Bijlage 3 - Beleidsuitgangspunten voor de Verordening Jeugdhulp Zoetermeer 2025
Tekst van het document
Bijlage 2 Beleidsuitgangspunten Verordening Jeugdhulp Zoetermeer 2025 Visie op jeugd- en gezinshulp De gemeente Zoetermeer heeft als doel dat de jeugdige gezond en veilig kan opgroeien. Dat gaat niet altijd zonder problemen. Hobbels horen bij het normale leven, horen bij het opvoeden en bij het opgroeien. Bij het opgroeien tot een zelfstandige en zelfredzame volwassene hoort ook het accepteren en oplossen van problemen. Dat betekent dat niet elk opvoedprobleem een zorgantwoord behoeft. Meer hulp is ook niet altijd de beste oplossing, zo blijkt uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut. Versterking van het normale leven is het uitgangspunt van de gemeente Zoetermeer als het gaat om ondersteuning bij opvoeden opgroeiproblemen. De eerste verantwoordelijkheid voor het opgroeien en opvoeden van de jeugdigen ligt bij de ouders. Als het ouders zelf niet lukt en ondersteuning nodig is, wordt als eerste stap gekeken wat het netwerk kan betekenen. Pas als dat ook niet lukt, is inzet van vrij toegankelijke voorzieningen of jeugdhulp aan de orde. Jeugd- en gezinshulp wordt ingezet om ervoor te zorgen dat de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en de ouders worden versterkt zodat zij zo snel mogelijk zelfstandig verder kunnen. Daarbij hebben de inzet van collectieve voorzieningen de voorkeur boven individuele voorzieningen.
Wat wordt verwacht van de gemeente? ●
Dat deze de kaders stelt en hierover communiceert met alle betrokkenen, zoals ouders, opvoeders, aanbieders, verwijzers en de overige betrokkenen.
●
Dat er een dekkend aanbod van vrij toegankelijke voorzieningen is.
●
Dat er een dekkend aanbod van niet vrij toegankelijke voorzieningen is.
●
Dat zij zich inspant om hulp te bieden aan die jeugdigen en gezinnen die het nodig hebben en dat zij dit doet in samenwerking met verwijzers, aanbieders en maatschappelijke partners. Dat zij bij het verlenen van voorzieningen in gesprek gaat met jeugdigen en ouders in plaats van te spreken over jeugdigen en ouders.
●
Wat wordt verwacht van ouders, opvoeders en het gezin? ●
Dat ouders en opvoeders hun verantwoordelijkheid nemen voor het veilig en gezond laten opgroeien en opvoeden van hun kinderen.
●
Dat zij eerst zelf initiatief en actie ondernemen en hun netwerk inzetten, voordat hulp van de gemeente wordt gevraagd.
●
Dat zij accepteren dat opvoeden altijd gepaard gaat met hobbels en tegenslag en dat dit bijdraagt aan de ontwikkeling van de jeugdige.
●
Dat zij meewerken aan het oplossen van de problematiek in het gezin.
●
Dat zij beseffen dat met de inzet van jeugdhulp hoge kosten gepaard gaan en de gemeente kritisch moet kijken naar de inzet van jeugdhulpverlening.
1
●
Dat zij beseffen dat er vanwege schaarste aan middelen en personeel sprake kan zijn van wachttijden voor de inzet van jeugdhulp.
2
Wat wordt verwacht van verwijzers? ●
Dat met behulp van de gemeentelijke toegang of de andere wettelijke verwijzers ingeschat wordt of er direct hulp nodig is.
●
Dat vrij toegankelijke voorzieningen de voorkeur hebben boven niet vrij toegankelijke voorzieningen.
●
Dat aanbod op groepsniveau de voorkeur heeft boven individueel aanbod, zowel bij vrij toegankelijke als niet vrij toegankelijke voorzieningen.
●
Dat de gemeentelijke toegang en de andere verwijzers onderzoeken wat ouders en hun netwerk zelf kunnen dragen.
●
Dat de gemeentelijke toegang en de andere verwijzers onderzoeken of en zo ja welke vrij toegankelijke voorzieningen passend kunnen zijn voor de hulpvraag.
●
Dat bij verwijzingen naar niet vrij toegankelijke voorzieningen effectieve jeugdhulp wordt ingezet met concrete doelen en afspraken over tussentijdse evaluatiemomenten.
●
Dat samen met de jeugdige, het gezin en aanbieders de doelen worden opgesteld.
●
Dat met behulp van de gemeentelijke toegang of de andere wettelijke verwijzers ingeschat wordt of er direct hulp nodig is.
●
Dat verwijzers meteen de goede verwijzing opstellen door tijdig expertise vanuit het eigen netwerk, vrij toegankelijke voorzieningen of jeugdhulp te betrekken.
Wat wordt verwacht van de aanbieders van vrij toegankelijke voorzieningen? ●
Dat er een dekkend aanbod is van vrij toegankelijke voorzieningen.
●
Dat bewezen effectieve methodieken en interventies worden ingezet. Dat zij samenwerken met de aanbieders van niet vrij toegankelijke voorzieningen.
●
Wat wordt verwacht van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en het onderwijs? ● Dat zij werken vanuit het uitgangspunt dat inclusief onderwijs de norm is, waarbij onderwijs in principe voorliggend is op zorg en niet andersom. ● Dat zij ondersteuning biedt bij de doorstroom van jeugdhulp naar het onderwijs. ● Dat zij een dekkend netwerk van voorzieningen realiseren en in stand houden, waarin voor elke leerling die extra ondersteuning nodig heeft een passende plek beschikbaar is. Wat wordt verwacht van jeugdhulpaanbieders? ●
Dat effectieve jeugdhulp wordt ingezet met concrete doelen en afspraken over tussentijdse evaluatiemomenten.
●
Dat met de gemeente het gesprek wordt aangegaan over de effectiviteit van de jeugdhulp en de behaalde resultaten.
●
Dat als blijkt dat de ingezette interventies onvoldoende resultaat opleveren, tijdig het gesprek wordt aangegaan met de jeugdige en verwijzer over de vraag of continuering van jeugdhulp nog zinvol is.
3
●
Dat afbouw van de hulpverlening zo snel mogelijk zal plaatsvinden wanneer de doelen voldoende gerealiseerd zijn en/of afspraken over eventuele terugval zijn gemaakt.
●
Dat stapeling van zorg zoveel mogelijk wordt vermeden.
●
Dat de jeugdige handvatten krijgt om voldoende zelfstandig te kunnen leven.
●
Dat de hulp zo snel als mogelijk wordt aangeboden.
4