CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Complete set vergaderstukken

Commissie Plenair 20 november 2023, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Aandachtspunten Najaars Algemene Ledenvergadering VNG d.d. 1 december 202331.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

48

3 – Leefomgeving

Omgevingsveiligheid Extern gefinancierde activiteiten

In Nederland is de ruimte voor wonen en werken schaars. Mensen willen gezond en veilig leven, en het bedrijfsleven wil ruimte voor economische activiteiten behouden. Deze blijvende zoektocht naar een optimaal gebruik van de beperkte ruimte is het vraagstuk van omgevingsveiligheid. In 2024 zetten we ons in voor een toekomstbestendige en robuuste kennisinfrastructuur voor omgevingsveiligheid. Bij omgevingsveiligheid gaat het om het maken van afwegingen bij het nemen van risico’s bij het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën (zoals de toepassing van waterstof). In 2024 zetten we ons dankzij een subsidie binnen de Meerjarenagenda Versterking Omge­ vingsveiligheid (MVO) in, voor een toekomstbestendige en robuuste kennisinfrastructuur. Dit doen we om ook in de toekomst de kennis over omgevingsveiligheid te kunnen waarborgen. Kennis dient daarvoor beschikbaar, toegankelijk, juist en actueel te zijn. Bovendien werken we toe naar een kennisinfrastructuur die aansluit bij de behoefte van de lokale overheden (provincies en gemeenten) en samenwerkende omgevingsdiensten.

49

3 – Leefomgeving

3.2 Omgevingswet Met de invoering van de Omgevingswet komt er vanaf 1 januari 2024 meer ruimte voor initiatieven. De bundeling van wetten en regels maakt het op termijn voor initiatiefnemers makkelijker om een vergunning aan te vragen. Het gaat om lokaal maatwerk, dienstverlening en vertrouwen. De VNG maakt zich sterk voor de structurele doorontwikkeling in het hele stelsel en helpt gemeenten bij de transitie naar een gemeentebreed integraal omgevingsplan per 2032. We ondersteunen de bevoegd gezagen, zodat de complexe domein­ overstijgende opgaven effectief worden aangepakt. De VNG biedt handvatten en ondersteuning aan gemeenten om zo de uitvoeringskracht te vergroten. Uitgangspunt is efficiënte en slimme inzet van middelen. Wij zetten onze kennis en netwerken in en creëren draagvlak en mandaat in landelijke overleggen.

Transitiefase Omgevingswet tot 2032 Beleidsinzet

Het doel is dat gemeenten een efficiënte transitie kunnen doorlopen. Dit doen wij door te adviseren en informeren over vraagstukken die samenhangen met de kern­instrumenten, zoals het omgevingsplan en achterliggende en samenhangende verordeningen. De VNG faciliteert gemeenten om zo goed mogelijk in de geest van de Omgevingswet te werken. Dit doen wij door handelingsperspectief op het werken met de kern­instrumenten te bieden. We identifi­ ceren risico’s en issues, analyseren en prioriteren. De VNG adresseert issues en mitigeert risico’s. Wij bieden overzicht en samenhang.

50

3 – Leefomgeving

Structurele implementatieondersteuning Omgevingswet Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Structurele diensten

De VNG communiceert op een integrale, proactieve en interactieve wijze met de achterban. Hierdoor krijgen gemeenten handelingsperspectief voor het werken met de Omgevingswet. Dit bereiken wij door binnen de Directie Leefomgeving zaken in relatie tot andere thema’s gezamenlijk op te pakken. Het gaat erom dat gemeenten zo goed als (technisch) mogelijk kunnen werken met het nieuwe stelsel van de Omgevingswet. Door verstrekking van informatie en noodzakelijke sturing wordt collectief een goed en stevig proces rondom de werking van de Omgevingswet neergezet. Het grote voordeel hiervan is dat gemeenten niet alle individueel aan zet zijn. Door ondersteuning bij het verder inrichten van producten en processen, organiseren, monitoren, knelpunten signaleren en vragen beantwoorden, wordt de serviceketen verstevigd zowel op landelijk als op lokaal niveau. Door op een effectieve manier gemeenten en ketenpartners bij elkaar te (blijven) brengen voor knelpunten in de praktijk komen partners tot gezamenlijk werkbare oplossingen. Ons andere doel is dat ons aanbod vanuit de VNG optimaal aansluit op de behoefte bij bevoegd gezagen, en dat gemeenten proactief en reactief zich goed ondersteund weten bij het werken onder de Omgevingswet.

Dit doen wij door het bieden van structurele (regionale) implementatie-ondersteuning onder andere door Regionale implementatiecoaches (RIO’s), Bureau implementatieondersteuning (BIO), communicatie en inhoudelijke werkpakketten (VTH, Kerninstrumenten, Financiën en structurele effecten). Doordat de VNG een proactieve rol pakt in het informeren, bijsturen en signaleren, is de VNG een zichtbare partner van gemeenten. De VNG blijft proactief acteren op ontwikkelingen rondom de Omgevingswet. Gemeenten weten dat zij met hun vragen over de Omgevingswet terecht kunnen bij de VNG, ook in het geval van calamiteiten.

Regie en demandorganisatie Omgevingswet / DSO Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Structurele diensten

Wat we willen bereiken, is dat gemeenten zo goed als (technisch) mogelijk kunnen werken met het nieuwe stelsel van de Omgevingswet, in het bijzonder met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en de content. Dat doen wij door een robuuste gemeentelijke vraag­ organisatie (regie & demand) op het DSO. We werken aan inbedding in de lijnorganisatie. Het doel is dat het DSO en content (beter) aan (blijven) sluiten bij de gemeentelijke behoeften. Dit doen wij door het uitvoeren van de regie en demandtaken. Dat betekent: verbetering van het DSO door ophalen, analyseren, prioriteiten laten realiseren, testen voor en met gemeenten, communiceren hierover en monitoren. Door de uitbouw van het digitale stelsel in beeld te brengen, is sturing op deze ontwikkeling mogelijk en wordt zo bijgedragen aan de randvoorwaarden. De activiteiten van de VNG zijn ook in 2024 gericht op belangenbehartiging en dienstverlening. Gemeenten worden gefaciliteerd doordat middels de demand- en regieorganisatie de collectieve vraag door de VNG wordt gebundeld en beheerd. Zo kunnen gemeenten meer invloed uitoefenen. Gemeenten hoeven niet individueel het wiel uit te vinden omdat er collectieve, landelijke oplossingen worden aangeboden.

Implementatieondersteuning aansluiten en digitale ketens Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Ontwikkelbudget

Het DSO Programma ondersteunt gemeenten in hun aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit omvat meer dan het louter technisch aansluiten. De implemen­tatie­ ondersteuning vanuit de VNG is gericht op verantwoorde inwerkingtreding en optimaal gebruik van de wet. Dit item draait om implementatieondersteuning op de digitale ketens. Onder digitale ketens verstaan wij een geordend, verbonden en samenhangend stelsel van landelijke en lokale digitale voorzieningen, standaarden, gegevens, bronnen en afspraken in de keten. Dat doen wij door het bieden van blijvende implementatieondersteuning in de inrichting en het gebruik van de digitale ketens tijdens de transitiefase van Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging van het bouwen (Wkb).

51

3 – Leefomgeving

Implementatieondersteuning en nazorg Omgevingswet Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Ontwikkelbudget

We bieden nazorg en voortdurende implementatieondersteuning aan onze achterban. Dit met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Door de ondersteuning bij het verder inrichten van producten en processen, organiseren, monitoren, knelpunten signaleren en vragen beantwoorden, wordt de serviceketen verstevigd. Door het stimuleren van uitwisseling van kennis en ervaring tussen gemeenten en het verrijken daarvan met VNG-expertise, krijgen gemeenten handelingsperspectief. De interbestuurlijke samenwerking in de regio krijgt een impuls. De serviceketen voor vragen en ondersteuning wordt versterkt door te organiseren, monitoren, knelpunten te signaleren en vragen te beantwoorden.

Nazorg implementatie Omgevingswet Extern gefinancierde activiteiten

In het jaar na de inwerkingtreding biedt de VNG voortdurende nazorg aan haar achterban op verschillende gebieden, denk aan Kerninstrumenten (omgevingsplan), Vergunning, Toezicht en Handhaving, enzovoort. In relatie met andere actuele thema’s bij Leefomgeving. Wat levert dit op? Regionale samenwerking wordt versneld door collectieve oplossingen te bieden. Gemeenten worden ontzorgd in het regelen van een aantal zaken en door kruis­ bestuiving hoeven niet alle gemeenten zelf het wiel uit te vinden. Het product- en diensten­ aanbod wordt snel en vakkundig ontsloten op een manier die aansluit bij de behoeften van bevoegde gezagen. Bevoegde gezagen krijgen gevraagd en ongevraagd advies en informatie over de gemaakte en te maken transitiebeslissingen. De serviceketen wordt versterkt door te organiseren, monitoren, knelpunten te signaleren en vragen te beantwoorden. Bevoegde gezagen krijgen snelle en gedegen antwoorden op hun vragen. Bestuurders hebben direct na de invoeringsdatum inzicht in hoe ze de Omgevingswet kunnen toepassen in de politieke wens en het uitvoeren van de wettelijke taak (bestuurlijke awareness). Gemeenten kunnen het resultaat van participatie op een effectieve en efficiënte wijze zo goed mogelijk laten zijn. Voor deze activiteiten loopt een subsidieaanvraag. Toekenning wordt verwacht in 2024.

Wet Kwaliteitsborging Bouwen Extern gefinancierde activiteiten

In dit item focussen wij ons op een betaalbare positie en werkend juridisch kader waarbinnen de rol van bevoegde gezagen rondom de Wet Kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) is geborgd. Wij bieden nazorg in de implementatie van de Wkb. Dat doen wij door de gevolgen van de uitvoerbaarheid in beeld te brengen en voorstellen te doen om deze van passende acties te voorzien. Door het monitoren van de Wkb en het analyseren van de uitkomsten van die monitoring, wordt beslisinformatie voor (her)onderhandeling over de financiële compensatie opgehaald en beschikbaar gesteld. Door te analyseren welke indicatoren in de proefprojecten voor gevolgklasse 2 en 3 moeten worden meegenomen, wordt de besluitvorming op gevolg­ klasse 2 en 3 voorbereid. De subsidie voor deze activiteiten is aangevraagd maar nog niet beschikt, deze kan in 2024 toegekend worden.

52

3 – Leefomgeving

3.3 Energie en klimaat Omkeringsthema

Gemeenten zijn al enige tijd bezig met de uitvoeringsfase van het Klimaatak­ koord. In deze fase zijn gemeenten in de praktijk aan het uitvinden hoe de energietransitie uitgevoerd kan worden. Tegelijk wordt gewerkt aan de randvoorwaarden om deze uitvoering mogelijk te maken. Op nationaal niveau wordt parallel hieraan gewerkt aan wetgeving en financieringsinstrumentaria. Dit loopt niet altijd met elkaar in de pas; het is een dynamisch thema waar creativiteit en innovatie hand in hand gaan. Het zijn van een betrouwbare partner in de uitvoering én een gedegen aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven staat voor gemeenten centraal. Het thema kenmerkt zich dan ook door een nauwe samenwerking met vele partijen, zeker op nationaal niveau. De VNG ondersteunt gemeenten hierbij. Interbestuurlijke en intermaatschappelijke samen­werking vraagt om intensief contact, niet alleen met gemeenten met ook met de andere partners. Alleen zo kunnen we de puzzel leggen. Het thema is een typisch #omkeringsthema: er valt nog veel te pionieren. Inhoudelijk staan gemeenten aan de lat op het brede terrein van de energietransitie. De VNG zorgt ervoor dat gemeenten hun regierol kunnen pakken, en faciliteert hen met instrumenten en met een pakket aan (digitale) oploopjes, klankbordgroepen en congressen.

Wij zijn opdrachtgever van de programma’s Nationaal Programma Regionale Energiestrategie (NPRES) en Nationaal Programma Lokale Warmte­ transitie (NPLW)) en nemen deel aan verschillende bestuurlijke overleggen. Het is belangrijk om kennis te delen, bijvoorbeeld over de aankomende verplichtingen vanuit Europa en die kennis beschikbaar te stellen waarmee we gemeenten ont­zorgen, zodat zij zich kunnen richten op de praktijk en uitvoering in de lokale context.

53

3 – Leefomgeving

Uitvoeringsondersteuning Klimaatakkoord Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Ontwikkelbudget

De VNG faciliteert gemeenten in het uitvoeren van hun klimaattaken door het agenderen en uitwerken van randvoorwaarden en knelpunten in de gesprekken met het rijk en andere stakeholders. We geven een vervolg aan het herijkingsonderzoek en de uitspraak van de ALV over hoe we de extra ambities van het kabinet oppakken. Hierbij bewaken we de haalbaar­ heid en betaalbaarheid van eventuele extra opgaven die op gemeenten afkomen. We richten ons in 2024 nog meer op de uitvoeringskracht van gemeenten en de uitvoerbaarheid van beleid. Onderdeel hiervan is een traject (ambtelijk en bestuurlijk) over de dilemma’s in de uitvoering en het versterken van deze uitvoeringskracht. In 2024 spelen twee grote thema’s in dit onderdeel: ten eerste is dat de afronding van het onderzoek van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) naar de herijking uitvoerings­ middelen klimaatakkoord. En in het verlengde hiervan: de onderhandelingen daarover met een nieuw kabinet. Vanzelfsprekend doen we dit in nauwe samenwerking en afstemming met onze leden (en mogelijk een besluit op de ALV in de zomer) én interbestuurlijk met de andere decentrale overheden. We zetten hierbij duidelijk een stap vooruit. Ten tweede ligt de focus op de gesprekken rond de hogere ambities op de energietransitie die al staan vanuit Europa en de nationale klimaatwetgeving.

Ook hier zijn we van plan met een eigen voorstel te komen en regie te pakken vanuit de gemeenten. Dit alles natuurlijk samen met gemeenten en onze partners. Daarnaast zijn de samenstelling en ambitie van een nieuw kabinet interessant. In de uitvoeringsondersteuning Klimaatakkoord zijn verdere doelstellingen: Beleidsvorming In 2024 gaan we door met ons traject om landelijk beleidsvorming beter op de uitvoerings­ praktijk van gemeenten te laten aansluiten. Dit doen we via een heldere, logische gover­nance­ structuur waarbij we streven naar (samen)werken als één overheid. Uitvoering Wij helpen gemeenten de uitvoering van het klimaatbeleid effectief vorm te geven. Daarbij kijken we naar regionale samenwerking, capaciteit en kennisontwikkeling bij gemeenten, en het gebruik van data. In 2024 spannen we ons in voor het op orde brengen van de randvoorwaarden voor een succesvolle energietransitie. We richten ons onder andere op barrières in wet- en regel­ geving, raakvlakken met circulaire economie, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en nieuwe vormen van financiering en rechtvaardig klimaatbeleid. Data De VNG zorgt dat gemeenten beschikken over de data die ze nodig hebben voor goede planvorming en monitoring om de uitvoering van de energietransitie in goede banen te leiden en waar nodig bij te sturen.

In 2024 helpen we gemeenten bij het vormgeven van lokale participatie op een manier die past bij hun eigen context. We ontwikkelen bovendien een kennisplan/-programma in afstemming met de sectorclusters. Daarnaast ontwikkelen we kennisproducten op sector­ overstijgende thema’s. Deze producten helpen gemeenten in de uitvoering van klimaatbeleid. Daarbij helpen wij gemeenten een goed overzicht te krijgen van beschikbare kennis en innovatie en goede voorbeelden uit de praktijk.

54

3 – Leefomgeving

Klimaatopgaven sector Elektriciteit & Infra Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Ontwikkelbudget

Binnen dit onderdeel van het programma energie zijn voor 2024 twee hoofdthema’s te identificeren. Allereerst zien we een focus op de verdere vormgeving van de (puzzel rond de) interbestuurlijke samenwerking. Op het terrein van de netcapaciteit en programmering – randvoorwaarden voor de uitvoering van de energietransitie – is de VNG bezig om met het IPO een voorstel te maken voor de regievoering op decentraal niveau. Wij zetten hier een stap naar voren met onze leden. Deze decentrale regievoering vraagt om goede afspraken met de rijksoverheid en partijen zoals de netwerkbedrijven én om het vormgeven van het schakelen tússen de verschillende bestuurslagen op een effectieve manier. Het gaat er immers om dat iedereen de eigen rol goed kan invullen op zo’n manier dat ze elkaar aanvullen. Dit onderdeel vraagt ook om het interbestuurlijk verder ontwikkelen van bijvoorbeeld NPRES. Ten tweede zien we in dit onderdeel een belangrijke stap in 2024 om de gemeentelijke rol te identificeren in het Nationaal Plan Energiesysteem en daar een voorstel voor te doen. Ook hier geldt dat we dit niet in een vacuüm doen en ook hier gaat het juist om het schakelen tussen alle spelers – het is immers een energiesysteem dat we aan het bouwen zijn waar gemeenten samen met anderen in en aan werken.

We zien hier ook een verbinding met de hogere ambities van 55% CO2 reductie die zijn vastgelegd in de Klimaatwet. Daarnaast biedt de VNG ondersteuning bij de steeds groter wordende netcapaciteits­ problematiek, onder andere bij het opstellen van de provinciale Meerjarenprogramma’s Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEKs) en de gemeentelijke inbreng daarin, met name op het vlak van ruimtelijke inpassing in boven- en ondergrond. In 2024 helpen we gemeenten bij de doorvertaling naar de praktijk van zaken die uit de nationale programma’s komen, zoals het Landelijk Actieplan Netcapaciteit. In 2024 ondersteunen we gemeenten op het vlak van nieuwe energiedragers zoals groen gas, waterstof, geothermie en aquatermie én op het vlak van energie-opslag (batterijen) en andere slimme oplossingen om piekvraag te beperken, zoals energy-hubs. We ondersteunen ook in 2024 gemeenten met participatie-instrumenten gericht op draagvlak creëren bij inwoners voor duurzame energietechnieken én infrastruc­ tuur. We starten het gesprek over de financiering van de energietransitie in het licht van de gesprekken over het energiesysteem.

Ondersteuning uitvoering Klimaat Landbouw, Landgebruik, Industrie Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Ontwikkelbudget

Voor gemeenten is nog niet inzichtelijk gemaakt hoe de opgave uit het Klimaatakkoord voor de sector gemeentebreed kan worden uitgevoerd. Hierin brengen we verandering. We zorgen dat gemeenten gericht aan de slag kunnen. Voor wat betreft landbouw en land­ gebruik is in 2024 de uitvoering van het Nationaal Programma Landelijk gebied operationeel en zijn de rollen en verantwoordelijkheden van gemeenten hierin helder en vastgelegd. De klimaatopgave Landbouw en Landgebruik is opgenomen in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Ten aanzien van industrie, ondersteunen we gemeenten bij de totstandkoming van de Cluster Energie Strategieën (CES) de nationale en provinciale MIEKs. We zorgen dat deze goed op elkaar en op de andere processen zoals RES, Warmtetransitie en Mobiliteitstransitie en de regionale energie-infrastructuur worden afgestemd en aansluiten bij de gemeentelijke praktijk. We faciliteren we het gesprek tussen gemeenten onderling én met de andere stake­ holders, we halen op tegen welke belemmeringen gemeenten aanlopen en adresseren die, en we delen ‘best practices’ in de uitvoering.

55

3 – Leefomgeving

Verduurzamingsopgaven gebouwde omgeving Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Ontwikkelbudget

In de Gebouwde Omgeving zien we in 2024 twee grote focuspunten. Allereerst is de laatste tijd meer dan ooit te merken dat de uitvoeringspraktijk bij gemeenten niet altijd synchroon loopt met de ontwikkeling van de randvoorwaarden op nationaal niveau. Dat botst. Boven­ dien zien we dat gemeenten in de praktijk tegen allerlei praktische zaken aanlopen die we niet eerder in beeld hadden en die vragen om een oplossing en/of keuze op nationaal niveau. Als VNG werken we altijd met onze leden aan oplossingsvoorstellen die we proactief inbrengen bij partners. In 2024 voorzien we dat hier meer nodig zal zijn, met als groot voorbeeld de natuurwetge­ ving die eind 2023 tot grote problemen in de uitvoering geleid heeft. Daarnaast zien we in 2024 een volgende stap in de gebiedsgerichte aanpak. De twee grote wetgevingstrajecten worden - als het goed is - afgerond waardoor gemeenten niet alleen regie krijgen op de warmtetransitie maar ook onder andere het recht krijgen om wijken af te sluiten van het aardgas. Hierbij gaan we vanuit de VNG – met NPLW – gemeenten onder­ steunen.

Bovendien pakken we nog een aantal andere zaken op waarbij we steeds verschillende acties ondernemen om gemeenten niet alleen te betrekken bij de ontwikkeling maar ook om de kennis te delen: We maken inzichtelijk hoe gemeenten invulling kunnen geven aan de verduurzamingsopgave gebouwde omgeving op de onderwerpen ‘Warmtevraag en aanbod’, ‘Doelgroepen en Wijkgericht’, ‘Huursector’, ‘Utiliteitssector’ (onder andere label C-verplichting, energie­ besparingsplicht ondernemers/bedrijven) en ’Individuele particuliere woningeigenaren’. Ook ondersteunen we gemeenten in het creëren van draagvlak bij en participatie door bewoners. Op bovengenoemde onderwerpen zorgen we ervoor dat gemeenten in staat zijn hun aanpak te verbinden aan de integrale plannen voor aardgasvrije wijken. Daarbij onder­ steunen we het proces door data beschikbaar te stellen om op de opgave te sturen, in het bijzonder via DEGO (Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving). Tot slot maken we inzichtelijk welke uitvoeringskaders (juridisch, financieel) gemeenten nodig hebben om deze taken uit te voeren en gaan we hierover in gesprek met stakeholders. In 2024 ondersteunen we gemeenten in de nieuwe rol die zij krijgen in de warmtetransitie middels de warmtewet. Daarnaast intensiveren we onze ondersteuning aan gemeenten om bestaande woningen te isoleren om energiearmoede tegen te gaan.

Hierin nemen we de verschillende normeringen die het rijk en Europa op gaan leggen mee, en de rol die gemeenten hier in moeten gaan spelen. Belangrijkst hierbij is het komen tot een juridisch houdbare oplossing voor het vraagstuk rond de natuurwetgeving.

Verduurzaming van de mobiliteitssector Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Ontwikkelbudget

Samen met het rijk en IPO werken wij aan het opzetten van ondersteuning met slagkracht voor gemeenten in de uitwerking van de Regionale Mobiliteitsprogramma’s RMPs. We werken samen met gemeenten aan de vraagarticulatie rond datagedreven werken en bepalen de nodige ondersteuning. We gebruiken het advies rond ‘Grond-, Weg- en Water­ bouw’ (GWW) en zero-emissie doelgroepenvervoer om op basis daarvan onze ondersteuning aan gemeenten te bepalen. Wij brengen naast ‘verduurzaming’ ook ‘verandering’ en ‘vermindering’ (de zogeheten ‘trias mobilica’) onder de aandacht bij gemeenten om de uitvoering te versterken.

56

3 – Leefomgeving

In 2024 continueert de VNG de ondersteuning aan gemeenten bij de ‘trias mobilica’. Wij leggen nog meer de verbinding tussen mobiliteit en de ruimtelijke inrichting van Nederland (RMP’s als kapstok). We gaan aan de slag met data(voorzieningen), die gemeenten helpen hun taken beter uit te voeren en invulling te geven aan Europese verplichtingen.

Datavoorziening Energietransitie Gebouwde Omgeving (DEGO) Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Ontwikkelbudget

De VNG voorziet gemeenten van laagdrempelige data en tools voor het ontwikkelen van hun uitvoeringsplannen. In 2024 zijn gemeenten veel meer dan nu sturend in de woningbouw- en bereikbaarheids­ opgave. Ze hebben, mede door de inzet van de VNG, de beschikking over passende informatie, instrumenten, ondersteuning en financiën om hun taken uit te voeren. Hiermee dragen we eraan bij dat gemeenten meer invloed hebben op voldoende en passende woningen en bereikbaarheid binnen de regio.

Programma verduurzaming gemeentelijk maatschappelijk vastgoed en utiliteit 2024 en 2025 Extern gefinancierde activiteiten

Om de klimaatdoelen in 2030 en 2050 voor maatschappelijk vastgoed te halen, moet de verduurzaming van het gemeentelijke deel worden versneld. Het programma ‘24-’25 draagt hieraan bij door draagvlak bij bestuurders te vergroten, de behoeften van gemeenten te vertalen in instrumenten/projecten en de monitoring van de verduurzaming in kaart te brengen. Hiervoor is subsidie aangevraagd bij BZK maar nog niet beschikt. Deze kan in 2024 toegekend worden, waarmee het programma wordt vervolgd.

57

3 – Leefomgeving

3.4 Regionale economie Propositie

Een gezonde economie en arbeidsmarkt bepalen in belangrijke mate onze welvaart en welzijn. Klimaatdoelstellingen, geo-politieke ontwikkelingen en veranderingen in de beroepsbevolking vergen aanpassingen in het economisch beleid. Op regionaal niveau werken we aan een duurzame economie, waarin ondernemers en mkb (midden- en kleinbedrijf) weerbaar zijn voor laag­ conjunctuur, en bijdragen aan brede welvaart. We willen inzetten op een slimmere economie met nieuwe kansen voor werkgelegenheid en die inspeelt op klimaat, een betere energiebalans, digitalisering en robotisering, circulaire economie. Gebiedsontwikkeling en herontwikkeling fungeren als motor voor de economie; hiermee dragen we bij aan bredere maatschappelijke opgaven als wonen en ondernemen, tegengaan van leegstand, de landbouwtransitie, klimaat en bereikbaarheid. De VNG helpt gemeenten het vestigingsklimaat in de regio te bevorderen waar het aantrekkelijk wonen, werken en ondernemen is.

Ruimtelijke economie Beleidsinzet

Het bevorderen van een duurzame economie brengt nieuwe ruimtelijke keuzes met zich mee. Op veel plekken in Nederland staat de ruimte onder druk, en die druk op de ruimte zal door de energie- en circulaire transities en klimaatverandering en klimaatadaptatie nog verder toenemen. De ruimtelijke puzzel kan niet lokaal of regionaal opgelost worden maar vraagt om samenwerking en continue afstemming tussen gemeenten en regio’s onderling en tussen gemeente, regio, provincie en rijk. Om tot breed gedragen oplossingen te kunnen komen voor stikstofruimte, duurzame en innovatieve bedrijvigheid, bereikbaarheid en leefbaarheid is het nodig om de relatie tussen steden en hun ommeland en tussen regio’s in de Randstad en daarbuiten met nieuwe ogen te bekijken.

58

3 – Leefomgeving

En om daarbij uit te gaan van de kracht van iedere regio. Op welke manier kunnen regio’s gezamenlijk oplossingen vinden en hoe kunnen stedelijke en landelijke gebieden elkaar versterken? En specifieker: hoe kunnen de overheden gezamenlijk zorgen voor ruimtelijke keuzes, schuifruimte en het uitruilen van functies? Dit ten dienste van een gezonde leefomgeving waar inwoners naar tevredenheid kunnen wonen, werken en ontspannen en bedrijven zich goed kunnen vestigen en duurzaam kunnen ondernemen. Heel concreet houden we bijeenkomsten over de nieuwe economie in verschillende regio’s in het land, ter versterking van de positionering van gemeenten.

Versterking economische activiteiten Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Structurele diensten

De VNG ondersteunt gemeenten als het gaat om het bevorderen van een duurzame economie en de daarmee samenhangende transities. Dit tegen de achtergrond van het Nationale Programma Circulaire Economie, de rijksprogramma’s werklocaties en mkb-dienst­ verlening en ondersteuning, de regiodeals en de ruimtelijke inpassingsvraagstukken. Daarbij richten we op dienstverlening aan en ondersteuning van het brede mkb als motor van de regionale economie en werkgelegenheid. Ook zetten we ons in voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt door te begeleiden van werk naar werk en een leven lang ontwikkelen. Ten derde gaat het om ruimte voor werken: transformatie en ondersteuning van vitale binnensteden en centra, voldoende en aantrekkelijke werklocaties. Onze doelen zijn in 2024 drieledig: we versterken het vestigingsklimaat in samenwerking met het mkb. We leveren een regionale HCA agenda (Human Capital Agenda) op en we versterken het datagedreven werken. Voor een weerbare, toekomstbestendige (lokale en regionale) en duurzame economie is samenwerken key en spelen data en het datagedreven werken een steeds prominentere rol. Daarom werkt de VNG samen met gemeenten en diverse partners aan een duurzame economie, het versterken van het verdienvermogen en een krachtige arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt die steeds krapper én digitaler wordt.

Dit tegen de achtergrond van een groot aantal met elkaar samenhangende en impactvolle transities op het gebied van onder meer energie en klimaat, woningbouw en bereikbaarheid. De VNG ondersteunt gemeenten bij hun inspanningen om de werkgelegenheid te vergroten en het realiseren van een stevig vestigingsklimaat (sociale en fysieke infrastructuur). Dit vanuit het perspectief van Brede Welvaart én tegen de achtergrond van de publicatie ‘Elke regio telt’. Gericht op een leefomgeving waar inwoners goed kunnen wonen, werken en ontspannen en bedrijven zich goed kunnen vestigen en duurzaam kunnen ondernemen.

59

4 Lokaal bestuur en veiligheid 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Vitale lokale democratie De veilige gemeente Gemeenterecht Gemeentefinanciën Werkgeversfunctie

60

Liesbeth Spies Burgemeester Alphen aan den Rijn, voorzitter VNG-commissie Bestuur en Veiligheid

Andries Kok Directeur VNG Lokaal Bestuur en Informatiesamenleving

Betrouwbare overheid Liesbeth Spies: “We willen dolgraag af van het imago ‘vereniging nooit genoeg’. We snakken naar nieuwe interbestuurlijke verhoudingen.” Andries Kok: “Eens, de vorming van het regeerakkoord is een moment waarop de bakens verzet worden, een kans op betere randvoorwaarden. Er is nog steeds een financieel gat vanaf 2026. Langjarig investeren vraagt om structureel financieel perspectief.” Liesbeth Spies: “Mensen verwachten bestaanszekerheid van gemeenten, terwijl de randvoorwaarden daarvoor van het rijk komen. Het onderscheid tussen rijk en gemeenten bestaat voor de meeste mensen niet. Gemeenten zijn er klaar voor om als gelijkwaardige partner te opereren. Uitvoeringstoetsen over elke nieuwe wet zijn ontzettend belangrijk.” Andries Kok: “Ik onderschrijf het grote belang van een check op de juridische bevoegdheden en een onafhankelijke doorrekening van de financiën van een nieuwe wet. Goed beleid begint bij goede wetgeving. Maar met alleen regels ben je nog geen goede overheid.”

61

Liesbeth Spies: “Soms is overheid zijn ‘leed toevoegen’, zoals Geerten Boogaard dat zegt. Je moet weleens keuzes maken waarvan je op voorhand weet dat niet iedereen daar blij mee is. Demonstratierecht is daar een actueel voorbeeld van. We faciliteren demonstraties, maar die kunnen schuren met andere grondrechten. Keuzes maken doet soms ‘zeer’. We willen veel tegelijk en onze ruimte is letterlijk en figuurlijk schaars.” Andries Kok: “Het is balans vinden tussen nabijheid en afstand. Als betrouw­ bare overheid moeten we soms moeilijke keuzes durven maken. Als mensen betrokken worden en zich gehoord voelen, is óók een pijnlijke boodschap uit te leggen.” Liesbeth Spies: “We hebben inderdaad helderheid te geven over spelregels en kaders. We bezinnen ons op de vraag hoe we ons verhouden tot de gepolari­ seerde samenleving. Wat kunnen we raden en colleges aanreiken? Bijvoorbeeld andere vormen van participatie en directe democratie.” Andries Kok: “We willen als VNG bijdragen aan participatieve besluitvorming. En we gaan dit jaar bovendien extra helpen bij de aanpak van tekorten op de arbeidsmarkt. Een groeiende uitdaging zeker omdat binnen nu en 7 jaar bijna 30 procent van alle ambtenaren met pensioen gaat.

We analyseren wat werkbare oplossingen en innovaties zijn en delen die kennis met onze leden.” Liesbeth Spies: “De arbeidsmarktkrapte is ook voelbaar binnen het veiligheids­ domein. Binnen de strafrechtketen zijn grote capaciteitsproblemen. Steeds vaker worden bestuursrechtelijke instrumenten ingezet zoals de sluiting van een pand door een burgemeester. De overbelasting van de politie voedt de discussie over de inzet van boa’s. Want ze zijn geen duizenddingendoekje. Koester de inzet van boa’s op het gebied van leefbaarheid. Met steeds nieuwe fenomenen is daar nog veel te doen.” Andries Kok: “Vanuit de verenigingsstrategie gaan we meer aandacht geven aan regionale samenwerking.” Liesbeth Spies: “Laat het nieuwe kabinet alsjeblieft ver weg blijven van allerlei structuurdiscussies daarover. Daar heb ik een broertje dood aan.” Andries Kok: “Wij willen onze energie steken in de vraag hoe je het maximale uit samenwerking haalt. Hoe zorg je ervoor dat raadsleden zich betrokken voelen? Welke lessen kun je trekken?” Liesbeth Spies: “In 2024 geven we ook invulling aan het rapport ‘Elke regio telt’. Waarbij we onderstrepen; het gaat om élke regio.” Andries Kok: “Het is echt nodig dat rijksbeleid rekening houdt met regionale en lokale omstandigheden. Zodat het nieuwe kansen oplevert, in plaats van belemmeringen. Dat gaan we als VNG articuleren.

Maar de bal ligt ook bij onszelf: laten we in lijn met de verenigingsstrategie ook zelf ideeën ontwik­ kelen.” Liesbeth Spies: “Onze kracht ligt in het opereren als eenheid. Binnen de vereniging zijn onze onderlinge verschillen relatief klein, als je dat vergelijkt met onze grote overeenkomsten.”

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=fd153c38-e1e8-49e7-bcd6-e1fb8febdada