GEWIJZIGD Bijlage 1 Bestemmingsplan Zilverstraat, plantoelichting
Tekst van het document
5.8
Natuurwaarden Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het besluitgebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. Toetsing Quick scan Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een quickscan Wet natuurbescherming13 uitgevoerd. Hierin wordt het volgende geconcludeerd. Soortenbescherming In het plangebied kunnen beschermde broedvogels voorkomen in het struweel en in de bomen. De werkzaamheden leiden mogelijk tot vernieling van nesten van tijdens het broedseizoen beschermde broedvogels. Aanvullend onderzoek is niet nodig. Wel dienen de volgende voorzorgsmaatregelen te worden genomen: − werken buiten het broedseizoen (half maart t/m half juli) en indien niet mogelijk voorafgaand aan het werk het plangebied broedvogel ongeschikt maken of een broedvogelcontrole uitvoeren; − nachtelijke verlichting vermijden; − ecoloog melden wanneer onverwacht andere beschermde soorten worden aangetroffen.
13
ATKB (2019). Quickscan Wet natuurbescherming. Herontwikkeling Zilverstraat Zoetermeer. Rapportnummer: 20190959/rap01. 8 november 2019. 57
Een ontheffingsplicht is niet van toepassing. Gedragscode Zoetermeer Soorten die mogelijk binnen het plangebied voorkomen en zijn opgenomen in de gedragscode van Zoetermeer zijn bunzing en wezel. er kan niet uitgesloten worden dat deze soorten gebruik maken van het plangebied als foerageergebied en verblijfplaats. Doordat leefgebied van deze soorten verloren gaat bij het bouwrijp maken van de locatie zal leefgebied gecompenseerd en ingepast moeten worden binnen de toekomstige inrichting. Aan de mate van compensatie worden geen harde eisen gesteld in de gedragscode Zoetermeer. Ook is het mogelijk om aan te sluiten bij ontwikkeling in de directe omgeving zoals de te ontwikkelen groenzone langs de aan te leggen busbaan. Leefgebied kan gecompenseerd worden door takkenrillen aan te leggen, marterhopen en/of kasten te plaatsen en grasland en oevers extensief te beheren. Voor concrete maatregelen zal een compensatieplan opgesteld moeten worden. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in of nabij Natura 2000-gebied of binnen het NNN. Vanwege de kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen direct negatieve effecten op beschermde gebieden worden uitgesloten. Daarom is geen toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk. Mogelijk is wel een berekening van de stikstofuitstoot in de aanleg- en gebruikersfase noodzakelijk.
Onderzoek stikstofdepositie Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘De Wilck’ ligt op een afstand van circa 8 kilometer. Een AERIUS-stikstofberekening14 heeft aangetoond dat er geen resultaten zijn voor de projectberekening en de situatieberekening onder het Wnb registratieset voor de gebruiksfase en de aanlegfase. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd. Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
5.9
Windhinder Algemeen Er is geen formele, landelijke vastgestelde eis voor windhinder en windgevaar. Wel wordt voor de beoordeling veelal gebruik gemaakt van de NEN 8100. De NEN 8100 (norm voor windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving) geeft aan wanneer er aanleiding is om onderzoek te doen naar windhinder. Onderzoek naar windhinder is noodzakelijk bij een bouwhoogte van meer dan 30 meter. Ook in de gemeentelijke Hoogbouwvisie (2004) (zie paragraaf 2.4.4) is aangegeven dat bebouwing van 30 meter of hoger 'dient te voldoen aan de gestelde normen ten aanzien van het verblijfsklimaat in de omgeving'. In de visie wordt geconcludeerd dat de consequenties van
14
SAB (2023). Onderzoek stikstofdepositie. Zoetermeer, Van der Valk. Projectnummer: 190509. 3 februari 2023. 58
hoogbouw voor de omgeving, waaronder windhinder, in het bestemmingsplan aan de orde moeten komen. Toetsing Windhinderonderzoek In het kader van het voorliggende plan is een windhinderonderzoek 15 uitgevoerd. Dit onderzoek is aangevuld met een advies16. Het windklimaat is inzichtelijk gemaakt met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) simulaties aan de hand van de methodiek die omschreven staat in de NEN8100 (1). Aan de hand van de NEN8100 is inzicht verschaft in het windklimaat op straatniveau rond de ontwikkeling. De NEN8100 hanteert de in de volgende tabel weergegeven kwaliteitsklassen. De NEN8100 is specifiek ontworpen voor het berekenen van windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving. Deze norm windhinder berekent de windhinder zowel op basis van lokale lucht versnellingen als op basis van hoe vaak dit voor komt. Dit wordt gedaan aan de hand van een meerjarige windstatistiek.
De CFD resultaten tonen dat de nieuwe toren voor de bestaande woonwijken en de bedrijven welke alle gelegen zijn ten zuidwesten van de toren geen hinder ondervinden. Aan de zuidwestgevel van het Van der Valk hotel wordt grotendeels klasse B gehaald. Aan de noordoostgevel wordt grotendeels klasse A behaald. Twee ingangen, met luifel, worden in deze gevel gerealiseerd. Bij de ingang nabij de oostelijke hoek van het gebouw wordt kwaliteitsklasse C behaald. Er zijn drie locaties in de directe omgeving van het Van der Valk hotel waar kwaliteitsklasse E wordt behaald. De eerste locatie is aan de noordwest zijde van het gebouw. Op deze locatie versnelt de lucht tussen de plint van het Van der Valk hotel en het naastgelegen gebouw. Dit gebeurt met name tijdens een zuidzuidwestelijke wind (windrichting 210). De tweede locatie is gelegen aan de oostpunt van het Van der Valk hotel. De grootste bijdrage aan de kwaliteitsklasse E in dit gebied is de westzuidwestelijke (windrichting 240). De wind staat dan loodrecht op de zuidwestelijke gevel van de plint. Door de scherpe zuidpunt van de plint ontstaat er bij deze windrichting een gebied van lage 15
One Simulations (2021). Van de Valk Hotel Zoetermeer, CFD simulaties windhinderonderzoek. Kenmerk: P94121873e100. 8 april 2021.
16
One Simulations(2023), Reactie op punt 2 zienswijze bestemmingsplan, B621941g000, 1 mei 2023. 59
druk langs de oostgevel. De wind stroomt over plint heen en duikt in dit lage druk gebied waar het vervolgens versneld op straatniveau. De derde locatie is een klein gebied bij het gebouw ten noordoosten van het Van der Valk hotel. Door de 210 windrichting ontstaat er bij één van de hoekpunten van dit gebouw een gebied met een relatief hoog aantal uren windhinder. Dit is echter niet te wijten aan het Van der Valk hotel. De eerder genoemde eerste en tweede locatie met kwaliteitsklasse E worden met name veroorzaakt door de vorm van de plint van het Van der Valk hotel en niet door de toren. De derde locatie wordt niet door het Van der Valk hotel gecreëerd, maar door het naastgelegen gebouw zelf. Het is dan ook aannemelijk dat kwaliteitsklasse E op deze locatie ook in de huidige situatie (zonder het Van der Valk hotel) bestaat. Bij de westelijke en oostelijke hoeken van het Van der Valk hotel ontstaat er meer dan 0,05% per jaar windgevaar. Bij de westelijke hoek is dit zeer lokaal meer dan 0,30% per jaar. Dit ontstaat met name tijdens een zuidelijke wind (windrichting 180) waarbij de wind om de scherpe hoeken van de plint heen versnelt. Er is ook een klein gebied te zien bij een hoek van het gebouw ten noordoosten van het Van der Valk hotel waar ook een beperkt risico geldt. Echter dit wordt niet veroorzaakt door het Van der Valk hotel.
Kwaliteitsklasse op 1,75 meter boven straatniveau. (bron One Simulations) De pijlen geven de geplande ingangen van het gebouw aan. De omcirkelde locaties zijn de locaties waar kwaliteitsklasse E wordt gehaald.
Zoals te zien in navolgend figuur ontstaan er enkele uren windhinder voor windrichting 60 rond de hoeken van het plintgebouw. Doordat de toren op het hoge plintgebouw staat, is het effect hiervan niet terug te zien in het lokale windklimaat ter hoogte van het maaiveld.
60
Uren windhinder op 1,75 m boven maaiveldniveau voor windrichting 60 (ONO). (bron One Simulations)
Effect op woonwijk De woonwijk kan alleen winderhinder ervaren door het hotel bij een wind uit het oosten tot noorden. Dit komt relatief weinig voor en dus zal een eventuele versnelling van de wind door het hotel voor weinig uren windhinder zorgen. De woonwijk ligt relatief beschut (voor een wind uit het noordoosten) achter een geluidswal. Volgens het CFD onderzoek wordt de hoogst haalbare kwaliteitsklasse (klasse A) behaald in grote delen van de woonwijk. Er ontstaan dan ook geen noemenswaardige luchtversnellingen bij de woonwijk door het Van der Valk hotel. Onderzoek effect op Windpark Zoetermeer In het kader van het voorliggende plan is onderzocht of het hotel een negatief effect heeft op de energieopbrengst van Windpark Zoetermeer17. Uit het onderzoek volgt dat het overgrote deel (69,5%) van de opbrengst gehaald wordt wanneer de wind niet vanuit of richting het Van der Valk-hotel waait. Deze richtingen (N, OZO, ZZO, Z, WNW en NNW) zijn de enige richtingen die verstoord zullen worden door de bouw van het Van der Valk-hotel, maar in deze richtingen zit relatief weinig energie. Hierdoor is het effect van het te bouwen Van der Valk-hotel gering. Dit wordt verder bevestigd door te kijken naar het verschil in energieopbrengst na toevoeging van het Van der Valkhotel, waaruit blijkt dat alleen in de genoemde windrichting een productieverlies optreedt.
De invloed is ook zodanig klein dat er geen significante effecten op extra onderhoud of slijtage verwacht kunnen worden. Het beperkte verlies valt onder het normaal maatschappelijk risico. Conclusie In het windhinder onderzoek is gerekend op basis van het op dat moment gewenste bouwplan. Uit de resultaten volgt dat in de toekomstige situatie in de omgeving van het plangebied sprake zal zijn van een acceptabel windklimaat als gevolg van het plan. Dit betekent dat de realisatie van een hotel binnen de kaders van het 17
Analyse effect Van de Valk-hotel op opbrengst Eurus Windpark Zoetermeer (2021). Pondera. Kenmerk: 721190. 8 juni 2023. 61
voorliggende plan uitvoerbaar is. Het aspect windhinder vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan.
62
6
Juridische vormgeving
6.1
Algemeen
6.1.1
Wat is een bestemmingsplan Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1 de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2 de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning) en regels voor het verrichten van ‘werken’ (aanlegvergunning). Een bestemmingsplan regelt derhalve: − het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: − het bebouwen van de gronden; − het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.
Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Wet ruimtelijke ordening, de Wabo, de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid.
6.1.2
Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1 Via een dubbelbestemming. Deze wijze wordt in het voorliggende plan niet gebruikt. 2 Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben.
63
6.1.3
Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3 Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. In dit plan is een anti-dubbeltelregel opgenomen. 4 Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.
6.2
Dit bestemmingsplan
6.2.1
Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
64
6.2.2
Bijzonderheden in dit bestemmingsplan De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van hetgeen hiervoor is beschreven. Het bestemmingsplan kent de bestemmingen: ‘Horeca’, ‘Verkeer’ en ‘Water’. Horeca De gronden met de bestemming ‘Horeca’ zijn bestemd voor horeca tot en met categorie 2 zoals genoemd in de bij deze regels behorende Staat van horeca-activiteiten. Hieruit zijn uitsluitend de volgende functies toegestaan: − maximaal 192 hotelkamers; − een restaurant met een gebruiksoppervlakte (alleen dat deel waar de klanten komen exclusief toiletten e.d.) van maximaal 1.500 m2; − een congrescentrum/ zalenverhuur met een gebruiksvloeroppervlakte van maximaal 1.800 m2, en; − een bar met een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 350 m2; − ruimte voor wellness, fitness en een zwembad met een bedrijfsvloeroppervlakte van maximaal 1.000 m2. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor een casino met een oppervlakte van maximaal 1.000 m2. Daarnaast is bij een congrescentrum en zalenverhuur tevens een partycentrum toegestaan behorende tot categorie 3 uit de Staat van horeca-activiteiten. Verder zijn ondergeschikt groenvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, objecten van beeldende kunst, parkeervoorzieningen, reclameobjecten, speelvoorzieningen, terrassen, vlaggenmasten en lichtmasten, water, wegen en paden en zonnepanelen en de daarbij behorende bouwwerken toegestaan.
Voor de bouw van gebouwen binnen het bouwvlak gelden de volgende bouwregels: − de gevel aan de zijde van de Zuidweg moet worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gevel’; − de zijgevels moeten worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gevel’. Dit geldt alleen voor zover de zijgevel op een hoogte wordt gerealiseerd waar deze aanduiding aanwezig is. de bouwhoogte van een gebouw bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bouwhoogte (m)’ aangegeven bouwhoogte. Hierop geldt één uitzondering: ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwhoogte’ is ter plaatse van maximaal 40% van de oppervlakte van het aanduidingsvlak een bouwhoogte van maximaal 77 m toegestaan; Daarnaast is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen, waarmee het onder voorwaarden mogelijk is om ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwhoogte’ over een oppervlakte van maximaal 150 m2 een bouwhoogte van maximaal 90 m te realiseren. Voor de bouw van gebouwen buiten het bouwvlak gelden de volgende bouwregels: − de totale oppervlakte mag maximaal 1250 m2 bedragen; − de maximale bouwhoogte is 6 m; − de afstand tot de perceelsgrens bedraagt minimaal 5m; − gebouwd achter (het verlengde van) de gevel aan de zijde van de Zuidweg.
65
Voor de bouw van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende bouwregels: − de bouwhoogte van een erfafscheiding mag achter (het verlengde van) de gevel aan de zijde van de Zuidweg, gezien vanaf de Zuidweg, maximaal 2 meter bedragen; − de bouwhoogte van een erfafscheiding mag voor (het verlengde van) de gevel aan de zijde van de Zuidweg, gezien vanaf de Zuidweg, maximaal 1 meter bedragen; − de bouwhoogte van vlaggenmasten, speelvoorzieningen en lichtmasten mag maximaal 10 meter bedragen; − de bouwhoogte van objecten van beeldende kunst mag maximaal 15 meter bedragen; − de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 3 meter bedragen. In de specifieke gebruiksregels zijn naast het benoemen van het strijdige gebruik, een beperking van de gebruiksmogelijkheden en een voorwaardelijke verplichting opgenomen. De beperking van de gebruiksmogelijkheden houdt in dat de boven een bouwhoogte van 77 m uitsluitend een gebruik ten behoeve van reclameobjecten, technische ruimten en lift- en/of trappenhuizen is toegestaan. De voorwaardelijke verplichting betreft het binnen 36 maanden na ingebruikname van de gebouwen in het plangebied realiseren van minimaal 150 m2 waterberging aansluitend op de bestaande watergang aan de zijde van de Zuidweg.
Verkeer De gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor rijstroken voor het gemotoriseerd verkeer waarvan het aantal rijstroken, met uitzondering van in- en uitvoegstroken en opstelstroken, niet meer mag bedragen dan 2 rijstroken, fietsenstallingen, fietspaden en/of -stroken en voetpaden, geluidoverdrachtbeperkende voorzieningen, groenvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, objecten van beeldende kunst, parkeervoorzieningen, reclameobjecten, speelvoorzieningen, voorzieningen voor het openbaar vervoer, water, vlaggenmasten en lichtmasten en windbeperkende voorzieningen en de daarbij behorende bouwwerken. Voor de bouw van gebouwen gelden de volgende bouwregels: − Er mogen geen gebouwen worden gebouwd, behalve gebouwen voor nutsvoorzieningen en fietsenstallingen. De oppervlakte van deze gebouwen mag maximaal 10 m2 per gebouw bedragen. De bouwhoogte van een nutsvoorziening mag maximaal 5 meter zijn en de bouwhoogte van een fietsenstalling maximaal 3 meter.
Voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bouwregels: − de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag maximaal 10 meter bedragen; − de bouwhoogte van kunstwerken, lichtmasten, objecten van beeldende kunst en speelvoorzieningen mag maximaal 10 meter bedragen; − de bouwhoogte van reclameobjecten mag maximaal 2 meter bedragen; − de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 3 meter bedragen.
66
Water De gronden met de bestemming ‘Water’ zijn bestemd voor waterberging, waterhuishouding, extensieve recreatie, groenvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen en objecten van beeldende kunst met de daarbij behorende bouwwerken. Op deze gronden gelden de volgende bouwregels: − er mogen geen gebouwen worden gebouwd; − voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt het volgende: − de bouwhoogte van kunstwerken en objecten van beeldende kunst mag maximaal 10 m bedragen; − de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 3 m bedragen; − de vrije doorvaarhoogte onder kunstwerken, gemeten vanaf het gemiddelde waterpeil ter plaatse, moet minimaal 1,25 m bedragen. 6.2.3
Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht. Parkeren In de algemene bouw- en gebruiksregels is een parkeerregeling opgenomen. Deze regeling houdt in dat een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor het afwijking van het bestemmingsplan slechts wordt verleend indien wordt voldaan aan de parkeernormen die in de regels zijn opgenomen. Om te komen tot de gewenste gewogen parkeerbehoefte (zie ook paragraaf 3.3), worden voor de verschillende functies aanwezigheidspercentages gehanteerd. Van de parkeerbehoefte die op basis van de opgenomen normen wordt berekend, wordt daarom per functie een percentage genomen. Per moment van een werkdag of weekenddag (zie tabel in de regels) moeten de parkeerbehoeftes die hieruit volgen worden opgeteld. Het genoemde moment waarop de totale parkeerbehoefte het grootst is, is maatgevend voor het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein gerealiseerd moet worden. Een voorbeeld van de berekening van de parkeerbehoefte staat in paragraaf 3.3.
67
7 7.1
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Op basis van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkelingen die concreet mogelijk worden gemaakt door het bestemmingsplan moeten (economisch) uitvoerbaar zijn, omdat er anders sprake is van een oneigenlijke bestemming. Het voorliggende plan wordt gerealiseerd op particulier initiatief. De gemeente en de initiatiefnemer hebben in 2019 een kooprealisatie overeenkomst gesloten. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking, het opstellen van een exploitatieplan is daarom overeenkomstig artikel 6.12, lid 2 onder a. van de Wet ruimtelijke ordening niet nodig. Gesteld kan worden dat er geen verplichting is om tegelijkertijd met de ruimtelijke procedure een exploitatieplan op te stellen. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is hiermee aangetoond.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1
Participatie Op 28 januari 2020 was er een eerste participatiebijeenkomst voor omwonenden over de voorgenomen plannen in het plangebied. Deze ging vooral over de komst van het tijdelijke casino (dat inmiddels is gerealiseerd) en gaf een doorkijk naar de ontwikkeling van het hotel. De presentatie die is gegeven aan de ongeveer 25 aanwezigen en het sfeerverslag van de eerste avond zijn te downloaden op de volgende site: https://www.zoetermeer.nl/inwoners/ruimtelijke-ontwikkeling_46734/item/hotel-vander-valk-zilverstraat_118742.html . De tweede participatieavond was op donderdagavond 23 september 2021 en had als onderwerp het ontwerp van het hotel en de openbare ruimte.
7.2.2
Overleg en inspraak Het voorontwerp-bestemmingsplan heeft in het kader van de inspraakprocedure vanaf 3 september 2021 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Een ieder is daarbij in de gelegenheid gesteld om een inspraakreactie in te dienen. Parallel aan de inspraak is het voorontwerp bestemmingsplan op grond van artikel 3.1.1 Bro opgestuurd naar verschillende overheden en instanties. De resultaten van inspraak en overleg ex artikel 3.1.1 Bro zijn samengevat en beantwoord in de nota van beantwoording vooroverleg- en participatiereacties. Deze nota is als bijlage 15 opgenomen bij deze toelichting.
68
7.2.3
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft samen met de ontwerp omgevingsvergunning voor een periode van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen van gelegd (van 3 maart 2023 tot en met 13 april 2023). Gedurende deze termijn kon eenieder over het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpbesluiten schriftelijk gemotiveerde zienswijzen kenbaar maken of mondeling indienen, maar ook digitaal via een formulier op de pagina Zienswijze over ontwerp-omgevingsbesluit. Indieners is verzocht aan te geven op welk(e) ontwerpbesluit(en) de zienswijze(n) zich richt(en). In de periode dat zienswijzen konden worden ingediend, op 29 maart 2023, is een informatiemoment georganiseerd. Belangstellenden konden vragen stellen over de ontwerpstukken. Er zijn twee zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen hebben zowel betrekking op het ontwerpbestemmingsplan als op de ontwerp-omgevingsvergunning. De zienswijzen zijn samengevat en van een antwoord voorzien in de Nota van beantwoording zienswijzen Zilverstraat. Deze nota is als bijlage opgenomen.
69
8
Handhaving Op 2 april 2019 heeft de gemeenteraad van Zoetermeer de beleidsnota 'Een omgevingsbewuste en professionele dienstverlening', Vergunningen, Toezicht- en Handhavingsbeleid 2019-2022 vastgesteld. Dit beleid ziet onder meer op het handhaven van bestemmingsplannen. Handhaving kan plaatsvinden via de publiekrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke weg. Het college van Burgemeester en Wethouders is bevoegd om met bestuursrechtelijke sancties op te treden tegen overtredingen van regels van bestemmingsplannen. De bestuursrechtelijke sancties bestaan uit de bestuursdwang en het opleggen van last onder dwangsom. Door middel van het privaatrecht kan de gemeente op indirecte wijze het bestemmingsplan handhaven. Dat kan door gebruikmaking van haar bevoegdheden als eigenaar of van contractuele bevoegdheden. De strafrechtelijke vervolging is afhankelijk van het Openbaar Ministerie. Overtredingen op grond van bestemmingsplanregels vallen met ingang van 13 september 2004 onder de Wet op de economische delicten. Strafrechtelijk optreden is gewenst bij overtredingen waarvan de gevolgen niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden. De Wet op de economisch delicten biedt verder de mogelijkheid bij het opleggen van de straf rekening te houden met het economisch voordeel dat de overtreder heeft behaald.
Ook biedt de wet de mogelijkheid de verplichting op te leggen om op eigen kosten de gevolgen van het delict goed te maken.
70