Bijlage 6 - Landschappelijke inpassing zonnepark
Tekst van het document
Landschappelijke inpassing zonnepark ‘Roeleveen’ te Zoetermeer
28 maart 2024
1. INLEIDING In het kader van de gewenste energietransitie naar het gebruik van hernieuwbare energiebronnen wordt in heel Nederland gezocht naar locaties om zonnepanelen te plaatsen. Naast de stedelijke gebieden wordt ook het landelijk gebied hiervoor bekeken. Sunvest Ontwikkeling B.V. uit Utrecht heeft een plan gemaakt voor het ontwikkelen van een natuurlijk zonnepark op een perceel in Zoetermeer (kadastrale gemeente Zoetermeer sectie H perceelnrs. 299 & 275). Zij legt deze voor aan de gemeente Zoetermeer om hiervoor vergunning te verkrijgen, teneinde het plan te kunnen uitvoeren. Het plangebied heeft een oppervlakte van 9,74ha en ligt in het Groene hart, op de grens tussen Rijnland en Delfland. Dit is een verveend en drooggemaakt deel van de grote veenkussens die tussen de Oude Rijn en de Maas aanwezig waren. Na droogmaking bleef er een strak slagenlandschap over bestaande uit polders (droogmakerijen) die via een complexe waterhuishouding hun water uiteindelijk uitmaalden naar de grote rivieren en de zee. Delfland en Rijnland werden al vanaf de middeleeuwen (Floris V) gescheiden door een ‘Landscheiding’ die ten oosten van het plangebied nog in het landschap aanwezig is. In de polders liggen boerderijen meestal in linten langs een weg en wetering, waarvan de wetering vaak het oudst is. Het plangebied is momenteel in gebruik als grasland en wordt beweid met schapen.
Aan de noordzijde grenst het aan een ondiepe plas die rondom begroeid is met wilgenbos en riet. Aan de oostzijde ligt de Landscheiding die daar onderdeel uitmaakt van een golfbaan en langs de grenssloot beplant is met knotwilgen. Aan de zuidzijde ligt de A12 met in de berm enkele rijen hoge Canadese populieren. De Roeleveense weg aan de westzijde is buiten de erven boomloos en wordt aan de andere zijde begrensd door een brede sloot met rietkragen, en daarachter een zandwinplas. Deze sloot is de grens tussen Zoetermeer en Den Haag. Het rapport is als volgt ingedeeld: •
• •
Een beschrijving van de historische ontwikkeling van het bestaande landschap en het huidige gebruik met het vigerende beleid, en een opsomming van kansen en mogelijkheden voor inpassing; Een verbeelding met toelichting van het voorgestelde ontwerp en een verantwoording met beheersadvies van de toegepaste beplantingen en materialen; Een opsomming van de toegevoegde waarden van het inrichtingsvoorstel
afb. 1: watergang op de grens van het plangebied met hoge bomen en verschillende waterpeilen (haverdroeze.nl)
2
afb. 2: ligging plangebied - topografische kaart 2018 (topotijdreis.nl)
3
afb. 3: ligging plangebied - topografische kaart ca. 1940 (topotijdreis.nl)
4
2. LANDSCHAP Het gebied maakt deel uit van een droogmakerij die is afgegraven tot op de moerige - klei-ondergrond (vlakte van getij-afzettingen en inversierug), en ligt tegen de landscheiding (veenrest-dijk). Het gebied kent nog de oorspronkelijke slagenverkaveling. De waterhuishouding is verstoord door infrastructurele- en stedenbouwkundige ingrepen in de directe omgeving. Er is een geleidelijk verval in peil vanaf de Landscheiding naar de Roeleveenseweg. Aan de westkant van de Roeleveense weg is tot op grote diepte zand gewonnen. De Roeleveense polder is een gedeelte van een omstreeks 1850 drooggemaakt aantal polders rond Nootdorp. De verkavelingsrichting staat min of meer haaks op de Landscheiding in tegenstelling tot naastgelegen polders. Rondom dit poldergedeelte hebben zich vanaf de 19e eeuw ingrijpende infrastructurele en stedenbouwkundige ontwikkelingen voorgedaan. De aanleg van spoorwegen en snelwegen hebben het poldergebied opgeknipt in verschillende stukken. Grote oppervlakten van oorspronkelijke polders zijn getransformeerd naar stedelijke woongebieden. Andere gedeelten zijn voor kascultures omgezet, zijn als zandwinning gebruikt, zijn ingericht als stedelijk groengebied of hebben een functie als waterbuffer gekregen voor het Groene hart.
De Roeleveense polder, gekopppeld aan de Landscheiding, is hierdoor als geïsoleerde rest van het oorspronkelijke landschap achtergebleven.
afb. 4: geomorfologische kaart (pdok.nl)
Het plangebied maakt zo deel uit van een stuk polderlandschap dat z’n primaire agrarische functie al verloren heeft. Onder sterke druk vanuit het omliggende stedelijke gebied dreigt dit op te gaan in een stedelijke rand (stedelijk uitloopgebied, parklandschap, golfterrein etc.). De recreatieve waarde van deze rand heeft echter veel te maken met de herkenbaarheid van het oorspronkelijke polderlandschap. Hier liggen kansen die bij de inpassing van een zonnepark kunnen worden benut: •
•
•
Behoud en versterken van de schaal, structuur en richting van het bestaande polderlandschap; voor de structuur zijn vooral van belang: de samenhang met de Landscheiding en de eenheid en het karakter van het boerderijenlint langs de Roeleveenseweg. Behoud en versterken van de primair agrarische functie en het groene landelijke karakter van het gebied in goede samenhang met andere functies als natuur, water, recreatie en wonen. Het uitwerken van mogelijkheden voor recreatief medegebruik van dit stuk landschap.
afb. 5: overlay topografische kaart 1940 en opentopo kaart 2022 (pdok.nl)
5
Delfland
Rijnland -4,90 tot -5,00
afb. 6: hoogtekaart (ahn.arcgisonline.nl)
afb. 8: peilbesluit hoogheemraadschap Delfland (hhdelfland.nl)
afb. 7: bodemkaart (pdok.nl)
afb. 9: legger hoogheemraadschap Delfland (hhdelfland.nl)
6
3. ECOLOGIE Als habitat wordt voor dit gebied bloemrijk hooiland genoemd (Zoetermeer, Groenkaart). Natuurdoeltype voor dit gebied is bloemrijk grasland van rivier- en zeeklei (3.39) en natuurbeheer-type vochtige hooilanden (N10.02). Er strijken ganzen neer tijdens hun trek op het grasland. Er zijn hazen en soms een ree die het plangebied bezoeken. En verder zijn er kleinere zoogdieren en vogels. Het grasland is zwaar bemest en heeft dientengevolge weinig ecologische kwaliteit. De slootoevers zijn steil maar hier groeit een gevarieerder vegetatie van Fluitekruid, Grote Kattestaart, Scherpe boterbloem, Watermunt, Zompvergeetmijnietje en Riet. Hier kunnen Bunzing, Waterspitsmuis, Rugstreeppad of Ringslang een habitat vinden. De hoge populieren langs de rijksweg en de wateroevers zijn voor vleermuizen van betekenis. Het plangebied heeft vooral ecologische betekenis vanwege de ligging in de Groenblauwe Slinger. Aan de zuidkant sluit het aan op de Balij (overkant spoor), en aan de noordwestkant grenst het aan de Landscheiding (een restveendijk) die een belangrijke waterhuishoudkundige, landschappelijke en ecologische betekenis heeft binnen de Groenblauwe slinger. Er wordt vooral gezocht naar ontsnippering met Ringslang, Waterspitsmuis, Hermelijn, Gewone pad, Steenmarter, Rosse woelmuis als de kenmerkende soorten en de modellen Kamsalamander en Winde als verbindingsvorm.
Het plangebied kan een schakel zijn in de blauw-groene verbinding, maar de belangrijkste knelpunten (afb. 10 & 11) liggen bij de passages van de grote infrastructuur (A12, spoorlijnen en Zoetermeerse Rijweg). Het zonnepark zal over het maaiveld toegankelijk blijven voor kleine zoogdieren (o.m. Egels, Hazen) en insecten. Waar het zonnepark wordt onderbroken door sloten kunnen hierlangs voor reptielen en amfibieën verbindingen worden ontwikkeld door het afvlakken van het talud en het aanbrengen van struweel. Van dit laatste en van rietkragen in de sloten profiteren ook riet- en struweelvogels.
afb. 10: Groenblauwe Slinger (pazh.nl)
Kansen die kunnen worden benut voor een ecologische inpassing zijn: • •
Het versterken van het natuurdoeltype bloemrijk grasland van rivier- en zeeklei (3.39) en het natuurbeheertype vochtige hooilanden (N10.02) Binnen het plangebied kan de Groenblauwe slinger ondersteund worden door passages mogelijk te maken die aansluiten op de onderdoorgangen onder de A12 en onder de tramlijn en provinciale weg. De verbindingen dienen te zijn afgestemd op de gewenste natuurdoeltypen: natte- en droge dooradering (A13 en A14 o.m. rietoevers met Lisdodde, Rietgras en Grote zegge (natuurdoeltype 3.24))
afb. 11: kansen en knelpunten groenblauwe verbinding bij A12 / spoorlijn (H. Baas)
7
4. BELEID EN PLANNEN Buytenpark
Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan (afb. 12) als enkel-bestemming: Sport - Golfbaan en alleen aan de zuidzijde geldt een dubbel-bestemming: LeidingLeidingstrook.
In de Lokale verkenning potentie en wenselijkheid windenergie en zonnestroom binnen en buiten de stad Zoetermeer. 2020 wordt het plangebied aangewezen als één van de twee integraal bekeken als wenselijk beoordeelde locaties voor het opwekken van zonnestroom (afb. 14). Hierbij wordt voor deze locatie vermeld: “Doordat dit gebied geen onderdeel uitmaakt van een groter landschap en er nauwelijks sprake is van een (visuele) relatie met zijn omgeving, is vanuit landschappelijk oogpunt te overwegen om speelhier een zonneveld aan te leggen. “ en ligweide
Kans is hier om tegemoet te komen aan de wens tot recreatief medegebruik en hiervoor de leidingstrook te benutten.
horeca en botenverhuur
sanitaire voorzieningen
afb. 12: vigerend bestemmingsplan buitengebied (ruimtelijkeplannen.nl)
natuurcamping
SBB Zoetermeerse rijweg (N469)
Westerpark
Roeleveen
Meters
0
Voorweg
Deze bestemming is bebaseerd op het Inrichtingsplan Nieuwe Driemanspolder 2008 (afb. 13). De ontwikkeling als golfterrein is evenals andere recreatieve elementen (wandelpaden) uit dit plan nooit gerealiseerd. Eerdere visies voor dit gebied verbeelden Leidschenveen (Gem. Den Haag) de samenhang van de Roeleveense polder met de Nieuwe Driemanspolder sterker door gemeenschappelijke slagenverkaveling te benadrukken.
300
400
500
afb. 13: inrichtingsplan nieuwe Driemanspolder 2008 (ruimtelijkeplannen.nl)
hten en databankenrechten: Topografische Dienst Kadaster, Emmen, 2004
afb. 14: Potentiële locaties voor zonenergie (uit: Lokale verkenning potentie en wenselijkheid windenergie en zonnestroom binnen en buiten de stad Zoetermeer. 2020)
8
5. INPASSING EN INRICHTING vogels, vissen en kleine zoogdieren toevoegt. De meer westelijke die droge natuur voor insecten, vogels en kleine zoogdieren toevoegt met aansluitend een brede droge zone met bloem- en kruidenrijk gras en poelen en struweel eilandjes voor extra schuil en leefgebied voor amfibieën, insecten, vogels en kleine zoogdieren. Deze functioneren in samenhang met de kruidenrijke vegetatie onder de gehele opstelling.
Algemeen Het inpassingsplan beoogt gestalte te geven aan het, voor een periode van 25 jaar, opwekken van duurzame energie in de vorm van een zonnepark in de Roeleveense polder, aan de rand van de steden Den haag en Zoetermeer. De locatie ligt in een droogmakerij aan de rand van het groene hart en bestaat uit graslandpercelen in een opstrekkende verkaveling aansluitend bij de monumentale Landscheiding, een oude waterscheiding tussen Delfland en Rijnland. Het hollandse polderlandschap is hier rondom in transitie maar op deze plek nog herkenbaar en beleefbaar. Bovendien maakt dit landschap deel uit van een aaneengeregen ketting van natuur- en recreatiegebieden tussen de stedelijke gebieden van Den Haag en Rotterdam, de Groenblauwe Slinger, waarin beoogd wordt gebieden te verbinden (ontsnipperen) ten behoeve van deze functies. Voor de inpassing van het zonnepark willen we de herken- en beleefbaarheid van het landschap respecteren en de ecologische verbindingen die gewenst zijn versterken. Daarvoor doen we het volgende: 1.
We kiezen voor een lage zuidopstelling van 1,5m hoogte die de openheid van de polder respecteert en de invloed en de aanwezigheid van technische elementen op het landschap zo veel mogelijk reduceert.
2.
We nemen zoveel mogelijk afstand tot het fietspad (‘Waterpad’) langs de A12, tot de Roeleveense weg, en tot het daaraan gelegen woonhuis en kantoor Roeleveenseweg 10 om de aanwezige landschappelijke kwaliteit en recreatieve beleving te behouden. De hiervoor open gelaten zone is (1) een voortzetting van het bestaande landschap, (2) toegankelijk voor recreatief medegebruik en tegelijkertijd (3) als ecologische verbinding uitgewerkt. Hier worden struweel met kleine bomen en een poel gerealiseerd.
3.
We ontwikkelen een groen-blauwe ecologische infrastructuur over het plangebied, vanaf de bosjes en watergangen ten zuiden van het fietspad (‘Waterpad’) bij uitgang van de ecopassage onder de A12, tot aan de Landscheiding in de noordpunt van het plangebied.
4.
We ontwikkelen twee ecologische groenblauwe verbindingen evenwijdig aan de Landscheiding: de meest oostelijke en meest robuuste verbinding met poelen, struweel, een brede plasberm en een rietkraag die natte natuur voor amfibiën,
5.
We ontwikkelen een natuurvriendelijke watergang als overstort, dwars hierop, waarvoor onderzocht wordt deze af te koppelen als leefgebied voor amfibieën om te overwinteren en zich voort te planten. Deze wordt met struweel eilanden begeleid en van een flauwe oever op het zuiden voorzien.
We geven hiermee vorm aan de energieambitie van de Gemeente Zoetermeer, met respect voor de landschappelijke kwaliteit en met toevoeging van gewenste ecologische kwaliteit en diversiteit.
3.
4.
5. 2.
afb. 15: contouren Groenblauwe Slinger en en groene en blauwe verbindingen (haverdroeze.nl)
9
ND LA SC H EI
3.
D
batterijen en converters
IN G
groenblauwe verbinding
overleg met golfbaan over beperken inkomende golfballen
verbeteren ecopassage amfibieën onder Roeleveense weg
2. afscheiding van kleine bomen, struweel en een poel voor uitzicht vanuit Roeleveenseweg 10 en stapsteen natuur
N
4.
6. infopunt met picknicktafel
5.
groenblauwe verbinding met struweel eilanden (overleg loskoppelen sloot van omringend water als langegerekte poel)
de zuidran d van het pa voor recre atie (wand rk wordt vrijgegeve n elen, paard rijden)
A 12
groenblauwe verbinding met plasberm en brede rietkraag
hek achte
infopunt met picknicktafel r gevariee
rde struw
eelhaag
1.
poel als stapsteen in de groenblauwe ecologische verbinding
afb. 16: structuurschets (www.haverdroeze.nl)
10
Landschap Het landschap is hier versnipperd en in transitie. Zorgvuldigheid is vereist om een duurzame ontwikkeling te realiseren. De tijdelijke ontwikkeling als zonnepark is enerzijds een bijdrage aan de energieopgave en anderzijds een kans om de natuurlijke en landschappelijke betekenis te verhogen om op langere termijn een ecologisch en waterhuishoudkundig verbonden en een herkenbaar en leesbaar recreatief landschap te behouden. De betekenis voor de Groenblauwe Slinger ligt vooral in de ecologische verbinding met als kern de Landscheiding. Waterhuishoudkundig en landschappelijk is dit ook een betekenisvol element. Door de oorspronkelijke richtingen in het landschap te benadrukken en de schaal vast te houden wordt dit element verduidelijkt. Ecologisch is het van belang dat onderbrekingen (A12; Leidschendammerweg) geen niet te passeren doorsnijdingen worden. Landschappelijk en recreatief is het waardevol de continuïteit beleefbaar te houden. De Roeleveense weg is de oorspronkelijke ontsluiting van dit deel van de polder en als zodanig een belangrijk structuurelement.
De inrichting van het park volgt de lijnen van het landschap. Aan de zuidzijde, langs de A12 is door de schaduw van de populieren en de aanwezigheid van een belangrijke leiding een brede marge die voor natuur en recreatie gebruikt kan worden. Aan de west en oostzijde van deze strook buigt de leiding af en onstaan reststukken die met struweel en bomen ingeplant kunnen worden, als buffer tussen wonen en het zonneveld (west) en als corridor voor natuur (oost). Langs de waterscheiding leggen we op een plasberm een brede rietkraag aan. De verbreding van deze watergang is tevens compensatie voor het opheffen van greppels in het plangebied. Er blijft één kavelsloot, als brede onderbreking met rietoevers, gehandhaafd, mede om het doorzicht door het gebied vanaf de kleine rotonde aan het einde van de Roeleveenseweg te bewaren. Het handhaven van de andere greppels zou het zonneveld op inefficiënte wijze onderbreken en ruimtelijk niet veel bijdragen. Langs de Roeleveense weg wordt een goede marge gehouden om de kwaliteit van dit lint niet aan te tasten, en wordt langs de opstelling met panelen een losse meidoornhaag onderhouden. Het zonnepark wordt met minimaal gebruik van (ecologisch passeerbare) hekken afgesloten en is toegankelijk vanaf de rotonde aan het einde van de Roeleveenseweg.
Voor de opstelling is gekozen voor een oost-westopstelling met glas-glas panelen die licht doorlaten naar het maaiveld en tussen de panelen zijn openingen om hemelwater direct onder de panelen op het maaiveld te laten vallen. Hierdoor en door verschralend beheer kan een biodiverser kruidachtige vegetatie onder de opstelling worden verwacht. De hoogte van de opstelling is 1,5m en blijft daarmee beneden ooghoogte. Twee trafostations en mogelijk een batterijopstelling staan in het midden van de opstelling. De batterijopstelling zal zijn omgeven door een 3m hoge brede groene haag. Een inkoopstation krijgt een plek in de zone voor natuur en recreatie en zal door kleur en materiaal of beplanting ingepast worden op deze plek. Inkoop- en trafostations zijn bereikbaar via een halfverhard pad. Na 25 jaar kan opnieuw invulling worden gegeven aan de functie van het plangebied. Het kan teruggebracht worden naar agrarisch bouwland, wellicht met handhaving van natuurlijke ingrepen zoals de plasberm.
afb. 17: Zandwinplas en bermsloot met rietkragen (haverdroeze.nl)
11
afb. 18: bovenaanzicht plangebied in omgeving (haverdroeze.nl) afb. 17: ontwerpvoorstel (www.haverdroeze.nl)
12
Ecologie Het plangebied heeft vooral ecologische betekenis vanwege de ligging in de Groenblauwe Slinger. Aan de zuidkant sluit het aan op de Balij (overkant spoor), en aan de noordwestkant grenst het aan de Landscheiding (een restveendijk) die een belangrijke waterhuishoudkundige, landschappelijke en ecologische betekenis heeft binnen de Groenblauwe slinger. Er wordt vooral gezocht naar ontsnippering met Ringslang, Waterspitsmuis, Hermelijn, Gewone pad, Steenmarter, Rosse woelmuis als de kenmerkende soorten. Het plangebied kan een schakel zijn in de verbinding, maar de belangrijkste knelpunten liggen bij de passages van de grote infrastructuur (A12, spoorbanen en Zoetermeerse Rijweg). Het zonnepark kan over het maaiveld toegankelijk blijven voor kleine zoogdieren (o.m. Egels, Hazen) en insecten. Waar het zonnepark wordt onderbroken door sloten kunnen hierlangs voor reptielen en amfibieën verbindingen worden ontwikkeld door het afvlakken van het talud en het aanbrengen van struweel. Van dit laatste en van rietkragen in de sloten profiteren ook vogels.
verbinding dienen naar het wilgenbos aan de noordzijde dat in verbinding staat met de Landscheiding. Deels door gedoseerd begrazen, en deels door extensief maaien en afvoeren van het maaisel zal de kruidachtige vegetatie aan (bio-)diversiteit winnen. Ten behoeve van bijen en andere insecten zullen de randen van het park met een bloemrijk mengsel worden ingezaaid en zal dood hout in de zone voor natuur en recreatie worden aangebracht. In overleg met deskundigen gaan we onderzoeken welke maatregelen ten gunste van vleermuizen kunnen worden genomen. Recreatie Langs de Roeleveense weg en het Nootdorpse pad is het plangebied toegankelijk voor recreatie medegebruik. Hiervoor worden een ruiterpad en een struinpad aangelegd en wordt op een plaats een picknickbank met informatiepanelen geplaatst. Dit medegebruik zal met direct aanwonenden worden overlegd en afgestemd.
De passages zijn onder te verdelen in droge en natte (groene en blauwe) verbindingen. Er zijn twee blauwe verbindingen onder het spoor langs de A12 waarvan de belangrijkste ook onder de A12 doorloopt en aansluit op het meertje ten westen van het plangebied naast de Landscheiding. Hier zal over het plangebied op worden aangesloten met het het verbreden van de bermsloot van de Landscheiding met een plasberm en met poelen over de gehele lengte. De oevers van de bermsloot langs de Roeleveense weg zullen eveneens natuurvriendelijker worden beheerd en kunnen zo ook als blauwe verbinding een rol spelen. Bij de amfibieëntunnel onder de Roeleveense weg in de noordwestpunt van het plangebied zal aansluitend natuur worden ontwikkeld ten behoeve van een verbinding met de plas en bosjes aan de noordzijde. Dwars over het plangebied zal een bestaande kavelsloot worden verbreed met een natuuroever aan één zijde, en worden mogelijk losgekoppeld van de overige sloten zodat hier een blauw habitat ontstaat voor amfibieën en reptielen, insecten en vogels. Een groene passage onder de A12 maakt gebruik van een oude verkeerstunnel onder de snelweg. Vanaf deze tunnel kunnen zoogdieren het plangebied bereiken langs bossages en over dammen.
In het park zijn aan de kant van het Waterpad en de Roeleveense weg brede zones met kleine bomen, struweel, struweelhagen en kruidachtige vegetatie vrij gehouden voor natuur en recreatie. De kruidachtige vegetatie onder de halftransparante opstelling sluit hier op aan, en voor het passeren van de hekken wordt boven het maaiveld ca. 20cm vrijgelaten van raster. Op deze manier kan heel het park als groene
afb. 19: Kavelsloot langs de Landscheiding met riet en knotwilgen die verbreed zal worden met een plasberm (haverdroeze.nl)
13
1.
1.
2.
plasdras-oever met riet en Lisdodde
2.
ruigte met struweel en poelen
afb. 20: vogelvlucht vanuit het noordoosten (haverdroeze.nl)
14
2.
1.
1.
struweelhaag
2.
natuurvriendelijke oevers
afb. 21: vogelvlucht vanuit het zuidoosten (haverdroeze.nl)
15
afb. 22: vogelvluchtperspectief Roeleveense weg (haverdroeze.nl)
16
afb. 23: perspectief vanaf Nootdorpse pad, toegang en eco-recreatieve strook westzijde (haverdroeze.nl)
17
afb. 24: ooghoogteperspectief plangebied vanuit de fietstunnel onder de A12 (haverdroeze.nl)
18
afb. 25: ooghoogteperspectief Nootdorpse pad en eco-recreatieve strook oostzijde (haverdroeze.nl)
19
6. PROFIELEN EN BEPLANTING
-
zonnepark
+1.50mNAP
hek met losse struweelhaag
recreatieve strook op beschermingszone persriool
bomen, struweel en poel als stapsteen model kamsalamander
onderhoudszone watergang plangrens
watergang met stuw en dammen en natuurvriendelijke oevers *
bermen met populieren *
fietspad *
struweel voor afscheiding en schuilplaats t.b.v. hierlangs migrerende dieren *
bermsloot met natuuroevers *
berm rijksweg A12 met ruig gras, struweel en populieren *
A12
-
deze zone is toegankelijk voor recreatie - er loopt een wandelpad en een ruiterspoor (resp. uitgemaaid en zand) slootoevers en poelen zijn van belang voor de ecologische verbinding binnen de Groen- Blauwe slinger
2.0m
-3.60mNAP
1.5m
-3.65mNAP -4.65mNAP
ca. 7.1m
ca. 4.0m
ca. 5.1m
ca. 3.6m
ca. 4.6m
ca. 5.4m
4.0m
ca. 5.3m
10.0m
* de met een ster gemerkte aanduidingen vallen buiten het plangebied en beschrijprofiel 1: ecologische verbinding en recreatiestrook ven een bestaande situatie vanuit het belang van de ecologische verbinding, echter zonder ingrepen daar aan te verbinden.
3. 2.
4.
6. 5. 1.
afb. 26 ecologische passage & dam met stuw; haas en poel (haverdroeze.nl & www)
20
profiel 1. Ambitie:
Verspreid struweel en poelen:
Boven de vrijwaringszone van een rioolpersleiding en in de schaduw van rijen hoge Canadese populieren ontwikkelen we een strook van 10-20m breedte voor ecologie en recreatie.
Het gewenste eindbeeld is twee streekeigen extensief beheerde overhoeken met poelen, omringd door ruige kruidenvegetatie en struweel en met enkele solitaire bomen, als stapsteen ten behoeve van de ecologie. En daartussen eilanden met struweel.
Doelbeeld:
Een poel wordt aangelegd als ovaal met een diameter van ca. 4 en 6m en met flauwe oevers (1:5) aan de noordzijde. De uitgekomen grond wordt aan de zuidzijde verwerkt in licht reliëf. De hele hoek wordt ingezaaid met een kruidenrijk grasmengsel, bijvoorbeeld Cruijdhoeck G1of G2.
Strook ruig kruidenrijk grasland met aan de noordzijde langs het zonnepark een losse struweelhaag van 2m breedte, op de strook verspreide struweelgroepen en enkele poelen, en aan de zuidzijde aansluitend aan een watergang met een natuurvriendelijke oever buiten het plangebied. De strook is publiek toegankelijk en wordt daarvoor ingericht met een ruiterpad, een struinpad, een picknickbank en met informatiepanelen. Ecologie: Op deze strook sluit een belangrijke ecopassage van onder de A12 aan, die een onderdeel is van ecologische verbindingen in de Groenblauwe Slinger. Deze verbinding is ingericht volgens model kamsalamander: grasland met ruigte, struweel en bosjes, en iedere 100-200m een poel. Hierlangs kunnen amfibieën en kleine zoogdieren migreren en habitat vinden. De strook verleent hieraan continuïteit en verbindt de passage met de brede watergang naast de landscheiding langs het plangebied (profiel 4) en met in het plangebied lopende kavelsloten (profielen 5 en 6). Aanvullend is de strook van betekenis voor insecten, (struweel)vogels en grotere zoogdieren als Haas en Egel. Aanleg & beheer: Grasland: Het bestaande grasland wordt verschraald en op enkele plekken (rond de poelen) wordt de zode verwijderd en de grond ingezaaid met een bloem- en kruidenrijk zaadmengsel (G1 of G2 van De Cruydthoek of soortgelijk).
Beheer: 2x per jaar maaien en afvoeren gedurende minimaal 5 jaar. Na verschraling 1x per jaar maaien en afvoeren. Beheer met schapen (gedoseerde drukbegrazing) wordt overwogen. Losse struweelhaag 2-3m hoogte: Aangeplant in twee rijen, rijafstand 1m en plantafstand 1m in de rij, per rij verspringend. Soorten: Gelderse roos (20%), Grauwe wilg (10%), Wilde appel (10%), Sleedoorn (15%), Hondsroos (15%), Liguster (15%), Gele kornoelje (15%). Materiaal: bosplantsoen maat 60-80. Geplant in groepen van 3-5-7st van dezelfde soort bij elkaar. De soorten zijn mede gekozen met het oog de hier aanwezige rioolleiding (zie blz. 33). Beheer: driejaarlijks gefaseerd terugzetten, tot twee jaar na aanleg inboeten.
Aan de zuidzijde van de poelen en verspreid over de strook wordt struweel aangeplant (bosplantsoen maat 40-60cm) bestaande uit Gele kornoelje, Rode kornoelje, Kardinaalsmuts en Wilde Liguster in groepen van 5-7st. Ten behoeve van een heldere scheiding tussen recreatief gebruik en verstoring van de natuur wordt in een strook van 3m tussen het afstappunt en de poel stekelig struweel aangeplant zoals Sleedoorn, Wegedoorn en Hondsroos. In het struweel worden 4 Grauwe wilgen (Salix cinerea) aangeplant met stamomtrek 8-10cm met boompalen en stambescherming aan de voet. Extensief beheer vindt plaats door driejaarlijks onderhoud aan de poel (gefaseerd schonen) en aan de bomen en de grasvegetatie jaarlijks gefaseerd maaien en afvoeren tussen juli en september. Struinpad: Een struinpad is een uitgemaaide strook door het grasland van 1,5m breedte. Dit pad wordt 2x per jaar uitgemaaid tussen juni en september. Zo nodig wordt het geëgaliseerd en bezand. Ruiterpad: Een ruiterspoor is een uitgegraven zandbaan van 1,2m breedte. Deze wordt bij het begin en eind aangegeven met een paaltje met op de schuin afgezaagde kop een blauw bordje met een ruiter. Bij de Roeleveense weg en bij de Waterpad zal met een verkeersbord (J27) de verkeerssituatie worden aangegeven. Het ruiterpad wordt (mogelijk in overleg met de ruitervereniging) 1x per jaar geëgaliseerd en zo nodig bezand.
Monitoring De conditie en werking van de verbinding zal na vijf jaar worden gemonitord door een ecologisch adviesbureau en hiervan wordt verslag gedaan aan de gemeente Zoetermeer.
21
zonnepark
hek met losse struweelhaag
recreatieve strook, onderdeel de ontginningsbasis van de polder
grens pachtgebruik door zonnepark
roeleveense weg: landbouwweg
beschermingszone persriool
bestaande natuurvriendelijke oever *
plangrens
poldersloot *
wilgen- en rietstruweel op landstrook met natuuroevers *
zandwinplas *
-
2.
4.
6. 5. 1.
deze zone is toegankelijk voor recreatie - er loopt een wandelpad en een ruiterspoor (resp. uitgemaaid en zand)
2.0m
-3.65mNAP
3.
1.5m
-5.00mNAP
8.0m
profiel 2: Roeleveense weg
7.0m
8.0m
10.0m
*
de met een ster gemerkte aanduidingen vallen buiten het door het zonnepark in gebruik zijnde plangebied en beschrijven een bestaande situatie vanuit het belang van de ecologische verbinding, echter zonder ingrepen daar aan te verbinden.
afb. 27 zandwinplas & Roeleveenseweg; kleine zoogdieren (Hermelijn met Veldmuis); insecten (Bijen) (haverdroeze.nl & www)
22
profiel 2. Ambitie:
Aanleg en beheer:
Tussen de Roeleveense weg en het zonnepark, gedeeltelijk boven de vrijwaringszone van een rioolpersleiding, wordt een strook grasland open gehouden ten behoeve van de herkenbaarheid van de Roeleveenseweg en de recreatieve beleving van dit oude ontsluitingslint. Aan de westzijde van de Roeleveense weg wordt de bestaande oever waar mogelijk natuurvriendelijk onderhouden. Aan de noordwestkant ligt een eco-rooster voor padden en kleine zoogdieren.
Grasland:
Doelbeeld: Strook bloemrijk grasland met aan de oostzijde een losse gevarieerde struweelhaag en aan de westzijde de Roeleveenseweg met daarnaast een berm en een natuurvriendelijke oever langs de watergang. In deze strook worden drie rijen van drie (2x) en vier knotwilgen geplant. De strook is publiek toegankelijk en daarvoor zijn over een gedeelte een ruiterspoor en een struinpad aangelegd. Ecologie:
Het bestaande grasland wordt verschraald en op enkele plekken (rond de poelen) wordt de zode verwijderd en de grond ingezaaid met een bloem- en kruidenrijk zaadmengsel (G1 of G2 van De Cruydthoek of soortgelijk). Beheer: 2x per jaar maaien en afvoeren gedurende minimaal 5 jaar. Na verschraling 1x per jaar maaien en afvoeren. Beheer met schapen (gedoseerde drukbegrazing) wordt overwogen. Struweelhaag 2-3m hoogte: Aangeplant in twee rijen, rijafstand 1m en plantafstand 1m in de rij, per rij verspringend. Soorten: Meidoorn (20%), Veldesdoorn (20%), Sleedoorn (15%), Hondsroos (15%), Liguster (15%), Gele kornoelje (15%). Materiaal: bosplantsoen maat 60-80. Geplant in groepen van 3-5-7st van dezelfde soort bij elkaar.
Bloemrijk grasland is gunstig voor insecten en bij gefaseerd maaien (sinusmaaien) blijven steeds delen van de vegetatie hoog genoeg voor beschutting aan muizen en andere kleine zoogdieren. De knotwilgen zijn goede zitplaatsen voor jagers als uilen. De slootoever aan de westzijde van de Roeleveenseweg sluit aan op oevers en een duiker onder de A12 en zal tot aan het ecorooster in stand blijven. Dit komt ten goede aan rietvogels en kleine zoogdieren.
Beheer: driejaarlijks gefaseerd terugzetten, tot twee jaar na aanleg inboeten.
Natuurvriendelijke oever en Roeleveenseweg:
Natuurvriendelijke oever:
Deze oever en weg liggen binnen het plangebied, maar vallen buiten het overeengekomen pachtgebruik door het zonnepark. Dientengevolge zullen beheersmaatregelen (schonen, ontwikkelen, reparatie van de weg) onder de verantwoordelijkheid van de grondeigenaar blijven. Uit coulance wordt de slootoever mee genomen bij het beheer van de strook grasland.
Knotwilgen Aangeplant in drie rijen (2x3st en 1x4st) evenwijdig aan de Roeleveenseweg. Soort: Salix alba ‘Liempde’. Ze worden geplant als booompje van 2,5-3m met kluit en driejaarlijks geknot op 2,5m in januari/februari.
Onderhoud aan de oever: 1x per jaar oever gefaseerd maaien. Over het schonen van de sloot zullen afspraken gemaakt worden om de bagger over de weg heen aan de andere kant in de berm deponeren en daarvandaan afvoeren.
23
zonnepark
onderhoudspad - bloemrijke berm
plangrens - hek
onderhoudszone watergang
kavelsloot met steile oevers
-3.65mNAP
3. 2.
4.
6. 5. 1.
2.0m
1.5m
-4.65mNAP
ca. 5.6m
12.6m
profiel 3: kavelsloot, toegangs- en onderhoudspaden
afb. 28 gedeelte toegangspad buiten plangebied; rietoever kleine zoogdieren (Woelmuis); ecorooster (haverdroeze.nl & www)
24
profiel 3. Ambitie:
Aanleg en beheer:
Langs de noordwestgrens van het gebied loopt een toegangspad naar een aangrenzend perceel gedeeltelijk over het plangebied. Deze toegang moet toegankelijk blijven en dient tevens als pad waarlangs de kavelsloot onderhouden kan worden. Hier is binnen het plangebied in de Roeleveenseweg een ecorooster gemaakt voor amfibiën en kleine zoogdieren. Hiermee worden de oevers aan de westzijde van de weg met de kavelsloot langs de noordwestzijde van het plangebied verbonden. Waar deze sloot binnen het plangebied valt onderhouden we een natuurvriendelijke oever. Buiten het toegangspad is het plangebied niet toegankelijk en wordt dit met een hek beveiligd. Binnen het hek worden de onderhoudspaden beheerd als bloemrijke grasbermen en wordt onder de opstelling kruidenrijk gras ontwikkeld. De bosachtige houtopstand op het naastgelegen perceel zal waar deze overhangt in overleg worden afgezet zodat de gras- en oevervegetaties zich kunnen ontwikkelen.
Bloem- en kruidenrijk grasland
Doelbeeld: Een open strook bloemrijk grasland van betekenis met name voor insecten in contrast met gesloten wilgen-populierenbos en struweel op het naastgelegen perceel. De kavelsloot vormt de strikte grens van genoemd bos en de oever daarvan zal voor zover deze binnen het plangebied valt natuurvriendelijk worden onderhouden in lijn met de ecologische betekenis als verbinding tussen de zandwinplas en de Landscheiding.
Het bestaande grasland wordt verschraald door middel van gefaseerd maaien en afvoeren. Bovendien wordt na verschraling op enkele stroken van ca. 1,5m breedte (buiten de onderhoudsroute) de zode verwijderd en de grond ingezaaid met een bloemen kruidenrijk zaadmengsel (G1 of G2 van De Cruydthoek of soortgelijk). Door deze licht te verhogen ontstaat een milieu waar spinnen en kevers goed gedijen (keverbank). Beheer: 2x per jaar maaien en afvoeren gedurende minimaal 5 jaar. Na verschraling 1x per jaar maaien en afvoeren. Natuurvriendelijke oever Waar mogelijk de oever vanaf de waterlijn iets afvlakken bij onderhoudswerkzaamheden (bij baggeren) tot aan het maaiveld (1 : 3). Onderhoud aan de rietoever: 1x per jaar riet gefaseerd afzetten. Bij het schonen van de sloot bagger over de weg heen aan de andere kant in de berm deponeren en daarvandaan afvoeren.
Ecologie: Bloemrijk grasland is gunstig voor insecten en bij gefaseerd maaien (sinusmaaien) blijven steeds delen van de vegetatie hoog genoeg voor beschutting aan muizen en andere kleine zoogdieren. De slootoever aan de noordzijde van het plangebied valt deels ook binnen de plangrens. Deze oever sluit aan op oevers en een ecorooster onder de Roeleveenseweg en zal als continuering hiervan ook natuurvriendelijk worden onderhouden en waar mogelijk verder ontwikkeld. Dit zal ten goede komen aan rietvogels en kleine zoogdieren.
25
verbrede watergang met poelen, riet in plasberm en natuurvriendelijke oevers
plangrens
onderhoudszone watergang onderhoudspad - bloemrijke berm
zonnepark 1.5m
-2.65mNAP
breedte uit te graven plasberm 3.5m
breedte bestaande sloot ca.5.0m
3. 2.
4.
6. 5. 1.
-3.65mNAP -4.65mNAP
ca. 7,5m
profiel 4: grens met de landscheiding
onderbreking plasberm met poel
(POL21506310)
ca.8.5m
breedte bestaande sloot ca.5.0m
3. 0m
1.5m -3.65mNAP
5. 15 0m .0 m
-4.65mNAP
bovenaanzicht poel
ca. 7.5m
ca.8.5m
profiel 4a: poel
afb. 29 grens met de Landscheiding; poel, amfibiën en reptielen (haverdroeze.nl & www)
26
profiel 4. Ambitie:
Aanleg en beheer:
De kavelgrenssloot aan de oostkant van het plangebied, grenzend aan de Landscheiding met daarop de golfbaan, wordt verbreedt met een ca. 2m als compensatie voor het dempen van enkele greppels binnen het plangebied. Deze wordt ingericht als een brede plasberm waarin zich een rietvegetatie zal ontwikkelen. De plasberm wordt onderbroken door enkele van de sloot gescheiden poelen met struweel. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de ambitie om de groenblauwe verbinding, die binnen de Groenblauwe Slinger gebieden ten zuiden en ten noorden van het plangebied verbindt, te versterken.
Plasberm
Doelbeeld:
Poelen en struweel
Land-water overgang met een brede plas-dras zone. Moerasvegetatie, riet met lisdodde en riet met zegge, in ca. 20cm diep water met een geleidelijke overgang naar oever- en landmilieu. Hieraan gekoppeld op de oever een aantal poelen over afstanden van ca. 50m verbonden via de oevervegetatie en met in de directe nabijheid laag struweel in kleine groepen (model kamsalamander). Aan de landzijde gaat dit milieu over in kruidachting grasland langs een onderhoudspad en zich voortzettend onder de panelen. Ecologie: De rietzone kan gebruikt worden door vissen (Kleine modderkruiper) en moeras- en rietvogels (Snor). De oeverzone samen met de poelen en het struweel is een verbinding voor amfibieën (Gewone pad), reptielen (Ringslang) en kleine zoogdieren (Rosse woelmuis, Steenmarter). De grasland zone is van betekenis voor insecten (vlinders, bijen, kevers, spinnen) en indirect voor vogels die insecten eten. Dubbelbestemming landscheiding De landscheiding heeft als dubbelbestemming de aanduiding waterstaat. Het aanbrengen van een rietberm en poelen met struweel is niet strijdig met deze functie. Functieaanduiding cultuurhistorische waarden
De plasberm wordt gegraven en de grond gebruikt om bestaande greppels te dempen. De rietkraag wordt ingeplant met in kokosmat bevestigde zaden en plantendelen die uitgerold en bevestigd worden in de plasberm (Ultimaflora). Zo nodig wordt de overgang van plasberm naar watergang versterkt met gevlochten ‘wiepen’. Beheer: 1x per jaar gefaseerd maaien vanaf het tweede jaar. Bij het schonen van de sloot voor schouw wordt ook de plasberm gefaseerd onderhouden. Poelen wordt hier aangelegd als ovaal met een diameter van ca. 3 en 5m en met flauwe oevers (1:5) aan de noordzijde. De uitgekomen grond wordt aan de zuidzijde verwerkt in licht reliëf. De hele hoek wordt ingezaaid met een kruidenrijk grasmengsel, bijvoorbeeld Cruijdhoeck G1of G2. Aan de zuid- en noordzijde van de poelen wordt struweel aangeplant (bosplantsoen maat 40-60cm) bestaande uit Gele kornoelje, Rode kornoelje, Kardinaalsmuts en Wilde Liguster in groepen van 2-3st. Extensief beheer vindt plaats door driejaarlijks onderhoud aan de poel (gefaseerd schonen). Bloem- en kruidenrijk gras Het bestaande grasland wordt verschraald door middel van gefaseerd maaien en afvoeren. De eerste 5 jaar 2x per jaar. Na verschraling jaarlijks. Monitoring De conditie en werking van de verbinding zal na vijf jaar worden gemonitord door een ecologisch adviesbureau en hiervan wordt verslag gedaan aan de gemeente Zoetermeer.
De verbreding van de watergang met een plasberm en het aanbrengen van poelen met (laag inheems) struweel tast het het cultuurhistorische beeld niet aan. De elementen van de landscheiding en de veenpolder worden hierdoor versterkt en beter geconserveerd.
27
zonnepark
sloot met natuuroevers
(gedeeltelijk verhard)
onderhoudszone watergang onderhoudspad - bloemrijke berm
zonnepark
profiel 5. 3. 2.
4.
6. 5.
Ambitie: 1.
Deze kavelsloot, evenwijdig aan de Landscheiding, heeft een hoger waterpeil (-4,48 tot -4,65mNAP) dan de overige sloten in het plangebied en is de grens van een peilgebied. Aan de zuidwestzijde ligt een halfverharde ontsluitingsroute voor het zonnepark en aan de noordoostzijde gaat de oever over in het maaiveld met panelen. De ambitie is om met name aan de noordoost kant, en gebaseerd op de hogere waterstand, de oevers natuurvriendelijk te ontwikkelen aansluitend op de grasvegetatie rond en onder de opstelling. Doelbeeld:
Poldersloot met gevarieerd ontwikkelde oevers (Dotterbloem, Echte koekoeksbloem, Echte valeriaan, Gele lis, Egelboterbloem) overgaand naar bloem- en kruidenrijke grasvegetatie rond de opstelling.
-3.65mNAP
1.5m
1.5m
-4.65mNAP
6.7m
2.2m
4.5m
profiel 5: kavelsloot (POL21506610)
Ecologie:
-2.65mNAP
-3.65mNAP
1.5m
De oeverzones zijn van betekenis voor amfibiën, kleine zoogdieren, vogels en insecten. De sloot vormt naast profiel 4 een blauwe verbinding tussen de poelen en het meertje langs het Nootdorpse pad en de Landscheiding en de waterplas met wilgenpopulierenbos aan de noordkant van het projectgebied.
6.0m
Aanleg en beheer:
Natuurvriendelijke oevers
Waar mogelijk de oever vanaf de waterlijn iets afvlakken bij onderhoudswerkzaamheden (bij baggeren). Met name aan de noordoostzijde de insteek tot aan het maaiveld afvlakken (1 : 3). Beheer: jaarlijks gefaseerd maaien.
afb. 30 kavelsloot evenwijdig aan de Landscheiding; oevervegetatie en rietvogels (haverdroeze.nl & www)
28
zonnepark
laag struweel in kleine groepen
sloot met natuuroevers
gedeeltelijuk verhard
onderhoudszone watergang onderhoudspad - bloemrijke berm
zonnepark
profiel 6. 3. 2.
4.
6. 5. 1.
Deze kavelsloot/greppel heeft een lager peil van profiel 5 en relatief steile oevers. Het profiel is assymmetrisch: langs de noordzijde loopt een halfverharde ontsluitingsroute van het park en langs de zuidzijde sluit de oever aan op het maaiveld onder de opstelling. Het is mogelijk deze sloot los te koppelen van de omringende sloten en het biotoop geschikt te maken voor amfibiën, reptielen, insecten en vogels. Hiervoor wordt laag struweel in kleine groepjes toegevoegd langs de zuidoever. Doelbeeld: Diepliggende poldersloot met gevarieerd ontwikkelde natuurvriendelijke oevers aan weerszijden aansluitend op groene bermen en bloem- en kruidenrijk maaiveld langs de zuidzijde aangevuld met groepjes struweel.
te ver- bestaande breden sloot 1.0m ca. 1.5m
1.5m
Ambitie:
Ecologie: 1.5m
-3.65mNAP
-5.00mNAP
De ondiepe sloot is geschikt habitat voor amfibiën en reptielen en de bloemrijke oevers gunstig voor verblijf van insecten en vogels. Aanleg en beheeer:
4.0m
1.5m
2.5m
1.0m
2.2m
profiel 6: losgekoppelde kavelsloot (POL21506360)
Sloot De middelste sloot (POL21506360) in het westelijke peilgebied zal voor natuur worden ontwikkeld. Door deze m.b.v. een overstort (buis 40cm) met binnen onderkant buis op -4.90mNAP te koppelen aan de watergang langs het Nootdorpsepad (POL21506850) blijft het water in deze sloot op het gewenste peil zonder dat er vissen in komen en wordt alleen bij veel neerslag water overgestort. Waterhuishoudkundig werkt dit als een buffer in de afvoer van het hemelwater. Samen met het ontwikkelen van natuurvriendelijke oevers ontstaat hier een milieu zonder vissen, wat gunstig is voor padden, reptielen en salamanders (doelsoorten van de groen-blauwe slinger).
Waar mogelijk de oever vanaf de waterlijn iets afvlakken bij onderhoudswerkzaamheden (bij baggeren). Met name aan de noordoostzijde de insteek tot aan het maaiveld afvlakken 1 : 3. Beheer: jaarlijks gefaseerd maaien. Monitoring De conditie en werking van de verbinding zal na vijf jaar worden gemonitord door een ecologisch adviesbureau en hiervan wordt verslag gedaan aan de gemeente Zoetermeer. afb. 31 losgekoppelde kavelsloot; kleine zoogdieren, en rietvogels (haverdroeze.nl & www)
29
7. WATERHUISHOUDING EN MATERIALEN waterhuishouding
detail 1.
Het plangebied ligt in 2 peilgebieden van het waterschap Delfland. Het hogere peil KAART BIJ TOELICHTING DEMPEN EN GRAVEN ZONNEPARK ROELEVEEN
L PO
wordt daar gehanteerd waar de historische dijken en sloten dit noodzakelijk maken. Het lagere peil wordt afgestemd op de landbouwkundige wensen. De ontwikkeling van een zonnepark is minder gevoelig voor de gehanteerde peilen en fluctiaties. De ontwa3.5m tering kan daarom afgestemd worden met de ruimtebehoefte voor de exploitatie van het VOORSTEL park en de kansen voor natuur.
21 50 66
7.0m
G
IN
ID
HE
SC
ND
bestaande overstort via losse buis (ca. 25 cm) wordt opgeheven
PO 15
L2 31
06 0
06
15 61
L2
PO
bestaande sloot wordt losgekoppeld en ontwikkeld als langgerekte poel met overstort en regelbare inlaat
0
2.5m
1
59
05
15
overstortbuis (diam. 0,40m, lengte 10m, b.o.b. 4,90m-NAP)
06
15
L2
PO
0 60
4 bestaande sloten worden gedempt en gecompenseerd met een brede plasberm langs de bermsloot van de landscheiding POL21506310 en een verbreding van gehandhaafde watergang POL21506360
7.0m
-2,7mNAP
talud-versterking -4,48 tot -4,65 mNAP
06
15
L2
PO
0 81
2.1m 0.8m
0.7m
0
1
L2
PO
0.7m 1.2m 1.6m
36
6 50
0.9m
Ter verbetering van de afwatering vanuit het hogere peilvak wordt een overstort met 4.1m duiker aangebracht aan de bovenzijde van sloot POL21506360 (zie hierboven). De huidige afvoer van water heeft onvoldoende capaciteit mede omdat neerslag vanaf de A12 ook naar dit peilvak afstroomt. Het peil in de sloot kan steigen tot 2.4m het peil van de overstort aan de zijde van de Roeleveense weg, en vloeit dan in de westelijke sloot. Hierdoor wordt een ruime hoeveelheid water gebufferd. De overstort aan de zijde van de Roeleveense weg heeft eenzelfde capaciteit als de stuw met duiker.
LA
L2
P
0
81
05
15
2 OL
PO
PO
-4,90 tot -5,00 mNAP
70
60
50
1 L2
regelbare stuw met duiker (diam. 0,40m, lengte 7m, b.o.b 5,30m-NAP)
3.8
afb. 33: inpassing duiker met stuw (www.haverdroeze.nl)
9.1m
DE
1.
duiker (diam. 0,40m, lengte 7m, b.o.b 5,30m-NAP)
0
36
6 50
1
L2
PO regelbare stuw met duiker
10
1. Compensatie voor het dempen van vier
Voor de exploitatie kunnen een aantal greppels die op korte afstand van elkaar liggen sloten toestaan in een hoger peilgebied. (verbreden POL21506310) niet worden vrij gehouden. Deze zullen (gedeeltelijk - waar nodig) worden gedempt en Verplaatsen overstort van POL21506600 hun2.betekenis als ontwatering verliezen. Als compensatie hiervoor wordt onder andere naar POL21506360 en verbeteren doorvoercapaciteit daarvan de grenswatergang met de Landscheiding 2m verbreed met een plasberm.
L
PO
0
85
06
5 21
z.p. = -4,5mNAP
9.1m
talud-versterking
stuw & duiker ᴓ 400mm b.o.b. = -5,3mNAP
z.p. = -4,9mNAP bodem bekleding
bestaande duikerverbinding
-4,90 tot -5,00 mNAP bestaande regelbare overstort met buis (ca. 25cm) blijft gehandhaafd
afb. 32: aanpassingen waterhuishouding (haverdroeze.nl)
afb. 34: duiker met stuw dwarsprofiel (haverdroeze.nl)
30
materialen
3.0m
In de recreatieve zone worden voor publiek informatieborden geplaatst. Op deze borden kunnen bezoekers kennisnemen van de betekenis en het vermogen van zonneparken en tevens van landschap en ecologie van het polderlandschap.
-2,7mNAP
-3,9mNAP
stuw 500mm met aluminium planken in damwand z.p. = -4,5mNAP z.p. = -4,9mNAP
Slechts waar dat noodzakelijk is wordt verharding aangebracht in de vorm van een puinverharding van 3m breedte. Het hek bij de toegang tot het park is 2m hoog en gemaakt van staafmatten in een grijsgroene kleur, en met een onderbalk 0,20m boven het maaiveld voor kleine zoogdieren. De toegang heeft een waterschapsslot zodat beheerder en waterschap altijd toegang hebben tot het terrein. Voor de opstelling zijn drie transformatorstations nodig die langs de watergangen midden door het park worden geplaatst. Door een neutrale grijsgroene kleur en houtachtige textuur vallen ze niet uit de toon in het landschap. Op het park zullen camera’s op masten zijn aangebracht ter beveiliging. Hiervoor wordt een neutrale grijze kleur aangehouden.
Materialen: - Put: HDPE - Schotbalken: Aluminium F22 - Frame: RVS304 - Sponningen: HDPE - Afdichting: EPDM Afmetingen: - Breedte: 600-1000mm - Hoogte: 1500mm
De overstortput wordt aangesloten op een duiker en wordt manueel bediend. De stuwhoogtes zijn in te stellen met stappen van 50mm, 100mm en 200mm over een standaard hoogte van 1200mm.
afb. 35: stuw met duiker voor-aanzicht en gegevens (haverdroeze.nl)
De middelste sloot (POL21506360) in het westelijke peilgebied zal voor natuur worden ontwikkeld door deze m.b.v. een overstort los te koppelen van de watergang aan de westkant van de Roeleveense weg. Samen met het ontwikkelen van een natuurvriendelijke oever aan de noordzijde ontstaat hier een milieu zonder vissen, wat gunstig is voor padden, reptielen en salamanders (doelsoorten van de groen-blauwe slinger). Waterhuishoudkundig werkt dit als een buffer in de afvoer van het hemelwater. Voor de ontsluiting van het park zal in sloot POL21506610 een dam met duiker aangelegd worden. De duiker zal het zelfde profiel en hoogte hebben als de duiker met stuw. De lengte van de duiker is 7m.
afb. 36: referenties materialen (www)
31
Batterijopstelling - groene schuur Als inpassing van een batterijopstelling met acht batterij-containers wordt voorgesteld deze te omgeven door een groene haag, als een groene schuur. De haag wordt uiteindelijk 3 meter hoog en wordt ondersteund door een inwendige hekwerk constructie zoals een berceau. Aan deze constructie zullen nestkasten voor struweelvogels bevestigd worden. De haag zal bestaan uit Elzen, Meidoorn, Veldesdoorn en Wilde liguster. De haag wordt aangeplant als bosplantsoen 1,00-1,25m, groeit in twee jaar naar 2-2,5m en bereikt in 4jaar de uiteindelijke hoogte. De verharding zal bestaan uit puin met een toplaag waarin gras groeit.
afb. 38: insecten, vogels en kleine zoogdieren profiteren van een groene haag (www)
De locatie is op afstand van de recreatieve randen van het plangebied gepositioneerd. Op deze manier kan het ook goed functioneren als ecologische schuilgelegenheid. Het is nog optioneel: indien het niet wordt geplaatst komen hier panelen.
afb. 39: opstelling batterijen (haverdroeze.nl)
afb. 37: groene hoge haag (www)
afb. 40: opstelling batterijen (www)
32
vrijwaringszone rioolleiding De beheerder van de rioolleiding onder het plangebied heeft aangegeven dat er aan weerszijden hiervan, binnen een afstand van 5m vanaf het hart van de leiding, beperkingen zijn. En dat in een zone van 4,2m boven de leiding er geen obstakels of beplanting geplaatst mogen zijn. Vanaf deze zone tot 5m buiten het hart van de leiding mogen zonder wortelbeschermende maatregelen dan alleen struiken tot 6m hoogte worden geplant zie afb. 41 & 42). Als soorten die hiervoor in aanmerking wordt een soortenlijst van de gasunie gehanteerd (afb. 42). Deze beperkingen zijn van toepassing in profiel 1 (blz. 20&21). Ons voorstel voor de inrichting is hierop afgestemd, zowel wat betreft de locatie als de soortenkeuze voor de beplanting (zie afb. 41). N.V. Nederlandse Gasunie Waddinxveen ADVIESLIJST VAN IN NEDERLAND ALGEMEEN VOORKOMENDE, DOORGAANS STRUIKVORMIGE, HOUTIGE GEWASSEN DIE IN AANMERKING KOMEN VOOR AANPLANT OP DE STROOK VAN GASUNIE-LEIDINGEN. geslacht/soort
naam (NL)
karakter (struik/boom)
hoogte (max)
Amelanchier lamarckii Cornus mas
krent
s
6m
gele kornoelje
s
4m
Cornus sanguinea
rode kornoelje
s
4m
Corylus avellana
hazelaar
s
6m
Cytisus scoparius
bezembrem
s
2m
Euonymus europaeus
kardinaalsmuts
s
4m
Ligustrum vulgare
gewone liguster
s
3m
Malus sylvestris
wilde appel
s/b
6m
Mespilus germanica
mispel
s/b
4m
Prunus spinosa
sleedoorn
s
4m
Rhamnus catharticus
wegedoorn
s/b
5m
Rhamnus frangula
vuilboom/sporkehout
s/b
5m
Rosa canina
hondsroos
s
3m
Rosa rubigunosa
egelantierroos
s
3m
Rosa rugosa
bottelroos
s
3m
Salix aurita
geoorde wilg
s
5m
Salix cinerea
grauwe wilg
s
6m
Salix pentandra
laurierwilg
s
6m
Salix purpurea
bittere wilg
s
4m
Salix repens
kruipwilg
s
2m
Salix viminalis
katwilg
s
6m
Sambucus racemosa
bergvlier/trosvlier
s/b
6m
Viburnum opulus
Gelderse roos
s
4m
afb. 41: soortenlijst van de Gasunie (gasunie.nl) N.B.
Behalve de in de advieslijst genoemde soorten kunnen in bepaalde gevallen als beplanting boven gasleidingen worden toegestaan:
afb. 42: beperkingen vrijwaringszone en vergelijking met profiel 1 (leidingbeheerder)
afb. 43: beperkingen bomen in vrijwaringszone (leidingbeheerder)
33
inkoopstation Een inkoopstation moet, vanwege de bereikbaarheid voor de netbeheerder buiten de hekken rond het park staan. Om het in te passen in de recreatieve zone langs het waterpad wordt het gebouwtje omkleed met een groene haag, en voor zien van een vegetatiedak. Aan het gebouwtje of aan de haag zullen vleermuiskasten worden gehangen en nestkasten voor vogels. Hierbij wordt gekeken naar de juiste bezonning en aanvliegroutes. Op enige afstand hiervan worden, bij de toegang tot de recreatieve zone, een picknick-tafel en een informatiepaneel geplaatst. Deze zullen rolstoel-toegankelijk zijn. Op het infopaneel wordt informatie over natuur, landschap en zonne-energie gedeeld. afstappunt met infobord en picknicktafel
inkoopstation binnen haag
afb. 44: inkoopstation met haag (haverdroeze.nl)
afb. 43: inkoopstation en afstappunt (haverdroeze.nl)
afb. 45: infobord met rolstoel-toegankelijke picknicktafel (www)
34
8. OVERZICHT ECOLOGISCHE KWALITEITEN
afb. 46: ecologische kwaliteiten (www.haverdroeze.nl)
35
9. TOEGEVOEGDE WAARDE 1. Zonne energie levert een bijdrage aan het terugdringen van het gebruik van fossiele brandstoffen en de opwekking daarvan vindt hier plaats, op een eigen manier temidden van andere stedelijke en landschappelijke transformaties.
1. bijdrage energietransitie
3. ontwikkelen Groenblauwe Slinger
2. Het tijdelijke karakter van het zonnepark en de mogelijkheid om tijdens de aanwezigheid van het zonnepark de ecologische en de recreatieve kwaliteiten van de locatie te verbeteren, maakt dat in deze tussentijd het landschap regenereert. 3. Het park vormt een schakel in de ecologische samenhang van de Groenblauwe Slinger, een slinger van natuur- en recreatiegebieden tussen de stedelijke gebieden van Den Haag en Rotterdam. Zowel natte als droge verbindingen lopen over het plangebied. 4. Het park levert een bijdrage aan de biodiversiteit van deze omgeving. Door verschralen, plaatselijk vernatten, afkoppelen van watergangen onstaat een grotere variatie aan milieus en habitats: variatie in graslanden moerasvergetaties, habitats voor amfibiën, muizen, (struweel- en riet) vogels, insecten, foeragegebied voor (roof)vogels en vleermuizen en schuil- en paaiplaatsen voor vissen.
2. regeneratie van landschap
4. ontwikkelen biotoop moerasvogels en -dieren
5. Het park draagt bij aan het recreatieve medegebruik van dit gebied door de inrichting van struin- en ruiterpaden, de plaatsing van picknickbanken als afstappunt voor fietsers en rustpunt voor wandelaars, het opstellen van presentatieborden met info over landschap, ecologie en energie.
5. recreatief medegebruik
6. In het open landschap blijft het park laag, worden hekken waar mogelijk vermeden en wordt de invloed van een paar hogere elementen als toegangshek, camera’s en trafostations door kleur en/of materiaalkeuze zo onopvallend mogelijk ingepast.
6. passende materiaalkeuzen
7. Struweelbeplanting en bomen zijn inheems en zoveel mogelijk lokaal gekweekt plantmateriaal. Ze verlenen het park een groene uitstraling vergroenen het zicht op het plangebied. Ook zaaigoed wordt zoveel mogelijk lokaal betrokken. 8. Gebruik wordt gemaakt van duurzame materialen. Na de omlooptijd van het park is hergebruik of recycling mogelijk. 7. inheems en lokaal plantmateriaal
8. hergebruik van panelen
afb. 47: referenties bij de toegevoegde waarde (www)
36
COLOFON:
opdrachtgever: Sunvest Ontwikkeling B.V. Maarssenbroeksedijk 37 3542 DM Utrecht sunvest.nl
adviseur: Adviesbureau Haver Droeze Muurhuizen 165B 3811EG Amersfoort haverdroeze.nl