CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4.9 Quickscan Wet natuurbescherming

Raadsvergadering 11 september 2023, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Zilverstraat7.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wet natuurbescherming

Herontwikkeling Zilverstraat Zoetermeer

Rapportnummer: Status rapport: Datum rapport:

20190959/rap01 versie 2 08-11-2019

Auteur: Projectleider: Kwaliteitscontrole:

K. (Kees) Dekker en I. (Ilse) Cameron P. (Pim) Godschalk P. (Pim) Godschalk

Opdrachtgever:

Gemeente Zoetermeer t.a.v. de heer P. (Pieter) Gjaltema Afdeling Stedelijke Ontwikkeling Engelandlaan 502 2711 EB Zoetermeer

Dit rapport is digitaal gegenereerd en derhalve niet voorzien van een handtekening. De inhoud van de rapportage is aantoonbaar gecontroleerd en vrijgegeven.

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 1 1.2 Wet natuurbescherming ................................................................................................................. 1 1.2.1 Soorten bescherming ............................................................................................................... 1 1.2.2 Gebiedenbescherming ............................................................................................................. 2 1.2.3 Overige gebiedenbescherming ................................................................................................ 2 1.2.4 Houtopstanden ......................................................................................................................... 3 1.3 Soortenbeleid Zoetermeer ............................................................................................................. 3 1.4 Kwaliteitsborging ............................................................................................................................

4 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 4 2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................................................... 5 2.1 Beschrijving huidige situatie .......................................................................................................... 5 3 METHODE .......................................................................................................................................... 14 3.1 Opzet onderzoek .......................................................................................................................... 14 3.2 Literatuuronderzoek ..................................................................................................................... 14 3.3 Veldonderzoek ............................................................................................................................. 14 4 RESULTATEN LITERATUUR- EN VELDONDERZOEK .................................................................. 17 4.1 Flora ............................................................................................................................................. 17 4.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 1 t/m 4) .....................................................

17 4.3 Broedvogels met niet jaarrond beschermde nesten, inventarisatie gewenst (cat. 5) .................. 17 4.4 Algemene broedvogels ................................................................................................................ 17 4.5 Vleermuizen ................................................................................................................................. 18 4.6 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 18 4.7 Amfibieën ..................................................................................................................................... 18 4.8 Reptielen ...................................................................................................................................... 19 4.9 Vissen .......................................................................................................................................... 19 4.10 Vlinders, libellen en overige ongewervelden ............................................................................. 19 4.11 Samenvatting resultaten ............................................................................................................ 20 5 EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN ....................................................................................

21 5.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 21 5.2 Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5) ........................................................ 21 5.3 Algemene broedvogels ................................................................................................................ 21 5.4 Zoogdieren (grondgebonden) ...................................................................................................... 21 5.5 Aanvullende maatregelen (t.a.v. zorgplicht en pioniersoorten) ................................................... 22 6 GEBIEDENBESCHERMING .............................................................................................................. 23 6.1 Natura 2000 ................................................................................................................................. 23 6.2 Planologische gebiedenbescherming .......................................................................................... 23 7 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.............................................................................................. 25 7.1 Soortenbescherming ....................................................................................................................

25 7.1.1 Wet natuurbescherming ......................................................................................................... 25 7.1.2 Gedragscode Zoetermeer ...................................................................................................... 25 7.2 Gebiedenbescherming ................................................................................................................. 26 7.3 Aanbevelingen ............................................................................................................................. 26

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Het terrein aan de Zilverstraat te Zoetermeer zal ruimtelijk ontwikkeld worden. Voor het verkrijgen van een bouwvergunning is het noodzakelijk om een flora en fauna onderzoek uit te voeren in het kader van de Wet Natuurbescherming. Het te onderzoeken terrein bestaat uit twee deellocaties. Beide locaties worden in deze quickscan beschreven. 1.2 Wet natuurbescherming 1.2.1 Soorten bescherming Via de Wet natuurbescherming (Wnb) is de bescherming van diverse inheemse planten en dieren in Nederland vastgelegd. Naast de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (artikel 1.11 van de Wnb), geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Deze aanvullend beschermde soorten zijn onderverdeeld in drie groepen, namelijk: - vogels (artikel 3.1, alle soorten uit de Europese Vogelrichtlijn); - overige strikt beschermde soorten, waaronder soorten uit de Europese Habitatrichtlijn (artikel 3.5, dit betreffen o.a. vleermuizen); - nationaal beschermde soorten, waaronder soorten uit de Rode Lijst (artikel 3.10). Het is volgens de Wnb niet toegestaan om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten. Dit is vastgelegd middels verbodsbepalingen: activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten zijn verboden1.

Vrijstelling binnen provincie Zuid-Holland Provincies hebben de bevoegdheid om middels een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling. In het geval van de provincie Zuid-Holland worden de volgende nationaal beschermde soorten vrijgesteld: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, bastaardkikker, aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel, woelrat. (bron: Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland, d.d. 9 november 2016). Voorzorgsmaatregelen Een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb is soms te voorkomen door (voorafgaand aan de werkzaamheden) voorzorgsmaatregelen te treffen. Deze voorzorgsmaatregelen zijn gericht op het behoud van de functionaliteit van de groeiplaats van flora en de voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaats van fauna. Daarnaast voorkomen de voorzorgsmaatregelen de negatieve gevolgen van een activiteit op individuen (o.a. doding en verwonding). Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht (artikel 3.3, 3.8 en 3.10 uit de Wnb) is van toepassing als een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb niet kan worden voorkomen door het nemen van voorzorgsmaatregelen.

1

In artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming wordt meerdere malen gesproken over het verbod tot opzettelijke handelingen (o.a. opzettelijke doding, verstoring en vernieling). Binnen de Wet natuurbescherming omvat de term ‘opzettelijk’ tevens voorwaardelijk opzet, waardoor (evenals onder de voormalige Flora- en faunawet) een groot aantal handelingen onder de verbodsbepalingen vallen. In verband met de leesbaarheid wordt de term ‘opzettelijk’ in voorliggende rapportage niet meer aangehaald. Uiteraard wordt dit (in de situaties waarvoor dit van toepassing is) wel bedoeld.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 1 van 26

Het is mogelijk om met een goed onderbouwd projectplan een ontheffing aan te vragen bij de desbetreffende provincie (in deze de provincie Zuid-Holland). De provincie (het bevoegd gezag) toetst de aanvraag vervolgens aan drie criteria: • Dient het planvoornemen in één van de in de wet genoemde belangen (bijv.in het belang van de instandhouding van natuurlijke habitats)? • Is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk? • Doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort?

1.2.2 Gebiedenbescherming Via de Wnb is tevens de bescherming van gebieden vastgelegd. De gebiedenbescherming houdt samengevat in dat een ingreep geen significant negatieve effecten op kwalificerende habitats en/of soorten van Natura 2000-gebieden mag hebben. Indien significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, is een vergunningaanvraag noodzakelijk. Naast plannen in of nabij Natura 2000-gebieden, kunnen ook plannen op grotere afstand van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten op kwalificerende habitats en/of soorten tot gevolg hebben: •

Bij plannen op relatief grote afstand van Natura 2000-gebieden kunnen nadelige effecten optreden door toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden. Een toename van meer dan 0,00 mol/ha/jr vraagt om een nadere ecologische beoordeling (passende beoordeling) van de gevolgen.

•

Plannen kunnen een negatief effect hebben op (leefgebied van) kwalificerende soorten buiten een Natura 2000-gebied, waardoor nadelige effecten optreden op de doelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied. Dit kan het geval zijn wanneer het foerageergebied van een kwalificerende soort van een Natura 2000-gebied binnen het plangebied ligt. Effecten op het foerageergebied kunnen leiden tot afname van aantallen binnen het Natura 2000-gebied (bijvoorbeeld bij bruine kiekendief, kleine zwanen, ganzen). 1.2.3 Overige gebiedenbescherming

Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen was dit de EHS) geldt het ‘Nee, tenzij’beschermingsregime. Significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN (per saldo) is niet toegestaan, tenzij sprake is van een groot openbaar belang en er geen alternatieven zijn. De wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN zijn onder andere bodemkenmerken, landschappelijke waarden en natuurwaarden. Eventuele schade moet worden gemitigeerd, of (indien mitigatie niet mogelijk is) worden gecompenseerd. Doel De quickscan is een verkennende toets om na te gaan of door uitvoering van de voorgenomen plannen mogelijk overtreding van de Wnb optreedt. Het doel van de quickscan is geformuleerd in enkele onderzoeksvragen: Onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming: S1. Welke Wnb- en gemeentelijk beschermde soorten maken (mogelijk) gebruik van de planlocatie? S2. Wat zijn de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op deze beschermde soorten? S3. Is aanvullend ecologisch onderzoek naar één of meerdere soorten noodzakelijk2? S4. Welke voorzorgsmaatregelen dienen te worden uitgevoerd om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen? S5. Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van de Wnb aan te vragen? 2

In sommige gevallen kan de aanwezigheid van beschermde soorten op basis van een quickscan niet worden uitgesloten. Dit aangezien sommige beschermde soorten met een eenmalig veldbezoek lastig zijn waar te nemen of enkel in een bepaalde periode van het jaar waarneembaar zijn. Als met de quickscan de aanwezigheid van deze soorten niet valt uit te sluiten, kan een aanvullend ecologisch onderzoek noodzakelijk zijn.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 2 van 26

Onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming: G1. Ligt het plangebied in of nabij een Natura 2000-gebied of binnen het NNN? G2. Kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden bij voorbaat worden uitgesloten? G3. Is een toetsing aan de gebiedenbescherming (voortoets, verslechteringstoets, passende beoordeling en/of Nee, tenzij-toets) noodzakelijk? 1.2.4 Houtopstanden Volgens artikel 4.2 Wnb is het verboden een houtopstand buiten de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te vellen zonder melding bij het bevoegd gezag. Bovendien geldt een herplantplicht. Een houtopstand beslaat 10 are of meer of is een rijbeplanting van meer dan 20 rijen en moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Voor een aantal gevallen geldt een uitzondering, bijvoorbeeld voor houtopstanden op erven, fruitbomen voor productie of grienden en hakhout (zie voor de volledige lijst art. 4.1 van de Wnb). Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom is de Wnb niet van toepassing, maar geldt het beleid van de gemeente waarbinnen de projectlocatie gelegen is. Voor dit project is een bomeninventarisatie uitgevoerd en separaat gerapporteerd. 1.3 Soortenbeleid Zoetermeer Naast de soorten die onder de Wnb beschermd zijn, heeft Zoetermeer een eigen soortenbeleid, het Zoetermeers biodiversiteitsbeleid. Hierbij zijn soorten die onder de Flora- en Faunawet vielen en soorten op de Rode Lijst ook beschermd (tot 3 juli 2020).

De bescherming van soorten in Zoetermeer is opgenomen in het document Gedragscode van de gemeente Zoetermeer in het kader van de Floraen faunawet (2015). In de gemeente Zoetermeer zijn 26 soorten beschermd, die niet (geheel) beschermd zijn onder de Wnb. Het gaat om de volgende soorten: Planten (13):

Zoogdieren (4): Vissen (4): Ongewervelden (5):

akkerandoorn, bosaardbei, Duits viltkruid, dwergviltkruid, echte karwij, goudhaver, harige ratelaar, kamgras, klimopbremraap, trosdravik, valse kamille, veldgerst, welriekende agrimonie. bunzing, hermelijn, waterspitsmuis, wezel. bittervoorn, kroeskarper, paling, vetje. bruin blauwtje, glassnijder, sikkelsprinkhaan, veenmol, vroege glazenmaker

Er zijn onder de Zoetermeerse gedragscode ook nog soorten, die enkel vrijgesteld zijn bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting “als aantoonbaar wordt gewerkt volgens een door de minister van EZ goedgekeurde gedragscode” (bron: Zoetermeerse gedragscode Flora- en faunawet. Gemeente Zoetermeer, 2015). Dit zijn soorten van de Flora- en faunawet 2015 tabel 2 (zie tabel 1-1). Tabel 1-1. Soorten beschermd onder Zoetermeerse gedragscode, die vrijgesteld zijn bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting mits aantoonbaar wordt gewerkt volgens een door de minister van EZ goedgekeurde gedragscode (bron: Zoetermeerse gedragscode Flora- en faunawet. Gemeente Zoetermeer, 2015) Planten Kluwenklokje Waterdrieblad Bijenorchis Lange ereprijs Weideklokje Blaasvaren Prachtklokje Wilde herfsttijloos Brede orchis Rapunzelklokje Wilde kievitsbloem Daslook Rietorchis Wilde marjolein Gele helmbloem Ruig klokje Zomerklokje Gevlekte orchis Schubvaren Zwartsteel Grote keverorchis Steenbreekvaren Gulden sleutelbloem Stengelloze sleutelbloem Vissen Hondskruid Stijf hardgras Giebel Klein glaskruid Tongvaren Kleine modderkruiper Moeraswespenorchis Veldsalie Rivierdonderpad Muurbloem Vleeskleurige orchis

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 3 van 26

In deze rapportage bespreken we de beschermde soorten die genoemd zijn in de Zoetermeerse gedragscode en doen we aanbevelingen voor de werkwijze of compensatie en inpassing voor deze soorten. 1.4 Kwaliteitsborging De quickscan is uitgevoerd door een ervaren ecoloog van ATKB. De ecoloog voldoet aan de definitie die Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) hanteert van een ter zake kundige voor het opstellen van toetsingen aan de Wnb. Daarnaast is ATKB aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB); een brancheorganisatie voor groene adviesbureaus. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is een beschrijving van het plangebied weergegeven en de uit te voeren werkzaamheden zijn hier benoemd. In hoofdstuk 3 wordt de methode beschreven, waarop een quickscan wordt uitgevoerd. Hoofdstuk 4 gaat in op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. In hoofdstuk 5 worden globaal de effecten bepaald van het plan op de soorten die (mogelijk) gebruik maken van het plangebied. Hier worden ook beknopt maatregelen voorgesteld om zorgvuldig te handelen ten aanzien van beschermde soorten. In hoofdstuk 6 wordt kort beargumenteerd of een toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk is. In hoofdstuk 7 worden (middels beantwoording van de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.3) de conclusies en aanbevelingen uit voorliggend rapport op een rij gezet.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 4 van 26

2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE 2.1 Beschrijving huidige situatie Het plangebied betreft een locatie ten zuiden van de A12 in Zoetermeer (Figuur 2-1). Het plangebied ligt tussen de Zilverstraat aan de noordzijde en de Zuidweg aan de zuidzijde, ingesloten door hoogbouw van Canon Medical Systems Europe en de FME en Bouwend Nederland. De locatie bestaat uit twee deellocaties. Deze zijn aangeduid met A en B (figuur 2-2). De huidige situatie wordt per locatie beschreven.

Figuur 2-1. Ligging plangebied (rood omlijnd). Bron ondergrond: Google Maps.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 5 van 26

Figuur 2-2. kaart met de twee deellocaties A (blauw) en B (geel). Bron ondergrond: Google Maps.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 6 van 26

Locatie A

Figuur 2-3 locatie A met de huidige functies: Ruig grasland (licht groen), gazon (helder groen), bosschages: (donker groen).

Het ruig grasland is voedselrijk. Hier zijn de soorten Engels raaigras, kropaar, gestreepte witbol, gewone smeerwortel, akkerdistel, ridderzuring, scherpe boterbloem, perzikkruid, riet, gewone berenklauw, smalle weegbree, duizendschoon en zilverschoon aangetroffen. Het gazon is matig voedselrijk. Hier zijn de soorten kleine leeuwentand, smalle weegbree, madelief en klaver aangetroffen. In het gazon is een rij aangeplante lindes aanwezig met een stamdiameter tussen de 10 en 15 cm. De bomen zijn in 2006 aangeplant. De bosschages langs een greppel en de randen bestaan uit boswilg, schietwilg, gewone hondsroos, braam. De wilgen die uit meerdere stammen bestaan hebben een diameter tussen 10 en 20 cm. De wilgen, rozen en bramen zijn spontaan ontwikkeld. Functie en beheer Het grasland heeft geen duidelijke functie. Mogelijk wordt het grasland beheerd om de locatie een enigszins nette uitstraling te geven. Het ruige gras wordt waarschijnlijk één a twee keer per jaar gemaaid. Het gazon wordt in het groeiseizoen waarschijnlijk wekelijks gemaaid. De solitaire wilg wordt niet beheerd.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 7 van 26

Figuur 2-4.1, gazon met solitaire linden

Figuur 2-4.2, ruig grasland met greppel en opslag wilg

Figuur 2-4.3 ruig grasland met greppel en opslag

Figuur 2-4.4 ruig grasland en bramenstruik

Figuur 2-4.5 bramenstruik en wilgen

Figuur 2-4.6 bramenstruik

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 8 van 26

Figuur 2-4.7 opslag van wilgen in greppel Figuur 2-4. Afbeeldingen locatie A.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 9 van 26

Locatie B

Figuur 2-5 Locatie B met de huidige functies: Ruig grasland (licht groen), gazon (helder groen), rietruigte (beige), wilg (donker groen).

Ruig grasland Het ruig grasland is net als bij locatie A voedselrijk. Ook hier zijn de soorten Engels raaigras, kropaar, gestreepte witbol, gewone smeerwortel, akkerdistel, ridderzuring, scherpe boterbloem, perzikkruid, riet, gewone berenklauw, smalle weegbree, duizendschoon en zilverschoon aangetroffen. In een van de greppels in een grote schietwilg aanwezig. Gazon Het gazon is net als locatie A matig voedselrijk. Ook hier zijn de soorten kleine leeuwentand, smalle weegbree, madelief en klaver aangetroffen. In het gazon zijn solitaire bomen aanwezig.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 10 van 26

Rietruigte De rietruigte bevindt zich in een greppel aan de westzijde van locatie B. Riet is ook aanwezig in andere greppels maar was op het tijdstip van de opname gemaaid. Solitaire bomen De solitaire bomen in het gazon zijn (tussen haakjes de stamdiameter): twee watercypressen (15 cm), acht zachte berken (15-30 cm), twee moeraseiken (10-20 cm), drie haagbeuken (15 cm). De solitaire bomen in een greppel bij het ruig grasland zijn twee schietwilgen. De stamdiameter van de hoofdstammen bedraagt 80 tot 100 cm. De takken hebben een diameter tussen de 20 en 40 cm. Functie en beheer Het grasland heeft geen duidelijke functie. Mogelijk wordt het grasland beheerd om de locatie een enigszins nette uitstraling te geven. Het ruige gras wordt waarschijnlijk één a twee keer per jaar gemaaid. Het riet wordt waarschijnlijk één keer per jaar gemaaid. Het gazon wordt in het groeiseizoen waarschijnlijk wekelijks gemaaid. 2.2 Beschrijving toekomstige situatie Gemeente Zoetermeer heeft het voornemen om een bouwvergunning aan te vragen voor beide locaties. De exacte plannen zijn in dit stadium nog niet bekend. Wij gaan uit van het bouwrijp maken van de locatie. Daarbij zal alle opgaande vegetatie en de huidige leeflaag verwijderd worden.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 11 van 26

Figuur 1-6.1 Greppel met riet aan rand perceel

Figuur 2-6.2 Ruig grasland

Figuur 2-6.3 Doorgegroeide knotwilg

Figuur 2-6.4 Schietwilg aan de rand van een greppel

Figuur 2-6.5 Greppel in midden van terrein

Figuur 2-6.6 Gemaaide greppel

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 12 van 26

Figuur 2-6.7 Rand perceel met grastegels

Figuur 2-6.8 Gazon met bedrijfsbord en iepen

Figuur 2-6.9 Gazon met solitaire iep

Figuur 2-6.10 Gazon met moeraseik en berken

Figuur 2-6.11 Gazon en wandelpad

Figuur 2-6.12 Gazon met wandelpad en linden

Figuur 2-6 Afbeeldingen locatie B.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 13 van 26

3 METHODE 3.1 Opzet onderzoek Een quickscan Wet natuurbescherming is een eenmalige beoordeling van het plangebied, waarin globaal wordt gekeken naar aanwezige en te verwachten (beschermde) soorten. Hiertoe worden een literatuur- en veldonderzoek uitgevoerd. Er wordt tijdens de quickscan een volledige beoordeling van het plangebied als leefgebied voor beschermde soorten uitgevoerd. Een quickscan is echter geen volledig ecologisch onderzoek naar alle mogelijk voorkomende soorten, in de daarvoor geschikte perioden van het jaar. Hierdoor is een quickscan vaak niet voldoende als onderbouwing van een eventuele aanvraag voor een ontheffing op de Wet natuurbescherming. Indien uit de quickscan echter blijkt dat geen noodzaak bestaat tot nader onderzoek of een ontheffing, is een quickscan een afdoende ecologische onderbouwing voor het bevoegd gezag. Dit geldt ook als de quickscan onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan. De bevindingen uit de quickscan Wet natuurbescherming zijn in de regel 5 jaar geldig, tenzij het gebied in de tussentijd dermate is gewijzigd dat er ander biotoop is ontstaan. Een (nader) onderzoek naar beschermde soorten uit de Habitatrichtlijn is 3 jaar geldig.

3.2 Literatuuronderzoek Het literatuuronderzoek heeft tot doel een beeld te krijgen van (eventueel) aanwezige Wnb- en gemeentelijk beschermde soorten in (de omgeving van) het plangebied. Voor het literatuuronderzoek is de nabije omgeving binnen een straal van 2 km (waarbinnen het plangebied valt) als zoekgebied gebruikt. Voor het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF); dit is de meest complete databank in Nederland met verspreidingsinformatie van flora en fauna. De NDFF is geraadpleegd op 23 september 2019. Aangezien ook de NDFF niet volledig is, is tevens gebruik gemaakt van eigen soort- en gebiedskennis (expert judgement). 3.3 Veldonderzoek Het veldonderzoek heeft tot doel te bepalen of de beschermde soorten die in de omgeving van het plangebied (kunnen) voorkomen (deze volgen uit het literatuuronderzoek) tevens in het plangebied (kunnen) voorkomen. Op 23 september 2019 is het veldbezoek uitgevoerd; hierbij was sprake van de volgende weersomstandigheden: 20°C, licht bewolkt en een windsterkte van Bft 2 uit het zuidwesten. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de geschiktheid van het plangebied als groeiplaats/verblijfplaats voor (in de omgeving aanwezige) beschermde soorten.

Tevens is tijdens het veldbezoek gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten en sporen hiervan (zoals uitwerpselen, pootafdrukken, vraatsporen en aanwezige (oude) nesten / verblijfplaatsen). De bepaling van de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten is op onderstaande manier uitgevoerd:

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 14 van 26

Flora Het plangebied wordt beoordeeld op geschiktheid als habitat voor beschermde plantensoorten. Tevens wordt gelet op eventuele groeiplaatsen van beschermde plantensoorten (deze zijn echter niet jaarrond zichtbaar). Broedvogels met jaarrond beschermde nesten (cat.1 t/m 4) De nesten van vogelsoorten binnen categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. Dit geldt ook voor de directe omgeving die nodig is om de jongen succesvol groot te brengen (rust- en foerageergebied). Jaarrond beschermde nesten kunnen aanwezig zijn in bomen (bijv. roofvogelhorsten) of gebouwen (bijv. gierzwaluw en huismus). Tijdens het veldbezoek is bepaald of in het plangebied vaste nesten aanwezig (kunnen) zijn. Daarnaast is gezocht naar sporen van broedvogels met jaarrond beschermde nesten, bijvoorbeeld braakballen van uilen en roofvogels, uitwerpselen op de grond/muren en territoriale aanwezigheid van vogels met jaarrond beschermde nesten. Tenslotte is beoordeeld of het plangebied mogelijk essentieel rust- en foerageergebied voor vogels van categorie 1 t/m 4 vormt. Broedvogels met niet jaarrond beschermde nesten, inventarisatie gewenst (cat. 5) Vogels met niet-jaarrond beschermde nesten (categorie 5-broedvogels) betreffen broedvogels die in principe niet jaarrond beschermd zijn, maar waarvan het ministerie van EZ wel een inventarisatie verlangt.

Deze soorten zijn enkel jaarrond beschermd als de ecologische omstandigheden dit rechtvaardigen, oftewel als verwacht wordt dat uitvoering van de plannen grote nadelige effecten zouden kunnen hebben op de lokale populatie van een soort. Tijdens het veldbezoek is bepaald of in het plangebied nesten van categorie 5 aanwezig (kunnen) zijn. Daarnaast is gelet op de aanwezigheid van vogelsoorten uit deze categorie. Algemene broedvogels Nesten van algemene broedvogels zijn enkel tijdens het broedseizoen beschermd. Tijdens het veldbezoek is bepaald of binnen het plangebied broedgelegenheid is voor algemene broedvogels zoals winterkoning, heggenmus en vink. Tevens is gelet op aanwijzingen voor broedgevallen, zoals territoriale en/of zingende vogels, oude nesten en uitwerpselen. Vleermuizen Van alle van nature in Nederland voorkomende vleermuizen worden zowel de verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentiële foerageerroutes beschermd. Voor vleermuizen is bepaald of de bebouwing en/of bomen in het plangebied geschikt (kunnen) zijn als vleermuisverblijfplaats: Gebouwbewonende vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) gebruiken vaak spouwruimten als verblijfplaats, welke zij bijvoorbeeld via een open stootvoeg of via kieren in de buitenmuur kunnen bereiken.

Ook gebruiken ze regelmatig ruimtes achter daklijsten of betimmeringen als verblijfplaats. De geschiktheid van gebouwen is beoordeeld op basis van de aanwezigheid van dergelijke structuren. Tijdens het veldbezoek zijn de gebouwen zelf niet betreden, maar van buiten geïnspecteerd; Boombewonende vleermuizen (o.a. ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis) verblijven in holtes, spleten of onder loshangend schors van bomen. Bomen zijn met een verrekijker vanaf de grond beoordeeld op aanwezigheid van dergelijke kenmerken. Tevens is tijdens het veldonderzoek bepaald of sprake is van lijnvormige landschapsstructuren die van belang kunnen zijn als vliegroute. Hierbij is bepaald of sprake is van doorgaande watergangen en aaneengesloten bomenrijen. Tevens is (om de essentie van de vliegroute te bepalen) gelet op vergelijkbare structuren in de directe omgeving van het plangebied die als alternatief kunnen fungeren. Tenslotte is bepaald of sprake is van landschapsstructuren (bijvoorbeeld opgaand groen)

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 15 van 26

die van belang kunnen zijn als foerageergebied. Om de essentie van het foerageergebied te bepalen, is tijdens het veldbezoek gelet op vergelijkbare structuren in de directe omgeving van het plangebied die als alternatief kunnen fungeren. Grondgebonden zoogdieren Het gebied is beoordeeld op geschiktheid als leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren (o.a. kleine marterachtigen), waarbij gelet is op sporen, zoals uitwerpselen, pootafdrukken, vraatsporen, wissels, looppaadjes) en aanwezige (oude) nesten / verblijfplaatsen. Tevens zijn eventuele zichtwaarnemingen genoteerd. Amfibieën Tijdens het veldbezoek is bepaald of het plangebied geschikt voortplantingshabitat, zomerhabitat en/of overwinteringsplekken voor beschermde amfibieën biedt. In het plangebied zelf is geen water aanwezig, maar in de directe omgeving van het plangebied liggen wel potentieel geschikte watergangen. De locatie is (steekproefsgewijs) gecontroleerd op de mogelijke aanwezigheid van beschermde amfibieën tussen de vegetatie en op donkere, vochtige plekken (onder stukken hout e.d.). Reptielen Tijdens het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van geschikt habitat voor reptielen, zoals zanderige, structuurrijke plekken en schuilmogelijkheden. Deze locaties zijn direct (steekproefsgewijs) gecontroleerd op eventueel aanwezige individuen (onder rommel/takkenhopen e.d.).

Vissen Tijdens het veldbezoek is bepaald of oppervlaktewater (indien aanwezig) geschikt is voor beschermde vissoorten. Hierbij wordt gelet op o.a. bodemsubstraat, helderheid, voedselrijkdom en de aanwezigheid van onderwater- en oevervegetatie. Vlinders, libellen en overige ongewervelden Tijdens het veldbezoek is bepaald of het plangebied geschikt is als habitat voor beschermde soorten vlinders, libellen en overige ongewervelden (o.a. kevers en tweekleppigen). Hierbij is o.a. gelet op de aanwezigheid van waardplanten (voor vlinders), water met geschikte ei-afzetplaatsen (voor libellen) en helder water met een rijke waterbeplanting (voor platte schijfhoren). Tijdens het veldbezoek is direct gelet op aanwijzingen van gebruik van het plangebied door beschermde ongewervelden (o.a. poppen, vervellingshuidjes, larven, nimfen).

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 16 van 26

4 RESULTATEN LITERATUUR- EN VELDONDERZOEK In dit hoofdstuk behandelen we beide deellocaties gezamenlijk, omdat ze qua structuur en verwachte soorten erg op elkaar lijken. Alleen wanneer er een duidelijk onderscheid is wordt dit benoemd (bijvoorbeeld als een beschermde soort wel wordt verwacht op deellocatie A maar niet op deellocatie B). 4.1 Flora Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen Wnb-beschermde soorten planten voorkomen. Wel zijn er binnen een straal van 2 kilometer Rode Lijst soorten (beschermd in Zoetermeer) waargenomen: Bosaardbei, harige ratelaar en welriekende agrimonie. Beschermde soorten zijn niet aangetroffen in het plangebied. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied ongeschikt is voor beschermde soorten vanwege het ontbreken van geschikte groeiplaatsen, zoals voedselarme, schrale omstandigheden of kalkrijke bodems. De aanwezigheid van beschermde soorten planten kan met zekerheid worden uitgesloten. 4.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 1 t/m 4) Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende broedvogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4 broedvogels) voorkomen: gierzwaluw, huismus, grote gele kwikstaart, kerkuil, ooievaar, boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, wespendief.

Niet alleen de nesten van deze vogels zijn jaarrond beschermd, maar ook de directe omgeving die nodig is om de jongen succesvol groot te brengen (rust- en foerageergebied). Uit de literatuur blijkt dat de ransuil op een afstand van een kilometer van de projectlocatie is waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn zowel de geschiktheid als broedlocatie als de geschiktheid als rust- en foerageergebied beoordeeld. In de bomen in het plangebied zijn geen geschikte nesten of sporen van rustplaatsen van beschermde soorten waargenomen. In het plangebied zijn geen roestbomen geschikt voor de ransuil zoals dichte coniferen aangetroffen. Daarmee is het plangebied ongeschikt als rust en/of verblijfplaats voor soorten van categorie 1 t/m 4). 4.3 Broedvogels met niet jaarrond beschermde nesten, inventarisatie gewenst (cat. 5) Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied diverse broedvogels met nietjaarrond beschermde nesten (categorie 5-broedvogels) voor (kunnen) komen. Daarbij gaat het om soorten zoals ekster, zwarte kraai, koolmees en pimpelmees. Vogels uit deze categorie betreffen broedvogels waarvan de nesten in principe niet jaarrond beschermd zijn, maar waarvan het ministerie van EZ wel een inventarisatie verlangt en waarvan de soorten jaarrond beschermd zijn als de ecologische omstandigheden dit rechtvaardigen.

Uit het veldonderzoek blijkt dat de locatie geschikte broedlocaties biedt voor algemene boom- en struweelbroeders zoals ekster (aangetroffen) en zwarte kraai (aangetroffen). De grote wilgen in de greppel op locatie B zijn geschikt als nestlocatie voor de ekster. Ook kunnen in deze bomen kraaien nestelen. De bomen op locatie A zijn minder geschikt maar uitsluiten van een potentiële broedlocatie is niet mogelijk. 4.4 Algemene broedvogels Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied diverse algemene broedvogels voor (kunnen) komen, waaronder: roodborst, winterkoning en merel. Nesten van algemene broedvogels zijn enkel tijdens het broedseizoen beschermd. Uit het veldonderzoek blijkt dat de locatie geschikt is voor boom- en struweelbroeders. Struweel en bomen zijn aanwezig in de zones met bosschages. Hier zijn rozen- en bramenstruiken en wilgen struiken en bomen aanwezig.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 17 van 26

4.5 Vleermuizen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende vleermuizen voor (kunnen) komen: gewone en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. Verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van vleermuizen aangetroffen. Bebouwing is niet aanwezig. De bomen zijn relatief jong. De stammen hebben geen scheuren of groeven die kunnen dienen als vleermuisverblijfplaats. Twee oude wilgen in een greppel op locatie B hebben een diameter tussen 80 en 100 cm. In het stamgedeelte zijn groeven aanwezig. De dikke stam van het maaiveld tot de oude knot heeft een lengte van ongeveer één meter. Potentiele vleermuisverblijfplaatsen, dicht bij de grond, die goed te bereiken zijn voor predatoren, worden gemeden door vleermuizen. Vanaf de stam gaat de boom over in meerdere stammen met een diameter tussen 10 en 15 cm. Deze dunne stammen vertonen nog geen schuren en groeven en zijn daardoor ongeschikt als vleermuisverblijf. Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen met zekerheid worden uitgesloten. Vliegroutes De aanwezig bosschages zijn laag en vormen geen verbinding met andere gebieden of potentiële vliegroutes. Op het terrein komen geen essentiële vliegroutes voor. De watergang ten noorden van locatie A met bosschages kan fungeren als vliegroute.

Deze bosschage met enkele bomen en de watergang bevind zich buiten de projectlocatie en blijft behouden. Foerageergebied De bosschages kunnen dienen als foerageergebied. De kwaliteit is echter beperkt omdat het vooral intensief beheerd gazon betreft. Daarnaast is in de omgeving van het plangebied geschikt alternatief foerageergebied aanwezig (zie figuur 4-1). Het plangebied wordt daarom niet als essentieel foerageergebied aangemerkt. 4.6 Grondgebonden zoogdieren Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied het volgende beschermde grondgebonden zoogdier voor (kan) komen: bosmuis, bunzing, dwergmuis, egel, haas, konijn, veldmuis, vos en wezel. Bovenstaande soorten vallen onder de vrijstelling van provincie Zuid-Holland. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied geschikt is bovengenoemde soorten. Voor deze soorten geldt in provincie Zuid-Holland de zorgplicht. Het konijn is aangetroffen tijdens het veldbezoek. De bunzing en wezel zijn onder de Zoetermeerse gedragscode beschermd, omdat dit Rode Lijst soorten zijn. De aanwezigheid van bunzing en wezel kan niet worden uitgesloten. Het terrein is potentieel foerageergebied en de bosschages kunnen als (tijdelijke) verblijfplaats fungeren.

4.7 Amfibieën Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende beschermde amfibieën voor (kunnen) komen: rugstreeppad, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander. Voor de bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander geldt binnen de provincie Zuid-Holland een vrijstelling. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat een populatie van de rugstreeppad op bijna 2 km van de projectlocatie voorkomt. Deze locatie ligt ten noorden van de A12. Uit het gebied tussen de populatie en de projectlocaties zijn geen waarnemingen bekend. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied ongeschikt is als voortplantingshabitat voor de rugstreeppad door de afwezigheid van geschikt water. Bovendien ligt de locatie erg geïsoleerd van bestaande populaties en zijn er veel tussenliggende barrières zoals wegen en aaneengesloten bebouwing. Het terrein is ongeschikt als landbiotoop voor de rugstreeppad door het ontbreken van korte vegetaties en vergraafbaar zand.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 18 van 26

De aanwezigheid van beschermde soorten amfibieën kan daarom met zekerheid worden uitgesloten.

Figuur 4-1. Geschikt foerageergebied vleermuizen in directe omgeving (groen) van projectlocatie (rood).

4.8 Reptielen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde reptielen zijn waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde reptielen aangetroffen en ook geen geschikte biotopen. Door de geïsoleerde ligging is de aanwezigheid van beschermde reptielen met zekerheid uit te sluiten. 4.9 Vissen Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen beschermde vissen zijn waargenomen. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied ongeschikt is voor beschermde vissen omdat water binnen het plangebied ontbreekt. De watergangen aan de noord- en zuidzijde van de projectlocatie blijven behouden. 4.10 Vlinders, libellen en overige ongewervelden Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen Wnb-beschermde ongewervelden zijn waargenomen. Er zijn wel waarnemingen van soorten beschermd onder de

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 19 van 26

Zoetermeerse gedragscode, namelijk: bruin blauwtje, glassnijder, sikkelsprinkhaan, veenmol en vroege glazenmaker. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied ongeschikt is voor Wnb-beschermde insecten of ongewervelden, omdat waterpartijen met goed ontwikkelde watervegetaties en drijfbladen ontbreekt. Om dezelfde reden is het plangebied ongeschikt voor glassnijder en vroege glazenmaker. Ook voor de overige Zoetermeer-beschermde soorten is er geen geschikt leefgebied in het plangebied. Het bruin blauwtje leeft in droge, zandige, open, kruidenrijke en schrale graslanden en kalkgraslanden. De sikkelsprinkhaan kiest voor droge biotopen zoals kalkgraslanden, heidevelden, droge weiden met struikgewas. De veenmol leeft ondergronds in een losse en vochtige bodem, bijvoorbeeld in beekdalen, slootoevers en landbouwgebieden. 4.11 Samenvatting resultaten In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de beschermde soorten die op basis van het literatuur- en veldonderzoek (mogelijk) aanwezig zijn binnen het plangebied. Tabel 4-1. Mogelijk aanwezige beschermde soorten. (Kans op) aanwezigheid beschermde soorten? Soortgroep Ja

Nee

Flora

X

Broedvogels jaarrond beschermd (cat. 1 t/m 4)

X

Broedvogels niet jaarrond, inventarisatie gewenst beschermd (cat. 5)

X

Algemene broedvogels

X

Vleermuizen (verblijfplaatsen)

X

Vleermuizen (vliegroutes en foerageergebied van essentieel belang)

X

Zoogdieren (grondgebonden)

In Zoetermeer beschermde soorten

Wnb-beschermde soorten

Amfibieën

X

Reptielen

X

Vissen

X

Vlinders, libellen en overige ongewervelden

X

Bij het planvoornemen dient men rekening te houden met de (potentieel) aanwezige beschermde soorten (tabel 4-1, soorten uit kolom ‘ja’). Daarnaast dient men (in het kader van de zorgplicht) tevens rekening te houden met de (binnen de provincie Zuid-Holland) van bescherming vrijgestelde soorten (o.a. bosmuis, bunzing, dwergmuis, egel, haas, konijn, veldmuis, vos en wezel, gewone pad, bruine kikker, kleine watersalamander). Doordat reeds duidelijk is dat de beschermde soorten uit de soortgroepen flora, broedvogels jaarrond beschermd, vleermuizen, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en overige ongewervelden niet aanwezig zijn binnen het plangebied, worden deze in het vervolg van voorliggende rapportage verder niet behandeld.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 20 van 26

5 EFFECTENANALYSE EN MAATREGELEN 5.1 Inleiding De onderstaande effectenanalyse en de beschrijving van de maatregelen richten zich op de verbodsbepalingen ten aanzien van de beschermde soorten (Wnb-artikelen, 3.1, 3.5 en 3.10) die mogelijk hun leefgebied hebben binnen het plangebied en de algemeen geldende zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (Wnb-artikel 1.11) die mogelijk binnen het plangebied voorkomen. Daarnaast wordt ingegaan op soorten die in Zoetermeer beschermd zijn en mogelijk binnen het plangebied voorkomen. In paragrafen 5.2 en 5.3 worden per (mogelijk) aanwezige soortgroep (zie paragraaf 4.11) de mogelijke effecten op beschermde soorten en benodigde maatregelen besproken. In paragraaf 5.4 worden enkele aanvullende maatregelen (ten aanzien van de zorgplicht én het voorkomen van tussentijdse vestiging van beschermde soorten) beschreven. 5.2 Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5) Het plangebied is geschikt voor diverse boom en struweelbroeders zoals: ekster, zwarte kraai, koolmees en pimpelmees in bomen en struiken. Het plangebied is voor de (mogelijk) aanwezige categorie 5-vogels niet van ecologisch hoog belang, omdat het hooguit om enkele broedparen gaat. Bovendien zijn in de omgeving voldoende alternatieve nestlocaties te vinden in tuinen in omgeving. De te verwachten soorten zijn daarnaast algemeen in Nederland.

Als gevolg hiervan zijn de nesten van categorie 5-broedvogels binnen het plangebied niet jaarrond beschermd. Wel zijn nesten van deze broedvogels (net als het geval is voor algemene broedvogels) beschermd tijdens het broedseizoen. De mogelijke effecten en benodigde maatregelen ten aanzien van categorie 5broedvogels worden derhalve (tezamen met de algemene broedvogels) besproken in paragraaf 5.5. 5.3 Algemene broedvogels Het plangebied is geschikt voor boom- en struweelbroeders. De kapwerkzaamheden hebben hier mogelijk invloed op. Nesten van deze soorten kunnen hierdoor worden verstoord en/of vernield. De verstoring die als gevolg van de werkzaamheden kan optreden, is niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding. Dit aangezien de te verwachten soorten algemeen in Nederland voorkomen en de verstoring slechts van tijdelijke aard is. Verstoring van nesten veroorzaakt derhalve geen overtreding van de Wnb. Door vernieling van nesten wordt de Wnb echter wel overtreden. Voor broedvogels zijn de volgende maatregelen nodig om een overtreding te voorkomen: -

Kapwerkzaamheden buiten het reguliere broedseizoen (15 maart t/m 15 juli) uitvoeren. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode 15 maart t/m 15 juli (dit wordt wel gezien als het reguliere broedseizoen). Het is mede afhankelijk van weersomstandigheden of ook buiten deze periode wordt gebroed door vogels. Derhalve dient men voorafgaande aan het werk contact op te nemen met een ecoloog om te bepalen of er kans is op broedgevallen.

-

Indien sloop-, kap- en/of snoeiwerkzaamheden in het reguliere broedseizoen uitgevoerd dienen te worden dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole uitgevoerd te worden.

5.4 Zoogdieren (grondgebonden) Het plangebied is geschikt voor grondgebonden zoogdieren zoals de bunzing en wezel. Volgens de proviniale verordening geldt in Zuid-Holland een vrijstelling voor deze soorten. Volgens de gedragscode Zoetermeer zijn deze soorten beschermd. Aanvullend onderzoek of een ontheffing zijn hier niet vereist. Wel moeten er maatregelen genomen worden om leefgebied dat verloren gaat te compenseren en in te passen in de toekomstige plannen. Het betreft de ruige graslandranden,

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 21 van 26

gesloten, bosschages en greppels. In hoofdstuk 7 zijn maatregelen beschreven om leefgebied te compenseren en in te passen. 5.5 Aanvullende maatregelen (t.a.v. zorgplicht en pioniersoorten) Om een zorgvuldige omgang met alle in het wild levende soorten (zorgplicht) te garanderen dienen de werkzaamheden bij daglicht uitgevoerd te worden om verstoring van nacht-actieve soorten (zoals vleermuizen) te voorkomen. Wanneer tijdens de werkzaamheden onverhoopt beschermde soorten worden aangetroffen, dient contact te worden opgenomen met de ecoloog om te bespreken hoe gehandeld kan worden met de minste schade voor de aangetroffen soort(en). De werkzaamheden dienen volgens de Gedragscode flora en fauna van de gemeente Zoetermeer uitgevoerd te worden.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 22 van 26

6 GEBIEDENBESCHERMING 6.1 Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied (bron: Alterra) waardoor bij voorbaat kan worden uitgesloten dat er sprake is van een direct negatief effect op beschermde natuurgebieden. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling daarnaast op enige afstand (meer dan 8 km (De Wilck)) van beschermde natuurgebieden plaatsvindt worden tevens geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. De kans op negatieve effecten als gevolg van de extra stikstof die als gevolg van het project vrijkomt, moet als risico gezien worden3. Middels een stikstofberekening dient onderzocht te worden of sprake is van een toename in de stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/j). Indien dit het geval is (en de ADC-toets niet met succes kan worden doorlopen), dient een Passende Beoordeling te worden uitgevoerd. In een Passende Beoordeling worden de ecologische gevolgen uitgebreid onderzocht en gewogen tegen de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-waarden waarop de stikstofdepositie plaatsvindt. Een eventuele alternatieve oplossingsrichting is salderen. Bij salderen wordt (bijvoorbeeld middels overname van rechten van oude bedrijven) de toename in stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied per saldo op 0,00 mol/ha/j gehouden.

Indien in de Passende Beoordeling wordt geconcludeerd dat significant negatieve effecten kunnen optreden, dient een vergunning bij de provincie Zuid-Holland te worden aangevraagd. Op basis van bovenstaande is een Natura 2000-voortoets niet van toepassing. Wel dient een stikstofberekening te worden uitgevoerd. 6.2 Planologische gebiedenbescherming Het plangebied ligt niet in het NNN en valt ook niet onder gebieden die zijn aangewezen als belangrijk weidevogelgebied (zie figuur 6-2)(bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN). Direct negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling daarnaast kleinschalig is en op enige afstand van beschermde natuurgebieden plaatsvindt worden tevens geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht.

3 Gezien de recente ontwikkelingen rond de stikstof wet- en regelgeving raden wij aan contact op te nemen met

de provincie Zuid-Holland. De provincie vraagt in toenemende mate een aanvullende onderbouwing van de afwezigheid van stikstofeffecten (op stikstofgevoelige habitats en/of soorten in beschermde natuurgebieden). Het oordeel over het al dan niet noodzakelijk zijn van een stikstofberekening (middels gebruik van het programma AERIUS of een ander instrument) ligt bij de provincie.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 23 van 26

Figuur 6-2. Ligging plangebied (rood) ten opzichte van het NNN en/of belangrijke weidevogelgebieden (groene vlak). Bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 24 van 26

7 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7.1 Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. soortenbescherming worden beantwoord: 7.1.1 Wet natuurbescherming S1. Aanwezige beschermde flora en fauna In het plangebied kunnen beschermde broedvogels voorkomen in het struweel en in de bomen. S2. Effecten werkzaamheden De werkzaamheden leiden mogelijk tot vernieling van nesten van tijdens het broedseizoen beschermde broedvogels. S3. Aanvullend onderzoek Aanvullend onderzoek is niet nodig. S4. Maatregelen Tabel 7-1. Overzicht benodigde voorzorgsmaatregelen. (Mogelijk) aanwezige soort(groep)en Broedvogels categorie 5

Algemene broedvogels

Benodigde voorzorgsmaatregelen t.a.v. soorten met aanvullend beschermingsregime (art. 3.1, 3.5 en 3.10) - Werken buiten het broedseizoen (half maart t/m half juli) en indien niet mogelijk voorafgaand aan het werk het plangebied broedvogel ongeschikt maken of een broedvogelcontrole uitvoeren. - Werken buiten het broedseizoen (half maart t/m half juli) en indien niet mogelijk voorafgaand aan het werk het plangebied broedvogel ongeschikt maken of een broedvogelcontrole uitvoeren.

Aanvullende voorzorgsmaatregelen (t.a.v. zorgplicht en pioniersoorten) - Nachtelijke verlichting vermijden. - Ecoloog melden wanneer onverwacht andere beschermde soorten worden aangetroffen.

S5. Ontheffingsplicht Een ontheffingsplicht is niet van toepassing.

7.1.2 Gedragscode Zoetermeer Soorten die mogelijk binnen het plangebied voorkomen en zijn opgenomen in de gedragscode van Zoetermeer zijn bunzing en wezel. er kan niet uitgesloten worden dat deze soorten gebruik maken van het plangebied als foerageergebied en verblijfplaats. Doordat leefgebied van deze soorten verloren gaat bij het bouwrijp maken van de locatie zal leefgebied gecompenseerd en ingepast moeten worden binnen de toekomstige inrichting. Aan de mate van compensatie worden geen harde eisen gesteld in de gedragscode Zoetermeer. Ook is het mogelijk om aan te sluiten bij ontwikkeling in de directe omgeving zoals de te ontwikkelen groenzone langs de aan te leggen busbaan. Leefgebied kan gecompenseerd worden door takkenrillen aan te leggen, marterhopen en/of kasten te plaatsen en grasland en oevers extensief te beheren. Voor concrete maatregelen zal een compensatieplan opgesteld moeten worden.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 25 van 26

7.2 Gebiedenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan kunnen de onderzoeksvragen t.a.v. gebiedenbescherming worden beantwoord: Het plangebied ligt niet in of nabij Natura 2000-gebied of binnen het NNN. Vanwege de kleinschaligheid van de voorgenomen ontwikkelingen kunnen direct negatieve effecten op beschermde gebieden worden uitgesloten. Daarom is geen toetsing aan de gebiedenbescherming noodzakelijk. Mogelijk is wel een berekening van de stikstofuitstoot in de aanleg- en gebruikersfase noodzakelijk. 7.3 Aanbevelingen Visie biodiversiteit gemeente Gemeente Zoetermeer heeft beleid ten aanzien van biodiversiteit binnen de gemeente. De ambitie van de visie Biodiversiteit is om de biodiversiteit, en de waardering van de inwoners hiervoor, op peil te houden en waar mogelijk te vergroten. Daarbij richt de gemeente zich ook op participatie en samenwerking met inwoners, ondernemers en anderen die betrokken zijn bij de biodiversiteit in Zoetermeer. In de Visie Biodiversiteit wordt het beleid ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen beschreven. (file:///C:/Users/Beheerder/AppData/Local/Packages/Microsoft.MicrosoftEdge_8wekyb3d8bbwe/Temp State/Downloads/Visie%20biodiversiteit%20-%20september%202013%20(1).pdf) Natuur inclusief bouwen Onderdeel van het biodiversiteitbeleid in gemeente Zoetermeer is natuur inclusief bouwen.

Waar mogelijk kan natuur inclusief bouwen worden toegepast zodat de biodiversiteit kan verbeteren. Denk bij voorbeeld aan vleermuis- en gierzwaluwverblijven in gevels of insectenhotels.

Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling Zilverstraat te Zoetermeer Kenmerk: 20190959/rap01, versie 2, 8 november 2019

Blz. 26 van 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=71ed20a2-988a-48d3-abfa-fd26850a4a68