CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Complete set vergaderstukken

Commissie Plenair 20 november 2023, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Aandachtspunten Najaars Algemene Ledenvergadering VNG d.d. 1 december 202331.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

-

14-

De voorzitter wil bij de behandeling van dit agendapunt eerst het woord geven aan enkele insprekers over het “feit van de benoeming”. Dat gaat derhalve nog niet om de ondersteuning van een van de beide kandidaten, maar om de procedure. Insprekers over feit van de benoeming Foort van Oosten, burgemeester Nissewaard, geeft aan dat wij blij mogen zijn dat er twee prachtige kandidaten zijn voor het vicevoorzitterschap. Een kandidaat die is voorgedragen door de Voordrachtscommissie en een andere kandidaat die wordt gesteund door een groot aantal gemeenten. Waarom zou de VNG geen profijt kunnen hebben van de kwaliteiten van beide kandidaten? Zo een oplossing is buiten de orde van de vergadering en wijkt af van de geldende procedure. Dat zou dus ook een werkafspraak vergen om het werken met twee vicevoorzitters ook formeel mogelijk te maken. Roelof Bleker, burgemeester Enschede, sluit zich bij deze suggestie aan. Er gaat niets boven Groningen, maar ook de wijsheid uit het oosten kan de VNG goed gebruiken. De beide kandidaten voor het vicevoorzitterschap en de nieuwe voorzitter, Sharon Dijksma, hebben aangegeven zich te kunnen vinden in deze oplossing als de ledenvergadering daarvoor zou kiezen. Jos Wienen, burgemeester Haarlem, geeft aan in principe geen voorstander te zijn van het afwijken van de procedure.

In dit geval ziet hij echter reden om in het belang van de vereniging een uitzondering op de regel te maken. Hij sluit zich aan bij het voorstel. Aant Jelle Soepboer, wethouder Noardeast Fryslân, geeft aan verrast te zijn door dit spontane voorstel waarop de leden zich niet hebben kunnen voorbereiden. Hij maakt de vergelijking met een schaakpartij die hij heeft meegemaakt, waarin er een duidelijke winnaar aan zat te komen maar beide spelers uiteindelijk toch akkoord gingen met remise. Beide spelers zijn ontevreden naar huis gegaan. Daarom wil hij graag gewoon stemmen over de beide kandidaten. De voorzitter geeft aan dat het spontane ordevoorstel om met twee voorzitters te werken ook voor hem als een verrassing komt. Hij stelt vast dat beide kandidaten, indien de leden daarvoor zouden kiezen, bereid zijn om gezamenlijk de taken van het vicevoorzitterschap op zich te nemen. Op basis van het gevoerde gesprek legt hij de leden het volgende ordevoorstel voor.

Ordevoorstel: - Optie 1: u geeft ons als bestuur opdracht om in de Najaars ALV een voorstel te doen om de mogelijkheid van een tweede vicevoorzitter te formaliseren én vraagt de beide kandidaten in overgangsperiode juni-december de taken van het vicevoorzitterschap op zich te nemen - Optie 2: u kiest voor het doorgaan van de reguliere stemming over de kandidaten voor het vicevoorzitterschap.” Het ordevoorstel wordt in stemming gebracht. Uitslag stemming: de leden kiezen voor optie 2 van het ordevoorstel met een meerderheid van 51,02% van de stemmen. 14

-

15Verkiezing vicevoorzitter De voorzitter geeft aan dat na het verwerpen van het ordevoorstel nu de verkiezing van de vicevoorzitter aan de orde is. Voorafgaand aan de stemming zal de voorzitter het woord geven aan: - René Verhulst, voorzitter van de Voordrachtscommissie, voor een toelichting op het gevolgde proces en de voordracht van de Voordrachtscommissie - Eventuele andere insprekers -

Koen Schuiling, voorgedragen kandidaat Voordrachtscommissie Mark Boumans, de door Doetinchem gestelde andere kandidaat.

René Verhulst, voorzitter van de Voordrachtscommissie, geeft aan zijn toelichting kort te houden. De verhalen van de beide kandidaten staan voorop. Wat het gevolgde proces betreft, de Voordrachtscommissie draagt statutair voor iedere vacature één kandidaat voor. Dus er moest worden gekozen. De Voordrachtscommissie heeft zich gebaseerd op de profielschets voor de vicevoorzitter en op de verwachtingen van de nieuwe vicevoorzitter, In de metafoor va Saint Patrick: de vicevoorzitter moet “onder-naast-in-boven” de voorzitter kunnen werken. Los van de gemaakte afweging binnen de Voordrachtscommissie staat centraal dat de vicevoorzitter er moet zijn voor alle gemeenten met al hun problemen en ervaringen. Koen Schuiling, burgemeester Groningen, geeft een toelichting op zijn kandidatuur. Hij spreekt van een fantastisch mooi moment waarop hij met medekandidaat Mark Boumans voor de leden staat. Zij kennen elkaar al geruime tijd en hebben beiden hart voor de publieke zaak. Voor Koen Schuiling staat de wens tot samenwerking centraal, met provincies, waterschappen, regio’s en alle andere relevante partijen samenwerken. In Groningen heeft hij op zware dossiers ervaring opgedaan en heeft hij ook gesprekken gevoerd met het Rijk. Hij benadrukt dat het nu gaat om het belang en de eenheid van de vereniging. Mark Boumans, burgemeester Doetinchem, geeft een toelichting op zijn kandidatuur.

Hij toont zich allereerst dankbaar voor het mooie Congres in Groningen. Koen Schuiling was zijn eerste baas toen hij werkzaam was voor de gemeente Groningen. Hij bewaart daar goede herinneringen aan. Er staan nu twee goede kandidaten voor de leden en die moeten vooral stemmen op de kandidaat van hun voorkeur. Stemming over kandidaten vicevoorzitter De twee kandidaten worden in een stemming aan de leden voorgelegd. Uitslag stemming: de leden kiezen Mark Boumans als vicevoorzitter met 61,09% van de stemmen.

Overdracht voorzitterschap Voorzitter Jan van Zanen geeft aan dat na acht jaar een einde komt aan zijn voorzitterschap van de vereniging, dat hij altijd met veel plezier heeft uitgeoefend. Hij heeft er alle vertrouwen in dat de nieuwe voorzitter, Sharon Dijksma, alle plannen en ambities van de VNG verder zal weten te brengen. Dat is overigens niet altijd even gemakkelijk met de diverse achterban van ruim 340 gemeenten. Hij geeft aan afscheid te nemen als voorzitter, maar nog wel actief te blijven in de commissie Europa en Internationaal. Met de overhandiging van de voorzittershamer draagt hij ook symbolisch het voorzitterschap over aan Sharon Dijksma. 15

-

16-

Sharon Dijksma, de nieuwe voorzitter, vraagt Jan van Zanen om nog even te blijven voor een persoonlijke boodschap. Zij stelt vast dat de staande ovatie die hij van de leden kreeg blijk geeft van de grote waardering voor zijn inzet. Jan was er altijd en was ook zeer toegankelijk. Tegelijkertijd kon hij de hakken in het zand zetten wanneer dat in het belang van de gemeenten noodzakelijk was. Zij wil Jan namens het bestuur graag een blijk van waardering meegeven. Allereerst wijst zij op zijn grote inzet te behoeve van de positie van lokale politieke partijen, zowel binnen en buiten de vereniging. De VNG en het Kennispunt lokale politieke partijen zullen jaarlijks een “Jan van Zanen lezing lokale politieke partijen” gaan organiseren. Daarnaast heeft het bestuur besloten om hem het erevoorzitterschap van de vereniging toe te kennen. Zij overhandigt hem de bijbehorende oorkonde. Jan van Zanen geeft aan dankbaar te zijn voor de toekenning van het erevoorzitterschap, de instelling van de jaarlijkse “Jan van Zanen lezing lokale politieke partijen” en de waardering die hij van iedereen heeft mogen ontvangen. De voorzitter geeft aan dat de inzet van Jan in de afgelopen periode ook kort in beeld wordt gebracht met een filmpje.

< Filmpje over inzet Jan voor de VNG ingesproken door voormalig vicevoorzitter Hubert Bruls > Speech Sharon Dijksma De voorzitter houdt een speech, waarin zij ingaat op haar ambities als voorzitter voor de komende jaren. Daarbij staat zij stil bij haar eigen jeugd in Groningen, het weerstaan van de verleiding om stad en platteland tegenover elkaar te stellen, de gelijke taken van gemeenten en behoefte aan onderlinge solidariteit, de uitdagingen om met gemeenten op basis van de Verenigingsstrategie 2030 “een stap naar voren te zetten” en het Rijk te overtuigen om in gemeenten te investeren. De volledige speech is hier terug te vinden: https://vng.nl/sites/default/files/2023-06/speech-vngvoorzitter-sharon-dijksma-vng-jaarcongres-2023.pdf

10. Verenigingsstrategie 2030 De voorzitter geeft aan dat de Verenigingsstrategie 2030 als volgt zal worden behandeld: -

Eerst de behandeling van de motie De Bilt “Van onderop naar de top”, waarop het bestuur een positief preadvies heeft uitgebracht Daarna gelegenheid om in te spreken bij dit agendapunt Tenslotte de stemming over het voorstel voor de Verenigingsstrategie 2030.

Motie De Bilt Gilbert Isabella, burgemeester van Houten, geeft een toelichting op de motie. Hij roept het bestuur op om in de Verenigingsstrategie 2030 de gelijkwaardige inbreng van verschillende netwerken goed te borgen. Ook moeten de netwerken een goede positie krijgen in de omkeringsstrategie en de VNGgovernance. Benut de kracht van de netwerken, inclusief de provinciale afdelingen, voor een 16

-

17daadkrachtige en levendige vereniging. De motie beoogt niet om te komen tot een nieuwe formele governance, maar richt zich op een goede positie van alle netwerken.

De voorzitter kan zich helemaal vinden in deze inbreng en stelt voor de motie over te nemen en aan de slag te gaan. De voorzitter stelt vast dat er geen stemming over de motie wordt verlangd en dat de motie bij acclamatie wordt aangenomen. Verenigingsstrategie 2030 De voorzitter geeft aan dat zich geen insprekers hebben aangemeld. Het voorstel voor de Verenigingsstrategie 2030 wordt in stemming gebracht. Uitslag stemming: het voorstel is aangenomen met 99,77% van de stemmen.

08. Verantwoording bestuur over uitvoering moties De voorzitter geeft aan dat de leden op 17 mei jl. een voorstel verantwoording door het bestuur over de uitvoering van moties heeft ontvangen en op 5 juni jl. nog zijn geïnformeerd over een aanvulling op de tekst bij de verantwoording over de motie Gorinchem over “streekziekenhuizen”. Het bestuur stelt de leden voor: - in te stemmen met de verantwoording door het bestuur over de uitvoering van de moties die in de Najaars ALV van 2 december zijn aangenomen en de eerder aangehouden moties. Bij dit agendapunt behandelen we ook in totaal 14 nieuwe moties, die niet bij een ander agendapunt worden behandeld. Ook komt hier de inbreng aan bod van insprekers die geen motie indienen maar wel aandacht vragen voor hun onderwerp. De voorzitter geeft aan dat dit agendapunt als volgt wordt behandeld: - Eerst behandeling van de nieuwe moties -

Daarna woordvoering door de insprekers die geen motie hebben ingediend Tenslotte behandeling van het voorstel voor de verantwoording van het bestuur over de uitvoering van eerdere moties.

Behandeling nieuwe moties De voorzitter geeft aan dat wij een groot aantal moties hebben ontvangen. De tijd om deze moties te behandelen is helaas beperkt. Daarom zal zij straks bij de moties, waarop het bestuur een positief preadvies heeft uitgebracht, de indieners van de motie steeds vragen: - of een nadere toelichting op het podium nodig is - of zij kunnen instemmen met het bij acclamatie vaststellen van de motie. Als iemand in de zaal bezwaar heeft tegen het stemmen bij acclamatie vraagt zij om dit duidelijk kenbaar te maken. Motie Bronckhorst “Directe vertegenwoordiging gemeenten in regionale overleggen acute zorg (ROAZ)” De voorzitter geeft aan dat het bestuur in zijn preadvies deze motie ontraadt. 17

-

18-

Evert Blaauw, wethouder Bronckhorst geeft een toelichting op de motie. Gemeenten hebben onvoldoende inspraak in besluiten over het sluiten en afschalen van acute zorg. Daarom bevat de motie een oproep aan het bestuur om in te zetten op directe vertegenwoordiging van gemeenten in de ROAZ. Cathalijne Dortmans geeft een reactie namens het bestuur. Zij geeft aan dat het bestuur de motie ontraadt omdat directe vertegenwoordiging van gemeenten in de ROAZ niet haalbaar en niet wenselijk is. Gemeenten gaan namelijk niet over dit onderwerp. Bij de verantwoording over de eerdere motie van de gemeente Gorinchem over dit onderwerp heeft het bestuur toegelicht hoe gemeenten zich wel kunnen verhouden tot de ROAZ. Evert Blaauw, wethouder Bronckhorst, geeft aan dat de huidige regelgeving onvoldoende zekerheid biedt voor gemeenten. De motie wordt in stemming gebracht. Uitslag stemming: de motie is verworpen met 16,64% van de stemmen. Motie Ridderkerk “Meerderheidsbelang van het Rijk in regionale netbeheerders via uitgifte nieuwe aandelen” De voorzitter geeft aan dat het bestuur in zijn preadvies deze motie ontraadt. Kees van der Duijn Schouten, wethouder Ridderkerk, geeft een toelichting op de motie. Hij geeft aan dat om de energietransitie te laten slagen regionale stroomnetten beter moeten worden benut. Om te versnellen is kapitaal nodig en er wordt op dit moment nog te weinig opgehaald.

Ook is de huidige besluitvorming te weinig voortvarend. Een meerderheidsbelang van het Rijk biedt precies de oplossing die nodig is. Lot van Hooijdonk, commissievoorzitter Economie, Klimaat, Energie & Milieu, geeft een reactie namens het bestuur. Zij deelt de zorgen over netwerkcongestie. Toch ontraadt het bestuur de motie omdat deze teveel voorsorteert op één oplossing voor één van de problemen. De problematiek is echter breder en er zijn ook meer mogelijke oplossingen. De VNG wil daarom met alle betrokken partijen komen tot omvattende oplossingen voor de bredere problematiek. Kees van der Duijn Schouten, wethouder Ridderkerk, geeft aan dat deze specifieke problematiek zeer urgent is en het daarom wel wenselijk is om via een meerderheidsbelang van het Rijk op korte termijn daar iets aan te doen. De motie wordt in stemming gebracht. Uitslag stemming: de motie is verworpen met 13,40% van de stemmen.

18

-

19-

Inspreker op bredere thema klimaat en duurzaamheid Tanja de Jonge, wethouder Dordrecht, constateert dat er verschillende initiateven lopen op het bredere thema van klimaat en duurzaamheid. Om voldoende tempo te kunnen blijven ontwikkelen zijn zes uitgangspunten van belang: - Gemeenten moeten beschikken over voldoende structurele financiële middelen - Er moet een verplicht energielabel voor woningen komen -

Bij de Wet collectieve warmte moet toereikende financiering en voldoende aandacht voor gebruikers zijn De spanningsnetten moeten voorzien in de lokale behoefte In regelgeving moet de mogelijkheid worden opgenomen van lokale energiesystemen Elke doelgroep moet meekunnen in de transitie.

Lot van Hooijdonk, commissievoorzitter Economie, Klimaat, Energie & Milieu, is het helemaal eens met dit verhaal. He is belangrijk om continu met elkaar het gesprek hierover te blijven voeren. Dat gebeurt overigens morgen alweer. Verder is de herijking van middelen volgend jaar van groot belang. Behandeling moties met positief preadvies De voorzitter geeft aan dat nu de moties worden behandeld waarop het bestuur een positief preadvies heeft uitgebracht. Zij zal de indieners steeds vragen of een nadere toelichting op het podium nodig is en of zij kunnen instemmen met het bij acclamatie vaststellen van de motie. Motie Reusel-De Mierden “Uitvoering Landelijke Beeindingsregelingen veehouderijlocaties” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Súdwest Fryslân e.a. “CAO Samen aan de slag: compensatie voor financiële achteruitgang werknemers met een beperking” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Losser “Openbreken cao SW en cao Aan de Slag” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie.

De motie wordt bij acclamatie aangenomen.

19

-

20Motie Heemstede e.a. “Geen Network and Information Security 2 (NIS2) in de keten, voordat we iets weten” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Ede “Vereenvoudigen en versoepelingen procedure korte wapenstok boa’s” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie.

René Verhulst, burgemeester Ede, benadrukt dat de motie geen oproep is om tot bewapening te komen, maar een oproep om mogelijk te maken dat gemeenten die dat willen ook in de gelegenheid zijn om van dit instrument gebruik te maken. De huidige procedure is te complex en neemt teveel tijd in beslag. Guido van Vulpen, wethouder Wageningen, geeft aan te hechten aan de huidige zorgvuldige procedure. De gemeente zal daarom tegen de motie stemmen. Liesbeth Spies, commissievoorzitter Bestuur & Veiligheid, reageert namens het bestuur. Zij geeft aan dat het principiële besluit om gebruik van de korte wapenstok mogelijk te maken reeds is genomen. In de praktijk blijkt de procedure inderdaad niet werkbaar. Hier is de VNG reeds met de minister over in gesprek. De motie wordt in stemming gebracht. Uitslag stemming: de motie is aangenomen met 92,99% van de stemmen. Motie Hoeksche Waard “Bijdrage structurele financiële middelen van het Rijk voor de uitvoering van de Omgevingswet” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie De Bilt e.a.

“Duidelijkheid over beschikbare financiële middelen voor invoeringskosten Omgevingswet” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie. De motie wordt bij acclamatie aangenomen.

20

-

21Motie Oostzaan “Financiering bodemtaken door gemeenten na invoering Omgevingswet” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Papendrecht “Verandering opzet Werkkostenregeling in relatie tot politieke ambtsdragers” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Land van Cuijk “Verhogen NHG norm voor woonwagens en standplaatsen” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Hoorn “Starterslening voor woonwagenbewoners” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie. De motie wordt bij acclamatie aangenomen. Motie Buren “Treffen regeling gebruik chemische bestrijdingsmiddelen in relatie tot omvang spuitzones ten behoeve van woningbouw” De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is om de motie toe te lichten en dat de gemeente instemt met besluitvorming bij acclamatie.

Martine de Bas, wethouder Buren, wijst op de onduidelijkheid die vaak bestaat over de uit het oogpunt van gezondheid verantwoorde afstand tussen woningbouw en terreinen waarop bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Het is wenselijk dat op basis van actuele wetenschappelijke actuele inzichten duidelijke regels worden gesteld. Voor een deel van de gemeenten vormt dit een groot probleem. Liesbeth Grijsen, commissievoorzitter Ruimte, Wonen en Mobiliteit, reageert namens het bestuur. Zij geeft aan dat het bestuur de motie interpreteert als een oproep om te komen tot een verantwoord wetenschappelijk advies zodat we tot een heldere afspraak over een veilige afstand komen. Met die interpretatie steunt het bestuur de motie. De motie wordt in stemming gebracht. Uitslag stemming: de motie is aangenomen met 86,22% van de stemmen.

21

-

22Inspreker zonder motie Sabine Schipper, raadslid van Zwijndrecht, vraagt aandacht voor de invulling van het voorzitterschap van de raad. Zij dient geen motie in, maar vraagt de VNG wel om de lokale afweging van gemeenteraden ten aanzien van het voorzitterschap van de raadscommissies blijvend onder de aandacht te brengen van de minister. Aanleiding voor het verzoek is de intrekking op 30 mei door de indieners van het initiatiefwetsvoorstel “Vervallen verplicht voorzitterschap commissies door raadsleden, statenleden en eilandsraadsleden”. Het wetsvoorstel strekte ertoe de verplichting van een interne voorzitter te schrappen, waardoor de gemeenteraad de mogelijkheid krijgt om ook nietraadsleden te benoemen tot voorzitter. Gelet op de grote werkdruk van raadsleden is dit een slechte ontwikkeling. Deze oproep is een ondersteuning van het VNG-standpunt. Liesbeth Spies, commissievoorzitter Bestuur & Veiligheid, reageert namens het bestuur. Zij geeft aan dat de oproep in lijn is met de inzet van de VNG en dat de VNG zeker bereid is om dit punt bij de minister nogmaals onder te aandacht te brengen.

Bestuursvoorstel verantwoording uitvoering afdoening moties De voorzitter geeft aan dat zich geen insprekers hebben aangemeld voor het voorstel van het bestuur aan de leden om in te stemmen met de verantwoording door het bestuur over de uitvoering van alle in de Najaars ALV van 2 december ingediende moties en de eerder aangehouden moties. De voorzitter stelt vast dat er geen stemming wordt verlangd en dat het voorstel bij acclamatie wordt aangenomen.

11.

Rondvraag/WVTTK

De voorzitter geeft aan dat zich geen insprekers hebben aangemeld voor de rondvraag. Zij kijkt terug op een zeer geslaagd Congres en bedankt daarvoor de gastgemeente Groningen en burgemeester Koen Schuiling, de medewerkers van het VNG-bureau en VNG Connect en alle anderen die een bijdrage aan dit congres hebben geleverd! De voorzitter geeft aan dat, zoals gebruikelijk, aan het einde van dit Congres de gastlocatie van het VNG Congres voor het komend jaar zich bekend zal maken. De nieuwe gastgemeente zal zich op een eigen originele wijze presenteren. Zij dankt alle deelnemers voor hun aanwezigheid en spreekt de wens uit elkaar volgend jaar opnieuw te treffen. < Gastgemeenten VNG Congres 2024: “Het groene hart” >

22

05. VNG JAARPLAN EN BEGROTING 2024 Bijlage bij ledenbrief 3 november 2023: “Uitnodiging Najaars ALV 1 december 2023” Gevraagd besluit Kennis te nemen van VNG jaarplan en begroting 2024. Toelichting Aanleiding Tijdens de Algemene Ledenvergadering op 14 juni 2023 is de Kadernota voor 2024 vastgesteld. Op hoofdlijnen zijn de plannen en ontwikkelingen ten aanzien van de beleidsinzet en de diensten en producten vanuit de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) beschreven. Daarin is een vijftal nieuwe proposities opgenomen en een viertal nieuwe structurele diensten toegevoegd. Op dat moment kon nog niet worden voorzien dat dit najaar verkiezingen voor de Tweede Kamer zijn. De kabinetsformatie wordt dé gelegenheid om onze omkeringsthema’s te agenderen. Ook voor het Jaarplan geldt dat de Verenigingsstrategie 2030 de kapstok vormt en dat de maatschappelijke opgaven voor gemeenten uitgangspunt zijn. In het Jaarplan staat hoe binnen de gestelde kaders uitvoering wordt gegeven aan deze uitdagingen. Ook is de begroting voor 2024 bijgevoegd, waarmee inzichtelijk wordt hoe de beschikbare middelen op verschillende thema’s worden ingezet. Het Jaarplan wordt ter kennisname aan de leden voorgelegd.

Leeswijzer Jaarplan We openen dit VNG-brede Jaarplan met een hoofdstuk over een krachtige lokale overheid, waarin we ingaan op de plek die we als eerste overheid willen en moeten innemen in het openbaar bestuur. In elk hoofdstuk zijn de beleidsinzet, de structurele diensten en ontwikkelactiviteiten vanuit de GGU en de extern gefinancierde activiteiten opgenomen. Wat is nieuw? Extra ondersteuning aan de leden met de volgende vijf proposities. 1. Ontwikkelagenda gezond leven Gezond en Actief Leven Akkoord IZA/GALA (paragraaf 2.3) 2. Programma’s fysieke leefomgeving (paragraaf 3.1 en 3.4) 3. Inkoop en aanbesteden (paragraaf 6.5) 4. VNG Academie en Kennishub (paragraaf 1.3) 5. Arbeidsmarktkrapte (paragraaf 4.5) Daarnaast zijn in het Jaarplan vier nieuwe structurele diensten verwerkt, te weten: a. Structurele dienstverlening Omgevingswet b. Haven-standaard c. Single Digital Gateway invoervoorziening d. Doorontwikkeling Informatie Beveiligingsdienst.

Begroting 2024 De begroting betreft de organisatie van de VNG, waarbij VNG Diensten B.V. en dochterbedrijven buiten beschouwing zijn gelaten. De inkomsten bestaan enerzijds uit contributie en de inzet eigen vermogen en anderzijds uit subsidies en het Fonds GGU. In de VNG begroting zijn deze laatste twee opgenomen zonder resultaatseffect. Opbrengsten en kosten zijn aan elkaar gelijk. De in de begroting gepresenteerde omvang van het GGU-fonds is € 70,8 miljoen, met een eigen bijdrage van de leden ter hoogte van 67,49 mln. Deze eigen bijdrage is al in de ALV van juni door de leden vastgesteld. In de begroting staan ook projecten waarvoor de VNG vrijwel zeker subsidie krijgt. Verplichtingen ten laste van subsidies worden pas aangegaan als de toezegging definitief is. Bijlagen: VNG Jaarplan 2024 (inclusief begroting 2024)

VNG Jaarplan 2024 Inleiding

Beleidsinzet & Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering

1

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag 26 oktober 2023

1

Inhoud Inleiding

4

1 Een krachtige lokale overheid

7

1.1 1.2 1.3 1.4

Verenigingsstrategie Visie Nederland 2040 Kennis en leren Kabinetsformatie

2 Inclusieve Samenleving 2.1 2.2 2.3 2.4

Jeugd en kansengelijkheid Bestaanszekerheid Gezond leven Platform sociaal domein

3 Leefomgeving 3.1 3.2 3.3 3.4

10 12 13 15

16 20 25 31 37

40

Fysieke leefomgeving Omgevingswet Energie en klimaat Regionale economie

43 50 53 58

4 Lokaal bestuur en veiligheid

60

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Vitale lokale democratie De veilige gemeente Gemeenterecht Gemeentefinanciën Werkgeversfunctie

63 67 71 73 76

5 Digitale Samenleving

78

5.1 5.2 5.3 5.4

2

Agenda Digitale Veiligheid Agenda Digitale Grondrechten en Ethiek (Interbestuurlijke) datastrategie Trends en Innovatie

81 85 88 92

6 Versterken Lokale Uitvoering 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5. 6.6

Inclusieve dienstverlening Digitale overheid Open overheid en archieven Uitvoerbaarheid en uitvoeringskracht Collectieve inkoopkracht, beleid, uitvoering en beheer Risicobeheer

7 Europa en international 7.1 7.2

94 97 101 108 110 113 116

119

Europa Internationaal

122 124

8 De organisatie

126

8.1 8.2 8.3 8.4

Verenigingsondersteuning Communicatie VNG Connect:verbindende kennismakelaar Bedrijfsvoering

9 Financiën

3

129 131 132 134

136

Inleiding

Stap naar voren! In 2024 gaat het om een forse eerste stap waarmee we invulling geven aan onze verenigingsstrategie. Vele stappen zullen nog volgen op onze weg tot 2030. Centraal staat de ambitie om de rol van eerste overheid met verve te spelen. Dat is een grote verantwoordelijkheid. Wat we ons als collectief van gemeenten ook heel krachtig realiseren. Je kunt pas een betere overheid zijn als inwoners weten dat ze kunnen rekenen op gemeenten als hun bondgenoot. De vraag of beleid uitvoerbaar is, moet dan ook vroegtijdig gesteld worden. We komen in de problemen wanneer het rijk ons forceert om wetten, regels en plannen uit te voeren zonder daar passende middelen en bevoegdheden bij aan te reiken. Alhoewel het in onze aard zit om daar met de beste wil weer chocola van te maken, is het natuurlijk oneindig veel effectiever om daarover vooraf goed denkwerk te verrichten. Dat is de sleutel tot het herwinnen van vertrouwen in de maatschappij. Ik zie dat als de grootste opgave, die als het ware boven alle actuele maatschappelijke vraagstukken hangt. Dat kunnen we gezamenlijk bereiken door vanuit inwoners en ondernemers te denken. Daar is de lokale overheid dé aangewezen bestuurslaag voor. De kabinetsformatie wordt de gelegenheid om onze omkeringsthema’s te agenderen. De overheid moet menselijker, krachtiger en groener, wat ook aansluit op de Visie Nederland 2040.

In een tijd van grote transities en onrust hebben we bestaanszekerheid voor mensen te garanderen. Wat mij betreft gaan we er samen een goed jaar van maken waarin de verenigingsstrategie ons richting geeft. Met vertrouwde belangenbehartiging vanuit de VNG. En nieuw elan voor de ondersteuning van de uitvoering. Dat doen we schouder aan schouder. Met 170.000 gemeente­ ambtenaren die één bestuurslaag vormen. In een tijd van arbeidsmarktkrapte hebben we elkaar ontzettend hard nodig. Ik hoop dat u dit Jaarplan ook leest als een uitnodiging. Een uitnodiging om gezamenlijk op te trekken, en samenwerking te zoeken in de aanpak van de grote maatschappelijke vraagstukken waar we voor staan. Samen is een synoniem voor sterker.

Leonard Geluk Algemeen directeur VNG

4

Leeswijzer Lezend in dit Jaarplan zult u merken dat we dit jaar weer extra stappen hebben gezet in het inzichtelijk maken van de activiteiten van onze vereniging. Nieuw in 2024 is bijvoorbeeld dat we projecten vermelden die extern gefinancierd worden. Dit geeft u een totaaloverzicht van lopende activiteiten en inzet. Daarnaast, zoals u gewend bent, een uitsplitsing van beleidsinzet (financiering via contributie) en de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) – zowel de structurele diensten als de tijdelijke ontwikkelbudgetten.

Propositie

Omkeringsthema

Er zijn vijf proposities goedgekeurd op de ALV in Groningen. Dit betekent dat de VNG het aankomend jaar meer inzet zal plegen op de volgende onderwerpen: • • • • •

Ontwikkelagenda gezond leven Gezond en Actief Leven Akkoord IZA/GALA Programma’s fysieke leefomgeving Inkoop en aanbesteden VNG Academie en Kennishub Arbeidsmarktkrapte

paragraaf 2.3 paragraaf 3.1 en 3.4 paragraaf 6.5 paragraaf 1.3 paragraaf 4.5

Deze, en de vijf omkeringsthema’s in de Verenigingsstrategie hebben we in het Jaarplan 2024 gemarkeerd.

5

1 2 Een krachtige lokale overheid Stap naar voren

Inclusieve samenleving Naast kwetsbare inwoners staan

3

4

Leefomgeving

Lokaal bestuur en veiligheid

Inrichting van Nederland

Vitale lokale democratie

5

6

Digitale samenleving

Versterken Lokale Uitvoering

Digitaal veilig zijn en blijven

Dienstverlening vanuit inwonersperspectief

7 Europa en internationaal Grenzeloze belangenbehartiging

Jaarplan 2024 6

8 De organisatie Ontmoeting creëert verbondenheid

1 Een krachtige lokale overheid 1.1 1.2 1.3 1.4

Verenigingsstrategie Visie Nederland 2040 Kennis en leren Kabinetsformatie

7

Sharon Dijksma Burgemeester Utrecht, voorzitter VNG

Leonard Geluk Algemeen directeur VNG

Voorbereiden op een bumpy ride Sharon Dijksma: “De kabinetsformatie wordt dé gelegenheid om de rijksagenda te beïnvloeden. Dat doen wij voluit, al vanaf het moment dat de verkiezings­ programma’s werden geschreven. We voeren een serieuze en zware lobby waarin we ons geluid markeren.” Leonard Geluk: “Er is geen ministerie die stappen kan zetten zonder gemeenten. Een kabinet kan niet om de gemeenten heen. Mooi dat de komst van een nieuw kabinet een kans geeft de interbestuurlijke samenwerking te verbeteren.” Sharon Dijksma: “We gaan tijdens de formatie best wat vragen van de wend­ baarheid van onze leden. Om ons te helpen met één mond te spreken tijdens de kabinetsformatie. Riemen vast, het wordt een ‘bumpy ride’!” Leonard Geluk: “We gaan niet over gebaande paden. We zoeken onze weg met elkaar. Dat is een creatief deel van ons werk. Het brengt ons op nieuwe wegen voor een beter bestuur.”

8

Sharon Dijksma: “Alle ontwikkelingen liggen voor een belangrijk deel in elkaars verlengde. Want zowel de verenigingsstrategie als de inhoud waaraan we werken met onze visie op Nederland 2040, alsook de inzet die er is in de kabinets­ formatie, zijn steeds op hetzelfde gericht: Het beter in positie krijgen van de gemeenten in dit land, als eerste overheid die er echt toe doet. De timing van al deze ontwikkelingen is heel goed!” Leonard Geluk: “Wij zullen er steeds alles aan doen om als gemeenten bij te dragen aan een overheid die niet blijft hangen in korte termijn keuzes waar geen problemen mee worden opgelost. Zodat mensen zien dat de problemen in dit land niet vooruit worden geschoven maar daadkrachtig worden aange­ pakt. Daarin kunnen wij als gemeenten heel goed het verschil maken.” Sharon Dijksma: “De stap naar voren is een uiting van emancipatie. Een lokale overheid die zelf definieert wat er nodig is. Ik merk dat de tijd daar rijp voor is. Het wordt breed gezien dat gemeenten het dichtst bij de inwoners staan. Daardoor zijn we minder bang voor verandering omdat de verandering nu eenmaal onder onze neus plaatsvindt.” Leonard Geluk: “Wat we nodig hebben, is dat de overheid vanuit de mensen zelf doordenkt wat er moet gebeuren. En dan kom je dus bij de gemeente uit, als gezicht van de overheid.

Herwinnen van vertrouwen doe je van beneden naar boven.” Sharon Dijksma: “Gemeenten zijn letterlijk aanraakbaar in dorpen en steden. Dat is de nabijheid van de overheid die ik zelf heel belangrijk vind. Dit biedt een kans om de menselijke kant van de overheid te laten zien.” Leonard Geluk: “De kern van de verenigingsstrategie is: We zetten een stap naar voren. De kracht van de gemeente is dat het bij mensen zelf - van gezinnen tot bedrijven - allemaal samenkomt.” Sharon Dijksma: “Dat we dit gezamenlijk doen, maakt het zo krachtig. Natuurlijk zijn er verschillen tussen de gemeenten, maar één groot ding bindt ons allemaal: het belang van de inwoners. Op alle leefgebieden. Het is aan ons om die krachten te bundelen. Ook dát is de verenigingsstrategie: we komen met één verhaal.” Leonard Geluk: “De stap naar voren moeten we echt met elkaar zetten. Wat doen we zélf om vertrouwen te herstellen? Hoe zijn wij een goede overheid als het gaat om woningbouw, klimaat en bestaanszekerheid? Kom gezamenlijk met ideeën en voorstellen om Nederland beter te maken. Zodat we de titel ‘eerste overheid’ ook waarmaken.” Sharon Dijksma: “Ik zie de verenigingsstrategie als een uitnodiging aan onze veelkleurige achterban: ga mee in die stap naar voren. Laten we onze positie verder op de kaart zetten. En bepaal met ons mee hoe dat eruit moet zien.”

9

1 – Een krachtige lokale overheid

1.1 Verenigingsstrategie De VNG werkt via verschillende sporen aan haar plannen om samen met de leden de kracht van de lokale overheid verder te versterken. De missie om agendabepalend te zijn en uitvoering centraal te stellen is uitgewerkt in de Verenigingsstrategie 2030. Daarnaast heeft de VNG samen met De Argumenten­ fabriek het initiatief genomen voor de denktank ‘Nederland 2040: een toekomst­ beeld’. Ook investeert de VNG in kennis en leren van elkaar door de instelling van een VNG Kennishub en de doorontwikkeling van de VNG Academie. Als één sterke bestuurslaag zetten gemeenten een stap naar voren op thema’s die inwoners en ondernemers direct raken. Dit noemen we ‘omkeringsthema’s’. Bij omkeringsthema’s nemen gemeenten het initiatief, pakken verantwoordelijk­ heid en dragen zij zelf oplossingen aan voor maatschappelijke problemen die het meest de leefwereld van inwoners beïnvloeden. Door beleid, wetgeving en uit-­ voering op elkaar af te stemmen samen met het rijk, kan verschil gemaakt worden. Omkeringsthema

De vijf omkeringsthema’s zijn: ­ 1. Bestaanszekerheid paragraaf 2.2 Bestaanszekerheid 2. Kansengelijkheid paragraaf 2.1 Jeugd en kansengelijkheid 3. Gezond leven en ouder worden paragraaf 2.3 Gezond leven 4. Ruimtelijke puzzel: Inrichting Nederland paragraaf 3.1 Fysieke leefomgeving 5. Klimaat en energie paragraaf 3.3 Energie en klimaat We nemen daarop het initiatief om in samenwerking met de leden het verschil te maken.

10

1 – Een krachtige lokale overheid

Verenigingsstrategie Beleidsinzet

Met de verenigingsstrategie ‘Stap naar voren’ geven we gezamenlijk invulling aan de positionering en professionalisering van de 342 Nederlandse gemeenten. Deze strategie is in de ALV van juni 2023 vastgesteld. In 2024 brengen we de verenigingsstrategie 2030 van papier naar praktijk door deze voor het voetlicht te brengen bij gemeenten, rijk en andere samenwerkingspartners. De VNG faciliteert de organisatie en de leden in het zetten van een stap naar voren. Daarnaast faciliteren we de uitwerking en uitrol van de omkeringsthema’s. Tot slot coördineren wij de uitwerking en uitrol van de ontwikkelpunten. We agenderen zelf oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Dit alles doen wij om als gemeenten een gelijkwaardige gesprekspartner te zijn voor het rijk.

Knooppunt van netwerken Beleidsinzet

Een belangrijk onderdeel van de verenigingsstrategie is dat de VNG zich verder ontwikkelt als knooppunt van netwerken. Gemeenten organiseren zich rondom diverse gemene delers in netwerken. Als VNG zijn we een spil in al deze verschillende netwerken. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de gemeenten elkaar op het juiste moment kunnen vinden en onder­ houden we contacten met de netwerken. Als knooppunt van netwerken werkt de VNG aan het optimaliseren van de samenwerking tussen de VNG en alle netwerken. Tegen het licht van almaar complexere gemeentelijke taken, zoeken we daarin naar maximale synergie. Vanuit onze regiegrol versterken wij de informatie- en kennispositie van onze leden. Ook de versterking van de kwaliteit van de beleids- en standpuntbepaling en lobby draagt bij aan de verdere ontwikkeling van de VNG als knooppunt van netwerken. De VNG sluit risico’s op interferentie uit. Wat gaan we in 2024 doen? De VNG brengt de netwerken in beeld en maakt een uitgebreide analyse hiervan. De VNG werkt samen met een aantal geselecteerde netwerken een toekomstbeeld, strategie en werkwijze voor hernieuwde samenwerking uit. En de VNG actualiseert indien nodig de ambtelijke en bestuurlijke overlegstructuren met deze netwerken.

11

1 – Een krachtige lokale overheid

1.2 Visie Nederland 2040 Nederland heeft behoefte aan een verhaal dat helpt keuzes te maken. Een verhaal dat inspireert en houvast geeft in besluitvorming. Dat is het vertrekpunt van de onafhankelijke Denktank Nederland 2040, die in het leven is geroepen op initiatief van de VNG en De Argumentenfabriek. Het toekomstbeeld kent drie hoofdoelen: • Een krachtiger Nederland • Een groener Nederland • Een menselijker Nederland De denktank presenteerde dit toekomstbeeld tijdens het VNG Jaarcongres in juni 2023.

Nederland 2040 Door Denktank Nederland 2040 te faciliteren, dragen we bij aan een meer lange termijn­ focus van het nieuwe kabinet. We ondersteunen onze leden door mee te inspireren op visie­vorming. Wat gaan we in 2024 doen? De denktank biedt in januari een stuk aan aan de informateur. Lopende het jaar inspireren we onze leden met bijvoorbeeld bijeenkomsten. Wat we hiermee willen bereiken, is dat onze leden zich bewegen in een meer voorspelbare omgeving en vermijdbare crises worden voorkomen. Onze acties dragen bij aan besluit­ vorming die meer gefocust is op de lange(re) termijn.

12

1 – Een krachtige lokale overheid

1.3 Kennis en leren Propositie

Hoewel elke gemeente uniek is, zijn er ook veel overeenkomsten. Onze leden staan voor dezelfde grote opgaven en bieden die het hoofd met creatieve, slimme aanpakken. Door een effectieve inzet van instrumenten (personeel, financiën, regelgeving, digitalisering) komen gemeenten tot oplossingen. Leren van elkaars ideeën en aanpakken kan veel tijd en geld besparen; waarom het wiel opnieuw uitvinden als deze ergens anders al op de plank ligt? Het gaat erom te weten wat waar wanneer werkt, rekening houdend met de uniciteit van al die gemeenten. De VNG bevordert de kennispositie van gemeenten. We streven naar meer integraliteit. We bieden ondersteuning waar dat het meeste nodig is. Dit versterkt onze positie richting rijk en ketenpartners.

VNG Kennishub & VNG Academie Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Ontwikkelbudget

Om de kennisbasis, gericht op de complexe opgaven, van onze leden te versterken worden een kennishub en academie ingericht die kennisontwikkeling, kennisdelen en leren voor leden en VNG organiseren. Dat gebeurt in inhoudelijke samenhang met de strategie- en visietrajecten. Kennisdeling en -borging doen we door het professionaliseren van kennis­ netwerken en vraagarticulatie op ambtelijk en bestuurlijk niveau en het organiseren van leernetwerken (in nauwe samenwerking met onze partners). De VNG wil optimaal bijdragen aan een sterkere lokale overheid, waar kennis, leren en ontwikkelen voor gemeenten centraal staat. Hierdoor zijn gemeenten beter in staat om hun beleidsvorming en -uitvoering te onderbouwen. Dat doen we door het voortzetten van de Kennishub en het inrichten van een VNG Academie in 2024. In 2024 zet de Kennishub in op het ontwikkelen, delen en borgen van kennis.

13

1 – Een krachtige lokale overheid

Dat betekent concreet: 1) samenwerking met en agendering bij kennisinstellingen, 2) ontsluiten van relevante, gevalideerde en actuele kennis gericht op de omkeringsthema’s en 3) samenwerken met lokale en regionale kennisnetwerken (en doorontwikkeling van de VNG gereedschapskist). In 2024 organiseren we vanuit de VNG Academie een breed leer- en ontwikkelaanbod voor ambtenaren en bestuurders. Dit aanbod is gericht op de omkeringsthema’s, kerntaken van de gemeenten (zoals gemeentefinanciën, lokaal bestuur en recht) en nieuwe wet- en regelgeving. Dit doen wij in nauwe samenwerking met onze partners, zoals de beroeps- en belangenverenigingen en het A&O fonds Gemeenten. Wat levert dit op? Met de nieuwe academie wordt leren en kennisontwikkeling en -deling collectief en in samenhang gecoördineerd en gestructureerd. Dat gebeurt domein­over­ stijgend. Deze centrale inhoudelijke coördinatie draagt bij aan een sterkere lokale overheid en levert de leden uiteindelijk kwaliteit, efficiency en geldbesparing op. De kennisont­ wikkeling is bovendien afgestemd op de gemeentelijke behoeften. Wij voeren gesprekken met gemeenten en kennisinstellingen en we agenderen lacunes. Tevens bemiddelen we tussen gemeenten en kennisinstellingen, zodat wetenschappelijke bronnen en toegang tot kennis­instituten worden ontsloten.

Hierdoor beschikken gemeenten over actuele, gevalideerde kennis waarmee de kwaliteit van hun beleid en uitvoering groter wordt, robuuster, beter onderbouwd. Tevens ontstaan robuuste lerende netwerken en borging van kennis door continuïteit. Het realiseren van een integraal en toegankelijk aanbod van opleiding en training van (markt) partijen voor alle gemeenten en de VNG draagt bij aan goed opgeleide ambtenaren. Dankzij de collectieve programma’s en projecten blijven deze bovendien geborgd. Door aan de voorkant opleiden al mee te nemen bij grote transitieprogramma’s kan de VNG Academie een grote rol spelen in het efficiënt invoeren of wijzigen van ambtelijke organisaties. Onze adviseurs ‘leren en ontwikkelen’ en de kennismakelaars zijn eenvoudig toegankelijk en kunnen snel inspelen op vragen van de VNG-leden. Het ontwikkelaanbod sluit aan bij de beleidspraktijk en de uitvoering. De leerstrategie is van en voor de VNG en bouwt daarmee voort op de benodigde competenties om onze leden goed te bedienen.

14

1 – Een krachtige lokale overheid

1.4 Kabinetsformatie De VNG heeft een programma Inzet Kabinetsformatie met als doel om de gemeentelijke belangen zo hoog mogelijk op de agenda van het nieuwe kabinet te krijgen. Met dit programma zorgen we voor een optimale samenhang tussen al onze inspanningen richting Den Haag, leden en maat­ schappelijke partners.

Inzet Kabinetsformatie Beleidsinzet

Voorafgaand aan en tijdens de kabinetsformatie laat de VNG zien dat gemeenten een zelf­ bewuste, taakvolwassen bestuurslaag vormen, die de stap naar voren zetten. Deze stap naar voren bestaat uit het bepleiten vanuit de maatschappelijke opgaven wat er nodig is. Daarbij zal de VNG op de omkeringsthema’s vanuit de lokale kracht aanbieden aan het rijk om de ambities van de nieuwe coalitie te realiseren. In 2024 rollen we de strategie die de leden op 1 december 2023 vaststellen uit. We proberen politieke partijen en ministeries te doordringen van de belangen van gemeenten.

15

2 Inclusieve Samenleving 2.1 2.2 2.3 2.4

Jeugd en kansengelijkheid Bestaanszekerheid Gezond leven Platform sociaal domein

16

Cathalijne Dortmans Wethouder Helmond, voorzitter VNG-commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs

Peter Heijkoop Wethouder Dordrecht, voorzitter VNG-commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie

Ingrid Hoogstrate VNG directeur Beleid Inclusieve Samenleving

Uitvoeringskracht is beleidskracht Cathalijne Dortmans: “Een nieuw kabinet biedt kansen op een opgavegerichte langetermijnvisie. En dat mag met positivisme, want het voordeel van de decentralisaties in het sociaal domein is nog steeds dat beleidsterreinen in samenhang worden bezien.” Peter Heijkoop: “Bij een positieve visie hoort ook dat je lef toont. Dat je durft te investeren in structurele verbeteringen, ook al zie je de resultaten daar pas later van. Laat het integrale plaatje zien om zorg bereikbaar en beschikbaar te houden voor de mensen die het echt nodig hebben.”

17

Ingrid Hoogstrate: “Ook asiel en migratie vragen om een integrale blik, want die geven nog ‘s extra druk op de gemeentelijke organisaties. Er speelt veel meer dan alleen huisvesting en veiligheid. Het gaat over allerlei aanvullende voorzieningen.” Peter Heijkoop: “Een opgavegerichte aanpak is inderdaad erg belangrijk. Dat zie je bijvoorbeeld aan de ad hoc georganiseerde schoolmaaltijden. Een kortdurende beleidsmaatregel die voorbijgaat aan twee onderliggende problemen. Namelijk ten eerste het gebrek aan gelijke kansen voor jonge kinderen om zich te ontwikkelen en ten tweede dat mensen gewoon de eindjes niet aan elkaar geknoopt krijgen. Het is wenselijk om vanuit een collectief aan één programma te bouwen.” Cathalijne Dortmans: “Het zou goed zijn als er geen dichtgetimmerd coalitie­ akkoord komt. Ik zou als volwaardige partners (rijk en gemeenten) in gezamen­ lijkheid invulling willen geven aan de grote maatschappelijke thema’s. Met natuurlijk voldoende financiële middelen.” Peter Heijkoop: “Het lijkt mij wel wat om samen met het rijk een realistische maatschappelijke businesscase te maken. Zodat je kunt laten zien welk geld dat vervolgens gaat opleveren. Ingrid Hoogstrate: “Baten en lasten vallen niet altijd op dezelfde plek. Je moet over een begrotingsonderdeel heen durven kijken.

Dat sluit aan bij doorbraak, een inspirerende methode waar veel gemeenten al mee werken.” Peter Heijkoop: “Iemand die vraagt om een voorziening voor jeugdhulp, kun je misschien helpen met een oplossing op bestaanszekerheid.” Ingrid Hoogstrate: “Er is nog een hoop te verbeteren aan de uitvoerbaarheid. Met onze eerdere propositie voor het sociaal domein hebben wij eigenlijk al een stap naar voren gezet, waarin we samenhang zoeken. De komende periode is het aan gemeenten om dat ook daadwerkelijk te gaan doen. We willen naast onze kwetsbare inwoners staan.” Cathalijne Dortmans: “Die propositie wordt nu herijkt en dat is een goede beweging. De uitvoeringspraktijk mag inderdaad duidelijker op de agenda. Een illustratief voorbeeld waar het misging is de energietoeslag. Die was al aangekondigd voordat de gemeenten de uitbetaling ervan hadden kunnen organiseren. Logischerwijs belden onze inwoners naar het gemeentehuis, terwijl er nog niets was geregeld. Dat is frustrerend. We moeten vroegtijdig door het rijk als serieuze en noodzakelijke samenwerkingspartner worden beschouwd.” Ingrid Hoogstrate: “Gemeenten hebben het in zich om toonzettend te zijn. Daaraan willen we een vervolg geven in de uitvoering, op de agenda jeugd, preventie, zorg en gezondheid.

Waarbij data helpen om meer grip te krijgen.” Peter Heijkoop: “Wat mij betreft gaan we ook meer de handen ineen slaan met andere uitvoerende samenwerkingspartners. Samen optrekken is ontzettend belangrijk. Aandacht voor de uitvoeringsfase is een essentieel onderdeel van een gedegen beleidsproces.” Cathalijne Dortmans: “Dat vraagt dat we zelf een nadrukkelijk aanbod doen als gemeenten waarbij we ons bewust zijn van onze eigen beperkingen. Wees reëel over wat je als overheid kan waarmaken, anders organiseer je je eigen teleurstelling.”

18

Peter Heijkoop: “Het maken van keuzes is noodzakelijk. We hebben de arbeidsmarkt niet aan onze zijde. We hebben simpelweg niet de handjes om álles waar te maken, dat zie je in de Wmo en bij leerlingenvervoer.” Cathalijne Dortmans: “Als gemeenten dingen op een gelijke manier organiseren, dat werkt in ons voordeel. De situatie van arbeidsmarktkrapte is in die zin ook een kans. Een positief frame voor de noodzaak tot meer samenwerking en uniformering.” Ingrid Hoogstrate: “Op jeugd en gezondheid werken we aan standaarden. Dat soort dingen kun je veel meer samen doen. Dat is de volgende stap in gezamenlijke uitvoering, wat aansluit bij de verenigingsstrategie.” Cathalijne Dortmans: “Daar wil ik aan toevoegen dat we ons als gemeenten zouden moeten houden aan onze eigen uitgesproken intenties tijdens een ALV. Bijvoorbeeld over opdrachtgeverschap in de jeugdzorg. Als VNG mogen we meer nadenken: hoe helpen we elkaar daarin, en hoe spreken we elkaar meer aan?” Peter Heijkoop: “Ik denk dat we nog veel kunnen winnen in de gezamenlijke uitvoering. Wat mij betreft mag de GGU groeien, dat levert efficiëntie op.” Ingrid Hoogstrate: “Ik sluit me aan bij die oproep en ik voeg eraan toe: leer van elkaar. Dat brengt ons als gehele bestuurslaag verder.”

19

2 – Inclusieve Samenleving

2.1 Jeugd en kansengelijkheid Omkeringsthema

De kans op een goed leven mag niet afhangen van waar je woont of wie je bent. Dat geldt in het bijzonder voor onze jonge inwoners. Daarom werken gemeenten, samen met inwoners, professionals, kinderopvang en onderwijs aan het versterken van de pedagogische basis, aan een algemeen toeganke­ lijke basisvoorziening voor kinderen tussen 0 en 4 jaar en aan moderne en duurzame schoolgebouwen. Daarnaast moeten we er in het bijzonder zijn voor de inwoners in kwetsbare omstandigheden. Met de Hervormingsagenda Jeugd en het toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming plegen we extra inzet daar waar de nood het hoogst is: kinderen en ouders met mentale problemen, schulden in gezinnen, geweld in en rondom gezinnen. Om dit waar te maken moeten de randvoor­ waarden op orde zijn. Vanaf 2026 zijn hier grote zorgen over en daarom hebben we in de Hervormingsagenda Jeugd afgesproken dat een zwaarwegende deskundigencommissie in januari 2025 hier een oordeel over geeft. Dit gaan we in 2024 goed voorbereiden. Gezien de vele ambities vanuit het rijk en ketenpartners streven we naar een goede en coherente aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en pleiten we voor de juiste randvoorwaarden.

20

2 – Inclusieve Samenleving

Kansengelijkheid Beleidsinzet

Met het omkeringsthema kansengelijkheid laten gemeenten zien dat zij staan voor kansrijk opgroeien voor alle kinderen. Een meer samenhangende aanpak is daarvoor absoluut noodzakelijk. Een sterke pedagogische basis is voorwaardelijk voor een goede start en een goede toekomst van iedere jeugdige. Die basis begint thuis, bij betrokken en stabiele ouders of verzorgers, familie en vrienden. Maar ook een gezonde en veilige buurt/wijk, speel-, sport- en culturele voorzieningen, kinderopvang en onderwijs horen daarbij. Die basis zorgt voor gelijke kansen voor kinderen. Kansen op ontwikkeling in de maatschappij waar we deel van uitmaken. Dit werkt door op gezondheid, welzijn en werk. Investeren in kansen­ gelijkheid is ook investeren in de samenwerking met het speciaal onderwijs, in onderwijs­ huisvesting, in een algemeen toegankelijke basisvoorziening voor kinderen tot 0-4/12 jaar. De aanpak is een mix van acties die we, samen met partners, op korte termijn zelf initiëren en lobby-activiteiten. Met de partners in de kinderopvang en het onderwijs organiseren we in 2024 leerbijeenkomsten. Dit in het verlengde van Een sterke basis door krachtige samen­ werking. Lokaal zetten gemeenten, met de vorming van Integrale Kindcentra, peuterspeel­ zalen, voor en vroegschoolse educatie, al in op een doorgaande ontwikkeling voor 0 tot 4 jarige kinderen.

Met de lobby voor een algemeen toegankelijke basisvoorziening willen we die ontwikkeling ook met landelijke wet- en regelgeving kracht bij zetten. En we pleiten, met onderwijssectoren, voor grotere investeringen in moderne en duurzaam schoolgebouwen. Schoolgebouwen die ook de mogelijkheden bieden voor bijvoorbeeld inclusief onderwijs en de integratie van kinderopvang of jeugdhulp in de school. In het traject Zorg in Onderwijstijd werken we samen met rijk en onderwijs aan het bundelen van versnipperde budgetten uit de Zorgverzekeringswet, Wet Langdurige Zorg en de Jeugdwet. Naast de lobby gaan we ook collectief aan de slag om van elkaar te leren (GGU).

Hervormingsagenda Jeugd Beleidsinzet

In de Hervormingsagenda Jeugd en het toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming richten we ons op het verbeteren van de zorg aan kinderen, jongeren en gezinnen in moeilijke omstandigheden. In het implementatieplan van de hervormingsagenda werken we die inzet verder uit. Het implementatieplan kent de volgende elementen: versterking van regionale samenwerking en collectieve contractering van specialistische (jeugd)functies, versterken van de lokale toegang, het beperken van de administratieve lasten, het versterken van de samen­ werking met onderwijs, kinderopvang, volwassen GGZ en het vergroten van bestaanszeker­ heid in gezinnen. De financiële onzekerheid voor gemeenten vanaf 2026 maakt het realiseren van die opgave niet makkelijker. De oproep van de VNG aan gemeenten om voor de lange termijn realistisch te begroten en tekorten inzichtelijk te maken is voor gemeenten de opmaat naar een volwassen gesprek met het rijk over structurele oplossingen voor de huidige financiële verhoudingen.

Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming Beleidsinzet

We willen op basis van de proeftuinen in 2024 de keuzes voorbereiden voor het toekomstscenario. Dit moet ervoor zorgen dat gezinnen snel en eenvoudig hulp krijgen als ze in onveilige situaties verkeren. Dit doen we door vanuit de opdrachtgeversrol de voort­ gang van alle projecten te realiseren. Specifiek zorgen we dat de gemeentelijke toegang voorbereid is op deze wijziging, onder andere door een nieuwe leidraad Veiligheid te publiceren. De VNG zorgt ervoor dat we als gemeenten gezamenlijk een stevig standpunt hebben over punten zoals de organisatie van de rechtsbescherming, de schaalgrootte van de samenwerking en de vorming van regionale veiligheidsteams. Dit doen we door in het netwerk van gemeenten een gezamenlijk standpunt te formuleren.

21

2 – Inclusieve Samenleving

Aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Beleidsinzet

We blijven samen met gemeenten, en hun ketenpartners, strijden voor de aanpak van verschillende vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit doen we door te lobbyen voor goede randvoorwaarden voor gemeenten. Daarnaast ondersteunt de VNG bij de implementatie van (maatregelen uit) diverse plannen.

Onderwijshuisvesting Beleidsinzet

De VNG zet zich ervoor in dat onderwijshuisvesting in het coalitieprogramma van het nieuwe kabinet een prioriteit wordt, zodat de zeer noodzakelijke investeringen worden gedaan. Dit is een belangrijke randvoorwaarde voor goed en inclusief onderwijs. Wij zullen hierin samen met de partners (waaronder PO- en VO-raad) optrekken. Ook zetten we publicitaire acties op om aandacht te vragen voor dit urgente thema.

Sturing op specialistische jeugdhulp Beleidsinzet

De sturing op specialistische jeugdhulp vraagt veel extra aandacht. Dit gaat over hulp aan gezinnen met vaak ernstige problemen, hoge kosten voor gemeenten en uitvoering die qua schaalniveau de regioschaal (ver) overstijgen. We realiseren deze verbeteringen door samen met het rijk te werken aan een kader voor de specialistische zorgvormen. De VNG herijkt de landelijke inkoop. Daardoor kunnen we beter sturen op de kwaliteit van de hulp, beschikbaar­ heidsfinanciering mogelijk wordt mogelijk gemaakt en er komt een afspraak over welke hulp landelijk wordt ingekocht. We ontwikkelen een uniform kader voor de inkoop en verant­ woording van specialistische jeugdhulp. De uitvoering van deze lijnen doen we in samenhang met het werk van het Ketenbureau i-Sociaal Domein.

Toegankelijke kinderopvang Beleidsinzet

We willen een toegankelijke kinderopvang voor alle kinderen realiseren door in de lobby richting de nieuwe wetgeving kinderopvang daarop in te zetten. Dit doen we in samen­ werking met de partijen in de praktijk, zoals de branches kinderopvang.

Naleving: kwaliteit kinderopvang Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Structurele diensten

Gemeenten voeren hun wettelijke taken als eindverantwoordelijke voor toezicht en hand­ having op de kwaliteit van kinderopvang en voorschoolse educatie uit. De VNG adviseert en ondersteunt gemeenten daarin. Dit draagt bij aan kwalitatief hoogwaardige kinderopvang, wat gelijke kansen en een goede start voor alle kinderen bevordert. Een ander doel is dat wetgeving uitvoerbaar is en dat de landelijke ICT-systemen ondersteunend zijn. De VNG haalt hiervoor (praktijk)input op bij gemeenten en bepaalt mede op basis daarvan de inbreng in landelijke (beleids)ontwikkelingen. De VNG onderzoekt de mogelijkheden om de reflectieve functie van kinderopvang en voorschoolse educatie te versterken binnen het brede sociale domein. Hiervoor voert de VNG samen met ketenpartners een verkenning uit. De VNG zorgt voor kennisdeling en bundeling van expertise, wat bijdraagt aan betere lokale uitvoering van toezicht en handhaving binnen een regionale context. Gemeenten ervaren dat de inbreng uit de praktijk gebruikt worden bij landelijke doorontwikkelingen, wat bijdraagt aan uitvoerbare wet- en regelgeving en systemen.

22

2 – Inclusieve Samenleving

Binnen dit werkveld loopt er ook nog een subsidie van het ministerie van OCW: Handhaving voorschoolse educatie.

Landelijke inkoopzorgcontracten Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Structurele diensten

Grip op de jeugdhulp bereiken we onder andere door landelijke inkoop van zorg. De VNG bekijkt samen met de gemeenten welke hulp landelijk ingekocht moet worden. Door het Landelijk Transitiearrangement (LTA) wordt gegarandeerd dat hoogspecialistische jeugdhulp en Wmo beschikbaar zijn. Dit stelt gemeenten in staat om hun rol als opdrachtgever in het sociaal domein te vervullen.

Ketenbureau i-Sociaal Domein Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Structurele diensten

Het Ketenbureau i-Sociaal Domein ondersteunt gemeenten en zorgaanbieders bij het verminderen van administratieve lasten en bevorderen van eenvoud in de uitvoering van de Wmo en Jeugdwet. Belangrijkste thema’s zijn eenduidige inkoop, contractering en verant­ woording, verdergaande standaardisatie van de uitvoeringsvarianten, en het stimuleren en faciliteren van het gebruik van standaarden (iStandaarden en contracten). Het Ketenbureau i-Sociaal Domein biedt allereerst een samenhangend pakket van producten en diensten. Ten tweede geeft het ondersteuning bij de implementatie van producten en diensten en bemiddeling in de samenwerking bij verschillen van inzicht of interpretatie. Het Ketenbureau faciliteert kennisdeling en kennisuitwisseling. Ten vierde verkrijgen we hiermee een inventarisatie van knelpunten, wensen, behoeften en praktijkervaringen. Ketenbureau i-Sociaal Domein basistaak bedrijfsvoering en exploiteren digitale infrastructuur Het Ketenbureau regisseert het beheer en de vernieuwing van de keteninfrastructuur en gegevensuitwisseling. Dit omvat onder andere het contractmanagement, het changeen releaseproces in de keten en de integratie hiervan met de behoeftebepaling en de implementatiewerkzaamheden. Het beheer van de infrastructuur voor de gegevensuitwisseling voor Wmo en Jeugdwet wordt verzorgd door het Inlichtingenbureau en VECOZO.

Gemeentelijk gegevensknooppunt Gezamenlijke gemeentelijke uitvoering | Structurele diensten

Via het Gemeentelijk gegevensknooppunt (GGk) en het Knooppunt voor Zorgaanbieders (KZA) wisselen gemeenten en zorgaanbieders geautomatiseerd en beveiligd digitale gegevens uit met andere ketenpartners in het sociaal domein. De VNG borgt de continuïteit van dit berichtenverkeer. Hiervan ervaren onze leden de voordelen: De kwaliteit van de gegevensuitwisseling verbetert door directe feedback op (technische) uitval via het GGk. De gegevensverwerking is volledig geautomatiseerd, dus geen handmatige fouten meer. De administratieve lasten in het berichtenverkeer worden verminderd. De gegevens­ verwerking is in realtime, waardoor wordt gewerkt met actuele gegevens. De uitwisseling van gegevens binnen de Wmo en jeugdhulp is eenduidig, voor zowel zorg in natura als pgb.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=fd153c38-e1e8-49e7-bcd6-e1fb8febdada