Bijlage 9 - Nota beantwoording advies commissie mer
Tekst van het document
het stedenbouwkundig blok bieden flexibiliteit omdat op dit moment nog niet duidelijk is welk type woning op welke locatie wordt gerealiseerd. Hiervoor is juist het Geluidkader Entree opgesteld dat in een vroeg stadium ervoor zorgt dat akoestisch ontwerpen de basis vormt. De Commissie benoemt het Geluidkader een verruiming vooraf. Ook hier wordt verwezen naar de beantwoording onder hoofdpunt 3. In aanvulling daarop wordt opgemerkt dat dit niet een correcte weergave is van de toepassing van het beleidskader. Er is geen verruiming vooraf. Er is alleen verruiming áchteraf als blijkt dat het echt niet anders kan. En dan ook alleen met compensatie. Vanwege de hoog belaste situatie waarbij wettelijke standaardwaarden en grenswaarden worden overschreden, is een zwaarwegende belangenafweging gemaakt. In deze afweging is aangegeven of het belang van het realiseren van het plan opweegt tegen de gevolgen van de geluidbelaste situatie. Bij deze afweging is nadrukkelijk het gezondheidskundige advies van de GGD betrokken. GGD heeft geadviseerd om, waar sprake is van hoog belaste situaties, specifieke (compenserende) maatregelen te tre en. Onder die omstandigheid is, ondanks het geluid, alsnog sprake van een aanvaardbare situatie. Het advies is verwerkt in het Geluidkader Entree.
Dit geluidkader bevat de voorwaarden waaronder alsnog woningen mogen worden gerealiseerd als niet kan worden voldaan aan de wettelijke grenswaarden of aan het reguliere gemeentelijke geluidbeleid (Afwegingskader geluid Zoetermeer). Het aantal ernstig geluidgehinderden en de slaapgestoorden is in het GGD-rapport opgenomen. In het MER zelf is een vergelijking gemaakt van de planvarianten onderling. De e ecten van beide varianten ontlopen elkaar niet wezenlijk. Omdat het een voorbeeldinvulling is, is het alsnog beschouwen van aantallen van de te verwachten slaapverstoring en ernstige geluidhinder in het MER, minder van belang. Van belang is juist dat bij de verdere uitwerking van de plannen de geluidsituatie zoveel als mogelijk wordt geoptimaliseerd. Juist daarvoor is, aan de hand van het gezondheidskundig advies van de GGD, het geluidkader Entree opgesteld. Door het stringent hanteren van dit kader, wordt een aanvaardbaar woonen leefklimaat gewaarborgd. Tot slot is de motivering van zwaarwegende belangen opgenomen in de DGMR rapportage. Naar aanleiding van de opmerkingen van de Commissie is een nieuwe paragraaf 4.4.6 aan het MER rapport toegevoegd waarin dit is aangegeven. In de motiveringsnotitie en het gezondheidskundig onderzoek van de GGD is al uitgebreid ingegaan op het
18
belang van een geluidluwe gevel en op welke wijze dit (als een luwe gevel niet mogelijk is) kan worden gecompenseerd. Ruimtelijke kwaliteit
Het MER evalueert de ruimtelijke kwaliteit op drie onderwerpen: stedelijk landschap, cultuurhistorie en archeologie. Hiervan is onderzocht wat de belevingswaarde, functionele waarde en toekomstwaarde zijn. Cultuurhistorie en archeologie worden door de Commissie in paragraaf 3.4 besproken. Stedelijk landschap Stedelijk landschap is beoordeeld op twee aspecten: ruimtelijk beeld en ruimtelijke structuur, vooral in relatie tot verkeer. Er is nog geen goed inzicht in de e ecten van de morfologie (ruimtelijke compositie) van de blokken, de aansluiting op bestaande bouw, structuur en de functie openbare ruimte. In de e ectbeoordeling van het stedelijk landschap zijn de alternatieven ook niet onderscheidend op deze onderwerpen, alleen in functionele aantallen. Daarom gaat ook de beschrijving van het ruimtelijk beeld vooral over de functionele aanpassing van het stadsdeel en dus over het aspect ruimtelijke structuur. Een goede evaluatie van het ruimtelijk beeld op de schaal van het hele gebied is gedaan voor de belevingswaarde en functionele waarde. De evaluatie van toekomstwaarde ontbreekt echter. Dit is een gemis, omdat de ontwikkeling gedurende langere tijd gaat lopen en bloksgewijs wordt ingevuld. Deze evaluatie kan ondersteunend zijn voor de monitoring van de ruimtelijke kwaliteit. De MER geeft nu weinig inzicht in het e ect van de beleidsregels.
De beleidsregels voor de blokken formuleert regels voor hoogte en breedte, maar niet voor diepte, terwijl dit belangrijk is voor de kwaliteit van wonen (woontypologie). Bij accenten (hogere gebouwen) is ook onduidelijk welke woontypologie mogelijk is. De uitwerking van deze beleidsregels zou een onderzoek in een alternatief kunnen zijn. Tot slot ontbreekt onderzoek naar de impact van de alternatieven op openbare ruimte, zoals bezonning, zichtlijnen en verbindingen. Verder merkt de Commissie op dat nu onduidelijk is wanneer en hoe de relatie wordt gelegd met de visie Zoetermeer 2040 en hoe de afstemming tussen de verschillende schaalniveaus wordt gemaakt. Het gaat bijvoorbeeld om: Verbindingen tussen de binnentuinen van de nieuwe blokken en bestaande wijken en de relatie tussen private en publieke opgave. De inrichting van tunnels en plinten om onveilige plekken te voorkomen.
De Commissie constateert dat er nog geen goed inzicht is in de e ecten van de ruimtelijke compositie van de blokken, de aansluiting op de bestaande bouw, structuur en de functie openbare ruimte. De gemeente is van mening dat juist de Ontwikkelvisie hiervoor spelregels geeft die in samenhang met het schetsontwerp van de openbare ruimte zijn opgewerkt, juist voor een zo goed mogelijke aansluiting. Het Beeldkwaliteitsplan zorgt daarnaast voor de aansluitingen op ‘pandniveau’. De vertaling van deze beleidsdocumenten naar de individuele plotuitwerking vindt plaats via een ontwikkelproces dat begeleid wordt door het Q-team. Op vaste momenten (SO, VO en DO) zal de CRK toetsen op de vertaling van de ontwikkelprincipes in de Ontwikkelvisie en het Beeldkwaliteitsplan. Op die manier, in combinatie met de monitoring, kan ook gedurende de langjarige ontwikkelingen worden ingespeeld op de ruimtelijke kwaliteit. Door het gebruik van ontwikkelprincipes wordt ook de benodigde flexibiliteit geboden om deze langjarige ontwikkeling voldoende adaptief te laten zijn. De geconstateerde ontbrekende diepte kan de gemeente niet plaatsen. In de spelregelkaart is deze vastgelegd op maximaal 22 meter. De keuze om niet alles in beleidsregels te willen vastleggen is bewust.
Door het systeem van vaste kaders (vastgelegd via beleidsregels) en flexibele ontwerpprincipes ontstaat een adaptieve stedenbouwkundige invulling die ook kan ‘meebewegen’. Borging van de kwaliteit verloopt zoals hiervoor beschreven via het proces van begeleiding van het Q-team en de toets door de CRK. Ook is de monitoring van Entree gekoppeld aan de doelen van de Ontwikkelvisie, zodat ook de inpassing en het vasthouden van ambities en ontwikkelprincipes op de langere termijn ook is geborgd. De Ontwikkelvisie Entree is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie 2040 en vormt een concretisering door de lagen heen van een visie en ambities op hoofdlijnen naar concrete handvaten en kaders. In Entree is door de overdag toegankelijke binnentuinen een verbinding gelegd tussen publiek – privaat binnen het plangebied. De dwarsstraten zorgen voor makkelijk toegankelijke verbindingen tussen de nieuwe blokken en bestaande woningen. Deze dwarsstraten zorgen ook voor de verbinding Meerzicht en Driemanspolder. De tunnels zijn op dit moment al bestaande verbindingen die door de toename van mensen in het gebied juist door meer ogen op straat veiliger worden. Daarnaast geven
19
de gelijkvloerse oversteken van de Afrikaweg ook de keuze om de oversteek bovengronds- of ondergronds te maken.
20