GEWIJZIGD - Bijlage 1 - Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022
Tekst van het document
Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; Intitulé Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 Op 19 april 2022 heeft de raad van de gemeente Zoetermeer besloten: 1. De Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 (bijlage 1) vast te stellen, waarin: a. de advisering door de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vergelijkbaar blijft met de huidige inrichting, namelijk: i. om een stadsbouwmeester te benoemen met vergelijkbare taken als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; ii. om een erfgoedcommissie te benoemen met vergelijkbare taken als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; iii. het werken met een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit met dezelfde samenstelling en vergelijkbare taken als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. b. is bepaald dat burgemeester en wethouders verplicht zijn de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit advies te vragen over het ontwikkelen van beleid en projectdocumenten op het gebied van omgevingskwaliteit en monumentenzorg; c.
is bepaald dat de verplichting tot openbaar vergaderen betrekking heeft op aanvragen voor een omgevingsvergunning en vergaderingen waarin de definitieve adviezen worden behandeld inzake beleid en projectdocumenten; d. door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit binnen de kaders van deze verordening een reglement van orde wordt vastgesteld. In dit reglement komen in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde: i. de werkwijze bij advisering over omgevingsvergunningen, de aanwijzing of het afvoeren van een monument of beschermd stadsgezicht, omgevingskwaliteitskaders en de aanstelling van supervisors; ii. de werkwijze bij advisering over een vooroverleg; iii. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en betrokken partijen worden uitgenodigd; iv. de vergaderorde; v. de werkwijze bij verzoeken om spreektijd van belanghebbenden en toehoorders; vi. de notulering en dossiervorming; vii. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; viii. de werkwijze van de stadsbouwmeester; ix. de werkwijze van de erfgoedcommissie; x. de selectie en voordracht van kandidaat-leden; e. de periodieke evaluatie van het functioneren van de stadsbouwmeester, erfgoedcommissie en Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is voorgeschreven; f.
is bepaald dat de stadsbouwmeester en de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in het vervolg worden benoemd voor in eerste instantie twee jaar, waarna twee keer een verlenging van drie jaar mogelijk is; 1
g.
2. 3.
4.
5. 6. 7. 8.
9.
een juridische basis is gecreëerd voor het benoemen van en werken met een supervisor, een kwaliteitsteam of andere adviseurs op het gebied van omgevingskwaliteit ten behoeve van gebiedsontwikkelingen; Het raadsbesluit van 5 oktober 2015: ‘Vóór het einde van de zittingstermijn van 3 jaar — na circa 2,5 jaar — wordt het functioneren van de stadsbouwmeester en de commissie door de betrokken afdelingen en de gemeenteraad geëvalueerd’, in te trekken; De heer R.G. Knappers te benoemen als stadsbouwmeester en als voorzitter van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en als voorzitter van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 1 oktober 2024; De heer M. Enderman te herbenoemen als: a. lid erfgoed van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en plaatsvervangend stadsbouwmeester en plaatsvervangend voorzitter Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; b. lid van de erfgoedcommissie en plaatsvervangend voorzitter van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 20 juli 2024; Mevrouw J.M. van Geest te benoemen als lid erfgoed van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en lid van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 1 augustus 2023; De heer J.M. van Linge te herbenoemen als lid landschapsarchitectuur van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor een periode lopend tot 20 juli 2024; Mevrouw M.M.
Peters te herbenoemen als lid stedenbouw van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voor een periode lopend tot 20 juli 2024; De heer M.E. van Bremen te benoemen als lid architectuur van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en plaatsvervangend stadsbouwmeester en plaatsvervangend voorzitter van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en plaatsvervangend voorzitter van de erfgoedcommissie voor een periode lopend tot 20 juli 2024; De stadsbouwmeester de volgende taken te geven: a. artikel 2, tweede lid, onder a, onderdeel 4 van de verordening: de toepassing van de regels in het omgevingsplan zelf, indien de stadsbouwmeester als adviseur is aangewezen (welstandsadvisering over het bouwen van bouwwerken); b. artikel 2, derde lid, onder a van de verordening: (advisering over omgevingskwaliteit bij omgevingsvergunningen die niet zijn genoemd in artikel 2, tweede lid); c. artikel 2, derde lid, onder b van de verordening: advisering in gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten vanwege een verkenning uitgevoerd door het waterschap, de provincie of het Rijk in het kader van een projectbesluit, en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; d.
artikel 2, derde lid onder c van de verordening: advisering over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen, zoals bedoeld in artikel 149 van de Gemeentewet, die een eis ten aanzien van een goede omgevingskwaliteit bevatten. Hierbij kan worden gedacht aan standplaatsvergunningen; e. artikel 2, derde lid onder d van de verordening: artikel 2, derde lid, onder d: advisering over het stellen van maatwerkvoorschriften in het kader van repressief toezicht en in verband met de zorg voor het uiterlijk van bouwwerken; f. artikel 2, vierde lid, onder a van de verordening: kan de stadsbouwmeester ook op eigen initiatief adviseren over zijn taken; g. artikel 2, vierde lid onder b van de verordening: informeert en begeleidt de stadsbouwmeester op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; 2
h.
artikel 2, vierde lid onder c van de verordening: voert de stadsbouwmeester op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; 10. De erfgoedcommissie de volgende taken te geven: a. artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 2 en 3 van de verordening: advisering over omgevingsplanactiviteiten aangaande een (voorbeschermd) gemeentelijk monument of een (voorbeschermd) beschermd stads- of dorpsgezicht; b. artikel 2, tweede lid, onderdeel 4 van de verordening: advisering over omgevingsplanactiviteiten in geval de erfgoedcommissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; c. artikel 2, derde lid, onder d van de verordening: advisering over het stellen van maatwerkvoorschriften in het kader van repressief toezicht en in verband met de zorg voor cultureel erfgoed (en werelderfgoed); d. artikel 2, vierde lid, onder a, b en c van de verordening voor zover dit de zorg voor cultureel erfgoed betreft: i. kan de erfgoedcommissie ook op eigen initiatief adviseren over zijn taken; ii. informeert en begeleidt de erfgoedcommissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; iii. voert de erfgoedcommissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning. 11.
Over dit besluit geen samenspraak (participatie1) toe te passen, omdat het een interne organisatorische aangelegenheid betreft (artikel 2 lid 6 sub d Samenspraakverordening). Over de besluitpunten 3 tot en met 8 geen referendum mogelijk te maken, omdat het een individuele kwestie, namelijk een benoeming, betreft. Deze besluitpunten treden tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. De besluitpunten 1,2, 9, 10 en 11 treden eveneens in werking tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet). Tenzij over deze besluitpunten een inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gedaan.
Verordening op de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, Zoetermeer 2022 Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; - erfgoedcommissie: de leden van de commissie aan wie door de raad op grond van deze verordening specifieke taken op het gebied van monumentenzorg zijn opgedragen; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet;
1 Omdat in de Samenspraakverordening de term samenspraak wordt gebruikt, is in het dictum van het besluit
deze term opgenomen.
3
- stadsbouwmeester: het lid van de commissie aan wie door de raad op grond van deze verordening specifieke taken zijn opgedragen en die tevens voorzitter is van de commissie en de erfgoedcommissie; - wet: de Omgevingswet. Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie, stadsbouwmeester en erfgoedcommissie hebben als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op
grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. Burgemeester en wethouders zijn verplicht de commissie ter uitvoering van haar taak advies te vragen over: a. een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd beschermd stads- of dorpsgezicht of een beschermd stads- of dorpsgezicht; 4 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie of één of meerdere leden van de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; b. het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet; c. het aan een locatie geven of afvoeren van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; d. het aan een locatie geven of afvoeren van de functie-aanduiding gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; e.
het ontwikkelen van beleid en projectdocumenten op het gebied van omgevingskwaliteit en monumentenzorg, inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan, maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit, Planuitwerkingskaders (PUK’s) en kavelpaspoorten. Alsmede inrichtingsplannen of handboeken openbare ruimte, die betrekking hebben op een (voorbeschermd) beschermd stads- of dorpsgezicht; f. de aanstelling van een supervisor, leden van een kwaliteitsteam of andere adviseur op het gebied van omgevingskwaliteit, zoals bedoeld in artikel 11; 3. Burgemeester en wethouders kunnen de commissie ter uitvoering van haar taak advies vragen over: a. een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor andere activiteiten dan bedoeld in lid 2 sub a, in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b. een verkenning, zoals bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; c. het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen, zoals bedoeld in artikel 149 van de Gemeentewet, die een eis ten aanzien van een goede omgevingskwaliteit bevatten; 4
d. het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed (en werelderfgoed) en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; 4. Ter uitvoering van haar taak: a. kan de commissie ook op eigen initiatief adviseren over hetgeen is aangegeven in lid 2 en lid 3; b. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; c. voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; 5. De raad kan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid aanwijzen die door de stadsbouwmeester worden uitgevoerd. De stadsbouwmeester werkt onder de verantwoordelijkheid van de commissie. Dit lid is niet van toepassing op de advisering als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊, 2 ̊en 3 ̊ en onder b, c, d, e en f. En evenmin op artikel 2 derde lid, onder d, voorzover dit betrekking heeft op de zorg voor cultureel erfgoed (en werelderfgoed) en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreft. 6. De raad kan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid aanwijzen die door de erfgoedcommissie worden uitgevoerd. De erfgoedcommissie werkt onder de verantwoordelijkheid van de commissie.
Dit lid is van toepassing op de advisering als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a onderdelen 2 ̊, 3 ̊en 4 ̊, op artikel 2 derde lid, onder d en op artikel 2 vierde lid onder a, b en c voor zover dit de zorg voor cultureel erfgoed (en werelderfgoed) betreft.
Paragraaf 3. Samenstelling en inrichting Artikel 3. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal zes leden, de stadsbouwmeester daaronder begrepen. 2. De stadsbouwmeester is voorzitter van de commissie en de erfgoedcommissie. Twee andere leden van de commissie worden benoemd als plaatsvervangend stadsbouwmeester en zijn tevens plaatsvervangend voorzitter van de commissie en de erfgoedcommissie. 3. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring en op grond van hun communicatieve vaardigheden en constructieve houding. 4. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet twee leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Deze twee leden vormen samen met de stadsbouwmeester de erfgoedcommissie. 5. De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouwen architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschapsarchitectuur, stedenbouw en architectuur. 6. De leden zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Artikel 4. Benoeming 1. De leden kunnen voor een termijn van ten hoogste twee jaar worden benoemd. 2. Herbenoeming van leden kan tweemaal voor ten hoogste drie jaar per keer plaatsvinden. 3.
Afgetreden leden zijn drie jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. De stadsbouwmeester, tevens voorzitter en de plaatsvervangende stadsbouwmeesters, tevens plaatsvervangende voorzitters, alsmede de leden van de erfgoedcommissie worden in functie benoemd.
5
5.
De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
Artikel 5. Ondersteuning van de commissie 1. De commissie, stadsbouwmeester en erfgoedcommissie heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie, stadsbouwmeester en erfgoedcommissie uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie, stadsbouwmeester en erfgoedcommissie uitsluitend verantwoording verschuldigd zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers kunnen zijn benoemd als (vervangend) stadsbouwmeester of lid zijn van de commissie of erfgoedcommissie. Paragraaf 4. Advisering en standpuntbepaling Artikel 6. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie, stadsbouwmeester of erfgoedcommissie advies uit binnen een termijn van: a. acht weken, wanneer het advisering betreft als is bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 en 4 en onder b, c, d, e en f; b. twaalf weken, tijdens het bestuurlijk zomerreces, dit in afwijking van het gestelde in lid 2, onder a; c. vier weken in alle overige gevallen. Artikel 7. Beraadslaging en standpuntbepaling 1.
De vergaderingen waarin adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning of definitieve adviezen inzake beleid en projectdocumenten op het gebied van omgevingskwaliteit door of namens de commissie, stadsbouwmeester of erfgoedcommissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de openbare vergadering wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. De openbaarheid van deze vergaderingen geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. Indien in afwijking van lid 1, burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. 3. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag tijdens de door de commissie, stadbouwmeester of erfgoedcommissie gehouden openbare vergaderingen. Tijdens de adviesvormende bespreking is er geen spreekrecht. 4. Over door de commissie uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste vier leden.
Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ‘rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument’ wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een ‘omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument, een gemeentelijk monument of een beschermd stadsgezicht’ wordt niet besloten dan in de 6
5.
6.
aanwezigheid van ten minste één commissielid met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. Het voorgaande in dit artikellid is niet van toepassing op de adviezen die op grond van artikel 2 lid 5 worden uitgebracht door de stadsbouwmeester. Commissieleden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie, stadsbouwmeester of erfgoedcommissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de adviesvormende bespreking niet in de vergadering aanwezig, De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.
Artikel 8. Adviseurs 1. De commissie, stadsbouwmeester en erfgoedcommissie kunnen zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2. De commissie, stadsbouwmeester en erfgoedcommissie kunnen zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie, stadsbouwmeester of erfgoedcommissie als adviseur deelnemen aan de adviesvormende bespreking. Artikel 9. Verwerking van het advies In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie, stadsbouwmeester of erfgoedcommissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie. Paragraaf 5. Werkwijze Artikel 10. Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder a, b, c, d, e en f; b. de werkwijze bij de advisering over een vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, vierde lid, onder c; c. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en betrokken partijen worden uitgenodigd; d.
de vergaderorde en orde van de besprekingen, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de adviesvormende bespreking; e. de werkwijze bij verzoeken om spreektijd van belanghebbenden en toehoorders; f. de notulering en dossiervorming; g. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; h. de werkwijze van de stadsbouwmeester; i. de werkwijze van de erfgoedcommissie; j. de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het Gemeenteblad.
7
Artikel 11. Afdoening door en relatie met een supervisor, een kwaliteitsteam of andere adviseurs op het gebied van de omgevingskwaliteit 1. De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid van de wet en artikel 2 lid 5 en 6 van deze verordening, de taken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 2 lid 4 onder b en c overlaten aan een door burgemeester en wethouders benoemde supervisor, kwaliteitsteam of andere adviseurs op het gebied van de omgevingskwaliteit. 2. Bij het benoemen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie, stadsbouwmeester. Burgemeester en wethouders stellen daartoe een nadere regeling vast. 3. Een supervisor, (leden van) een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit moeten aan dezelfde eisen voldoen als de leden van de commissie. Deze eisen zijn genoemd in artikel 3 lid 3 en 6. Paragraaf 6. Jaarverslag Artikel 12. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks voor 1 juli verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar, zoals bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a.
de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen. 3. De commissie kan in het jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk beleid en projectdocumenten op het gebied van omgevingskwaliteit en monumentenzorg. Artikel 13. Evaluatie 1. Burgemeester en wethouders evalueren een half jaar voor het einde van de benoemingstermijn van de stadsbouwmeester: a. de werking van deze verordening en het reglement van orde zoals bedoeld in artikel 10; b. de werking van de commissie, stadsbouwmeester en erfgoedcommissie; c. het functioneren van de individuele commissieleden. 2. Bij deze evaluatie worden de commissie, de betrokken afdelingen van de gemeentelijke organisatie en leden van de gemeenteraad en raadscommissies betrokken. Over de onderwerpen onder lid 1 a en b worden eveneens een aantal vertegenwoordigers van belangenorganisaties en aanvragers van een omgevingsvergunning betrokken. Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 14.
Overgangsrecht Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet bedoelde commissie te zijn en de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.
8
Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening CRK, Zoetermeer 2022. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 juni 2022.
De voorzitter,
De griffier,
9