Bijlage 5 - Was wordt lijst beeldkwaliteitsplan Zoetermeer Binnenstad (noordelijk deel)
Tekst van het document
Leeswijzer was - wordt lijst In dit document is een overzicht opgenomen van de wijzigingen van het concept beeldkwaliteitsplan naar het definitieve beeldkwaliteitsplan. De wijzigingen bestaan uit redactionele en inhoudelijke wijzigingen. De redactionele wijzigingen houden verband met de omzetting van het concept beeldkwaliteitsplan naar een definitief beeldkwaliteitsplan met beleidsregels. Op deze wijze kan deze als kader voor het uiterlijk van bouwwerken gebruikt worden voor nieuwe ontwikkelingen in de Binnenstad (noordelijk deel). Met het definitieve beeldkwaliteitsplan wordt voldaan aan de daaraan gestelde eisen in de Omgevingswet. In de eerste kolom is de tekst uit het concept beeldkwaliteitsplan weergegeven. De tweede kolom bevat de gewijzigde of toegevoegde teksten. De derde kolom beschrijft een korte toelichting op de wijziging. De vierde kolom geeft het type wijziging weer met een lettercode. Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende typen wijzigingen: 1. RE: Dit betreft een redactionele wijziging. Bijvoorbeeld een wijziging van de hoofdstukindeling. 2. TJ: Dit betreft een technisch juridische wijziging. Met de omzetting van concept naar definitief beeldkwaliteitsplan zijn bepaalde teksten 1 op 1 verplaatst naar de beleidsregels en waar nodig juridisch ‘aangescherpt’, om deze objectiever en toetsbaar te maken. Bijvoorbeeld schrappen van teksten als ‘zoveel mogelijk’.
3. VE: Dit betreft een vervallen tekst. In het definitieve beeldkwaliteitsplan zijn bijvoorbeeld de teksten over de openbare ruimte niet meer overgenomen uit het concept beeldkwaliteitsplan. 4. PA: Dit betreft een nieuwe tekst naar aanleiding van de participatie. In het eindverslag participatie komen een aantal wijzigingen naar voren die verwerkt zijn in het definitieve beeldkwaliteitsplan. 5. AM: Dit betreft een nieuwe tekst die als ambtshalve wijziging wordt gezien. Een voorbeeld hiervan is het toevoegen van een algemeen hoofdstuk in de beleidsregels en een artikelsgewijze toelichting. Deze zijn technisch-juridisch noodzakelijk voor een goede werking van de beleidsregels. 6. BB: Dit betreft een tekst die verplaatst is naar de beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In het concept beeldkwaliteitsplan staan niet alleen teksten die over het uiterlijk van bouwwerken gaan. De onderwerpen over de plaatsing en het gebruik van bouwwerken zijn daarom verplaatst naar een aparte beleidsregel voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
Concept beeldkwaliteitsplan Binnenstad (noordelijk deel) 2024 Redactionele wijzigingen Hoofdstuk 1 Identiteit en Hoofdstuk 2 Concept
Beeldkwaliteitsplan Binnenstad (noordelijk deel) 2025
Toelichting
Type wijziging
Hoofdstuk 2 Grenzen De indeling van deze hoofdstukken is RE. beeldkwaliteitsplan gewijzigd. Inhoudelijk zijn er geen - Hoofdstuk 3 De identiteit van het wijzigingen. In sommige gevallen is de formulering aangepast in verband gebied - Hoofdstuk 4 Toekomstige situatie met leesbaarheid. Hoofdstuk 3. Overkoepelende regels - Hoofdstuk 5: Beleidsregel Uiterlijk Deel 3 van het concept BKP is RE. (samenhang) Bouwwerken Zoetermeer omgezet naar een beleidsregel binnenstad (noordelijk deel) uiterlijk bouwwerken met - Hoofdstuk 6: Artikelsgewijze artikelsgewijze toelichting. toelichting Inhoudelijke wijzigingen in verband met omzetting Hoofdstuk 3 overkoepelende regels naar beleidsregel uiterlijk bouwwerken Geen Nieuw toegevoegd: Hoofdstuk 1 Voor de juridische werking is een AM. Algemene bepalingen algemeen hoofdstuk opgenomen waarin het werkingsgebied, begrippen, oogmerken en reikwijdte van de beleidsregel zijn opgesomd. 1. Organiseer het netwerk van goede openbare ruimtes. Met de juiste kwaliteit op de juiste plek. 1.1 t/m 1.5 Vervallen De openbare ruimte heeft geen VE. betrekking op het uiterlijk van bouwwerken. De ambities voor de openbare ruimte zijn immers zelfbindend (niet voor initatiefnemers) en worden uitgewerkt in inrichtingsplannen, waarbij rekening wordt gehouden met deze ambities. Deze is daarom niet meer opgenomen. 2. 2.1
a. b.
c.
2.2
a.
b. c.
-
Werk met samengestelde bouwblokken die zich oriënteren aan de openbare ruimte. a. Naar artikel 2.1 begrip Deze regels zijn verplaatst naar een Heldere en ononderbroken samengesteld bouwblok begrip in artikel 2 van de beleidsregel b. Opgenomen in artikel 4 lid 2 en naar artikel 4 Criteria voor het rooilijn Gebouwen die niet op een uiterlijk van bouwwerken – omgeving a onder i. c. Opgenomen in artikel 4 lid 2 en het (al dan niet samengesteld) hoek liggen mogen terugliggen ten opzichte van onder ii. bouwblok. het hoekpand, maar niet uitsteken. In het geval dat er arcades of een teruggelegen plint wordt toegepast, dient ook de teruggelegen rooilijn helder en ononderbroken te zijn: een arcade moet onderdeel zijn van de stedelijke structuur en kan daarom niet per pand, maar wel per straat worden georganiseerd. a. Opgenomen in artikel 4 lid 2 Onderdeel a is verplaatst artikel 4 Gebouwen zijn opgebouwd a onder iii. Criteria voor het uiterlijk van b. Verplaatst naar Beleidsregel bouwwerken – omgeving en het (al uit een plint, een stedelijke Buitenplanse laag en een bovenbouw. De dan niet samengesteld) bouwblok. De overige onderdelen Omgevingsplanactiviteit. stedelijke laag is niet hoger dan de straat breed is. De c. Verplaatst naar Beleidsregel hebben geen betrekking op het bovenbouw ligt terug. uiterlijk van bouwwerken en zijn Buitenplanse Plint van 4m of hoger.
Mag daarom verplaatst naar de Omgevingsplanactiviteit. d. Verplaatst naar Beleidsregel beleidsregel buitenplanse ook 2 lagen zijn. Stedelijke laag (tot 6 lagen). omgevingsplanactiviteit. Buitenplanse Hier staat relatie tussen Omgevingsplanactiviteit.
TJ.
TJ. / BB.
d. 2.3
a.
b. c. d. e.
straat en het woongebouw centraal Bovenbouw (met setback, kan vanaf 4 lagen, maar sowieso vanaf 6 lagen). De voorkanten van bouwblokken dragen bij aan levendigheid met actieve en representatieve gevels. Hoofdentrees zijn duidelijk herkenbaar Hoge frequentie van voordeuren Adressen aan de straat Ruimte voor toe-eigening
Deze onderdelen zijn opgenomen in artikel 4 lid 2 b onder ii
Deze regels hebben betrekking op detaillering van gebouwen en zijn daarom opgenomen in de beleidsregel. Input vanuit participatie is hierin verwerkt.
2.4 Deze onderdelen zijn als volgt Termen als ‘zoveel mogelijk’ dienen De binnenzijdes van bouwblokken zijn opgenomen in artikel 4 lid 2 a onder vermeden te worden in een groene oases in het stadslandschap. iv: beleidsregel. Daarom heeft er a. Zoveel mogelijk volle grond De binnenzijdes van bouwblokken inhoudelijk een redactieslag b. Zoveel mogelijk bomen plaatsgevonden om deze toetsbaar te worden groen ingericht met bomen c. Collectieve ruimtes mogelijk en collectieve maken. ruimtes. openbaar toegankelijk 2.5 Deze onderdelen zijn als volgt Termen als ‘zoveel mogelijk’ dienen Logistieke zijdes worden integraal, opgenomen in artikel 4 lid 2 a onder v vermeden te worden in een zorgvuldig en hoogwaardig ontworpen en vi: beleidsregel. Daarom heeft er iv. De binnenzijdes van bouwblokken in het gevelbeeld. inhoudelijk een redactieslag a. Entrees voor plaatsgevonden om deze toetsbaar te worden groen ingericht met bomen (parkeer)garages en collectieve maken. hoogwaardig ruimtes. b. (Winkel)expeditie zo veel v. Logistieke zijdes worden integraal mogelijk inpandig ontworpen in het gevelbeeld. c. Afval zo veel mogelijk inpandig 3. Geef zorgvuldige en hoogwaardige gebouwen de ruimte voor experiment. 3.1 Vervallen Vanwege het ontbreken van Gebouwen met stedelijk karakter: objectieve criteria is deze regel niet onderscheidend van de woonwijken geschikt om op te nemen in een erom heen.
beleidsregel. De gebouwen in het Stadshart worden kloek zijn en staan stevig op het maaiveld. Het is belangrijk om menselijke maat toe te kennen in massa, gevelbeeld en volume van de architectuur. 3.2 Vervallen Vanwege het ontbreken van Arcades zijn onderdeel van objectieve criteria is deze regel niet verblijfskwaliteit: balans tussen wind geschikt om op te nemen in een en licht. Ze zijn een uitbreiding van beleidsregel. de binnenruimte en tegelijkertijd een deel van de openbare buitenruimte. 3.3 Dit onderdeel is als volgt opgenomen Vanwege het ontbreken van een Er wordt gebruik gemaakt van in artikel 4 lid 2 c onder i, artikel 6 lid objectief criterium is de zin hoogwaardige materialen die mooi oud 2 c onder i, artikel 7 lid 2 c onder ii en toegevoegd dat dit in principe worden. artikel 8 lid 2 c onder ii: gebakken elementen zijn. Input i. Er wordt gebruik gemaakt van vanuit participatie is hierin verwerkt. hoogwaardige materialen die mooi oud worden. In de basis zijn dit gebakken elementen zoals keramiek en baksteen. 3.4 Dit onderdeel is als volgt opgenomen Termen als ‘extra aandacht’ dienen Het daklandschap krijgt extra aandacht in artikel 8 lid 2 b onder ii: vermeden te worden in een als de 5e gevel. beleidsregel. Daarom heeft er
TJ. / PA.
TJ.
TJ.
VE.
VE.
TJ. / PA.
TJ.
ii. Het dak wordt benut voor verblijf en groen. 3.5.
Vervallen
Aanmoedigen van experimenten en innovaties. 4. Benedenwereld als publiek interieur 4.1 Verplaatst naar beleidsregel De delen van de benedenwereld die buitenplanse omgevingsplanactiviteit gemakkelijk toegankelijk zijn vanaf de bovenwereld of het maaiveld kunnen worden geactiveerd door een programma toe te voegen. De ruimte zou kunnen worden gebruikt voor het tentoonstellen van kunst, sport of een club.
BB.
Termen als ‘zoveel mogelijk’ dienen vermeden te worden in een beleidsregel. Daarom heeft er inhoudelijk een redactieslag plaatsgevonden om deze toetsbaar te maken. Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregels voor de benedenwereld en parkeergarages. Input vanuit participatie is hierin verwerkt.
TJ.
De openbare ruimte heeft geen betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en is zelfbindend. Daarom is deze niet meer opgenomen. Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor de benedenwereld.
VE.
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 5 lid 2 b onder iii: iii. Gebruik natuurlijke materialen zoals hout, bestand tegen het klimaat van de benedenwereld.
Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor de benedenwereld.
TJ.
Verplaatst naar beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Dit onderdeel heeft geen betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en is daarom verplaatst naar de beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
BB.
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 5 lid 2 b onder i: Zorg voor daglicht op locaties waar dit fysiek mogelijk is.
4.3 Stijgpunten zijn accenten in de benedenwereld. Royale hellingen of trappen met een kleuraccent wekken nieuwsgierigheid en daarmee beweging en ruimtegebruik op.
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 5 lid 2 a onder i: Realiseer royale hellingen of trappen met een kleuraccent. Waar mogelijk zijn stijgpunten met elkaar verbonden. En als volgt onder artikel 9 lid 2 b onder i: i. Bij voorkeur stijgpunten realiseren aan de buitenzijde aan de gevel, die een directe relatie met de aanliggende openbare ruimte hebben. Vervallen
4.5 De expeditieruimte kan efficiënter worden waardoor er ruimte ontstaat voor andere gebruik. Door verlichting en kleur toe te voegen, wordt de ruimte aangenamer voor mensen om te gebruiken (niet alleen auto’s). 4.6 Gebruik van natuurlijke materialen zoals hout zou de atmosfeer van de ruimte warmer maken en zou mensen aanmoedigen om de ruimte te gebruiken. 5. Aandacht voor de plint! 5.1 De plinten bieden ruimte voor voorzieningen. Ze zijn uitnodigend en hebben duidelijke ingangen. De overgangszone geeft een vloeiende overgang van publieke naar private
VE.
Dit onderdeel heeft geen betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en is daarom verplaatst naar de beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
4.2 Zorg voor zoveel mogelijk daglicht. Perforaties in het plafond van de benedenwereld zorgen voor natuurlijk licht.
4.4 Zorg voor prettige en comfortabele fiets- en voetgangersroutes.
inhoudelijk een redactieslag plaatsgevonden om deze toetsbaar te maken. Vanwege het ontbreken van objectieve criteria is deze regel niet geschikt om op te nemen in een beleidsregel.
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 5 lid 2 b onder i en ii: i. Zorg voor daglicht op locaties waar dit fysiek mogelijk is. ii. Voeg verlichting en kleur toe.
TJ. / PA.
TJ.
ruimte. Het is ook een ruimte voor “toe-eigening”. 5.2 Hoogte van de plint is minimaal 4 meter. 5.3 In de binnenstad van Zoetermeer krijgt elk gebouw een overgangszone tussen het openbare en het private domein zodat er een geleidelijke overgang plaats kan vinden. Hoe groot deze zone is en hoe deze is vormgegeven hangt af van de desbetreffende plintfunctie. 5.4 De meeste ontwerpaandacht moet worden besteed aan materialisering en detaillering van de plint. 5.5 Arcades kunnen worden gebruikt in het ontwerp van de plinten als voortzetting van het patroon van Zoetermeerse DNA. De eventuele arcades moeten langs het bouwblok doorlopen en een samenhangende, niet onderbroken structuur vormen. Zij moeten een passende hoogte hebben, vergelijkbaar met de plint om lucht en ruimte te bieden. 5.6 De hele binnenstad heeft een uniform reclamebeleid. De visuele uiting van de voorzieningen moet in overeenstemming zijn met de architectuur. 6. Stedelijke laag 6.1 De stedelijke laag is ten minste 2 lagen hoger dan de plint en is maximaal 5 lagen hoog (2-6). 6.2 Maximale setback of overstek ten opzichte van de plint van 1,5 meter. De rooilijn blijft helder en leesbaar. Verspringingen in de rooilijn zijn mogelijk binnen hetzelfde gebouw. 6.3 Alzijdige oriëntatie die zichtbaar is in de architectuur. De stedelijke laag staat orthogonaal op de plint.
6.4 De stedelijke laag wordt ontworpen in relatie met de straat; bijvoorbeeld door borstwering, balkon, loggia. 6.5
Verplaatst naar beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Dit onderdeel heeft geen betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en is daarom verplaatst naar de beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit onderdeel heeft geen betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en is daarom met een redactieslag verplaatst naar de beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
BB.
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 6 lid 2 b onder i: i. Extra ontwerpaandacht gaat uit naar details in het gevelbeeld. Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 6 lid 2 a onder i: i. Arcades mogen worden gebruikt in het ontwerp van de plint. Arcades moeten langs het bouwblok doorlopen en een samenhangende, niet onderbroken structuur vormen. Zij moeten een hoogte hebben vergelijkbaar met de plint.
Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor de plint.
TJ.
Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor de plint. Input vanuit participatie is hierin verwerkt.
TJ. / PA.
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 6 lid 2 b onder ii en iii: ii. Reclamevoorzieningen worden integraal ontworpen in het gevelbeeld in overeenstemming met de architectuur. iii. Plinten mogen niet afgeplakt worden.
Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor de plint. Daarnaast is een aanvullende regel opgenomen dat plinten niet afgeplakt mogen worden.
TJ.
Verplaatst naar beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Dit onderdeel heeft geen betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en is daarom met redactieslag verplaatst naar de beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit onderdeel heeft geen betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en is daarom met redactieslag verplaatst naar de beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
BB.
Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor de stedelijke laag. Input vanuit participatie is hierin verwerkt.
TJ. / PA.
Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor de stedelijke laag.
TJ.
Termen als extra aandacht dienen vermeden te worden in een
VE.
Verplaatst naar beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Verplaatst naar beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 7 lid 2 a onder i: i. De stedelijke laag is zichtbaar vanaf elke kant en heeft daarom een alzijdige oriëntatie die ook zichtbaar is in de architectuur. Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 7 lid 2 b onder i: i. De stedelijke laag wordt ontworpen in relatie met de straat door borstwering, balloggia of loggia. Vervallen
BB.
BB.
Het daklandschap krijgt extra aandacht als de 5e gevel. 6.6 De stedelijke laag is minder transparant dan de plint maar transparanter dan de bovenlaag. 7. Bovenbouw 7.1 Torens worden naar boven toe steeds verder verjongd.Er wordt dus gebruik gemaakt van setbacks voor een optimaal klimaat op het maaiveld. 7.2 Torens zijn zichtbaar vanaf elke kant en hebben daarom een alzijdige oriëntatie die ook zichtbaar is in de architectuur. De torens zijn niet getordeerd ten opzichte van de stedelijke laag. 7.3 De bovenbouw is tenminste 4 lagen hoger dan de stadse laag. Het gebouw mag opgeknipt worden in verschillende volumes. De hoofdvolumes moeten echter wel leesbaar blijven. 7.4 Duidelijke en herkenbare vormen, bij voorkeur orthogonaal, zorgen voor een leesbare/begrijpelijke architectuur. 7.5 Zowel private buitenruimtes in de vorm van balkons, loggia’s of wintertuinen als grotere collectieve buitenruimtes zijn mogelijk. 7.6 Bovenbouw is minder transparant dan de plint en de stedelijke laag. In de bovenbouw is er meer vrijheid wat betreft het materiaalgebruik dan in de lagere lagen. Geen
P. Parkeergarages P1. Het daklandschap krijgt extra aandacht als de 5e gevel. De daken van de parkeergarage bieden kansen voor transformatie dankzij de goede bereikbaarheid en oppervlakte van het gebouw. P2.
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 7 lid 2 c onder i: i. De stedelijke laag is minder transparant dan de plint maar transparanter dan de bovenwereld.
beleidsregel. Daarnaast zijn de beleidsregels voor het dak geregeld in het onderdeel voor de bovenbouw. Deze regel is opgenomen in de beleidsregel voor de stedelijke laag.
TJ.
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 8 lid 2 a onder i: i. Er wordt gebruik gemaakt van setbacks die ook zichtbaar is in de architectuur. Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 8 lid 2 a onder ii: ii. Een bovenbouw is zichtbaar vanaf elke kant en heeft daarom een alzijdige oriëntatie die ook zichtbaar is in de architectuur.
Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor de bovenbouw.
TJ.
Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor de bovenbouw.
TJ.
Verplaatst naar beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Dit onderdeel heeft geen betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en is daarom met redactieslag verplaatst naar de beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
BB.
Vervallen.
Vanwege het ontbreken van objectieve criteria is deze regel niet geschikt om op te nemen in een beleidsregel. Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor de bovenbouw.
VE.
Deze regel is opgenomen in de beleidsregel voor de bovenbouw. Input vanuit participatie is hierin verwerkt.
TJ. / PA.
Nieuw is de regel dat de bovenbouw wordt beëindigd met een kroon om de top te markeren. Hiermee wordt beoogd om de beëindiging van gebouwen meer kwaliteit te geven. Input vanuit participatie is hierin verwerkt.
PA.
Vervallen
Termen als extra aandacht dienen vermeden te worden in een beleidsregel. Daarnaast zijn de beleidsregels voor het dak geregeld in het onderdeel voor de bovenbouw.
VE.
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 9 lid 2 a onder i:
Met een redactieslag is deze regel opgenomen in de beleidsregel voor
TJ.
Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 8 lid 2 b onder i: i. Zowel private buitenruimtes in de vorm van balkons, ballogia’s of loggia’s of wintertuinen als grotere collectieve buitenruimtes zijn toegestaan in de bovenbouw. Dit onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 8 lid 2 c onder i: De bovenbouw is minder transparant dan de plint en de stedelijke laag. In de bovenbouw is er meer vrijheid wat betreft het materiaalgebruik dan in de lagere lagen. Een nieuw onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 8 lid 2 a onder iii: iii. Een bovenbouw wordt beëindigd met een kroon om de top te markeren.
TJ.
Het is belangrijk om het netwerk van actieve plinten in de binnenstad te waarborgen en geen blinde gevels op de begane grond te hebben. P3. Aangezien slechts weinig daken in de stad worden gebruikt, vormen zij een potentiële ruimte die kan dienen voor ruimtelijke experimenten met een tijdelijk karakter zoals een zomerse openluchtbioscoop of een evenementenlocatie. Om het gebruik van die ruimte te garanderen moet er op straatniveau duidelijk zijn wat er op het dak gebeurt. Dit kan door zichtbare en comfortabele trappen. P4. Parkeergebouwen moeten een duidelijke identiteit krijgen. P5. Het handhaven van de eerder genoemde indeling van lagen (plint, stedelijke laag en bovenbouw) draagt bij aan de visuele samenhang van het Stadshart. P6. Op de daken van de parkeergarages ligt een enorme kans voor het verder verdichten van het Stadshart. Het gebruik hiervan biedt ruimte voor experimentele bouwvormen die aansluiten bij het DNA van Zoetermeer. Geen
Geen
Geen
Geen
i. Blinde gevels op de begane grond zijn niet toegestaan.
parkeergages en fietsparkeervoorzieningen.
Dit onderdeel is voor wat betreft trappen als volgt opgenomen in artikel 9 lid 2 b onder i: i. Bij voorkeur stijgpunten realiseren aan de buitenzijde aan de gevel, die een directe relatie met de aanliggende openbare ruimte hebben.
Met een redactieslag is de regel voor trappen opgenomen in de beleidsregel voor parkeergages en fietsparkeervoorzieningen.
Het onderdeel tijdelijk gebruik van daken is verplaats naar de beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Vervallen.
TJ. / BB.
Het onderdeel tijdelijk gebruik heeft geen betrekking op het uiterlijk van bouwwerken en is daarom met redactieslag verplaatst naar de beleidsregel buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Vanwege het ontbreken van objectieve criteria is deze regel niet geschikt om op te nemen in een beleidsregel. Vanwege het ontbreken van objectieve criteria is deze regel niet geschikt om op te nemen in een beleidsregel.
VE.
Vervallen.
Vanwege het ontbreken van objectieve criteria is deze regel niet geschikt om op te nemen in een beleidsregel.
VE.
Een nieuw onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 9 lid 3 a onder i: i. De fietsparkeervoorziening is zichtbaar in de plint. Een nieuw onderdeel is als volgt opgenomen in artikel 9 lid 3 b onder i: i. De fietsparkeervoorziening heeft de kwaliteit van een collectieve hal met ruimte voor ontmoeting. Nieuw onderdeel: Hoofdstuk 6 Artikelsgewijze toelichting.
Deze regel beoogd richting te geven aan de zichtbaarheid van fietsparkeervoorzieningen.
AM. / PA.
Deze regel beoogd richting te geven aan de kwaliteit van fietsparkeervoorzieningen.
AM. / PA.
Een beleidsregel gaat gepaard met een artikelsgewijze toelichting. Deze zijn opgenomen in een nieuw Hoofdstuk 6 bij het BKP. Vanwege de samenhang met de beleidsregels zijn twee bijlagen opgenomen. Bijlage 1 betreft afbeeldingen, zoals het werkingsgebied en een begrenzing van de benedenwereld. Bijlage 2 betreft referentiebeelden die eerder ook in het concept BKP te zien waren.
AM. PA.
Vervallen.
Nieuw onderdeel: Bijlagen
VE.
AM. PA.