CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Omgevingseffectrapport RSZ (aangepaste versie n.a.v. advies Commissie mer)

Raadsvergadering 28 oktober 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Ruimtelijke Strategie Zoetermeer 204035.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER)

projectnummer 0490193.100 definitief 13 augustus 2025

www.anteagroup.nl

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 definitief 13 augustus 2025

Auteur(s) Jurgen Bertelsen Peter Verhoeven

Opdrachtgever Gemeente Zoetermeer Postbus 15 2700 AA ZOETERMEER

Gecontroleerd Klaas de Jong

datum 13 augustus 2025

beschrijving definitief

vrijgave Klaas de Jong

Pagina 2 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

Inhoud 1.

Inleiding

16

1.1 1.2 1.3

De Omgevingsvisie van Zoetermeer 2040 Een OmgevingsEffectRapport voor Zoetermeer Omgang met zienswijzen en advies van de Commissie mer op de NRD

16 17 18

2.

Opgaven en vraagstukken voor Zoetermeer

19

2.1 2.2

Ontwikkeling Zoetermeer Opgaven Zoetermeer

19 21

3.

Methodologie van dit OER

23

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Hoofdvragen van het OER Nadere detaillering van het beoordelingskader Bepalen van de kwaliteit van de huidige situatie en referentiesituatie De referentiesituatie Zoetermeer 2040 Beoordeling Onderzoeksalternatieven en Voorkeursalternatief

23 23 27 28 28

4.

Zoetermeer in vogelvlucht

31

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Algemene kenmerken Historische ontwikkeling Systeemanalyse bodem en water Autonome trends en nationale ontwikkelingen Autonome lokale ontwikkelingen

31 32 33 34 35

5.

De leefomgevingsfoto (LOF) van Zoetermeer

36

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

Verkeer en vervoer Gezond milieu Veiligheid Gezondheidsbevordering Klimaatadaptatie Natuur Bodem, water en ondergrond Historisch kapitaal Wonen en (basis)voorzieningen Economie en werkgelegenheid Energie en grondstoffen

36 47 54 59 67 73 80 85 90 98 107

6.

Onderzoeksalternatieven OER Zoetermeer

117

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Beschrijving onderzoeksalternatieven De drie onderzoeksalternatieven nader beschouwd De effecten van de onderzoeksalternatieven Aanbevelingen voor de Ruimtelijke Strategie Van drie onderzoeksalternatieven naar één voorkeursalternatief

117 120 126 207 208

7.

Het voorkeursalternatief

209

7.1 7.2 7.3

Beschrijving van het voorkeursalternatief Beschrijving van de effecten Eindbeoordeling

209 213 228

8.

Doorwerking in het omgevingsbeleid

237

8.1 8.2

De beleidscyclus Doorwerking in programma’s

237 238

Pagina 3 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

8.3 8.4 8.5

Doorwerking in omgevingsplan Monitoring van de beleidsambities uit de omgevingsvisie Leemten in kennis

238 238 240

Bijlage 1: kaartbeelden onderzoeksalternatieven (hoge resolutie, pagina 242) Bijlage 2: voortoets Natura 2000 (los genummerd)

Pagina 4 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

Omgevingseffectrapport Zoetermeer: Managementsamenvatting en Procesbeschrijving De gemeente Zoetermeer stelt een Ruimtelijke Strategie (als onderdeel van de Omgevingsvisie Zoetermeer) op. In de Omgevingswet is vastgelegd dat bij een dergelijk planvormend proces ook een mer-procedure wordt doorlopen. Dit heeft de volgende redenen: • Borgen dat bij de planvorming de milieueffecten in beeld zijn gebracht en zijn beoordeeld; • Zorgen voor transparantie en participatie in de besluitvorming; • Verbeteren van de kwaliteit van besluitvorming. De gemeente Zoetermeer heeft ervoor gekozen om het MER breder te trekken en ook de sociale en economische effecten in beeld te brengen. Dit wordt ook wel een Omgevingseffectrapport (OER) genoemd. Voor de (OER) van Zoetermeer is een zorgvuldig proces doorlopen, dat nauw verweven is met de ontwikkeling van de Ruimtelijke Strategie van de gemeente Zoetermeer. Hieronder wordt het proces uiteengezet: 1.

Startpunt: Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Het proces is gestart met de opstelling van een NRD, waarin de kaders en reikwijdte van de OER werden vastgesteld. Dit document kan gezien worden als een ‘plan van aanpak’ voor het OER.

2.

Leefomgevingsfoto: Huidige Situatie in Beeld Vervolgens is de Leefomgevingsfoto opgesteld, waarin de huidige staat van de fysieke leefomgeving van Zoetermeer is geanalyseerd. Dit gebeurde aan de hand van verschillende thema’s, waaronder een gezond milieu, verkeer en vervoer, klimaat en gezondheid.

3.

Alternatievenonderzoek Er zijn drie onderzoeksalternatieven (groeiscenario’s)opgesteld, waarin hypothetische aanpassingen in de ruimtelijke ontwikkeling zijn getoetst. Het doel van deze analyse is om verschillende groeiscenario’s en ruimtelijke ingrepen te onderzoeken en te onderzoeken wat de betekenis hiervan is op de eerder gekozen aspecten uit de Leefomgevingsfoto. Deze toetsing biedt inzicht in de potentiële gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen op de leefomgeving van Zoetermeer. Dit is in de MER-systematiek een beproefde methode om bij wijze van vingeroefening de ‘hoeken van het speelveld’ te belichten. Op die manier ontstaat een zo breed mogelijk beeld van wat een mogelijke ingreep in de fysieke leefomgeving zou betekenen voor de gemeente Zoetermeer en haar inwoners.

4.

Toetsing Ruimtelijke Strategie De analyse van de onderzoeksalternatieven en mogelijke ingrepen hebben handvatten gegeven voor de strategische keuzen in de concept Ruimtelijke Strategie. Meerdere keren zijn conceptversies van de Ruimtelijke Strategie beoordeeld, waarna de RSZ bijgesteld is en daarna de toetsing eveneens. Bij de toetsing van de Ruimtelijke Strategie is beoordeeld welke impact het voorgenomen beleid dat daarin is opgenomen heeft op de fysieke leefomgeving van Zoetermeer en haar inwoners. Op basis hiervan is de Ruimtelijke Strategie op onderdelen aangescherpt of aangepast dan wel zijn aanvullende maatregelen voorgesteld om effecten op de leefomgeving te verbeteren.

Samenhang met de Omgevingsvisie en de Ruimtelijke Strategie Het OER-proces is doorlopen na de ontwikkeling van de Visie Zoetermeer 2040 (Omgevingsvisie deel A), welke het kader op hoofdlijnen vormt voor de Ruimtelijke Strategie (Omgevingsvisie deel B) van Zoetermeer. Tijdens het OER-proces zijn: • Inzichten geleverd over de effecten van keuzes voor de fysieke leefomgeving. • Reflecties gegeven op tussendocumenten, zoals de Leefomgevingsfoto, de NRD, onderzoeksalternatieven en de eindconcepten hiervan. Het OER is parallel met de RSZ opgesteld. Dit zorgt ervoor dat het milieubelang een rol heeft gespeeld bij beslissingen binnen de RSZ, beslissingen binnen de Ruimtelijke Strategie nog beter onderbouwd kunnen worden en dat aspecten van de leefomgeving vroegtijdig en volwaardig zijn meegewogen in het proces.

Pagina 5 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

Inhoud van de alternatievenvergelijking De kern van het OER is het vergelijken van alternatieven. Elk onderzochte alternatief omvat een reeks maatregelen die gericht zijn op specifieke doelen. Onderzoeksalternatief 1, "Ontspannen stad", richt zich op het creëren van een stad met veel parken, lanen en boulevards, waarbij een fijnmazig groennetwerk centraal staat. Dit alternatief omvat extra verdichting rond wijkcentra en stadsranden, werken binnen de wijkcentra, gedeeltelijke transformatie van bedrijventerreinen, en spreiding van stedelijke voorzieningen. Het Dutch Innovation Park wordt oostwaarts uitgebreid en er komt een westelijke aansluiting op de A12. Onderzoeksalternatief 2, "Verbonden stad", legt de nadruk op het versterken van de groene hoofdstructuur en verdichting langs de H-structuur, met een centrale rol voor het IC-station Zoetermeer. Wonen en werken worden geconcentreerd in de Binnenstad en Entree, bedrijventerreinen worden gemengd, en het Dutch Innovation Park breidt westwaarts uit. Een opvallende ingreep is de overkluizing van de A12. Onderzoeksalternatief 3, "Innovatieve stad", focust op sterke verdichting in een groter centrum-stedelijk gebied, met concentratie van wonen en werken rond het IC-station Lansingerland. Bedrijventerreinen worden geïntensiveerd zonder menging van functies, maar met innovatie-hubs verspreid door de stad.

De economie wordt zichtbaar langs de A12, en mobiliteitshubs beperken verkeer in het centrum ten gunste van klimaatadaptatie. Basisvoorzieningen liggen bij het IC-station aan de rand van de regio. Op basis van de effectbeschrijving van de drie alternatieven op de onderdelen van het beoordelingskader is onderstaande samenvattende beoordelingstabel gemaakt. Omdat de alternatieven groeiscenario’s bevatten, is ook een tegengestelde hoofdconclusie uit de tabel af te leiden: hoe groter het groeiprogramma, hoe groter de economische spin-off, maar ook hoe groter de effecten op de leefbaarheid. Qua programmatische uitgangspunten heeft de stad voor alle drie de alternatieven voldoende draagkracht. Het is mogelijk om, zonder extreme knelpunten, 27.500 woningen in de stad te realiseren. Dit roept wel een belangrijk punt over de kwaliteit van de stad op, namelijk: 1. Een te grote groei van de stad levert een zodanig forse verkeersgeneratie (zowel auto als fiets), dat niet alle infrastructuur voldoet. Zéker niet wanneer in combinatie met forse groei voor afwaardering van wegen gekozen wordt. Deze beperking leidt tot de conclusie dat de groenambitie van de gemeente niet volwaardig combineerbaar is met een gemaximeerd woningbouwaantal. 2. Het karakter van Zoetermeer als New Town komt onder druk te staan.

Bij sterke verdichting in het centrum kan dit ten koste gaan van het karakter van het gebied rondom de Dorpsstraat. Bij verdichting in de wijken kan dit het typerende beeld van de New Town schaden. Verdichting past vanuit ruimtelijke kwaliteit het beste in het entreegebied en in de zone langs de A12. 3. Woningbouw in de A12-zone roept wel direct vragen op over een gezonde leefomgeving. Grootschalige verdichting in een stad die in de huidige situatie in belangrijke mate auto-afhankelijk is, zónder intercitystation, kan tot nog meer autoverkeer leiden en dus meer hinder voor bestaande en nieuwe woningen. 4. Woningbouw dient, gelet op het mobiliteitsprofiel en ruimtelijk karakter, gezocht te worden in de zones langs de H-structuur. Grootschalige woningbouw elders (dus ook uitleg) heeft grote gevolgen voor het verkeer en daaraan gekoppelde hinder. 5. Programmatisch is groen een groot aandachtspunt. In de alternatieven is geen programmatisch uitgangspunt gekozen voor groen (en ook geen kwalitatief uitgangspunt), maar dit gaat wel cruciaal worden voor de kwaliteit van de stad. In de huidige situatie is sprake van relatief (gerelateerd aan andere steden) veel groen. Verdichting zonder keuzes of resultaatsverplichtingen aan groen is een belangrijk risico. Te veel verdichting gaat ten koste van groen. 6. In één van de alternatieven is overkluizing onderzocht.

Dit zou veel problemen oplossen en kansen bieden voor grootschalige verdichting. Ditzelfde geldt voor de kansen van een intercitystation.

Pagina 6 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

Thema

Beschouwde aspecten

Beoordeling alternatieven Onderzoeksalternatief Onderzoeksalternatief Onderzoeksalternatief 1 2 3

Verkeer en vervoer

Gezond Milieu

Veiligheid

Gezondheid Klimaatadaptatie

Natuur

Bodem, water en ondergrond

Historisch kapitaal

Wonen en voorzieningen

Economie en werkgelegenheid

Energie en grondstoffen

Autoverkeer

-

0

0

Openbaar vervoer

+

+

0

Langzaam verkeer

+

+

+

Luchtkwaliteit

+

+

0/+

Geluid

0/-

0/-

-

Geur

0

0

0

Lichthinder

0/+

0/-

-

Omgevingsveiligheid

0/-

-

0/-

Verkeersveiligheid

0/-

0/-

-

Hoogwaterveiligheid

0

0

0/-

Sporten en bewegen

+

+

0/-

Gezonde openbare ruimte

+

0/+

++

Hittestress

+

0/+

0

Wateroverlast

+

0/+

-

Droogtestress

+

0/+

0/-

Natuurgebieden

0/+

0/-

-

Biodiversiteit

+

0/+

+

Groene woonomgeving

+

0

0/+

Bodemkwaliteit

+

0

+

Oppervlaktewater

+

0/+

+

Grondwater

0/+

0

0/+

Gebruik ondergrond

0/+

0

+

Archeologie

0/-

0/-

0/-

Cultureel erfgoed

0/+

0

-

Stedelijk landschappelijke waarden

0/+

0/+

0

Woningvoorraad

0/+

+

++

voorzieningenniveau

+

0/+

++

Leefbaarheid

+

0/+

+

Sociaaleconomische kracht van de stad

+

++

++

Werkgelegenheid en werkloosheid

+

0/+

++

Vestigingsklimaat

0/+

+

++

werklocaties

0/+

+

++

Energieverbruik

+

+

0/+

Hernieuwbare energieopwekking

+

+

0/+

CO₂-emissies

+

+

+

Circulariteit

+

0/+

++

Inhoud van de beoordeling van de Ruimtelijke Strategie Een belangrijk onderdeel van het OER is de effectbeoordeling van de Ruimtelijke Strategie. Voor ieder aspect van het beoordelingskader wordt middels een ‘plus of min’ verklaard of de Ruimtelijke Strategie een positieve dan wel negatieve bijdrage levert. Op basis van deze effectbeoordeling doet het OER aanbevelingen voor aanscherpingen of aanpassing van de voorgenomen koers. Deze uitwisseling heeft gedurende het traject meerdere keren plaatsgevonden, waarna de effectbeoordeling opnieuw is afgestemd op de conceptteksten van

Pagina 7 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

de Ruimtelijke Strategie. Eventuele aanbevelingen vanuit milieuperspectief zijn in het OER en in onderstaand overzicht opgenomen. De effecttabel van de Ruimtelijke Strategie is hieronder opgenomen. Op basis van deze tabel kan geconcludeerd worden dat de Ruimtelijke Strategie meer positieve effecten dan negatieve zal veroorzaken, maar dat er wel risico’s bestaan voor verslechtering van enkele waarden . In het OER zijn voor deze thema’s gedetailleerde effectbeschrijvingen beschikbaar. Thema

Verkeer en vervoer

Gezond Milieu

Veiligheid

Gezondheid

Beschouwde aspecten

Beoordeling Ruimtelijke Strategie

Mate van onzekerheid

Verklaring mate van onzekerheid

Autoverkeer

0

Middel

Vanwege fasering van projecten kunnen effecten eerder of later optreden

Openbaar vervoer

+

Groot

Vanwege afhankelijkheid van investeringen in OV door andere overheden

Langzaam verkeer

+

Klein

Gemeente heeft grote invloed op inrichting fietsverbindingen

Luchtkwaliteit

0/+

Klein

De autonome ontwikkeling is zeer bepalend voor de trend, het effect is relatief klein

Geluid

0/+

Middel

De mate van geluidhinder is in sterke mate afhankelijk van de wijze waarop woningen gebouwd worden

Geur

0

Klein

Geen relevante effecten of risico’s daarop

Lichthinder

0

Klein

Geen relevante effecten of risico’s daarop

Omgevingsveiligheid

0/-

Klein

De in het OER onderscheiden veiligheidsrisico’s zijn naar verwachting goed mitigeerbaar

Verkeersveiligheid

+

Middel

Mate van veiligheid is sterk afhankelijk van fasering van de maatregelen voor snelheidsverlaging

Hoogwaterveiligheid

0

Middel

Vanwege afhankelijkheid van de wijze waarop andere overheden omgaan met veiligheidsrisico’s voor hoog water

Klein

De RSZ heeft als uitgangspunt vastgelegd dat ruimte voor sport en groen meegroeien. Nadere uitwerking moet nog plaatsvinden via een omgevingsprogramma

Sporten en bewegen +

Klein

0/+

Middel

Beleidsmatig zijn de strategieën die in de RSZ genoemd worden niet geborgd of concreet uitgewerkt. Dit heeft als risico dat het hier veronderstelde positieve effect niet ingeboekt kan worden als dit beleid niet nader geconcretiseerd wordt.

Wateroverlast

0/-

Middel

Ontwikkelingen kunnen leiden tot vermindering van de overcapaciteit in het bergingssysteem van de stad. De RSZ borgt niet dat deze ruimte opgebruikt wordt.

Droogtestress

0/+

Middel

Beleidsmatig zijn de strategieën die in de RSZ genoemd worden niet geborgd of concreet uitgewerkt. Dit heeft als risico dat het hier veronderstelde positieve effect niet ingeboekt kan worden als dit beleid niet nader geconcretiseerd wordt.

Natuurgebieden

-

Klein

De beschreven risico’s (stikstof, druk door groei van inwoners) op beschermde natuur treedt waarschijnlijk op.

Biodiversiteit

0/+

Middel

Gezonde openbare ruimte Klimaatadaptatie Hittestress

Natuur

Pagina 8 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

Groene woonomgeving

Bodem, water en Bodemkwaliteit ondergrond Oppervlaktewater

0/+

Middel

De focus op stedelijke groei en economische intensivering brengt het risico met zich mee dat de biodiversiteit in de gemeente meer onder druk komt te staan, ondanks de uitgesproken positieve intenties

0

Klein

Geen relevante effecten of risico’s daarop

0

Klein

Geen relevante effecten of risico’s daarop

Grondwater

0

Klein

Geen relevante effecten of risico’s daarop

Gebruik ondergrond

-

Groot

De RSZ biedt geen kader voor het gebruik van de ondergrond. Binnen de bandbreedte van de RSZ kan dus een veelheid aan effecten optreden

Archeologie

0

Klein

Wet en regelgeving borgt dat geen verslechtering optreedt

Cultureel erfgoed

0/-

Middel

De waarde van Zoetermeer als New Town is niet expliciet juridisch geborgd, en kan in ontwikkeling dus ondersneeuwen. Beleidsmatig heeft dit wel toenemende aandacht: dit blijkt ook uit het programma voor het Entreegebied

Stedelijk landschappelijke waarden

0

Middel

De nieuwe landschappelijke kwaliteit is in belangrijke mate afhankelijk van de wijze waarop Zoetermeer zich ontwikkeld. Dat is in deze fase nog in belangrijke mate onzeker.

Woningvoorraad

+

Middel

De kwantitatieve bandbreedte is redelijk bekend. Daarin zit tevens een overprogrammering. Mate van onzekerheid vloeit voort uit de mate waarin gewenste diversiteit gerealiseerd wordt. Dit wordt echter geborgd in het ontwerp Volkshuisvestingprogramma.

Voorzieningenniveau

0/+

Klein

Dit is een opgave waar de gemeente zelfstandig op stuurt in omgevingsprogramma’s en wijkgerichte aanpakken

Leefbaarheid

0/+

Klein

Sociaaleconomische kracht van de stad

0/+

Klein

De effectscore is licht positief door verdichting in wijken waar de leefbaarheid minder scoort. Hoewel afhankelijk van de wijze waarop de ‘nieuwe’ wijken ingericht worden, is de kans op een positief effect groot.

Economie en Werkgelegenheid en werkgelegenheid werkloosheid

+

Groot

Dit aspect is in belangrijke mate afhankelijk van economische conjunctuur en daardoor per definitie onzeker

Vestigingsklimaat

0/+

Groot

Dit aspect hangt nauw samen met het punt in de regel hierboven

Werklocaties

0/+

Klein

De ruimte voor bedrijvigheid is beleidsmatig geborgd

Energieverbruik

0

Groot

Op basis van de RSZ zou verondersteld kunnen worden dat het energieverbruik daalt, maar dit positieve effect kan vanwege onzekerheid nog niet ingeboekt worden

Hernieuwbare energieopwekking

0

Groot

In de RSZ worden maatregelen nog vrijblijvend genoemd. Dit aspect wordt nog nader uitgewerkt in een programma

CO₂-emissies

0/+

Middel/groot

Beoordeling hangt sterk samen met de mobiliteitstransitie, en is daardoor sterk afhankelijk van de onzekerheden die onder ‘verkeer en vervoer’ benoemd zijn

Historisch kapitaal

Wonen en voorzieningen

Energie en grondstoffen

Pagina 9 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

Circulariteit

0/-

Groot

Binnen de bandbreedte van de RSZ kan de mate van circulariteit zich nog in alle richtingen ontwikkelen

Belangrijkste conclusies Het voorkeursalternatief is de Ontwerp Ruimtelijke Strategie Zoeteremeer en omvat het resultaat van de wisselwerking tussen OER en conceptversies van de RSZ. Het betreft dus geen keuze of voorkeur voor één van de drie onderzoeksalternatieven. Het voorkeursalternatief scoort licht positief tot positief. De locaties van de verdichtings-/transformatielocaties, de zware inzet op autoluw ontwikkelen langs de H-structuur in combinatie met verbeteringen in de milieukwaliteit in de bestaande stad vormen de primaire dragers van de positieve scores. In de Ruimtelijke Strategie blijven enkele thema’s onderbelicht. Dit zijn onder meer: De wijze waarop de ruimte in de ondergrond gemanaged wordt; De wijze waarop cultureel erfgoed een plaats krijgt in gebiedsontwikkelingen; De wijze waarop Zoetermeer inzet op het verminderen van het energie- en materialenverbruik; De wijze waarop het energiesysteem verduurzaamd wordt. In het licht van de Ruimtelijke Strategie als ontwikkeldocument is dat op zichzelf logisch: het gaat om een visie op de langetermijnontwikkeling van de stad, in zowel kwantitatieve als kwalitatieve zin. Voor het kwantiteitsgedeelte geldt de volgende aanbeveling: Het aantal woningen is zeer duidelijk kwantitatief gemaakt, net als (in mindere mate) het aandeel voorzieningen en werklocaties.

Voor de kwaliteitsonderdelen van de stad is echter gekozen om geen programmatische doelstellingen vast te leggen. Zo is de groenambitie slechts abstract geduid op kaart, en wordt voor het mobiliteitssysteem slechts vastgelegd dat gewerkt gaat worden met ‘mobiliteitsnormen’ in plaats van parkeernormen. Op zichzelf zijn dit uitgangspunten die potentie geven tot positieve effecten, maar het verdient vanuit milieuperspectief aanbeveling om deze ambities (groen, mobiliteit, milieukwaliteit) in deze fase al programmatisch naast de programmatische uitgangspunten voor de ontwikkelingen te zetten. Zo spelen deze onderdelen van het beoordelingskader ook in deze fase al een volwaardige rol. Binnen de bandbreedte van de huidige RSZ is het ook mogelijk dat de hoeveelheid verkeer zeer sterk toeneemt (als in het vervolg bijvoorbeeld gekozen wordt voor een hele ruime ‘mobiliteitsnorm’) terwijl het groen nauwelijks aan kwaliteit en omvang wint (als in het vervolg de onderkant van de zeer ruime ambitie opgezocht wordt). Bij de beoordeling en de scores hierboven valt op dat de nadruk ligt op de kansen die stedelijke vernieuwing biedt voor de leefbaarheid in de stad.

Veel hangt daarom af van de wijze waarop de gebieden ontwikkeld worden en de manier waarop de inwoners, ondernemers en werknemers in Zoetermeer geraakt worden, alsmede de wijze waarop bijvoorbeeld groen, biodiversiteit en erfgoed een plek krijgen in de ontwikkelingen. De RSZ geeft enkele voorbeelden voor de wijze waarop dit kan gebeuren, maar het is aan de ontwikkelingen zelf om deze ambities te concretiseren. De wijze waarop dit gebeurt, is zéér bepalend voor het uiteindelijke effect. Uit het MER voor het Entreegebied 1 blijkt bijvoorbeeld dat de ambities uit de RSZ niet autonoom gevolgd worden. Voor een gedeelte heeft de gebiedsontwikkeling van de Entree geleid tot bijstelling van de ambities in de RSZ, maar het MER biedt ook bewijs dat op concreet, lokaal niveau, de ambities uit de omgevingsvisie niet altijd positief vertaald worden. Dit vraag om monitoring van zowel de RSZ als geheel (met als onderzoeksvraag of de stad zich ontwikkelt in de in het OER bij de RSZ veronderstelde richting) als monitoring in de gebiedsontwikkelingen op de doelstellingen uit de RSZ. Alleen dan kan geborgd worden dat de situatie zich ontwikkeld als in dit OER RSZ verondersteld. Afronding en Integratie Het OER fungeert als input voor gebiedsontwikkelingen in Zoetermeer, die na het afronden van het OER worden gestart.

1

In Zoetermeer wordt, parallel met de RSZ, gewerkt aan onder meer het Entreegebied. Ook in dat vervolgproject is een mer-procedure doorlopen. De positie van dat MER is een uitwerking op dit OER. Dat wil zeggen: resultaten in die meronderzoeken kunnen door een concretisering van uitgangspunten, detaillering van onderzoeksresultaten of hanteren van een kleinere scope afwijken van de in dit OER (vanuit worstcaseperspectief) gepresenteerde risico’s. In het MER Entreegebied worden de risico’s uit dit OER uitdrukkelijk geadresseerd.

Pagina 10 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

Door deze integrale aanpak wordt geborgd dat de Ruimtelijke Strategie niet alleen ambitieus, maar ook realistisch en gedragen is, met oog voor de leefomgeving en de belangen van alle inwoners van Zoetermeer. Aanbevelingen Hieronder worden per thema uit het OER de belangrijkste inzichten en aanbevelingen beschreven. Aanbevelingen rondom het thema Verkeer en vervoer Overkoepelende inzichten en aandachtspunten • Ruime overcapaciteit van het huidige wegennet De Zoetermeerse infrastructuur biedt voldoende capaciteit om de verwachte groei van autoverkeer, fietsers en OV gebruikers op te vangen. Hier is zelfs ruimte om met afwaardering van enkele van de ontsluitingswegen te werken. Randvoorwaardelijk hiervoor is een integraal pakket. Dat wil zeggen dat slechts gedeeltelijke afwaardering leidt tot verschuivingen naar locaties waar toename van verkeer ongewenst is. Dit betekent het volgende: o o

o

Afwaardering van de H-structuur naar 50km/u kan alleen in combinatie met afwaardering van de wijkontsluitingswegen naar GOW30-wegen2. Dit is voorzien in de Ruimtelijke Strategie. Afwaardering dient overal in de stad (min of meer) gelijktijdig plaats te vinden. Bij een gedeeltelijke afwaardering gaat het verkeer zich direct over onwenselijke wegen verspreiden door de stad. Dit geldt specifiek voor een ‘gezamenlijke’ afwaardering van de hoofdwegen en wijkontsluitingswegen. Door in te zetten op groei, zonder toename van het autogebruik, is dit goed mogelijk. Door extra inzet op goede en aantrekkelijke alternatieven (lopen, fietsen, OV, deelmobiliteit) wordt dit gestimuleerd.

•

Autonome knelpunten op het hoofdwegennet Knelpunten op de A12 veroorzaken mogelijk extra belasting van het onderliggend wegennet tijdens piekuren. Afwaardering naar 80km/u, zoals voorzien in de Ruimtelijke Strategie levert een kleine bijdrage maar is geen oplossing voor het capaciteitsprobleem. Ook zullen er kleine verschuivingen naar het onderliggend wegennet optreden. o Afwaardering naar 80 km/u heeft wel een positief effect op de omliggende wijken ten aanzien van gezondheidsaspecten (fijnstof, geluid)

•

Beperkte meerwaarde van een westelijke ontsluiting A12 Een eventuele nieuwe westelijke ontsluiting op de A12 biedt vooral voordelen voor verkeer vanuit Leidschenveen en ontlast het westen van de stad enigszins. Tegelijkertijd trekt deze verbinding extra verkeer naar de Amerikaweg. De ruimtelijke impact (op landschap en natuur bijvoorbeeld) kan, afhankelijk van exacte ligging, wel fors zijn. Onder meer om deze redenen is een westelijke ontsluiting geen onderdeel geworden van de RSZ.

•

Sterke draagkracht van het mobiliteitssysteem De huidige modal split biedt voldoende draagkracht voor de Ruimtelijke Strategie. Verdichting nabij OV-knooppunten en het bieden van ruimte voor fietsverkeer versterkt de modal split richting deze vervoersmethoden. De grootste bijdrage zou geleverd kunnen worden door de toevoeging van een intercitystation. Deze is niet voorzien in de Ruimtelijke Strategie, maar uit het onderzoek blijkt wel dat deze een belangrijke bijdrage kan leveren aan verschuivingen van passagiers naar het OV. Deze resultaten volgen uit het verkeersmodel.

•

Toename van fietsgebruik Grootschalige woningbouw gaat gepaard met een aanzienlijke groei van fietsverkeer. Het fietsnetwerk

2

GOW staat voor ‘gebiedsontsluitingsweg’ en wijst op dimensionering als voorzien in de Handreiking van onafhankelijk kennisplatform CROW.

Pagina 11 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

kan deze toename aan, maar het is raadzaam om fietsinfrastructuur goed te integreren in gebiedsontwikkelingen. Dit stimuleert tegelijkertijd het gebruik van openbaar vervoer. Aanbevelingen rondom het thema Gezond milieu • Bescherming langs infrastructuur De gemeente voorziet vooral woningbouw in nieuwe hoogstedelijke milieus. Voorbij 2040 kijkt de gemeente ook naar verdere verstedelijking in de A12-zone. Terecht concludeert de gemeente dat het ondergronds brengen van auto (A12) en trein grote kansen biedt voor de stad. Het overkluizen van de A12 en het spoor is dan ook een belangrijk kantelpunt voor deze ontwikkeling: indien met een bovengrondse A12 en spoor grootschalig verdicht wordt, liggen risico’s voor geluidhinder en blootstelling aan veiligheidsrisico’s en luchtvervuiling op de loer. Dit is niet op deze wijze vastgelegd in de RSZ, maar wel onderzocht in het OER. •

Strategische locatie van woningbouw Het koppelen van woningbouwontwikkelingen aan OV-knooppunten of ringwegen biedt kansen om autoverkeer in woonwijken te beperken en de verkeersstromen efficiënt naar snelwegen te leiden. Dit uitgangspunt is verankerd in de Ruimtelijke Strategie, waarbij het stimuleren van nabijheid tot OV en het beperken van auto-afhankelijkheid prioriteit krijgen. Vanuit milieuperspectief verdient het aanbeveling om bij gebiedsontwikkelingen, zeker in hoogstedelijke milieus, over te gaan op een parkeerbeleid dat autogebruik ontmoedigt. De gemeente gaat dit doen door toe te werken naar ‘mobiliteitsnormen’. Wat dit betekent voor het autogebruik in de nieuw te creëren milieus, dient nog nader uitgewerkt te worden.

•

Behouden van functionele wijkontsluitingswegen Zoals onder het aspect mobiliteit is geconcludeerd, verdient het aanbeveling om de ruimte voor de hoofdstructuur van het wegennet te behouden. Eenzijdige afwaardering, of het ‘verkleuren’ van bestaande verkeersruimte (naar bijvoorbeeld wonen of openbare ruimte), vergroot de kansen op geluidhinder en verkeersonveiligheid.

•

Functiemenging en gezondheid Belangrijke pijler van het economisch beleid is het toestaan van gemengde woon-werkmilieus om de levendigheid te vergroten, en de bedrijvigheid met hogere milieucategorieën een plek geven op plekken waar deze vanuit milieutechnisch oogpunt (milieuzonering) gewenst of passend zijn. Zonering van milieubelastende activiteiten is de beste manier om negatieve effecten te voorkomen. Het uitgangspunt om menging toe te staan ‘waar mogelijk’ (zoals in de RSZ vastgelegd) dient nader uitgewerkt te worden. Zo is functiemenging op de kaart ook ingetekend in gebieden als Hoornerhage, waar in de huidige situatie bedrijven tot milieucategorie 3.2 toegestaan zijn. Menging van woningen met deze bedrijvigheid kan negatieve effecten veroorzaken. Functiemenging in deze gebieden leidt er bovendien toe dat woningen dichterbij nog zwaardere bedrijventerreinen als Rokkehage komen te liggen, waar bedrijven tot milieucategorie 4.1 toegestaan zijn (en op basis van de Ruimtelijke Strategie waarschijnlijk ook blijven). Kortweg dient het uitgangspunt ‘waar mogelijk’ nog nader uitgewerkt worden.

Aanbevelingen rondom het thema veiligheid • Voorkomen van woningbouw in risicogebieden De Ruimtelijke Strategie heeft aandacht voor de bronnen van omgevingsveiligheid en heeft actueel beleid om hier sturing aan te geven. Bij voldoen aan het beleid worden risico’s zo veel mogelijk voorkomen. Gebiedsontwikkelingen als het Entreegebied overlappen voor een klein gedeelte wel met aandachtsgebieden van bijvoorbeeld de A12. Dit is een aandachtspunt voor deze gebiedsontwikkeling. •

Verkeersveiligheid en sociale veiligheid De ingrepen in het mobiliteitssysteem verbeteren de verkeersveiligheid naar verwachting, o.a. door het terugbrengen van de maximumsnelheid in de hele stad. Dit vraagt wel aanverwante maatregelen (herinrichting, wegprofielen) op bijvoorbeeld wijkontsluitingswegen, om te voorkomen dat verkeer alsnog uitgenodigd wordt om te harder te rijden.

Pagina 12 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

Rondom het thema sociale veiligheid voorziet de Ruimtelijke Strategie in maatregelen rondom verlichting en levendigheid van routes, en daarnaast vergroot de inzet op meervoudig ruimtegebruik en functiemenging de levendigheid in wijken waar dat nu beperkt het geval is. Binnen de grenzen van wat in het ruimtelijk domein hieraan gedaan kan worden, voorziet de Ruimtelijke Strategie in beleid. Aanbevelingen rondom het thema Gezondheid •

Creëren van toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige groene ruimtes Bij stedelijke verdichting is het behoud van een gezonde leefomgeving essentieel. Toegankelijke parken en recreatieve voorzieningen van hoge kwaliteit dragen bij aan het welzijn van bewoners. Uit de analyse van de huidige staat van de leefomgeving blijkt dat de hittestress in elk geval in een aantal gebieden sterk aanwezig is en sterker wordt. De Ruimtelijke Strategie bevat een strijdigheid rondom de ruimte in de H-structuur: vanuit het groenbeleid wordt verondersteld dat wijziging van de verkeerssnelheden ruimte biedt voor groen en water, terwijl het mobiliteitsbeleid veronderstelt dat de bestaande ruimte met verkeerfunctie behouden blijft. Deze strijdigheid kan alleen voorkomen worden als de snelheidsverlaging leidt tot herverdeling van de verkeersruimte, waarbij herverdeling van de beschikbare ruimte (meer ruimte voor voetgangers en fietsers) gepaard kan gaan met ook schaduwrijke routes en inpassing van bomen in de nieuwe verdeling.

•

Gelijkmatige spreiding van groenvoorzieningen bij verdichting Bij concentratie van woningbouw en werkgebieden kan de druk op bestaande groene ruimtes toenemen, en kan de drukte in de bestaande groene ruimtes toenemen: immers wordt een grotere hoeveelheid bewoners afhankelijk van dezelfde hoeveelheid groene ruimte. Groen dient dus mee te groeien met het aantal inwoners. De groenambitie is voornamelijk gericht op het vergroten van een aaneengesloten groengebied dat ontsloten wordt voor een toenemend aantal inwoners. Hoewel de druk door de groei van het aantal inwoners toe kan nemen, komt het groen (nog meer dan nu) in de nabijheid van de wijken.

Aanbevelingen rondom het thema Klimaatadaptatie Groene wiggen en regionale groenparken spelen een cruciale rol in het tegengaan van hittestress. In de Ruimtelijke Strategie is opgenomen dat gebieden met een acute hittestress vergroend gaan worden. De volgende aandachtspunten gelden vanuit milieuperspectief. •

Water en bodem sturend De Ruimtelijke Strategie legt vast dat water en bodem nadrukkelijker dan nu meegenomen dienen te worden bij gebiedsontwikkelingen. De hele stad ligt beneden NAP, dus op gemeentelijk schaalniveau is vanuit het perspectief van hoogteligging geen wezenlijk onderscheid te maken tussen verdichtingslocaties. Wel legt de gemeente vast locaties op hun klimaatadaptieve kenmerken (o.a. waterberging) te beoordelen. Oplossingen hiervoor dienen voornamelijk technisch gevonden te worden. Ten aanzien van hittestress is het volgende uitgangspunt mogelijk te weinig ambitieus: “Om koelte de stad in te krijgen, houden we bestaande grote groene ruimtes (groene wiggen) in stand om te zorgen voor verbinding tussen het groen, water en biodiversiteit in en om de stad. (pagina 37 ontwerpRS)”. Daarnaast wordt ingezet op groen om de hoek en het beter benutten van bestaande parken en de groennorm 3-30-300. Met de groeiambities schuilt het gevaar dat hier onvoldoende ruimte voor is. De vraag is of behoud van groene ruimten voldoende is om de groeiambitie rondom koelte in combinatie met grootschalige verdichting te accommoderen.

•

Beperken van verharding in stedelijke gebieden Een evenwichtige verdeling van verhardingen voorkomt dat natuurlijke waterinfiltratie wordt belemmerd. Dit principe is uitgewerkt in de strategieën van het rapport WaterBodemBiodiversiteit. Hierin is o.a. opgenomen dat toekomstige woongebieden ook daadwerkelijk toekomstbestendig gebouwd worden. Dit heeft positieve effecten op het gebied van klimaatadaptatie. De wijze waarop dit aspect een plek krijgt in ontwikkelingen, is nog niet geduid in de RSZ. Binnen de bandbreedte van de RSZ is het daardoor ook mogelijk dat de waterbergingscapaciteit van de stad als geheel afneemt,

Pagina 13 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

bijvoorbeeld doordat gebiedsontwikkelingen gebruik maken van het bergingsoverschot dat de gemeente nu heeft. Aanbevelingen rondom het thema natuur De Ruimtelijke Strategie beschrijft de natuurambitie in samenhang met de groene en blauwe ambities. Eén van de strategische keuzes is de zorg voor een klimaatbestendige en natuurinclusieve stad. • Een robuust groen-blauw netwerk De Ruimtelijke Strategie heeft voornamelijk een groenambitie die gericht is op gezondheid en het bieden van verkoeling etc. Deze uitgangspunten hebben een positief natuureffect. Het verdient echter aanbeveling om het belang van biodiversiteit nadrukkelijker aan de orde te stellen in de Ruimtelijke Strategie. Dat gaat verder dan veronderstellen dat ‘biodiversiteit sturend is’ voor ruimtelijke ontwikkelingen en dat ‘mens en dier integraal meegenomen worden’. De strategische keuze beschrijft wel dat klimaatadaptief bouwen als uitgangspunt wordt meegenomen, maar natuurinclusief bouwen wordt niet uitdrukkelijk vastgelegd. Om recht te doen aan de strategische ambities zou de natuurambitie concreter uitgewerkt kunnen worden. Aanbevelingen rondom het thema Historisch kapitaal Eén van de strategische keuzes is het versterken van de ruimtelijke identiteit van New Town Zoetermeer.

Passend hierbij heeft de gemeente gekozen voor een aanpak die experiment mogelijk maakt, maar wel recht doet aan de hoofdlijn van de historische ruimtelijke structuren van de stad. De precieze wijze waarop het uitgangspunt van “herbestemming en/of inpassing in nieuwe ontwikkeling, voordat overgegaan wordt tot sloop” zich verhoudt tot het creëren van nieuw hoogstedelijke milieus wordt niet duidelijk uit de Ruimtelijke Strategie, terwijl er mogelijk wel frictie ontstaat bij grote groeiopgaven in gebieden waar nu typerende architectuur aanwezig is. In de RSZ zou concreter kader geboden kunnen worden, bijvoorbeeld aan de proceskwaliteit (betrokkenheid van de commissie ruimtelijke kwaliteit bijvoorbeeld) van gebiedsontwikkelingen. Betrek hierbij de aanbevelingen uit het Post-45-project binnen de gemeente. Aanbevelingen rondom het thema wonen en voorzieningen In de Ruimtelijke Strategie heeft de gemeente Zoetermeer richting gegeven aan de verdere groei van de stad, waarbij tegelijkertijd ruimte is geboden aan behoud (en versterking) van de kernkwaliteiten van de stad. De uitgangspunten ‘binnen de bestaande stad’ doen recht aan de opgaven die de gemeente, naast groei, ook heeft. Het OER concludeert voornamelijk, in lijn met bovenstaande alinea, dat de gemeente op het gebied van wonen en voorzieningen een wezenlijke bijdrage levert aan de regionale vraag.

Dit doet ze onder meer door een groeiambitie van 10.000 tot 16.000 woningen tot 2040 vast te leggen in de Ruimtelijke Strategie. Op basis van de conclusie dat groei (gericht) een plek geven ook een verantwoordelijkheid is, scoort dit aspect in het OER positief. Aanbevelingen rondom het thema Economie en werkgelegenheid Voor de economische ontwikkeling van de stad geldt een vergelijkbare redeneerlijn als voor het aspect wonen. De combinatie van ruimtedruk in de huidige situatie, groeiambities van de stad en benodigde zonering van zwaardere bedrijvigheid is een lastige puzzel voor de gemeente. • Transformatie versus behoud De gemeente heeft een aantal werkgebieden aangewezen die (op termijn) verkleuren naar gemengde woon-werkgebieden. In combinatie hiermee dienen de nu aanwezige bedrijven met een te hoge milieucategorie uitgeplaatst te worden naar de bedrijventerreinen waar dit mogelijk is (Rokkehage, Zoeterhage, Lansinghage en Oosterhage). Het verdient aanbeveling om op deze bedrijventerreinen de locaties waar nu milieucategorie 2 is toegestaan, hogere milieucategorieën toe te staan. Op Rokkehage en Lansinghage is op het gros van het bedrijventerrein milieucategorie 3.1 of 3.2 toegestaan en op enkele plekken 4.1 of 2. Verplaatsingen vanuit andere bedrijventerreinen vragen in elk geval om milieucategorie 3.1, maar mogelijk hoger.

Dit roept overigens ook de vraag op of, gelet op de bestaande ruimtedruk op deze terreinen, verplaatsingen überhaupt mogelijk zijn. Maak deze knelpunten, en dan vooral de ruimtevraag van bestaande bedrijven op Hoornerhage, inzichtelijk bij het toestaan van functiemenging. Indien er geen ruimte is voor verplaatsing naar elders, staat de ambitie van functiemenging onder druk.

Pagina 14 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

Aanbevelingen rondom het thema energie en grondstoffen • Ontwikkel circulair beleid Het woord ‘circulariteit’ komt in de Ruimtelijke Strategie slechts één keer (terloops) aan de orde. Gelet op de Rijksambities rondom dit onderwerp verdient het aanbeveling om in de Ruimtelijke Strategie in elk geval richting te geven aan de wijze waarop de gemeente zich tot deze ambitie wil verhouden. •

Bied ruimte aan de energietransitie De gemeente Zoetermeer heeft al een relatief (gerelateerd aan andere gemeenten) concreet kader voor de energietransitie, met o.a. locaties voor de hoog- en middenspanningstations die nodig zijn. De risico’s voor de energietransitie zitten voornamelijk in de groeiambities van de gemeente. Onduidelijk is of de in de Regionale Energie Strategie gemaakte afspraken en de nu voorziene energievoorzieningen voldoende zijn om de elektriciteitsvraag vanuit de grootschalige ontwikkelingen in de stad (en dan meest nadrukkelijk de voorzieningen en de herverdeling van de bedrijventerreinen) te accommoderen.

•

Energieverbruik De RSZ voorziet nog niet in strategieën die aanleiding geven tot een reductie van het energieverbruik. Vanuit het OER wordt aanbevolen om o.a. de mogelijkheden van warmtenetten, energiebesparing door particulieren en een hogere ambitie t.a.v. duurzame energieopwekking of opslag verder te verkennen.

Pagina 15 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

1.

Inleiding

1.1

De Omgevingsvisie van Zoetermeer 2040 In 2022 is de Visie Zoetermeer 2040 vastgesteld. De Visie Zoetermeer 2040 is een langetermijnvisie voor de stad, gericht op de komende twintig jaar. Het omvat sociale, economische en ruimtelijke ontwikkelingen en streeft naar een sterkere stad in balans. De visie is ter inzage gelegd bij inwoners, organisaties en experts. Naar aanleiding hiervan zijn er enkele aanpassingen gedaan, vooral gericht op specifieke aandachtspunten zoals klimaatadaptatie en cultureel erfgoed. Momenteel wordt gewerkt aan het opstellen van de Ruimtelijke Strategie Zoetermeer. De Ruimtelijke Strategie beschrijft hoe we de ambities uit de Visie Zoetermeer 2040 ruimtelijk vertalen en welke ruimtelijke keuzes we maken om ervoor te zorgen dat Zoetermeer ook op langere termijn een prettige stad blijft, waar iedereen fijn kan wonen, werken en recreëren. Deze Ruimtelijke Strategie bevat concrete keuzes en richtlijnen voor toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen in de stad. De visie voor 2040 en de Ruimtelijke Strategie vormen gezamenlijk de uiteindelijke Omgevingsvisie. Hierin worden cruciale keuzes vastgelegd die van belang zijn voor activiteiten die onder de mer-verplichting vallen, zoals stedelijke ontwikkelings- en landinrichtingsprojecten. Dit betekent dat de Ruimtelijke Strategie plan-mer-plichtig is.

De centrale vraag van de Omgevingsvisie is wat voor stad Zoetermeer is in 2040. De acht speerpunten die daarin centraal staan zijn: • • • • • • • •

Groen, blauw en biodiversiteit Wonen Economie Mobiliteit Voorzieningen Energie Sociale en gezonde stad Ondergrond

Figuur 1.1 : Weergave kaart Zoetermeer met 8 speerpunten (Gemeente Zoetermeer)

Pagina 16 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

1.2

Een OmgevingsEffectRapport voor Zoetermeer

1.2.1

Wat is een OmgevingsEffectRapport (OER)? In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met een mogelijk grote impact op de ‘fysieke leefomgeving’ een milieueffectrapport (MER1) op te stellen. Dit geldt ook voor de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Waar een MER vroeger alleen milieueffecten behandelde, gaat het tegenwoordig ook over thema’s als mobiliteit, gezondheid, ruimtelijke kwaliteit, energie en circulair bouwen. Dit past ook bij de Omgevingswet die sinds 1 januari 2024 van kracht is. De Omgevingsvisie van Zoetermeer gaat hierin nog een stap verder en kijkt in brede zin naar de fysieke leefomgeving. De term milieueffectrapportage dekt de lading dus niet helemaal. Daarom is gekozen voor een naam die recht doet aan de brede scope: een OmgevingsEffectRapport (OER). Vanuit juridisch oogpunt gelden uiteraard nog wel gewoon de verplichtingen die er zijn voor een mer qua inhoud en procedure. Formeel (juridisch) is dit OER een plan-MER en volgt het deze procedure

1.2.2

Welke rol speelt het OER In het OER is de impact van de plannen uit de Omgevingsvisie 2040 op de leefomgeving beoordeeld. Door voorafgaand aan het maken van de definitieve keuzes de effecten op de leefomgeving in beeld te brengen, kan dit ook daadwerkelijk meegewogen worden in de besluitvorming. De beoordeling van de effecten op de leefomgeving is dan niet een toets achteraf, maar vormt een bepalend onderdeel bij het opstellen van de Omgevingsvisie. De rol die het OER speelt is in de volgende afbeelding uiteengezet:

Figuur 1.2: Weergave relatie OER-traject tot de Omgevingsvisie

1.2.3

Procedurestappen en inbreng van zienswijzen Bij het opstellen van het OER hoort een officiële procedure: de mer-procedure (figuur 1.3). De eerste twee stappen hebben al plaatsgevonden. In de nota van antwoord vindt u meer informatie wat gedaan is met de ingediende zienswijzen en het advies van de Commissie mer

figuur 1.3: Mer-procedure behorend bij dit OER

Pagina 17 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

Na terinzagelegging van de NRD is gestart met het opstellen van dit OER. Als het OER en de ontwerpOmgevingsvisie af zijn, worden deze door het College van B&W van Zoetermeer vrijgegeven voor terinzagelegging. Hierop kan iedereen een zienswijzen indienen. Ook wordt het OER aan de Commissie voor de milieueffectrapportage voorgelegd. Deze Commissie geeft een onafhankelijk toetsingsadvies over het OER. Vervolgens zal de Omgevingsvisie samen met het OER via het College van B&W door de gemeenteraad van Zoetermeer vastgelegd worden. Er is geen mogelijkheid tot beroep op dit OER en de Omgevingsvisie.

1.3

Omgang met zienswijzen en advies van de Commissie mer op de NRD De NRD Zoetermeer heeft vanaf vrijdag 6 september 2024 zes weken ter inzage gelegen. Hierop zijn enkele zienswijzen ingediend. Een deel van de zienswijzen vraagt vooral om inhoudelijke behandeling van een onderwerp in de Ruimtelijke Strategie zelf, en niet direct een aanpassing van de beoordelingen van de alternatieven in het OER. Deze zienswijzen hebben dan ook niet geleid tot een inhoudelijke verandering in het OER. Ook richt een aantal zienswijzen zich op onderwerpen of aspecten die bij de uitvoering van de Ruimtelijke Strategie aan de orde zullen komen. De beantwoording en toezeggingen van de zienswijzen die zijn verwerkt in het OER worden hieronder kort benoemd. •

•

• • • • • • • • • • •

Hoofdinfrastructuur: De bestaande hoofdinfrastructuur van indiener wordt gerespecteerd en is geborgd in het OmgevingsPlan. Toekomstige netuitbreidingen en ruimtevraag worden meegenomen in de Ruimtelijke Strategie. Hoogspanningsinfrastructuur: Belang van goede inpassing wordt erkend. In het OmgevingsEffectRapport (OER) worden de interacties tussen alternatieven en hoogspanningsverbindingen beoordeeld onder het thema “energie & grondstoffen”. Regie: Stappen worden geformuleerd voor betere regie op de ondergrond, in samenwerking met stakeholders. Staalkaart: Het belang van de Staalkaart wordt erkend en zal verder uitgewerkt worden in het OmgevingsPlan. Cultureel erfgoed: Toetsing van cultureel erfgoed wordt in het OER meegenomen. Dit gebeurt op globaal niveau, gericht op de Ruimtelijke Strategie en de stad als geheel. Constructieve samenwerking: De gemeente waardeert de samenwerking met indieners en ziet hun inbreng als waardevolle input voor het proces. Validatie en toetsing: Validatie van effectbeoordelingen gebeurt via toetsing door de Commissie mer en inzage door ketenpartners in Q2 2025, in plaats van externe validatie. Externe veiligheid: Aandachtspunten voor omgevingsveiligheid worden op abstract niveau opgenomen in het OmgevingsEffectRapport (OER) en uitgewerkt in latere plan- of vergunningniveaus.

Water en bodem: De gemeente betrekt water, bodem en biodiversiteit in de Ruimtelijke Strategie, inclusief klimaatadaptieve maatregelen, met een langetermijnperspectief tot 2100. Groenblauwe structuren: Er wordt aandacht besteed aan de verbinding tussen stedelijke en regionale groenblauwe structuren in de Ruimtelijke Strategie. Energie-infrastructuur: Het belang van vroegtijdige betrokkenheid van netwerkbeheerders wordt erkend en geïntegreerd in planvorming. Verkeerseffecten: Verkeersberekeningen worden opgenomen in het OER om infrastructuur en benodigde maatregelen te evalueren. Regionale samenhang: De Ruimtelijke Strategie houdt rekening met effecten en samenhang op regionaal niveau, zowel voor groenstructuren als voor infrastructuur

Pagina 18 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

2.

Opgaven en vraagstukken voor Zoetermeer

2.1

Ontwikkeling Zoetermeer

2.1.1

Wat voor stad wil Zoetermeer in 2040 zijn: acht speerpunten Wat voor stad wil Zoetermeer in 2040 zijn? Dat is de kernvraag van de Omgevingsvisie. De gemeente heeft hiervoor acht belangrijke onderwerpen benoemd: • • • • • • • •

Groen, blauw en biodiversiteit Wonen Economie Mobiliteit Voorzieningen Energie Sociale en gezonde stad Ondergrond

Figuur 2.1: Weergave kaart Zoetermeer met 8 speerpunten (Gemeente Zoetermeer)

Pagina 19 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

2.1.2

De acht speerpunten nader toegelicht Groen, blauw en biodiversiteit De gemeente Zoetermeer zet in op het versterken van de biodiversiteit en het groenblauwe netwerk. Groene gebieden, parken en waterlopen spelen een belangrijke rol in de klimaatadaptatie en leefbaarheid. Tot 2040 wil de gemeente meer natuurvriendelijke zones ontwikkelen, met ruimte voor waterberging en ecologische verbindingen. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving en verhoogt de veerkracht tegen hitte, droogte en overstromingen. Wonen Zoetermeer streeft ernaar voldoende betaalbare en duurzame woningen te bieden voor haar groeiende bevolking. Tot 2040 wil de gemeente verschillende woonvormen ontwikkelen, met een focus op verduurzaming en energie-efficiëntie. Er wordt aandacht besteed aan zowel nieuwbouw als de renovatie van bestaande wijken, met oog voor de behoeften van jonge gezinnen, ouderen en starters. Economie Zoetermeer wil in 2040 een bloeiende lokale economie hebben met ruimte voor innovatie en ondernemerschap. Door het aantrekken van nieuwe bedrijven en het ondersteunen van startups en MKB, creëert de gemeente werkgelegenheid en economische veerkracht. Duurzame bedrijventerreinen en slimme technologieën spelen een belangrijke rol in deze transitie naar een toekomstbestendige economie.

Mobiliteit De gemeente Zoetermeer richt zich op slimme, duurzame mobiliteitsoplossingen om de stad bereikbaar en leefbaar te houden. Tot 2040 worden investeringen gedaan in elektrisch vervoer, fietsinfrastructuur en het openbaar vervoer. Het stimuleren van deelmobiliteit en het verminderen van autogebruik moeten zorgen voor minder verkeersdrukte en uitstoot, waardoor de stad groener en veiliger wordt. Voorzieningen Zoetermeer wil een toekomstgerichte stad zijn met voorzieningen die aansluiten bij de behoeften van haar inwoners. Tot 2040 wil de gemeente multifunctionele publieke ruimtes en wijkcentra ontwikkelen waar ontmoeting, cultuur en sport centraal staan. Het verbeteren van de toegankelijkheid van deze voorzieningen speelt een belangrijke rol in het creëren van een inclusieve samenleving. Energie De transitie naar duurzame energie is een prioriteit voor Zoetermeer. In 2040 moet de stad energie neutraler zijn, met een focus op hernieuwbare bronnen zoals zon, wind en aardwarmte. De gemeente stimuleert energiebesparing en de ontwikkeling van collectieve energieoplossingen zoals warmtenetten en zonneparken. Dit vereist samenwerking tussen bewoners, bedrijven en de gemeente. Sociale en gezonde stad Zoetermeer zet in op het bevorderen van een gezonde leefstijl en sociale cohesie.

Tot 2040 worden initiatieven ontwikkeld om de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners te verbeteren. Dit gebeurt door het creëren van voldoende sportfaciliteiten, veilige openbare ruimtes en groene gebieden. Sociale inclusie wordt versterkt door wijkgerichte aanpakken en het stimuleren gemeenschappelijke projecten en ontwikkelingen. Ondergrond De ondergrond wordt steeds belangrijker in de toekomst van Zoetermeer, vooral voor klimaatadaptatie, energieopslag en duurzame waterafvoer. Tot 2040 wil de gemeente de ondergrond optimaal benutten door

Pagina 20 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

slimme oplossingen te implementeren, zoals de aanleg van waterbergingen en ondergrondse infrastructuren voor energieopslag. Hiermee wordt de stad voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering, zonder de kwaliteit van de ondergrond uit het oog te verliezen.

2.2

Opgaven Zoetermeer De koers voor Zoetermeer is helder: De dalende trend van de huidige ontwikkelingen stoppen en ombuigen naar een positieve richting. Dit vereist een nieuwe strategie waarin de sociale, fysieke en economische uitdagingen en kansen in samenhang worden aangepakt. De richting voor Zoetermeer wordt verder uitgewerkt aan de hand van zes speerpunten. Deze vormen gezamenlijk het gewenste toekomstbeeld voor Zoetermeer in 2040. In samenhang geven zij weer hoe de stedelijke dynamiek van Zoetermeer in een positieve richting is bijgestuurd. Elk speerpunt is hierbij van gelijke waarde. Net zoals de verschillende ontwikkelingen elkaar beïnvloeden, werken ook de hoofdlijnen op elkaar in en staan ze in relatie tot de eerder benoemde acht speerpunten voor de gemeente Zoetermeer. Het zijn de volgende hoofdlijnen: 1.

Zoetermeer is mijn thuis In 2040 is Zoetermeer een stad in balans, waar iedereen zich welkom en thuis voelt. De diverse bevolking, met verschillende leefstijlen, vormt een levendige en inclusieve samenleving. Nieuwe groepen zoals vernieuwers, aanpakkers, kenniswerkers en creatievelingen hebben hun plek gevonden in de stad, en inwoners zijn sterk betrokken bij hun leefomgeving en gemeenschap. De mix van doelgroepen en leefstijlen versterkt de stad en draagt bij aan een hechte gemeenschap en is de basis van een gezonde en sociale stad. Zoetermeer biedt in 2040 meer diversiteit in nieuwkomers en woonmogelijkheden, wat zorgt voor een sterkere binding aan de stad. Grote stappen zijn gezet om een tolerante samenleving te creëren, discriminatie te verminderen en uitsluiting van gehandicapten tegen te gaan. Het motto is: Zoetermeer is een thuis waar respect, begrip, en zorg voor elkaar centraal staan.

2.

Duurzame stad in en tussen de parken In 2040 onderscheidt Zoetermeer zich als een groene, suburbane stad met een netwerk van groenzones, parken en water, die naadloos aansluiten op de omliggende natuurgebieden. Dit groene karakter vormt de kern van Zoetermeers identiteit en is verbonden aan de speerpunten groen, blauw en biodiversiteit. Wonen, werken en leven spelen zich letterlijk af in en tussen de parken. De natuurlijke omgeving nodigt uit tot bewegen, recreatie, ontmoetingen en initiatieven vanuit de gemeenschap, zoals cultuur, sport, evenementen en stadslandbouw. De groene kracht van de stad is in 2040 verder verrijkt, versterkt en tot leven gebracht.

Pagina 21 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

3.

Palet van wijken en buurten In 2040 heeft elke wijk in Zoetermeer zijn eigen unieke karakter, gevormd door de inwoners, ondernemers en organisaties die samen het verhaal van de buurt schrijven. Zoetermeer is een stad van diverse gemeenschappen zonder ongewenste sociaaleconomische verschillen. De wijken hebben zich op natuurlijke wijze ontwikkeld, waarbij de geschiedenis, de mix van bewoners en de verscheidenheid aan initiatieven en voorzieningen voor hun eigen identiteit zorgen. Zo zijn alle buurten in 2040 op hun eigen manier aangename plekken om te wonen, werken en leven. Deze hoofdlijn past goed bij de speerpunten gezonde en sociale stad en wonen.

4.

Doorlopende ontplooiingskansen voor iedereen In 2040 heeft elke Zoetermeerder, ongeacht achtergrond of afkomst, de kans om zich verder te ontwikkelen en stappen te zetten op de sociaaleconomische ladder. Het blijven ontwikkelen en zich aanpassen aan veranderingen op de arbeidsmarkt is voor de inwoners van Zoetermeer net zo vanzelfsprekend als een goede basis leggen in de jeugd en is een belangrijk onderdeel van economie en het verzorgen van voorzieningen. Zoetermeerders zijn flexibel en in staat mee te bewegen met de dynamiek van de samenleving.

5.

Stad van toegepaste innovatie In 2040 staat Zoetermeer bekend als een stad van toegepaste innovaties, voortbouwend op haar oorspronkelijke karakter. De stad, economie en haar samenleving zijn niet gebonden aan oude tradities en staan open voor nieuwe inzichten en mogelijkheden. Zoetermeer onderzoekt voortdurend hoe stedelijke uitdagingen beter kunnen worden aangepakt met vooruitgang en innovatie. Gelegen tussen universiteitssteden zoals Rotterdam, Delft, Den Haag en Leiden, fungeert Zoetermeer als de plek waar theoretische kennis en wetenschappelijke ontwikkelingen in de praktijk worden gebracht.

6.

Zoetermeer regiostad In 2040 profiteert Zoetermeer van de regio en vice versa, op gebieden zoals wonen, economie, cultuur, natuur en bereikbaarheid (mobiliteit). Het leven beperkt zich niet tot gemeentegrenzen; mensen gebruiken een breder gebied om te wonen, werken en leven. Zoetermeer hoeft niet alles zelf te bieden, zolang het goed verbonden is met omliggende steden. De stad blinkt uit op sommige terreinen, zoals evenementen, groene gebieden en suburbane stedelijkheid, waar andere steden van profiteren, terwijl Zoetermeer zelf gebruikmaakt van wat omliggende steden te bieden hebben. Door samenwerking en sterke verbindingen is Zoetermeer een aantrekkelijke, zelfbewuste en vernieuwende partner in de regio.

Pagina 22 van 246

Ruimtelijke Strategie Zoetermeer Omgevingseffectrapportage (OER) projectnummer 0490193.100 13 augustus 2025 Gemeente Zoetermeer

3.

Methodologie van dit OER

3.1

Hoofdvragen van het OER In dit OER zijn vier vragen voor de fysieke leefomgeving van Zoetermeer en omgeving in beeld gebracht en beoordeeld 1. Wat is de ‘Staat van de fysieke leefomgeving’ (kwaliteiten, belemmeringen en aandachtspunten) in de huidige kwaliteit in Zoetermeer? 2. Wat is de ‘Staat van de fysieke leefomgeving’ in 2050 zonder realisatie van de plannen uit de Omgevingsvisie (de zogenaamde referentiesituatie)? 3. Wat zijn de effecten op de fysieke leefomgeving in 2050 van de drie onderzoeksalternatieven? 4. Wat zijn de effecten van het Voorkeursalternatief uit de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in 2050? Hierbij is ook aandacht voor de regionale effecten.

Zoetermeer 2024

Zoetermeer 2050

Beoordeling Huidige situatie

Beoordeling referentiesituatie

Zoetermeer 2050 Beoordeling Omgevingsvisie

Onderzoeksalternatieven

Voorgenomen beleid Regionale effecten

Figuur 3.1 : Te onderzoeken effecten voor de fysieke leefomgeving in dit OER

Om deze vragen te kunnen beantwoorden is een ‘beoordelingskader’ nodig. In de NRD is dit beoordelingskader al opgenomen. Dit beoordelingskader is in dit OER nader geconcretiseerd op het niveau dat er voor elk aspect een streefwaarde en een gewenste beweging opgenomen is. Dit stelt de opstellers van het OER in staat om zowel een objectieve beoordeling van het effect, als een beoordeling van het doelbereik te maken. De effecten van de fysieke leefomgeving nu (2024) en in de referentiesituatie (2050) zijn in beeld gebracht in het hoofdstuk vier ‘De Leefomgevingsfoto van Zoetermeer’. De effecten van de Omgevingsvisie staan in hoofdstuk vijf ‘Onderzoeksalternatieven’ en zes ‘Voorkeursalternatief’. In deze hoofdstukken is ook specifiek aandacht voor de regionale effecten.

3.2

Nadere detaillering van het beoordelingskader Het beoordelingskader dat in de NRD is opgenomen is volledig overeind gehouden in het OER. Om ook een uitspraak te kunnen doen over doelbereik, is echter ook een ambitie per onderdeel van het beoordelingskader

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=ef3e9529-6dcf-4637-912c-fa550614109c