CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

GEWIJZIGD Raadsvoorstel Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Eneco-middelen

Raadsvergadering 28 juni 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Eneco-middelen8.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp

GEWIJZIGD Raadsvoorstel Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Eneco-middelen

Zaakid

0637694755

Auteur

Buijs, G 079 – 346.95.35 g.j.buijs@zoetermeer.nl

Gemeentesecretaris

Huykman, B.J.D.

Directeur

A. Quentin

Portefeuillehouder

Burgemeester Bezuijen

Medeverantwoordelijke(n)

Uiterste behandeldatum (+ reden) Programma(s)

28 juni 2021 (toezegging raad)

Eerdere besluitvorming

Raadsvoorstel Programmabegroting 2021-2024, d.d. 9 november 2020 Motie 2011-06 Afwegingskader Eneco-gelden eerder naar de raad Motie 2011-15 Sociaal Innovatie Fonds Zoetermeer zet in op het duurzaam verbeteren van de stad en daarvoor zijn financiële middelen nodig. De middelen die daartoe aangewend worden zijn afkomstig uit de resterende opbrengst van de verkoop van Eneco-aandelen (€60 miljoen). Door deze middelen in een investeringsfonds te reserveren is het mogelijk om in meerdere bestuursperioden in de stad te investeren. Voor de aanvragen voor bestemming van de gereserveerde middelen is een afwegingskader opgesteld met thematische en algemene criteria. Die criteria zijn gebaseerd op de uitgangspunten van Zoetermeer 2040 en op afspraken over de Eneco-gelden uit het coalitieakkoord en tussen College en Raad. De criteria geven houvast om in balans te investeren in de stad. 1. Leeswijzer bij gewijzigd raadsvoorstel Afwegingskader Investeringsfonds

Samenvatting

Bijlagen

Alle

Raadsbesluit 0637694755 Raadsvoorstel Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Eneco-middelen

De raad van de gemeente Zoetermeer; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 juni 2021; Besluit 1. Een investeringsfonds op te richten en daarbij uit te gaan van: a) De Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 met als hoofddoel de bijdrage aan het positief beïnvloeden van de mechanismen uit de visie. b) Afspraken tussen de gemeenteraad en het college over de besteding van de Eneco-middelen. 2. Het Investeringsfonds krijgt als naam ‘Fonds Zoetermeer 2040’. 3. Als algemene criteria de volgende hoofdvraag en deelvragen te hanteren: a) Hoofdvraag Impact: Wat is de verwachte maatschappelijke bijdrage die met het voorstel wordt bereikt? b) Deelvraag Inhoud: Wat is de inhoudelijke kwaliteit en degelijkheid van het voorstel? c) Deelvraag Implementatie: Wat is de verwachte kwaliteit en effectiviteit van de manier waarop het voorstel in de praktijk wordt uitgevoerd? Wat draagt in de praktijk bij aan de borging van die kwaliteit? 4.

Als ondergrens voor voorstellen de volgende uitgangspunten voor impact te hanteren: a) Een voorstel moet overtuigend bijdragen aan minimaal één -en bij voorkeur meerdere- van de vier mechanismen van Zoetermeer 2040; b) Een voorstel moet minimaal drie jaar effect opleveren en effecten moeten uiterlijk binnen vijf jaar zichtbaar zijn; c) Hoe kleiner de groep begunstigden, hoe groter de positieve impact van een voorstel moet zijn om een investering te kunnen rechtvaardigen. 5. Bij de start van het Investeringsfonds in ieder geval de volgende thema's te benoemen: a) Sociaal Innovatie Fonds b) De Gebouwde Omgeving c) Leefomgeving d) Duurzaamheid e) Innovatie, Ontwikkeling en de Kenniseconomie f) Citymarketing, profilering van Zoetermeer. 6. Als thematische criteria de volgende hoofdlijnen te hanteren: a) Sociaal Innovatie Fonds: Investeringen zijn gericht op het herstellen van de bestaanszekerheid, het bevorderen van de positieve gezondheid, en het verbeteren van de gelijke kansenkansengelijkheid van Zoetermeerders, met als doel om te komen tot betere (gezondheids-)zorg en ondersteuning voor meer mensen met minder geld. b) Gebouwde omgeving: Investeringen zijn gericht op het verbeteren van het sociaaleconomische fundament van Zoetermeer, het bevorderen van de veiligheid en op het vergroten van de kwaliteit en diversiteit van de gebouwde omgeving.

c) Leefomgeving: Investeringen zijn gericht op het verbeteren van de (gebruiks)kwaliteit, de veiligheid en de diversiteit van de openbare ruimte. d) Duurzaamheid: Investeringen zijn gericht op het versnellen van de verduurzaming van Zoetermeer waar deze bijdraagt aan het aantrekkelijker maken van de stad.

2

e) Innovatie, ontwikkeling en kenniseconomie: Investeringen zijn gericht op het versterken van het (economisch) klimaat van toegepast innoveren. De innovaties zijn gericht op de maatschappelijke vraagstukken van Zoetermeer over de lange termijn. Daarnaast gaan investeringen over het verbeteren van de samenhang tussen de beroepsbevolking en de werkgelegenheid. f) Citymarketing, profilering van Zoetermeer: Investeringen zijn gericht op het versterken van het profiel van Zoetermeer als aantrekkelijke stad in de regio om te wonen, werken, ondernemen, studeren en te genieten. 7. Middels een apart raadsvoorstel een deel van de middelen uit het Investeringsfonds te bestemmen voor toewijzing aan 2021-2022 en het overige deel van de middelen in het Investeringsfonds nog niet specifiek aan een of meerdere thema's toe te wijzen maar die keuze over te laten aan een volgende raad/raden. 8. Voor de technische uitvoering hiervan te besluiten om: a) Een bedrag van €60 miljoen te storten in het ‘Investeringsfonds Zoetermeer’ ten laste van de bestemmingsreserve Eneco. b) De mogelijkheden van voeding van het Investeringsfonds jaarlijks onderwerp van besluitvorming te maken in de Perspectiefnota en de begroting. c) Na het bestemmen van middelen aan verschillende thema’s deze middelen aan dit thema gekoppeld te houden tot een ander besluit door de raad genomen is.

d) Voor voorstellen met een gemeentelijke bijdrage boven de 500.000 extern advies in te winnen over de mate waarin een voorstel past binnen het afwegingskader en dit advies toe te voegen aan het raadsvoorstel. e) Jaarlijks bij de Perspectiefnota en begroting inzicht te geven in de specifieke voorstellen die het college wil uitvoeren, maar ook in de voorstellen die na bestuurlijke besluitvorming door het college zijn afgewezen (inclusief onderbouwing). 9. Het college opdracht te geven een uitvoeringsregeling op te stellen waarbij het op laagdrempelige wijze mogelijk wordt voor inwoners en organisaties om met initiatieven in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het investeringsfonds. 10. Het college mandaat te geven om voorwaardelijk (in afwachting van een definitief besluit over de verdeling van de Enecomiddelen over thema’s en tijd) reeds te starten met de voorbereidingen voor raadsvoorstellen die passen binnen de in het afwegingskader genoemde thema’s, om zo geen tijd te verliezen in het aanpakken van de opgaven uit de omgevingsvisie Zoetermeer 2040. 11. Voor de afronding van het Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Enecomiddelen geen verdergaande participatie (samenspraak) noodzakelijk te achten op basis van artikel 2 lid 7 sub a uit de Samenspraakverordening. Dit besluit treedt in werking twee weken na de bekendmaking daarvan.

Tenzij over dit besluit een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 28 juni 2021 de griffier,

de voorzitter,

drs. R. Blokland MCM

drs. M.J. Bezuijen

3

Toelichting Probleemstelling en kader Inleiding In dit voorstel beschrijft het college de werkwijze om tot een afweging te komen voor de inzet van de Eneco-middelen ten behoeve van de lange termijnontwikkeling van Zoetermeer. Het voorgestelde afwegingskader beschrijft wanneer, op basis van welke overwegingen en met welke doelen de Eneco-middelen ingezet kunnen worden. Het is met nadruk een kader: Het vormt de contouren voor specifieke investeringsbesluiten die uiteindelijk door de gemeenteraad wel of niet gehonoreerd worden zonder die al in detail voor te schrijven. Het is mede daarom geen beslisboom met keiharde knockout-critiria. Dat zou immers de ruimte voor het stadsbestuur om eigen afwegingen te maken beperken. De verkoop van de aandelen Eneco heeft begin 2020 geleid tot een eenmalige opbrengst van € 95,2 miljoen. Een deel van dat geld is het afgelopen jaar gebruikt om onder andere de weerstandscapaciteit van de gemeente aan te vullen, tekorten te dekken en kosten die voortvloeien uit de coronacrisis te kunnen dragen (zie onderstaand overzicht voor een meer specifieke uitsplitsing). Met het resterende bedrag van € 60 miljoen wil het gemeentebestuur een krachtige impuls geven aan de lange termijn ontwikkeling van de stad door een investeringsfonds op te richten.

Met dit fonds kunnen positieve vernieuwingen worden aangejaagd die in het licht van de financiële uitdagingen van onze gemeente zowel gewenst als broodnodig zijn. Het voorstel van het college is om hier met name de inzichten uit de visie Zoetermeer 2040 voor te gebruiken. Een keuze voor een fonds voor de lange termijn betekent ook dat het mogelijk moet zijn om over een langere periode investeringen te doen. Het college kiest er daarom voor om deze raadsperiode niet al het geld te bestemmen, maar ook ruimte over te houden voor de keuzes van een volgende gemeenteraad. Daarnaast ziet het college kansen voor ‘revolverende’ onderdelen, waarbij gerealiseerde besparingen/renderende investeringen terugvloeien in het fonds en beschikbaar komen voor nieuwe investeringen. De gemeenteraad heeft middels motie 2011-06: Afwegingskader Eneco-gelden eerder naar de raad aangegeven eerst te willen besluiten over een afwegingskader voor projecten/initiatieven die vanuit de Enecomiddelen bekostigd zouden kunnen worden voor het te hebben over de financiële verdeling. Dit voorstel voorziet in die wens.

4

Overzicht aanwending Enecomiddelen

(alle bedragen x € 1.000)

95.200

Opbrengst Eneco* Besteding 2020 1. aanvullen weerstandscapaciteit a. begroting op orde b. risico onvoldoende compensatie rijk

10.500 5.000

2. corona specifieke maatregelen 262 -15.762 79.438

saldo Reserve Enecogelden 31/12/20*

Besluitvorming in voorbereiding aanvullen reserve vrij inzetbaar ivm SSVOZ**1 toepassing afwegingskader Corona in 2021*** buffer vrij inzetbaar ivm begrotingssaldo 21/22**

7.565 4.738 6.400 -18.703

Beschikbaar in Reserve Enecogelden

60.735

Bronnen: *Jaarrekening 2020 **Concept Perspectiefnota 2022 ***Raadsvoorstel Jaarrekening 2020

1 Opzet en inrichting Investeringsfonds Doel Het college heeft zich ten doel gesteld om de (Eneco-)middelen duurzaam in te zetten voor de verbetering van de stad. Daarbij wil het college inzetten op een positieve bijdrage aan de mechanismen die in Zoetermeer 2040 zijn geïdentificeerd. Die mechanismen zijn: 1. Concurrerende woonaantrekkelijkheid 2. Sociaaleconomische kracht 3. Samenhang beroepsbevolking en werkgelegenheid 4. Verschillen tussen wijken en buurten Middel Het college kiest voor het opzetten van een investeringsfonds gefocust op onderwerpen die sterk bijdragen aan de mechanismen van Zoetermeer 2040 als middel om duurzame verbeteringen in de stad mogelijk te maken. De onderwerpen in dit Investeringsfonds zijn allereerst gebaseerd op Zoetermeer 2040. Passend in dat kader zijn afspraken uit het coalitieakkoord en afspraken tussen raad en college over de besteding van de Eneco-middelen toegevoegd, die allemaal ook een bijdrage leveren aan de mechanismen. 1 SSVOZ: Stichting Stedelijk Voortgezet Onderwijs Zoetermeer

5

In afwachting van de vaststelling van de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is in dit voorstel het collegebesluit over de Ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 als uitgangspunt gebruikt voor de inhoudelijke opbouw van het Investeringsfonds. Het nog te voeren gesprek met de raad over deze visie en eventuele wjizigingen naar aanleiding van het zienswijzetraject kunnen vanzelfsprekend van invloed zijn op de in dit voorstel gepresenteerde onderwerpen. De in dit voorstel benoemde thema’s worden voorzien van een inhoudelijk afwegingskader. Een kader dat moet ondersteunen bij enerzijds de weging van het bedrag dat binnen het investeringsfonds per thema beschikbaar is en dat anderzijds ondersteunt bij de afweging van bestedingsvoorstellen binnen de thema's zelf. Centrale uitgangspunt van het afwegingskader is de verwachte bijdrage aan de mechanismen die in Zoetermeer 2040 zijn onderkend en door de raad vastgesteld. Nadat de raad zich heeft uitgesproken over de opzet van het investeringsfonds en het afwegingskader zal voorafgaand aan het Voorjaarsdebat 2021 aan de gemeenteraad een voorstel worden aangeboden voor het bestemmen van een deel van de Enecomiddelen over de thema’s. In dit voorstel zal ook worden opgenomen wat de voor- en nadelen zijn van een keuze om de middelen niet specifiek toe te wijzen aan thema’s.

Na het bestemmen van middelen aan verschillende thema’s blijven deze middelen aan dit thema gekoppeld ook al verloopt de (bestuurs-)periode waarin de middelen zijn toegekend. Dit geldt niet als er door de raad het besluit wordt genomen om de ongebruikte middelen terug te laten vloeien naar de brede bestemmingsreserve van het investeringsfonds. Daarnaast kiest het college ervoor een deel van de middelen uit het Investeringsfonds bewust nog niet te bestemmen om zo ook ruimte te bieden voor volgende bestuursperiode(s) om eigen keuzes te maken. Ten slotte komt het college - na het zomerreces - met twee aanvullende voorstellen. Het eerste voorstel zal zich richten op onderzoek naar de mogelijkheid van structurele voeding van het investeringsfonds. In dit voorstel zal o.a. de relatie tussen het Investeringsfonds (IF) en het Reserve Investeringsfonds (RIF) worden betrokken, evenals de mogelijkheid om OZBinkomsten en rekeningoverschotten in te zetten voor de voeding van het fonds. Het tweede voorstel zal de uitwerking van een uitvoeringsregeling bevatten, die het op laagdrempelige wijze mogelijk maakt voor inwoners en organisaties om met initiatieven in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het investeringsfonds.

In dit tweede voorstel zal ook aandacht gegeven worden aan de wijze waarop de vaak lastig bereikbare groep van jongeren actief kennis kunnen nemen en gebruik kunnen maken van de mogelijkheden van de uitvoeringsregeling.

6

Enecomiddelen - ca. €95 miljoen

Reeds bestemd (o.a. aanvullen weerstandscapaciteit, corona, dekking tekort) €27,4 miljoen

Nog beschikbaar - €60 miljoen

Raadsvoorstel SSVOZ - €7,5 miljoen

Investeringsfonds - €60 miljoen

Schematische weergave beoogde indeling

Flexibele thema’s In het investeringsfonds is onderscheid gemaakt in thema’s. Elk thema richt zich op inhoudelijk andere onderwerpen. Er wordt voor thema’s gekozen om zo een goede balans te kunnen vinden tussen verschillende inhoudelijke onderwerpen die bijdragen aan de beoogde verandering in de stad. De thema’s kunnen en mogen in de tijd veranderen. Ook de verdeling van middelen tussen de thema’s kan wijzigen en daarnaast kunnen er binnen thema’s andere accenten worden gelegd. Die flexibiliteit is wenselijk om zodoende in elke bestuursperiode kleuring te kunnen geven en accenten te zetten waarmee invulling wordt gegeven aan de realisatie van de ambities van Zoetermeer 2040.

2 Afwegingskader Het afwegingskader is ingericht naar een zestal concrete thema's met ieder zijn eigen specifieke kenmerken. De inhoud van de thematische criteria is gebaseerd op de Ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 waarin de integrale visie op Zoetermeer 2040 is opgenomen. De criteria zijn afgeleid van de zes pijlers van Zoetermeer 2040: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Zoetermeer is mijn thuis Duurzame stad tussen de parken Palet van wijken en buurten Doorlopende ontplooiingskansen voor inwoners van Zoetermeer Stad van toegepaste innovatie Zoetermeer regiostad

In de beschrijving is gekozen om aan te sluiten op het niveau waarop de pijlers zijn beschreven zodat het investeringsfonds optimaal kan dienen als vehikel om de ambities van Zoetermeer 2040 te realiseren.

7

Daarnaast is er een generiek kader dat op elk van de zes thema's van toepassing is. Dit brede afwegingskader dient als een houvast, zonder daarbij compleetheid na te streven of van aanvragen te verwachten dat ze precies aan alle criteria voldoen. Daarmee wordt ruimte en flexibiliteit geboden voor aanvragen.

2.1 Afwegingskader: thematische criteria In dit voorstel maken we in de thema’s enerzijds onderscheid in investeringen in: (1) de samenleving, thema Sociaal Innovatie Fonds (2) woningen en gebouwen, thema Gebouwde omgeving (3) de inrichting van het openbaar gebied, thema Leefomgeving Daarnaast zijn er drie inhoudelijke thema’s die gerichte, extra aandacht vragen, te weten: (1) de verduurzaming van Zoetermeer, thema Duurzaamheid (2) het verder ontwikkelen van Zoetermeer als stad van toegepaste innovatie en de aansluiting van de Zoetermeerse beroepsbevolking op deze ontwikkelingen, thema Innovatie, ontwikkeling en kenniseconomie (3) het profileren en positioneren van Zoetermeer, thema Citymarketing, profilering Zoetermeer Voor de verschillende thema’s zijn in onderstaande tabel inhoudelijke afwegingscriteria geformuleerd die gebaseerd zijn op Zoetermeer 2040. Daaraan zijn afspraken uit het coalitieakkoord en afspraken tussen raad en college toegevoegd (sociaal innovatiefonds, duurzaamheidsfonds, economie en citymarketing), die allemaal ook een bijdrage leveren aan de in Zoetermeer 2040 beschreven mechanismen. Thema Sociaal Innovatie Fonds

Impact Investeringen zijn gericht op het herstellen van de bestaanszekerheid, het bevorderen van positieve gezondheid, en het verbeteren van kansengelijkheid van Zoetermeerders. Doel van dit thema is om te komen tot betere (gezondheids-)zorg en ondersteuning voor meer mensen met minder geld. Projecten kunnen zo leiden tot een structureel positief financieel effect. Daartoe stimuleren we: Op stedelijk schaalniveau • Investeringen in voorzieningen die bij een suburbane stad horen en het sociale karakter van de stad versterken • Investeringen met een sociaal rendement, gericht op een zinvol en vitaal leven (impact gedreven) • Mix van onderwijs, voor- en vroegschoolse educatie, buitenschoolse opvang en vrije tijdsvoorzieningen gericht op het ontwikkelen van het talent van Zoetermeerse kinderen • Projecten die bijdragen aan het realiseren en/of optimaliseren van de doorlopende leerlijn • Preventieve en vernieuwende aanpakken die vanuit een brede blik op het hele gezin de (jeugd)zorg verbeteren • De samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden om de toepassing van innovaties op stedelijke sociale opgaven aan te pakken met behulp van slim datagebruik, nieuwe technologieën en werkmethodieken • (Technologische) innovaties die een bijdrage kunnen leveren aan betere zorg • Pilots waarmee beoogd wordt het beroep op reguliere zorg, hulp en

ondersteuning te verminderen (bijv. maatregelen op 8

•

Gebouwde omgeving

het gebied van digitalisering, e-health, vroegsignalering, omscholing t,b.v. de arbeidsmarkt, schuldhulp, goed vervoer, woningbouw, etc.) Projecten die bijdragen aan de ambities van de Open Stad en gelijke kansen vergroten door het verbeteren van de toegankelijkheid en bruikbaarheid van de stad voor gehandicapten.

Op het schaalniveau van wijken / buurten • Investeringen in een scala van voorzieningen die behulpzaam zijn voor het versterken van de sociale basis, zoals gebruiks- en ontmoetingsruimtes. Voorwaarde is een stevige decentrale samenwerking • Investeringen in activiteiten en initiatieven die • de buurt interessanter en meer divers maken (zorg, vrije tijd, veiligheid, samenleven) • een positieve impact hebben op de (geestelijke) gezondheid van inwoners (cultuur, sport, groen) • het leven in en met het groen stimuleren • het samenleven in buurten stimuleren • In samenwerking met wijkpartners en sociale ondernemers (op basis van data) lokale vraagstukken opsporen en versneld aanpakken Investeringen zijn gericht op het verbeteren van het sociaaleconomische fundament van Zoetermeer, het bevorderen van de veiligheid en op het vergroten van de kwaliteit en diversiteit van de gebouwde omgeving. Daartoe stimuleren we: In de stad • Verbetering relatie tussen de gebouwde omgeving en het groen en het gebruik daarvan (bv groene daken en gevels)

Leefomgeving

In wijken • investeringen in de leefomgeving van wijken die gericht zijn op het versterken van de sociale basis • Nieuwe en andere woonvormen (bijv. sociale koop, woonwerkcombinaties, zelfbouw, kluswoningen, woon-werkateliers, woonzorgconcepten) • Ingrepen die aansluiten op levensbehoeften in de wijk zoals transformatie van gebouwen, gericht (sloop-) nieuwbouw, het mengen van wonen, leven en werken Investeringen zijn gericht op het verbeteren van de (gebruiks-) kwaliteit, de veiligheid en de diversiteit van de openbare ruimte. Daartoe stimuleren we: In de stad • Vloeiende aansluitingen met groen buiten de stad (om te bewegen) In de wijken  Aantrekkelijke buitenruimte die uitnodigt om te verblijven, creëren, ontmoeten, sporten en bewegen  Het zodanig versterken van het ecologische brongebied zodat het bijdraagt aan natuurwaarden in de stad en de bio 9

Duurzaamheid

Innovatie, ontwikkeling en kenniseconomie

diversiteit Groen/buitenruimte die een bijdrage levert aan de kwaliteit van de stad op het vlak van klimaatadaptatie, zoals het zorgen voor wateropvang en verkoeling

Met betrekking tot mobiliteit • Het versterken van het gebruik van stille en schone mobiliteit • Het verbeteren en versterken van verbindingen Zoetermeer naar alle windrichtingen Investeringen zijn gericht op het versnellen van de verduurzaming van Zoetermeer waar deze bijdraagt aan het aantrekkelijker maken van de stad. Daartoe stimuleren we In de stad en wijken • Initiatieven die buurten op het gebied van duurzaamheid interessanter maken • De energietransitie en de klimaatadaptatie gericht op het aantrekkelijker maken van de stad (o.a. door middel van de verduurzaming van woningen, kantoren, scholen, etc.) • Samenwerking met kennisinstellingen, bedrijven en overheden gericht op de toepassing van innovaties voor energietransitie, circulaire economie, duurzaamheid • Initiatieven met een revolverend karakter, waarbij gerealiseerde besparingen/opbrengsten terugvloeien Investeringen zijn gericht op het versterken van het (economisch) klimaat van toegepast innoveren. De innovaties zijn gericht op de maatschappelijke vraagstukken van Zoetermeer over de lange termijn. Daarnaast gaan investeringen over het verbeteren van de samenhang tussen de beroepsbevolking en de werkgelegenheid.

Daartoe stimuleren we: In de stad • Nieuwe ontwikkelingen die bijdragen aan het Dutch Innovation Park als aanjager van toegepast innoveren • Het versterken van een breed spectrum van verschillende soorten beroepsonderwijs (HBO/MBO) en praktijkgericht onderzoek (practoraten, lectoraten) • Het versterken van netwerken van • partners over domeinen heen • de triple helix (onderwijs, ondernemers, overheid) gericht op innovaties op stedelijke vraagstukken en de aansluiting daarop en een leven lang ontwikkelen van de Zoetermeerse beroepsbevolking • Datasystemen gericht op • Het opsporen van stedelijke vraagstukken • (T.b.v.) Individuele bewoners en Zoetermeerse samenleving Innovaties gericht op o.a.: • Eigenaarschap mogelijk maken van groepen die daar normaliter niet toe in staat zijn 10

• • •

Citymarketing, profilering van Zoetermeer

Verbeteren van de economische potenties in wijk en stad Mogelijk maken leven lang leren Andere innovaties die bijdragen aan het keren van de mechanismen van Z2040 Investeringen zijn gericht op het versterken van het profiel van Zoetermeer. Daartoe stimuleren we: In de stad • Bijdragen aan verbeterde reputatie van Zoetermeer als woon-, werk-, studie- en vrijetijdsstad • Evenementen en initiatieven gericht op de versterking van het profiel van Zoetermeer met regionale en landelijke aantrekkingskracht. • Stedelijke evenementen en initiatieven gericht op versterking van het profiel van Zoetermeer • Zichtbaar maken van (historisch en nieuw herkenbaar) erfgoed

2.2 Afwegingskader: algemene criteria Alle voorstellen die een beroep doen op het Investeringsfonds zullen worden afgewogen aan de hand van één hoofdvraag: - Impact: Wat is de verwachte maatschappelijke bijdrage die met het voorstel wordt bereikt? Voor de uitwerking van deze hoofdvraag in specifieke voorstellen zijn er twee deelvragen die als vormvereisten gelden om tot een goed voorstel te komen: - Inhoud: Wat is de inhoudelijke kwaliteit en degelijkheid van het voorstel? - Implementatie: Wat is de verwachte kwaliteit en effectiviteit van de manier waarop het voorstel in de praktijk wordt uitgevoerd? Wat draagt in de praktijk bij aan de borging van die kwaliteit? De hoofdvraag en onderliggende deelvragen bevatten elk een aantal afwegingscriteria. Deze criteria zullen in de ambtelijke advisering en bestuurlijke beoordeling gebruikt worden om voorstellen beredeneerd tegen elkaar te kunnen afwegen alvorens voorstellen aan de gemeenteraad voor te leggen. De criteria worden in de tabel hieronder genoemd en daaronder verder toegelicht. Indieners van voorstellen worden geacht in hun voorstel alle criteria te adresseren. ‘Adresseren’ betekent in dit verband dat wordt beredeneerd waarom wel of niet aan een criterium wordt voldaan.

Daarbij is het dus niet per se noodzakelijk om aan ieder criterium te voldoen, maar wordt wel gevraagd om beredeneerd te onderbouwen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Zo is het bijvoorbeeld denkbaar dat onder ‘Inhoud’ wordt uitgelegd dat een voorstel slechts een beperkt innovatief potentieel heeft, omdat bestaande aanpakken reeds bewezen effectief zijn in het bereiken van de doelstellingen en gewenste impact. Mits overtuigend beredeneerd hoeft dit geen negatief gevolg te hebben in de afweging. Om vanuit een project impact te bereiken kan het behulpzaam zijn om de Zoetermeerse Aanpak als steun te gebruiken in de afwegingen die worden gemaakt. In de cyclus die in deze aanpak wordt gevolgd is -naast de traditionele doorwerking en uitvoering van beleid- ook expliciet aandacht voor de voorkant (hoe passen beleid en projecten in de bredere toekomstvisie van de stad?) en de achterkant (hoe hebben uitgevoerd beleid en projecten bijgedragen aan het realiseren van die toekomstvisie?).

11

Schematische weergave van de Zoetermeerse Aanpak

Hoofdvraag Impact: Wat is de verwachte maatschappelijke bijdrage die met het voorstel wordt bereikt? Bijdrage aan het keren van de mechanismen van Zoetermeer 2040 Maatschappelijk nut in tijdsduur Maatschappelijk nut in bereik doelgroep

12

Deelvragen/vormvereisten Inhoud Helderheid en relevantie van de doelstellingen

Implementatie Kwaliteit en effectiviteit van voorgestelde aanpak

Plausibiliteit van inhoudelijke redenering Mate waarin het voorstel innovatief potentieel heeft (bijv. nieuwe concepten, nieuwe diensten of processen kan opleveren)

Hefboomwerking (trigger voor investeringen van buiten) en koppelkansen Mate waarin incidentele middelen optimaal worden ingezet Mate waarin het Investeringsfonds noodzakelijk is om het betreffende voorstel te realiseren

Mate waarin het voorstel interdisciplinair en integraal is opgezet Mate waarin de toegevoegde waarde van een rol voor de gemeente overtuigend is beargumenteerd

Mate waarin het voorstel het bestendigen van de resultaten in de stad/organisatie na afloop van het project/pilot etc. adresseert Complementariteit en expertise van voorgestelde partners

2.3 Toelichting afwegingscriteria 2.3.1 Impact Bijdrage aan het keren van de mechanismen van Zoetermeer 2040 Om over een langere termijn positieve maatschappelijke impact voor de stad te bereiken is het belangrijk om positief bij te dragen aan de mechanismen zoals die staan beschreven in de Visie Zoetermeer 2040: 1. Concurrerende woonaantrekkelijkheid 2. Sociaaleconomische kracht 3. Samenhang beroepsbevolking en werkgelegenheid 4. Verschillen tussen wijken en buurten Onder het kopje Thematische criteria worden de inhoudelijke criteria beschreven aan de hand waarvan de gemeente de mechanismen positief wil beïnvloeden. Van de aanvragers wordt verwacht dat weergegeven wordt hoe het eigen voorstel hieraan bijdraagt. Als absolute ondergrens voor voorstellen wordt het uitgangspunt gehanteerd dat een voorstel overtuigend moet bijdragen aan minimaal één -en bij voorkeur meerdere- van de vier mechanismen. Afweging maatschappelijk nut in tijdsduur Het verdient de voorkeur om de Eneco-gelden in te zetten voor zaken die – ook al betreft het een tijdelijke investering – een zo lang mogelijk effect voor de stad en haar inwoners hebben. Dit ‘tijdsduur criterium’ sluit aan bij de analyse van Zoetermeer 2040 waarin richtingen/plannen zijn gepresenteerd die een lange adem vergen.

Als richtlijn wordt hierbij gehanteerd dat voorstellen minimaal drie jaar effect opleveren en dat dit effect uiterlijk binnen vijf jaar zichtbaar is. Afweging maatschappelijk nut in bereik doelgroep Er zijn voorstellen denkbaar waarvan het resultaat neerslaat bij een grote en/of breed samengestelde doelgroep. Evengoed zijn voorstellen denkbaar waarvan het bereik veel kleiner is maar waarvan de aard van het vraagstuk de inzet van middelen voor een kleinere groep 13

rechtvaardigt. Het in beeld brengen en beargumenteren van de omvang en samenstelling van evenals het bereik en effect op- de doelgroep waarop een voorstel zich richt, wordt meegewogen in het afwegingproces. Hierbij is het uitgangspunt: hoe kleiner de groep begunstigden, hoe groter de positieve impact van een voorstel moet zijn om een investering te kunnen rechtvaardigen. 2.3.2 Inhoud Afweging helderheid en relevantie van de doelstellingen Het gaat bij deze afweging om de vraag in hoeverre de doelstellingen duidelijk, gestructureerd en (indien mogelijk) kwantificeerbaar zijn opgeschreven. Daarnaast wordt overwogen in hoeverre het voorstel past onder het thema (of thema’s) waaronder deze is ingediend en relevant is in de context van dat thema (of thema’s). Plausibiliteit van inhoudelijke redenering Een voorstel moet niet alleen een duidelijk doel hebben, het is ook belangrijk om overtuigend inzichtelijk te maken hoe het voorstel bijdraagt aan het verwezenlijken van het doel.

Voor welk probleem/uitdaging vormt het voorstel een oplossing of welke kans wordt met het voorstel optimaal benut? En in hoeverre wordt overtuigend neergezet dat het idee en de opbouw/uitvoering van dit voorstel inderdaad een belangrijke bijdrage zullen leveren aan het verwezenlijken van de doelstellingen, oplossen van het probleem/uitdaging, of benutten van de kans? Afweging innovatief potentieel Om de dalende trends in Zoetermeer te kunnen keren is voortzetting van het huidige beleid niet voldoende. Er zijn vernieuwende ideeën en aanpakken nodig waarin o.a. acties, reflectie en leren leiden tot duurzame stappen vooruit. De gemeente wil zo waar dat een toegevoegde waarde heeft bijdragen aan innovatieve en vernieuwende oplossingen voor en in de stad. Innovatie in een voorstel kan bijvoorbeeld zitten op het gebied van vernieuwende doelstellingen, het werken met (voor Zoetermeer) nieuwe concepten of aanpakken of het opleveren van nieuwe diensten of processen. De voorkeur gaat daarbij uit naar innovatie die zich richt op het positief beïnvloeden van ontwikkelingen op de langere termijn en/of innovaties die direct in de Zoetermeerse praktijk kunnen worden toegepast. Voorstellen worden geacht te onderbouwen waarom er wel of niet gebruikt wordt gemaakt van innovatieve elementen en hoe die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het voorstel.

Afweging interdisciplinariteit en integraliteit Door een uitdaging of kans vanuit meerdere invalshoeken te benaderen worden vaak betere resultaten bereikt en breder draagvlak gecreëerd dan vanuit een monodisciplinaire benadering. Indieners worden geacht te beschrijven in hoeverre er in de opzet en uitvoering van hun voorstel sprake is van een interdisciplinaire/integrale aanpak over de grenzen van bestaande ‘domeinen’, disciplines of werkvelden heen is geborgd, of waarom dat bij dit specifieke voorstel geen toegevoegde waarde heeft. Uiteraard is daarbij integraal werken geen doel op zich, maar moet dit ondersteunend zijn aan het bereiken van de gewenste impact. Afweging rol van gemeente Gemeentelijke bijdragen zijn wenselijk en/of noodzakelijk om gemeentelijk beleid te benadrukken/intensiveren, zaken eerder voor elkaar te krijgen of voor zaken waarvoor de rijksvergoeding ontoereikend is. Naarmate het eigen beleid van de gemeente en de eigen beïnvloedingsmogelijkheden groter zijn, ligt een hogere bijdrage van gemeentelijk budget voor de hand dan wanneer die beïnvloeding minder groot is. 2.3.3 Implementatie Afweging kwaliteit en effectiviteit van de voorgestelde aanpak Vormt de voorgestelde aanpak met verdeling van taken, werkzaamheden en middelen een passende manier om de gewenste doelstellingen en impact te kunnen bereiken? Is duidelijk en

14

overtuigend beargumenteerd hoe management van het project zal plaatsvinden? En als het een investeringsvoorstel is waarin een nieuwe aanpak wordt geïmplementeerd, in hoeverre is deze dan gebaseerd op bewezen interventies (proven practices)? Afweging hefboomwerking (trigger voor investeringen van buiten) Om de visie voor Zoetermeer in 2040 te realiseren zal een brede inspanning nodig zijn. Niet alleen -of zelfs maar vooral- van de gemeente, maar ook van andere partijen en medeoverheden. Alle voor het Investeringsfonds voorgestelde thema’s hebben met elkaar gemeen dat ze (zeer) kapitaalintensief zijn, en afzonderlijk al met gemak het fonds zouden kunnen uitputten. Het is daarom nodig om andere partijen en medeoverheden te ‘verleiden’ om een bijdrage te leveren aan het realiseren van de visie. Dat kan door het investeren van financiële middelen, maar bijvoorbeeld ook door het beschikbaar stellen van mens- en denkkracht. Andere voorbeelden van een succesvolle hefboomwerking zijn dat besparingen die via het Sociaal Innovatie Fonds worden gerealiseerd vanuit een collectieve samenwerking voor een deel terugvloeien naar de partners die hebben bijgedragen (shared savings), of dat elementen van een project op het gebied van duurzaamheid een revolverend karakter hebben of leiden tot inverdieneffecten.

Kern is dat de uitvoering van voorstellen leidt tot (financieel en in ieder geval) maatschappelijk rendement. Voorstellen waarin (onderdelen van) bovenstaande overwegingen overtuigend worden beredeneerd zullen op dat punt positief beoordeeld worden tijdens het afwegingsproces. Afweging optimale inzet incidentele middelen De Eneco-gelden zijn eenmalig. Een beroep op Eneco-gelden voor structurele lasten is daarmee niet mogelijk. Dit gegeven leidt ertoe dat bij de uitwerking van de thema’s in het Investeringsfonds wordt ingezet op zaken die in financiële zin een incidenteel (maar bij voorkeur meerjarig) karakter hebben en die bovendien geen financieel gevolg hebben voor hogere exploitatielasten in de begroting. Als projecten binnen thema’s tot een structureel effect op de begroting leiden, bijvoorbeeld door een toename van onderhouds- en/of toekomstige vervangingslast, dan moet voor dat structurele effect ruimte worden gevonden binnen de afweging van de totale begroting en niet binnen het Investeringsfonds. Indien eenmalige investeringen (zonder noodzaak tot vervanging) op grond van formele voorschriften niet in een keer mogen worden afgeschreven maar moeten worden geactiveerd, dan is het in principe mogelijk om gedurende de afschrijvingsperiode de kosten van afschrijving én rente uit het Investeringsfonds te dekken.

Deze situatie betekent weliswaar een langjarige last voor de begroting maar die kan worden afgedekt met een langjarig beroep op Enecogelden. Vanzelfsprekend doet een af te schrijven investering (inclusief rente effect) naar omvang wel een relatief fors beroep op de eenmalige middelen. In de afweging van voorstellen zal hiermee rekening moeten worden gehouden. Afweging noodzaak gebruik Investeringsfonds Om het Investeringsfonds zo effectief mogelijk te kunnen inzetten is het belangrijk om de beperkte financiële middelen uit het fonds alleen in te zetten voor projecten waar ze maximaal effect sorteren. In de praktijk betekent dit dat voorstellen/projecten die ook zonder een bijdrage van het Investeringsfonds zouden kunnen worden gefinancierd/uitgevoerd in principe niet in aanmerking komen voor een bijdrage uit het fonds. Van indieners wordt verwacht dat ze in de aanvraag overtuigend beredeneren wat de toegevoegde waarde is van een beroep op het Investeringsfonds. Afweging bestendiging van de resultaten na afloop van het project Het gaat bij dit criterium om de mate waarin het voorstel het bestendigen van de resultaten in de stad/organisatie na afloop van het project/pilot etc. adresseert. Zoals hierboven aangegeven is een beroep op structurele middelen vanuit het Investeringsfonds niet mogelijk.

Tegelijkertijd zou het een grote gemiste kans zijn als succesvolle projecten na uitvoering geen langdurige impact (kunnen) hebben omdat structurele middelen ontbreken. Indieners worden gevraagd om 15

al bij het ontwerp van het voorstel na te denken over mogelijke manieren om de lange termijnimpact te waarborgen na afloop van het project. Denk hierbij bijv. aan de wijze waarop een voorstel na uitvoering wordt geëvalueerd, een overdrachtsvoorstel voor structurele inbedding of het expliciet opnemen en communiceren van leereffecten. Een goede borging van resultaten na afloop van een project begint zo aan de voorkant, door het onderwerp al bij de opzet van een voorstel mee te nemen in de overwegingen. Complementariteit en expertise van voorgestelde partners In hoeverre is er sprake van een logische samenstelling van personen/partijen die samen werken aan het realiseren van het beoogde voorstel? Welke kennis en vaardigheden brengen zij in het project in en is daarbij sprake van de juiste mix van complementariteit en expertise om de beoogde doelstellingen te kunnen realiseren?

3 Het proces: van aanvraag tot raadsvoorstel Aanvragen De aanvragen om aanspraak te maken op de investeringsgelden uit het investeringsfonds kunnen gedurende het jaar worden ingediend. Dit gebeurt door de inhoudelijke vakafdelingen in overleg en afstemming met partners in de stad. De inhoudelijke criteria geven daarbij aan welke typen investeringen worden nagestreefd. De algemene criteria geven aan op welke wijze wordt gekeken naar de impact, inhoud en implementatie van het voorstel. Bij het opstellen van een investeringsvoorstel kunnen de criteria als houvast dienen voor de aanvragers. Een voorstel kan en mag op gelden uit meerdere investeringsthema’s aanspraak doen. Weging Alle voorstellen die worden ingediend zullen op basis van het geschetste afwegingskaders ambtelijk worden getoetst en in een met redenen omkleed advies aan het college worden voorgelegd. Na bestuurlijke weging legt het college vervolgens tijdens het voorjaars- en najaarsdebat voorstellen voor aan de gemeenteraad. Op deze manier kunnen de voorstellen niet alleen individueel maar ook in samenhang worden beoordeeld. De raad spreekt zich per voorstel met een specifiek raadsbesluit /deelbesluit uit over het wel of niet honoreren van een voorstel met de gevraagde financiering uit het Investeringsfonds.

Het belangrijkste doel van het Investeringsfonds is het bereiken van positieve lange termijnimpact voor de stad. In de ambtelijke advisering aan het college zal dit onderdeel daarom ook het zwaarst wegen en ook het college houdt met nadruk rekening met dit onderdeel in de afweging over welke voorstellen zullen worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Externe advisering Voorstellen die boven een drempelwaarde van €500.000,- aan gevraagde gemeentelijke bijdrage uitkomen leggen een dermate significant beslag op de middelen in het Investeringsfonds dat extra zorgvuldigheid gewenst is in de afweging. Daarom zal het college extern advies inwinnen. Voor deze voorstellen zal het college -naast de ambtelijke toetsingadvisering betrekken van partijen uit de regio die geen belang hebben bij het voorstel, maar wel kennis van zaken over de relevante materie. De samenstelling van experts kan per voorstel wisselen. Daarbij kan worden gedacht aan partijen uit buurgemeenten, of regionale partijen zoals de MRDH, de Economic Board Zuid-Holland of de provincie. Het doel is om zo vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid een extra check te krijgen of het voorstel past binnen het afwegingskader met de hoofdlijnen van inhoud, impact en implementatie. Bijkomend voordeel is dat regionale partijen zo ook kennis opdoen over en betrokkenheid voelen bij de ontwikkelingen in Zoetermeer.

De inhoud van het advies wordt -evenals het ambtelijke advies- als bijlage bij het raadsvoorstel meegegeven. Rapportage

16

Het college rapporteert via het reguliere traject van Tussenberichten en jaarrekening over de stand van zaken van het investeringsfonds. Voeding van het fonds Eventuele voeding van het Investeringsfonds wordt periodiek onderdeel van de financiële cyclus. Daarbij kan de Perspectiefnota ieder jaar als uitgangspunt dienen om te bepalen of er budgettaire ruimte en de politieke wens is voor voeding. Uitputting In het investeringsfonds worden twee soorten aanvragen onderscheiden: (1) Een reguliere aanvraag: dit zijn alle investeringsaanvragen waar de gemeente als participant (ook) een financiële bijdrage levert aan een investering. (2) Een uitvoeringsregeling: dit is een investeringsaanvraag in de vorm van een collectieve regeling voor individuele inwoners, organisaties of bedrijven. Het totaal van de toegekende aanvragen vormt de uitputting van het investeringsfonds. Een voorbeeld van een reguliere aanvraag is een eenmalige investering in een gebiedsontwikkeling waarin aan de sociale en ruimtelijke kwaliteit van een wijk wordt gewerkt. Een voorbeeld van een uitvoeringsregeling kan een collectieve regeling zijn waarbij mensen een kleine bijdrage kunnen krijgen in het inwisselen van tegels voor groene beplanting in hun tuin. Beoogd effect Het college heeft zich ten doel gesteld om de (Eneco-)middelen duurzaam in te zetten voor de verbetering van de stad.

Daarbij wil het college inzetten op een positieve bijdrage aan de mechanismen die in Zoetermeer 2040 zijn geïdentificeerd. Die mechanismen zijn: 1. Concurrerende woonaantrekkelijkheid 2. Sociaaleconomische kracht 3. Samenhang beroepsbevolking en werkgelegenheid 4. Verschillen tussen wijken en buurten Voorstel/keuzemogelijkheden/risico’s 1. Een investeringsfonds op te richten en daarbij uit te gaan van: a) De Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 met als hoofddoel de bijdrage aan het positief beïnvloeden van de mechanismen uit de visie. b) Afspraken tussen de gemeenteraad en het college over de besteding van de Eneco-middelen. 2. Het Investeringsfonds krijgt als naam ‘Fonds Zoetermeer 2040’. 3. Als algemene criteria de volgende hoofdvraag en deelvragen te hanteren: a) Hoofdvraag Impact: Wat is de verwachte maatschappelijke bijdrage die met het voorstel wordt bereikt? b) Deelvraag Inhoud: Wat is de inhoudelijke kwaliteit en degelijkheid van het voorstel? c) Deelvraag Implementatie: Wat is de verwachte kwaliteit en effectiviteit van de manier waarop het voorstel in de praktijk wordt uitgevoerd? Wat draagt in de praktijk bij aan de borging van die kwaliteit? 4.

Als ondergrens voor voorstellen de volgende uitgangspunten voor impact te hanteren: a) Een voorstel moet overtuigend bijdragen aan minimaal één -en bij voorkeur meerdere- van de vier mechanismen van Zoetermeer 2040; b) Een voorstel moet minimaal drie jaar effect opleveren en effecten moeten uiterlijk binnen vijf jaar zichtbaar zijn; c) Hoe kleiner de groep begunstigden, hoe groter de positieve impact van een voorstel moet zijn om een investering te kunnen rechtvaardigen.

17

5. Bij de start van het Investeringsfonds in ieder geval de volgende thema's te benoemen: a) Sociaal Innovatie Fonds b) De Gebouwde Omgeving c) Leefomgeving d) Duurzaamheid e) Innovatie, Ontwikkeling en de Kenniseconomie f) Citymarketing, profilering van Zoetermeer. 6. Als thematische criteria de volgende hoofdlijnen te hanteren: a) Sociaal Innovatie Fonds: Investeringen zijn gericht op het herstellen van de bestaanszekerheid, het bevorderen van de positieve gezondheid, en het verbeteren van de gelijke kansenkansengelijkheid van Zoetermeerders, met als doel om te komen tot betere (gezondheids-)zorg en ondersteuning voor meer mensen met minder geld. b) Gebouwde omgeving: Investeringen zijn gericht op het verbeteren van het sociaaleconomische fundament van Zoetermeer, het bevorderen van de veiligheid en op het vergroten van de kwaliteit en diversiteit van de gebouwde omgeving. c) Leefomgeving: Investeringen zijn gericht op het verbeteren van de (gebruiks)kwaliteit, de veiligheid en de diversiteit van de openbare ruimte. d) Duurzaamheid: Investeringen zijn gericht op het versnellen van de verduurzaming van Zoetermeer waar deze bijdraagt aan het aantrekkelijker maken van de stad. e) Innovatie, ontwikkeling en kenniseconomie: Investeringen zijn gericht op het versterken van het (economisch) klimaat van toegepast innoveren.

De innovaties zijn gericht op de maatschappelijke vraagstukken van Zoetermeer over de lange termijn. Daarnaast gaan investeringen over het verbeteren van de samenhang tussen de beroepsbevolking en de werkgelegenheid. f) Citymarketing, profilering van Zoetermeer: Investeringen zijn gericht op het versterken van het profiel van Zoetermeer als aantrekkelijke stad in de regio om te wonen, werken, ondernemen, studeren en te genieten. 7. Middels een apart raadsvoorstel een deel van de middelen uit het Investeringsfonds te bestemmen voor toewijzing aan 2021-2022 en het overige deel van de middelen in het Investeringsfonds nog niet specifiek aan een of meerdere thema's toe te wijzen maar die keuze over te laten aan een volgende raad/raden. 8. Voor de technische uitvoering hiervan te besluiten om: a) Een bedrag van €60 miljoen te storten in het ‘Investeringsfonds Zoetermeer’ ten laste van de bestemmingsreserve Eneco. b) De mogelijkheden van voeding van het Investeringsfonds jaarlijks onderwerp van besluitvorming te maken in de Perspectiefnota en de begroting. c) Na het bestemmen van middelen aan verschillende thema’s deze middelen aan dit thema gekoppeld te houden tot een ander besluit door de raad genomen is.

d) Voor voorstellen met een gemeentelijke bijdrage boven de 500.000 extern advies in te winnen over de mate waarin een voorstel past binnen het afwegingskader en dit advies toe te voegen aan het raadsvoorstel. e) Jaarlijks bij de Perspectiefnota en begroting inzicht te geven in de specifieke voorstellen die het college wil uitvoeren, maar ook in de voorstellen die na bestuurlijke besluitvorming door het college zijn afgewezen (inclusief onderbouwing). 9. Het college opdracht te geven een uitvoeringsregeling op te stellen waarbij het op laagdrempelige wijze mogelijk wordt voor inwoners en organisaties om met initiatieven in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het investeringsfonds. 10. Het college mandaat te geven om voorwaardelijk (in afwachting van een definitief besluit over de verdeling van de Enecomiddelen over thema’s en tijd) reeds te starten met de voorbereidingen voor raadsvoorstellen die passen binnen de in het afwegingskader

18

genoemde thema’s, om zo geen tijd te verliezen in het aanpakken van de opgaven uit de omgevingsvisie Zoetermeer 2040. 11. Voor de afronding van het Afwegingskader Investeringsfonds op basis van Enecomiddelen geen verdergaande participatie (samenspraak) noodzakelijk te achten op basis van artikel 2 lid 7 sub a uit de Samenspraakverordening. Argumenten 1.1 In de Ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 wordt een coherente aanpak voor de lange termijn van de stad gekozen. Gezien het investeringsfonds financiële middelen wil investeren in de duurzame verbetering van de stad is Zoetermeer 2040 een logisch, gedeeld referentiepunt. 2.1. De toekomstgerichtheid van het fonds wordt duidelijk tot uitdrukking gebracht door de expliciete koppeling met Zoetermeer 2040 3.1. Dit maakt een brede afweging van voorstellen mogelijk op essentiële onderdelen Met de indeling in drie vragen wordt aangesloten bij een beproefde manier van voorstellen afwegen en beoordelen (deze methode wordt bijv. bij Europese voorstellen gebruikt). De specifieke criteria die onder deze hoofdlijnen staan genoemd maken het mogelijk aan te sluiten op de doelen van het Investeringsfonds en de gemeentelijke context. 4.1 Door de koppeling met Zoetermeer 2040 zo ‘hard’ te maken en voorwaarden te stellen aan de verwachte impact dragen alle voorstellen bij aan de lange termijnontwikkeling van de stad.

5.1 De gekozen thema’s hebben met elkaar gemeen dat ze alle bijdragen aan de lange termijnontwikkeling van de stad en in het verlengde liggen van de visie Zoetermeer 2040 en afspraken tussen raad en college. 5.2 Door te kiezen voor het thema Sociaal Innovatie Fonds worden investeringen gericht op het verbeteren van de bestaanszekerheid, de positieve gezondheid, en de gelijke kansen van Zoetermeerders. 5.3 Door te kiezen voor het thema Gebouwde Omgeving worden investeringen gericht op het verbeteren van het sociale economische fundament van Zoetermeer en op het vergroten van de kwaliteit en diversiteit van de gebouwde omgeving. 5.4 Door te kiezen voor het thema Leefomgeving worden investeringen gericht op het verbeteren van de (gebruiks-)kwaliteit en de diversiteit van de openbare ruimte. 5.5 Door te kiezen voor het thema Duurzaamheid worden investeringen gericht op het versnellen van de verduurzaming van Zoetermeer waar deze bijdraagt aan het aantrekkelijker maken van de stad. 5.6 Door te kiezen voor Innovatie, Ontwikkeling en de Kenniseconomie worden investeringen gericht op het versterken van het (economisch) klimaat van toegepast innoveren. De innovaties zijn gericht op de maatschappelijke vraagstukken van Zoetermeer over de lange termijn. Daarnaast gaan investeringen in dit thema over het verbeteren van de samenhang tussen de beroepsbevolking en de werkgelegenheid.

5.7 Door te kiezen voor Citymarketing, profilering van Zoetermeer worden investeringen gericht op het versterken van het profiel van Zoetermeer als aantrekkelijke stad voor wonen, werken, vrije tijd en studie.

19

6.1 Door de thematische criteria te hanteren wordt inhoudelijke aansluiting gemaakt met de doelstellingen en de ambities uit de Ontwerp Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Met de thematische criteria worden de thema’s verder ‘ingekleurd’ met het oog op de gewenste lange termijnontwikkeling. 7.1 Door niet alle middelen ineens te bestemmen wordt de duurzame inzetbaarheid van het Investeringsfonds geborgd. Dit maakt met mogelijk om ook in volgende bestuursperiode(s) gebruik te maken van het Investeringsfonds en daarbij eigen accenten te leggen. 8a.1 Van de Enecogelden resteert een bedrag van €60 miljoen. Door dat bedrag te storten in het investeringsfonds wordt het budget gereserveerd voor de gewenste duurzame verbetering van de stad. 8b.1 Door in de perspectiefnota en begroting besluitvorming op te nemen over de voeding van het investeringsfonds wordt tweejaarlijks beoordeeld welke ruimte beschikbaar kan en moet worden gesteld voor de duurzame verbetering van de stad. 8c.1 Door na het bestemmen van middelen aan verschillende thema’s deze middelen aan dit thema gekoppeld te houden wordt de langjarige inzet van middelen binnen een thema mogelijk gemaakt. 8d.1. Door voor voorstellen die boven een drempelwaarde van €500.000,- aan gevraagde gemeentelijke bijdrage uitkomen externe advisering in te winnen wordt extra zorgvuldigheid betracht in de inzet van het investeringsfonds.

Deze aanvragen leggen een dermate significant beslag op de middelen in het Investeringsfonds dat extra zorgvuldigheid gewenst is in de afweging. Daarom zal het college extern advies inwinnen. Voor deze voorstellen zal het college -naast de ambtelijke toetsing- advisering betrekken van partijen uit de regio die geen belang hebben bij het voorstel, maar wel kennis van zaken over de relevante materie. Dit advies vervangt de uiteindelijke beoordeling van de raad uiteraard niet, maar is daaraan ondersteunend. 8e.1 Door de raad inzicht te geven in alle voorstellen die door het college beoordeeld zijn worden de betrokkenheid en de keuzemogelijkheid van de raad vergroot. 9.1 In een uitvoeringsregeling kan het laagdrempelig mogelijk worden gemaakt voor inwoners en organisaties om met initiatieven in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het investeringsfonds. 10.1 De aanpak van de opgaven uit de omgevingsvisie Zoetermeer 2040 kan niet wachten. Door alvast te kunnen werken aan voorstellen wordt geen kostbare tijd verloren. Uiteraard is indiening en goedkeuring van deze voorstellen voorwaardelijk verbonden aan het definitieve besluit over de verdeling van de Enecomiddelen voor 2021-2022.

11.1 Het voorstel vormt een onderdeel van de totstandkoming van de begroting en een ‘voorfase’ van het financiële voorstel dat voorafgaand aan het Voorjaarsdebat 2021 aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd. Bij alle inhoudelijke voorstellen die in aanmerking komen voor een bijdrage uit het Investeringsfonds zal afzonderlijk participatie worden toegepast. Kanttekeningen 5.1 Het is ook mogelijk om voor meer/minder thema’s te kiezen. Een groter aantal thema’s leidt tot het risico van versnippering. Met een kleiner aantal thema’s is specifiekere focus mogelijk, maar dit gaat ten koste van de voorgestelde balans.

20

8b.1 Het is ook mogelijk om te kiezen voor structurele in plaats van periodieke voeding. Er is een risico dat het qua budgettaire ruimte niet mogelijk is om dit structureel te doen. Daarnaast ligt het bij structurele voeding meer voor de hand om het Investeringsfonds onderdeel te maken van de reguliere begrotingscyclus. Het college wil onderzoeken of en hoe structurele voeding mogelijk gemaakt kan worden. Financiën Het voorgestelde investeringsbudget voor het Investeringsfonds bedraagt € 60 miljoen. Daarmee wordt het volledige resterende bedrag uit de bestemmingsreserve Enecomiddelen gestort in een bestemmingsreserve Fonds Zoetermeer 2040. Controleprotocol Niet van toepassing. Participatie en Communicatie Voor de afronding van het Afwegingskader Eneco-middelen is geen verdergaande participatie (samenspraak) noodzakelijk op basis van artikel 2 lid 7 sub a uit de Samenspraakverordening. Bij alle inhoudelijke voorstellen die in aanmerking komen voor een bijdrage uit het Investeringsfonds zal afzonderlijk participatie worden toegepast. Duurzaamheid In de inrichting van het Investeringsfonds is expliciet rekening gehouden met Duurzaamheid. Het onderwerp heeft een specifiek thema toebedeeld gekregen en ook de thema’s gebouwde omgeving en leefomgeving bieden duidelijke ruimte voor projecten op het vlak van duurzaamheid.

Daarmee biedt dit voorstel de mogelijkheid voor een impuls op het gebied van investeringen in duurzaamheid in de stad. Toegankelijkheid en bruikbaarheid voor gehandicapten In de afwegingscriteria is het belang van het bevorderen van gelijke kansen door het verbeteren van de toegankelijkheid en bruikbaarheid van de stad voor gehandicapten opgenomen, waardoor voorstellen op dit vlak beoordeeld kunnen worden aan de hand van het afwegingskader. Rapportage en evaluatie Het college rapporteert via het reguliere traject van Tussenberichten en jaarrekening over de stand van zaken van het investeringsfonds. Planning 28 juni 2021 Na zomer 2021 Na zomer 2021 Najaarsdebat 2021

Behandeling van dit voorstel in de raad tijdens Voorjaarsdebat Behandeling van voorstel voor financiële verdeling in raad Voorstel onderzoek structurele voeding investeringsfonds naar raad Behandeling van specifieke bestemmingsvoorstellen in raad, waaronder de uitvoeringsregeling voor initiatieven van inwoners en organisaties

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=83f4ea6e-cf70-458c-a3f9-1f200dcae6dc