Bijlage 3 - Bestemmingsplan planregels
Tekst van het document
Cadenza 2
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk1
Inleidende regels
4
Artikel 1
Begrippen
4
Artikel 2
Wijze van meten
9
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
10
Artikel 3
Gemengd
10
Hoofdstuk3
Algemene regels
13
Artikel 4
Anti-dubbeltelregel
13
Artikel 5
Algemene afwijkingsregels
14
Artikel 6
Overige regels
15
Hoofdstuk4
Overgangs- en slotregels
16
Artikel 7
Overgangsrecht bouwwerken
16
Artikel 8
Overgangsrecht gebruik
17
Artikel 9
Slotregel
18
Cadenza 2 versie vastgesteld
2/19
Regels
Cadenza 2 versie vastgesteld
3/19
Hoofdstuk 1 Artikel 1
1.1
Inleidende regels
Begrippen
aanbouw
een gebouw(deel) dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw(deel) onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.2
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.3
aan huis verbonden beroep of bedrijf
een beroep of het bedrijfsmatig verlenen van diensten tot en met milieucategorie 1 van de staat van bedrijfsactiviteiten voor zover deze betrekking hebben op: administratief , juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch en zorggebied (waaronder gastouderschap tot zes kinderen) of hiermee gelijk te stellen gebied; het houden van een webshop of een bed en breakfast; ambachtelijk bedrijf, waarbij geldt dat deze activiteiten door hun beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend, met uitzondering van groepspraktijken, detailhandel en horeca. 1.4
balkon
een open uitbouw aan een woning, welke geheel of gedeeltelijk uitsteekt uit het hoofdgebouw. 1.5
ambachtelijk bedrijf
een bedrijf waarin, geheel of overwegend, door middel van handwerk goederen worden vervaardigd, bewerkt, hersteld en/of geïnstalleerd, waaronder mede worden begrepen het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die verband houden met het ambacht, zoals een fietsenmaker, kledingreparatiebedrijf, lijstenmakerij, naai-atelier, sleutelmakerij, schoenreparatiebedrijf en klompenmakerij. 1.6
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7
begane grond
bouwlaag, waarvan de vloer op gelijke of bij benadering gelijke hoogte ligt als peil. 1.8
bestaand
bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende regel. 1.9
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
Cadenza 2 versie vastgesteld
4/19
1.10
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.11
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12
bed en breakfast
een aan huis verbonden beroep of bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van nachtverblijf van maximaal vier slaapplaatsen en waarbij het verstrekken van consumpties ondergeschikt is. 1.13
bedrijfsvloeroppervlakte (bvo)
de totale (bruto) vloeroppervlakte van de ruimten die worden gebruikt voor een (aan huis verbonden) beroep of bedrijf, winkel of dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten, kantine, toiletruimten, lift- en trappenhuizen en dergelijke. 1.14
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.15
bijgebouw
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.16
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.17
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.18
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.20
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Cadenza 2 versie vastgesteld
5/19
1.21
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.22
consumentenvuurwerk
vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik. 1.23
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.24
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reisbureaus, kapsalons, banken, belwinkels en internetcafés, zulks met uitzondering van horeca. 1.25
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26
geometrische plaatsbepaling
locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem. 1.27
gestapelde woningen
een woning, deel uitmakend van één gebouw waarin meerdere woningen, boven en/of naast elkaar zijn ondergebracht. 1.28
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.29
horeca
het bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken, bereiden voor directe consumptie van voedsel en/of dranken, exploiteren van zaalaccomodatie en het bieden van logies. 1.30
kantoor
een ruimte die door haar indeling en inrichting is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden met geen of slechts een ondergeschikte baliefunctie. Ondergeschikte cursusvoorzieningen en congres- en vergaderaccommodaties behoren hier ook toe. 1.31
kunstwerk
een bouwwerk geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, dam, duiker, tunnel, sluis, via- of aquaduct, voorziening ter voorkoming of beperking van vervuiling van de waterhuishouding, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.
Cadenza 2 versie vastgesteld
6/19
1.32
leisure
commerciële vrijetijdsvoorzieningen, zoals een kinderspeelparadijs, bowlingbaan, speelautomatenhal, etc., met uitzondering van zelfstandige horecavoorzieningen en detailhandelsvoorzieningen. 1.33
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, sociale, medische en levensbeschouwelijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld ziekenhuizen, zorginstellingen, jeugdopvang, verenigingsleven, begraafplaatsen alsmede ondergeschikte vormen van niet-zelfstandige detailhandel en/of niet-zelfstandige horeca ten dienste van de gebruikers van deze voorzieningen. 1.34
nutsvoorziening
voorziening voor elektriciteit, gas, water, energie, telecommunicatie, (gescheiden) inzameling van (huishoudelijke) afvalstoffen, opslag en transport van afvalwater, openbare veiligheid, volksgezondheid en een daarmee gelijk te stellen voorziening van algemeen nut. 1.35
onderbouw of souterrain
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 m boven peil is gelegen. 1.36
ondergeschikte horeca
een niet-zelfstandige horecafunctie, welke functioneel en ruimtelijk ondergeschikt is aan en ten dienste staat van de hoofdfunctie/hoofdbestemming op een perceel. Dit betekent dat de openingstijden van de activiteit is aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit en de toegang van het horecagedeelte is uitsluitend te bereiken via de toegang van de hoofdfunctie, dus geen aparte ingang; 1.37
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.38
ontsluitingsweg
een weg, pad of doorgang die toegang verschaft tot een perceel. 1.39
onderdoorgang
Een op de plankaart aangegeven gebied waar, binnen het bouwvlak een doorgang mogelijk moet zijn waarboven bebouwing mag worden opgericht. 1.40
parkeergelegenheid
ruimte voor het stallen van auto's, fietsen en andere (motor)voertuigen. 1.41
peil
a. voor een gebouw op een perceel, waarvan de hoofdtoegang tot het perceel onmiddellijk grenst aan een weg, langzaam verkeersroute of voetpad: de hoogte van die weg, langzaam verkeersroute of voetpad ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk dat in of op het water wordt gebouwd: het gemiddeld waterpeil ter plaatse van het bouwwerk; c. in overige gevallen:
Cadenza 2 versie vastgesteld
7/19
de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse. 1.42
plan
Het plan "Cadenza 2" met identificatienummer NL.IMRO.0637.BP00095-0003 van de gemeente Zoetermeer. 1.43
uitbouw
een gebouw(deel) dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw en dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.44
voorgevelrooilijn
de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, die, zoveel mogelijk aansluit bij de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing langs die weg. Een hoekwoning heeft slechts 1 voorgevelrooilijn. 1.45
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Cadenza 2 versie vastgesteld
8/19
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels worden de maten van bouwwerken als volgt gemeten: 2.1
bouwhoogte
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2
inhoud
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.3
oppervlakte
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.4
ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 2.5
vloeroppervlakte
binnenwerks, op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden aangemerkt als bedrijfsvloeroppervlakte (bvo).
Cadenza 2 versie vastgesteld
9/19
Hoofdstuk 2 Artikel 3
3.1
Bestemmingsregels
Gemengd
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
maatschappelijke voorzieningen uitsluitend op de begane grond; ambachtelijke bedrijven, uitsluitend op de begane grond; leisure, uitsluitend op de begane grond; sport, uitsluitend op de begane grond; dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; kantoren, uitsluitend op de begane grond; aan de onder a t/m f genoemde bestemmingen gerelateerde ondergeschikte horeca, met dien verstande dat: 1. de horecaruimte onderdeel van de ruimte van de hoofdfunctie is, waarbij het een maximum oppervlakte van 25% van het bruto vloeroppervlak van deze ruimte heeft; 2. het horecagedeelte uitsluitend bereikbaar mag zijn via de entree van de hoofdfunctie; 3. de openingstijden van de horecafunctie zijn gebonden aan de openingstijden van de hoofdfunctie. h. woningen, tot een maximum aantal van 230, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep of bedrijf, uitsluitend op de verdiepingen; i. in afwijking van het bepaalde onder h, zijn op de begane grond tevens woon-werkwoningen toegestaan, aan de representatieve gevel van de Italiëlaan, mits niet meer dan 50 % van het bruto vloeroppervlak van de begane grond alwaar de commerciële functies zijn toegestaan; j. parkeergelegenheid, waaronder ook een ondergrondse parkeergarage; k. in- en uitritten; met daaraan ondergeschikt: l. geluidsoverdrachtbeperkende voorzieningen; m. groenvoorzieningen; n. nutsvoorzieningen; o. kunstwerken; p.
objecten van beeldende kunst; q. oriëntatie- en/of reclamezuilen; r. reclameobjecten; s. speelvoorzieningen; t. vlaggenmasten en lichtmasten; u. liftinstallaties; v. verblijfsgebied; w. straatmeubilair; x. informatieborden; y. wegen en paden; met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bouwvlak mag geheel worden bebouwd; c. de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden; d. in afwijking van lid c mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduidinghoogteaccent' één hoogteaccent worden gebouwd, met een minimale bouwhoogte van 63
Cadenza 2 versie vastgesteld
10/19
meter, een maximale bouwhoogte van 77 meter en een footprint met een maximum brutovloeroppervlakte (bvo) van 660 m2; e. ter plaatse van de eerste bouwlaag is tevens een entresol toegestaan; f. in afwijking van het bepaalde in artikel 1.7 van de begripsbepalingen, hoeft het vloerpeil van een entresol niet op gelijke of bij benadering gelijke hoogte als peil te worden gerealiseerd; g. de bouwhoogte van een gebouwde nutsvoorziening mag maximaal 5 m bedragen; h. ter plaatse van de aanduiding onderdoorgang (ond) dient ten behoeve van vrije doorgang een bebouwingsvrijehoogte van minimaal 10,5 m in acht te worden genomen ten dienste van verkeer. De bebouwingsvrije hoogte wordt gemeten vanaf aansluitend afgewerkt terrein;
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
a. de bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding mag achter en in de voorgevelrooilijn maximaal 2 m bedragen; b. de bouwhoogte van een erf- of terreinafscheiding mag voor de voorgevelrooilijn maximaal 1 m bedragen; c. de bouwhoogte van geluidoverdrachtbeperkende voorzieningen, kunstwerken, speelvoorzieningen maximaal 10 m mag bedragen; d. de bouwhoogte van objecten van beeldende kunst, vlaggenmasten en lichtmasten maximaal 15 m mag bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 4 m mag bedragen.
3.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder a en b voor het bouwen van een erfafscheiding met een bouwhoogte van 3 m, indien dit noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, waaronder begrepen de beveiliging, en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e.
het straat- en bebouwingsbeeld; de sociale veiligheid; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Algemeen
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor de opslag van caravans, boten en overige zaken anders dan ten behoeve van de bestemming; b. het gebruik van gronden als stort en/of opslagplaats van grond en/of afval, anders dan als stort- of opslagplaats voor normaal gebruik; c. het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor de opslag van consumentenvuurwerk; het gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van raam- en straatprostitutie. d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor de uitoefening van zelfstandige horeca en/of detailhandel.
Cadenza 2 versie vastgesteld
11/19
3.4.2
Aan huis verbonden beroep of bedrijf
Gebruik van gedeelten van de woning voor een aan huis verbonden beroep of bedrijf wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de beroeps- of bedrijfsuitoefening vindt plaats in een woning; b. de bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) mag niet meer bedragen dan de helft van de oppervlakte van de woning tot een maximum van 60 m2; c. het beroep of de activiteit dient door de bewoner(s) te worden uitgeoefend; d. een webshop is alleen toegestaan als geen afhaalpunt wordt gerealiseerd en geen uitstalling van producten plaatsvindt.
3.4.3
Realiseren woningen
a. Woningen dienen te voldoen aan de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder dan wel aan de hogere waarden uit het bij dit bestemmingsplan behorende besluit hogere waarden geluid, met inbegrip van de in dat besluit opgenomen voorwaarden en maatregelen b. Woningen kunnen pas in gebruik worden genomen (voorwaardelijke verplichting) indien maatregelen aan de naastgelegen bestaande trafo zijn genomen zodat voldaan kan worden aan de normering van het Activiteitenbesluit dan wel aan de hogere waarden uit het bij de omgevingsvergunning behorende besluit hogere waarden geluid.
Cadenza 2 versie vastgesteld
12/19
Hoofdstuk 3 Artikel 4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is gekomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Cadenza 2 versie vastgesteld
13/19
Artikel 5
5.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels van dit plan voor: a. afwijken van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%, waarbij het realiseren van extra bouwlagen niet is toegestaan; b. het bouwen van luifels, erkers, balkons, bordessen, pergola's en andere ondergeschikte bouwdelen, mits deze het bouwvlak of bestemmingsvlak met niet meer dan 3 m overschrijden; c. het bouwen van liftinstallaties, trappenhuizen, zonnepanelen en technische installaties mits: 1. de oppervlakte van de overschrijding, per liftinstallatie, trappenhuis en technische installatie, niet meer bedraagt dan 20 m²; 2. de bouwhoogte van een liftinstallatie, trappenhuis, zonnepaneel of andere duurzaamheidsmaatregel en technische installatie niet meer bedraagt dan 3 m boven de, voor het desbetreffende bouwvlak geldende, maximale bouwhoogte; d. het bouwen van nutsvoorzieningen met een bouwhoogte van maximaal 5 m en een oppervlakte van maximaal 60 m².
5.2
Voorwaarden omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.1 kan alleen worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d.
het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.
Cadenza 2 versie vastgesteld
14/19
Artikel 6
6.1
Overige regels
Parkeren en laad- en losvoorzieningen
Het bevoegd gezag kan pas een omgevingsvergunning verlenen voor de activiteiten bouwen en/of het gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening, met inachtneming van het volgende: a. in het geval van nieuwbouw, uitbreiding of functiewijziging van gebouwen en/of voorzieningen, dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid en laad- en losvoorzieningen; b. er is sprake van voldoende parkeergelegenheid en laad- en losvoorzieningen, indien voldaan wordt aan de normen en eisen die zijn neergelegd in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren en laden en lossen, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning. 6.2
Afwijken
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.1, indien wordt voldaan aan de regels en voorwaarden zoals die zijn opgenomen in de door het bevoegd gezag vastgestelde beleidsregels met betrekking tot parkeren en laden en lossen, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning. 6.3
Voorschriften omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van het bepaalde in artikel 6.1, indien dit noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid en/of om een goede verkeersstructuur en/of bereikbaarheid voor een pand, perceel, straat (of deel daarvan) dan wel een andere ruimtelijke functionele structuur te waarborgen. 6.4
Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik met de bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en/of bouwwerken waarbij in afwijking van een verleende omgevingsvergunning niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
Cadenza 2 versie vastgesteld
15/19
Hoofdstuk 4 Artikel 7
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het bestemmingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Cadenza 2 versie vastgesteld
16/19
Artikel 8
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat bestemmingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Cadenza 2 versie vastgesteld
17/19
Artikel 9
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Cadenza 2.
Cadenza 2 versie vastgesteld
18/19