Bijlage 4 - Concept besluit opheffen en liquideren Bedrijvenschap Hoefweg, vastgesteld in AB vergadering 18-04-20224
Tekst van het document
Vergadering van het: Algemeen Bestuur Hoefweg Vergadering van datum: 18 april 2024 Besluitnummer: AB 2024 05 Agendapunt: 8.2
Onderwerpen: 1. Besluitvorming opheffen gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg 2. Algemene uitgangspunten liquidatieplan conform de gemeenschappelijke regeling 3. Specifieke uitgangspunten liquidatieplan: 3.1. Overdracht van de resterende gronden 3.2. Randvoorwaarden belastingdienst 3.3. Deelneming Bedrijvenschap Hoefweg in C.V. Prisma Bleiswijk en Prisma Beheer B.V. 4. Besluitvorming penvoerende gemeente 5. Mandatering van het Dagelijks Bestuur voor de uitwerking en procesgang van het liquidatieplan 6. Besluitvormingstraject opheffen en liquidatie gemeenschappelijke regeling Bijlagen: geen Toelichting: 1. Besluitvorming opheffen gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg Op 21 november 1996 is de gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg (hierna: de regeling’) van kracht geworden 1. De regeling heeft een looptijd tot 1 januari 2025 2 en nadert daarmee het einde. Om daadwerkelijk tot het liquideren van de regeling over te kunnen gaan, moeten tijdig bestuurlijke, juridische en organisatorische stappen worden genomen. In dit voorstel wordt aan het Algemeen Bestuur gevraagd in te stemmen met het voorgenomen besluit tot opheffen van de regeling per 1 januari 2025 en de uitgangspunten voor de opheffing en het verder te volgen proces om tot feitelijke liquidatie van de regeling over te gaan, vast te stellen.
Kaders voor de opheffing: Wgr en regeling In de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) zijn bepalingen opgenomen over het opheffen van een gemeenschappelijke regeling: - De gemeenteraden kunnen een zienswijze geven over het voorgenomen besluit tot opheffen van de regeling en het liquidatieplan, voordat dit in het Algemeen Bestuur van de regeling wordt besloten; - De gemeenschappelijke regeling moet zelf regels inhouden over de opheffing, waaronder regels over de vereffening van het vermogen en dat de regeling moet blijven bestaan zolang dit voor de liquidatie noodzakelijk is; - Het besluit tot opheffing en het vastgestelde liquidatieplan moet worden toegezonden aan Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. In de gemeenschappelijke regeling van Bedrijvenschap Hoefweg zijn deze regels verder uitgewerkt. Artikel 38 van de regeling betreft de wijze waarop de regeling opgeheven wordt. Allereerst wordt door het Algemeen Bestuur het voorgenomen besluit genomen tot het opheffen van de regeling. Vervolgens wordt een concept liquidatieplan opgesteld, dat (samen met het voorgenomen besluit tot opheffing van de regeling) ter consultatie aan de beide raden voorgelegd moet worden. Daarna
Nadien is deze regeling gewijzigd in juli 2005 (eerste wijziging), oktober 2006 (tweede wijziging), september 2015 (derde wijziging) en november 2017 (vierde wijziging). 2 Aldus artikel 40 van de regeling. 1
1
worden het besluit tot opheffen en het concept plan, gehoord hebbende de raden, door het Algemeen Bestuur vastgesteld en kan het Algemeen Bestuur de liquidatie in gang zetten 3. Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld: in te stemmen met het voorgenomen besluit tot opheffing van de regeling per 1 januari 2025. 2. Algemene uitgangspunten liquidatieplan conform de gemeenschappelijke regeling Voor wat betreft de inhoud van het liquidatieplan wordt voorgesteld de volgende kaders die staan opgenomen in de gemeenschappelijke regeling over te nemen: Verplichtingen ten aanzien van de liquidatie In artikel 38 lid 4 en 5 is het volgende opgenomen: “4. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van het bedrijvenschap over de deelnemers te verdelen op een in het liquidatieplan te bepalen wijze, waarbij de in artikel 32, lid 5 vermelde percentuele verdeling uitgangspunt is. Voorts voorziet het liquidatieplan in de gevolgen die de opheffing voor het personeel van Bedrijvenschap Hoefweg heeft. 5. Zo nodig blijven de bestuursorganen van het bedrijvenschap ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd”. In artikel 32, lid 4 en lid 5 van de regeling is opgenomen: Het Algemeen Bestuur beslist of een voordelig saldo van de rekening van lasten en baten geheel of gedeeltelijk: a.
zal worden toegevoegd aan de reserve, dan wel b. zal worden toegevoegd aan het vermogen van de in artikel [4], achtste lid bedoelde rechtsperso(o)n(en) dan wel c. aan de deelnemende gemeenten zal worden uitgekeerd, in de verhouding 50%-50%. Het Algemeen Bestuur beslist of een nadelig saldo van de rekening van lasten en baten geheel of gedeeltelijk: a. ten laste van het volgende dienstjaar zal worden gebracht, dan wel b. ten laste van de bestaande reserve zal worden afgeschreven, dan wel c. ten laste van het vermogen van de in artikel [4], achtste lid bedoelde rechtsperso(o)n(en) zal worden gebracht, dan wel d. ten laste van de deelnemende gemeenten zal worden gebracht, in de verhouding 50%-50%. Hoewel de verdeling op basis van 50%-50% het uitgangspunt in de regeling is, kan hiervan worden afgeweken. De ontvlechting is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van beide deelnemers en voorgesteld wordt de opheffingskosten evenredig over beide deelnemers te verdelen.
Op basis van de vast te stellen verdeelsleutel (50%-50%), worden vervolgens de rechten en verplichtingen en activa en passiva van de gemeenschappelijke regeling verdeeld op basis van de volgende uitgangspunten: Reële prijs voor overname activa en passiva Bij opheffing geldt dat de hoogte van de liquidatiekosten in grote mate afhankelijk is van de activa (en passiva) die de deelnemers wensen over te nemen van de gemeenschappelijke regeling. Voor de overname zal een reële, marktconforme prijs worden betaald. Overige liquidatiekosten Voor wat betreft de overige liquidatiekosten dient door het Algemeen Bestuur eerst te worden bezien of er vrije reserves bij de gemeenschappelijke regeling beschikbaar zijn die voor de liquidatie kunnen
3 Een of beide raden kunnen een zienswijze indienen over het voorgenomen besluit tot opheffen
en/of het concept liquidatieplan. Zie voor deze uitgebreide procedure punt 6 onder 5.a en 5.b, waarin het gehele proces en de mogelijke deeltrajecten in het proces zijn meegenomen.
2
worden benut. Voor het overige geldt het uitgangspunt dat de kosten moeten worden verdeeld over de deelnemers conform de overeengekomen verdeelsleutel. Verdeling baten De financiële resultaten van Bedrijvenschap Hoefweg geven de reële verwachting dat na de liquidatie een batig saldo zal resteren. Dit saldo zal verdeeld worden conform de vast te stellen verdeelsleutel. Personeel van de regeling Het ‘personeel’ van de regeling bestaat op dit moment uit een klein aantal medewerkers die allemaal via detachering vanuit een interim-bureau of via een overeenkomst van opdracht werkzaam zijn voor de regeling. De contracten met alle medewerkers worden allemaal tijdig en uiterlijk per de opheffingsdatum beëindigd. Mochten er ná de opheffingsdatum nog werkzaamheden verricht moeten worden en is daarbij de specifieke expertise op het gebied van de regeling nodig, dan kunnen daarover met de betreffende medewerker(s) afspraken worden gemaakt door de penvoerder.
Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld: een verdeling van 50%-50% aan de deelnemers van de regeling aan te houden, bij een voordelig dan wel nadelig saldo van de rekening, en deze verdeling ter consultatie voor te leggen aan beide gemeenteraden in het liquidatieplan; in het liquidatieplan aandacht te besteden aan de gevolgen van de liquidatie voor het personeel van de regeling (omdat de gemeenschappelijke regeling dit nu eenmaal voorschrijft).
3. Specifieke uitgangspunten liquidatieplan Naast de bovengenoemde uitgangspunten die worden bepaald door de wet- en regelgeving, zijn er ook specifieke onderwerpen waarvoor het wenselijk is om daarover standpunten te bepalen. 3.1 Overdracht van de resterende gronden In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 14 december 2023 heeft besluitvorming plaatsgevonden over de resterende gronden van Bedrijvenschap Hoefweg (ca. 7 ha) en de overdracht van deze gronden in verband met het opheffen van Bedrijvenschap Hoefweg. Besloten is: 1. te streven naar overdracht van de resterende gronden van Bedrijvenschap Hoefweg aan GR Bleizo; 2. het Dagelijks Bestuur op te dragen om de grondtransactie voor te bereiden en uit te voeren op een financieel optimale wijze, rekening houdend met het tijdpad voor de opheffing van Bedrijvenschap Hoefweg; 3. de overdracht van de gronden van Bedrijvenschap Hoefweg aan GR Bleizo als uitgangspunt te nemen in het liquidatieplan voor de opheffing van Bedrijvenschap Hoefweg.
Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld: de besluitvorming over de overdracht van de resterende gronden van Bedrijvenschap Hoefweg aan GR Bleizo mee te nemen als uitgangspunt in het liquidatieplan; mogelijke consequenties voor GR Bleizo (zoals het aanpassen van de gemeenschappelijke regeling voor wat betreft onder andere doelstelling, grondgebied en looptijd) mee te geven aan het Algemeen Bestuur van GR Bleizo met het verzoek deze zo nodig om te zetten in besluitvorming. 3.2 Randvoorwaarden belastingdienst Voor de afweging over de verkoopprijs is het essentieel dat er ten aanzien van de onderscheidende fiscale aspecten duidelijkheid is wat de belastingdienst toelaatbaar acht. Bedrijvenschap Hoefweg heeft door Deloitte een adviesrapport op laten stellen waarin wordt aangegeven dat het ten aanzien
3
van de verkoopprijs mogelijk is om de gronden tegen marktwaarde over te dragen, maar dat het wellicht ook mogelijk is om deze tegen boekwaarde over te dragen. Opgemerkt wordt dat de boekwaarde substantieel lager is dan de marktwaarde. In december 2023 heeft het Algemeen Bestuur het Dagelijks Bestuur opgedragen om de grondtransactie voor te bereiden en uit te voeren op een financieel optimale wijze, rekening houdend met het tijdspad voor de opheffing van Bedrijvenschap Hoefweg. Voor het bepalen van de waarde van de over te dragen gronden die financieel optimaal is en fiscaal uitvoerbaar, is overleg met de Belastingdienst nodig. Het is de bedoeling de overdracht van alle resterende gronden van Bedrijvenschap Hoefweg (circa 7 ha) te laten plaatsvinden voordat de regeling daadwerkelijk wordt opgeheven. Gezien de looptijd van de regeling tot 1 januari 2025 wordt voorgesteld de gronden uiterlijk medio december 2024 over te dragen. Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld: - de gronden van Bedrijvenschap Hoefweg over te dragen aan GR Bleizo op een financieel optimale en fiscaal uitvoerbare wijze, passend binnen het tijdspad van de opheffing van de gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg.
3.3 Deelneming Bedrijvenschap Hoefweg in C.V. Prisma Bleiswijk en Prisma Beheer B.V. Op dit moment maakt Bedrijvenschap Hoefweg nog deel uit van de C.V. Prisma Bleiswijk en Prisma Beheer B.V.. Opheffing van het bedrijvenschap kan plaatsvinden na opheffing van deze vennootschappen, vanwege de rechten en plichten van het bedrijvenschap jegens deze vennootschappen en andere aandeelhouders. De positie van Bedrijvenschap Hoefweg is vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst Prisma. De vennoten van C.V. Prisma Bleiswijk en de aandeelhouders van Prisma Beheer B.V. streven naar opheffing van de Prisma vennootschappen, bij voorkeur zo spoedig mogelijk. Hieraan voorafgaand zal de schade van de CEO fraude bij Prisma afgewikkeld moeten worden. Voor dit proces zijn juridische procedures gaande en is getracht met betrokken partijen een compromisoplossing voor het schadevraagstuk te bereiken. Dit is tot op heden niet gelukt. Daarom wordt het in gang gezette hoger beroep vooralsnog doorgezet. Het is daarom de vraag of de Prisma vennootschappen in de loop van 2024 kunnen worden opgeheven. Mocht dit onverhoopt niet mogelijk zijn, dan zal bezien worden welke gevolgen dit heeft voor het tijdpad van de opheffing van het bedrijvenschap. Dan zal naar bevind van zaken gehandeld worden zodat de regeling binnen het vastgestelde tijdpad geliquideerd kan worden.
Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld: - kennis te nemen van de geschetste voorgestane afwikkeling van de Prisma vennootschappen en het Dagelijks Bestuur te mandateren om bij eventuele onvoorziene gevolgen naar bevind van zaken te handelen.
4. Besluitvorming penvoerende gemeente In artikel 38 lid 5 van de regeling is het volgende opgenomen: Zo nodig blijven de bestuursorganen van het bedrijvenschap ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd. Om praktische redenen wordt voorgesteld een penvoerende gemeente te benoemen, zodat het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur van de regeling vanaf het moment van daadwerkelijke liquidatie (1 januari 2025) geen taken meer hoeft uit te voeren. Alle bevoegdheden worden daarmee overgedragen aan de penvoerder. Voorgesteld wordt om Zoetermeer tot penvoerder te benoemen. Om zoveel mogelijk duiding te geven aan de taken en bevoegdheden die aan de penvoerder worden overgedragen, worden onderstaand de kaders daarvoor opgesomd. Hierbij wordt meteen de kanttekening gemaakt dat nooit op voorhand
4
te voorzien is welke partijen nog in contact zullen treden met de penvoerder en mogelijk nog vorderingen hebben en/ of juridische procedures jegens het (voormalige) bedrijvenschap zouden willen starten. Een partij als de belastingdienst kan zelfs nog tot tien jaar na opheffing van de regeling een vordering voor het bedrijvenschap gestand doen. De colleges van beide gemeenten kunnen in aanvulling op de hierna volgende geschetste randvoorwaarden voor het penvoerderschap nadere afspraken met elkaar maken over de invulling en verantwoording hiervan.
Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld: - de gemeente Zoetermeer te benoemen tot penvoerende gemeente vanaf het moment dat de concept liquidatierekening/ jaarrekening 2024 door het Algemeen Bestuur is goedgekeurd (december 2024), tenzij de gronden van Bedrijvenschap Hoefweg nog niet zijn overgedragen aan GR Bleizo; - de penvoerende gemeente te belasten met het afhandelen van alle contacten, vorderingen en mogelijke juridische procedures gedurende een periode van 10 jaar na de opheffingsdatum; - de penvoerende gemeente opdracht te geven om periodiek, maar tenminste jaarlijks de gemeente Lansingerland te informeren over de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot het penvoerderschap en de eventuele uitputting van het budget dat met het penvoerderschap gemoeid is; - de penvoerende gemeente een functionaris aan te laten wijzen die als contactpersoon fungeert namens de penvoerende gemeente; - een notaris opdracht te geven om te zijner tijd een vereffeningsbesluit van de entiteit op te laten stellen zodat de aan de opheffing ten grondslag liggende stukken, gelegaliseerd worden.
5. Mandatering van het Dagelijks Bestuur voor de uitwerking en procesgang van het liquidatieplan Om praktische redenen wordt aan het Algemeen Bestuur voorgesteld om het Dagelijks Bestuur te mandateren op basis van de bovengenoemde besluiten van het Algemeen Bestuur het voorgenomen besluit tot opheffen van de regeling en dit concept liquidatieplan namens het Algemeen Bestuur ter consultatie voor te leggen aan de beide gemeenteraden. Na definitieve besluitvorming over het opheffen van de regeling en het vaststellen van het liquidatieplan zal de projectorganisatie onder verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur en binnen de kaders van dit liquidatieplan, de liquidatie gaan uitvoeren. Hierbij komen eveneens praktische zaken aan bod zoals ontmanteling van het projectbureau, beëindiging van facilitaire zaken en contracten, overdracht van rechten en verplichtingen. Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld: - het Dagelijks Bestuur te mandateren om het voorgenomen besluit tot opheffen van de regeling en het concept liquidatieplan ter consultatie voor te leggen aan de beide gemeenteraden; - het Dagelijks Bestuur te mandateren om de uitvoering van het liquidatieplan en de verder benodigde praktische handelingen voor de opheffing, te beleggen bij de projectorganisatie.
5
6. Besluitvormingstraject opheffen en liquidatie gemeenschappelijke regeling Hoofdlijnen processtappen Planning 1. Besluit Algemeen Bestuur het Dagelijks Bestuur te mandateren de December 2023 grondtransactie van de resterende gronden van Bedrijvenschap Hoefweg voor te bereiden en uit te voeren op een financieel optimale wijze, rekening houdend met het tijdspad voor de opheffing van Bedrijvenschap Hoefweg. 2. Voorbereiden en opstellen concept liquidatieplan (ambtelijk) Januari – februari 2024 / 7 maart finaliseren 3. Bespreken concept liquidatieplan in Dagelijks Bestuur DB 4 april 2024 Bedrijvenschap Hoefweg 4. Voorgenomen besluit Algemeen Bestuur over opheffen van de AB 18 april 2024 regeling en vaststellen concept liquidatieplan 5. Consultatie gemeenteraden over voorgenomen besluit tot opheffing April 2024 – juni 2024 en concept liquidatieplan (8 weken) 5.a Indien een of beide raden een zienswijze geven: Juli 2024 – augustus Zal het Algemeen Bestuur in de vergadering van 3 juli 2024 2024 besluiten hoe het voorstel tot opheffen en/of het concept liquidatieplan in verband met de zienswijze(n) zal worden aangepast. Het voorstel wordt dan opnieuw voorgelegd aan beide raden. De raden kunnen dan conform artikel 1 lid 4 Wgr juncto artikel 10:32 Algemene wet bestuursrecht (Awb) toestemming verlenen of onthouden.
(Er is geen recht van amendering.) Tot slot zal het Algemeen Bestuur het besluit tot opheffen bekendmaken en het gewijzigde liquidatieplan vaststellen en het besluit bekendmaken conform artikel 26 Wgr juncto artikel 3:40 Awb en kan liquidatie conform het onderstaande proces onder 6 worden uitgevoerd. 5.b Indien beide raden geen zienswijze geven: Juli 2024 Zal het Algemeen Bestuur in de vergadering van 3 juli 2024 besluiten tot het opheffen van de regeling, het liquidatieplan vaststellen, en het besluit tot opheffen en het vastgestelde liquidatieplan bekendmaken aan de beide gemeenteraden. 6. Besluit tot opheffen regeling per 1 januari 2025 en het vastgestelde Na AB vergadering 3 liquidatieplan toesturen aan Gedeputeerde Staten juli 2024 7. Uitvoeren liquidatieplan door projectorganisatie, onder regie van het Augustus 2024 – Dagelijks Bestuur, waarin naast de bestuurlijk-juridische aspecten, december 2024 ook de facilitaire en organisatorische aspecten meegenomen worden, waaronder het amoveren van de projectlocatie van het bedrijvenschap a. Opstellen concept liquidatierekening/ jaarrekening 2024 November 2024 Afstemmen met de accountant over inhoud van de concept liquidatierekening/ jaarrekening 2024 (inhoudelijke controle) b. Laten goedkeuren van de concept liquidatierekening/ jaarrekening December 2024 2024 door Algemeen Bestuur.
Hiermee ontstaat feitelijk een décharge document richting de penvoerende gemeente dat het Algemeen Bestuur heeft ingestemd met de liquidatierekening 2024 c. Concept liquidatierekening/jaarrekening 2024 voorleggen aan de Eind 2024/ Begin raden van de deelnemende gemeenten. 2025 Eventuele commentaren verwerken vanuit het voorleggen aan de raden d. De liquidatierekening/jaarrekening 2024 inclusief de Begin 2025 controleverklaring en verslag van bevindingen, worden ter vaststelling aangeboden aan het bevoegd gezag (college B&W) van de penvoerende gemeente e. Notariële akte van opheffen entiteit op laten stellen door notaris. Nader te bepalen f. De penvoerende gemeente stuurt de Begin 2025
6
liquidatierekening/jaarrekening 2024 inclusief controleverklaring en verslag van bevindingen ter kennisgeving aan GS zodat door GS het besluit genomen kan worden om het financiële toezicht op de GR te beëindigen. NB: Goedkeuring van GS is niet benodigd op vaststellen van liquidatieplan/rekening aangezien de GR op basis van artikel 38 beëindigd wordt. Na goedkeuring van het liquidatieplan en liquidatierekening wordt GS in kennis gesteld g.
Publiceren opheffingsbesluit in Staatscourant wordt door de gemeente waar de regeling gevestigd is (Lansingerland) uitgevoerd. De publicatie moet verlopen via gemeentelijke bladen (artikel 32k Wgr) en via een elektronisch medium (artikel 32I Wgr).
Januari 2025
Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld: In te stemmen met het tijdpad en dit concept liquidatieplan aan de gemeenten ter consultatie voor te leggen, onder regie van het Dagelijks Bestuur. Financiële consequenties: Worden meegenomen in het liquidatieplan en komen ten laste van de grondexploitatie van Bedrijvenschap Hoefweg. Risico’s: Het risico kan zich voordoen dat het doel van de opheffing, namelijk de liquidatie van de regeling, niet gehaald wordt, als er niet besloten wordt tot opheffing. Ten aanzien van financiële aspecten kunnen risico’s aanwezig zijn, bijvoorbeeld ten aanzien van door de Belastingdienst in te nemen standpunten over fiscale aspecten. Deze risico’s zullen zorgvuldig worden meegenomen in de nadere invulling van het liquidatieplan, waardoor de mogelijke risico’s beheersbaar zullen zijn. Tot slot kan het aspect ‘tijd’ een risico vormen, als de mijlpaalmomenten zoals opgenomen in het tijdpad niet gehaald worden. Als voorbeeld wordt genoemd besluitvorming door het Algemeen Bestuur van GR Bleizo over het aanpassen van de gemeenschappelijke regeling, zodat overdracht van de resterende gronden van Hoefweg aan GR Bleizo mogelijk wordt gemaakt.
Verdere procedure: Onder regie van het Dagelijks Bestuur zal de projectorganisatie de vastgestelde uitgangspunten voor het liquidatieplan ter consultatie voorleggen aan de beide raden, waarna het Algemeen Bestuur het liquidatieplan vaststelt. Samenvatting gevraagde beslissingen: - In te stemmen met het voorgenomen besluit tot opheffen van de gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg en dit voorgenomen besluit ter consultatie voor te leggen aan de beide gemeenteraden; • voor wat betreft de uitgangspunten van het liquidatieplan: een verdeling van 50%-50% aan de deelnemers van de regeling aan te houden, bij een voordelig dan wel nadelig saldo van de rekening, en deze verdeling ter consultatie voor te leggen aan beide gemeenteraden in het liquidatieplan; • in het liquidatieplan aandacht te besteden aan de gevolgen van de liquidatie voor het personeel van de regeling (omdat de gemeenschappelijke regeling dit nu eenmaal voorschrijft); • de besluitvorming over de overdracht van de resterende gronden van Bedrijvenschap Hoefweg aan GR Bleizo mee te nemen als uitgangspunt in het liquidatieplan; • mogelijke consequenties voor GR Bleizo (zoals het aanpassen van de gemeenschappelijke regeling voor wat betreft onder andere doelstelling, grondgebied en looptijd) mee te geven aan het Algemeen Bestuur van GR Bleizo met het verzoek deze zo nodig om te zetten in besluitvorming;
7
• • •
• •
• • • • •
de gronden van Bedrijvenschap Hoefweg over te dragen aan GR Bleizo op een financieel optimale en fiscaal uitvoerbare wijze, passend binnen het tijdspad van de opheffing van de gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Hoefweg; kennis te nemen van de geschetste voorgestane afwikkeling van de Prisma vennootschappen en het Dagelijks Bestuur te mandateren om bij eventuele onvoorziene gevolgen naar bevind van zaken te handelen; de gemeente Zoetermeer te benoemen tot penvoerende gemeente vanaf het moment dat de concept liquidatierekening/ jaarrekening 2024 door het Algemeen Bestuur is goedgekeurd (december 2024), tenzij de gronden van Bedrijvenschap Hoefweg nog niet zijn overgedragen aan GR Bleizo; de penvoerende gemeente te belasten met het afhandelen van alle contacten, vorderingen en mogelijke juridische procedures gedurende een periode van 10 jaar na de opheffingsdatum; de penvoerende gemeente opdracht te geven om periodiek, maar tenminste jaarlijks de gemeente Lansingerland te informeren over de uitgevoerde werkzaamheden met betrekking tot het penvoerderschap en de eventuele uitputting van het budget dat met het penvoerderschap gemoeid is; de penvoerende gemeente een functionaris aan te laten wijzen die als contactpersoon fungeert namens de penvoerende gemeente.
een notaris opdracht te geven om te zijner tijd een vereffeningsbesluit van de entiteit op te laten stellen zodat de aan de opheffing ten grondslag liggende stukken, gelegaliseerd worden; het Dagelijks Bestuur te mandateren om het concept liquidatieplan op te stellen en dit ter consultatie voor te leggen aan de beide gemeenteraden; het Dagelijks Bestuur te mandateren om de uitvoering van het liquidatieplan en de verder benodigde praktische handelingen voor de opheffing, te beleggen bij de projectorganisatie; in te stemmen met het geschetste tijdpad en het voorgenomen besluit tot opheffen van de regeling en dit concept liquidatieplan aan de gemeenten ter consultatie voor te leggen, onder regie van het Dagelijks Bestuur.
8