Bijlage 5 - bredere context bij Raadsvoorstel Huishoudelijke Ondersteuning 2025
Tekst van het document
Bijlage 5 Bredere context bij raadsvoorstel Huishoudelijke ondersteuning 2025 (2024-131759) Huishoudelijke ondersteuning is een Wmo-voorziening die wordt gegeven aan inwoners die door een beperking (tijdelijk) niet meer in staat zijn om huishoudelijke taken zelfstandig te doen. In de huidige praktijk komt er na indicatie door de gemeente een huishoudelijke hulp bij de inwoner thuis. Deze hulp neemt de taken over die de inwoner zelf niet meer kan. De inwoner hoeft het huishouden dan (grotendeels) niet meer zelf te doen. Voor sommige inwoners is deze ondersteuning de beste oplossing, want hierdoor kunnen zij langer zelfstandig thuis wonen. Dit past bij het doel van de Wmo. Maar er is ook een groep inwoners die beter op een andere manier kan worden geholpen. Want doordat de hulp de huishoudelijke taken overneemt, gaat iemand zelf minder doen in en om het huis. En hierdoor kan iemand afhankelijk worden van ondersteuning. Dat beperkt de zelfstandigheid en vaak ook de vitaliteit van een inwoner. Als iemand nog mogelijkheden heeft (of kan creëren) om zelf huishoudelijke taken te doen, is het dus belangrijk om dat te stimuleren. Zo blijft iemand actiever, zelfstandiger en minder afhankelijk van ondersteuning. Ook dat past bij het doel van de Wmo. Mocht er in de toekomst een nieuwe hulpvraag ontstaan, dan kunnen inwoners daarvoor weer bijpassende ondersteuning krijgen.
Door de vergrijzing is de vraag naar huishoudelijke ondersteuning toegenomen. Volgens het Wmo voorspelmodel van de VNG zal deze vraag de komende jaren verder toenemen in Zoetermeer. De vraag naar ondersteuning wordt verder versterkt door het abonnementstarief in de Wmo. Inwoners betaalden in 2024 € 20,60 euro1 per maand aan eigen bijdrage voor huishoudelijke ondersteuning, ongeacht de hoogte van het inkomen. Hierdoor doen nu ook mensen met een hoger inkomen beroep op de Wmo voor huishoudelijke ondersteuning. Voorheen zochten hogere inkomensgroepen vaak andere oplossingen dan de Wmo. Vanwege de grote vraag naar Wmo-voorzieningen is vanuit VWS wel een voorstel in de maak om gemeenten weer een inkomensafhankelijke bijdrage te laten heffen. Dit voorstel gaat echter pas in vanaf 2026. De precieze invulling, de te verwachten effecten en de benodigde implementatietijd zijn momenteel nog niet bekend. We willen daarom niet (alleen) op dit rijksbeleid wachten om de huishoudelijke ondersteuning in Zoetermeer toegankelijk te houden. Samengevat Het gebruik van huishoudelijke ondersteuning neemt toe in Zoetermeer. Dit is toe te schrijven aan de volgende factoren en trends: 1. het langdurig overnemen van huishoudelijke taken waardoor bij inwoners afhankelijkheid van ondersteuning ontstaat; 2.
het abonnementstarief, waardoor ook hogere inkomensgroepen gebruik maken van huishoudelijke ondersteuning vanuit de Wmo; 3. de toename van het aantal (hulpbehoevende) ouderen in Zoetermeer. Door deze trends en factoren lopen we het risico dat huishoudelijke ondersteuning ontoegankelijk wordt. En we de mensen niet tijdig kunnen helpen die deze voorziening het hardste nodig hebben. We hebben namelijk niet de capaciteit om de groeiende vraag structureel op te vangen in de komende jaren als het beleid ongewijzigd blijft.
1 In 2025 stijgt het maandelijkse abonnementstarief naar € 21.
Samenhang met de nota Lokaal Preventief Gezondheidsbeleid De visie van dit voorstel hangt inhoudelijk samenhang met de nota Lokaal Preventief Gezondheidsbeleid die in april 2024 door de raad is vastgesteld. Een van de drie hoofddoelen uit deze nota is het werken aan sterke en energieke ouderen. Onder andere door te bewegen, vallen te voorkomen, gezond te eten en eenzaamheid te voorkomen. Het voorstel Huishoudelijke ondersteuning 2025 kan hieraan bijdragen. Belang van preventie Sterk en energiek ouder worden kan het beste worden bereikt door een gezonde en actieve levensstijl. Het is belangrijk om die levensstijl zo vroeg mogelijk in te zetten. Het liefste ruim voordat er überhaupt sprake is van een hulpvraag waarvoor beroep moet worden gedaan op de Wmo. Hiertoe heeft de gemeente de volgende doelstellingen (zie ook nota Lokaal Preventief Gezondheidsbeleid): • Stimuleren van bewegen • Reduceren van valrisico • Stimuleren van een gezond voedingspatroon • Stimuleren van sociaal welbevinden van ouderen • Stimuleren van toegankelijk informatie- en hulpaanbod Inzet op deze doelen is essentieel om ouderen bewust te maken hoe ze vitaal oud kunnen worden en blijven. En door het bieden van aansluitende activiteiten kan tijdig gezondheidswinst worden geboekt onder ouderen, bijvoorbeeld vanuit het programma BRAVO!. Inwoners kunnen hier vrijwillig aan deelnemen.
Een positief neveneffect hiervan is dat deze aanpak in de toekomst kan leiden tot een minder groot beroep op de Wmo, omdat deze aanpak potentieel leidt tot vitalere ouderen. Preventieve ondersteuning zoals valpreventie en gezondheidseducatie kan dan ook worden gezien als voorliggend aan de Wmo. Vanuit de Wmo gaan we op deze preventieve aanpak aansluiten door met ondersteuningsniveau 1 in te zetten op het vergroten van de vitaliteit van ouderen met een hulpvraag. Zo ontstaat er een doorlopende lijn in de ondersteuning vanuit de gemeente.