeentelijk rioleringsstelsel te beheren. De kosten die de gemeente hiervoor maakt, kunnen door middel van een rioolheffing worden verhaald op de gebruikers van het gemeentelijk rioleringsstelsel. De heffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel, woning of niet-woning van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De tarieven rioolheffing worden elk als basis verhoogd met het algemeen stijgingspercentage van 4,0%. In de Programmabegroting 2026-2029 is per ongeluk een te laag tarief rioolheffing 2026 voor het vaste bedrag (€ 82,60 in plaats van € 83,43) opgenomen. Dit is hersteld in dit raadsvoorstel en in de Verordening rioolheffing. In de Perspectiefnota zijn de inkomsten uit rioolheffing verhoogd met € 130.000 (in de bezuinigings- en dekkingvoorstellen). Door de toename van het aantal objecten van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd is het niet nodig om de tarieven rioolheffing hiervoor aan te passen.
8
Daarnaast geldt dat de aan rioolheffing toegerekende kosten voor 60% via het vaste bedrag en voor 40% via de WOZ-waarde worden verhaald, rekening houdend met een maximale stijging van de aanslag van € 17,50. Dit betekent dat de aanslag rioolheffing in 2026 maximaal € 347,30 bedraagt. Onderstaande tabel presenteert de nieuwe tarieven rioolheffing voor 2026. Een object met een WOZ-waarde van € 1.969.200 ontvangt een maximale aanslag.
3.
Verordening lijkbezorgingsrechten
3.1
De tarieven lijkbezorgingsrechten moeten worden geïndexeerd met het algemene stijgingspercentage. Lijkbezorgingsrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De lijkbezorgingsrechten gebruikt de gemeente om de kosten te verhalen van het onderhoud van de begraafplaatsen in de gemeente. De tarieven lijkbezorgingsrechten worden geïndexeerd met het algemene stijgingspercentage van 4,0%. Dit algemene stijgingspercentage is in de Programmabegroting 2026-2029 vastgesteld. 4.
Verordening precariobelasting
4.1
De tarieven precariobelasting moeten worden geïndexeerd met het algemene stijgingspercentage. Precariobelasting wordt geheven voor het gebruik van een terras/uitstalling voor verkoop handelswaar en/of reclamebord(en) op openbare gemeentegrond. De opbrengst van de precariobelasting kan voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen worden ingezet. De tarieven precariobelasting worden geïndexeerd met het algemene stijgingspercentage van 4,0%. Dit algemene stijgingspercentage is in de Programmabegroting 2026-2029 vastgesteld.
9
5.
Verordening marktgelden
5.1
De tarieven marktgelden moeten worden geïndexeerd met het algemene stijgingspercentage. De marktgelden worden geheven voor het hebben of innemen van een standplaats op een aangewezen marktterrein en voor de diensten die met de markt op het marktterrein verband houden. De marktgelden gebruikt de gemeente om de kosten te verhalen van het organiseren van de markten in de gemeente. De gemeente draagt zorg voor de verhuur van de standplaatsen op de markten, de afzetting en de reiniging van de marktterreinen. De tarieven marktgelden worden geïndexeerd met het algemene stijgingspercentage van 4,0%. Dit algemene stijgingspercentage is in de Programmabegroting 2026-2029 vastgesteld. 6.
Verordening toeristenbelasting
6.1 Het tarief toeristenbelasting wordt dit jaar niet aangepast. Toeristenbelasting wordt geheven voor het aanbieden van een slaapplek in een hotel, bed & breakfast, recreatiewoning of camping (ongeacht de duur van het verblijf). De opbrengst van de toeristenbelasting kan voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen worden ingezet. Het algemene stijgingspercentage is in de Programmabegroting 2026-2029 op 4,0% vastgesteld. Omdat het tarief toeristenbelasting een percentage betreft wordt dit niet aangepast. De opbrengst toeristenbelasting stijgt mee, omdat de prijzen van de overnachtingen stijgen. Sinds 2024 is het tarief toeristenbelasting 7% van de overnachtingsprijs. 7.
Verordening parkeerbelastingen
Parkeerbelastingen worden geheven voor het parkeren bij parkeerapparatuur en voor het verlenen van een parkeervergunning. Een parkeerbon (naheffingsaanslag parkeerbelasting) wordt geheven als niet of te weinig voor het parkeren wordt betaald of zonder geldige parkeervergunning wordt geparkeerd. Voor het aanbrengen en verwijderen van een wielklem en overbrenging en bewaring van het motorvoertuig worden kosten in rekening gebracht. De parkeerbelastingen heeft een regulerend karakter met het doel om het parkeergedrag van automobilisten te beïnvloeden: door het aanwijzen van gebieden waar de automobilisten moeten betalen, kan de gemeente het parkeren van motorvoertuigen regelen.
10
7.1
De belastingtarieven parkeerbelastingen voor het parkeren bij parkeerapparatuur en voor de parkeervergunningen moeten worden geïndexeerd met het algemene stijgingspercentage van dit jaar en vorig jaar In afwijking van alle andere tarieven, worden de parkeerbelastingen voor het parkeren bij parkeerapparatuur en voor de parkeervergunningen niet ieder jaar, maar eens per twee jaar aangepast. In 2025 zijn deze tarieven niet aangepast. In 2026 gebeurt het weer wel. Het steeds ‘’overslaan’’ van een jaar kent een praktische achtergrond: de aanpassing van parkeertarieven in de parkeermeters kan steeds een jaar achterwege blijven. Omdat een 2-jaarlijkse aanpassing voor inflatie als regel over relatief beperkte percentages (en dus euro’s) gaat is het tijdelijk verlies aan inkomsten (in het jaar van overslaan) ook relatief beperkt. Om geen structureel verlies aan inkomsten te hebben van een jaar ‘’overslaan’’ is wel afgesproken dat in het jaar waarin de tarieven wel worden aangepast ook rekening wordt gehouden met de inflatie van het vorig jaar. Dat betekent dat in de tarieven van 2026 niet alleen rekening wordt gehouden met het algemeen stijgingspercentage van 2026 maar ook nog met het stijgingspercentage van 2025. In technische zin krijgt dit vorm door: - Het algemene stijgingspercentage van 0,9% voor 2025 zoals in de Programmabegroting 2025-2028 is vastgesteld.
- Het algemene stijgingspercentage van 4,0% voor 2026 zoals in de Programmabegroting 2026-2029 is vastgesteld. Deze toegepaste werkwijze wordt uitgevoerd sinds het invoeren van het twee- in plaats van een jaarlijks aanpassen van het tarief parkeerbelasting. Vanaf 2027 worden de belastingtarieven parkeerbelastingen voor het parkeren bij parkeerapparatuur en voor de parkeervergunningen weer jaarlijks voor inflatieontwikkelingen gewijzigd, omdat het aanpassen van parkeerautomaten nu minder hoge kosten met zich meebrengt. De betaalwijze bij een parkeerautomaat is niet meer contant, maar digitaal. 7.2
Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelasting is het landelijk maximumtarief van € 82,00 Het maximale bedrag aan kosten voor het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt jaarlijks vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en opgenomen in het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Voor belastingjaar 2026 is het maximale bedrag vastgesteld op € 82,00. Ter onderbouwing van het tarief voor de naheffingsaanslag en het daarmee aantonen dat deze maximaal kostendekkend is dient het Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelasting 2026 vastgesteld te worden. 7.3 De kosten in artikel 12 van de verordening zijn vastgesteld in de Wegsleepverordening Zoetermeer De kosten uit artikel 12 van de Verordening parkeerbelastingen zijn vastgesteld in artikel 4, lid 1 van de Wegsleepverordening Zoetermeer. Deze kosten hebben betrekking op de overbrenging en het in bewaring nemen. Deze maatregelen kunnen worden genomen tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag. In artikel 11 van de Verordening parkeerbelastingen 2026 staat wanneer de gemeente bevoegd is om deze maatregelen te nemen.
11
8.
Verordening onroerende-zaakbelastingen
De onroerende-zaakbelastingen (OZB) wordt geheven van een eigenaar van een woning, bedrijfspand of bouwterrein. Ook wordt OZB geheven als gebruiker van een bedrijfspand. De opbrengst van de onroerende-zaakbelastingen kan voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen worden ingezet. 8.1
De tarieven OZB worden in december vastgesteld zodat gebruik gemaakt kan worden van de laatste informatie met betrekking tot de stijging (of daling) van de WOZ-waarden Zoals besloten bij het Raadsvoorstel Werkwijze vaststellen tarieven OZB van 3 juli 2023 (2023-029716), wordt bij de vaststelling van de Verordening onroerende-zaakbelastingen de tarieven OZB vastgesteld in plaats van in de Programmabegroting. In de Programmabegroting 2026-2029 zijn wel al voorlopige tarieven voor de OZB opgenomen op basis van de informatie die toen bekend was. Zoals in het Raadsvoorstel Werkwijze vaststellen tarieven OZB van 3 juli 2023 (2023-029716) staat opgenomen ziet de opbrengst van de OZB er schematisch als volgt uit:
Uitgangspunt bij het bepalen van de OZB-tarieven is dat het totaal van de OZB-opbrengsten elk jaar op hetzelfde niveau wordt gehouden. De tarieven voor de OZB wijzigen daardoor jaarlijks met de toe- of afname van de waarde van het onroerend goed. Bij een lagere WOZ-waarde stijgen de tarieven. Bij een hogere WOZ-waarde dalen de tarieven. Bij een waardestijging van het onroerend goed wordt dus niet méér OZB-opbrengst geïnd. Aangezien de WOZ-waarden nog niet allemaal bekend zijn, wordt zo lang mogelijk gewacht (tot de besluitvorming in december van de Verordening onroerende-zaakbelastingen) met het bepalen van de tarieven OZB. Hiermee wordt voorkomen dat er te veel (bij hogere stijging van de WOZ-waarden) of te weinig (bij lagere stijging van de WOZ-waarden) OZB-opbrengst wordt geïnd. In de Programmabegroting 2026-2029 zijn voorlopige tarieven voor de OZB opgenomen, op basis van de inschatting in augustus 2025.
12
Woningen Bij de tarieven in de Programmabegroting 2026-2029 is rekening gehouden met een stijging van de WOZ-waarde van de woningen met 11,5%. Inmiddels is een nieuwe inschatting van de waardestijging bekend voor de woningen. De waardestijging is 13,2%, dat is 1,7% hoger dan in de Programmabegroting opgenomen. Het tarief hebben we hierop naar beneden aangepast, zodat de totale opbrengst van de OZB niet wijzigt. Niet-woningen Voor de niet-woningen is in de Programmabegroting rekening gehouden met een stijging van de WOZ-waarde van 1%. Inmiddels is een nieuwe inschatting van de waardestijging bekend voor de niet-woningen. De waardestijging is 5,5%, dat is 4,5% hoger dan in de Programmabegroting opgenomen. Het tarief hebben we hierop naar beneden aangepast, zodat de totale opbrengst van de OZB niet wijzigt. In onderstaande tabel wordt zichtbaar hoe de tarieven voor de OZB tot stand komen. De start is het tarief uit 2025. Dit tarief van 2025 wordt verlaagd naar aanleiding van de stijging van de WOZ-waarde. Dit staat in de kolom 'Tarief na hertaxatie'. Daarna wordt het tarief verhoogd met het algemene stijgingspercentage. Dit is het tarief in de kolom 'Tarief 2026 o.b.v. index 4%'. Onderstaande tabel presenteert de nieuwe tarieven OZB voor 2026.
9.
Legesverordening
De leges worden geheven voor door de gemeente verstrekte diensten en het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument. De opbrengst leges gebruikt de gemeente om de kosten te verhalen van de administratieve dienstverlening van de gemeente. 9.1 De legestarieven moeten worden geïndexeerd met het algemene stijgingspercentage. De legestarieven stijgen in 2026 op basis van de begrotingsuitgangspunten met het algemene stijgingspercentage van 4,0% (behoudens uitzonderingen, wettelijke gemaximeerde tarieven en aantal nieuwe en gewijzigde belastbare feiten).
13
Het legestarief uit artikel 1.4.3 is een tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens uit de basisregistratie personen. Dit is een tarief voor afnemers, zoals een notaris. In artikel 10, tweede lid van de Regeling basisregistratie personen is hiervoor een maximumtarief opgenomen van € 7,50. In de Legesverordening is hiervoor een tarief voor 2026 van € 2,97 bepaald. Dit tarief is ten opzichte van vorig jaar verhoogd met het algemene stijgingspercentage van 4,0%. 9.2
De wettelijk gemaximeerde legestarieven welke op grond van regelgeving voor 2026 niet worden aangepast. Het legestarief uit artikel 1.7.1.1 is het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een Verklaring Omtrent het gedrag. Dit tarief is een vast tarief en te vinden in artikel 1, lid 3, onder 3 van de Regeling vergoeding verklaring omtrent het gedrag en gedragsverklaring. De hoogte van dit wettelijke tarief is niet aangepast. De tarieven uit de legesartikelen 1.9.3.1 tot en met 1.9.3.4 hebben betrekking op het in behandeling nemen van aanvragen voor vergunningen omtrent kansspelen. Deze vaste tarieven zijn te vinden in artikel 6, lid 2, artikel 20, lid 2 en artikel 3 van het Speelautomatenbesluit 2000. De hoogte van deze wettelijke tarieven zijn niet aangepast. 9.3
De leges reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart en rijbewijzen zijn nog niet aangepast. De legestarieven voor de reisdocumenten, Nederlandse identiteitskaart en de rijbewijzen (artikelen 1.2.1.1 tot en met 1.3.1.2) zijn aangepast op basis van hetgeen door het Rijk en de RDW is vastgesteld. 9.4
Op basis van de uitgangspunten zoals is besloten in het raadsbesluit 2025-120486 van maandag 3 november 2025, behoudens enkele technische wijzigingen en tariefaanpassingen de Legesverordening aan te passen. In het raadsbesluit 2025-120486 van maandag 3 november 2025 is, behoudens enkele technische wijzigingen en tariefaanpassingen besloten de legesverordening aan te passen. Hiervoor zijn diverse argumenten, die nader zijn uitgewerkt in het voorstel van 3 november 2025. Op hoofdlijnen zijn het deze argumenten: - Voldoen aan één van de bezuinigingsmaatregelen om de kostendekkendheid van de leges meer naar 100% te brengen. - Het voorkomen dat met name kwetsbare groepen zoals ouderen worden benadeeld. - Het voorkomen van misverstanden en onduidelijkheden. - Voor het creëren van meer uniformiteit conform het VNG model Legesverordening. 9.5 De legestarieven ondergrondse infrastructuur moeten extra verhoogd worden. Eén van de bezuinigingsmaatregelen was om de kostendekkendheid van leges meer naar 100% te brengen. Om die reden wordt voorgesteld om de legestarieven ondergrondse infrastructuur (artikel 1.9.4) extra te laten stijgen bovenop het algemene stijgingspercentage van 4,0%. De opbrengst van de leges kabels en leidingen wordt hierdoor verhoogd met € 0,123 mln. In de Perspectiefnota 2026 is deze maatregel al goedgekeurd door de raad. 9.6
De legestarieven omgevingsvergunning/fysieke leegomgeving moeten extra verhoogd worden. Eén van de bezuinigingsmaatregelen was om de kostendekkendheid van leges meer naar 100% te brengen. Om die reden wordt voorgesteld om het percentage in het legestarief 2026 artikel 2.3.1 voor de bouwactiviteit (bouwtechnische deel) extra te verhogen naar 1,3% en het percentage in het legestarief 2026 artikel 2.3.2.1 voor de omgevingsplanactiviteit, waarbij sprake is van een bouwactiviteit extra te verhogen naar 1,7%. Het minimumbedrag in beide legesartikelen is verhoogd met het algemene stijgingspercentage van 4,0%. De inkomsten uit de omgevingsvergunning worden hierdoor verhoogd met € 0,2 mln. In de Perspectiefnota 2026 zijn deze maatregelen al goedgekeurd door de raad. 14
Kanttekeningen Geen. Financiën Voor de verhoging van de afvalstoffenheffing (door de hogere verwerkingskosten) is een begrotingswijziging bijgevoegd om deze te laten vaststellen (bijlage 10). Voor de andere verordeningen zijn er geen financiële consequenties ten opzichte van de Programmabegroting 2026-2029. Controleprotocol Geen gevolgen voor het controleprotocol. Regelgeving wordt, als deze financieel van aard en van voldoende belang is, opgenomen in het normen- en toetsingskader voor de accountantscontrole en de interne controle. De vaststelling, wijziging of intrekking van de regelgeving heeft geen gevolgen voor de huidige formulering van het controleprotocol. Participatie en Communicatie De Verordening afvalstoffenheffing 2026, Verordening rioolheffing 2026, Verordening lijkbezorgingsrechten 2026, Verordening precariobelasting 2026, Verordening marktgelden 2026, Verordening toeristenbelasting 2026, Verordening parkeerbelastingen 2026, Verordening onroerende-zaakbelastingen 2026 en Legesverordening 2026 (bijgevoegde exemplaren) worden elektronisch bekend gemaakt in het Gemeenteblad. Over het raadsbesluit wordt geen participatie toegepast, omdat het gaat om de tarieven voor de gemeentelijke dienstverlening en gemeentelijke belastingen (artikel 1.2, lid 6, sub b van de Participatieverordening Zoetermeer 2022).
Over dit besluit wordt geen referendum mogelijk gemaakt, omdat het hier gaat om de vaststelling van belastingtarieven. Duurzaamheid Niet van toepassing. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten Niet van toepassing. Rapportage en evaluatie Niet van toepassing. Planning Niet van toepassing.
15