CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 3 Onderzoeksrapport Deel III

Commissie Samenleving 13 september 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel rekenkameronderzoek Jeugdzorg H1011.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Beoordeling Norm 2

De tabellen met de analyse op documentniveau volgens het stoplichtmodel zijn (omwille van de leesbaarheid) te vinden in Bijlage 2.

3.3 Norm 3: jaarlijkse informatievoorziening

Over de hele periode (2015 – 2019) wordt beoordeeld of de gemeenteraad minimaal één keer per jaar informatie ontvangt die het mogelijk maakt de ontwikkelingen in volume en kosten te volgen én die voorzien is van een goede duiding. 3.3.1 Beoordeling aan de hand van het normenkader Norm 3 is een afgeleide van de normen 1 en 2. Aan de normen 1a, 1b en 2 wordt niet volledig voldaan, zodat ook aan norm 3 in beperkte mate wordt voldaan. In geen enkel jaar – met uitzondering van 2018 – heeft de raad tenminste één document ontvangen dat de ontwikkelingen in kosten en volume op een rijtje zet en van een goede duiding voorziet. De positieve uitzondering betreft de voortgangsrapportage Taskforce Jeugd uit 2018. Deze is behoorlijk compleet, helaas wordt niet op deze lijn voortgeborduurd. Geconstateerd wordt dat in de andere jaren te weinig informatie gegeven is die de ontwikkeling op een heldere wijze toont en duidt. Periode 2015 – 2019

Beoordeling Norm 3

3.4 Norm 4: onderlinge consistentie Om de ontwikkelingen goed te kunnen volgen, is het van belang dat rapportages onderling consistent en eenduidig zijn. In de loop der jaren kunnen zich natuurlijk wijzigingen voordoen. Dat hoeft geen probleem te zijn, mits die duidelijk benoemd worden. Wijzigingen kunnen wel van (negatieve) invloed zijn op de vergelijkbaarheid van informatie. 3.4.1 Documentenanalyse Consistentie Wat met betrekking tot deze norm opvalt, is dat de informatie versnipperd is. Vooral in de rapportages Sociaal Domein is geen duidelijke en consequente lijn in de geboden informatie. Deels wordt dat natuurlijk verklaard door de beschikbaarheid van de informatie. In de tweede rapportage Sociaal Domein van 2015 schrijft het college hierover:

21

“Een goede informatievoorziening is van belang om ontwikkelingen te kunnen volgen en kennis te ontwikkelen. De informatiepositie van de gemeente wordt geleidelijk verder opgebouwd en de betrouwbaarheid van de gegevens neemt toe. Dit geldt ook voor de regionale en landelijke monitors. Hierdoor kunnen we steeds meer data ontsluiten en in deze rapportage zijn daarvan de eerste resultaten zichtbaar. Op onderdelen zijn de gepresenteerde gegevens echter nog wel onvoldoende betrouwbaar om er conclusies aan te kunnen verbinden of gedegen analyses te maken.” (p. 5) In de volgende rapportage (en in latere jaren ook) schrijft het college dat de financiën over het gehele jaar terug te vinden zijn in de jaarrekening. Dat is dan ook de functie van de jaarrekening. Echter, de rapportages Sociaal Domein waren bedoeld om de kostenontwikkeling in beeld te brengen en zouden, in elk geval in eerste instantie, voornamelijk financieel van aard zijn. De allereerste rapportage Sociaal Domein kwam in 2015 tot de raad in de vorm van een memo. Er was nog nauwelijks niet-financiële informatie beschikbaar. Gaandeweg kwam er meer informatie en werd er ook meer aandacht besteed aan de beoogde transformatie in het sociaal domein. De opzet en opmaak van de rapportages zijn in de loop der tijd flink geprofessionaliseerd. De inhoud wisselt en volgt de actualiteit.

Maar er is geen sprake van een periodiek ‘kopje’ waarin helder staat weergegeven hoe de ontwikkelingen in volume en kosten verlopen. De P&C-systematiek waarborgt dat de informatie door de jaren heen op dezelfde wijze wordt aangeboden. Wel zijn er verschillen te zien in indeling waar de afwijkingen op de begroting worden toegelicht. Het opvallendste en, in het kader van dit onderzoek ook een lastig punt, is het feit dat door de jaren heen de gehanteerde effectindicatoren sterk gewijzigd zijn. Er komen nieuwe bij en er worden indicatoren geschrapt (zoals het aantal unieke cliënten, wat toch nuttige informatie is om te weten). In Bijlage III staan de relevante doelstellingen en effectindicatoren uit de programmabegroting opgesomd. In de programmabegroting 2016 – 2019 is een wijziging aangekondigd, het college schrijft: “Op dit moment vinden er landelijk onderzoeken plaats naar het monitoren van het nieuwe beleid in het sociale domein. Op het terrein van de Jeugdwet leidt dit tot andere indicatoren. Het voorstel is om in aansluiting op deze ontwikkelingen de effectindicatoren voor doelstelling 2.1 Bevorderen opgroeiklimaat en doelstelling 2.2 Bevorderen zorg op maat voor jongeren te wijzigen in de indicatoren zoals opgenomen bij de betreffende doelstellingen.” (p.

24) 3.4.2 Beoordeling aan de hand van het normenkader De geanalyseerde stukken zijn onderling niet goed vergelijkbaar, zodat aan norm 4 in dit onderzoek in beperkte mate wordt voldaan. In de documentenanalyse vallen de volgende zaken op: • absolute aantallen en percentages (zonder het getal te noemen waar het percentage betrekking heeft) worden door elkaar heen gebruikt; • de informatie die wordt geboden wisselt en volgt geen standaard; • doordat effectindicatoren wijzigen, toegevoegd worden of juist worden verwijderd, is de informatie door de jaren heen niet vergelijkbaar; • linkjes in documenten verwijzen niet altijd naar het specifieke document, maar alleen naar iBabs. Periode 2015 – 2019

Beoordeling Norm 4

22

Afsluiting Alles bijeen ontvangt de raad met regelmaat veel informatie over ontwikkelingen in de jeugdzorg. Maar de aard van de informatie en de wijze van presentatie wisselen door de tijd, en van document tot document. Meer consistentie en standaardisatie in de wijze van rapporteren (met inbegrip van de gehanteerde effectindicatoren) helpt raadsleden zich een goed beeld te vormen van de actuele stand van zaken en van trendmatige ontwikkelingen. Daarmee kan de raad grip krijgen op informatiestromen. Grip krijgen op de jeugdzorg zelf is nog een brug verder. De recente rapportage van een Stuurgroep van rijks- en gemeentelijke vertegenwoordigers26 brengt daarvoor een reeks opties in beeld (zie onderstaand kader). De gemeente Zoetermeer past een aantal ervan al toe, zoals de POH-jeugd. Een discussie in de raad of er nog andere opties in Zoetermeer toepassing verdienen, zou een gevoel van grip op de jeugdzorg kunnen versterken.

Gemeenten hebben hun toegang op zeer diverse manieren georganiseerd, maar uit onderzoek naar succesvolle organisatievormen blijkt dat de sleutels voor succes - en daarmee een betere beheersing van de uitgaven - liggen in een combinatie van de volgende factoren: • Langdurige samenwerking met maatschappelijke partners in het voorveld; • Een toegang die altijd ook zelf licht ambulante ondersteuning biedt; • Een toegang georganiseerd dichtbij vindplaatsen als huisartsen en scholen; • Een toegang in een netwerkmodel samen met specialistische hulp en met korte lijnen; • Er werken hoog opgeleide specialisten die samen generalistisch kunnen werken. • Specialisten die zoveel mogelijk oplossingen in de directe leefomgeving van kind en gezin zoeken, waardoor ze onnodige doorverwijzingen naar de duurdere specialistische hulp weten te voorkomen; en • Investeren in preventie en vroegsignalering samen met de maatschappelijke partners in het voorveld (POH, school (maatschappelijk werk), sportverenigingen, JGZ)

26 Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet, 8 april 2021.

23

Bijlage I Norm 1 1a

1b

Normenkader De rapportages aan de gemeenteraad bevatten minimaal informatie over de ontwikkeling vanaf 2015 van: Het aantal unieke jongeren dat jeugdzorg ontvangt 1aI Soort verwijzer 1aII Soort specialistische zorg 1aIII Soort hulpvorm 1aIV PGB De kosten van jeugdzorg 1bI Soort verwijzer 1bII Soort specialistische zorg 1bIII Soort hulpvorm 1BIV PGB

Norm 2

Aan de gepresenteerde informatie wordt helder/goed duiding gegeven. 2a Gegevens staan in één of meerdere tabellen/grafieken etc. 2b Per tabel/grafiek wordt uitleg gegeven. 2c Nadere uitleg over de informatie staat in de rapportage zelf of in een begeleidingsbrief bij de rapportage. 2d Er is een helder verband tussen de inhoudelijke en de financiële informatie. 2e De duiding sluit goed aan op de cijfers; (de oorzaken van) beduidende ontwikkelingen van de aantallen en kosten worden goed toegelicht. 2f Afwijkingen van de begroting en eerdere voorgangsrapportages worden expliciet benoemd en verklaard.

Norm 3

De gemeenteraad ontvangt minimaal één maal per jaar informatie doe grotendeels of volledig voldoen aan norm 1 en norm 2.

Norm 4

De rapportages zijn onderling consistent en eenduidig voor wat betreft de gepresenteerde informatie. Eventuele veranderingen van onderliggende definities worden duidelijk benoemd.

Om de beschikbare stukken eenduidig te kunnen analyseren, is het normenkader verder geoperationaliseerd. Vervolgens is de informatie aan de gemeenteraad beoordeeld aan de hand van een stoplichtmodel. Navolgend wordt per norm de operationalisering toegelicht. Norm 1 Deze norm gaat over de inhoudelijke (1a) en financiële informatie (1b) in de afzonderlijke documenten. Om de ontwikkelingen in de (kosten van) de jeugdzorg te kunnen volgen, is gekeken of in de documenten melding wordt gemaakt van het aantal unieke jongeren dat jeugdzorg ontvangt en de kosten van jeugdzorg.

Aantal unieke jongeren Soort verwijzer Soort zorg PGB

Aantal unieke jongeren dat jeugdzorg ontvangt 1a 1aI 1aII/III* 1aIV

Kosten van jeugdzorg 1b 1bI 1bII/III* 1bIV

* Zoetermeer wijkt op de normen 1aII/III en 1bII/III af van het algemene normenkader. Daarin wordt het volgende onderscheid gemaakt: II = soort specialistische zorg en III = soort 24

hulpvorm. In Den Haag is dit onderscheid relevant omdat door de wijkteams ook jeugdzorg wordt gegeven. Deze hulpvorm staat ook als zodanig in de begroting vermeld. In Zoetermeer is dit niet het geval. Er is wel een pilot uitgevoerd met Sociaal Wijkteams, maar uiteindelijk is gekozen voor een Wijkzorgnetwerk. Dat is een samenwerkingsverband tussen verschillende professionals (zorg en welzijn).27 Daarom is er voor gekozen de normen II en III samen te voegen tot de norm ‘soort zorg’. Groen Geel Oranje Rood

er is informatie over dat jaar en vergelijkbare informatie over de voorgaande jaren opgenomen er is informatie over dat jaar opgenomen en beperkte informatie uit voorgaande jaren er is alleen over dat jaar informatie opgenomen er is géén informatie opgenomen

Norm 2 De tweede norm gaat over de duiding die aan de informatie wordt gegeven. Er worden zes categorieën onderscheiden waartegen de raadsinformatie wordt getoetst:

2a 2b 2c 2d

Aan de gepresenteerde informatie wordt helder/goed duiding gegeven.

Operationalisering

De gegevens staan in één of meerdere overzichtelijke tabellen/grafieken/etc. Per tabel/grafiek wordt uitleg gegeven.

Er is een tabel/grafiek.

Nadere uitleg over de informatie staat in de rapportage zelf of in een begeleidingsbrief bij de rapportage. Er is een helder verband tussen de inhoudelijke en de financiële informatie.

2e

De duiding sluit goed aan op de cijfers; (de oorzaken van) beduidende ontwikkelingen van de aantallen en kosten worden goed toegelicht.

2f

Afwijkingen van de begroting en eerdere voortgangsrapportages worden expliciet benoemd en verklaard.

Korte toelichting wat er in de tabel/grafiek te zien is. Uitgebreidere duiding van de tabel of grafiek in hetzelfde document (eventueel onder verwijzing naar een bijlage). De relatie tussen de kosten enerzijds en de doelstellingen/activiteiten/resultaten/ maatschappelijke effecten anderzijds worden benoemd en uitgelegd. Beduidende ontwikkelingen worden benoemd en verklaard. Dit kan door het noemen en toelichten van oorzaken, door te vergelijken met eerdere jaren of door te vergelijken met gegevens op regionaal of landelijk niveau. In het document wordt teruggegrepen op eerdere documenten en verschillen worden expliciet benoemd en verklaard.

27 ”Het netwerk werkt volgens het principe: één huishouden, één plan en één regisseur. Het wijkzorgnetwerk richt

zich op alle doelgroepen en alle leefdomeinen. Het netwerk heeft als uitgangspunt om de eigen kracht van inwoners met ondersteuningsvragen te versterken. Daarnaast richt de samenwerking binnen het wijkzorgnetwerk zich op het signaleren, het bieden en afstemmen van de (kortdurende) ondersteuning en het zo nodig erbij halen van zorg en andere ondersteuning zoals nazorg.” uit: Beleidsplan Wmo en Jeugdhulp 2014

25

Het stoplichtmodel voor de norm 2 ziet er als volgt uit:

Duiding ontbreekt of is (deels) onjuist Duiding is ten dele aanwezig en vrijwel geheel juist Duiding is volledig en juist

Informatie ontbreekt volledig Rood

Informatie ontbreekt grotendeels Rood

Informatie grotendeels aanwezig Oranje

Informatie volledig aanwezig Oranje

n.v.t.

Rood

Geel

Geel

n.v.t.

Oranje

Geel

Groen

Het stoplichtmodel voor de normen 3 en 4 is gelijk: Groen Geel Oranje Rood

Voldoet volledig aan de norm. Voldoet grotendeels aan de norm. Voldoet in beperkte mate aan de norm. Voldoet niet aan de norm.

26

Bijlage II Analyse op documentniveau Norm 1

de rapportages aan de gemeenteraad bevatten minimaal informatie over de ontwikkeling vanaf 2015 van a. Het aantal unieke jongeren dat jeugdzorg ontvangt en b. De kosten van jeugdzorg.

Zowel a. als b. worden uitgesplitst naar soort verwijzer / soort specialistische zorg/hulpvorm / PGB. Norm 2

aan de gepresenteerde informatie wordt helder/goed duiding gegeven a. Gegevens staan in één of meerdere tabellen/grafieken etc. b. Per tabel/grafiek wordt uitleg gegeven. c. Nadere uitleg over de informatie staat in de rapportage zelf of in een begeleidingsbrief bij de rapportage. d. Er is een helder verband tussen de inhoudelijke en de financiële informatie. e. De duiding sluit goed aan op de cijfers; (de oorzaken van) beduidende ontwikkelingen van de aantallen en kosten worden goed toegelicht. f. Afwijkingen van de begroting en eerdere voorgangsrapportages worden expliciet benoemd en verklaard.

Rapportages Sociaal Domein

27

Stukken P&C-cyclus

28

Stukken Actieplan / Taskforce

29

Losse stukken

30

Bijlage III Effectindicatoren door de jaren heen Doelstelling Bevorderen opgroeiklimaat Bevorderen hulp op maat voor jongeren Optimaliseren hulp op maat voor jongeren

Effectindicator Van zwaardere zorg/hulp naar lichtere hulp Tevredenheid over het hulpaanbod

2016

Bevorderen zorg op maat voor jongeren

2017

Bevorderen zorg op maat voor jongeren

Verschuiving van zwaardere naar lichtere hulp: afname van het percentage jeugdigen waarbij doorverwijzing naar zwaardere hulp plaatsvindt. Doelrealisatie: afname van aantal jeugdigen dat na beëindiging van de hulp binnen 6 maanden met een hulpvraag komt. Van 'dwang naar drang': procentueel jaarlijkse afname van kinderen met een Onder Toezicht Stelling. Efficiëntie: afname van de gemiddelde kosten per cliënt. Het aantal jeugdigen waarbij doorverwijzing naar zwaardere hulp plaatsvindt Het aantal jeugdigen dat na beëindiging van de hulp binnen 6 maanden met een hulpvraag komt. De gemiddelde kosten per cliënt Gemiddelde cliënttevredenheid cliënten jeugdhulp Aantal jeugdigen met jeugdhulp (% tot 18 jaar) Aantal jeugdigen met Jeugdreclassering (% tot 18 jaar) Aantal jeugdigen met Jeugdbescherming (% tot 18 jaar)

2018

Bevorderen zorg op maat voor jongeren

Verschuiving van zwaardere naar lichtere hulp: aantal jeugdigen waarbij doorverwijzing naar zwaardere hulp plaatsvindt Het aantal jeugdigen dat na beëindiging van de hulp binnen 6 maanden met een hulpvraag komt. De gemiddelde kosten per cliënt Gemiddelde cliënttevredenheid cliënten jeugdhulp Aantal jeugdigen met jeugdhulp (% tot 18 jaar) Aantal jeugdigen met Jeugdreclassering (% tot 18 jaar) Aantal jeugdigen met Jeugdbescherming (% tot 18 jaar)

2019

Bevorderen vroegtijdige, toegankelijke, passende en effectieve jeugdhulp

Vroegtijdig signaleren - afname gemiddelde leeftijd bij instroom en uitstroom in jeugdhulp - toename aantal adviezen en aantal meldingen bij Veilig Thuis - toename aantal matches in de Verwijsindex Efficiënte doorlooptijd afname gemiddeld aantal jaar dat een jeugdige jeugdhulp ontvangt

Jaartal 2014

2015

% ouders/jongeren, dat een positief effect ervaart na ondersteuning

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=451f2225-e258-4a4a-88fa-07bd10b3db2f