Bijlage 3 - Advies externe toetsgroep plus reactie college (concept)
Tekst van het document
Advies externe toetsgroep inclusief reactie college- CONCEPT
Algemeen Het is ons opgevallen dat de projectplannen, zeker gezien de omvang van de middelen waarom gevraagd wordt, heel summier zijn. De plannen bevatten nog veel open eindes, dat maakt beoordeling voor ons lastig. Wij hebben ons gericht op wat er wel staat en maken opmerkingen als er wat ons betreft cruciale onderdelen ontbreken. Van alle projecten is aannemelijk te maken dat ze bijdragen aan de doelstellingen (tegengaan van de mechanismes) uit de omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Maar, voor alle projecten geldt dat de doelstellingen van de projecten dan wel ontbreken, dan wel niet scherp (en al helemaal niet meetbaar) zijn geformuleerd. Dit maakt het lastig om te bepalen waar het project zich specifiek op gaat richten en zal het na afloop ook moeilijk maken om het succes en de impact van het project te beoordelen. Daarnaast geldt voor alle projecten dat er geen heldere causale lijn is van de interventies die worden voorgesteld naar de te bereiken doelstellingen. Er wordt in de projectplannen wel verwezen naar wetenschappelijke bewijs voor een aanpak, maar dat bewijs wordt nergens expliciet gemaakt of traceerbaar geciteerd. De projecten zijn tijdelijke projecten met een experimenteel karakter. Hier ontbreekt een overzicht van experimenten elders en wat daar al van geleerd is, maar ook een evaluatieplan van het project (de essentie van een experiment is ervan leren).
Waar de implementatie van de projecten afhankelijk is van andere partijen is niet expliciet gemaakt of de andere partijen het project steunen en of er meer algemeen draagvlak is voor het project. Voor alle projecten geldt dat er in andere gemeenten ook al ervaring mee is opgedaan en dat er soms landelijke programma’s en aanpakken bestaan waar al ervaring en enig bewijs voor is. Het is de moeite waard om te onderzoeken of Zoetermeer de ervaringen van anderen kan
Reactie college Het klopt dat de huidige voorstellen geschreven zijn op hoofdlijnen. Door de projecten in samenhang uit te voeren is de totale opbrengst groter dan de som van de afzonderlijke projecten. Daarom wordt voor de uitvoering van alle projecten ( in totaal 7) een programmamanager aangesteld die als eerste aan de slag gaat met het opstellen van een verantwoordingsformat met de doelen en de resultaten per project maar nadrukkelijk ook van alle projecten als geheel, zodat slimme koppelkansen tussen de aanvragen onderling én in de breedte met andere domeinen optimaal gelegd en benut worden. De projecten hebben als doel om een nieuwe innovatieve aanpak te onderzoeken. Kern van deze aanpak is dat niet op voorhand bekend is wat de uitkomst is. Het doel van de projecten is juist om te onderzoeken wat werkt, dit zal vanuit de praktijk moeten blijken. Dit kan niet altijd vooraf dichtgetimmerd worden, sterker nog, dat is vaak ook niet wenselijk. Wetenschappelijk bewijs is niet altijd voorhanden. Evidence based werken is relatief nieuw in het sociaal domein. Maatschappelijke effecten zijn vaak moeilijk wetenschappelijk aan te tonen omdat er jaren, en soms een hele generatie, overheen kan gaan voordat het effect zichtbaar en meetbaar is. Het gekozen toekomstperspectief is niets voor niets Zoetermeer 2040.
Maar waar wetenschappelijk bewijs beschikbaar is zal dit expliciet gemaakt worden in de voorstellen. Hetzelfde geldt voor de aanbevelingen met betrekking tot het draagvlak bij externe partijen en de raakvlakken met al lopende projecten bij andere gemeenten. De plannen zijn nog onvoldoende inhoudelijk uitgewerkt voor de beoordelaars om een goed oordeel te kunnen geven. Om daaraan tegemoet te komen worden de plannen nader uitgewerkt aan de hand van de gegeven input en worden de definitieve plannen nogmaals voorgelegd aan de beoordelaars.
volgen of kan aansluiten bij nationale initiatieven in plaats van zelf het wiel uit te vinden. Al met al is het voor ons op basis van deze plannen lastig om cijfers te geven aan de projecten. Vanuit ons perspectief als onderzoekers zijn eigenlijk beide plannen onvoldoende inhoudelijk uitgewerkt (zowel inhoudelijke consistentie, de evidence base en de implementatie) en geven wij een negatief advies over investeren vanuit het fonds. We begrijpen dat ons perspectief niet het enige is en dat politieke, bestuurlijke of maatschappelijke redenen zijn om toch met snelheid van start te gaan op basis van deze rudimentaire plannen. Impact gedreven inzet voor jeugd en gezinnen In het plan wordt veel verwezen naar een factorenmodel zonder dat expliciet gemaakt wordt wat dit factorenmodel is. Het lijkt te verwijzen naar model waarin de belangrijkste factoren voor gezond en kansrijk opgroeien zijn opgenomen. Dat is een mooie basis voor beleid. Maar inzicht in deze factoren zegt nog niets over de mate waarin de gemeente en andere partijen deze factoren kunnen beïnvloeden. Het plan gaat daar niet op in en daarmee ontbreekt het beeld van wat de gemeente en de andere partijen nu precies gaan doen en of dat kansrijk is. Bovendien zijn er meerdere belangrijke factoren en is het waarschijnlijk niet effectief om die allemaal tegelijk te willen beïnvloeden. In het plan wordt geen selectie gemaakt.
Twee scholen zijn een belangrijke partner in dit plan. Dat is waardevol, scholen zijn een kansrijke plek voor preventieve interventie, maar er is in het voorstel weinig aandacht voor de redenen waarom het vaak ook lastig is om scholen te betrekken bij preventieve strategieën (leraren hebben het zeer druk, zijn gefocust op didactiek en minder op hulpverlening, etc.). Niet duidelijk wordt hoe deze barrières in het plan worden overwonnen.
Reactie volgt nog
Preventie in de praktijk In het projectvoorstel wordt gesproken over het belang van een integrale benadering. Maar het voorstel maakt niet duidelijk hoe dit project ervoor gaat zorgen dat die integraliteit er komt in dit experiment. Integrale teams en het “ontschotten” van financiering zijn wel belangrijke voorwaarden, maar geen garantie voor integrale afwegingen. Dat wordt versterkt doordat in het voorstel wordt gesproken over drie pilaren die los worden beschreven waar onder iedere pilaar een groot aantal ongelijksoortige interventies hangt. Onduidelijk blijft wat de verbanden tussen deze interventies zijn, hoe ze interacteren en hoe integrale afwegingen gemaakt kunnen worden tussen deze interventies. Integraliteit is belangrijk, daarover is niemand het oneens, maar het blijkt in de praktijk moeilijk om te realiseren. Wat ontbreekt in dit voorstel is een analyse van waar het op dit moment misgaat en hoe deze investering bijdraagt aan verbetering.
De adviezen van de externe toetsgroep zijn verwerkt in de aanvraag. Uitgaan van integraliteit lijkt vanzelfsprekend maar is het niet zoals de toetsgroep aangeeft. We zullen toe moeten werken naar een aanpak op maat met impact, integraliteit en ontschotten zijn daarvoor een belangrijke basis. We hebben de drie bouwstenen, kansengelijkheid, bestaanszekerheid en gezond leven makkelijker maken, die in onderlinge samenhang bijdragen aan doelen in dit project vertaalt in een schema. Dat is de basis van waaruit we willen werken en waar de we op gaan sturen. Vervolgen is de inzet van de interventies per bouwsteen beschreven, die bijdragen aan de gewenste integrale inzet en per interventie (in de blauwe kaders) naar evidence based praktijken die de aanpak onderbouwen. Omdat het een uitdagende opgave is kiezen we ervoor om in een wijk te starten. Het maken van integrale afwegingen komt voor een groot deel te liggen bij het outreachende interventieteam. Bij het opzetten en inrichten en sturen van dit team is het noodzakelijk dat zij in staat worden gesteld alle levensterreinen los van verkokerde werkwijzen problemen aanpakken. We starten in Meerzicht, big dataonderzoek toont aan dat sociale innovatie in Meerzicht legitiem en noodzakelijk is. We zien dat leerachterstanden bij peuters oplopen en zijn er ernstige zorgen over de leefwereld van de kinderen in de buurt.
Er vinden meer dan regelmatig ruzies plaats tussen ouders en ze zijn vaak niet in beeld bij zorgverleners. Het aantal gezinnen dat leeft in armoede en met ernstige schulden heeft te maken is significant en voor Zoetermeer erg hoog.