GEWIJZIGD Bijlage 2 - Was-wordt lijst
Tekst van het document
Bijlage 2: ‘Was – wordt lijst’ Hieronder vindt u de ‘was-wordt lijst’ behorend bij het raadsvoorstel ‘Actualisatie Verordening Investeringsimpuls en gemeentegarantie amateurverenigingen’. Opmerkingen vooraf: • In de ‘was-wordt lijst’ worden uitsluitend de artikelen aangehaald die zijn herformuleerd, verwijderd, verplaatst en/of toegevoegd. • Door verplaatsingen, verwijderen en toevoegen van (leden van) artikelen komen artikel- en lidnummers van de oude verordening niet altijd overeen met de oude verordening. In de blauwe balken bovenaan de tabellen, verwijzen de artikelnummers en de titels naar de artikelen van de nieuwe verordening. In de linker (‘was’) kolom is wel terug te vinden waar het artikel/lid te vinden is in de oude verordening. • In tegenstelling tot de oude verordening, zal in de nieuwe verordening een aantal artikelen voorzien worden van een aanvullende toelichting. In de verordening zijn deze aanvullende toelichtingen te vinden onderaan de verordening. In de ‘was-wordt lijst’ zijn deze direct geplaatst bij de tabel van het betreffende artikel.
Artikel 1: Begripsbepalingen Was Wordt De instelling: De instelling is een statutair in a. De Instelling: een privaatrechtelijke Zoetermeer gevestigde privaatrechtelijke rechtspersoon zonder winstoogmerk (een rechtspersoon, zonder winstoogmerk, voornamelijk amateurvereniging of –stichting) die bestaand uit vrijwilligers en actief op de maatschappelijk actief is binnen de deelgebieden sport, welzijn en cultuur. gemeente Zoetermeer . Onder actief zijn in Zoetermeer wordt verstaan het hebben van een accommodatie, inventaris en/of duurzame goederen binnen de gemeente Zoetermeer. De beloning voor beleidsbepalers/bestuurders is beperkt tot een onkostenvergoeding, vrijwilligersvergoeding of minimale vacatiegelden. Investeringssubsidie: de eenmalige subsidie ten behoeve van de bouw of verbouw van een bij een instelling in gebruik zijnde accommodatie, de aanschaf van inventaris of andere duurzame goederen (levensduur minimaal 5 jaar), investeringen ten behoeve van achterstallig onderhoud dan wel planmatig onderhoud uitgezonderd;
b.
Investeringssubsidie: de eenmalige subsidie ten behoeve van de bouw of verbouw van een bij een instelling in gebruik zijnde accommodatie, de aanschaf van inventaris of andere duurzame goederen (met een minimale levensduur van vijf jaar).
Nieuw: onder 1c wordt een begripsbepaling toegevoegd voor ‘subsidiabele kosten’.
c.
Subsidiabele kosten: : Investeringskosten, voor zover deze ten goede komen aan de maatschappelijke rol die de Instelling vervult binnen de gemeente Zoetermeer en ondersteunend aan gemeentelijk beleid, zoals nader uitgewerkt in artikel 2. Kosten die betrekking hebben op het wegwerken van achterstallig onderhoud dan wel zien op regulier (planmatig) onderhoud zijn niet
subsidiabel. Niet als subsidiabele kosten worden aangemerkt: onredelijke of nietnoodzakelijke kosten voor de uitvoering van een project of een onderdeel daarvan; kosten van het project, die qua prijsniveau niet in een redelijke verhouding staan tot wat gebruikelijk is; en kosten voor activiteiten die zijn aangevangen voorafgaand aan de subsidieaanvraag, waaronder ook kosten die zien op de voorbereiding van de investering. Investeringskosten: Alle op de instelling drukkende uitgaven die betrekking hebben op de realisatie van de investering;
f.
Investeringskosten: Alle uitgaven van de Instelling die betrekking hebben op de realisatie van de (ver)bouw van een bij een instelling in gebruik zijnde accommodatie, de aanschaf van inventaris of andere duurzame goederen (levensduur minimaal 5 jaar), investeringen in duurzaamheid (energiebesparende maatregelen, klimaatadaptie en circulariteit) en toegankelijkheid van de accommodatie. De realisatie dient plaats te vinden in de gemeente Zoetermeer.
Garantie: een financieringsinstrument, waarbij de gemeente zich tegenover een geldverstrekker verplicht in te staan voor de betalingsverplichtingen van een derde, waardoor deze geldverstrekker bereid is een lening te verstrekken of om een lening tegen gunstiger condities te verstrekken;
g.
Garantie: een financieringsinstrument, waarbij de gemeente zich tegenover een geldverstrekker verplicht in te staan voor de betalingsverplichtingen van een Instelling jegens een geldverstrekker waardoor deze geldverstrekker bereid is een lening te verstrekken of om een lening onder gunstiger voorwaarden te verstrekken;
Nieuw: er wordt een begripsbepaling toegevoegd voor ‘college’.
i.
College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer;
Nieuw: er wordt een begripsbepaling toegevoegd voor ‘jaar’.
j.
Jaar: het begrotingsjaar, dat samen valt met het kalenderjaar.
Aanvullende toelichting Toelichting bij artikel 1 Begripsbepalingen, eerste lid (Instelling) Bij het begrip ‘instelling’ valt te denken aan amateur: sportverenigingen, scoutinggroeperingen, muziekverenigingen, ouderenverenigingen, buurtverenigingen en buurttuinen. De instelling is gericht op ontplooiing van de eigen individuele leden en heeft ook een maatschappelijk belang dat aansluit bij de gemeentelijke subsidiedoelstellingen. Dit moet onder andere blijken uit de statutaire doelstelling en de activiteiten. De beloning voor beleidsbepalers/bestuurders is beperkt tot een onkostenvergoeding, vrijwilligersvergoeding of minimale vacatiegelden.
Was 1.
2.
Artikel 2. Doelstellingen Wordt Het doel van de subsidieverlening is, met 1. Het doel van de subsidieverlening is, met inachtneming van de inachtneming van de actuele beleidsuitgangspunten zoals neergelegd in beleidsuitgangspunten zoals neergelegd in het besluit Investeringsimpuls het geldende besluit Investeringsimpuls Amateurverenigingen, vastgesteld in de Amateurverenigingen, het stimuleren van raad van 28 november 2005, het stimuleren initiatieven van instellingen die bijdragen van initiatieven van instellingen die aan het stichten of het zichtbaar en bijdragen aan het stichten of het zichtbaar duurzaam verbeteren van een en duurzaam verbeteren van een accommodatie, de aanschaf van inventaris accommodatie, de aanschaf van inventaris of andere duurzame goederen binnen de of andere duurzame kapitaalgoederen. gemeente Zoetermeer, en zo een significante bijdrage te leveren aan realisatie van het gemeentelijke beleid. Het doel van het bieden van garantie door de gemeente is om de mogelijkheid voor de instellingen te verruimen om investeringen in eigen accommodaties en/of duurzame goederen aan te gaan.
2.
Het doel van het bieden van Garantie door de gemeente is om de mogelijkheid voor de instellingen te verruimen om investeringen in eigen accommodaties en/of duurzame goederen binnen de gemeente Zoetermeer aan te gaan.
Artikel 3. Bevoegdheid tot besluitvorming op aanvragen om Investeringssubsidie Was Wordt Artikel 3. Subsidiegrondslag Artikel 3 Bevoegdheid tot besluitvorming op De subsidie wordt verleend voor een investering aanvragen om Investeringssubsidie Het College kan op aanvraag aan een Instelling een waaraan voor de subsidieaanvraag nog geen uitvoering is gegeven. bijdrage in de Subsidiabele kosten verlenen in de vorm van een Investeringssubsidie, als de & verstrekking van subsidie bijdraagt aan realisatie van de in artikel 2 beschreven doelstelling en op het Artikel 5 Beslissingsbevoegdheid moment van de aanvraag nog geen uitvoering is Het college is bevoegd te besluiten over de verlening gegeven aan de bouw of verbouw van een bij een van de subsidie. instelling in gebruik zijnde accommodatie, de aanschaf van inventaris of andere duurzame goederen.
Artikel 4 Opmerking vooraf: Bij het nieuwe artikel 4 zijn elementen (aangepast en samengevoegd) die in de eerdere versie terug te vinden waren bij artikelen 4, 6 en 7. Was Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond 1. Jaarlijks wordt het subsidieplafond vastgesteld door de gemeenteraad via vaststelling van de begroting.
Wordt Artikel 4 Vaststelling subsidieplafond en verdeling van het beschikbare budget 1.
Elk kalenderjaar wordt het voor het komende subsidietijdvak geldende subsidieplafond vastgesteld door het College met inachtneming van de door de
raad in de begroting vastgestelde kaders. Als voor enig subsidietijdvak geen plafond is vastgesteld, is het beschikbare budget voor het desbetreffende subsidietijdvak nihil. Uit artikel 7 7.3 “De subsidieaanvraag wordt behandeld in volgorde van binnenkomst tot de uitputting van het beschikbare subsidiebudget.”
2.
3.
Uit artikel 6 6.5 Het college kan, gelet op het realisatieproces van een project of op het nog beschikbare subsidieplafond, besluiten voor het desbetreffende subsidiejaar een deel van de subsidieaanvraag te honoreren. Voorwaarde is dat de financiële haalbaarheid van het project, met inachtneming van de financiële consequenties voor de instelling, dit toelaat.
4.
Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond worden de subsidieaanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen. Wanneer de subsidieaanvrager op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld zijn subsidieaanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag. Het college kan, gelet op het nog beschikbare budget onder het subsidieplafond, besluiten voor het desbetreffende subsidiejaar de aangevraagde Investeringssubsidie gedeeltelijk te verlenen, mits de financiële haalbaarheid van het project, met inachtneming van de financiële consequenties voor de instelling, dit toelaat en de Investering daarmee kan worden uitgevoerd. Indien nieuwe middelen worden toegevoegd aan het beschikbare budget en daarmee een nieuw subsidieplafond wordt vastgesteld, zal de aanvrager geen aanspraak kunnen maken op het bedrag dat eerder niet is toegekend als gevolg van het bereiken van het beschikbare subsidieplafond van dat moment.
Artikel 5: Hoogte van de subsidie Was Wordt 6.1 De subsidie ten behoeve van een investering 5.1 De Investeringssubsidie bedraagt maximaal 25 wordt verstrekt tot maximaal 25 % van de % van de Subsidiabele kosten en ten hoogste subsidiabele investeringskosten tot een het in de beschikking tot subsidieverlening maximum subsidiebedrag van € 75.000 in een vermelde maximumbedrag. periode van vijf jaar. Onder 5.2 wordt een nieuw lid toegevoegd (zie rechts).
5.2 Voor (onderdelen van) investeringen gericht op maatregelen die ten goede komen aan toegankelijkheid en/of duurzaamheid (energiebesparende maatregelen, klimaatadaptie en circulariteit) van een accommodatie geldt, in afwijking van het eerste
lid, een maximaal percentage van 33 van de Subsidiabele kosten. Onder 5.3 wordt een nieuw lid toegevoegd (zie rechts).
5.3 Een aanvrager kan maximaal een subsidiebedrag van € 100.000 aanvragen in vijf jaar, waarmee wordt bedoeld het huidige subsidietijdvak en de vier voorliggende tijdvakken Het maximale subsidiebedrag van € 100.000,- dat kan worden aangevraagd voor Investeringskosten, wordt verminderd met door anderen aangevraagde subsidiebedragen die zien op dezelfde investering.
6.3 Een subsidie aan een instelling, waaraan eerder een investeringssubsidie is verleend kan, met inachtneming van het gemaximeerde subsidiebedrag zoals bepaald in het eerste lid van dit artikel, onder de volgende voorwaarden worden toegekend:
5.5 Aan een Instelling waaraan eerder een Investeringssubsidie is verleend kan, met inachtneming van het derde lid van dit artikel, Investeringssubsidie worden verleend als aan de volgende vereisten is voldaan:
(…)
(…)
c.
De uitbreiding van de accommodatie, waarvoor eerder een investeringssubsidie is verleend, is noodzakelijk als gevolg van een duidelijk aantoonbare en structurele toename van het ledental van de betreffende instelling of het aantal deelnemers aan de activiteiten van de rechtspersoon.
c.
De Investeringssubsidie voor uitbreiding van een accommodatie, waarvoor eerder een Investeringssubsidie is verleend, wordt enkel verleend in het geval van een duidelijk aangetoonde structurele toename van het ledental en het aantal deelnemers aan de (maatschappelijke) activiteiten van de betreffende instelling, die uitbreiding van de accommodatie noodzakelijk maken.
6.4 Het college kan besluiten een deel van de subsidieaanvraag te honoreren, gelet op de te verwachten bijdrage die een investering (gedeeltelijk) levert aan de uitgangspunten van het beleid. Voorwaarde is dat de financiële haalbaarheid van het project dit toelaat.
Verwijderd (want dit volgt reeds uit andere bepalingen en dus overbodig)
6.5 Het college kan, gelet op het realisatieproces van een project of op het nog beschikbare subsidieplafond, besluiten voor het desbetreffende subsidiejaar een deel van de subsidieaanvraag te honoreren. Voorwaarde is dat de financiële haalbaarheid van het project, met inachtneming van de financiële consequenties voor de instelling, dit toelaat.
Herformuleerd en verplaatst: zie artikel 4 lid 4.
6.6 Het college kan besluiten, gelet op het per jaar nog beschikbare subsidieplafond, op een meerjarige aanvraag van een vereniging voor slechts één of enkele jaren een bijdrage te verlenen.
Verwijderd (want we werken niet met meerjarige aanvragen)
Noot: Door het toevoegen van twee extra artikelen en het verwijderen van één krijgen leden een nieuw artikelnummer (zonder dat de inhoud hoeft te wijzigen). Aanvullend toelichting toegevoegd ter verheldering (Bij artikel 5.2) Voorbeelden van maatregelen die in aanmerking komen voor de hogere percentage van 33% zijn bij duurzaamheid: ledverlichting, isolatie van een pand, zonnepanelen en een warmtepomp. Voor toegankelijkheid valt te denken aan: aanpassing van toiletten, plaatsen van een automatische deur of lift. De aanpassingen dienen getoetst te zijn op kwaliteitskeurmerken/-eisen. Denk hierbij aan normen zodat deze tegemoetkomen aan ‘(B)ENG’ (Bijna) Energie Neutrale Gebouwen) of met betrekking tot toegankelijkheid het ‘Normenkader hogere standaard voor toegankelijkheid’ zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Zoetermeer op 18 maart 2019. Aanvullend toelichting toegevoegd ter verheldering (Bij artikel 5.3) Een aanvrager kan in een periode van vijf jaar, bestaande uit het huidige subsidietijdvak en de vier voorliggende tijdvakken, maximaal een bedrag van € 100.000,- aanvragen. In het geval dat voor één geheel project door meerdere partijen een Investeringssubsidie wordt aangevraagd, wordt het bedrag dat in totaal kan worden aangevraagd voor het gehele project gemaximeerd tot een bedrag van € 100.000,-.
Dit geldt ook als de aanvragers ieder voor een eigen, losstaand onderdeel van de gehele investering subsidie aanvragen. Is bijvoorbeeld voor een project door een aanvrager een subsidiebedrag aangevraagd van € 30.000,- voor onderdeel A van het project, dan kan een volgende aanvrager maximaal € 70.000,- (€ 100.000,- verminderd met € 30.000,-) aanvragen voor onderdeel B van het project.
Artikel 6 Het indienen en de behandelingsprocedure van de subsidieaanvraag Was Wordt 7.2 Instellingen kunnen een gezamenlijke 6.2 Instellingen kunnen een gezamenlijke subsidieaanvraag voor een project indienen. subsidieaanvraag voor een project indienen. In dat Voorwaarde is dat één instelling namens de geval is vereist dat de aanvraag door één van deze andere instelling(en) wordt gemachtigd voor de instellingen wordt ingediend en dat de indienende uitvoering en afwikkeling van de investering. instelling aantoont dat zij is gemachtigd door de andere instelling(en) tot het doen van de aanvraag tot subsidieverlening en tot het optreden als penvoerder namens de andere instellingen als subsidieontvangers gedurende de gehele looptijd van de subsidierelatie met het College. Als de subsidie wordt verleend aan instellingen die gezamenlijk subsidieaanvragen hebben ingediend, verzendt het College de beschikkingen tot subsidieverlening en subsidievaststelling aan de instelling die gemachtigd is tot het doen van de aanvraag tot subsidieverlening en -vaststelling. De Instellingen kunnen gezamenlijk een subsidiebedrag van maximaal € 100.000,- aanvragen voor de Investeringskosten. 7.3 De subsidieaanvraag wordt behandeld in volgorde van binnenkomst tot de uitputting van het beschikbare subsidiebudget.
Herformuleerd en verplaatst: zie artikel 4 lid 2 en lid 3.
7.4 Een instelling die voor een investeringssubsidie in aanmerking wenst te komen legt bij de aanvraag in ieder geval de volgende bescheiden over
6.3 Een instelling die een aanvraag voor investeringssubsidie indient, voegt bij de aanvraag in ieder geval de volgende documenten toe:
a.
de bescheiden, genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Algemene Subsidieverordening Zoetermeer 2011,
a.
een beschrijving van de aard, omvang en intensiteit van de activiteiten en een
tenzij deze reeds uit anderen hoofde in het bezit van het college zijn; b.
een beschrijving van de aard, omvang en intensiteit van de activiteiten en een opgave van het aantal deelnemers en, indien van toepassing, het aantal leden;
c.
een bouwplan en/of een inrichtingsplan, voorzien van een programma van eisen, een gespecificeerde investeringsbegroting en een financieringsplan voor de investering;
d.
de laatst vastgestelde balans en verlies- en winstrekening van de instelling, zo mogelijk vergezeld van het verslag van de kascontrolecommissie;
e.
f.
de begroting van de instelling voor het lopende jaar, voorzien van een toelichting op deze begroting en een meerjarenbegroting, waarin de gevolgen voor de exploitatie van de investering zijn verwerkt; een beschrijving of een plattegrond van de beschikbare of beoogde accommodatie, indien een instelling voor de eerste keer in aanmerking wenst te komen voor subsidie.
opgave van het aantal deelnemers en, indien van toepassing, het aantal leden; b.
de doelen en resultaten welke met die activiteiten en prestaties worden nagestreefd, en hoe de activiteiten en prestaties aan de beleidsdoelen van de gemeente bijdragen;
c.
een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;
d.
de laatst vastgestelde balans en winst- en verliesrekening van de instelling, zo mogelijk vergezeld van het verslag van de kascontrolecommissie;
e.
de begroting van de instelling voor het lopende jaar, voorzien van een toelichting op deze begroting en een meerjarenbegroting, waarin de gevolgen voor de exploitatie van de investering zijn verwerkt;
f.
een overzicht van (toegekende, afgewezen en in behandeling zijnde) subsidie- en/of fondsaanvragen ter ondersteuning van de investering.
g.
in geval van een eerste subsidieaanvraag op grond van deze regeling: een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten; in geval van een uitbreiding van een accommodatie waarvoor al eerder een Investeringssubsidie is verleend een opgave van het ledental dan wel aantal deelnemers aan de (maatschappelijke) activiteiten van de instelling, de veranderingen die daarin hebben plaatsgevonden, een onderbouwing waaruit blijkt dat het gaat om structurele veranderingen en een toelichting waaruit blijkt dat de uitbreiding noodzakelijk is in het licht van de toename van ledental en/of deelnemers;
h.
in geval van (ver)bouw van een accommodatie: een bouwplan en/of een inrichtingsplan, voorzien van een programma van eisen, een gespecificeerde investeringsbegroting en een financieringsplan voor de investering, alsmede een beschrijving of een
plattegrond van de beschikbare of beoogde accommodatie, indien een instelling voor de eerste keer in aanmerking wenst te komen voor subsidie.
Toelichting bij artikel 6 Het indienen en de behandeling van de subsidieaanvraag, tweede lid (penvoerder): Bij het gezamenlijk aanvragen van een subsidie door meerdere Instellingen, dienen deze Instellingen één Instelling aan te wijzen die de subsidieaanvraag mag indienen namens hen allen. Deze aangewezen Instelling wordt de penvoerder genoemd. De penvoerder moet een machtiging hebben van alle andere bij de Investering betrokken Instellingen voor: 1) het doen van de aanvraag, 2) het optreden als penvoerder namens alle andere bij de Investering betrokken Instellingen gedurende de gehele looptijd van de subsidierelatie met het College. Het College verzendt de beschikkingen tot subsidieverlening en –vaststelling aan de Instelling die optreedt als penvoerder. Hoewel de penvoerder als contactpersoon optreedt namens alle andere Instellingen met het College, wordt de subsidierelatie (in het geval de subsidieaanvraag wordt gehonoreerd) aangegaan met alle bij de aanvraag betrokken Instellingen. Alle bij de aanvraag betrokken Instellingen worden aangemerkt als subsidieontvanger, ook al wordt het verleende subsidiebedrag aan de penvoerder betaald. In het besluit tot subsidieverlening bepaalt het College aan welke van de Instellingen de verleende subsidie wordt uitbetaald.
In het geval van te veel betaalde subsidiegelden kan het College die gelden van elk van deze Instellingen terugvorderen, ook al is de uitbetaling niet aan die betreffende Instelling gedaan en treedt die betreffende Instelling niet op als penvoerder.
Artikel 7 Beoordeling subsidieaanvragen Was Wordt 8.1 Het college kan, indien het dit nodig acht voor 7.1 Het college kan, als het dit nodig acht voor de de beoordeling van een subsidieaanvraag, de beoordeling van een subsidieaanvraag, de instelling instelling verplichten tot het verstrekken van nadere verplichten tot het verstrekken van nadere informatie. informatie. 8.2 De weigeringsgronden, genoemd in artikel 8 van de Algemene Subsidieverordening Zoetermeer 2011 zijn van overeenkomstige toepassing.
Verwijderd (want alle weigeringsgronden, inclusief degene uit ASV-2016, zijn meegenomen in de nieuwe verordening. Zie hieronder.) 7.2 De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen als: a.
de kosten van het project niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten;
b.
onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het project te maken kosten;
c.
onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de subsidieaanvrager zal voldoen aan de daaraan gestelde eisen;
d.
onaannemelijk is dat met de door de Instelling toegepaste werkwijze de met de Investeringssubsidie beoogde doelstelling wordt bereikt;
e.
onaannemelijk is dat de voorgenomen subsidiabele activiteiten en subsidiabele kosten eenvoudig te verantwoorden en te controleren zijn;
f.
onaannemelijk is dat de subsidieaanvrager beschikt over operationele en financiële capaciteit voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten;
g.
anderszins op grond van diens eerdere subsidieverleningen voor vergelijkbare activiteiten niet aannemelijk is dat de subsidieaanvrager de activiteiten goed zal uitvoeren en aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zal voldoen;
h.
(inclusief het tijdvak waarvoor de subsidie wordt aangevraagd) in een periode van vijf opeenvolgende subsidietijdvakken meer dan € 100.000,- zou worden verleend.
7.3 De aanvraag kan worden afgewezen: a.
als de te subsidiëren activiteiten en prestaties niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
b.
als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten en prestaties waarvoor deze wordt gevraagd;
c.
als de activiteiten en prestaties van de aanvrager niet passen binnen de gemeentelijke beleidsdoelen of in dat kader onvoldoende prioriteit hebben;
d.
als de activiteiten en prestaties van de aanvrager een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap uitdragen;
e.
in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
8.3 De aanvraag dient te voldoen aan één of meerdere van de volgende criteria: a. de aanvraag heeft betrekking op een functie voor Zoetermeer op stedelijk- dan wel wijkniveau; b. de aanvraag moet een toegevoegde waarde hebben voor het voorzieningenniveau op stedelijk- dan wel wijkniveau; c. de aanvraag ondersteunt een door de gemeenteraad vastgesteld maatschappelijk belang; d. de aanvraag levert een bijdrage aan de sociale cohesie in de stad.
f.
als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
g.
als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;
h.
als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;
i.
als de activiteiten en prestaties van de aanvrager in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
j.
de aanvrager al met de investering is aangevangen voordat het college op de aanvraag heeft besloten.
7.4 De aanvraag kan voorts worden afgewezen als de Investeringskosten naar het oordeel van het college niet of onvoldoende voldoet aan de volgende criteria: a. de investering draagt bij aan een functie voor Zoetermeer op stedelijk- dan wel wijkniveau; b. de investering heeft een toegevoegde waarde voor het voorzieningenniveau op stedelijk- dan wel wijkniveau; c.
de investering ondersteunt een door de gemeenteraad vastgesteld maatschappelijk belang;
d. de investering levert een bijdrage aan de sociale cohesie in de stad. Nieuw
7.5 In het geval dat subsidie wordt verleend voor nieuwbouw van een accommodatie dient de accommodatie te voldoen aan actuele duurzaamheidseisen en toegankelijkheidseisen. Op het gebied van duurzaamheid wordt uitgegaan van minimaal ‘BENG’ (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Voor toegankelijkheid wordt getoetst op ‘Normenkader hogere standaard voor toegankelijkheid’ Zoetermeer (vastgesteld door de gemeenteraad op 18 maart 2019). Hierbij moet tenminste voldaan worden aan het normenkader op de onderdelen: 1) trap en lift, 2) MIVA toilet (conform Zoetermeerse standaard), 3) Entree; 4) Bewegwijzering.
Nieuw
7.6 In het geval dat het gaat om de verbouw van een bestaande accommodatie, dienen de duurzaamheids- en toegankelijkheidseisen (zoals benoemd in het vijfde lid) zoveel als mogelijk te worden nagestreefd.
Nieuw
7.7 De financiële draagkracht van de aanvrager moet voldoende zijn om de investering te kunnen voldoen en voor langere tijd te exploiteren (passend bij de grootte en het doel van de investering).
Nieuw
7.8 De aanvrager dient bij de aanvraag aan te geven en waar nodig te onderbouwen dat de aanvrager binnen een jaar na toekenning van de subsidie (voor een aanzienlijk deel) uitvoering zal geven aan de investering waar de subsidie voor wordt aangevraagd.
Artikel 8 Beslissen op subsidieaanvragen en verstrekken van voorschotten Was Wordt 9.1 Het college beslist binnen dertien weken na de 8.1 Het college beslist binnen dertien weken na de datum van ontvangst van de aanvraag van datum van ontvangst van de aanvraag van artikel 7, eerste en derde lid, of een subsidie artikel 4, tweede lid, en artikel 6, eerste lid, of geheel of gedeeltelijk wordt verleend of wordt een subsidie geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen. verleend of wordt afgewezen. 9.2 Het college kan voorwaarden aan de subsidieverlening verbinden.
8.2 Het college kan verplichtingen aan de subsidieverlening verbinden die strekken tot verwezenlijking tot het doel van de subsidie.
9.3 Indien voor een subsidieaanvraag artikel 6, vijfde lid, van toepassing is, kan in het besluit worden aangegeven dat aan de instelling in het daaropvolgende jaar het aanvullende subsidiedeel zal worden verstrekt.
Verwijderd
Artikel 9 Subsidievaststelling Was Wordt 10.1De vaststelling van de subsidie gebeurt aan de 9.1 De vaststelling van de subsidie gebeurt aan de hand van een door de instelling bij het college in hand van een door de instelling bij het college in te dienen afrekening en een toelichting daarop. te dienen aanvraag tot vaststelling met een toelichting daarop, aan de hand van een met het oog daarop door het College vastgesteld formulier. In de aanvraag tot vaststelling toont de Instelling aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de
Instelling ook rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn. 10.2De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen dertien weken nadat de investering is gedaan en de daadwerkelijk gemaakte kosten bekend zijn.
9.2 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen dertien weken nadat de investering is gedaan en de daadwerkelijk gemaakte kosten bekend zijn.
10.3Het college bericht de aanvrager binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling op welk bedrag de investeringssubsidie definitief is vastgesteld
9.3 Het college neemt binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een besluit waaruit blijkt op welk bedrag de Investeringssubsidie definitief is vastgesteld.
GEMEENTEGARANTIE:
Was Artikel 11 en 12 Garantiefonds en Garantieplafond Vervallen (besluit van 21 mei 2013, nr. 2013-001258)
Wordt Verwijderd (want: niet meer nodig omdat de vorige verordening wordt ingetrokken en vervangen door een nieuwe)
Artikel 10 Criteria voor gemeentegarantie Was Wordt Om in aanmerking te komen voor Om in aanmerking te komen voor subsidieverlening garantieverstrekking moet aan de volgende in de vorm van een Garantie moet aan de volgende hoofdvoorwaarden worden voldaan: vereisten zijn voldaan: (…) 3.
(…) voor garantie komen alleen investeringen in eigen accommodaties, alsmede duurzame kapitaalgoederen in aanmerking;
(…) 5.
3.
voor garantie komen alleen Subsidiabele kosten in eigen accommodaties, alsmede duurzame kapitaalgoederen in aanmerking;
(…) sportverenigingen dienen tevoren of tegelijkertijd een aanvraag tot borgstelling in te dienen bij de Stichting Waarborgfonds voor de Sport. Bij een afwijzing van de aanvraag door dit Fonds op financiële gronden wordt geen garantie door de gemeente verstrekt;
5.
sportverenigingen dienen tevoren of tegelijkertijd een aanvraag tot borgstelling in te dienen bij de Stichting Waarborgfonds Sport. Bij een afwijzing van de aanvraag door dit Fonds op financiële gronden wordt geen garantie door de gemeente verstrekt;
Artikel 11 Eisen aan garantie Was Wordt 14.4Indien de gemeente krachtens een garantie een 11.4Indien de gemeente krachtens een garantie een betaling heeft verricht in plaats van een in betaling heeft verricht in plaats van een in gebreke gebleven instelling, is de gebreke gebleven instelling, verkrijgt de regresvordering in een eventueel faillissement gemeente een regresvordering op de Instelling. van de instelling bevoorrecht op eventuele In de onderlinge relatie tussen de gemeente en andere vorderingen die een geldverstrekker op de Geldverstrekker doet de gemeente geen de instelling heeft. afstand van de regresvordering en zal zij geen achterstelling van de regresvordering aanvaarden.
Toelichting bij artikel 11 Eisen aan de garantie: Als het College overgaat tot het verstrekken van een garantie, wordt hiermee bedoeld dat een borgtocht wordt verstrekt als bedoeld in titel 14 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Dit houdt in dat het College pas financieel te hulp schiet in het geval dat de Instelling in gebreke blijft in nakoming van de verplichtingen die zij is aangegaan. Indien voldaan wordt aan de voorwaarden uit deze verordening en het College daar inwilligend op beslist, biedt het College een (door het College te bepalen) overeenkomst tot borgtocht aan de Geldverstrekker aan. Het tot stand komen van de borgtocht is afhankelijk van aanvaarding daarvan door de Geldverstrekker. Het College kan dus niet garanderen dat de overeenkomst tot borgtocht te allen tijde tot stand komt.
Was Nieuw
Artikel 12 Beslissingsbevoegdheid Wordt 12.3Een subsidie in de vorm van een Garantie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen drie maanden na de verlening een Garantieovereenkomst tussen de gemeente en de geldverstrekker tot stand komt en dat tussen de Instelling en de geldverstrekker een kredietovereenkomst tot stand komt.
Artikel 13 Procedure voor indiening Was Wordt De Instelling die voor garantie in aanmerking wenst te komen, verstrekt bij de aanvraag in ieder geval de volgende documenten: a.
d.
de bescheiden, genoemd in artikel 5, tweede lid, van de Algemene Subsidieverordening Zoetermeer 2011, tenzij deze reeds uit anderen hoofde in het bezit van het college zijn; Indien de aanvraag betrekking heeft op het beleidsveld sport, dient deze vergezeld te gaan van een kopie van de aanvraag aan de Stichting Waarborgfonds Sport als bedoeld in artikel 13, sub 5.
a.
De documenten, genoemd in artikel 6, derde lid, tenzij deze reeds uit anderen hoofde in het bezit van het college zijn;
d.
Indien de aanvraag betrekking heeft op het beleidsveld sport, dient deze vergezeld te gaan van een kopie van de aanvraag aan de Stichting Waarborgfonds Sport als bedoeld in artikel 10, vijfde lid.
Artikel 15 Beslistermijn Was Wordt 18.1Het college beslist op een aanvraag om garantie 15.1Het college beslist op een aanvraag om garantie binnen 13 weken na de datum van ontvangst binnen zestien weken na de datum van van de aanvraag. ontvangst van de aanvraag.
Artikel 16 Weigering Was Wordt 19.1Het college kan de garantie weigeren op de 16.1Het college kan de garantie weigeren op de gronden, genoemd in artikel 4:35 van de gronden, genoemd in artikel 7, tweede tot en Algemene wet bestuursrecht en artikel 8 van de met vierde lid en op de grond dat redelijkerwijs Algemene subsidieverordening Zoetermeer niet kan worden verwacht dat de doelstellingen 2011, alsmede indien redelijkerwijs niet kan die met de garantieverlening beoogd zijn, zullen worden verwacht dat de doelstellingen die met worden bereikt. de garantieverlening beoogd zijn, zullen worden bereikt.
Artikel 17 Intrekking verstrekte garantie Was Wordt 20. Een verstrekte garantie kan onverminderd het 17. Een verstrekte garantie kan worden ingetrokken bepaalde in artikel 4:48 van de Algemene wet indien door toedoen of nalaten van de instelling het bestuursrecht, eerste lid, onderdelen b t/m d, risico dat voor de gemeente uit de verstrekte worden ingetrokken: garantie voortvloeit, significant wordt gewijzigd. a. indien de overeenkomst van geldlening, waarop de garantie betrekking heeft, niet binnen drie maanden na verzending van het betreffende besluit tot stand komt en de hoofdsom volgens het overeengekomen stortings- en aflossingsschema aan de instelling ter beschikking wordt gesteld; b. indien door toedoen of nalaten van de instelling het risico dat voor de gemeente uit de verstrekte garantie voortvloeit significant wordt gewijzigd.
Artikel 19 Afwijkingen van criteria en eisen Was Wordt 22. Van de in de artikelen 13 en 14 bepaalde criteria 19. Van de in de artikelen 10 en 11 bepaalde criteria voor garantieverstrekking en daaraan gestelde eisen voor garantieverstrekking en daaraan gestelde eisen kan bij uitzondering door het college worden kan bij uitzondering door het college worden afgeweken. Afwijkingen worden schriftelijk afgeweken. Afwijkingen worden schriftelijk gemotiveerd en ter kennis gebracht van de raad. gemotiveerd en ter kennis gebracht van de raad.
Was Nieuw
Was Nieuw
Artikel 21 Hardheidclausule (nieuw artikel) Wordt Het college kan deze verordening en de Algemene subsidieverordening Zoetermeer 2016, met uitzondering van de artikelen 1, 2 en 18, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of –ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. Het college motiveert toepassing van deze hardheidsclausule in het besluit.
Artikel 22 Slotbepalingen Wordt 1. De Verordening investeringssubsidie en gemeentegarantie amateurverenigingen wordt ingetrokken.
1.
Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening investeringssubsidie en gemeentegarantie amateurverenigingen.
2.
Deze verordening kan worden aangehaald als: ”Verordening investeringssubsidie en gemeentegarantie amateurverenigingen 2022”.
4.
Het college kan in bijzondere gevallen van deze verordening afwijken indien toepassing hiervan onevenredig nadeel voor de subsidieaanvrager oplevert.
Verwijderd (want er is een hardheidsclausule toegevoegd onder artikel 21)
5.
Vervallen (besluit van 21 mei 2013, nr. 2013001258)
Verwijderd (want: niet meer nodig omdat de vorige verordening wordt ingetrokken en vervangen door een nieuwe)