Bijlage 8 - Nota beantwoording Zienswijzen - geanonimiseerd
Tekst van het document
Nota beantwoording Zienswijzen Samenvatting en beantwoording zienswijzen
Ontwerp omgevingsvergunning ‘het realiseren van het zonnepark Roeleveen voor een periode van 25 jaar’ Zoetermeer
Gemeente Zoetermeer 26 juni 2024
1 Inleiding
Het ontwerp van de omgevingsvergunning, de ontwerpverklaring van geen bedenkingen en de bijbehorende stukken hebben vanaf 4 april 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Eenieder is daarbij in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van het ontwerp van de omgevingsvergunning - mondeling of schriftelijk - een zienswijze in te dienen. Op de gebruikelijke wijze is hiervan kennisgegeven door een publicatie in het Gemeenteblad, raadpleegbaar via overheid.nl, en op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Er zijn zeven zienswijzen ingediend. In voorliggende nota worden de ingekomen zienswijzen gericht tegen het ontwerp van de omgevingsvergunning en de bijbehorende stukken samengevat en van een beantwoording voorzien. Daarbij is aangegeven of het ontwerp naar aanleiding van de zienswijzen al of niet gewijzigd wordt vastgesteld.
2 De zienswijzen algemeen Er zijn zeven zienswijzen tegen het ontwerp van de omgevingsvergunning ontvangen. Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn drie zienswijzen ontvangen. Prematuur zijn drie zienswijzen ontvangen. Na het verstrijken van de termijn is nog een zienswijze ontvangen. De indieners van een zienswijze (hierna: indieners) hebben een uitnodiging voor het bijwonen van de ambtelijke hoorzitting ontvangen. De hoorzitting heeft plaatsgevonden op 5 juni 2024. Het verslag van de hoorzitting wordt met de verleende omgevingsvergunning en deze nota verzonden aan de indieners van een zienswijze.
3 Samenvatting en beantwoording zienswijzen Hieronder is de zienswijze samengevat en voorzien van een beantwoording.
Zienswijze 1
Nr.
Zienswijze
Beantwoording
1.
Waardedaling Dit plan heeft aanzienlijke negatieve gevolgen voor de verkoop van mijn woning. Er wordt een claim van € 500.000 ingediend in verband met het waardeverlies van de woning, indien dit besluit toch onherroepelijk wordt.
Dit aspect maakt geen onderdeel uit van de procedure voor de omgevingsvergunning. Eventuele waardedaling van de woning kan worden beoordeeld op grond van een planschadeverzoek. Indiener van de zienswijze kan hier gebruik van maken. Overigens houdt een planschadeverzoek niet direct in dat er sprake is van een schadeverhaal. Dit dient door een onafhankelijke en ter zake deskundige instantie vastgesteld te worden.
2.
Leefbaarheid Er wordt gevreesd voor de invloed op de leefbaarheid en rust in de directe omgeving.
De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. Het is begrijpelijk dat indiener van de zienswijze zich zorgen maakt over de realisatie van het zonnepark en de mogelijke impact op de directe omgeving. Het zonnepark zal gedurende de bouwfase een tijdelijke impact hebben op de leefbaarheid van de directe omgeving. Dit zal voor een periode van ongeveer zes maanden zijn. Daarna zal er 25 jaar nauwelijks iets gebeuren op het perceel. De natuur zal zijn gang kunnen gaan (waarbij er wordt ingezet op de natte en droge verbindingen van de Groenblauwe slinger) en wordt er duurzame
energie opgewekt. Tot slot, inzake de leefbaarheid, zal een recreatiestrook worden aangelegd waardoor de Roeleveenseweg en het Waterpad worden ontlast voor wat betreft wandelaars en ruiters. Het zonnepark heeft in die zin het streven om de leefbaarheid ten goede komen. Daarnaast blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing behorende bij de omgevingsvergunning dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor de verschillende omgevingsaspecten, zoals ecologie, geluid en veiligheid. Het zonnepark wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast en levert niet alleen een bijdrage aan de energietransitie, maar ook aan de biodiversiteit en de mogelijkheden voor het behoud van recreatie. Het initiatief heeft samenvattend geen onevenredige negatieve invloed op de directe omgeving.
3.
Alternatieve locatie Daarnaast zijn er mogelijk alternatieve locaties die minder impact hebben op de omgeving, zonder afbreuk te doen aan de doelstellingen voor duurzame energie.
De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. Gemeente Zoetermeer heeft een uitgebreide verkenning gedaan naar mogelijke locaties. Dit betreft de lokale verkenning naar potentie en wenselijkheid van windenergie en zonnestroom. De raad heeft hierover besloten op 25 januari 2021. In het aanbod van de gemeente Zoetermeer voor de Regionale energiestrategie en daarmee het Klimaatakkoord is gekeken waar en op welke wijze Zoetermeer locaties voor
de opwekking van wind- en zonne-energie kan faciliteren. De raad heeft gekozen om twee locaties van zonne-energie op land verder te laten onderzoeken. Eén daarvan is de locatie Roeleveenseweg. Voor extra windenergie ziet de gemeenteraad geen mogelijkheden. Daarnaast zet de gemeente in op zonnepanelen op daken, langs en op infrastructuur. Samenvattend is de locatie zorgvuldig afgewogen. De zienswijze leidt dan ook niet tot het oordeel dat een alternatieve locatie wenselijk is. De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. Zienswijze 2
Nr. 1.
Zienswijze Alternatieve locatie Er zijn genoeg alternatieve locaties in de omgeving (daken van grote warenhuizen en andere gebouwen in Zoetermeer en directe omgeving), die minimale impact hebben op de omgeving zonder afbreuk te dien aan de doelstellingen voor duurzame energie. Ook wordt verwezen naar het interview (en brief) van oktober 2023 van minister De Jonge die aangeeft hoe de prioriteit voor het ontwikkelen van zonneparken er uit zou moeten zien. Overheden sturen langs vier treden voor de opwek van zonne-energie.
Beantwoording Voor de beantwoording van de zienswijze wordt verwezen naar zienswijze 1, onderdeel 3. De door minister De Jonge opgestelde kamerbrief ‘Aangescherpte voorkeursvolgorde zon’ heeft geen impact op de voorgenomen ontwikkeling. Huidige/lopende ontwikkelingen mogen worden afgemaakt. De kamerbrief schrijft hier het volgende over: “Projecten waarvan de participatietrajecten al in een vergevorderd stadium zijn en niet (helemaal) conform de aangescherpte voorkeursvolgorde zon zijn vormgegeven, kunnen doorgang vinden. Daar
• Trede 1: Zonnepanelen op daken en gevels • Trede 2: Onbenutte terreinen in bebouwd gebied • Trede 3: Onbenutte terreinen in landelijk gebied • Trede 4: Landbouw- en natuurgronden
2.
Ecologie Het zonnepark wordt voorzien van een 2 meter hoog hekwerk. Dit hekwerk zal migratie van alle grond-/loopdieren in de buurt bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. Daarmee is het de vraag of een zonnepark een verbetering voor de natuur is. Bij zonnepanelen op daken speelt deze vraag niet.
waar slechts sprake is van zoekgebieden en waar nog geen serieus vervolg aan is gegeven, geldt de aangescherpte voorkeursvolgorde zon.” Bovendien wordt in de kamerbrief gesproken over landbouw- en natuurgronden als trede 4. De gronden, waar het zonnepark Roeleveen is voorzien, zijn in het bestemmingsplan echter niet als zodanig bestemd. Hier geldt namelijk voor het grootste gedeelte de bestemming ‘Sport – Golfbaan’. De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. Het hekwerk zal 20 centimeter van de grond worden geplaatst, waardoor deze door grondgebonden zoogdieren gepasseerd kan worden. Ook worden tunnels geplaatst voor klein wild. Hierdoor blijft het terrein toegankelijk voor grondgebonden zoogdieren en ook vliegende soorten.
220912 - Roeleveen - Technische tekening D02 v3 Sent (Provincie).pdf
3.
Geluid Het kappen van de geluidwerende bomenrijen voor het voorkomen van schaduw en het installeren van 25000 zonnepanelen en zo het creëren van een hard, en dus weerkaatsend, oppervlak zal een ander geluidniveau brengen dan het absorberend grasland en hoge bomen. Het kappen van hoge bomen en terugplaatsen met jonge en lagere bomen lijkt mij geen verbetering en het zal lang
De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. Er worden voor het zonnepark geen bomen gekapt. De betreffende rijen bomen langs de A12 zijn van de gemeente en Rijkswaterstaat en vallen buiten het plangebied. De zorg van omwonenden is overgebracht naar Rijkswaterstaat, die voornemens is bomen te kappen en nieuwe bomen te plaatsen. De bomen zijn namelijk aan vervanging toe en dit kan gevaar opleveren voor de A12.
duren voor deze bomen weer volgroeid zijn.
Zoals weergegeven in paragraaf 5.3 van de ruimtelijke onderbouwing verandert het gebied voor wat betreft geluid van geluidabsorberend naar een meer geluidreflecterend overdrachtsgebied. Uit het geluidonderzoek, dat als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen, blijkt dat de toename van het geluid zeer beperkt is. De toename van de geluidbelasting op de woningen in de nabije omgeving is gelijk aan of (in de meeste gevallen ruimschoots) lager dan 1 dB. Verschillen gelijk aan of kleiner dan 1 dB zijn niet waarneembaar voor het menselijk gehoor. Voor de woningen wordt het reflecterend effect van de zonnepanelen als verwaarloosbaar gezien. Indiener heeft geen argumenten aangedragen waaruit blijkt dat dit niet het geval is. Objecten kunnen akoestische afscherming bieden als deze de zichtlijn doorbreken tussen de geluidbron en het beoordelingspunt (woningen). Een ‘object’ moet dan akoestisch gesloten zijn (geen openingen bevatten). Dit is het geval bij bijvoorbeeld een geluidwal of scherm en gebouwen. Om die reden worden bomen / bomenrijen buiten beschouwing gelaten aangezien deze een zeer gering geluidreducerend effect hebben. De zienswijze leidt dan ook niet tot een ander inzicht. Overigens bekijkt de gemeente in overleg met onder andere Rijkswaterstaat of een energieleverend geluidscherm mogelijk is. Dit
in het kader van het zogenoemde OER-traject (opwek energie Rijksvastgoed). Dit staat los van dit zonnepark. De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. Zienswijze 3
Nr. 1.
Zienswijze Omgevingsverordening van provincie Zuid-Holland Het plan voldoet niet aan de voorwaarden van de omgevingsverordening ZuidHolland. Volgens de Omgevingsverordening ZuidHolland heeft het gebied een beschermingscategorie 2 en 3, inhoudende dat om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen het nodig kan zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij het aanpassen of transformeren van het gebied. Volgens art. 6.9 lid 8 en lid 9 van de omgevingsverordening houdt dit voor de genoemde beschermingscategorieën in ieder geval in dat er slechts ontwikkelingen mogelijk zijn die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en in overeenstemming zijn met art. 6.9a, 6.9b, 6.9c en 6.9d van de verordening. Een aantal in deze artikelen genoemde voorwaarden zijn als volgt: - de openheid en het groene karakter van het landschap dient niet onevenredig te worden aangetast;
Beantwoording Over de ontwikkeling en de passende maatregelen is uitgebreid overleg gevoerd met de provincie Zuid-Holland. Dit vertaalt zich in een zorgvuldig ingepast ontwerp van het zonnepark. In dit contact is door de provincie steeds benadrukt welk belang zij hecht aan landschappelijke inrichting en biodiversiteit bij ontwikkeling van zonneparken. Dit heeft ertoe geleid dat in verschillende rondes het ontwerp voor het zonnepark is aangepast tot het ontwerp dat nu als ontwerp omgevingsvergunning ter inzage heeft gelegen. Het projectgebied ligt binnen beschermingscategorie 2 en 3 uit de provinciale omgevingsverordening. Inpassen en aanpassen zijn binnen categorie 2 mogelijk. Voor categorie 3 geldt dat inpassen, aanpassen en transformatie mogelijk is. In alle gevallen geldt dat dit voldoende gemotiveerd moet zijn. In de ruimtelijke onderbouwing en in samenhang met het landschappelijk inrichtingsplan is gemotiveerd waarom het
- de ontwikkeling geen significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van het weidevogelgebied. Er wordt niet voldaan aan bovengenoemde voorwaarden. Een prachtig groen gebied wordt omgetoverd in een zwarte spiegel met duizenden panelen waarbij het natuurlijke karakter van het gebied in zijn totaliteit wordt aangetast
2.
Geluid Er is sprake van extra toenemen van geluidsoverlast door de te plaatsen zonnepanelen, omdat deze geen geluid absorberen.
plan voldoet aan de voorwaarden van de omgevingsverordening van de provincie ZuidHolland. Op basis van de omvang van de ontwikkeling in relatie tot de grootte van de groene buffer is door de provincie geoordeeld dat sprake is van aanpassen. De impact van de ontwikkeling is binnen het gebied als passend beoordeeld. De functie van de groene buffer, tegengaan van verstedelijking, blijft behouden voor dit gebied. Dit is bevestigd door de brief van 21 mei 2024, waarin Gedeputeerde Staten antwoord geeft op specifieke vragen van Statenlid Meijroos (BBB) e.a. Dit naar aanleiding van de ingekomen brief van Bewonersvereniging Leidschenveen e.a. De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. Zoals weergegeven in paragraaf 5.3 van de ruimtelijke onderbouwing verandert het gebied voor wat betreft geluid van geluidsaborberend naar een meer geluidreflecterend overdrachtsgebied. In zoverre is de stelling van indiener juist. Uit het geluidonderzoek, dat als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen, blijkt dat de toename van het geluid zeer beperkt is. De toename van de geluidbelasting op woningen in de nabije omgeving is gelijk aan of (in de meeste gevallen ruimschoots) lager dan 1 dB. Verschillen gelijk aan of kleiner dan 1 dB zijn niet waarneembaar voor het
menselijk gehoor. Voor de woningen wordt het reflecterend effect van de zonnepanelen als verwaarloosbaar gezien.
3.
Strijd met Bestemmingsplan De ontwikkeling van een zonnepark past volgens de bewoners van de Roeleveenseweg geheel niet in het bestemmingsplan.
De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. De ontwikkeling van het zonnepark is inderdaad in strijd met het bestemmingsplan. Het is echter niet zo dat een bestemmingsplan een totale eindsituatie vastlegt. De locatiekeuze voor het zonnepark is zorgvuldig tot stand gekomen, voldoet aan een goede ruimtelijke ordening, draagt bij aan de gemeentelijke ambities op het gebied van energietransitie, biodiversiteit en recreatie. Daarom is afwijking van het bestemmingsplan gerechtvaardigd. De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing.
Zienswijze 4.
1.
Netcongestie Verzocht wordt de gevolgen van dit zonnepark op netcongestie in het verzorgingsgebied Nootdorp in beeld te brengen, mogelijke optimalisaties te onderzoeken en mee te nemen in de besluitvorming.
Stedin weet al enkele jaren dat gemeente Zoetermeer de mogelijkheid van een zonnepark op deze locatie onderzoekt door de samenwerking binnen de regio, waaronder gemeenten. Zoals weergegeven in paragraaf 2.3.3 van de ruimtelijke onderbouwing ligt aan de andere zijde van de A12 een onderstation van netbeheerder Stedin. Hierop wordt het zonnepark en de batterij aangesloten. Stedin redeneert niet vanuit gemeentelijke grenzen maar welk station het meest dichtbij ligt.
Stedin heeft aan initiatiefnemer bevestigd dat de komst van het zonnepark geen negatieve impact heeft op de genoemde netcongestie. Er geldt geen netcongestie op het onderstation (Nootdorp 2) waar het zonnepark op aangesloten zal worden en dat wordt ook niet verwacht. Wat betreft afname van stroom is er aanvullend een Capaciteits Sturend Contract getekend waardoor Stedin in de toekomst de batterij kan laten op- of afschalen indien nodig. De huidige prognose is dat dit de komende 10 jaar niet het geval is. De zonnepanelen zijn verder oost-west georiënteerd waardoor op de dag meer gelijkmatig zonnestroom wordt opgewekt. Ook is in de vergunning het zogenoemde Cable pooling toegepast waardoor zowel de batterij als het zonnepark op 1 kabel zitten. Deze ene kabel wordt aangesloten op het onderstation. Het college heeft tenslotte in de Verhaals- en realisatie overeenkomst met initiatiefnemer opgenomen dat als stroomlevering elders een probleem wordt (bijvoorbeeld bij bedrijvenpark Heron), dat dan opnieuw naar het contract tussen initiatiefnemer en Dunea wordt gekeken. Dunea gaat in principe 100% van de stroom van het zonneveld afnemen (via het net). De ruimtelijke onderbouwing zal op het onderdeel netcongestie worden aangevuld.
Zienswijze 5.
1.
Aanpassing of transformatie De vraag is of er sprake is van een aanpassing dan wel van een transformatie van het plangebied door de realisatie van het zonnepark. In de ruimtelijke onderbouwing van het plan is daarover helaas niets te lezen en wordt er alleen gesteld dat het zonnepark een aanpassing betreft. De onderbouwing zou echter de vraag moeten beantwoorden of het zonnepark past bij de bestaande gebiedsidentiteit en welk effect het zonnepark heeft op de omgeving. Aan de hand van het provinciale werkboek “Ruimtelijke kwaliteit” is indiener van mening dat door het zonnepark een nieuwe gebiedsidentiteit ontstaat, en wel om de volgende redenen: - Het gebied is beschermd en heeft de status van groene buffer tussen de verstedelijkte gebieden van Den Haag en Zoetermeer. Het grootschalige zonnepark zorgt voor het verder verstedelijken van het gebied en verstoort daarmee onevenredig de functie van groene buffer. - In de omgeving is alleen sprake van lintbebouwing langs de Roeleveenseweg en daartussen is alleen sprake van weides, plassen en recreatie in de vorm van een (groene) golfbaan. Het zonnepark zou de eerste industrialisatie zijn in het gebied, het is daarom voor dit gebied vreemd. - Het thans groene plangebied vormt nu ook een groot contrast met het aan de
De stelling van indiener dat in de ruimtelijke onderbouwing niets is terug te vinden over de vraag of de ontwikkeling past bij de gebiedsidentiteit en welk effect dit heeft om de omgeving wordt niet gedeeld. Paragraaf 3.3.4 van de ruimtelijke onderbouwing dient immers in samenhang met het landschappelijk inrichtingsplan te worden gelezen. Hierin is aangetoond dat sprake is van aanpassen, en dat met de getroffen maatregelen sprake is van een aanvaardbaar effect op de omgeving en de bestaande gebiedsidentiteit niet onevenredig aantast. In het landschappelijk inrichtingsplan is ingegaan op de bestaande structuren en eigenschappen van het landschap, waarbij ook gekeken is naar de identiteit van het gebied. Ingezet wordt op een permanente versterking van de kenmerkende landschappelijke structuren en ontwikkeling van de Groenblauwe infrastructuur. Het bestaande landschap wordt door de komst van het zonnepark geconserveerd en de waterhuishouding wordt verbeterd. Zo wordt recht gedaan aan de herkenbaarheid en beleefbaarheid van het landschap, waarbij het zonnepark ook zo wordt ingepast. De zonnepanelen zijn een tijdelijke bovengrondse constructie die zo worden geplaatst dat deze de kenmerkende kavelstructuur van het polderlandschap volgen. Langs de randen van het zonnepark
andere kant van de A12 gelegen industrieterrein. Dit contrast zal door het zonnepark verdwijnen waardoor het gebied niet meer de tegenhanger kan zijn voor wat betreft groenbeleving. - Het zonnepark legt met 9,7 hectare beslag op een groot groengebied, en past daarmee niet bij de omgeving met kleine verkavelde weidegebieden en verspreid staande woningen in lintbebouwing. - Het gebied ligt weliswaar geïsoleerd tussen de historische Landscheidingsdijk, A12 en de Roeleveenseweg, maar vormt een belangrijk open groengebied dat aansluit bij de bestaande weides en golfbaan in het gebied. Ook is dit gebied goed zichtbaar vanuit de hoger gelegen A12 en ook vanuit de bestaande fiets/wandel-/ruiterroutes tussen Balijbos en de Haagse wijk Leidschenveen. - De landschappelijke inpassingen, voorgesteld door de projectontwikkelaar, zijn gericht op het beperkt zichtbaar maken van het zonnepark. Echter doet juist deze inpassing de functie van groene buffer van het gebied teniet. Immers, het omringen van een zonnepark met een 2 meter hoog hekwerk en daartegen geplaatste struiken maakt het gebied nog niet groen. - Vanuit de hoger gelegen snelweg is het gebied zeer zichtbaar en het zonnepark zal dan ook volledig zichtbaar blijven ondanks de voorgestelde randbegroeiing. Deze zichtbaarheid zal daarmee uiting
en de bestaande kavelstructuur wordt de groenblauwe infrastructuur verbeterd, zodat de ontwikkeling ook na de periode van het zonnepark goed aansluit op ontwikkelingen die passen bij de identiteit van het plangebied. Tot slot zal er een recreatiestrook worden gerealiseerd die aansluit bij de huidige bestemming van het gebied en zorgt voor passende invulling van de recreatiebehoefte. Wat betreft de zichtbaarheid van het zonnepark wordt opgemerkt dat uit de omgevingsdialoog naar voren is gekomen dat men graag geen zicht heeft op de panelen. Om die reden worden ze max 1,5 meter hoog (in plaats van 2 meter) en wordt door streekeigen struweel het zonnepark grotendeels uit het zicht gehouden. Zoals ook in de zienswijze 3 onder punt 1 wordt aangegeven is de provincie akkoord met het plan. De functie van de groene buffer, tegengaan van verstedelijking, blijft behouden voor dit gebied. De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing.
2.
geven aan het veranderde karakter van het gebied door de verdere verstedelijking tussen Den Haag en Zoetermeer. Versterking biodiversiteit De versterking van de biodiversiteit wordt gemotiveerd in het rapport “Landschappelijke inpassing” waarin de huidige situatie wordt beschreven als zwaar bemest grasland met weinig ecologische kwaliteit. De motivatie van versterking is daarmee uiteraard snel gemaakt. De volgende punten worden opgemerkt: - Als versterkingen worden genoemd poelen, struweel, brede plasberm en rietkraag aan de oostzijde van het plangebied. Bij nadere beschouwing blijkt echter dat deze getekend zijn op en buiten de kavelgrens van het plangebied, onduidelijk is daarmee of en door wie deze versterkingen gerealiseerd en beheerd gaan worden. - Ook krijgt de nieuwe watergang door het plangebied door ruimtegebrek alleen aan de zuidoever een flauwe helling, de noordoever is steil. Hierdoor wordt de beoogde ecologische verbinding door het gebied voor vele dieren niet meer mogelijk. - De gekozen oost-west opstelling van de panelen, in samenhang met de hoge paneel dichtheid, zorgt voor weinig lichtval onder de panelen. De oost-west opstelling is gekozen om het huidige verkavelingspatroon te benadrukken.
-
-
-
De versterkingen (poelen, struweel, brede plasberm en rietkraag) aan de oostzijde van het plangebied worden binnen het plangebied gerealiseerd. De nieuwe watergang is geen watergang, maar een kavelsloot/ greppel en is niet direct aangesloten op de watergangen. Doelsoorten: amfibieën en reptielen. De bloemrijke oevers zijn een gunstig verblijf van insecten en daarmee ook vogels. Er worden in het plangebied verschillende ecologische verbindingen aangebracht, waarvan de natuurvriendelijke oever ook een deel kan uitmaken. Het feit dat deze slechts aan een zijde (zuidoever) wordt aangebracht, betekent niet dat deze geen verbindende functie meer vervult over de lengte van deze oever. Daarnaast dient een natuurvriendelijke oever meer doelen, zoals een uittreedplaats voor fauna, schuil- en paaigelegenheden voor verschillende soorten, voedsel en het verbeteren van de waterkwaliteit. Het aanbrengen van zo'n natuurvriendelijke oever aan slechts één kant van het water draagt hier dus nog steeds aan bij.
Helaas blijkt de opstelling samen met de hoge paneeldichtheid de ecologische kwaliteit te verslechteren. Uit de eerste resultaten van een vijfjarig onderzoek, uitgevoerd door de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) in samenwerking met de provincie Groningen en Novar, blijkt dat met name een ruimere opstelling van panelen de ecologische kwaliteit ten behoeve van de biodiversiteit kan versterken. - Tijdens de participatiebijeenkomsten is door de initiatiefnemer (de commerciële ontwikkelaar Sunvest) aangegeven dat half licht-doorlatende panelen zouden worden toegepast om vegetatie onder de panelen mogelijk te maken. Helaas is dit niet beschreven in het ontwerp van de omgevingsvergunning of in de projectbeschrijvingen. BOL heeft de gemeente aan deze paneelkeuze herinnerd tijdens het inspreken in de raadsvergadering over dit onderwerp. De ecologisch versterking in het gebied onder de panelen is daardoor discutabel, met name omdat deze ruimte onder de panelen meer dan 80% van het plangebied uitmaakt. Ecologische verbetering ten behoeve van de biodiversiteit kan daarom slechts in een beperkt gebied, voornamelijk langs de randen van het gebied, plaatsvinden.
-
-
Er wordt geconcludeerd dat uit het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen (tussenrapportageecologie-in-zonneparken-2024-def.pdf (rug.nl)) is gebleken dat de hoge dichtheid van de zonnepanelen zorgen voor een slechtere ecologische kwaliteit. Dit ligt echter anders. Uit dit onderzoek blijkt namelijk dat de meeste soortgroepen in hogere dichtheden voorkomen op de locatie van de zonneparken. Hierbij wordt weliswaar het positieve effect veelal veroorzaakt door het positieve effect van alleen de rand van het park. De bijdrage van de ruimte tussen en onder panelen is veelal klein. De parken die in dit onderzoek zijn meegenomen (Vlagtwedde, MiddenGroningen, Bruinerveen) kennen ook een sterke dichtheid, evenals die van Roeleveen. Hierbij is het dus voornamelijk belangrijk de randen goed in te richten, iets wat in de huidige plannen als zodanig is meegenomen. Hierdoor zal de ecologische kwaliteit van het plangebied juist verbeteren ten opzichte van de huidige staat. Er zal gebruik gemaakt worden van bifacial glas-glas panelen. Bi-facial betekent dat de zonnepanelen aan weerszijde energie kunnen opwekken.
Glas-glas panelen zijn panelen waarbij zowel de voor- als de achterkant bestaat uit glas, daar dat bij ‘normale’ panelen aan de voorkant glas is en aan de achterkant kunststof. Voor de duidelijkheid, de zonnecellen zelf (die de energie opwekken) zijn niet doorzichtig. Tussen de panelen zijn openingen om hemelwater direct onder de panelen op het maaiveld te laten vallen. Neerslag samen met licht zorgt voor natuurlijke vegetatie onder de panelen. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt als voorwaarde in de omgevingsvergunning opgenomen dat er bi-facial glas-glas panelen moeten worden toegepast. 3.
Zorgvuldige landschappelijke inpassing De zorgvuldige landschappelijke inpassing wordt gemotiveerd in het rapport “Landschappelijke inpassing”, door te stellen dat het zonnepark de herkenbaarheid en beleefbaarheid van het landschap respecteert. De volgende punten worden opgemerkt: - De landschappelijke inpassing is ook tijdens participatiebijeenkomsten besproken door de initiatiefnemer met het voorbeeld van Zonnepark ‘de Kwekerij’ te Hengelo. Dit zonnepark is een toonbeeld van een natuur inclusief park. De participanten hebben zich echter niet
Het zonnepark ‘De Kwekerij’ in Hengelo is tijdens de participatiebijeenkomst niet getoond als voorbeeld van de wijze waarop het zonnepark Roeleveen kan worden ingericht. Wel is er bij de uitwerking van de verdere plannen gekeken naar dit zonnepark en de maatregelen die zijn genomen ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Een zonnepark met een dusdanig lage paneeldichtheid en de wijze waarop dit landschappelijk is ingepast, is op de locatie van het zonnepark Roeleveen niet mogelijk.
gerealiseerd dat dit park een paneeldichtheid heeft van 0,25 MWp (megawattpiek) per hectare, terwijl het beoogde zonnepark aan de Roeleveenseweg een dichtheid heeft van 1,35 MWp per hectare. Een gangbare paneeldichtheid is 0,8 MWp per 6 hectare. De paneeldichtheid is dus meer dan 6 maal hoger, waardoor de ruimte voor landschappelijke inpassing erg beperkt is en daarmee niet lijkt op die van het zonnepark in Hengelo. - Om de zichtbaarheid voor omwonenden te verkleinen wordt een 2 meter hoog hek met struiken om het zonnepark geplaatst, en wordt op een enkele plek een zichtlijn door het zonnepark geboden. Dit is moeilijk met de herkenbaarheid en beleefbaarheid van de open polder te verenigen. Ook wordt een gedeelte van de aanwezige sloten gedempt en worden de karakteristieke bolvormige oppervlakten tussen de sloten afgevlakt, waardoor de herkenbaarheid van het huidige landschap vermindert.
Het bestaande weiland lijkt op het oorspronkelijke landschap, maar door ophogingen van de grond en wijzigingen van de waterstructuur (door greppels) is dit veranderd. De plaatsing van zonnepanelen grijpt in op de waterstructuur, maar voegt een aantal natuurvriendelijke oevers toe. Door het gebied de komende jaren met rust te laten en te verschralen zal de natuurwaarde en het bodemleven toenemen. Door de verschillende maatregelen ten behoeve van verschillende doelsoorten en het toegankelijk houden van het terrein voor kleinere zoogdieren zorgt dit voor een versterking van de biodiversiteit. Er zal een hek worden geplaatst in verband met verzekeringseisen. Initiatiefnemer zal hekken zoveel mogelijk vermijden, maar dit kan alleen daar waar een watergang minimaal 3,5 meter breed is. Voor het hekwerk komt streekeigen struweel zoals eerder aangegeven.
De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. 4.
Andere relevante opgaven De combinatie met andere relevante opgaven wordt gemotiveerd in het rapport “Ruimtelijk onderbouwing” door het medegebruik van de ruimte voor recreatie door de aanleg van een ruiterpad en
Wij delen de stelling dat de autoluwe weg rustig is niet. De weg wordt veel gebruikt door fietsers (ook met elektrische fietsen) en scooters. Een struin en ruiterpad is voor de
plaatsing van picknickbanken. De volgende punten worden opgemerkt: - De noodzaak van een ruiterpad is discutabel daar de bestaande autoluwe plattelandsweg al vele decennia voldoet voor fietsers, voetgangers en ruiters. Een extra direct naast de bestaande weg gelegen pad kan ook niet worden beschouwd als een recreatieve of kwalitatieve verbetering van de leefomgeving. De lokale manege langs de Roeleveenseweg heeft aangegeven dat de schittering van de panelen de paarden ongewenst onrustig zullen maken, waardoor een ruiterpad net naast het zonnepark gevaarlijk en onbruikbaar is. 5.
Verzekeren ruimtelijke kwaliteit Of de ruimtelijke kwaliteit wordt verzekerd, wordt in het rapport “Ruimtelijk onderbouwing” getoetst aan de vier provinciale kwaliteitskaarten. Het volgende wordt opgemerkt: - De kwaliteitskaart van de stedelijke occupatie geeft aan dat bij de plaatsing van een zonnepark een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht moet geven in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van deze bouwwerken op de (wijde) omgeving. Het rapport “Landschappelijk inrichtingsplan” moet dit inzicht verschaffen. In dit rapport wordt ingegaan op het behoud van de landschappelijke kenmerken en de versterking van ‘groenblauwe
wandelaar en ook paarden dan ook een rustig alternatief. Het grootste deel van het netwerk is beplant met wisselend struweel. Dit zal het zicht niet volledig ontnemen. Moderne zonnepanelen geven minder schittering dan bijvoorbeeld water. Paarden zullen hier geen last van hebben. Initiatiefnemer heeft onderzoek gedaan naar schittering van een zonnepark, zie Geeft een zonnepark schittering en krijg ik daar last van? - Sunvest - Natuurlijke zonneparken.
De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. In de eerdergenoemde verhaals- en realisatieovereenkomst die de gemeente heeft gesloten met de initiatiefnemer is vastgelegd dat er een inrichtingsplan komt met bijvoorbeeld passages over streekeigen struweel. Eén en ander in nauwe afstemming met de gemeente. Daarnaast zal bij de start van de werkzaamheden een rapport worden overgelegd over de kwaliteit van bodem en biodiversiteit (nulmeting). Ook volgt een beheerplan dat na 5 jaar tussentijds wordt getoetst en tot bijsturing kan leiden indien nodig. Na afloop, na 25 jaar, volgt wederom een bodem- en soortenonderzoek. Dit onderzoek zal worden uitgevoerd door gespecialiseerde bureaus.
verbindingen’ in het plangebied. Er wordt in het rapport echter geen verzekering geven hoe de kwaliteit van de groene bufferfunctie van het gebied wordt gehandhaafd. Deze belangrijke functie voor de stedelijke occupatie wordt zelfs geheel gemist in het rapport, terwijl dit voor de ruimtelijke kwaliteit zeer belangrijk is.
6.
Verzekeren landschappelijke inpassing Met betrekking tot de verzekering van de landschappelijke inpassing wordt in het rapport “Landschappelijk inrichtingsplan” aangegeven dat het project met de inpassing van het zonnepark de herkenen beleefbaarheid van het landschap wil respecteren en de ecologische verbindingen die gewenst zijn wil versterken. Het volgende wordt opgemerkt: - In het rapport wordt het huidige landschap van de Roeleveensepolder beschreven als een geïsoleerd restgebied waarin het oorspronkelijke landschap is achtergebleven ten opzichte van de stedelijke omliggende gebieden (Leidschenveen en Nootdorp). Er wordt echter beschreven dat dit restgebied
Voor de periode na afloop van het zonnepark is de gemeente in gesprek met de eigenaar van de grond en de provincie. Samen wordt gezocht naar een geschikte invulling voor de gronden waarbij enerzijds de belangen van de eigenaar worden gerespecteerd, maar anderzijds de gerealiseerde maatregelen en kwaliteitsverbetering in stand blijven, zodat ook na afloop de kwaliteit van het gebied wordt gehandhaafd. Deze afspraken zullen uiteindelijk als regels worden opgenomen in het omgevingsplan. De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. Over de ontwikkeling en de passende maatregelen is uitgebreid overleg gevoerd met de provincie Zuid-Holland. Dit is vertaald in een zorgvuldig ingepast ontwerp van het zonnepark. In dit contact is door de provincie steeds benadrukt welk belang zij hecht aan landschappelijke inrichting en biodiversiteit bij ontwikkeling van zonneparken. Dit heeft ertoe geleid dat in verschillende rondes het ontwerp voor het zonnepark is aangepast tot het ontwerp dat nu als ontwerp omgevingsvergunning ter inzage heeft gelegen. Ingezet wordt op een permanente versterking van de kenmerkende landschappelijke structuren en ontwikkeling van de Groenblauwe infrastructuur.
dreigt op te gaan in een stedelijke rand (uitloopgebied). Wij zijn van mening dat juist een grootschalig en intensief zonnepark een ernstige bedreiging is voor dit oorspronkelijke landschap, waardoor dit onherkenbaar wordt en verloren gaat. Ook heeft dit zonnepark een voorbeeld/precedentfunctie voor naastgelegen weidegebieden op Haags grondgebied, waardoor ook op deze gebieden grootschalige en intensieve zonneparken mogelijk worden.
De structuur van het bestaande landschap blijft behouden, maar juist de waterkwaliteit, de biodiversiteit en de bodemkwaliteit worden verbeterd. Zo wordt recht gedaan aan de herkenbaarheid en van het landschap, waarbij het zonnepark ook zo wordt ingepast. De zonnepanelen zijn een tijdelijke bovengrondse constructie die zo worden geplaatst dat deze de kenmerkende kavelstructuur van het polderlandschap volgen. Langs de randen van het zonnepark en in de bestaande kavelstructuur wordt de groenblauwe infrastructuur verbeterd. Ook wordt het land verschraald, zodat de ontwikkeling ook na de periode van het zonnepark goed aansluit op ontwikkelingen die passen bij de identiteit van het plangebied. Tevens zal er een recreatiestrook worden gerealiseerd die aansluit bij de huidige bestemming van het gebied en zorgt voor passende invulling van de recreatiebehoefte. Tot slot zijn we van mening dat dit zonnepark geen voorbeeld of precedent is voor naastgelegen weidegebieden op Haags grondgebied. Immers, iedere ontwikkeling van een zonnepark dient in de eigen actuele beleidscontext beoordeeld te worden. Ook is gemeente Den Haag bevoegd over haar eigen grondgebied, niet gemeente Zoetermeer.
7.
Verzekeren van behoud en versterken biodiversiteit De verzekering van het behouden en versterken van de biodiversiteit wordt in het ontwerp van de omgevingsvergunning geregeld doordat de initiatiefnemer wordt gevraagd een monitoringsvoorstel te doen in een nog (later) te publiceren beheerplan. Wij merken het volgende op: - In de het ontwerp van de omgevingsvergunning wordt geen melding gemaakt van een nulmeting, waardoor de huidige ecologische waarde speculatief is en gebaseerd is op algemene informatie en korte observaties. In het rapport “Landschappelijke inpassing” wordt ook niet beschreven dat het gebied ligt tussen de natuurgebieden de Balijbos en de Nieuwe Driemanspolder en daarmee een belangrijke ecologische route is voor vele dieren, waaronder ook (grote) zoogdieren. In de nulmeting zou dan ook speciale aandacht moeten komen voor de fauna die gebruik maakt van deze route of dat in de toekomst zou kunnen doen. Het Gebruikersplatform Groenzoom heeft hierop gewezen tijdens diens inspreken in de raadsvergadering van de gemeente Zoetermeer tijdens de bespreking over het verlenen van een verklaring van geen bezwaar voor het (tijdelijk) afwijken van de gebiedsbestemming.
De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. De Groenblauwe slinger is vanaf het begin een van de hoofdonderwerpen geweest in de ontwikkeling van het zonnepark, waarbij ingezet wordt op droge en natte verbindingen. In nauwe samenwerking met ecologen is onderzocht hoe het plangebied een betere rol kan spelen in de ‘groenblauwe slinger’. Er is binnen het plangebied gekeken naar de gewenste doelsoorten en de migratiemogelijkheden. Er kunnen samen met het gebruik als zonnepark kruidenrijke en biodiverse grasvegetaties worden ontwikkeld. Slootoevers worden verbreed en als migratieroute en verblijfsplek ingericht. Brede rietbermen zijn van betekenis voor vissen en andere waterdieren. Het monitoren hiervan zal deel uitmaken van het beheer. Initiatiefnemer zal de bestaande en in de tijd ontwikkelde kwaliteiten door een ecologisch onderzoeksbureau laten vastleggen. Voor meer details verwijzen we onder andere naar het document ‘landschappelijke inpassing’. De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing.
8.
- Volgens het Gebruikersplatform De Groenzoom is de enige manier waarop het zonnepark op deze locatie daadwerkelijk positief zou kunnen bijdragen aan het behouden en versterken van de biodiversiteit is wanneer een significant deel van het oppervlak niet door zonnepanelen wordt bedekt. Een significant lagere bedekkingsgraad maakt het mogelijk dat er ecologische verbindingen door en langs het gebied ontstaan die ten goede komt aan zowel de lokale biodiversiteit als de biodiversiteit in de naastgelegen natuurgebieden. In het ontwerp van de omgevingsvergunning is naar onze mening niet of onvoldoende vastgelegd welke ecologische verbindingen door het zonnepark worden voorzien. De biodiversiteit zou pas echt serieus kunnen verbeteren als het gebied niet wordt getransformeerd naar een zonnepark maar integraal ecologisch wordt ingericht ten behoeve van de versterking van de Groenblauwe Slinger. Strijdigheid met de provinciale Omgevingsvisie In de provinciale Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland worden de volgende uitgangspunten over het provinciaal beleid (omgevingsvisie) beschreven die voor zonneparken leidend zijn. Het zonnepark voldoet aan geen van deze uitgangspunten (principes): - Meervoudig gebruik van de ruimte: 90% van de ruimte wordt alleen voor het
Voorop gesteld wordt dat de provincie ZuidHolland akkoord is met het plan en heeft aangegeven dat er geen strijdigheid is met haar beleid. Volledigheidshalve wordt hierbij tevens verwezen naar de reactie op zienwijze 3 onder punt 1. De door indiener genoemde handreiking en de omgevingsvisie hebben op het plan geen directe impact. De handreiking is een hulpmiddel voor ontwikkelaars en gemeenten om zonneparken te ontwikkelen die een meerwaarde vormen voor de
intensieve zonnepark gebruikt. Het gebruik van een klein stuk langs de rand van het park voor een ruiterpad kan naar onze mening niet gelden als meervoudig gebruik, zoals door de provincie bedoeld wordt en met voorbeelden is verduidelijkt. - Vrijwaren van schaarse open ruimte (zoals een zonnepark in beginsel toegestaan langs dorpsranden): Naar onze mening is de grootte van het zonnepark niet in verhouding tot de grootte van de dorpsrand, zijnde de Roeleveenseweg. Naar onze mening is de door de provincie geschetste situatie van een dorpsrand niet van toepassing voor de lintbebouwing van de Roeleveenseweg. De voorbeelden die de provincie geeft, schetsen een totaal andere situatie van een dorpsrand. - Vrijwaren van schaarse open ruimte: De provincie biedt ruimte voor experimenten (pilots) met energiesystemen. Echter, in het ontwerp van de omgevingsvergunning en de projectbeschrijvingen wordt gelezen dat hiervan geen sprake is. Er worden louter bekende en al bewezen technologieën in het project gebruikt. - Koppelen aan andere ruimtelijke opgaven: De provincie beschrijft dat de aanleg van recreatieve routes een koppeling is met een andere ruimtelijke opgave. Maar de provincie beschrijft ook dat deze route een logische verbinding moet zijn. Het maken van een ruiterpad langs een bestaande autoluwe weg die
omgeving. De omgevingsvisie geeft aan waar de provincie voor staat en bevat ambities, beleidsdoelen en beleidskeuzes voor de provincie zelf. Om dit te bereiken bevat de omgevingsverordening instructieregels voor gemeenten en initiatiefnemers. Het plan voldoet hieraan. Desalniettemin gaan wij kort in op de door indiener aangedragen punten. Meervoudig gebruik van de ruimte: 90% Het zonnepark dient in eerste instantie om duurzame energie op te wekken. Daarnaast wordt er ingezet op ecologische versterking en recreatie (door middel van de recreatiestrook). De genoemde 90% is feitelijk onjuist. Gemeenten dragen ook bij aan de ambitie om in 2030 35 TWh op land te realiseren aan windenergie en/of zonnepanelen. Voor onze RES-regio Rotterdam Den Haag komt dit neer op een ambitie van tussen de 2,8-3,2 TWh. Zoetermeer heeft na een zorgvuldig traject gekozen onder aandere voor een zonnepark aan de Roeleveenseweg. Het wordt nu een combinatie tussen zonnepanelen enerzijds en ecologische versterking van het huidige gebied anderzijds. Deze locatie is al jaren bekend binnen de RES-regio Rotterdam Den Haag bij gemeente Den Haag, gemeente Pijnacker-Nootdorp en ook de provincie heeft hieraan goedkeuring gegeven. Vrijwaren van schaarse open ruimte Er zal gebruik gemaakt worden van bi-facial glas-glas panelen. Bi-facial betekent dat de
niet aansluit bij de onderdoorgang onder de A12 naar het Balijbos, lijkt niet te voldoen aan het principe van een logische verbinding. - Afstemmen energievraag en –aanbod: De opgewekte energie wordt in de huidige plannen door het drinkwaterbedrijf Dunea afgenomen. Dunea geeft daarbij aan dat de energie wordt gebruikt in een nabijgelegen pompstation. Dit pompstation is echter nog niet bestaand en het is ook onduidelijk of en wanneer deze zal worden gerealiseerd. De bewoners in de omgeving maken zich dan ook zorgen over de mogelijke consequenties voor netcongestie op zonnige dagen en als gevolg daarvan een mogelijke afkoppeling van het net. - Goed landschapsontwerp, passend bij beschermingscategorieën (groene buffer) en de regels uit de omgevingsverordening: Het grootschalige en intensieve zonnepark heeft helaas geen groen karakter, tenzij de energie bedoeld wordt die wordt opgewekt. Alleen de randen van het zonnepark zijn groen. De zichtbaarheid van het zonnepark verstoort daarmee onevenredig de functie van groene buffer van het gebied voor zowel de inwoners als passanten, inclusief de voertuigbestuurders op de A12, en ook voor flora en fauna en de daarmee samenhangende biodiversiteit. - Verankering in de samenleving, het zonnepark ligt dicht bij de Haagse
zonnepanelen aan weerszijde energie kunnen opwekken. Glas-glas panelen zijn panelen waarbij zowel de voor- als de achterkant bestaat uit glas, waar dat bij ‘normale’ panelen aan de voorkant glas is en aan de achterkant kunststof. Voor de duidelijkheid: de zonnecellen zelf (die de energie opwekken) zijn niet doorzichtig. Koppelen aan andere ruimtelijke opgaven Initiatiefnemer heeft met een groot deel van de direct omwonenden (bewoners van de Roeleveenseweg) gesproken en die hebben aangegeven dat de Roeleveenseweg intensief wordt gebruikt door auto's, motoren, wandelaars, hardlopers, fietsers en ruiters. Het beoogde recreatiepad zal de Roeleveenseweg en het Waterpad in dat opzicht ontlasten (zie ook de beantwoording onder 4 van deze zienswijze 5). Afstemmen energievraag en –aanbod Het is onjuist dat er stroom van het zonnepark direct naar het nabijgelegen pompstation wordt geleverd. Dunea wil via het net de stroom van het zonnepark gebruiken. Initiatiefnemer en Dunea maken hierover afspraken. Wat betreft netcongestie zie ook de beantwoording naar aanleidng van zienswijze 4. Zoals weergegeven in paragraaf 2.3.3 van de ruimtelijke onderbouwing ligt aan de andere
woonwijk Leidschenveen en verder van Meerzicht (dichtsbijgelegen woonwijk van Zoetermeer). De omgeving is niet passend betrokken. Zo heeft BOL meermaals ingesproken bij de gemeenteraad van Zoetermeer over de ontwikkeling van het zonnepark, echter zonder daarbij enig gehoor te hebben gevonden over de voorstellen die zijn gedaan. Ook hebben de lokale bewoners langs de Roeleveenseweg momenteel overlast van geluidshinder van de A12. Op de betreffende locatie is het geluidproductieplafond van de A12 dan ook bijna volledig gebruikt. Volgens het ontwerp van de omgevingsvergunning zal het zonnepark de geluidshinder van de A12 met 0,9 dB verhogen, waardoor het geluidproductie plafond van de A12 lokaal wordt overschreden.
zijde van de A12 een onderstation van netbeheerder Stedin. Stedin heeft bevestigd dat de komst van het zonnepark geen negatieve impact heeft op de door indiener gevreesde netcongestie. Er geldt geen netcongestie op het onderstation (Nootdorp 2) waar het zonnepark op aangesloten zal worden en dat wordt ook niet verwacht. Wat betreft afname is er aanvullend een Capaciteits Sturend Contract getekend waardoor Stedin in de toekomst de batterij kan laten op- of afschalen indien nodig. De huidige prognose is dat dit de komende 10 jaar niet het geval is. De ruimtelijke onderbouwing zal op dit punt worden aangevuld, zie pagina 10. Goed landschapsontwerp, passend bij beschermingscategorieën (groene buffer) Voor deze reactie verwijzen wij naar de beantwoording onder punt 1 van deze zienswijze. Verankering in de samenleving Er heeft op verschillende manieren participatie plaatsgevonden. Ten eerste door de gemeente zelf als het gaat om de keuze over potentie en wenselijkheid van windenergie en zonnestroom. Dit was in de periode oktober 2020 tot december 2020. Het participatieverslag zat bij de stukken voor het raadsvoorstel lokale verkenning naar potentie en wenselijkheid van windenergie en
zonnestroom van de raad van 25 januari 2021. Ook is er geparticipeerd over de conceptRES. De gemeenteraad heeft inwoners, stakeholders gevraagd om input te leveren. Tenslotte heeft initiatiefnemer uitgebreid de diverse omwonenden en andere stakeholders gesproken, waaronder BOL. Het participatieverslag van de initiatiefnemer is onderdeel van de stukken. Initiatiefnemer heeft op basis van een procesparticipatieplan indieners vroegtijdig meegenomen in het ontwikkelproces, en waar mogelijk zijn suggesties overgenomen. Derhalve zijn wij van mening dat over het initiatief voldoende participatie heeft plaatsgevonden. Geluidproductieplafond A12 Een geluidproductieplafond geeft de toegestane geluidproductie vanwege een weg aan. In dit geval is Rijkswaterstaat wettelijk verplicht het geluid langs de A12 te beheersen en zorg te dragen voor de naleving van het geluidproductieplafond. De voor de bepaling van de naleving van het geluidproductieplafond benodigde brongegevens zijn opgenomen in het geluidregister. Dit zijn de wegligging, verkeersintensiteit en -samenstelling, toegestane verkeerssnelheid, soort wegverharding en eventuele geluidschermen. Gegevens uit andere bronnen, zoals bijvoorbeeld omliggende bebouwing, worden hierin niet meegenomen. De realisatie van het
zonnepark heeft dus geen invloed op het geluidproductieplafond. De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing, tenzij hiervoor anders aangegeven. Zienswijze 6.
1.
2.
Zienswijze 7.
1.
Externe veiligheid In de toelichting (hoofdstuk 5/paragraaf 5.5) is geen aandacht besteed aan de externe veiligheidsaspecten van de aardgastransportleidingen. Op grond van de artikelen 11 en 12 Bevb bent u hiertoe wettelijk verplicht. Onderlinge beïnvloeding Het zonnepark kan de aardgastransportleiding beïnvloeden. Er dient aangetoond te worden dat het zonnepark geen externe beïnvloeding heeft op ons leidingsysteem. Uit een nog aan te leveren berekening moet blijken dat voor wisselstroom beïnvloeding wordt voldaan aan de NEN 3654 en dat er geen ontoelaatbare externe beïnvloeding op het Kathodische Beschermingssysteem wordt veroorzaakt.
Naar aanleiding van de zienswijze is aanvullend onderzoek uitgevoerd en toegevoegd aan de paragraaf 5.5 ruimtelijke onderbouwing.
Vanuit de belangen van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid is er geen reden voor een inhoudelijke reactie op dit plan,
De zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen en leidt niet tot aanpassing van het plan.
De zienswijze leidt dan ook niet tot een aanpassing. De eigenaar van de aardgastransportleiding heeft als beleidsregel dat wanneer een zonnepark op een punt binnen 200 meter van een gasleiding komt er een check uitgevoerd moet worden. Zoals aangegeven onder punt 1 is naar aanleiding van de zienswijze aanvullend onderzoek uitgevoerd en toegevoegd aan de paragraaf 5.5 ruimtelijke onderbouwing. Het advies van de eigenaar luidt als volgt: door het initiatief is geen ontoelaatbare beïnvloeding te verwachten voor wat betreft elektrische beïnvloeding gezien de afstand tot de leiding, de lokaal te verwachten omstandigheden en het door u gekozen systeem voor aarding.
gezien de afstand tussen de rijksweg A12 en de ligging van het zonnepark. Wanneer voor een toekomstige ontwikkeling een plangebied dichter bij de rijksweg beoogd is, dient daarin rekening te worden gehouden met reflectieonderzoek.