GEWIJZIGD Bijlage 1 Bestemmingsplan Zilverstraat, plantoelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan | Toelichting
Zilverstraat
Gemeente Zoetermeer
Datum: 11 september 2023 Projectnummer: 190509 ID: NL.IMRO.0637.BP00107-0003
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
Ligging en begrenzing plangebied Aanleiding en doel Vigerende bestemmingsplan
3 4 4
2
Beleidskader
7
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
7 10 18 18 29
3
Bestaande situatie
30
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Historische context Ruimtelijke en functionele structuur Verkeer en vervoer Communicatieverkeer en nutsvoorzieningen Cultuurhistorie en archeologie
30 30 33 39 39
4
Beschrijving plan
40
5
Milieu en leefkwaliteit
46
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Strategische milieubeoordeling Geluidhinder Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Water Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Natuurwaarden Windhinder
46 46 47 48 51 52 54 57 58
6
Juridische vormgeving
63
6.1 6.2
Algemeen Dit bestemmingsplan
63 64
7
Uitvoerbaarheid
68
7.1 7.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
68 68
8
Handhaving
70
Bijlagen − Bijlage 1: Behoefteonderzoek − Bijlage 2: Advies metropoolregio − Bijlage 3 Memo kruising Zilverstraat met toegangsweg Era/ Bouwend Nederland/ Canon en Van der Valkhotel − Bijlage 4: Vormvrije m.e.r.-beoordeling − Bijlage 5: Bodemonderzoek − Bijlage 6: Watertoets − Bijlage 7: Onderzoek externe veiligheid (deel 1) − Bijlage 8: Onderzoek externe veiligheid (deel 2) − Bijlage 9: Quick scan Wet natuurbescherming − Bijlage 10: Onderzoek stikstofdepositie − Bijlage 11: Windhinderonderzoek − Bijlage 12: Onderzoek effecten windpark − Bijlage 13: Akoestisch onderzoek − Bijlage 14: Nader bodemonderzoek − Bijlage 15: Nota van beantwoording vooroverleg- en participatiereacties − Bijlage 16: Nota van beantwoording zienswijzen Zilverstraat
1 1.1
Inleiding Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt ten zuiden van het stadscentrum van Zoetermeer, in het gebied tussen de A12 en de Zuidweg. Het is een grotendeels onbebouwde kavel tussen de Zilverstraat 1 aan de westzijde en de Zilverstraat 39 en 69 aan de oostzijde. Het plangebied wordt globaal begrensd door een vijver aan de noordzijde, bedrijfsgebouwen aan de oost- en westzijde en de Zuidweg aan de zuidzijde. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. De exacte begrenzing van het plangebied is op de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan weergegeven.
Globale ligging plangebied (rode arcering) bron: pdokviewer.pdok.nl
3
Globale begrenzing plangebied (rode arcering) bron: pdokviewer.pdok.nl
1.2
Aanleiding en doel Aan de zuidzijde van Zoetermeer ligt tussen bedrijventerrein Lansinghage en woonwijk Rokkeveen een onbebouwd perceel. Het perceel aan de Zilverstraat ligt te midden van een verkeersknooppunt, bestaande uit de rijksweg A12, de provinciale weg N470 en de spoorlijn Zoetermeer - Gouda. Het voornemen bestaat om ter plaatse te voorzien in een Van der Valk hotel inclusief casino. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan ‘Rokkeveen’, aangezien het voorgenomen gebruik (horeca) en de voorgenomen bouwhoogte (77 m) niet passen binnen de geldende bestemmingen "Bedrijventerrein" (met bouwhoogtes van 20 en 25 m), "Groen" en "Verkeer- Verblijfsgebied". Om de beoogde ontwikkeling alsnog mogelijk te maken moet er een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Voorliggend document voorziet hierin.
1.3
Vigerende bestemmingsplan De beoogde hotelontwikkeling past niet in de vigerende bestemmingsregelingen en voor de ontwikkeling dient dan ook een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Rokkeveen’, zoals vastgesteld op 27 maart 2013 door de gemeenteraad van Zoetermeer. Op basis van dit bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemmingen ‘Bedrijventerrein’, ‘Groen’ en ‘Verkeer - Verblijfsgebied’.
4
Uitsnede uit verbeelding van vigerend bestemmingsplan met daarop het plangebied bij benadering rood omlijnd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Bedrijventerrein De voor ‘Bedrijventerrein’ aangewezen gronden zijn ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 3.2’ bestemd voor bedrijven tot en met milieucategorie 3.2, met daaraan ondergeschikt groenvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, objecten van beeldende kunst, parkeervoorzieningen, reclameobjecten, vlaggen- en lichtmasten, water en wegen/paden. Gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd en dienen te voldoen aan de maximale bouwhoogte en het maximum bebouwingspercentage. Verder gelden separate bouwregels voor erfbebouwing bij een bedrijfswoning en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels. Ten slotte gelden regels met betrekking tot strijdig gebruik, waarvan eveneens onder voorwaarden kan worden afgeweken. Groen De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, water, langzaam verkeersroutes, extensieve recreatie, in- en uitritten, met daaraan ondergeschikt beweiding, geluidoverdracht beperkende voorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, objecten van beeldende kunst, speelvoorzieningen, vlaggen- en lichtmasten met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Er gelden specifieke bouwregels voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
5
waarvan onder voorwaarden kan worden afgeweken. Tot slot gelden regels ten aanzien van strijdig gebruik. Verkeer - Verblijfsgebied De voor ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ aangewezen gronden zijn bestemd voor straten, erven en pleinen, fietsenstallingen, fietspaden en/of -stroken en voetpaden, geluidoverdracht beperkende voorzieningen, groenvoorzieningen, kunstwerken, nutsvoorzieningen, objecten van beeldende kunst, parkeervoorzieningen, reclameobjecten, speelvoorzieningen, terrassen, vlaggen- en lichtmasten, voorzieningen voor het openbaar vervoer, water, wind beperkende voorzieningen met de daarbij behorende bouwwerken. Er gelden specifieke bouwregels voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde en specifieke regels ten aanzien van strijdig gebruik. De beoogde ontwikkeling aan de Zilverstraat te Zoetermeer past niet binnen de gebruiks- en bouwregels van het geldende bestemmingsplan. Om die reden wordt voor het plangebied een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Voorliggend document voorziet hierin.
6
2
Beleidskader
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
De Nationale Omgevingsvisie De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.
Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties Toetsing Het rijk zet in de NOVI onder andere in op een duurzaam economisch groeipotentieel en sterke en gezonde steden en regio’s. De realisatie van een hotel met casino en andere aanvullende voorzieningen (wellness, fitness, congresruimte), draagt bij aan het leef- en vestigingsklimaat. Er wordt een bijdrage geleverd aan het voorzieningenniveau en een versterking van de mogelijkheden voor (zakelijk) toerisme in Zoetermeer en de omliggende regio. Het plan sluit hiermee aan bij de ambities uit de NOVI.
2.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2011) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (thans: Natuurnetwerk Nederland), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen.
7
Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (thans: NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (thans: NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in plannen en projecten te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in de SVIR en het Barro. 2.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen.
Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Met voorliggende ontwikkeling is sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. In dit kader is voorzien in een behoefteonderzoek1. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat, gelet op de verwachte invulling van het hotelconcept en het onderscheidend vermogen van het concept, voorzieningen, locatie en branding, er voldoende kwalitatieve behoefte bestaat aan de geplande hotelontwikkeling. Rekening houdend met verschillende scenario’s voor de coronacrisis, en de geplande hotelontwikkelingen in de regio, wordt verwacht dat op de middellange termijn, 2025 – 2030, ook voldoende kwantitatieve behoefte is aan het geplande hotel. Daarmee is de behoefte in voldoende mate aangetoond. Naast het aantonen van de behoefte dient op grond van de Ladder de locatiekeuze te worden gemotiveerd in het geval de gekozen locatie niet binnen het bestaand stedelijk
1
Horwath Consulting bv (2020). Behoefteonderzoek hotelontwikkeling Van der Valk Zoetermeer. 6 juli 2020. 8
gebied is gelegen. De locatie is gelegen binnen bestaande stedelijk gebied en heeft reeds de stedelijke bestemming ‘Bedrijventerrein’. De locatiekeuze hoeft daarmee niet gemotiveerd te worden. 2.1.4
Structuurvisie Randstad 2040 Op 5 september 2008 heeft het kabinet de structuurvisie Randstad 2040 vastgesteld. Bij de Structuurvisie gaat het om een integraal toekomstperspectief dat richting kan geven aan de integrale rijksinzet in de Randstad met oog voor de lange termijn op het gebied van onder meer wonen, werken, infrastructuur, water, natuur en landschap. De structuurvisie draagt niet alleen bij aan de ambitie een duurzame en concurrerende topregio te ontwikkelen, maar ook aan een ‘mooi Nederland’. De lange termijnvisie en de richting die het kabinet (samen met de regio) kiest, focust op fysiek-ruimtelijke onderwerpen, maar beperkt zich niet tot de ruimtelijke ordening alleen. Niet-fysieke onderwerpen die in belangrijke mate bijdragen aan de nagestreefde duurzame en concurrerende Randstad worden geagendeerd in de visie. Het gaat dan bijvoorbeeld om bevordering van de sociale cohesie, vergroting van de arbeidsparticipatie, kennis en innovatie. In het kader van de structuurvisie worden strategische keuzes gemaakt met betrekking tot: 1. Klimaatbestendigheid van de laaggelegen delta; 2. Ruimtelijke investeringsstrategie; 3. Groenblauwe structuur als raamwerk voor verstedelijking; 4. Verstedelijkingsstrategie; 5. Bereikbaarheid in relatie tot ruimtelijke ontwikkeling; 6. Ruimtelijk-economische typering en structuur; 7. Toekomst van Schiphol.
In de structuurvisie Randstad 2040 is onder meer aangegeven dat er wordt gestreefd naar goed functionerende steden met bijbehorende economische sterke bedrijfslocaties. Toetsing Het voorliggende plan voegt een hotelfunctie toe die deze doelstellingen ondersteunt en past derhalve binnen het beleidskader van de Structuurvisie Randstad 2040.
2.1.5
Het Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld. Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater. Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement. Nederlanders leven waterbewust.
9
Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en zal hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voorbereiden. Nieuwe normen zijn nodig, omdat de huidige eisen aan primaire keringen grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateren. Sindsdien zijn het aantal mensen en de economische waarde achter de dijken toegenomen. Ook is nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de werking van de keringen en de gevolgen van overstromingen. De doelen op het gebied van waterveiligheid zijn omgerekend naar normspecificaties voor de keringen. Deze zijn niet meer gebaseerd op dijkringen, maar op dijktrajecten. Elk dijktraject krijgt een norm-specificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke gebied. De normspecificaties zijn ingedeeld in zes klassen, waarbij de overstromingskans varieert van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per jaar. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven.
Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Toetsing In de waterparagraaf 5.5 is het plan getoetst aan het waterbeleid. 2.1.6
Conclusie Voorliggend plan is niet in strijd met het rijksbeleid.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie provincie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie betreft een redactionele omzetting van de bestaande provinciale beleidsdocumenten, zonder inhoudelijke verandering van beleid of regels. In de Omgevingsvisie is al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: 1. Naar een klimaatbestendige delta De provincie wil de fysieke leefomgeving zo inrichten dat deze klimaatbestendig blijft. De extreme weersomstandigheden moeten niet leiden tot onnodige schade aan gebouwen, infrastructuur, landbouw en economie. De provincie wil blijven beschikken over voldoende zoetwater. Daarvoor werkt de provincie met verschillende overheden en andere organisaties samen aan regionale adaptatiestrategieën en het nationale
10
Deltaprogramma. Centraal vertrekpunt daarbij is dat meer ruimte wordt geboden aan het water. De provincie werkt aan de bescherming van mensen en economie tegen overstromingen. Bij nieuwe ruimtelijke projecten wordt rekening gehouden met de impact van klimaatverandering. 2. Naar een nieuwe economie: the next level We gaan van een fossiele economie over naar een circulaire economie. Een ontwikkeling met grote gevolgen voor onze dragende economische clusters, met name het haven-industrieel complex en de glastuinbouw. In de stap naar een circulaire economie in 2050 wordt hergebruik van grondstoffen een nieuw verdienmodel. De provincie bevordert nieuwe werkgelegenheid en zet in op digitalisering van de economie. Innovatie in het midden- en kleinbedrijf wordt gestimuleerd, onder andere via nauwe samenwerking tussen de diverse economische sectoren en de kennis- en onderwijsinstellingen die onze regio herbergt. Bij goederentransport zet de provincie in op het realiseren van meer toegevoegde waarde voor de regio. Via inzet op een aantrekkelijke en gezonde woon- en werkomgeving worden bedrijven, kenniswerkers en andere talenten betrokken. De technologisering en digitalisering vragen om nieuwe arrangementen voor scholing en inzetbaarheid 3.
Naar een levendige meerkernige metropool Zuid-Holland staat voor de opgave om in het komende decennium een fors aantal woningen te realiseren en om de woonvoorraad te verduurzamen. De uitdaging is om de stap te maken naar een gezonde, sociale en duurzame samenleving. Om die vitale samenleving te realiseren is meer nodig dan woningbouw alleen. Het economisch potentieel kan beter benut worden door de steden met hun afzonderlijke kwaliteiten te verbinden tot één metropolitaan gebied. Het leef- en vestigingsklimaat daarin kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is ook gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden. 4. Energievernieuwing Zuid-Holland gaat haar energieaanpak vernieuwen. De focus ligt bij de steden, de industrie en de glastuinbouw. De provincie wil een slimme en schone economie zijn waar fossiele bronnen zijn vervangen door hernieuwbare bronnen. De provincie neemt maatregelen om energie te besparen en het gebruik van aardgas drastisch te verminderen. Dat wordt gedaan bijvoorbeeld met het uitbreiden van warmtenetten. In de toekomst is de Warmterotonde de verbinding tussen aanbieders en gebruikers van warmte; prima geschikt om kassen en steden te verwarmen.
Om de energietransitie aan te jagen zet de provincie ook stevig in op innovatie. De provincie zoekt naar nieuwe mogelijkheden voor energiegebruik uit wind, zon, biomassa, water en aardwarmte. De provincie wil ruimte bieden aan deze ontwikkeling. 5. Best bereikbare provincie Zuid-Holland moet optimaal verbonden zijn en blijven met regionale, landelijke en internationale centra: de best bereikbare provincie van Nederland. Zuid-Holland zet daarom in op versterking van openbaar vervoer en gebruik van de fiets in de mobiliteitsketens van reizigers. Daarnaast moet vervoer over water een volwaardig alternatief zijn voor vervoer over de weg.
11
6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving De provincie Zuid-Holland wil de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, landbouw, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien. Daarbij wil de provincie de biodiversiteit vergroten, natuurinclusieve landbouw wordt de ruimte gegeven. Dit draagt bij aan een fijnmazig natuurnatuurnetwerk. Ook zet de provincie in op diervriendelijke veehouderij. Toetsing Dit plan draagt onder andere bij aan de provinciale ambitie van een levendige, meerkernige metropool. De realisatie van een hotel met casino en andere aanvullende voorzieningen (wellness, fitness, congresruimte), draagt bij aan het leef- en vestigingsklimaat. Er wordt een bijdrage geleverd aan het voorzieningenniveau en een versterking van de mogelijkheden voor (zakelijk) toerisme in Zoetermeer en de omliggende regio. 2.2.2
Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van de provincie Zuid-Holland de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Deze regels hebben een directe doorwerking in bestemmingsplannen. Toetsing Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende regels van belang. Stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening (Stedelijke ontwikkelingen) is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet voldoen aan de volgende eisen: a de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Voor onderhavig plan is gezien de aard en schaal van het plan een behoefteonderzoek uitgevoerd, die als bijlage bij deze toelichting is gevoegd.
Uit de toets volgt dat wordt voorzien in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte, welke wordt voorzien in bestaand stedelijk gebied (zie paragraaf 2.1.3). Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit:
12
a de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo tenminste gelijk blijft door: 1 zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2 het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1 een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2 het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. Op de ruimtelijke kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als ‘steden en dorpen’.
Als richtpunten wordt onder andere het volgende aangehouden: − Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. − Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. − Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. − Ontwikkelingen dragen bij aan versterking van de stedelijke groen- en waterstructuur. − Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd. − Bij bedrijventerreinen krijgt de beeldkwaliteit van de randen, een goede ontsluiting en de samenhang met de omgeving extra aandacht. Met dit initiatief wordt een binnenstedelijke locatie voorzien van een gewenste, passende functie en de ontwikkeling past hiermee binnen de bestaande gebiedsidentiteit. De locatie ligt op een bedrijventerrein, nabij de A12. Dit is gezien de bereikbaarheid en omliggende functies een passende locatie voor een hotel. In hoofdstuk 4 is daarnaast onderbouwd dat het voorliggende plan stedenbouwkundig past binnen de omgeving.
In het plangebied wordt de realisatie van een toren met een hoogte van 77 meter mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt aan de A12, in een dynamische en stedelijke zone. In dit gebied is hoogbouw passend, zowel gezien de aard en schaal van het gebied als de mogelijkheid om de stad richting de A12 te kunnen etaleren. In hoofdstuk 4 is de wenselijkheid van een hoogteaccent op deze locatie verder stedenbouwkundig onderbouwd.
13
Gezien bovenstaande wordt op de locatie voldaan aan de eisen voor ruimtelijke kwaliteit op de locatie. Risico’s van klimaatverandering In artikel 6.35a van de verordening is opgenomen dat in een bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: − wateroverlast door overvloedige neerslag; − overstroming; − hitte; − droogte; alsmede de effecten van de bovengenoemde risico’s op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. In paragraaf 2.4.7 wordt het plan getoetst aan het programma Duurzaam en Groen Zoetermeer. Hieruit blijkt dat bij de ontwikkeling van het project daar waar mogelijk aandacht aan klimaatadaptatie wordt besteed en verschillende maatregelen worden genomen (groene daken, gescheiden riolering, waterberging). Op deze wijze wordt rekening gehouden met het zoveel mogelijk voorkomen en beperken van deze risico’s. Bedrijven De provincie hecht terecht veel waarde aan de beschikbaarheid van voldoende bedrijventerreinen waar ruimte voor meer milieubelastende vormen van bedrijvigheid is. De zogenoemde HMC-bedrijventerreinen (Hogere Milieu Categorie).
Deze bedrijventerreinen bieden veel werkgelegenheid. Met name werkgelegenheid voor technisch geschoolden en voor het lager opgeleide deel van de beroepsbevolking. De gemeente Zoetermeer onderschrijft het belang van de beschikbaarheid van voldoende werkgelegenheid voor het lager opgeleide deel van de beroepsbevolking. Onder druk van de behoefte aan nieuwe woongebieden is er veel behoefte om verouderde industriegebieden te transformeren naar gebieden waar wonen en moderne combinaties van wonen en werken centraal staan. Dit levert weliswaar veel werkgelegenheid op, maar niet altijd voor het minder geschoolde deel van de beroepsbevolking. Door deze ontwikkeling staat de beschikbaarheid van HMC terreinen onder druk. De provincie Zuid-Holland heeft deze ontwikkeling gesignaleerd en daarop beleid geformuleerd in de provinciale Omgevingsvisie. Dit beleid houdt in dat bij transformaties van bedrijventerreinen naar andere functies compensatie wenselijk is. Dit is vertaald in een juridische regeling in de provinciale Omgevingsverordening. In artikel 6.12 leden 4 en 5 van de verordening zijn de volgende instructieregels opgenomen ten aanzien van dit thema: 4.
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bestaand bedrijventerrein als bedoeld in het eerste lid of het tweede lid en dat gehele of gedeeltelijke transformatie naar een andere bestemming dan bedrijven mogelijk maakt, verantwoordt in
14
de toelichting op welke wijze binnen de regio compensatie van bedrijventerrein zal plaatsvinden. 5. Compensatie als bedoeld in het vierde lid, kan achterwege blijven, indien: a. het een bestaand niet-watergebonden bedrijventerrein met ten hoogste milieucategorie 3 en een oppervlakte van minder dan 1 hectare betreft; of b. regionale afstemming heeft plaatsgevonden en hieruit is gebleken dat na transformatie voldoende bedrijventerrein in de regio beschikbaar zal blijven afgezet tegen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. Een instructieregel op grond van artikel 4.1 van de Wro houdt in dat de gemeente daaraan invulling moet geven bij het opstellen van ruimtelijke plannen. In dit concrete geval houdt dit in dat in de toelichting van het bestemmingsplan dat transformatie mogelijk maakt een verantwoording moet worden opgenomen van de wijze waarop compensatie plaats zal vinden. Deze paragraaf ziet op die verantwoording. De gemeente Zoetermeer onderschrijft het belang van voldoende beschikbaarheid van HMC-bedrijventerreinen in de regio. Ten aanzien van de compensatieplicht voor deze specifieke locatie past wel enige nuance. Waar transformatie van bedrijventerrein vaak betrekking heeft op transformatie naar wonen, waardoor feitelijke werkgelegenheid verdwijnt, ligt dat in het geval van de met dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling anders.
Twee aspecten daarvan wensen wij hier te benoemen: 1. Het betreft hier een locatie die weliswaar de bestemming Bedrijventerrein heeft, maar waarvan ook vastgesteld moet worden dat het sinds het in ontwikkeling brengen van het gebied rond 2005 niet gelukt is concreet invulling aan die bestemming te geven. Ofwel, op deze locatie is nooit sprake geweest van enige werkgelegenheid; 2. het gaat hier niet om transformatie naar wonen, maar naar een andere bedrijfsfunctie die het huidige bestemmingsplan niet toestaat. De transformatie beoogt het realiseren van een groot hotel (186 kamers) met bijbehorende voorzieningen op het gebied van congresfaciliteiten en wellness en de vestiging van een Casino in het hotel. Functies die aanzienlijk meer werkgelegenheid meebrengen dan veel moderne HMC-bedrijven. Voor een deel bovendien werkgelegenheid voor minder geschoolde medewerkers. Ondanks die nuanceringen ziet ook de gemeente Zoetermeer het belang van beschikbaarheid van ruimte voor bedrijventerreinen van categorie 3 en hoger. In het regionale verband van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag is dan ook afgesproken hoe invulling kan worden gegeven aan deze compensatieopgave. Deze aanpak maakt onderdeel uit van het advies van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Dit advies is verwoord in de brief van 15 juli 2020.
Deze brief hebben is als bijlage aan het voorliggende plan toegevoegd2. De gemeente zal zich inspannen om de voormalige baggerlocatie aan de zuidzijde van het bedrijventerrein Lansinghage de komende jaren te ontwikkelen tot Bedrijventerrein (zie volgende afbeelding). Op die locatie is circa 3 hectare beschikbaar waar bedrijvigheid in maximaal categorie 4.1 gevestigd kan worden. Ruim voldoende om te
2
Metropoolregio Rotterdam Den Haag (2020). Advies bestuurscommissie toevoegen detailhandel. 15 juli 2020. 15
voldoen aan de resterende compensatieopgave die voortvloeit uit de transformatie van de locatie aan de Zilverstraat. Die beslaat een oppervlakte van circa 2 hectare. 0,5 hectare daarvan is al in een eerder stadium gecompenseerd aan de Wiltonstraat in het kader van de bouw van een tijdelijk casino op Zilverstraatlocatie. Er resteert nog 1,5 hectare om te compenseren. Nu de ontwikkeling van het baggerdepot ongeveer het dubbele van deze oppervlakte beslaat resteert nog circa 1,5 hectare compensatieruimte voor andere transformatie-opgaven in de toekomst. Duidelijk is dat de locatie van het baggerdepot beschikbaar is voor compensatie. Het is echter niet mogelijk de herontwikkeling van de locatie van het baggerdepot gelijktijdig met de transformatie van de Zilverstraat in uitvoering te nemen. Twee belangrijke redenen daarvoor zijn: 1. Voordat tot realisatie kan worden overgegaan zal door de gemeenteraad een besluit moeten worden genomen over het vaststellen van een bestemmingsplan voor de locatie. Voordat een dergelijk besluit aan de raad voorgelegd kan worden is onderzoek nodig op diverse terreinen die horen bij een goede ruimtelijke ordening.
Onder meer zal moeten worden nagegaan hoe het gebied stedenbouwkundig kan worden ingericht, of sprake is van een economisch uitvoerbaar plan, hoe het gebied verkeerskundig kan worden ontsloten, welke eisen er gesteld moeten worden op het gebied van waterbeheer, etc. 2. de locatie van het baggerdepot is in beeld als mogelijke locatie voor een tram/metroremise in verband met de mogelijke aanleg van een railverbinding van Zoetermeer naar Rotterdam. Ambtelijk is met de provincie afgestemd dat een dergelijk remise ook valt onder bedrijvigheid die past op een HMC-bedrijventerrein. Dit blijkt ook uit de VNG-bedrijvenlijst. Daarin wordt een remise ingedeeld in categorie 3.2. De besluitvorming over het realiseren van de railverbinding die deze remise noodzakelijk maakt is echter nog niet afgerond. Zo lang dit niet het geval is kan niet worden gestart met het daadwerkelijk in ontwikkeling brengen van het gebied. In het onwaarschijnlijke geval dat de invulling van het baggerdepot als bedrijventerrein toch niet haalbaar blijkt, kan de compensatie worden gevonden in intensivering van het gebruik van bestaande bedrijventerreinen. Voor dit laatste wordt gewerkt aan de Strategie Werklocaties in combinatie met een HMC-scan. Dit onderzoek zal in de loop van 2021 worden afgerond.
Ook dit sluit aan bij het genoemde advies van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Ter bewerkstelliging van de benodigde compensatie gaat de gemeente conform de afspraken met de provincie het volgende in gang zetten: 1 het bestemmingsplan van het voormalig baggerdepot in Lansinghage wordt gewijzigd in de bestemming “Bedrijventerrein” met maximaal milieucategorie 4.1; 2 er vindt onderzoek plaats naar intensivering van bestaande bedrijventerreinen (“beter benutten bestaande bedrijventerreinen”) door het uitvoeren van een HMCscan over de noordelijke bedrijventerreinen binnen Zoetermeer in overleg met de provincie; 3 mochten bovenstaande oplossingsrichtingen niet haalbaar blijken gaan de Provincie Zuid-Holland en gemeente Zoetermeer het gesprek verder aan.
16
Met deze beschrijving van de voorgenomen invulling van de compensatie van het verlies aan bedrijventerrein door de transformatie van de Zilverstraatlocatie wordt voldaan aan de instructieregel in de provinciale omgevingsverordening ten aanzien van het compenseren van te transformeren bedrijventerrein. Het oppakken van deze compensatieopgave is ook vastgelegd in de bestuurlijke besluitvorming over dit bestemmingsplan.
Mogelijke compensatielocatie
2.2.3
Regionaal Waterplan Zuid-Holland 2016-2021 In 2016 heeft de provincie Zuid-Holland een planherzieningsbesluit inzake het waterbeleid genomen. Het Provinciaal Waterplan 2010 - 2015 wordt hiermee actueel verklaard voor de onderdelen waterveiligheid, water en natuur en vismigratie. Tevens maken de Visie Ruimte en Mobiliteit en de Voortgangsnota Europese Kaderrichtlijn Water 2016-2012 er onderdeel van uit. In het Provinciaal Waterplan 2010-2015 zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Zuid- Holland. Het Provinciaal Waterplan beschrijft op hoofdlijnen wat de provincie in de periode tot 2015 samen met haar waterpartners wil bereiken. Het Waterplan heeft vier hoofdopgaven: a. waarborgen waterveiligheid; b. zorgen voor mooi en schoon water; c. ontwikkelen duurzame zoetwatervoorziening; d. realiseren robuust en veerkrachtig watersysteem. In het plan zijn deze opgaven verder uitgewerkt in 19 thema’s én voor drie gebieden, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit heeft geleid tot een integrale visie op de ontwikkeling van de Zuid-Hollandse Delta, het Groene Hart en de Zuidvleugel van de Randstad.
17
Toetsing In de waterparagraaf 5.5 is het plan getoetst aan het waterbeleid.
2.3
Regionaal beleid
2.3.1
Waterbeheerprogramma 2022-2027 Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Op 26 januari 2022 is het waterbeheerprogramma (WBP) van Hoogheemraadschap Schieland & Krimpenerwaard vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: − veilige en aantrekkelijke leef- en werkomgeving voorbereid op de verandering van het klimaat: Dit thema draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar; − een duurzaam waterschap voor de wereld van morgen: De nadruk ligt op circulaire economie en hergebruik van water. Het behoud en versterking van waterkwaliteit is een streefdoel; − water en waterschap als onderdeel van de samenleving: Het hoogheemraadschap maakt volledig deel uit van de samenleving. De partners en initiatiefnemers weten het waterschap te vinden en de samenwerking is volledig ingeburgerd. Het programma is, naast deze thema’s; in verschillende deelgebieden uitgewerkt. De aanpak en de visie per deelgebied zijn toegelicht om de opgaven op te kunnen pakken. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen.
Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; verordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Waterplan Zoetermeer Het Hoogheemraadschap heeft in samenwerking met de gemeente Zoetermeer, het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Waterschap Wilck en Wiericke het Waterplan Zoetermeer opgesteld dat in februari 2002 door de raad is vastgesteld. Het plan wordt in paragraaf 2.4.6 van deze plantoelichting nader toegelicht. Toetsing In de waterparagraaf 5.5 is het plan getoetst aan het waterbeleid.
2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1
Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 De Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is de toekomstvisie voor de stad. Een visie voor de komende twintig jaar. Het schetst een integraal lange termijn perspectief voor sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen. Een perspectief waarin een aantal
18
dalende trends, zoals een afnemende woonaantrekkelijkheid en sociaaleconomische kracht zijn gekeerd en een opwaartse beweging voor de stad in gang is gezet. Een visie voor een stad en samenleving die werken aan een sterker fundament en beter in balans komt. De Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 is ook de omgevingsvisie voor de gemeente Zoetermeer in het kader van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040 zijn zes hoofdlijnen beschreven: − Zoetermeer is mijn thuis: In 2040 is Zoetermeer een stad in balans. Een stad waarin iedereen zich welkom en thuis voelt. De stad heeft een breed palet aan inwoners met verschillende leefstijlen. Zij vormen een levendige en inclusieve samenleving. Nieuwbouw zal met meer precisie worden ingezet. In de nieuwbouwproductie stapt gemeente Zoetermeer af van de standaard verdeling van percentages sociale huurwoningen, vrije sector huurwoningen en vrije sector koopwoningen. Ze gaat naar een meer precieze verdeling, waarbij maatwerk per wijk of project wordt geleverd. Daarbij wordt meer spreiding en diversiteit van verschillende typen woningbouw in elke wijk gecreëerd, en wordt gezorgd dat er in de stad voldoende woningen bijkomen in elk segment. − Duurzame stad in en tussen de parken: In 2040 onderscheidt Zoetermeer zich in de regio als groene suburbane stad. De stad is dooraderd met een netwerk van groenzones, parken en water.
Zij vormen een aansluitend geheel met de groengebieden die de stad omringen. Dit groene karakter vormt in 2040 dé identiteit van Zoetermeer. In 2040 wil gemeente Zoetermeer dat het groen functioneel gebruikt wordt en meer is dan decor. − Palet van wijken en buurten: Elke wijk geeft in 2040 invulling aan zijn eigenheid. Elke plek schrijft - stap voor stap - zijn eigen historie en verhaal. Hiervan zijn de inwoners, ondernemers en organisaties de auteur. Nieuwe ontwikkelingen dienen het fundament van de stad te versterken: oftewel de kracht van bestaande wijken laten toenemen. Het gaat om nieuwbouwprojecten die leiden tot sociaaleconomische impulsen van de omliggende buurten en wijken. Of bijdragen aan de bestaansbasis van voorzieningen in de bestaande wijken en buurten. − Doorlopende ontplooiingskansen voor iedereen: In 2040 heeft iedere Zoetermeerder – ongeacht zijn of haar achtergrond en afkomst – kansen om zich te blijven ontwikkelen en stappen te zetten op de sociaaleconomische ladder. − Stad van toegepaste innovatie: In 2040 heeft Zoetermeer het profiel als stad van de toegepaste innovaties. Een profiel dat is geworteld in de oorsprong van de stad. Een stad en samenleving, die niet geremd worden door oude inzichten en behoudende tradities. − Zoetermeer regiostad: In 2040 profiteert Zoetermeer van de regio en de regio profiteert van Zoetermeer.
Dit raakt een keur aan onderwerpen zoals wonen, arbeidsmarkt, economie, cultuur, natuur en bereikbaarheid.
19
Toetsing Met het voorliggende plan wordt een hotel met voorzieningen als een casino, wellness en congreszalen mogelijk gemaakt. Dit draagt bij aan de lijn ‘Zoetermeer als regiostad’. De regio zal kunnen profiteren van de aanwezigheid van een viersterrenhotel in Zoetermeer, op een goed bereikbare locatie vanaf de A12.
2.4.2
Verkenningennota Structuurvisie 2030 Op 15 december 2008 heeft de Zoetermeerse gemeenteraad de Stadsvisie 2030 vastgesteld. Hierin staan in grote lijnen de ambities en opgaven tot 2030 verwoord, waaraan de gemeente Zoetermeer gaat werken. In de Stadsvisie 2030 is aangegeven dat deze een ruimtelijke vertaling krijgt in een Structuurvisie. Tegelijkertijd verplicht de Wet ruimtelijke ordening (Wro) iedere overheidslaag (Rijk, Provincie en gemeente) te beschikken over een vastgestelde Structuurvisie. In het geval van gemeenten gaat het om een Structuurvisie voor het gemeentelijk grondgebied. De Verkenningennota is een belangrijk basisdocument op weg naar de uiteindelijke Structuurvisie voor Zoetermeer. Het vormt de ruimtelijke onderlegger voor de Structuurvisie Zoetermeer 2030 en is een vervolg op de Startnotitie Ruimtelijke Structuurvisie Zoetermeer (vastgesteld door de raad in november 2009), waarin in hoofdlijnen de beoogde vorm, inhoud en de wijze van totstandkoming van de Structuurvisie zijn verwoord. Toetsing Het voorliggende plan voor de realisatie van een hotel sluit aan op de ambities van de gemeente Zoetermeer in de verkenningennota. Het plangebied maakt in de nota deels onderdeel uit van de hoog-dynamische A12‐ zone.
De ruimtelijke uitdaging voor dit hoog-dynamisch gebied betreft het ontwikkelen van de zone tot een verbindend element met hoogwaardige bedrijvigheid, wonen, voorzieningen en een betere verkeersafwikkeling. In navolgende afbeelding is weergegeven dat ter plaatse van het plangebied de ambitie bestaat om in uitbreiding te voorzien met betrekking tot werken/voorzieningen.
Hoog-dynamische gebieden met daarop het plangebied globaal geel omcirkeld (bron: Gemeente Zoetermeer) 20
Daarnaast is in de verkenningennota opgenomen dat er binnen de gemeente een opgave ligt om ruimte te zoeken en te bieden voor nieuwe hotelontwikkelingen en recreatieve verblijfsaccommodaties. Gebieden die daartoe als kansrijk worden gezien zijn de A12-zone en knooppunten aande hoofdwegenstructuur, locaties rondom bestaande of nieuwe grootschalige leisurevoorzieningen, het centrumgebied en de stadsranden. In onderstaande afbeelding is te zien dat het plangebied ligt in een zoekgebied voor de uitbreiding van hotel mogelijkheden.
Wensbeeld economie & werken met globale aanduiding plangebied (gele ster)
2.4.3
Stadsvisie 2030 De Stadsvisie 2030, die op 15 december 2008 is vastgesteld door de gemeenteraad van Zoetermeer, verwoordt negen opgaven die in de periode tot 2030 moeten worden opgepakt om als stad voldoende perspectief op een welvarende ontwikkeling te behouden. Daarnaast geeft de Stadsvisie aan welke kansen de gemeente wil benutten om de stad extra perspectief te geven. In het kader van dit bestemmingsplan is met name opgave 8 (A12 zone ontwikkelen van een hinderlijk tot een verbindend element) van belang. De A12 legt beperkingen op voor wat langs de A12 kan worden gebouwd, terwijl daar juist nog veel onbenutte ruime ligt. De geluidhinder is afgenomen door de plaatsing van geluidschermen. Toetsing Het plangebied is aangeduid als ‘Ontwikkeling A12 zone’ (zie volgende afbeelding van de visiekaart). Hier is hoogwaardige bedrijvigheid, wonen, voorzieningen en betere verkeersafwikkeling gewenst. Met voorliggend plan wordt voorzien in een hoogwaardige en passende invulling van een inbreidingslocatie, waarbij de ruimtelijke structuur wordt gecompleteerd en optimaal gebruik wordt gemaakt van het infrastructurele knooppunt. Daarmee wordt beantwoord aan de opgave om de A12 zone te ontwikkelen van een hinderlijk tot een verbindend element. Het plan is in lijn met de Stadsvisie 2030.
21
Uitsnede visiekaart met globale ligging plangebied (witte ster) (bron: Stadsvisie 2030)
2.4.4
Hoogbouwvisie 2004 Hoogbouw is kenmerkend, beeldbepalend en beeldvormend in de stad. Hoogbouw is dominant in het stadsbeeld aanwezig en bepaalt als zodanig het silhouet van de stad. Het kan zowel de ruimtelijke structuur als de economische structuur van de stad verbeteren. Hoogbouw is echter niet op alle plaatsen een wenselijke ontwikkeling. De Hoogbouwvisie omvat een hoogbouwmodel in de vorm van een zoneringsplan, geen locatieonderzoek, waarin zones zijn aangegeven waar ontwikkeling van hoogbouw in de toekomst in principe mogelijk, gewenst of niet gewenst is. In het hoogbouwmodel worden tevens knooppunten en assen benoemd die zich lenen voor accentuering met hoogbouw. Toetsing In de Hoogbouwvisie is het plangebied aangeduid als 'stedelijke kernzone: hoogbouw mogelijk'. De stedelijke kernzone laat een grote diversiteit aan functies toe. Het gebied leent zich voor een intensief gebruik van de ruimte met vernieuwende stedelijke programma's. Dit maakt toepassing van hoogbouw in deze dynamische zone zeer wel mogelijk en zelfs wenselijk. In de nota wordt bebouwing vanaf 30 m beschouwd als hoogbouw. Met voorliggend plan wordt een gebouw van maximaal 77 meter mogelijk gemaakt (exclusief ondergeschikte bouwdelen). Via een afwijkingsbevoegdheid is de realisatie van hoogteaccent van 90 m mogelijk.
De zone waarvan onderhavig plangebied deel uitmaakt laat maximaal 90 meter toe (zie volgende afbeelding). Zo kan Zoetermeer zich met de voorkant naar de A12 en de spoorlijn etaleren. De nabijheid van stations aan de regionale railverbinding en de schaal en maat van het gebied maakt hoogbouw hier een aantrekkelijke invulling. Daarmee voorziet voorliggend plan in een
22
passende invulling van het plangebied en wordt voldaan aan de eisen uit de Hoogbouwvisie.
Indicatie maximale bouwhoogte in knooppunten en assen met globale ligging plangebied (witte ster) (bron: Hoogbouwvisie 2004)
2.4.5
Stedelijk beleidskader Economie (2011) Op 10 januari 2011 heeft de gemeenteraad van Zoetermeer het beleidsdocument Stedelijk Beleidskader Economie vastgesteld. De lijn van het huidige economische beleid wordt doorgezet. Het beleid heeft drie doelstellingen: 1. het creëren van werkgelegenheid door middel van het aantrekken van nieuwe bedrijven voor Zoetermeer kansrijke sectoren, het stimuleren van (innovatieve) startende bedrijvigheid, het behouden van bestaande bedrijvigheid en het verbinden van onderwijs met het bedrijfsleven; 2. het realiseren van een aantrekkelijk, gevarieerd en duurzaam vestigingsmilieu voor bedrijven; 3. het aanbieden van een brede, kwalitatief goede en op de toekomst gerichte voorzieningenstructuur (leisure, horeca en detailhandel) in Zoetermeer. Toetsing Met het voorliggende plan wordt een hotel met voorzieningen als een casino, wellness en congreszalen mogelijk gemaakt. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een op de toekomstgerichte voorzieningenstructuur van Zoetermeer, waarmee het plan aansluit op de derde doelstelling van de gemeente.
2.4.6
Waterplan Zoetermeer Het Waterplan Zoetermeer is opgesteld door de gemeente Zoetermeer, het Waterschap Wilck en Wiericke (maakt inmiddels deel uit van het Hoogheemraadschap van
23
Rijnland) en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De doelstelling van het Waterplan Zoetermeer is het behouden en versterken van een duurzaam watersysteem. Kortom, een watersysteem dat betrouwbaar, levend en boeiend is. Om ook in de toekomst een veilig en goed functionerend watersysteem in Zoetermeer te behouden, moet er meer ruimte voor water worden gerealiseerd. In het stedelijk gebied wordt daarnaast ingezet op het vertragen van piekafvoeren, onder meer door het toepassen van open verharding of het realiseren van vegetatiedaken. In het Waterplan Zoetermeer is tevens aangegeven dat er gestreefd wordt naar een hoge belevingswaarde van het water. Hiermee wordt water bedoeld dat er aantrekkelijk uitziet, goed zichtbaar is, niet stinkt en past in de stedelijke omgeving. Water biedt aantrekkelijke recreatiemogelijkheden en zorgt voor afwisseling in het landschap. Door variatie van de oevers kan de belevingswaarde van het water vergroot worden. Toetsing Voor een uitgebreide toetsing aan het aspect water wordt verwezen naar paragraaf 5.5. Hierin wordt onder andere onderbouwd dat het voorliggende plan past binnen de ambitie van het behouden en versterken van een duurzaam watersysteem. 2.4.7
Programma Duurzaam en Groen Zoetermeer 2020 – 2023 In het Programma Duurzaam en Groen Zoetermeer 2020-2023 is beschreven op welke manier de gemeente werkt aan een natuurrijk en groen Zoetermeer, en een CO2-neutrale stad in 2040. Het programma is geactualiseerd voor de periode 2020 – 2023, dit is de vierde programmaperiode. Het eerste programma is in 2008 vastgesteld, gevolgd door 2012 en 2016. Het landelijke klimaatakkoord en het lokale duurzaamheidspact leiden tot de belangrijkste actualisaties. Voor de energietransitie heeft de gemeente de volgende ambitie: 'Een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2040 in combinatie met een verbetering van de kwaliteit van de woningen qua gezondheid (ventilatie en voorkomen oververhitting) en comfort/energiebesparing'. De belangrijkste maatregelen de komende jaren voor de energietransitie zijn: − het realiseren van een ondersteuningsaanbod voor particuliere huiseigenaren en VvE'; − het maken van energietransitie-plannen in de regio en op stadsniveau; − het realiseren van een aardgasvrije energievoorziening voor ruim 1100 woningen en voorzieningen in de bestaande hoogbouw van Palenstein.
Voor groen en biodiversiteit heeft de gemeente de volgende ambitie: 'In 2040 een groenblauwe structuur in en om de stad hebben die onze concurrerende woonaantrekkelijkheid van Zoetermeer vergroot, leidt tot verhoging van de biodiversiteit en verbetering van de gezondheid en de klimaatadaptatie'. De belangrijkste maatregelen in de komende jaren voor versterking groen/biodiversiteit zijn: − investeringsplannen in 2020 voor de Binnenstad (o.a. Central Park), het Entreegebied, en de bestaande wijken (pilot in Meerzicht); − vergroten van het areaal natuurlijk(er) beheerd gebied voor o.a. weidevogels (Nieuwe Driemanspolder en Meerpolder) en moerassige natuur (Nieuwe Driemanspolder en het Plassengebied).
24
Toetsing Tijdens de bouw en het gebruik van het hotel zal er aandacht zijn voor duurzaamheid. Er wordt naar gestreefd om verschillende duurzaamheidsaspecten toe te passen: − Duurzame energie; − Klimaat -en bodemdalingsbestendig bouwen; − Optimaal gebruik van grondstoffen en materialen. Duurzame energie − Er wordt uitgegaan van een gasloos gebruik van het hotel; − Gebruik maken van alternatieve energieopwekking, zoals PV panelen; − Energiebesparende maatregelen zoals hergebruik warmte uit ventilatielucht; − Hergebruik warmte die vrijkomt bij het koelingsproces, energiezuinige verlichting en − Tussenmeters kunnen bijdragen aan een vermindering van het energieverbruik. Klimaat- en bodemdalingsbestendig − Bij de realisatie van het hotel zal er aandacht zijn klimaat adaptief bouwen; − Groene daken en aanleg van een gescheiden riolering voor vuilwater en hemelwater. Optimaal gebruik grondstoffen − Bij de realisatie als het gebruik van het hotel circulaire bouw- en grondstoffen gebruiken; − Bij de bouw zal naar een Milieu Prestatie Gebouw (MPG) waarde van kleiner of gelijk aan 1 gestreefd worden; − Het bouwafval zal tijdens de bouw gescheiden afgevoerd worden; − Ook tijdens het gebruik van het hotel zal het bedrijfsafval gescheiden verzameld en afgevoerd worden. 2.4.8
Convenant klimaatadaptief bouwen Op 4 oktober 2018 heeft de gemeente Zoetermeer samen met diverse andere partijen zoals projectontwikkelaars, de provincie, waterschappen en maatschappelijke organisaties het convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland ondertekend. Daarbij willen de partijen nieuwbouwlocaties, inclusief transformatie- en uitleggebieden, zo klimaatadaptief mogelijk bouwen en gaan opdrachtgevende partijen die onderdeel zijn van deze ‘Coalition of the Willing’ - waaronder in elk geval ook de gemeentes in de verstedelijkingsalliantie - hier actief om vragen en op sturen. Daarbij gaat voor wat betreft mogelijke oplossingen de aandacht onder andere uit naar gevels, daken, funderingen en de buitenruimte. Er wordt gestreefd naar: 1 Minder wateroverlast 2 Meer biodiversiteit 3 Minder hittestress 4 Minder langdurige droogte en minder nadelige gevolgen ervan 5 Minder bodemdaling en minder nadelige gevolgen ervan dan er voorafgaand aan de ruimtelijke ontwikkeling was.
25
De deelnemende gemeentes trekken hierin samen op en zullen hierin dezelfde principes hanteren. Ze nemen daarbij de kwaliteit van de leefomgeving, milieu, biodiversiteit, technische, financiële en economische aspecten mee en letten op betaalbaarheid en beheerbaarheid. Daarbij hanteren ze de stresstesten zoals gemeentes die nu al (moeten) uitvoeren als instrument, aangevuld met een nader te bepalen instrument voor biodiversiteit, om de plannen vooraf te kunnen beoordelen. Toetsing Zoals uit de voorgaande paragraaf blijkt wordt bij de ontwikkeling van het project daar waar mogelijk aandacht aan klimaatadaptatie besteed. Daarmee wordt gehandeld in lijn met het convenant. 2.4.9
Hotelnota Zoetermeer 2001 - 2002 De Hotelnota Zoetermeer 2001-2002 (vastgesteld door de gemeenteraad op 18 februari 2001) geeft een integrale visie op de gewenste hotelsituatie in Zoetermeer. Onderzoek toont aan dat er in Zoetermeer behoefte is aan een forse uitbreiding van het aantal hotelkamers. De Hotelnota geeft aan hoe die uitbreiding er kwalitatief en kwantitatief uit moet zien en hoe dit het best in planning kan worden gezet. Toetsing Uit de hotelnota blijkt dat er in Zoetermeer destijds ruimte was voor nieuwe in alle segmenten met bijzondere nadruk op de drie hoogste segmenten. Locaties langs onder andere de A12 worden gezien als belangrijke vestigingslocaties. Met het voorliggende plan wordt een hotel in het luxe segment op een locatie langs de A12 mogelijk gemaakt. Dit sluit aan op de visie op de uitbreiding van het aantal hotelkamers uit de hotelnota.
2.4.10
Mobiliteitsvisie Zoetermeer 2030 Het afgelopen decennium heeft de gemeente Zoetermeer met haar partners invulling gegeven aan de Nota Mobiliteit uit 2005. De doelen die in deze Nota zijn gesteld, zijn verwezenlijkt. Twaalf jaar later is dit beleid tegen het licht gehouden en waar nodig geactualiseerd. Dat heeft geresulteerd in de Mobiliteitsvisie 2017 ‐ 2030, waarin een nieuwe kijk op de mobiliteit van de toekomst is ontwikkeld. Een visie die past binnen het integraal en gebiedsgericht denken. Een visie bovendien, die rekening houdt met de laatste maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. De verwachting is dat de komende jaren maatschappelijke en technische veranderingen zich nog sterker dan voorheen zullen doorzetten. Een richtinggevende mobiliteitsvisie met veel flexibiliteit en mogelijkheden van uitwisseling tussen de modaliteiten kan hiervoor zorg dragen. De keuzes die gemaakt zijn in de Mobiliteitsvisie sluiten aan bij recente beleidsdocumenten van de gemeente Zoetermeer, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), provincie Zuid‐Holland en het Rijk. Toetsing Voor een uitgebreide toets aan het aspect verkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.3. Hieruit volgt dat het plan niet in strijd is met het gestelde in de Mobiliteitsvisie Zoetermeer 2030.
26
2.4.11
Parkeerbeleid Op 16 december 2019 heeft de gemeenteraad de Nota parkeerbeleid Zoetermeer 2019 en de Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels Zoetermeer 2019 vastgesteld. Nota parkeerbeleid Zoetermeer 2019 De actualisatie van het bestaande parkeerbeleid was nodig omdat het vigerende parkeerbeleid uit 2012 op een aantal onderdelen niet meer past bij de huidige visie en ambitie van de stad. Het is met name gewenst om het parkeerbeleidskader meer doelgroepgericht en meer gebiedsspecifiek te maken. Differentiatie naar doelgroepen en gebieden biedt de stad meer mogelijkheden voor gericht maatwerk bij het vaststellen van de parkeereis bij nieuwe ontwikkelingen. Duurzame verstedelijking, duizenden nieuwe woningen, een groen en natuurrijk leefmilieu, het behouden van een economisch aantrekkelijk vestigingsklimaat en het stimuleren van fietsgebruik, elektrisch rijden en autodelen. Zoetermeer stelt zichzelf een aantal omvangrijke ambities ten doel. Hoe parkeren in de stad plaatsvindt, draagt in een belangrijke mate bij aan het verwezenlijken van deze ambities. De hierna genoemde uitgangspuntenzijn richtinggevend en vormen het kader van en de basis voor het in Zoetermeer te voeren parkeerbeleid. Zoetermeer staat voor een duurzame verstedelijking en anticipeert op de veranderende mobiliteitsbehoefte van toekomstige gebruikersgroepen binnen de verschillende delen van de stad.
Bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen dat nodig is bij nieuwbouw wordt rekening gehouden met specifieke kenmerken de nieuwe functie en gebruikers. Met het nieuwe parkeerbeleid wordt ook op nieuwe vormen van mobiliteit, zoals deelauto's en deelfietsen ingespeeld. De gemeente zorgt voor oplossingen voor parkeerknelpunten die aansluiten bij de kenmerken van de verschillende wijken. Dit wordt een gebiedsgerichte aanpak genoemd. Voor het parkeerbeleid is de stad ingedeeld in vijf gebieden. Bij het oplossen van knelpunten wordt rekening gehouden met de kenmerken van deze gebieden. De gebiedsindeling is bepaald door: de relatie met/afstand tot het Stadshart, de beschikbaarheid van openbaar vervoer, de bebouwingsdichtheid en de aanwezige voorzieningen. Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels 2019 In de Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels 2019 zijn voor uiteenlopende functies en voorzieningen parkeernormen opgenomen. De parkeernormen worden toegepast bij nieuwe ontwikkelingen. De Nota Parkeernormen en Uitvoeringsregels 2019 van de gemeente Zoetermeer is dan ook bedoeld om parkeeroverlast door nieuwe ontwikkelingen te voorkomen. Er zijn echter altijd situaties die enige flexibiliteit vragen in de toepassing van de parkeernormen. Hiertoe bevat de nota uitvoeringsregels welke kunnen worden toegepast. De parkeernormen gelden voor nieuwe ontwikkelingen binnen de gemeente.