Bijlage 3 - Verordening op de ambtelijke bijstand (huidig)
Tekst van het document
Verordening op de ambtelijke bijstand Geldend van 01-06-2003 t/m heden Paragraaf 1: Ambtelijke bijstand Artikel 1: Onder raadslid wordt in deze verordening ook verstaan commissielid, niet zijnde raadslid. Artikel 2: 1. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om: a. inzage in of afschrift van algemene documenten waarop geen geheimhoudingsplicht rust. b. bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand. 2. De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend, kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. Artikel 3: 1. Een raadslid wendt zich rechtstreeks tot de ambtenaar, die belast is met het onderwerp, waarover het raadslid wil spreken, met een verzoek om: a. feitelijke informatie; b. inzage in of afschrift van documenten die op de gevraagde zaak betrekking hebben en waarop geen geheimhoudingsplicht rust. Deze informatie wordt zo veel mogelijk buiten de te houden vergaderingen over het onderwerp gevraagd en verstrekt. 2.
Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de directeur daarvan in kennis. De directeur beslist daarover en meldt dit aan de secretaris. De secretaris stelt de griffier in kennis wanneer de informatie niet wordt verstrekt. Artikel 4: 1. Het verzoek om bijstand van een raadslid, als bedoeld in artikel 2, wordt verleend tenzij: a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; b. dit het belang van de gemeente kan schaden. 2. De griffier en in tweede instantie de secretaris, beoordelen of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. De secretaris deelt de uitslag van zijn bevindingen terzake mee aan de griffier. 3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de griffier dit met redenen omkleed mee aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. Artikel 5: Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar wordt geweigerd, kan het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek. Artikel 6: 1. Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand, doet hij hiervan mededeling aan de griffier. Deze pleegt hierover overleg met de secretaris. 2.
Indien overleg tussen griffier en de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing, leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak. Paragraaf 2 Slotbepaling Artikel 7: Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juni 2003.