CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 20201216 Vragenbundel gemeenteraad - technische bijeenkomt Zoetermeer 2040

Commissie Plenair 18 januari 2021, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Aandachtspunten Expertadvies Zoetermeer 20401.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragenbundel gemeenteraad naar aanleiding van technische bijeenkomt Zoetermeer 2040 d.d. 1 december 2020 In deze bundel vindt u een overzicht van de vragen die uw raad tijdens de technische bijeenkomst voor Zoetermeer 2040 op 1 december 2020 heeft gesteld. Een groot deel van deze vragen is op de avond zelf al behandeld, maar op een enkele vraag zouden we nog terugkomen. Hieronder vindt u daarom het complete overzicht, inclusief aanvullende antwoorden. Het gaat hier nadrukkelijk om een ambtelijke, technische beantwoording van uw vragen. In wiens opdracht is dit expertadvies opgesteld? Het college is de opdrachtgever van dit advies. Dit stond eerder aangegeven in het raadsmemo dat u in augustus heeft ontvangen ter voorbereiding op het opiniërend debat over Zoetermeer 2040 in september. Is er een verschil in sociale cohesie tussen de 1ste, 2de, 3de generatie Zoetermeerders en nieuwe inwoners? We hebben dat niet op dat niveau onderzocht. We zien wel dat mensen die al langer in Zoetermeer wonen meer betrokken zijn bij de stad, en dat nieuwe inwoners tijd nodig hebben om hier te wortelen. Van oudsher is Zoetermeer een plaats waaruit mensen doorgroeien naar andere plaatsen in de omgeving, dat doet ook iets met de sociale cohesie.

Sociale cohesie, zit het alleen in het type mensen of heeft het ook te maken met de inrichting van de stad? Met andere woorden; nodigt de stad ook uit tot sociale cohesie? Sociale cohesie is eerst en vooral een sociaal fenomeen: de mate en wijze waarop mensen deelnemen aan de maatschappij, sociale netwerken hebben en interactie aangaan. Dit verschilt overigens per individu. Tegelijkertijd weten we dat de fysieke omgeving (zowel de inrichting als de kwaliteit ervan) en de aanwezige voorzieningen in een wijk van invloed zijn op de beleving van inwoners, het gebruik van de (openbare) ruimte en de mogelijkheden voor ontmoeting en contact. De mate waarin sociaal en fysiek van invloed zijn op de sociale cohesie verschilt per gebied. Wat we wel zien is dat de sociale cohesie en binding aan de stad in de voormalige groeikernen over het algemeen lager ligt dan in andere steden. Is het huidige groen in Zoetermeer als aantrekkelijke factor nu al sterk genoeg voor de toekomst? Het is in ieder geval een aantrekkelijke basis waarvandaan we verder kunnen werken. De verbindingen met de regionale groengebieden en het groen in de stad zullen nog wel versterkt moeten worden, zoals ook staat aangegeven in het expertadvies. Maar de basisinfrastructuur is op orde. Door corona is de waardering, het gebruik en het belang van groen in de directe omgeving toegenomen.

Wat zijn voorbeelden van een gamechanger bij wijkvernieuwing? Voorbeelden die tijdens de deskresearch zijn gevonden zijn voor Eindhoven onder andere een skatebaan, een muziekpodium en een markthal.

In de steden die de trend wisten te keren zijn verschillende soorten woningen aan de voorraad toegevoegd. Zijn deze toegevoegd aan de bestaande voorraad, of eerst gesloopt en vervolgens nieuw gebouwd? Dat verschilt per stad. In sommige steden is ervoor gekozen om eerst te slopen, om daarmee ruimte te maken voor nieuwbouw en andersoortige bouw. In andere steden is (eerst) ingezet op verdichting binnen bestaande wijken of herpositionering van bestaande woningen. Vaak is ook sprake van een combinatie van beide (tegelijk of volgtijdelijk). Wat we in de deskresearches hebben gezien is dat de aanpak en het keren van de trend het resultaat is van een combinatie van sociaaleconomische en fysieke maatregelen. Welke steden zijn er onderzocht voor de deskresearch en waarom? De volgende steden zijn onderzocht: Almere, Amsterdam (Slotervaart-Overtoomse Veld en Zuidoost), Capelle aan den IJssel, Eindhoven, Leiden, Nieuwegein, Rotterdam en Tilburg). Dit zijn allemaal steden waar één of meerdere mechanismen - zoals die nu in Zoetermeer actief zijn - hebben gespeeld. Onderzocht is de wijze waarop deze gemeenten, langer of korter geleden, daarmee zijn omgegaan en de lessen die wij als Zoetermeer daaruit kunnen leren.

Daarnaast zijn recente rapporten en onderzoeken geraadpleegd over de ‘veerkracht van wijken’, waarover in de bundel met de deskresearches een overzicht is opgenomen van de do’s en dont’s. Bij het begrip regiostad wordt niet ingegaan op het principe van nabijheid. We hoeven niet alles zelf in huis te hebben. Hoe wordt hier tegenaan gekeken? Deze opvatting komt overeen met hetgeen in het expertadvies is opgenomen. Op regionaal niveau zullen we tot afstemming en samenwerking moeten komen op het gebied van groen, wonen, voorzieningen, economie et cetera. Het belang van het regionale verband neemt toe. Gemeentegrenzen worden in bepaald perspectief minder bepalend. Het gaat er in toenemende mate om hoe de verschillende steden en dorpen in een regio complementair aan elkaar worden en de wijze waarop steden en dorpen hun beschikbare middelen en kwaliteiten weten te versterken. Hoe wordt gedacht over de termen wooncarrière, wijkeconomie en het uitnutten van groen? Met wijkeconomie probeer je kleinschalige woon-werkvoorzieningen in de wijk te realiseren. Dat brengt levendigheid. Daarmee zorg je dat je meer ruimte biedt aan inwoners om kleinschalig te ondernemen in de wijk. Een wooncarrière is wat iedereen in zijn leven doet. Het zijn alle woningen waarin iemand tijdens zijn leven woont.

Voor Zoetermeer is het relevant om ervoor te zorgen dat er voldoende diversiteit is in de woningvoorraad, zodat mensen niet gedwongen worden om Zoetermeer te verlaten om een bepaalde gewenste stap in de wooncarrière te kunnen maken. Het groen is een belangrijke onderscheidende kwaliteit van Zoetermeer ten opzichte van de (omliggende) regio. Het expertadvies besteedt hier aandacht aan. Zie hiervoor de hoofdlijn “Stad tussen de parken” en ook “regiostad”. Het groen binnen en buiten de stad zal in 2040 een geheel vormen. In Zoetermeer wonen, werken en leven de inwoners in het groen.

Floris van Alkemade heeft aangegeven dat er nog 1 miljoen extra woningen nodig zijn in Nederland. Hoe krijg je dan die wooncarrière op gang en verleid je de empty nesters om echt een andere keuze te maken? Kunnen we ook een alternatief bieden aan Zoetermeerders die de stad verlaten? Dit is een van de opgaven waar Zoetermeer voor staat. We denken dat het voor een evenwichtige samenstelling van de samenleving nodig is om ook empty nesters in Zoetermeer te houden. Dit geldt ook voor andere doelgroepen die nu in Zoetermeer geen woning kunnen vinden en gedwongen worden Zoetermeer te verlaten. Komen jongeren terug naar de stad na de studie, zijn daar percentages over? Er zijn jongeren die na hun studie weer terugkeren naar Zoetermeer. Op basis van de gegevens die we nu hebben over de migratiestromen kunnen we echter geen uitspraken doen over aantallen of percentages. Dat zou nader onderzoek vergen. Wat is het effect op sociale cohesie bij wijkvernieuwing als nieuwe inwoners van de wijk gemengd worden met mensen die er al langer wonen? Dat verschilt per wijk en is afhankelijk van de lokale omstandigheden en de aard van de ingrepen die zijn gedaan. Vaak gaat het om wijkvernieuwingen die vele jaren in beslag nemen, waardoor er geleidelijk een vermenging ontstaat.

Wat we in de deskresearches hebben gezien is dat er vooral gezocht wordt naar het herstellen van een balans in de wijken, door een combinatie van sociaaleconomische en fysieke maatregelen. Daarbij is ook ingezet is op het versterken van de sociale cohesie en binding aan de wijk. In hoeverre gaat bij wijkvernieuwing het aantrekken van nieuwe doelgroepen ten koste van de mensen die er al wonen? Is het niet zo dat mensen met lager inkomen dan worden verplaatst, zodat ergens anders problemen ontstaan? Dat is afhankelijk van het type maatregelen en de aard en omvang van ingrepen die in een wijk of buurt plaatsvinden. Als we kijken naar de deskresearches dan zien we dat daar vooral ingezet is op een integrale aanpak van sociaal, fysieke en economische aspecten om het fundament van de wijken te versterken. Dit is vaak een combinatie van nieuwbouw, sociaaleconomische programma’s, wijkbeheer en veiligheid. Hierdoor zijn niet alleen nieuwe doelgroepen aangetrokken en mogelijkheden gecreëerd voor bestaande bewoners om in de wijk door te stromen, maar is ook ingezet op sociaaleconomische versterking van de ‘blijvende’ inwoners. Belangrijk is dan ook dat een wijkaanpak uit meer bestaat dan alleen het aantrekken van nieuwe doelgroepen of mogelijk verplaatsen van mensen van de ene naar de andere wijk. Het gaat om het structureel opknappen van wijken in hun onderlinge samenhang.

Het blijft tegelijkertijd ook een politieke keuze in welke wijken er bij bijvoorbeeld sloop-nieuwbouw moet plaatsvinden voor zittende bewoners. In de presentatie is aangegeven dat we de bevolking beter gaan toerusten op de arbeidsmarkt. Daarbij wordt focus gelegd op de kinderen. Hoe gaan we om met ouderen? We streven naar een doorlopend goede match tussen beroepsbevolking en werkgelegenheid. Een passend aanbod aan banen voor laaggeschoolde personen hoort daar uiteraard bij. Om mee te bewegen met de dynamiek van de maatschappij en arbeidsmarkt wordt een ieder ook gestimuleerd om zich te blijven ontwikkelen ongeacht zijn of haar achtergrond, afkomst of leeftijd. Die ontwikkeling

vindt onder meer plaats door passend onderwijs op alle niveaus. Tegelijkertijd ligt de basis voor een leven lang ontwikkelen bij de jeugd. Op die manier kan met de nieuwe generatie al een belangrijke stap worden gezet om later een goede positie op de arbeidsmarkt te verwerven. Op welke wijze is de opbrengst van het raadsdebat betrokken bij het expertrapport? Het raadsdebat is door de opstellers van het advies op de voet gevolgd. Het raadsdebat is gebruikt als check op de relevante onderwerpen voor het expertadvies. Deze onderwerpen zijn in het advies vanuit een expertperspectief benaderd. Wat heeft ambtelijke organisatie van de raad nodig om te komen tot een Omgevingsvisie? Maak een duidelijke keuze. De politieke neiging is om een derde strategie te verzinnen, met een beetje van de eerste en de tweede strategie. Dan krijgen we echter wat we nu al hebben en zetten we dezelfde lijn voort. Goed en fout is er niet bij beide strategieën, consistent en inconsistent wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=6fcc6e2d-a03a-4c23-8421-c514be41bb74