CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

GEWIJZIGD Bijlage 2 Bestemmingsplan Eleanor Rooseveltlaan 3-29, Bijlagen bij plantoelichting

Raadsvergadering 30 januari 2023, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan en beschikbaar stellen uitvoeringsbudget project Eleanor Rooseveltlaan 3-2924.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek

Bijlage 2

Mobiliteitstoets

Bijlage 3

Akoestischonderzoek

Bijlage 4

Besluit Hogere waarden geluid

Bijlage 5

Onderzoek externe veiligheid

Bijlage 6

Huidig en toekomstig verhard oppervlak

Bijlage 7

Stikstofonderzoek gebruiksfase

Bijlage 8

Stikstofonderzoek bouw-/aanlegfase

Bijlage 9

Quick scan ecologie

Bijlage 10

Schaduwstudie bestaande situatie

Bijlage 11

Schaduwstudie toekomstige situatie

Bijlage 12

Windhinderonderzoek

Bijlage 13

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bijlage 14

Eindverslag participatie

Bijlage 15

Nota beantwoording Overlegreacies

Bijlage 16

Trillingonderzoek

Bijlage 17

Notitie geluidbelasting bestaande woningen

Bijlage 18

Nota van Beantwoording Zienswijzen

Eleanor Rooseveltlaan 3-29 versie vastgesteld

1/1

Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Eleanor Rooseveltlaan 3-29 te Zoetermeer 8 juni 2020

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Verantwoording Titel

Verkennend bodemonderzoek inclusief asbest Eleanor Rooseveltlaan 3-29 te Zoetermeer

Opdrachtgever

Wonam

Projectleider

Elroy Houthuijzen - Diaz Chavez

Auteur(s)

Roos Heistek

Tweede lezer

David Kroon (kwaliteitsborger; BRL 2000, protocol 2018)

Uitvoering meet- en inspectiewerk

L. (Lars) van Nieuwenhuijzen; certificaatnummer K54913

Projectnummer

1275748

Aantal pagina’s

22

Datum

8 juni 2020

Handtekening

Colofon Tauw bv Zekeringstraat 43g Postbus 20748 1001 NS Amsterdam T +31 20 60 63 22 2 E info.amsterdam@tauw.com

2/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 5

2

Vooronderzoek .......................................................................................................................... 5

3

4

2.1

Algemeen ........................................................................................................................... 5

2.2

Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties................................................ 6

2.3

Overzicht verdachte deellocaties ....................................................................................... 6

2.4

Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................... 7

2.5

PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................... 7

2.6

Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie ............................................ 8

2.7

Vooronderzoek asfalt ......................................................................................................... 9

2.8

Terreinverkenning .............................................................................................................. 9

2.9

Hypotheses ........................................................................................................................ 9

Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ........................................................... 10 3.1

Onderzoeksstrategie ........................................................................................................ 10

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 12

3.3

Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 13

Resultaten ............................................................................................................................... 14 4.1

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .................................................................... 14

4.1.1

Onverdacht terrein (boringen 51 tot en met 74) ........................................................ 14

4.1.2

Gedempte watergangen (boringen 1 tot en met 6) ................................................... 14

4.1.3

Voormalige kassencomplex (boringen 7 tot en met 16) ............................................ 14

4.1.4

Voetbalveld en wandelpaden (boringen 17 tot en met 21) ....................................... 14

4.2

Resultaten grond .............................................................................................................. 15

4.2.1

5

PFAS ......................................................................................................................... 17

4.3

Resultaten verkennend asbestonderzoek ........................................................................ 18

4.4

Resultaten grondwater ..................................................................................................... 19

4.5

Resultaten asfalt .............................................................................................................. 19

4.6

Resultaten indicatief puinonderzoek ................................................................................ 20

4.7

Toetsing van de hypothesen ............................................................................................ 21

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen .......................................................................... 21 5.1

Inleiding ............................................................................................................................ 21

3/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................................... 21

Bijlage 1

Regionale ligging onderzoekslocatie

Bijlage 2

Kaart situering monsternemingspunten

Bijlage 3

Veiligheid en kwaliteit

Bijlage 4

Boorprofielen

Bijlage 5

Toetsingskader

Bijlage 6

Getoetste omgerekende analyseresultaten

Bijlage 7

Analysecertificaten

Bijlage 8

Asbest veldwerkformulieren

4/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

1 Inleiding In opdracht van Wonam b.v. heeft Tauw een gecombineerd onderzoek op de locatie Eleanor Rooseveltlaan 3-39 te Zoetermeer uitgevoerd. Op de locatie is een vooronderzoek volgens NEN 5725 1 en een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 2 uitgevoerd. Tevens is een verkennend bodemonderzoek naar asbest in grond en funderingsmateriaal volgens de NEN 5707 3 en NEN 5897 4 uitgevoerd. Het asfalt is onderzocht op basis van de CROW 210 5. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw en de aanvraag van de hiervoor benodigde omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Het doel van het gecombineerde onderzoek is meerledig, te weten: • Het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) • Het vaststellen van de (indicatieve) hergebruiksmogelijkheden van de vrijkomende materialen • Bepalen teerhoudendheid vrijkomend asfalt

2 Vooronderzoek 2.1

Algemeen

Er is een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie

Adres

Eleanor Rooseveltlaan 3-39 te Zoetermeer

Kadastrale gegevens (www.kadaster.nl)

E 6775 (gedeeltelijk), 5527 en 5528

Publiekrechtelijke beperking

nee

RD-coördinaten (X/Y)

93150 / 451205

Oppervlakte (m2)

23.000

2

Verharding (m )

21.100 (klinkers en asfalt)

Bebouwing (m2)

1.900

Voormalig gebruik

Weiland, agrarisch gebruik (incl. kassen)

Huidig gebruik

Kantoorpanden

Toekomstig gebruik

Wonen

Gebruik conform circulaire bodemsanering

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Bodemfunctieklasse Midden-Holland en Zoetermeer 2016-

Wonen

2021

1

NEN 5725: Bodem – Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017 NEN 5740:2009+A12016 Bodem – Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009/A1:2016 3 NEN 5707 + C2, Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017 4 NEN 5897 + C2 Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017 5 CROW210 en Erratum 1 maart 2016 en 11 april 2017 – Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt, juni 2015 2

5/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Bodemkwaliteitsklasse Midden-Holland en Zoetermeer 2016-

Bovengrond: Landbouw/Natuur

2021

Ondergrond: Landbouw/Natuur

Archeologie* Gemeente Zoetermeer

Geen archeologische verwachtingen

Explosieven* Gemeente Zoetermeer

Geen gegevens bekend

* Geen verplicht onderdeel vanuit de NEN 5725

2.2

Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties

Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • Kadaster • BAG-gegevens • Bevoegd gezag Wbb, de gemeente Zoetermeer • Nota Bodembeheer (Midden-Holland en Zoetermeer 2016-2021) • Omgevingsdienst Haaglanden • Straatfoto’s van Cyclomedia Streetsmart (2008 t/m 2019) • Historische topografische kaarten van Topotijdreis 1900 t/m 2019 • Door de opdrachtgever aangeleverde informatie • Fysieke terreinverkenning 8 april 2020 • Archief SGS Search

2.3

Overzicht verdachte deellocaties

Tabel 2.2 Overzicht verdachte deellocaties Locatie

Activiteit

Start

Eind

Informatiebron

Status

Eleanor

Kassen

1950

1985

Topotijdreis

Onbekend

Dempingen

-

1985/1990

Topotijdreis

Onbekend

Tweede

Ondergrondse

onbekend

onbekend

Bodemloket

Voldoende

stationstraat

brandstoftank

Rooseveltlaan 339 te Zoetermeer

onderzocht

Zoetermeer Ondergrondse

onbekend

onbekend

Bodemloket

brandstoftank Ondergrondse

onderzocht onbekend

onbekend

Bodemloket

brandstoftank Ophooglaag met huishoudelijk afval

Voldoende

Voldoende onderzocht

1953

onbekend

Bodemloket

Voldoende onderzocht

Op basis van Topotijdreis heeft de onderzoekslocatie tot circa 1950 een agrarische bestemming gehad waarin weiland en watergangen aanwezig waren. Rond 1950 zijn op een deel van de locatie kassen gebouwd. Rond 1989 wordt het gebied Rokkeveen aangelegd waarbij de agrarische landen bouwrijp worden gemaakt, de watergangen worden gedempt en woonwijken en wegen worden gerealiseerd.

6/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Begin jaren ’90 is de huidige bebouwing gebouwd en heeft de locatie zijn huidige bestemming gekregen. Kleine wijzigingen zoals aanleg van paden en dergelijke zijn niet zichtbaar op de historische topografische kaarten. Verder blijken de verdachte activiteiten die bij Bodemloket zijn geregistreerd niet relevant op basis van afstand (> 40 meter). Uit de voorgaande bodemrapportages blijkt op de onderzoekslocatie geen ophooglaag met huishoudelijk afval aanwezig te zijn. Daarnaast worden er ook geen brandstoftanks benoemd. Ook bij de terreinbeheerder zijn geen ondergrondse tanks bekend.

2.4

Asbestverdachtheid van de bodem

De bebouwing op de onderzoekslocatie dateert uit 1990. Mogelijk zijn in de bebouwing asbesthoudende materialen toegepast. Uit de asbestinventarisatie 6 blijkt dat bij het noordelijke gebouw in een besloten ruimte op de dakopbouw en op de vijfde verdieping van het gebouw asbesthoudende pakking, golfplaten en remvoering is toegepast. In het zuidelijk gebouw van Eleanor Rooseveltlaan 3-25 is alleen in de CV ruimte asbesthoudende golfplaat aanwezig. Aangezien het maaiveld rondom de bebouwing verhard is, geen sloop heeft plaatsgevonden en bij voorgaande bodemonderzoeken geen puin in de bodem is waargenomen wordt niet verwacht dat de bodem door eventuele verwering verontreinigd is geraakt met asbest. Uit de historisch kaarten van Topotijdreis blijkt dat op een deel van de locatie tot circa 1990 kassen aanwezig waren. In kassen is in het verleden voornamelijk asbesthoudende kit toegepast. Daarnaast zijn vijf aanwezige sloten rond 1990 gedempt met onbekend materiaal. Bij de onderzoeken (paragraaf 2.6) die reeds zijn uitgevoerd is geen onderzoek verricht naar de voormalige kassen en watergangen. Het oude maaiveld ter plaatse van de voormalige kassen en de ondergrond bij de voormalige watergangen worden daarom als verdacht beschouwd op het voorkomen van een verontreiniging met asbest.

Uit Streetview van Google blijkt dat de locatie gedeeltelijk verhard is met asfalt (voetbalveld en wandelpad). Het is niet bekend of onder het asfalt funderingsmateriaal aanwezig is wat eventueel verdacht is op het voorkomen van asbest. Samenvattend worden de volgende asbestverdachte deellocaties onderscheiden : • Kassen (1.650 m2 binnen de onderzoekslocatiegrens) • Gedempte watergangen • Funderingsmateriaal ter plaats van wandelpaden en voetbalveld

2.5

PFAS-verdachtheid van de bodem

Op/nabij de onderzoekslocatie zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS verbindingen als gevolg van puntbronnen 7. De kans op verontreiniging met PFAS wordt verwaarloosbaar geacht.

6 Asbestinventarisatie kantoorgebouw Eleanor Rooseveltlaan 3-51, 2719 AB Zoetermeer; R001-1275770PHN-V01-aao-NL en R0021275770PHN-V01-aao-NL; 20 april 2020 7 Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018

7/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS 8 als gevolg van atmosferische depositie. Geconcludeerd wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus verdacht is voor PFAS . De locatie ligt niet in een gebied met gebiedsspecifiek beleid voor toepassing van PFAShoudende grond. De Omgevingsdienst Haaglanden verwacht in de zomer van 2020 een vernieuwde Bodemkwaliteitskaart te ontwikkelen waarbij ook PFAS is opgenomen. Aanbevolen wordt daarom bij grondverzet hier rekening mee te houden.

2.6

Uitgevoerde bodemonderzoeken en verontreinigingssituatie

Tabel 2.3 Uitgevoerde bodemonderzoeken en samenvatting Naam onderzoek

Korte samenvatting

Onderzoeksbureau; kenmerk; datum

Historische

Er zijn geen gegevens bekend met

SGS Search;

bodemonderzoek

betrekking tot de aanwezigheid van verdachte

25.16.00620.45; 3-2-

Eleanor Rooseveltlaan

(bedrijfs)activiteiten op de onderzoekslocatie. Op de

2017

3-25 te Zoetermeer

locatie zijn enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit de onderzoeksresultaten blijkt de grond hoogstens licht

SGS Search;

verontreinigd is. Het grondwater is plaatselijk sterk

25.16.00620.46; 3-2-

verontreinigd met arseen. Tevens blijkt dat ter plaatse van

2017

de middenberm van de Zuidweg ten noordwesten van de onderzoekslocatie in de grond tot 0,9 m-mv een verontreiniging met asbest aanwezig is. In drie sleuven is een asbestgehalte aangetoond tussen de 7 en 164 mg/kg d.s. De diepere ondergrond bevat geen asbest. De herkomst van de asbestverontreiniging is niet bekend. In het rapport wordt geen oorzaak benoemd, maar op kaart materiaal is te zien dat hier een voormalige watergang liep.. Bodemonderzoek E.

In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen

Streat holding;

Rooseveltlaan 3-29 te

aangetoond. Het grondwater is sterk verontreinigd met

GJ97139h; 05-11-1997

Zoetermeer

arseen. Destijds is geen herbemonstering uitgevoerd aangezien door de geschiedenis (weiland) van de locatie wordt verwacht dat de arseen verontreiniging van nature verhoogd aanwezig is. De huidige status van deze verontreiniging is onbekend.

Indicatief milieukundig

In de grond en in het grondwater zijn maximaal lichte

Fugro; D3155; 08-03-

bodemonderzoek

verontreinigen aangetoond.

1990

kantoren Rokkeveen te Zoetermeer

8 Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019

8/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Uit de bovengenoemde onderzoeken blijkt dat het grondwater mogelijk sterk verontreinigd is met arseen. Uit navraag bij de omgevingsdienst Haaglanden blijken er geen gegevens bekend dat arseen in het grondwater sterk verhoogd is. In de nota bodembeheer wordt de parameter ook niet benoemd. Het is derhalve niet bekend of de sterk verhoogde concentraties een natuurlijke oorzaak hebben. Het is wel algemeen bekend dat in de kustprovincies van Nederland arseen in licht tot sterk verhoogde concentraties voorkomt in veen- en kleilagen.

2.7

Vooronderzoek asfalt

Voor het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • Globespotter van Cyclomedia • Terreinverkenning 8 april 2020 Het voetbalveld en het wandelpad is verhard met asfalt. Het asfalt is waarschijnlijk aangelegd voor 1995. Daarom is gekozen voor de zware onderzoeksinspanning. Voetbalveld: Het oppervlak van het voetbalveld is geschat op circa 450 m2. Uitgaande van een asfaltdikte van circa 15 cm heeft de te onderzoeken partij een volume van circa 67 m3. Uitgaande van een soortelijke massa van 2.500 kg/m3 komt dit neer op een totale massa van circa 170 ton asfalt. Tijdens de terreinverkenning zijn geen aparte onderzoeksvakken onderscheiden. Wandelpad: Het oppervlak van het wandelpad is geschat op circa 630 m2. Uitgaande van een asfaltdikte van circa 10 cm heeft de te onderzoeken partij een volume van circa 63 m3. Uitgaande van een soortelijke massa van 2.500 kg/m3 komt dit neer op een totale massa van circa 158 ton asfalt. Tijdens de terreinverkenning zijn geen aparte onderzoeksvakken onderscheiden.

2.8

Terreinverkenning

Op 8 april 2020 is voorafgaande aan het veldwerk door L. (Lars) Nieuwenhuijzen een fysieke terreinverkenning uitgevoerd. Tijdens de terreinverkenning zijn geen bijzonderheden waargenomen.

2.9

Hypotheses

Naar aanleiding van de resultaten van het vooronderzoek en doelstelling van het verkennend onderzoek kunnen de volgende hypotheses worden gesteld: • De onderzoekslocatie is verdacht op het voorkomen van licht verontreinigingen in de bovenen ondergrond op parameters van het standaard pakket en OCB’s • In het grondwater wordt een sterke verontreiniging met arseen verwacht. • Bij de slootdempingen is de ondergrond verdacht op afwijkende bodemkwaliteit ten opzichte van omgeving en verdacht op asbest • Kassen zijn verdacht op asbest in de laag van het oude maaiveld • Het funderingsmateriaal onder de asfaltverhardingen is verdacht op asbest • De grond onder het funderingsmateriaal is verdacht op het voorkomen van verontreinigingen met zware metalen als gevolg van uitloging van de bovenliggende funderingslagen • Het asfalt is mogelijk teerhoudend

9/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1

Onderzoeksstrategie

Verkennend bodemonderzoek Op basis van het voormalig gebruik als landbouwgrond is het oude maaiveld verdacht op het voorkomen van OCB’s. Deze parameter is meegenomen in de analyses van de bovengrond. Op basis van voorgaande onderzoek is het grondwater aanvullend op arseen.. Omdat de bron of oorzaak van de sterke verontreinigingen met arseen in het grondwater niet bekend zijn, zijn twee bodemlagen rond grondwaterstand aanvullend op arseen onderzocht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS 9. De verwachting is dat bij dit project grond vrij komt en als u de grond gaat afvoeren, is onderzoek naar PFAS nodig vanwege de acceptatie-eisen van verwerkers. De onderzoekslocatie is onderzocht volgens de onderzoeksstrategie uit de NEN 5740: • Strategie onverdacht voor een grootschalige locatie (ONV-GR) • Strategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigende stof (VED-HO-NL) voor het onderzoek naar PFAS in de bovengrond Verkennend bodemonderzoek asbest Het oude maaiveld ter plaatse van de voormalige kassen en de ondergrond bij de voormalige watergangen worden als verdacht beschouwd op het voorkomen van een verontreiniging met asbest.

Derhalve is een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 10 uitgevoerd, volgens de strategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. Onverdachte deel Het onverdachte deel van de onderzoekslocatie is niet onderzocht op asbest. Plaatselijk (boring 74) is in de bovengrond een lichte bijmenging met betonpuin waargenomen. Ter plaatse is een asbestgraafgat gegraven en is in het veld een monster samengesteld voor de analyse op asbest. Gedempte watergangen Ter plaatse van de dempingen is maatwerk verricht. Van de vijf dempingen zijn twee dempingen onderzocht. Deze dempingen stelen wij representatief voor de overige drie dempingen omdat verwacht wordt dat deze met hetzelfde materiaal zijn gedempt. Bij de twee dempingen is per demping één raai met drie boringen tot 2 m -mv verricht om de exacte locatie van de dempingen te kunnen bepalen. Omdat de verdachte laag de ondergrond betreft zijn geen graafgaten verricht maar boringen met een boordiameter van 12 cm. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen afwijkende bodemlagen of asbestverdacht materiaal waargenomen. Daarom kan worden geconcludeerd dat sprake van gebiedseigen grond ter plaatse van de dempingen. Hierdoor zijn geen aparte mengmonsters samengesteld voor de analyse op asbest.

9 Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019 10 NEN 5707: Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017

10/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Voormalige kassencomplex Binnen de grens van de onderzoekslocatie heeft het voormalige kassencomplex een oppervlakte van circa 1.650 m2. De boven- en ondergrond is verdacht omdat niet bekend is waar het voormalige maaiveld is gelegen. Op deze deellocatie is een verkennend bodemonderzoek naar asbest uitgevoerd conform de NEN 5707 en de strategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. Het oude maaiveld kon tijdens de veldwerkzaamheden niet goed worden onderscheiden doordat de ondergrond bestaat uit zand en kleilagen. Derhalve zijn de huidige bovengrondlagen onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Omdat ter plaatse van de locatie geen graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden in de ondergrond wordt het onderzoek naar asbest hier als voldoende beschouwd. Verhardingsonderzoek Asfaltonderzoek Het asfaltonderzoek ter plaatse van het wandelpad en het voetbalveld is uitgevoerd op basis van de CROW210. Er is vanuit gegaan dat het asfalt voor 1995 is aangelegd.

Dit betreft op basis van de uitvraag de volgende werkzaamheden: • Vooronderzoek en terreinverkenning voor het vaststellen van een onderzoekshypothese • Boorplan op basis van het resultaat volgend uit het vooronderzoek • Uitvoeren van constructieboringen inclusief inspectie van funderingsconstructie met een beschrijving van type, dikte, aanwezigheid van organoleptische verontreiniging • Laboratoriumonderzoek op genomen asfaltkernen inclusief laagopbouw, PAK-markertest (eventueel analyse PAK-gehalte) Op basis van de terreinverkenning blijkt dat het asfaltverharde onderzoeksgebied ter plaatse van het wandelpad en het voetbalveld bestaat uit één homogeen vak. Voetbalveld Per vak van < 500 m2 zijn twee constructieboringen verricht. Op basis van een oppervlak van 450 m2 zijn twee constructieboringen verricht ter plaatse van het voetbalveld. Wandelpad Per vak van > 500 m2 dient één constructieboring verricht en per elke 500 m2 + één extra per onderzoeksvak. Vanwege de uitgestrekte ligging van het pad is één extra constructieboring verricht ten opzichte van de twee verplichte boringen bij een oppervlakte van 630 m2 waardoor in totaal sprake is van drie boringen. Van de kernen is de dikte en de constructieopbouw bepaald. De kernen zijn allen onderzocht middels een PAK-marker test.

Op basis van de vrijkomende hoeveelheden is aanvullend onderzoek verricht naar PAK in asfalt middels een GCMS-analyse. Funderingsonderzoek Om de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van het funderingsmateriaal te bepalen is het funderingsmateriaal van het wandelpad onderzocht op de parameters PAK, PCB, minerale olie (samenstellingsonderzoek) en asbest (voetbalveld + wandelpad).

11/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Het asbestonderzoek in de fundatie is uitgevoerd conform de NEN 5897 volgens de strategie terreinen – afgedekte fundering - kleinschalige locaties. Aangezien in het asfalt geen asbestgraafgaten gemaakt kunnen worden zijn de resultaten van dit onderzoek indicatief.

3.2

Uitgevoerde werkzaamheden

De grond is bemonsterd op woensdag 8 en vrijdag 9 april 2020 door L. van den Nieuwenhuijzen. Het grondwater is bemonsterd op vrijdag 17 april 2020 door L. van den Nieuwenhuijzen. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Veldwerk

Aantal

Monsterpuntnummers

Boring tot circa 0,5 m -mv

16

52, 54 t/m 61, 63, 65, 66, 68 t/m 71

Asbestgraafgat (0,3 x 0,3 x 0,5 m) tot 1,0 m -mv

1

74

Boring tot circa 2,0 m -mv

4

51, 53, 64, 72

Boring met peilbuis tot circa 3,0 m -mv

3

62, 67, 73

6

1 t/m 6

Asbestgraafgat (0,3 x 0,3 x 0,5 m)

8

7, 8, 10, 11, 13 t/m 16

Asbestgraafgat met boring tot 2 m -mv (ø12 cm)*

2

9, 12

Constructieboring tot 1,0 m -mv (12 cm)

5

17 t/m 21

Analyses

Aantal

(Meng)monstercodes

Standaard stoffenpakket grond1

7

BG1 t/m BG4, OG1 t/m OG3

OCB’s

3

BG1 t/m BG3

Uitsplitsing op koper

6

66-1, 67-1, 68-1, 69-1, 71-1, 73-1

Aanvullend onderzoek arseen

2

67-4, 73-4

Asbest in grond

1

MD

PFAS in grond

4

BG1, BG2, OG2, OG3

3

62, 67, 73

1

D1

Standaard stoffenpakket grond +OCB

2

K1, K2

Asbest in grond

2

MMB, MMC

Standaard stoffenpakket grond

2

V1, W1

Asbest in puin

1

MMA

Constructieopbouw en PAK-marker

5

17 t/m 21

PAK in asfalt

1

19

PAK, PCB, minerale olie (samenstellingsonderzoek)

1

S1

Onverdacht terrein

Gedempte watergangen Boring tot 2,0 m -mv met brede boor (ø12 cm) Vml kassencomplex

Voetbalveld + wandelpaden

Onverdacht terrein

2

Standaard stoffenpakket grondwater + arseen Gedempte watergangen Standaard stoffenpakket grond Vml kassencomplex

Voetbalveld + wandelpaden

1)

Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink),

PCB’s (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof

12/22

Kenmerk

2)

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en

minerale olie (GC)

3.3

Veiligheid en kwaliteit

Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten wordt verwezen naar bijlage 3. Er is wel afgeweken van de vigerende protocollen. Afwijking protocol 2002 – afpompvolume voor grondwatermonstername Door de slechte toestroming van het grondwater in peilbuis 62 is voorafgaande aan de grondwaterbemonstering te weinig grondwater afgepompt. Hierdoor kunnen vaste gronddeeltjes in het grondwater de analyseresultaten beïnvloeden. Omdat het grondwater maximaal licht verontreinigd is met arseen is een herbemonstering niet noodzakelijk. Afwijking protocol 2018 – maaiveldinspectie Er is onderbouwd afgeweken van 2018 op de volgende onderdelen: • Het was niet mogelijk om een maaiveldinspectie conform protocol 2018 uit te voeren aangezien de onderzoekslocatie bedekt was met klinkers en vegetatie Als onderdeel van het bodemonderzoek naar asbest dient voorafgaand aan de monstername een visuele inspectie van het onderzoeksterrein conform protocol 2018 te worden uitgevoerd. Hierbij wordt de toplaag van het onverharde deel van het terrein afgezocht naar puinrestanten en asbestverdacht (plaat)materiaal. Aan de hand van de resultaten van de maaiveldinspectie wordt beoordeeld of er binnen het onderzoeksgebied deellocaties aanwezig zijn die als meer of minder verdacht kunnen worden beschouwd.

De locatie is voor meer dan 75 % verhard en/of begroeid, waardoor een volledige visuele inspectie niet mogelijk was. Het niet uit (kunnen) voeren van een maaiveldinspectie is een afwijking op protocol 2018. Het beeldmerk is daarom niet van toepassing op deze werkzaamheden. Omdat niet tot nauwelijks asbest in de bodem is aangetoond wordt niet verwacht dat deze afwijking van invloed is op de conclusies van het onderzoek. Op het genoemde protocol 2018 is het gebruikte beeldmerk, als gevolg van de afwijkingen, niet van toepassing. NEN5898: • De aangeboden monsterhoeveelheid van mengmonster MMA voldoet niet aan de eis conform NEN5898 van 25 kg/d.s. doordat door het asfalt geen asbestgraafgaten gemaakt konden worden. Aangezien op de gehele locatie geen asbest is aangetroffen heeft deze afwijking naar verwachting geen invloed op de genomen conclusies

13/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

4 Resultaten 4.1

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen

4.1.1

Onverdacht terrein (boringen 51 tot en met 74)

De bovengrond bestaat uit zintuigelijk schoon zand. Een uitzondering hierop is de bovengrond bij boring 74. Hier zijn lichte bijmengingen met baksteen en betonpuin aangetroffen. Hierop is besloten een graafgat te graven en een monster samen te stellen voor asbest analyse. De ondergrond is heterogeen opgebouwd met zintuigelijk schoon zand en klei. 4.1.2 Gedempte watergangen (boringen 1 tot en met 6) Ter plaatse van de gedempte watergangen zijn geen afwijkende bodemlagen waargenomen ten opzichte van het onverdacht terrein. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de watergangen met gebiedseigen grond zijn gedempt. 4.1.3 Voormalige kassencomplex (boringen 7 tot en met 16) Binnen het onderzoek was de verdachte bodemlaag het originele maaiveld. Deze laag was bij het onderzoek zintuiglijk niet duidelijk te onderscheiden. Op de locatie is sprake van een heterogene bodemopbouw met een zintuiglijk schone zandige boven- en ondergrond en een zintuiglijk schone of plaatselijk zeer licht baksteenhoudende kleiige ondergrond. Kitresten zijn zintuiglijk niet waargenomen. 4.1.4 Voetbalveld en wandelpaden (boringen 17 tot en met 21) Het asfalt ter plaatse van het voetbalveld heeft een variërende dikte tussen de circa 14 en 17 centimeter. Hieronder is een funderingslaag aanwezig met een dikte van circa 14 a 16 cm met daaronder zintuiglijk schoon zand.

Het asfalt ter plaatse van het voetbalveld heeft een variërende dikte tussen de circa 7 en 14 centimeter. Hieronder is een funderingslaag aanwezig met een dikte van circa 10 a 22 cm met daaronder zintuiglijk schoon zand en licht baksteenhoudende klei. Tijdens de werkzaamheden is in de uitgegraven en opgeboorde grond geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Vanwege de aanwezigheid van verhardingen en begroeiingen kon geen visuele inspectie van het maaiveld conform protocol 2018 uitgevoerd worden. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4. De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1 Veldmetingen Peilbuis

Bovenkant buis (m -mv)

Filterdiepte

Datum

(m -mv)

GWS

pH

EC

Troebelheid

(m -mv)

(-)

(μS/cm)

(ntu)

62

-0,05

2,10

3,10

17-04-2020

1,02

6,99

1142

152

67

-0,02

2,10

3,10

17-04-2020

1,08

7,13

446

21

73

-0,11

2,00

3,00

17-04-2020

1,03

6,88

1219

47

14/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

De gemeten waarde voor de troebelheid is verhoogd (NTU > 10). De verhoogde troebelheid is veroorzaakt door het (natuurlijk) voorkomen van zwevende delen in het grondwater. Bij peilbuis 62 is dit vooral te wijten aan het feit dat voorafgaand aan de monstername onvoldoende grondwater kon worden afgepompt vanwege de slechte toestroming en hierdoor sprake was van troebel water. Een verhoogde troebelheid kan een indicatie zijn van verhoogde concentraties van organische stoffen (die zich hebben gehecht aan de gronddeeltjes). Dit kan leiden tot een overschatting van de concentraties van opgeloste organische stoffen. De aangetoonde concentraties van de organische parameters zijn in dit geval niet boven de streefwaarde gemeten. Volgens bijlage C van NEN 5744 voor de bemonstering van grondwater, is er daarom geen noodzaak tot het uitvoeren van een heranalyse en/of herbemonstering van het grondwater.

4.2

Resultaten grond

In de tabellen 4.2 en 4.4 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.2 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond (Meng)

Deelmonster

monster

Diepte

Textuur en

(m -mv)

bijzonderheden

> AW

>T

>I

BBK# (indicatief)

## BG1

55-1, 56-1, 59-1,

0-0,5

zand

-

-

-

61-1, 62-1, 64-1,

Altijd Toepasbaar

65-1 BG2

66-1, 67-1, 68-1,

0-0,5

zand

69-1, 71-1, 73-1 BG3

58-1, 60-1, 63-1,

Cd, Pb, Mo,

Cu

-

Ni, Zn 0-0,5

zand, baksteen 1

-

Klasse wonen

-

-

72-1

Altijd Toepasbaar

BG4

57-1, 70-1, 74-1

0-0,5

OG1

53-1, 64-2, 67-2,

0,2-1,5

zand, plastic 1,

-

-

-

-

-

-

baksteen 2

72-2, 73-2, 74-2

zand, puin 1,

Altijd Toepasbaar

baksteen 2,

Altijd Toepasbaar

betonpuin 2 OG2

51-2, 52-2, 53-2,

1-2

klei

Mo

-

-

54-2, 62-4, 64-3,

Altijd Toepasbaar

67-3 OG3

51-3, 53-4, 62-5,

1-2,8

zand

-

-

-

64-4, 72-5, 73-3

Altijd Toepasbaar

Uitsplitsing BG2 op koper 66-1

66-1

0-0,45

zand

-

-

-

67-1

67-1

0-0,5

zand

-

-

-

68-1

68-1

0,04-

zand

-

-

-

Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar

0,45

Altijd Toepasbaar

15/22

Kenmerk

(Meng)

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Deelmonster

monster

Diepte

Textuur en

(m -mv)

bijzonderheden

> AW

>T

>I

BBK# (indicatief)

## 69-1

69-1

0-0,5

zand

-

-

-

71-1

71-1

0-0,5

zand

-

-

-

73-1

73-1

0-0,5

zand

-

-

-

Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar

Aanvullende analyses op arseen 67-4

67-4

1,5-2

klei

-

-

-

73-4

73-4

1,5-2

klei

-

-

-

Altijd Toepasbaar Altijd Toepasbaar

Dempingen D1

1-3, 2-3, 3-3, 5-4

0,7-1,7

klei

Mo

-

-

Klasse Wonen

Kassen K1

7-1, 8-1, 10-1,

0-0,5

zand, stenen 1

Zn

-

-

12-1, 16-1 K2

9-1, 11-1, 13-1,

Altijd Toepasbaar

0,09-0,5

zand

-

-

-

14-1, 15-1

Altijd Toepasbaar

Voetbalveld en wandelpad V1

17-3, 18-3

0,3-0,8

zand

Co

-

Cu

W1

19-3, 20-3, 21-3

0,3-0,8

zand, klei,

PAK

Co

-

Niet toepasbaar

baksteen 1,

Klasse Industrie

stenen 1 #

Toepassing op landbodem

## De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2) -

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

Aw: Achtergrondwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijding door de geanalyseerde parameters Indicatieve toetsing aan de normwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit, behorende bij het Besluit bodemkwaliteit.

Onverdacht terrein In mengmonster BG2 is een matige verontreiniging met koper aangetoond. De deelmonsters zijn separaat geanalyseerd op koper. Hieruit blijkt dat in geen van de deelmonsters een verontreiniging met koper aanwezig is. In de overige mengmonsters zijn op het terrein maximaal lichte verontreinigen aangetoond. Arseen is in grondmonsters 67-4 en 73-4 niet verhoogd aangetoond (zie ook paragraaf 4.4). Dempingen De ondergrond is licht verontreinigd met molybdeen.

16/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Voetbalveld Ter plaatse van het voetbalveld is een sterke verontreiniging met koper (Cu) aangetoond (V1). De deelmonsters zijn niet separaat onderzocht, omdat bij nader overleg met de opdrachtgever bleek dat het voetbalveld geen onderdeel vormt van het ontwikkelingsgebied. Daarnaast is de grond in eigendom van de gemeente. De sterke verontreiniging is wel afgeperkt richting het projectgebied middels boringen 20, 57 en 54 en wordt derhalve als niet relevant beschouwd. Mogelijk is uitloging van de fundatie de oorzaak van de koper verontreiniging. Naar verwachting is het funderingsmateriaal onder het voetbalveld verschillend dan onder het wandelpad aangezien onder het wandelpad geen sterke verontreinigen zijn aangetoond. Dit wordt bevestigd door de verschillende asfaltlagen (zie paragraaf 4.5). Wandelpad In de bovengrond is bij mengmonster W1 onder het asfalt een matige verontreiniging met kobalt (Co) aangetoond. Kobalt verontreinigingen komen vaak voor wanneer mechanische boringen in het asfalt geplaatst worden. Omdat binnen voorgaande onderzoeken en in overige (meng)monsters geen kobalt is aangetroffen kan aangenomen worden dat de matige kobalt verontreiniging is ontstaan tijdens het veldwerk en niet aanwezig is in de bodem. Hetzelfde geldt voor de lichte kobalt verontreiniging in mengmonster V1.

4.2.1 PFAS De indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is exclusief PFAS, aangezien de toetsing aan het tijdelijk handelingskader PFAS momenteel geen onderdeel uitmaakt van de Regeling bodemkwaliteit. Tabel 4.3 bevat de toetsingswaarden en daarbij behorende beperkingen uit het tijdelijk handelingskader PFAS van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Tabel 4.5 bevat het resultaat van de daar indicatief aan getoetste PFAS-gehalten. Tabel 4.3 Overzicht generieke normen (gehalten in µg/kg d.s.) voor toepassing van grond op landbodem volgens het tijdelijk handelingskader PFAS Toepassingsbeperking

(SOM)

(SOM)

Individuele

PFOS

PFOA

overige PFAS

A

Geen beperking als gevolg van PFAS. (Hier bij wordt niet de som van

≤ 0,1

≤ 0,1

≤ 0,1

PFOS en PFOA getoetst, maar de individuele parameters: PFOAvertakt, PFOA-lineair, PFOS-vertakt en PFOS-lineair). B

Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden.

≤ 0,9

≤ 0,8

≤ 0,8

C

Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en

≤ 3.0

≤ 7,0

≤ 3.0

> 3,0

> 7,0

> 3,0

onder de grondwaterstand. Grond die op basis van de andere parameters is beoordeeld als kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, is als gevolg van het gehalte PFAS alsnog niet toepasbaar in gebieden die ‘landbouw/natuur’ als toepassingseis hebben. D

Niet toepasbaar.

17/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Tabel 4.4 Indicatieve toetsingsresultaten PFAS in grond (gehalten in µg/kg d.s.), gecorrigeerd voor organisch stof, indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassing op landbodem volgens het tijdelijk handelingskader PFAS Meng-

Deelmonster

monster

Traject

(SOM)

(SOM)

Maximale overige

Beperkingen ten

m -mv

PFOS

PFOA

individuele PFAS

aanzien van PFAS (A/B/C/D)

BG1

55-1, 56-1, 59-1,

0-0,5

0,5

0,4

<0,1

B

0-0,5

1,1

0,4

<0,1

C

1-2

0,1

0,2

<0,1

B

1-2,8

<0,1

<0,1

<0,1

A

61-1, 62-1, 64-1, 65-1 BG2

66-1, 67-1, 68-1, 69-1, 71-1, 73-1

OG2

51-2, 52-2, 53-2, 54-2, 62-4, 64-3, 67-3

OG3

51-3, 53-4, 62-5, 64-4, 72-5, 73-3

Uit de resultaten blijkt dat gehalten van 0,1 - 1,1 µg/kg d.s. PFOS en 0,1-0,4 µg/kg d.s. PFOA in de grond is aangetoond. Er zijn beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en onder de grondwaterstand. Grond die op basis van de andere parameters is beoordeeld als kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, is als gevolg van het gehalte PFAS alsnog niet toepasbaar in gebieden die ‘landbouw/natuur’ als toepassingseis hebben. Voor meer details wordt verwezen naar het certificaat: 2020055585.

4.3

Resultaten verkennend asbestonderzoek

Tijdens de veldwerkzaamheden is visueel geen asbestverdacht (plaat)materiaal in de grond en op het maaiveld waargenomen. Voor details wordt verwezen naar de in bijlage 9 bijgevoegde formulieren van het veldwerk. In tabel 4.5 zijn de onderzoeksresultaten opgenomen van het verkennend bodemonderzoek naar asbest. Tabel 4.5 Overzicht resultaten asbest Monster

Deelmonsters

code

Traject

Totale gewogen indicatief

Toetsing

(m -mv)

gehalte asbest* (mg/kg d.s.)

norm

0,16-0,3

<1,1

-

Voetbalveld + Wandelpad MMA

17-2, 18-2, 19-2, 20-2, 21-2

Vml kassencomplex MMB

9-1, 11-1, 13-1, 14-1, 15-1

0,09-0,5

<0,6

-

MMC

7-1, 8-1, 10-1, 12-1, 16-1

0-0,5

<0,6

-

0,2-0,5

<0,4

-

Overig onverdacht terrein MMD

74-2

- 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden

In de mengmonsters is geen asbest aangetoond.

18/22

Kenmerk

4.4

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Resultaten grondwater

In de tabel 4.6 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6 en de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.6 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterstelling

>S

>T

>I

(cm-mv) Pb 62

210-310

As

-

-

Pb 67

210-310

-

As

-

Pb 73

200-300

Ba

-

As

-

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

S: Streefwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijdingen door de geanalyseerde parameters

Het grondwater is licht tot sterk verontreinigd met arseen en plaatselijk licht verontreinigd met barium. In de Nederlandse kustprovincies komen gebieden voor waarin als gevolg van natuurlijke (fysische en chemische) processen arseenconcentraties verhoogd in het grondwater voorkomen. Op basis hiervan en het ontbreken van een antropogene bron worden dat de licht tot sterk verhoogde concentraties een natuurlijke herkomst hebben.

4.5

Resultaten asfalt

Asfalt wordt als teerhoudend beschouwd indien een gehalte aan PAK wordt gemeten dat hoger is dan 75 mg/kg product. Hiermee wordt bepaald of het asfalt geschikt is voor warm gebruik. Resultaten PAK-marker Indien fluorescentie wordt waargenomen kan gesteld worden dat het PAK-gehalte groter is dan 250 mg/kg d.s. Betreffende asfaltlaag dient dan als teerhoudend te worden beschouwd. Uit de resultaten van de PAK-marker blijkt dat in geen van de kernen een fluorescerende laag is waargenomen. De volledige resultaten van het asfaltonderzoek met laagopbouw, laagdikte en fluorescentie zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.7 Analyseresultaten PAK-detector Boringnummer

Type asfalt

Gehalte PAK > 250 mg/kg

Fluoriserende laag

(ja/nee)

(mm)

Voetbalveld 17

SMA/DAB/GAB

Nee

n.v.t.

18

SMA/DAB/GAB

Nee

n.v.t.

19

Oppervlaktebehandeling / GAB

Nee

n.v.t.

20

SMA/GAB

Nee

n.v.t.

21

Oppervlaktebehandeling/ GAB

Nee

n.v.t.

Wandelpad

19/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Voetbalveld Op basis van de resultaten van kan worden gesteld dat ter plaatse van het voetbalveld sprake is van één homogeen onderzoeksvak. Aanvullende werkzaamheden zijn niet noodzakelijk. Wandelpad Het asfalt ter plaatse van het wandelpad is niet teerhoudend. Binnen de drie geboorde kernen is sprake van heterogeniteit waarbij twee vakken zijn onderscheiden. Binnen vak 1 (rondom boring 20) komt op basis van de dikte van het asfalt en het oppervlak circa 14 m3 en 36 ton asfalt vrij. Binnen vak 2 komt op basis van de dikte van het asfalt en het oppervlak circa 49 m3 en 122 ton asfalt vrij. Opgemerkt wordt dat binnen vak 2 het asfaltonderzoek niet geheel voldoet aan de CROW210, echter bij vak 1 (rondom boring 20) vind geen herontwikkeling plaats. Derhalve heeft hier geen aanvullend GCMS onderzoek plaatsgevonden. Resultaten GCMS onderzoek Op basis van het tonnage zijn GCMS analyses uitgevoerd. Hierbij zijn representatieve monsters geselecteerd van het wandelpad. Op basis hiervan is één GCMS-analyse uitgevoerd. Het monster bij het wandelpad is geanalyseerd op het PAK-gehalte. Uit dit onderzoek blijkt dat de niet fluorescerende lagen niet teerhoudend zijn. De volledige resultaten van het GCMS-onderzoek zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.8 Analyseresultaten GCMS-analyse Monster

Onderzochte laag

Gehalte PAK (mg/kg)

GAB

18

Wandelpad 19

4.6

Resultaten indicatief puinonderzoek

In onderstaande tabel 4.9 staan de resultaten van het samenstellingsonderzoek van het wandelpad weergegeven. Tabel 4.9 Resultaten samenstellingsonderzoek Parameter

Samenstellingswaarde Besluit

Gemeten gehalte

bodemkwaliteit

monster AA

Toetsing

(mg/kg d.s.) PAK's 10 VROM

50

1,0

Voldoet

minerale olie

500 (1000*)

61

Voldoet

PCB's (som)

0,5

0,0049

Voldoet

Asbest

100

< 1,1 (zie ook tabel 4.5)

Voldoet

* Indien sprake is van menggranulaat

Uit de analyseresultaten blijkt dat de geanalyseerde parameters voldoen aan de samenstellingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit. Opgemerkt wordt dat het gehalte van asbest als indicatief moet worden beschouwd. De monsterneming is niet uitgevoerd conform NEN 5897. Er zijn geen respirabele vezels aangetroffen.

20/22

Kenmerk

4.7 •

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Toetsing van de hypothesen Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek verdacht op het voorkomen van lichte verontreinigingen in de boven- en ondergrond op parameters van het standaard pakket en OCB’s, bevestigd

•

De hypothese dat bij de slootdempingen de ondergrond verdacht op afwijkende

•

bodemkwaliteit ten opzichte van omgeving en verdacht is op asbest is verworpen De hypothese dat de kassen zijn verdacht op asbest in de laag van het oude maaiveld is verworpen

• •

• •

De hypothese dat het funderingsmateriaal onder de asfaltverhardingen is verdacht op asbest is verworpen De hypothese dat de grond onder het funderingsmateriaal is verdacht op het voorkomen van verontreinigingen met zware metalen als gevolg van uitloging van de bovenliggende funderingslagen is verworpen De hypothese dat het grondwater sterk verontreinigd is met arseen is bevestigd De hypothese dat het asfalt teerhoudend is, is verworpen

5 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen 5.1

Inleiding

In opdracht van Wonam b.v. heeft Tauw een gecombineerd onderzoek op de locatie Eleanor Rooseveltlaan 3-39 te Zoetermeer uitgevoerd. Op de locatie is een vooronderzoek volgens NEN 5725 en een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 uitgevoerd. Tevens is een verkennend bodemonderzoek naar asbest in grond en funderingsmateriaal volgens de NEN 5707 en NEN 5897 uitgevoerd. Het asfalt is onderzocht op basis van de CROW 210. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw en de aanvraag van de hiervoor benodigde omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Het doel van het gecombineerde onderzoek is meerledig, te weten: • Het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) • Het vaststellen van de (indicatieve) hergebruiksmogelijkheden van de vrijkomende materialen • Bepalen teerhoudendheid vrijkomend asfalt

Conclusies en aanbevelingen Asfalt en funderingsmateriaal. Het asfalt ter plaatse van het voetbalveld is niet teerhoudend. In het funderingsmateriaal onder het asfalt ter plaatse van het voetbalveld en het wandelpad is geen asbest aangetoond. Het funderingsmateriaal onder het voetbalveld voldoet indicatief aan de samenstellingswaarden uit het Besluit bodemkwaliteit. Van het funderingsmateriaal onder het wandelpad zijn deze samenstellingswaarden niet bepaald.

21/22

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Grond Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat de boven- en ondergrond maximaal licht verontreinigd is. Ter plaatse van het voetbalveld en wandelpad is in de bovengrond onder het asfalt een matige verontreiniging met kobalt aangetoond. Kobalt verontreinigingen komen vaak voor wanneer er mechanische boringen in het asfalt geplaatst worden. Omdat uit voorgaande onderzoeken en overige monsters geen kobalt is aangetroffen kan aangenomen worden geconcludeerd dat de sterke kobalt verontreiniging is ontstaan tijdens het veldwerk en niet aanwezig is in de bodem. Ter plaatse van het voetbalveld is een sterke verontreiniging met koper aanwezig. Het voetbalveld betreft echter geen onderdeel van het ontwikkelingsgebied en de sterke verontreiniging is richting het ontwikkelingsgebied afgeperkt. Binnen het verkennend onderzoek naar asbest zijn diverse verdachte deellocaties te onderscheiden. Dit betreffen: • Gedempte watergangen • Voormalige kassencomplex • Fundatie onder de wandelpaden en voetbalveld Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen afwijkende bodemlagen of asbestverdacht materiaal waargenomen en is sprake van gebiedseigen grond ter plaatse van de dempingen. Hierdoor zijn geen aparte mengmonsters samengesteld voor de analyse op asbest.

Bij het asbestonderzoek bij de voormalige kassencomplex en de fundatie onder de wandelpaden en voetbalveld is geen asbest aangetoond. Grondwater Het grondwater is licht tot sterk verontreinigd met arseen en plaatselijk licht verontreinigd met barium. Op basis van de bodemopbouw is duidelijk aan te tonen dat de matig tot sterke verontreinigingen aanwezig zijn daar waar sprake is van kleigrond. In de Nederlandse kustprovincies komen gebieden voor waarin als gevolg van natuurlijke (fysische en chemische) processen arseenconcentraties licht tot sterk verhoogd in het grondwater voorkomen. Hierbij is het relevant of de verhoogde concentratie arseen in het grondwater een natuurlijke of antropogene herkomst heeft. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen sprake van antropogene bronnen die een arseenverontreiniging kan veroorzaken. De verhoogde concentraties worden daarom als natuurlijk beschouwd. Geconcludeerd wordt dat op basis van bovenstaande resultaten de milieukundige kwaliteit van de bodem bij huidig en toekomstig gebruik nagenoeg geen belemmering vormt voor de voorgenomen nieuwbouw. Aangezien de oorspronkelijke maaiveldlaag ter plaatse van de voormalige kassen niet te onderscheiden was en alleen de bovengrond is geanalyseerd op asbest is de ondergrond nog verdacht op de aanwezigheid van asbest. Hier dient men bij eventuele graafwerkzaamheden alert op te zijn.

Indien bij (graaf)werkzaamheden grond vrijkomt op de locatie, is deze niet zondermeer geschikt voor hergebruik buiten de locatie. Voor toepassing van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Bij eventuele hergebruik van de grond zijn beperkingen aanwezig vanwege de aanwezigheid van PFAS in de grond.

22/22

Kenmerk

Bijlage 1

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Regionale ligging onderzoekslocatie

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Kenmerk

Bijlage 2

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Kaart situering monsternemingspunten

65

71 69

66

64

68 53

67

63 52 62

57 70 73

61 51

60

54

59

58

56

72 55

0

30

Opdrachtgever

Legend

Schaal

Wonam

Peilbuis

Peilbuis

Boring tot 2,0 m-mv Boring tot 0,5 m-mv

Boring tot 2,0 m-mv Boring tot 0,5 m-mv

Onderzoekslocatie

Onderzoekslocatie

´

60 m

Status

1:1500

A4

CONCEPT

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 11-03-20

Tekeningnummer

Eleanor Rooseveltlaan 3-39 te Zoetermeer Situering boorpunten

Get.

Gec.

DKO DKO

1275748

1

Zekeringstraat 43 g 1014 BV Amsterdam Telefoon (020) 606 32 22 Fax (020) 684 89 21

Esri Nederland, Community Map Contributors 1275748_10001M.MXD

S

7

16 8

S 9 S

S

10

11

3 2

S

1

S

12

S

13

S

14

15

17 20

19

18

6 4 5 21

AsbestGat

S

AsbestGatBoring Legend

S

Boring

vakken afvalt

AsbestGat

AsbestGatBoring Onderzoekslocatie

Voormalige kassen

Boring

vakken afvalt

Voormalige watergang

Onderzoekslocatie

0

30

Opdrachtgever

Schaal

Wonam

´

60 m

Status

1:1500

A4

CONCEPT

Project

Formaat

Projectnummer

Onderdeel

Datum 11-03-20

Tekeningnummer

Eleanor Rooseveltlaan 3-39 te Zoetermeer Situering boorpunten

Get.

Gec.

DKO DKO

1275748

1

Zekeringstraat 43 g 1014 BV Amsterdam Telefoon (020) 606 32 22 Fax (020) 684 89 21

Esri Nederland, Community Map Contributors 1275748_10001M.MXD

Kenmerk

Bijlage 3

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Veiligheid en kwaliteit

Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. Tauw bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Tauw bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.

De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek: • Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen • Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters • Protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem Afwijking protocol 2002 – afpompvolume voor grondwatermonstername Door de slechte toestroming van het grondwater in peilbuis 62 is voorafgaande aan de grondwaterbemonstering te weinig grondwater afgepompt. Hierdoor kunnen vaste gronddeeltjes in het grondwater de analyseresultaten beïnvloeden. Omdat het grondwater maximaal licht verontreinigd is met arseen is een herbemonstering niet noodzakelijk. Afwijking protocol 2018 - maaiveldinspectie Er is onderbouwd afgeweken van 2018 op de volgende onderdelen: • Het was niet mogelijk om een maaiveldinspectie conform protocol 2018 uit te voeren aangezien de onderzoekslocatie bedekt was met klinkers en vegetatie Als onderdeel van het bodemonderzoek naar asbest dient voorafgaand aan de monstername een visuele inspectie van het onderzoeksterrein conform protocol 2018 te worden uitgevoerd. Hierbij wordt de toplaag van het onverharde deel van het terrein afgezocht naar puinrestanten en asbestverdacht (plaat)materiaal.

Aan de hand van de resultaten van de maaiveldinspectie wordt beoordeeld of er binnen het onderzoeksgebied deellocaties aanwezig zijn die als meer of minder verdacht kunnen worden beschouwd. De locatie is voor meer dan 75 % verhard en/of begroeid, waardoor een volledige visuele inspectie niet mogelijk was. Het niet uit (kunnen) voeren van een maaiveldinspectie is een afwijking op protocol 2018. Het beeldmerk is daarom niet van toepassing op deze werkzaamheden. Omdat geen asbest in de bodem is aangetoond wordt niet verwacht dat deze afwijking van invloed is op de conclusies van het onderzoek. Op het genoemde protocol 2002 en 2018 is het gebruikte beeldmerk, als gevolg van de afwijkingen, niet van toepassing.

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

NEN5898: •

De aangeboden monsterhoeveelheid voldoet niet aan de eis conform NEN5898. Aangezien op de gehele locatie geen asbest is aangetroffen heeft deze afwijking naar verwachting geen invloed op de genomen conclusies

Tauw verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar. De monsterneming van asbest in grond met meer dan 50 volume % bodemvreemd materiaal, onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat is uitgevoerd conform NEN 5897. Deze norm maakt geen onderdeel uit van de BRL SIKB 2000, protocol 2018. Protocol 2018 is voor dit onderdeel niet van toepassing. De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. Op het analysecertificaat is in “Bijlage (A) met deelmonsterinformatie” aangegeven dat er mengmonsters zijn samengesteld van grond uit zowel glazen potten als HDPE potten (barcode eindigend op ‘AD’). Eurofins Analytico voert de monsteracceptatie uit van zowel de glazen potten voor reguliere analyses, als de HDPE potten voor analyses op PFAS. Hierdoor zijn alle monsterpotten op het certificaat vermeld. De HDPE monsterpotten zijn na acceptatie door Eurofins Analytico intern doorgestuurd naar Eurofins Omegam voor de analyse op PFAS. Eurofins Analytico heeft de overige analyses uitgevoerd. Er is geen sprake van mengmonsters waarvoor grond uit glazen en HDPE potten is opgemengd. De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een Klic-melding.

Kenmerk

Bijlage 4

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Boorprofielen

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Bijlage 5

Toetsingskader

B5.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende, in landelijk beleid opgenomen, toetsingswaarden (normen): • De Streefwaarden (voor grondwater) en/of Interventiewaarden (voor grond en grondwater) uit •

de Circulaire Bodemsanering 11 De Achtergrondwaarden (voor grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 12

Daarnaast is voor grond en grondwater ook getoetst aan de Tussenwaarden. Deze waarde is niet opgenomen in de Circulaire Bodemsanering en/of Regeling Bodemkwaliteit maar wel in de Regeling Uniforme Saneringen (RUS). De Tussenwaarde is gedefinieerd als T = ½(AW + I) voor grond en T = ½(S + I) voor grondwater. In tabel B5.1 is vermeld op welke wijze de toetsingsresultaten zijn weergegeven in toetsingstabellen en tekstueel aangeduid in de rapportage. Tabel B5.1 Overzicht toetsingskader Concentratieniveau voor een stof

Weergave in tabellen

Omschrijving in de tekst

≤ AW/S-waarde (of < rapportagegrens)

-

-

> AW/S-waarde ≤ T-waarde

+

Licht verhoogd / verontreinigd

> T-waarde ≤ I-waarde

++

Matig verhoogd / verontreinigd

> I-waarde

+++

Sterk verhoogd / verontreinigd

Bodemtypecorrectie voor grond Op basis van de (gewijzigde) bijlage G 13 onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit wordt vanaf 1 november 2013 bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem het analyseresultaat omgerekend naar het gehalte voor standaardbodem en vervolgens getoetst aan de toetsingswaarde voor standaardbodem. Voor de omrekening naar standaardbodem wordt gebruik gemaakt van locatiespecifieke waarden voor organische stof en lutum. Gevalideerde bodemtoetsing: BoToVa De toetsing van analyseresultaten vindt plaats in een geautomatiseerde toetsingsmodule. Deze toetsingsmodule maakt gebruik van de landelijke BoToVa 14-service voor de validatie van de toetsingsresultaten. Op deze wijze is de kwaliteit van de toetsing aan de geldende normen geborgd. B5.2 Toetsingskader asfalt De teerhoudendheid wordt bepaald door het PAK-gehalte. Bij een PAK-gehalte boven de 75 mg/kg wordt gesproken over teerhoudend asfaltgranulaat (TAG). Sinds 1 januari 1995 is het verboden om TAG toe te passen. 11

(gewijzigde) Circulaire Bodemsanering die op 1 juli 2013 in werking is getreden (Staatscourant 16675, d.d. 27 juni 2013 (gewijzigde) Regeling bodemkwaliteit die op 1 januari 2014 in werking is getreden (laatste wijzigingen zijn opgenomen in Staatscourant 31950, d.d. 15 november 2013) 13 Deze gewijzigde bijlage van de Regeling bodemkwaliteit is voor het eerst gepubliceerd in Staatscourant 22335, d.d. 2 november 2012 14 BoToVa: Bodem Toets- en Validatieservice. Voor meer informatie zie www.botova-service.nl 12

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

B5.3 Toetsingskader asbest De toetsing van asbest voor grond is beschreven in bijlage 3 van de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Voor niet-vormgegeven bouwstof is de toepassingsnorm weergegeven in de Regeling bodemkwaliteit. Er is sprake van een bodemverontreiniging met asbest, indien asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. gewogen (gehalte serpentijn asbest + 10x gehalte amfibool asbest). Indien deze norm op een plaats wordt overschreden, dan is sprake van een geval van ernstige asbestverontreiniging. In het verkennend onderzoek is het analyseresultaat indicatief. Wanneer het indicatieve gehalte lager is van 0,5 * de interventiewaarde (50 mg/kg d.s.) is het niet zinvol om een nader onderzoek naar asbest uit te voeren om het daadwerkelijke gehalte vast te stellen.

B5.4 Toetsingswaarden Toetsingswaarden grond Lutum

25 %

Organisch stof

10% gAW

T

I

arseen (As)

20

48

76

barium (Ba)

-

463

925

cadmium (Cd)

0,6

6,8

13

kobalt (Co)

15

103

190

koper (Cu)

40

115

190

kwik (Hg)

0,15

18,1

36

lood (Pb)

50

290

530

molybdeen (Mo)

1,5

95,8

190

nikkel (Ni)

35

67,5

100

zink (Zn)

140

430

720

1,5

20,8

40

hexachloorbenzeen (HCB)

0,0085

1

2

PCB (som 7)

0,02

0,51

1

chloordaan (som)

0,002

2

4

DDT (som)

0,2

0,95

1,7

DDE (som)

0,1

1,2

2,3

DDD (som)

0,02

17

34

aldrin

-

0,16

0,32

Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin)

0,015

2,01

4

alfa-endosulfan

0,0009

2

4

alfa-HCH

0,001

8,5

17

METALEN

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN PAK (10 van VROM)

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN

BESTRIJDINGSMIDDELEN

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Toetsingswaarden grond beta-HCH

0,002

0,801

1,6

gamma-HCH (lindaan)

0,003

0,601

1,2

heptachloor

0,0007

2

4

heptachloorepoxide (som)

0,002

2

4

hexachloorbutadieen

0,003

0,0015

-

190

2595

5000

OVERIGE STOFFEN minerale olie (C10-C40)

gAW:

Achtergrondwaarden [mg/kg ds]

T:

Tussenwaarden grond [mg/kg ds]

I:

Interventiewaarden grond [mg/kg ds]

Streefwaarden grondwater en Interventiewaarden bodemsanering uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, 16675) Achtergrondwaarden uit Toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater conform Staatscourant 2007, 247

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Toetsingswaarden grondwater (ug/l)

So

To

Io

50

337,5

625

Cadmium (Cd)

0,4

3,2

6

Kobalt (Co)

20

60

100

Koper (Cu)

15

45

75

Kwik (Hg)

0,05

0,18

0,3

Lood (Pb)

15

45

75

Molybdeen (Mo)

5

153

300

Nikkel (Ni)

15

45

75

Zink (Zn)

65

432,5

800

Benzeen

0,2

15,1

30

Ethylbenzeen

4

77

150

Tolueen

7

504

1000

Xylenen (som)

0,2

35,1

70

Styreen (vinylbenzeen)

6

153

300

0,01

35,01

70

Fenantreen

0,003

2,502

5

Antraceen

0,0007

2,5004

5

Fluorantheen

0,003

0,501

1

Chryseen

0,003

0,102

0,2

Metalen Barium (Ba)

Aromatische verbindingen

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Naftaleen

Benzo(a)antraceen

0,0001

0,2501

0,5

Benzo(a)pyreen

0,0005

0,0253

0,05

Benzo(k)fluorantheen

0,0004

0,0252

0,05

Indeno(1,2,3cd)pyreen

0,0004

0,0252

0,05

Benzo(ghi)peryleen

0,0003

0,0252

0,05

Gechloreerde koolwaterstoffen Vinylchloride

0,01

2,51

5

Dichloormethaan

0,01

500,01

1000

1,1-dichloorethaan

7

454

900

1,2-dichloorethaan

7

204

400

1,1-dichlooretheen

0,01

5,01

10

Dichloorethenen (som)

0,01

10,01

20

Dichloorpropanen (som)

0,8

40,4

80

Trichloormethaan (chloroform)

6

203

400

1,1,1-trichloorethaan

0,01

150,01

300

1,1,2-trichloorethaan

0,01

65,01

130

Trichlooretheen (tri)

24

262

500

Tetrachloormethaan (tetra)

0,01

5,01

10

Tetrachlooretheen (per)

0,01

20,01

40

Kenmerk

R001-1275748RMH-V01-lhl-NL

Toetsingswaarden grondwater (ug/l)

So

To

Io

Minerale olie (C10-C40)

50

325

600

Tribroommethaan (bromoform)

-

315

630

Overige stoffen

SRC gw:

Serious Risk Concentration voor grondwater

So:

Streefwaardenwaarden grondwater [ug/l]

To:

Tussenwaarden grondwater [ug/l]

Io:

Interventie grondwater [ug/l]

Streefwaarden grondwater en Interventiewaarden bodemsanering uit de Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 27 juni 2013, 16675) Achtergrondwaarden uit Toepassen van grond en baggerspecie in oppervlaktewater conform Staatscourant 2007, 247

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=800d2fac-b1e6-4ffd-895f-eb6da6c0da5a