CConstaterende datZoetermeer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Toolbox geluid Eerste Stationsstraat 185

Raadsvergadering 28 oktober 2025, gemeente ZoetermeerBij agendapunt: Raadsvoorstel Planuitwerkingskader Eerste Stationsstraat 1857.197 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Stationsstraat 185 Zoetermeer – Toolbox geluid Betreft Opdrachtgever Contactpersoon Documentnummer Datum

Stationsstraat 185 te Zoetermeer ZM185 B.V. de heer H. Mensink 22251.09 11 september 2024

1 Kader en doel Voor de locatie Stationsstraat 185 te Zoetermeer wordt een ontwikkeling voorbereid naar woningbouw. De locatie ‘Stationsstraat 185 Zoetermeer’ is gelegen direct ten noorden van de A12 en wordt omsloten door de Dr. J.W. Paltelaan en de Eerste Stationsstraat. Met name de A12 zorgt voor een hoge geluidbelasting op de locatie. De locatie bevindt zich deels ook in de geluidzone van het nabijgelegen industrieterrein waarop Nutricia is gevestigd. Verkennend akoestisch onderzoek geeft aan dat de grenswaarden zowel voor de A12 als voor het industrieterrein worden overschreden. Daarnaast levert het doorgaand spoor levert een relevante bijdrage, maar leidt niet tot overschrijding van grenswaarden. Wegverkeerslawaai en in mindere mate industrielawaai en railverkeerslawaai zijn daarmee relevante parameters voor de ontwikkeling van de locatie naar een woonomgeving en de verantwoording van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan voorziet nog niet in woningbouw. De ruimtelijke besluitvorming zal plaats vinden onder de Omgevingswet, het Besluit Kwaliteit van de Leefomgeving (BKL) en de gemeentelijke Afwegingskader Geluid. Omgevingsgeluid is gezien de overschrijding van de grenswaarden en de beleidsregel een relevante parameter voor het ontwerp.

Niet alleen op stedenbouwkundig niveau, maar ook het niveau van woningtypologie en uitvoering van de gevels speelt omgevingsgeluid een rol. In het ontwerptraject zal gezocht moeten worden naar een goede balans tussen een akoestisch-stedenbouwkundige optimale verkaveling en maatregelen op woningniveau. Om deze balans te vinden is het nodig om op voorhand inzichtelijk te krijgen welke maatregelen op woningniveau mogelijk zijn binnen wet- en regelgeving. Hierin spelen twee aspecten aan rol, allereerst de bouwkundige uitvoering van een niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, en daarnaast het afwegingskader geluid van de gemeente Zoetermeer. Het Bkl (artikel 5.78y) geeft aan dat bij overschrijding van grenswaarden gevels van woningen moeten worden uitgevoerd als een niet-geluidgevoelige-gevel (al dan niet met bouwkundige maatregelen). Een aantal aspecten is hierin expliciet geregeld, zoals het niet mogen toepassen van een reguliere woningtoegangsdeur in een nietgeluidgevoelige gevel, maar op andere onderdelen zoals de mate van ventilatie of openheid van geluidafschermingen en de bepalingsmethode is een zekere beleidsvrijheid voor de gemeente.

De voorliggende Toolbox geluid, inclusief de “onderbouwing geluidaspecten Eerste Stationsstraat Zoetermeer”, opgenomen in bijlage 2, beschrijft zowel het toetsingskader als de toe te passen bouwkundige oplossingen waarbinnen het ontwerp van woningen op de locatie moet worden vormgegeven.

9 september 2024 22251.09 Stationsstraat Zoetermeer

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

2 Nadere uitwerking toetsingskader Uitvoering niet-geluidgevoelige-gevels-met-bouwkundige-maatregelen Het vastgestelde Afwegingskader Geluid van Zoetermeer voorziet niet nadere randvoorwaarden aan een nietgeluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen. In de voorliggende notitie zijn daarom concrete technische randvoorwaarden gesteld aan allerhande bouwstenen die toegepast kunnen worden in een nietgeluidgevoelige gevel of een niet-geluidgevoelige-gevel-met-bouwkundige-maatregelen. Gekozen is voor de vorm van een Toolbox zodat de ontwerpende partijen een overzicht hebben van toepasbare bouwkundige principes. Hiermee kan een afweging worden gemaakt in de stedenbouwkundige opzet tussen toepasbare woningtypologie en de invloed op gebruikskwaliteit, materiaalgebruik en architectuur. Na het vaststellen van de stedenbouwkundige structuur kan het architectonisch ontwerp vorm worden gegeven aan de hand van de voorliggende Toolbox. Afwegingskader Geluid Het “afwegingskader geluid” is gepubliceerd op 9 november 2023 en bevat een aantal voorwaarden voor het toestaan van woningen op een geluidbelaste locatie: -

Het stedenbouwkundig wordt zodanig vorm gegeven dat daarbij zoveel mogelijk afscherming voor achterliggende gebied ontstaat. Bij de aanvraag OGV voor het aspect bouwen moet akoestisch-bouwtechnisch onderzoek plaatsvinden en wordt getoetst of voldaan wordt aan de eisen uit het Bbl, uitgaande van het gezamenlijk geluid. Bij appartementen en andere woningen dient minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidluwe zijde (maximaal de standaardwaarde) te worden gesitueerd. Aan de geluidluwe zijde wordt een volwaardige buitenruimte (tuin of balkon) gesitueerd (minimaal 6 m2).

Om de ervaren hinder op geluidbelaste locaties te compenseren kan voor een deel worden gecompenseerd door factoren die in de akoestische sfeer liggen waarbij te denken valt aan: -

Een geluidluwe gevel (zodat de bewoner ook met ramen open kan slapen zonder te veel geluidhinder te ondervinden) Een buitenruimte (tuin, balkon of park) een de rustige (geluidluwe) kant van het huis Aangepaste indeling van de woning ,met relatief ongevoelige ruimten als keuken, badkamer, hal e.d. aan de (hoog) belaste zijde van de woning en de gevoelige ruimten als slaap- en woonkamers aan de rustige (geluidluwe) zijde.

Bij binnenstedelijke nieuwbouw kan van bovenstaande voorwaarden, mits gemotiveerd, worden afgeweken: -

Indien geen eigen geluidluwe buitenruimte gerealiseerd kan worden, mag dit een gemeenschappelijke buitenruimte zijn. Het is alleen toegestaan om een balkon aan de geluidbelaste zijde te realiseren dat afsluitbaar is als dit balkon niet aan de geluidluwe zijde kan worden gerealiseerd. Indien woningen zijn gelegen op een hoek en dit is gesitueerd aan twee geluidbronnen, dan is een geluidluwe zijde voor deze hoekwoningen niet perse noodzakelijk.

Bovenstaande aanvullingen gelden voor ca. 20% van het totaal van de woningen. Bij het afwegingskader zijn de meest relevante begrippen gedefinieerd, waarbij voor de bouwkundige uitwerking van belang zijn:

11 september 2024 22251.09 2

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Geluidluwe gevel: gevel of gedeelte van een gevel grenzend aan een geluidgevoelige ruimte, die een gecumuleerde geluidbelasting heeft van maximaal 53 dB vanwege wegverkeerslawaai of maximaal 55 dB vanwege hoofdspoorwegen. In dit geveldeel moet een te openen raam of deur zijn opgenomen die grenst aan de verblijfsruimte. Wanneer geen geluidluw geveldeel kan worden gerealiseerd dan kunnen 5 dB hogere waarden worden aangehouden.

3 Akoestisch-stedenbouwkundig ontwerpen Het maken van een niet geluidgevoelige gevel (geen te openen of afgeschermde te openen delen) en het maken van geluidluwe zijde en buitenruimte maakt dat vanaf het eerste ontwerpstadium geluid een relevante parameter is voor het ontwerp. De belangrijkste keuzes worden gemaakt in de stedenbouwkundige opzet. Als daar de juiste akoestische keuzen worden gemaakt komt dat de woonkwaliteit ten goede. Aanvullende maatregelen op woningniveau en beperking van de woningtypologie blijven dan beperkt. Een geïsoleerd hoogteaccent (woontoren) bijvoorbeeld zal aan alle zijden een hoge geluidbelasting ondervinden. Aan de woningen zelf moeten dan veel maatregelen zoals serres, vliesgevels en lokale geluidschermen worden getroffen. Een rondom gesloten hof structuur daarentegen draagt het karakter van een akoestische vesting en zorgt ervoor dat het gebouw aan de binnen zijde zonder extra maatregelen al een geluidluwe zijde heeft. In het stedenbouwkundig ontwerp wordt – naast een afweging op alle andere relevante aspecten – het omgevingsgeluid meegenomen om te komen tot een goede woonomgeving. Ook bij de toepassing van gebouwgebonden maatregelen is een zorgvuldige afweging op luchtkwaliteit, zomercomfort en bezonning van belang.

Voor de locatie aan de Eerste Stationsstraat is omgevingsgeluid des te belangrijker voor het stedenbouwkundig ontwerp om dat het geluid uit meerdere richtingen komt, zowel vanaf de A12 als van het industrieterrein en de binnenstedelijke wegen. Akoestisch-stedenbouwkundig ontwerpen daarmee geen vraag, maar een vanzelfsprekendheid om een goed resultaat te bereiken. De interactie tussen stedenbouwkundige opzet, woningtypologie en gebouwgebonden maatregelen wordt goed geïllustreerd door de volgende projecten. Voor een meer uitgebreid overzicht van stedenbouwkundige principes wordt verwezen naar de literatuur.

Funen Amsterdam: afschermende rand bebouwing met vliesgevels direct langs het spoor

11 september 2024 22251.09 3

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Postjesweg 175 Amsterdam : Geïsoleerde hoogteaccenten met vliesgevels en serres

Andreasensemble Amsterdam : hofstructuur met beperkte openingen en beperkte hoogteaccenten

Groot Horloo te Ermelo: een akoestische vesting met toren Bovenstaande voorbeelden illustreren dat binnen de kaders van wet- en regelgeving met een zorgvuldig ontwerp goede woningen kunnen worden gemaakt in een door geluid belaste omgeving. De eerste ontwerpopgave ligt altijd bij de stedenbouwkundige structuur en de positionering van bouwmassa’s. Binnen de deze massa worden vervolgens zo gunstig mogelijke woningtypologieën gekozen. Als laatste worden aanvullende maatregelen op woningniveau getroffen. Alle afwijkingen van de optimale akoestisch-

11 september 2024 22251.09 4

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

stedenbouwkundige opzet en gunstige woningtypologieën leiden tot aanvullende maatregelen op woningniveau.

4 Akoestische bouwstenen Afhankelijk van de geluidssituatie zoals deze wordt vastgesteld door middel van nader akoestisch onderzoek dient per woning een maatregel getroffen te worden in verband met de overschrijding van de grenswaarde, Tabel 3-1 (bouwstenen voor een niet geluidgevoelige gevel, geluidloggia, vliesgevel of vergelijkbare maatregel) en tabel 3-2 (maatregelen t.b.v. geluidluwe gevels of geveldelen) op de volgende pagina’s geven de akoestische bouwstenen, toepassingsgebied en de technische randvoorwaarden weer. Toepassing van deze bouwstenen is nodig wanneer sprake van overschrijding van de grenswaarde volgens het Bkl (tabel 3-1), dan wel wanneer aanvullende maatregelen nodig zijn om een geluidluwe gevel(deel) of buitenruimte te maken zoals aangegeven in het ‘gemeentelijk afwegingskader geluid’. Met de nadere beschrijving van de bouwstenen in tabel 3-1 en 3-2 wordt een nadere technische uitwerking gegeven aan artikel 5.78y van het Bkl (de niet-geluid-gevoelige gevel) en het gemeentelijke afwegingskader. Tabel 3-1: Bouwstenen bij een waarde van het geluid boven 60 dB t.g.v. de A12 of boven 55 dB(A) industrielawaai Bouwsteen

illustratie

Aanvullende voorwaarde

‘Dove gevel’ (geen te openen delen) (1)

Geen te openen delen.

Vliesgevel met buitenluchtcondities (2)

De gehele gevel wordt afgeschermd.

Serre met buitenluchtcondities (3)

Alternatief voor vliesgevel, mits de gehele gevel van de ruimte wordt afgeschermd.

Indicatie geluidreductie dan wel afschermend effect 35 dB

Bepalingsmethode

5 -18 dB

NPR5272, bepaling in gesloten toestand met buitenluchtcondities

5 -18 dB

NPR5272, GGG 97 of SRM2, zie voetnoot 1

NPR5272

Toepasbaar bij tweezijdige woning met tweede gevel onder maximum grenswaarde. Verblijfsruimten grenzen niet enkelzijdig aan dove gevel. De dove gevel kan worden uitgevoerd als gevel van een verblijfsruimte zonder te openen delen of als een afgesloten galerij

Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht)

Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht) dient aanwezig te zijn. Indien de serre de enige buitenruimte is wordt in geopende toestand getoetst aan 53 dB op de buitenruimte en dient de

11 september 2024 22251.09 5

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Metaglas Silentair Raamsysteem (4)

buitenruimte ten minste een oppervlak van 6 m2 te hebben. Zie voetnoot 2 en 3 Alternatief voor vliesgevel, mits het te openen deel in de gevel van de ruimte wordt afgeschermd.

6 – 14 dB

Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht)

Harbour venster (5)

Alternatief voor vliesgevel, mits het te openen deel in de gevel van de ruimte wordt afgeschermd.

De gemeten geluidreductie wordt als geluidwerend effect aangehouden

3 – 13 dB

Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht)

L-vormig balkonscherm (6)

Alternatief voor vliesgevel, mits het te openen deel in de gevel van de ruimte wordt afgeschermd.

Laboratoriummetingen conform de specificaties van de leverancier.

Laboratoriummetingen conform de specificaties van de leverancier. De gemeten geluidreductie wordt als geluidwerend effect aangehouden

3 – 12 dB

SRM2, NPR 5272, GGG, 97 HMRI waarneem punt t.p.v. meest kritische punt van het te openen deel. Zie voet noot 1

8 – 13 dB

Laboratoriummetingen conform de specificaties van de leverancier.

Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht) Effectief bij scherend invallend geluid. Indien de serre de enige buitenruimte is dient deze een oppervlak van ten minste 6 m2 te hebben. Zie voetnoot 2 en 3 Coulissen-scherm (7)

Alternatief voor vliesgevel, mits het te openen deel in de gevel van de ruimte wordt afgeschermd. Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht) 8 dB bij alzijdig invallend geluid, 13 dB reductie bij scherend invallend geluid

De gemeten geluidisolatiewaarde wordt als geluidwerend effect aangehouden

11 september 2024 22251.09 6

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid Verhoogde borstwering met absorberend plafond (8)

Alternatief voor vliesgevel, mits het te openen deel in de gevel van de ruimte wordt afgeschermd.

2 tot 10 dB

SRM2, NPR 5272, GGG’97, HMRI waarneem punt t.p.v. meest kritische punt van het te openen deel. Zie voet noot 1

3 – 7 dB

SRM2, HMRI waarneem-punt op hoogste belaste punt van het te openen deel

Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht) Indien het balkon de enige buitenruimte dient deze een oppervlak ten minste van 6 m2 te hebben. Zie voetnoot 2 en 3

Lokaal geluidsscherm (9)

Alternatief voor vliesgevel, mits het te openen deel in de gevel van de ruimte wordt afgeschermd. Toepasbaar bij scherend invallend geluid

Afschermende galerij met buitenlucht condities (10)

De galerij kan worden aangemerkt als niet besloten bij brand. Aan de galerij kunnen enkelzijdig slaapkamers/verblijfsruimten met te openen delen worden gepositioneerd.

5 – 10 dB

SRM2, NPR 5272, GGG’97, HMRI waarneem punt t.p.v. meest kritische punt van het te openen deel. Zie voet noot 1

Volledig afgesloten galerij (11)

De galerij kan niet worden aangemerkt als niet besloten bij brand. Aan de galerij kunnen geen enkelzijdig slaapkamers met te openen delen worden gepositioneerd. De galerijen kunnnen worden aangemerkt als niet besloten bij brand. Aan de galerij kunnen enkelzijdig slaapkamers met te openen delen worden gepositioneerd. Toepasbaar over max. 4 lagen i.v.m. niet besloten karakter van de galerijen. De afstand tussen scherm en galerij wordt bepaald door de mate van ventilatie benodigd om de galerij als ‘niet besloten bij brand’ aan te kunnen merken. De afstand is afhankelijk van het aantal lagen en de positie van de openingen. De woningtoegangsdeur dient gelegen te zijn achter een geluidssluis, waarbij een permanente ventilatie van 3 l/s.m2 vloeroppervlak van de sluis aanwezig is Mechanisch spuien als alternatief voor een te openen deel is alleen toepasbaar bij acceptatie als gelijkwaardige oplossing door gemeente.

20-30 dB

NPR5272

5-12 dB

SRM2, HMRI waarneem-punt op hoogste belaste punt van het te openen deel

Binnen-niveau 33 dB

NPR5272

Binnen-niveau 33 dB

Geluidwering gevel volgens NPR5272.

Geluidsscherm op 1 m afstand van gevel (12)

Woningtoegangsdeur achter geluidssluis (13) Bewassingsraam en mechanische voorziening voor spuiventilatie (14)

Mechanisch spuien voldoet bij verbouw en transformatie rechtstreeks aan het Bbl, bij nieuwbouw niet. Bewassing ramen hebben niet de voorkeur en zijn bij enkelzijdige woningen niet toegestaan. Bij 2-zijdige woningen zijn zij bespreekbaar, afhankelijk van het al dan niet kunnen aanbrengen van een bewassingsinstallatie.

Het is aan B&W om te beoordelen of mechanisch spuien als gelijkwaardige oplossing aan art. 6.42 Bouwbesluit wordt aangemerkt

11 september 2024 22251.09 7

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid Geluidloggia als onderbreking van een gevel zonder te openen delen (15)

Zaagtand gevel of erker (16)

Loggia buiten thermische schil, minimaal 3 m2 vloeroppervlak, permanente openingen afgestemd op 3 l/s.m2 vloeroppervlak van de loggia max 50% te openen. Voor spuien van verblijfsruimten of gehele verblijfsgebied mag buitenzijde van de loggia worden geopend. Indien de serre de enige buitenruimte is(bij woningen met een GO > 50 m2) wordt in geopende toestand getoetst aan 53 dB op de buitenruimte en dient de buitenruimte ten minste een oppervlak van 6 m2 te hebben. Zie voetnoot 2 en 3 Toepasbaar bij scherend invallend geluid.

8 tot 17 dB

NPR5272 in gesloten toestand. Indien de enige buitenruimte van de woning: in geopende toestand NPR5272, GGG 97 of SRM2, ziet voetnoot 1

3 tot 7 dB

SRM2, HMRI waarneem-punt op hoogste belaste punt van het te openen deel

De ene zijde wordt uitgevoerd zonder te openen delen, de andere zijde met een te openen deel. Akoestische erker of loggia (17)

Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht)

5 – 20 dB

NPR5272

Akoestisch bloemkozijn (18)

Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht)

5 – 20 dB

NPR5272

Comfortbox (19)

De geluidbelasting op het te openen deel achter de geluidwerende roosters voldoet aan de grenswaarde

4 – 19 dB

Laboratoriummetingen conform de specificaties van de leverancier. De gemeten geluidisolatiewaarde wordt als geluidwerend effect aangehouden

(1) De afschermende werking van balkonschermen, balkons of geopende serres kan worden bepaald met de gevelstructuurcorrectietermen van de NPR5272 of de GGG’97. De afschermende werking mag ook bepaald worden d.m.v. van standaard rekenmethode 2 of de HMRI waarbij rekening gehouden moet

11 september 2024 22251.09 8

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

worden met de reflectiebijdrage van plafonds en wanden. Een afschermende werking van 10 dB zal als modeltechnisch maximum moeten worden aangehouden. In sterk afwijkende situaties van de getoonde bouwstenen kan een nadere onderbouwing van de aangegeven methoden nodig zijn of een andere bepalingsmethode. In meer algemene zin geldt dat de geluidafschermende werking afhankelijk is van de invalsrichting van het geluid. Onder andere bij de toepassing van akoestische roosters met naar beneden gerichte lamellen dient hier mee rekening gehouden te worden. (2) Bij woningen > 50 m2 GO wordt het geluid in de buitenruimte en op de achterliggende gevel getoetst aan een waarde van 53 dB in gesloten toestand van een serre of in de situatie waarbij beweegbare schermen gesloten zijn, mits er een tweede niet gemeenschappelijke buitenruimte is. De toetsing vindt plaats op 2/3 van de verdiepingshoogte van de achterliggende gevel. Indien een serre, geluidloggia of balkon de enige buitenruimte van een woning is dan wordt getoetst aan een waarde van 53 dB in geopende toestand op een waarneemhoogte van ca. 1,2 m t.o.v. vloerniveau in het midden van de buitenruimte en op 2/3 van de verdiepingshoogte van de achterliggende gevel. Het oppervlakte van de buitenruimte dient minimaal 6 m2 te bedragen en het plafond absorberend uitgevoerd te worden met een alfa-w van ten minste 80%.

Onder geopende toestand wordt hier verstaan : alles wat te openen is. De beweegbare delen dienen zo te worden uitgevoerd dat ze in geopende toestand niet kunnen worden vastgezet. Mits goed onderbouwd kan voor maximaal ca. 20% van de woningen deze werkwijze als afwijking op het geluidbeleid (de zg. aanvaardbaarheidstoetsing) worden toegepast. (3) Bij woningen ≤ 50 m2 kan de geluidloggia of andere niet bruikbare buitenruimte niet worden aangemerkt als de buitenruimte van de woning. Het geluid op 2/3 van de verdiepingshoogte van de achterliggende gevel wordt in gesloten toestand van de loggia of andere niet bruikbare buitenruimte getoetst, mits de breedte niet meer dan 0,8 m bedraagt en de oppervlakte maximaal 2,4 m2 is. Wanneer geluidafschermende maatregelen de geluidbelasting terug brengen tot de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentelijke wegen en 50 dB(A) voor industrielawaai is met de betreffende bouwsteen tevens sprake van een verblijfsruimte die aan een geluidluwe gevel grenst. De karakteristieke geluidwering van de gevel dient minimaal gelijk te zijn aan het verschil tussen de waarde van het gezamenlijk geluid aan de buitenzijde van de bouwconstructie, vermeerderd met 3 dB, en 33 dB. De bepaling van de karakteristieke geluidwering vindt plaats volgens NPR5272. Tabel 3-2 Bouwstenen t.b.v.

geluidluwe gevel, geveldeel of buitenruimte Bouwsteen Verhoogde borst-wering met absorberend plafond (1)

illustratie

Aanvullende voorwaarde Alternatief voor vliesgevel, mits het te openen deel in de gevel van de ruimte wordt afgeschermd. Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht)

Indicatie geluid reductie 2 tot 10 dB

Bepalings-methode SRM2, NPR 5272, GGG’97, HMRI waarneem punt t.p.v. meest kritische punt van het te openen deel. Zie voet noot 1

Indien het balkon de enige buitenruimte dient deze een oppervlak ten minste van 6 m2 te hebben. Zie voetnoot 2 en 3

11 september 2024 22251.09 9

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid L-vormig balkonscherm (2)

Alternatief voor vliesgevel, mits het te openen deel in de gevel van de ruimte wordt afgeschermd.

3 – 12 dB

SRM2, NPR 5272, GGG, 97 HMRI waarneem punt t.p.v. meest kritische punt van het te openen deel. Zie voet noot 1

3 – 7 dB

SRM2, HMRI, waarneem-punt ter plaatse van te openen deel

4 – 19 dB

Laboratorium-metingen conform de specificaties van de leverancier.

Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht) Effectief bij scherend invallend geluid. Indien de serre de enige buitenruimte is dient deze een oppervlak van ten minste 6 m2 te hebben. Zie voetnoot 2 en 3 Lokaal geluidsscherm (3)

Comfortbox (4)

Metaglas Silentair Raamsysteem (5)

Harbour venster (6)

Toepasbaar bij scherende inval. Tenminste 1 te openen deel afgeschermd met een ventilatie capaciteit van 0,7 l/s.m2 vloeroppervlak van de achterliggende verblijfsruimte, bepaald volgens paragraaf 5.4 van NEN1087 Tenminste 1 te openen deel afgeschermd met een ventilatie capaciteit van 0,7 l/s.m2 vloeroppervlak van de achterliggende verblijfsruimte, bepaald volgens paragraaf 5.4 van NEN1087

De gemeten geluidisolatie-waarde wordt als geluidwerend effect aangehouden

Tenminste 1 te openen deel afgeschermd met een ventilatie capaciteit van 0,7 l/s.m2 vloeroppervlak van de achterliggende verblijfsruimte, bepaald volgens paragraaf 5.4 van NEN1087

6 – 14 dB

Tenminste 1 te openen deel afgeschermd met een ventilatie capaciteit van 0,7 l/s.m2 vloeroppervlak van de achterliggende verblijfsruimte, bepaald volgens paragraaf 5.4 van NEN1087

3 – 9 dB

Laboratorium-metingen conform de specificaties van de leverancier. De gemeten geluidreductie wordt als geluidwerend effect aangehouden

Laboratorium-metingen conform de specificaties van de leverancier. De gemeten geluidreductie wordt als geluidwerend effect aangehouden

11 september 2024 22251.09 10

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid Serre met buitenluchtcondities (7)

Alternatief voor vliesgevel, mits de gehele gevel van de ruimte wordt afgeschermd.

5 -18 dB

NPR5272, GGG 97 of SRM2, zie voetnoot 1

Permanente ventilatie 3 l/s.m2 van tussen liggende ruimte (buitenlucht) dient aanwezig te zijn. Indien de serre de enige buitenruimte is wordt in geopende toestand getoetst aan 53 dB op de buitenruimte en dient de buitenruimte ten minste een oppervlak van 6 m2 te hebben. Zie voetnoot 2 en 3

(1) De afschermende werking van balkonschermen, balkons of geopende serres kan worden bepaald met de gevelstructuurcorrectietermen van de NPR5272 of de GGG’97. De afschermende werking mag ook bepaald worden d.m.v. van standaard rekenmethode 2 of de HMRI waarbij rekening gehouden moet worden met de reflectiebijdrage van plafonds en wanden. Een afschermende werking van 10 dB zal als modeltechnisch maximum moeten worden aangehouden. In sterk afwijkende situaties van de getoonde bouwstenen kan een nadere onderbouwing van de aangegeven methoden nodig zijn of een andere bepalingsmethode. In meer algemene zin geldt dat de geluidafschermende werking afhankelijk is van de invalsrichting van het geluid. Onder andere bij de toepassing van akoestische roosters met naar beneden gerichte lamellen dient hier mee rekening gehouden te worden. (2) Bij woningen > 50 m2 GO wordt het geluid in de buitenruimte en op de achterliggende gevel getoetst aan een waarde van 53 dB in gesloten toestand van een serre of in de situatie waarbij beweegbare schermen gesloten zijn, mits er een tweede niet gemeenschappelijke buitenruimte is. De toetsing vindt plaats op 2/3 van de verdiepingshoogte van de achterliggende gevel. Indien een serre, geluidloggia of balkon de enige buitenruimte van een woning is dan wordt getoetst aan een waarde van 53 dB in geopende toestand op een waarneemhoogte van ca. 1,2 m t.o.v.

vloerniveau in het midden van de buitenruimte en op 2/3 van de verdiepingshoogte van de achterliggende gevel. Het oppervlakte van de buitenruimte dient minimaal 6 m2 te bedragen en het plafond absorberend uitgevoerd te worden met een alfa-w van ten minste 80%. Onder geopende toestand wordt hier verstaan : alles wat te openen is. De beweegbare delen dienen zo te worden uitgevoerd dat ze in geopende toestand niet kunnen worden vastgezet. Mits goed onderbouwd kan voor maximaal ca. 20% van de woningen deze werkwijze als afwijking op het geluidbeleid (de zg. aanvaardbaarheidstoetsing) worden toegepast. (3) Bij woningen ≤ 50 m2 kan de geluidloggia of andere niet bruikbare buitenruimte niet worden aangemerkt als de buitenruimte van de woning. Het geluid op 2/3 van de verdiepingshoogte van de achterliggende gevel wordt in gesloten toestand van de loggia of andere niet bruikbare buitenruimte getoetst, mits de breedte niet meer dan 0,8 m bedraagt en de oppervlakte maximaal 2,4 m2 is. Bij deze bouwstenen wordt het geluid op een geluidluw geveldeel getoetst in de situatie met gesloten schermen, ramen en deuren aan de standaardwaarde van 53 dB voor gemeentelijke wegen en 50 dB(A) voor industrielawaai ter plaatse van het afgeschermde te openen deel. De geluidafschermende delen mogen beweegbaar worden uitgevoerd als dit nodig is ten behoeve van bewassing.

11 september 2024 22251.09 11

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

5 Overwegingen en onderbouwing Bij de akoestische bouwstenen met aanvullende voorwaarden en prestaties zijn de navolgende uitgangspunten gehanteerd, merendeels ontleend aan artikel 5.78y van het Bkl, de toelichting daarop en het algemene deel van de toelichting. De artikeltekst en de toelichting zijn integraal opgenomen in bijlage 1. 1.

Toetsing ter plaatse van te openen delen

Het Bkl geeft – anders dan in de Wet geluidhinder – aan in artikel 5.78y, eerste lid, onder b, dat geluid bepaald en beoordeeld wordt ter plaatse van te openen delen. Bij het maken van een niet-geluidgevoelige gevel moeten alle te openen delen worden afgeschermd van geluid, zodat bij ieder te openen deel voldaan wordt aan de grenswaarde. Wanneer maatregelen getroffen worden om een geluidluwe gevel of geluidluw gevel deel te maken is het niet nodig om alle te openen delen af te schermen van geluid. De bewoner heeft de keuze om een geluidbelast raam, dan wel een geluidluw raam te openen. Wanneer op een gevel de grenswaarde wordt overschreden moeten alle te openen delen worden afgeschermd. Wanneer een geluidafscherming alleen nodig is om een geluidluw geveldeel te maken conform het gemeentelijk afwegingskader mogen zich in een gevel zowel afgeschermde als niet afgeschermde delen bevinden. Wanneer een geluidluw gevel deel aanwezig is, is volgens de definities van het afwegingskader sprake van een geluidluwe gevel. Het Bkl maakt geen onderscheid in te openen ramen, deuren, luiken of andere beweegbare onderdelen. 2.

Beweegbaarheid geluidafschermende voorzieningen

De toelichting op artikel 5.78y geeft aan als geluidafschermende voorzieningen worden geopend om de woning of ruimte te spuien het geluid op de achterliggende gevel hoger kan zijn dan de grenswaarde. ‘Kortstondige verhoging van het geluid tijdens het spuien wordt niet schadelijk geacht voor de gezondheid’. Het beweegbaar kunnen zijn van afschermingen is daarnaast niet alleen functioneel in geval van spuiventilatie, maar ook vanuit het oogpunt van bewasbaarheid door de bewoner. 3.

Mate van ventilatie door een geluidafscherming (niet-geluidgevoelige-gevel)

De toelichting op artikel 5.78y geeft aan dat bij een gesloten en functionerende geluidafscherming de woning moet kunnen worden geventileerd volgens de eisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Wanneer de woning wordt voorzien van balansventilatie – dit zal naar verwachting bij alle woningen het geval zijn – geldt er geen minimum eis aan de mate van ventilatie van de afschermende voorziening. Om een duidelijk onderscheid te maken tussen geluidafschermende voorziening en de achterliggende gevel is een minimum ventilatie van 3 l/s per m2 vloeroppervlak van de tussen liggende ruimte vereist om de achterliggende gevel aan te merken als uitwendige scheidingsconstructie. De uitwendige scheidingsconstructie is gedefinieerd als “de constructie die de scheiding vormt tussen een voor mensen toegankelijke besloten ruimte van een gebouw en de buitenlucht, de grond of het water, inclusief de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het voldoende van die scheidingsconstructie aan een in dit (BBL) gestelde eis”. Door het stellen van een eis van 3 l/s per m2 vloeroppervlak van de tussen liggende ruimte die plaats vindt via permanente openingen in de geluidafscherming is geborgd dat de tussenruimte buiten de thermische schil ligt en mag worden beschouwd als buitenlucht.

Een bijkomend voordeel van de aanwezigheid van permanente opening in de geluidafscherming is dat oververhitting van de tussen ruimte wordt beperkt. 4.

Mate van ventilatie door een afscherming (geluidluwe gevel of geluidluw geveldeel)

Wanneer een te openen deel wordt afgeschermd met als doel een geluidluw gevel deel te realiseren dan is het van belang dat het te openen deel voldoende ventilatie biedt om de bewoner de beleving te geven van ‘slapen

11 september 2024 22251.09 12

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

met geopend raam’. Als minimaal vereiste ventilatiecapaciteit is daarom uitgegaan van de minimum eis per verblijfsruimte volgens het BBL, zijnde 0,7 l/s per m2 vloeroppervlak van die verblijfsruimte. 5.

Te leveren prestaties

Tabel 3.1 en 3.2 geven een redelijk compleet van toepasbare bouwstenen op basis van de stand der techniek, maar zijn niet limitatief of uitputtend. Custom made oplossingen zoals bouwkundige suskasten, een plenum boven een verkeersruimte/galerij of nieuw ontwikkelde raamsystemen zijn denkbaar. De akoestische werking van de aangegeven bouwstenen kan daarnaast worden verhoogd door meer absorptie, betere roosters of hogere schermen toe te passen. De bouwstenen zijn omwille van praktische toepasbaarheid geformuleerd als middelvoorschriften of bouwproducten. Om in aansluiting op het BBL creativiteit en innovatie te stimuleren is het van belang om ook prestatievoorschriften te formuleren waarbij het volgende kan worden aangehouden: In een niet-geluidgevoelige-gevel-met-bouwkundige-maatregelen mogen geluidafschermende maatregelen worden toegepast die voldoen aan de volgende voorwaarden: -

Het geluid op het af te schermen beweegbare deel in de uitwendige scheidingsconstructie wordt teruggebracht tot de grenswaarde voor de betreffende bronsoort. Geluidafschermingen mogen beweegbaar worden uitgevoerd. In afschermende toestand wordt de tussenliggende ruimte geventileerd met tenminste 3 l/s per m2 vloeroppervlak, bepaald volgens NEN1087, paragraaf 5.4. De ventilatie stroom dient tot stand te komen door middel van permanent aanwezige en niet afsluitbare openingen in of rond de afscherming. Indien de woning voorzien is van een natuurlijke voorziening voor de toevoer van verse lucht dient de woning bij gesloten afscherming geventileerd te kunnen worden volgens de eisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving.

Voor geluidafschermingen t.b.v. een geluidluwe gevel of buitenruimte geldt: -

-

-

-

Het geluid op een ten minste 1 af te schermen beweegbaar deel in de uitwendige scheidingsconstructie van een slaapkamer wordt teruggebracht tot de standaardwaarde voor de betreffende bronsoort. Bij overschrijding van de grenswaarde op die gevel moeten alle beweegbare delen worden afgeschermd. Het geluid op de buitenruimte, bepaald op 1,2 m hoogte ten opzichte van vloerniveau en in het midden van die buitenruimte, wordt teruggebracht tot de standaard waarde voor de betreffende bronsoort. Wanneer de achterliggende gevel is bedoeld als geluidluwe gevel vindt toetsing plaats op 2/3 van de verdiepingshoogte. In de situatie waarbij de betreffende buitenruimte de enige buitenruimte van de woning is vindt de toetsing plaats in die toestand waarbij beweegbare delen van de geluidafscherming geopend zijn. Onder geopende wordt verstaan: alles wat te openen is. Te openen delen moeten zodanig worden uitgevoerd dat ze in geopende toestand op geen enkele manier vastgezet of vergrendeld kunnen worden. De buitenruimte dient ten minste een vloeroppervlak van 6 m2 te hebben en het plafond dient absorberend uitgevoerd te worden met een alfa-w van ten minste 80%. Wanneer de woning een tweede, niet gemeenschappelijke en geluidluwe buitenruimte heeft vindt de toetsing plaats in gesloten toestand. Geluidafschermingen mogen beweegbaar worden uitgevoerd.

Toetsing in geopende, dan wel gesloten toestand is afhankelijk van de aanwezigheid van een tweede, geluidluwe en niet gemeenschappelijke buitenruimte. In afschermende toestand van de geluidafscherming wordt de tussenliggende ruimte geventileerd met tenminste 3 l/s per m2 vloeroppervlak, bepaald volgens NEN1087, paragraaf 5.4. De ventilatie stroom dient tot stand te komen door middel van permanent aanwezige en niet afsluitbare openingen in of rond de afscherming. Indien de woning voorzien is van een natuurlijke voorziening voor de toevoer

11 september 2024 22251.09 13

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

van verse lucht dient de woning bij gesloten afscherming geventileerd te kunnen worden volgens de eisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. De ventilatie capaciteit, bepaald volgens paragraaf 5.4 van NEN1087 van de geluidafscherming dient ten minste gelijk te zijn aan 0,7 l/s per m2 vloeroppervlak van de achterliggende verblijfsruimte. Zomercomfort in woningen Bij het toepassen van akoestische bouwstenen in de vorm van afschermende voorzieningen zal in het algemeen de temperatuur tussen de geluidafscherming en de achterliggende gevel hoger zijn dan de buitentemperatuur. In het Bbl worden via de zogenaamde TO-juli eisen bij BENG1 eisen gesteld aan het zomercomfort. Het effect van de geluidafschermende voorzieningen op het zomercomfort dient in de toetsing aan de TO-juli eisen meegenomen te worden. Wanneer het nodig is om aan deze eisen te voldoen dienen aanvullende maatregelen, bijvoorbeeld in de vorm van een lagere zontoetreding, hogere mate van ventilatie of koeling te worden getroffen. Er gelden geen vanuit het omgevingsgeluid geen specifieke eisen aan hittestress, of bezonning. Luchtkwaliteit Bij overschrijding standaardwaarde is het advies om het lucht te onttrekken van de meest schone zijde. Mits voldaan wordt aan de aangegeven prestatie eisen kan iedere nieuwe of bestaande techniek en constructie worden toegepast.

In meer algemene zin wordt aanbevolen om in het stedenbouwkundig ontwerp ruimte te reserveren voor een gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte. Deze wordt gebruikt door de woningen (kleiner dan 50 m2 GO) die geen eigen buitenruimte hebben en waarvoor dit de buitenruimte volgens het Bbl is, maar ook door woningen

Projectverantwoordelijke: de heer ir. J. Hardlooper

Buro Bouwfysica B.V. Cypresbaan 45 2908 LT Capelle aan den IJssel T 010 – 760 00 49 M info@burobouwfysica.nl W www.burobouwfysica.nl

11 september 2024 22251.09 14

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Bijlage 1 Tekst en toelichting artikel 5.78y BKL

11 september 2024 22251.09 15

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Tekst artikel 5.87y BKL

11 september 2024 22251.09 16

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Toelichting artikel 5.78y

11 september 2024 22251.09 17

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

11 september 2024 22251.09 18

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

11 september 2024 22251.09 19

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

11 september 2024 22251.09 20

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Algemeen deel (paragraaf 9.5 van de toelichting)

11 september 2024 22251.09 21

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

11 september 2024 22251.09 22

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

11 september 2024 22251.09 23

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Bijlage 2 Onderbouwing Geluidaspecten Eerste Stationsstraat 185 te Zoetermeer

11 september 2024 22251.09 24

Onderbouwing van Geluidsaspecten De locatie Eerste Stationsstraat 185 is een geluidbelaste locatie. Dit was ook de aanleiding voor de overleggen tussen de ontwikkelaar en de gemeente, wat leidde tot het vaststellen van een toolbox geluid. Zoals aangegeven, kunnen we akkoord gaan met de toolbox geluid, waarin de in het verleden gemaakte opmerkingen zijn en worden verwerkt, en dat het toolboxdocument samen met het voorliggende document Onderbouwing van Geluidaspecten wordt gebruikt. Dit betekent niet dat we ons bij de toetsing zullen beperken tot de in het verleden gemaakte opmerkingen. Indien nodig, kunnen aanvullende opmerkingen worden gemaakt en zullen we verzoeken om aanpassingen in het onderzoek wanneer daar aanleiding toe is. Aangezien het hier om een locatie gaat waarbij sprake is van overschrijding van standaardwaarden en grenswaarden, is het vanzelfsprekend dat ook het Afwegingskader geluid van de gemeente Zoetermeer van toepassing is. In het Afwegingskader geluid van de gemeente Zoetermeer staat: Wanneer de wettelijke standaardwaarde voor weg- en railverkeersgeluid niet haalbaar is, wordt de aanvaardbaarheid getoetst tot aan de grenswaarde. Het doel van deze aanvaardbaarheidstoetsing is om het aantal woningen dat een hoge geluidbelasting ondervindt zoveel mogelijk te beperken.

Een hogere geluidbelasting dan de standaardwaarde wordt daarmee alleen onder voorwaarden toegestaan. In het geval van overschrijding van de standaardwaarde, dient in eerste instantie gekeken te worden of de waarde van geluid kan worden gereduceerd middels bron- en overdrachtsmaatregelen. Wanneer het niet mogelijk is om bron- en overdrachtsmaatregelen te treffen of deze maatregelen leiden tot onvoldoende afname van de waarde van geluid, moet dit in de onderbouwing worden meegenomen. De onderbouwing moet uitleggen waarom deze maatregelen niet mogelijk zijn of, indien wel mogelijk, waarom ze niet leiden tot een reductie van de waarde van geluid. Er dient altijd te worden onderzocht of maatregelen aan de bron en overdracht mogelijk zijn. De onderbouwing dient hiermee te beginnen. Hieronder de voorwaarden zoals opgenomen in het Afwegingskader geluid van de gemeente Zoetermeer in het geval er sprake is van een overschrijding van de standaardwaarde: Voorwaarden voor het beoordelen van de aanvaardbaarheid • •

• • •

Het stedenbouwkundig ontwerp wordt zodanig vormgeven dat daarbij zoveel mogelijk wordt voldaan aan de “standaard” regels (van tabel B en C) en zorgt voor afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouw moet een bouw akoestisch onderzoek worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde zoals genoemd in het Besluit bouwwerken leefomgeving i.r.t. het gezamenlijke geluid; Elke woning/appartement heeft tenminste 1 geluidluwe gevel te hebben; Bij appartementen en andere woningen dient minimaal 1 verblijfsruimte in de woning aan de geluidluwe zijde (maximaal de standaardwaarde) te worden gesitueerd; Aan de geluidluwe zijde wordt een volwaardige buitenruimte (tuin of balkon) gesitueerd (minimaal 6 m 2).

De ervaring landelijk en lokaal leert dat mensen met name een geluidluwe zijde en buitenruimte essentieel vinden. Daarom gelden de volgende zaken te allen tijde. • •

Belang van een geluidluwe buitenruimte Niet alleen decibellen op de gevel bepalen of iemand geluidhinder ondervindt. Compenserende factoren kunnen de ervaren hinder voor een deel beperken. Het nadeel van een hoge geluidbelasting kan voor een deel worden gecompenseerd door factoren die ook in de akoestische sfeer liggen. Daarbij kan gedacht worden aan de volgende zaken: o Een geluidluwe gevel (zodat de bewoner ook met de ramen open kan slapen zonder te veel geluidhinder te ondervinden); o Een buitenruimte (een tuin, balkon of park) aan de rustige (geluidluwe) kant van het huis;

o

Aangepaste indeling van de woning, met relatief ongevoelige ruimten als keuken, badkamer, hal e.d. aan de “(hoog) geluid belaste zijde” van de woning en de gevoelige ruimten als slaapen woonkamers aan de rustige (geluidluwe) zijde.

Als niet aan hierboven genoemde voorwaarden wordt voldaan, dient dit in de onderbouwing puntsgewijs te worden meegenomen. Er moet een motivering worden gegeven waarom de gemeente zou moeten afwijken van de genoemde punten. Onder binnenstedelijke nieuwbouw wat van toepassing is op Eerste Stationsstraat 185 staan aanvullingen waarvan pas gebruik wordt gemaakt als de gemeente de onderbouwing heeft goed gekeurd. Daarnaast geldt deze aanvulling voor circa 20% van het totale aantal te realiseren woningen/appartementen. De voorwaarden hiervoor genoemd zijn in beginsel van toepassing en indien het niet mogelijk is hieraan te voldoen dient te worden gemotiveerd waarom dit het geval is. De onderbouwing hiervan dient door de gemeente te worden goedgekeurd voordat van de onderstaande aanvulling gebruik kan worden gemaakt; Binnenstedelijke nieuwbouw: • De voorwaarden hiervoor genoemd zijn in beginsel van toepassing en indien het niet mogelijk is hieraan te voldoen dient te worden gemotiveerd waarom dit het geval is.

De onderbouwing hiervan dient door de gemeente te worden goedgekeurd voordat van de onderstaande aanvulling gebruik kan worden gemaakt; • Indien er geen eigen geluidluwe buitenruimte gerealiseerd kan worden, mag dit een gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte zijn; • Het is alleen toegestaan om een balkon aan de geluidbelaste zijde te realiseren dat afsluitbaar is als dit balkon niet aan de geluidluwe zijde gerealiseerd kan worden; • Indien woningen/appartementen zijn gelegen op een hoek en dit is gesitueerd aan twee geluidbronnen, dan is een geluidluwe zijde voor deze hoekwoningen niet persé noodzakelijk. Deze aanvullingen gelden voor circa 20% van het totale aantal te realiseren woningen/appartementen in een (bouw)plan. De overige woningen moet voldoen aan de “standaard” voorwaarden van het beleid. Deze afweging moet plaatsvinden in overleg en afweging met het college. De functie en het gebruik van deze buitenruimte moeten duidelijk worden opgenomen in de huurovereenkomst/koopovereenkomst. De loggia's dienen enkel om te spuien. Op 28 juni 2024 is tijdens het overleg onderstaande met betrekking tot de voorwaarde en aanvullingen daarop zijn afgesproken: Overzicht gemaakt afspraken Woningen kleiner dan 50m² Loggia of andere niet bruikbare buitenruimte: • •

• •

De functie en het gebruik van deze buitenruimte moeten duidelijk worden opgenomen in de huurovereenkomst/koopovereenkomst. De loggia’s dienen enkel om te spuien. Deze loggia's zijn niet bedoeld als buitenruimte. Het gebruik van de loggia moet ontmoedigd worden. Het ontmoedigen van buitenruimte moet ook als disclaimer in de huurovereenkomst worden opgenomen. De gemeente staat toe dat de loggia in gesloten toestand wordt getoetst, mits de breedte niet meer dan 0,8 meter bedraagt en de oppervlakte maximaal 2,4 m² is. Er wordt niet gestreefd naar een verbod waarop gehandhaafd moet worden.

Woningen groter dan 50m² Toetsing: •

•

De waarde van geluid op de thermische schil (2/3 van de bouwhoogte) van een woning mag worden getoetst met de afsluitbare loggia/buitenruimte in gesloten toestand, mits er een tweede geluidluwe privé buitenruimte in geopende toestand aanwezig is. Wanneer er slechts één buitenruimte beschikbaar is en deze buitenruimte afsluitbaar is uitgevoerd om de waarde van geluid op de thermische schil te reduceren, mag het geluid op de thermische schil in gesloten

•

• • •

toestand van de afsluitbare loggia/buitenruimte worden getoetst. Daarnaast dient de waarde van het geluid in deze buitenruimte, in geopende toestand en op circa 1,2 meter boven de vloer (in het midden van de buitenruimte), te worden getoetst om te bepalen of de buitenruimte geluidluw is (geluidluw betekent maximaal 53 dB). Het plafond van een loggia/balkon dient altijd absorberend (αw ten minste 80% ) te worden uitgevoerd gebaseerd op het spectrum wegverkeerslawaai; De gemeente laat weten akkoord te gaan met het gebruik van de wettelijke rekenmethode Omgevingswet (voorheen RMG 2012) onder de Omgevingswet: Omgevingswet wegverkeer voor het bepalen van geluid in de buitenruimte. De geluidswaarde (geluidluw) mag in deze toestand maximaal 53 dB bedragen. Onder geopende toestand wordt verstaan: alles wat te openen is. Te openen delen moeten zodanig worden uitgevoerd dat ze in geopende toestand op geen enkele manier vastgezet of vergrendeld kunnen worden.

De aanvullingen op de voorwaarden voor aanvaardbaarheidstoetsing gelden voor maximaal circa 20% van de te realiseren woningen, mits goed onderbouwd. Voor het berekenen van geluid in de buitenruimte mag SRM2 (RMG2012) of de Omgevingswet, wegverkeer (meet- en rekenmethode geluid door wegen) worden gebruikt, op voorwaarde dat de reflectiebijdrage van bovenvlakken of overstekken wordt meegenomen in de berekening. Indien het niet mogelijk is om deze reflectiebijdrage mee te nemen, dan is het noodzakelijk om voor het berekenen van geluid NPR5272 of software zoals Odeon of Boa1 te gebruiken. Het doel van het afwegingskader is om woningen te realiseren die met betrekking tot het milieuaspect geluid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bieden, en ervoor te zorgen dat alle mogelijke oplossingen zorgvuldig worden afgewogen om de geluidhinder zoveel mogelijk te beperken. Daarom moet in de onderbouwing duidelijk worden aangetoond dat naar alle mogelijke maatregelen is gekeken om dit te bereiken. Daarnaast moet blijken dat bij het ontwerp van het gebouw de onderstaande punten zijn afgewogen om te komen tot een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat.

• Vorm en oriëntatie van het gebouw; • Indeling van het gebouw: Situeren van geluidongevoelige ruimten/bestemmingen aan de geluidbelaste zijde; • Indeling van de woning: Situeren van geluidongevoelige ruimten aan de geluidbelaste zijde (zoals badkamer, berging e.d.); • Geluidwering door de structuur van de gevel (invallend geluid), zie bijlage C NPR 5272 Figuur C.1 (Voorbeelden van gevelstructuren) en Figuur C.2 (Gevelstructuurcorrectie ΔLfs in dB). • Afscherming van buitenruimte; • Absorptie buitenruimte.

1

Dit mag ook op een gelijkwaardige manier worden aangetoond, zoals een (schaal)model met metingen of ander bewezen softwarepakket.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zoetermeer&id=061a6264-b1f9-4ea5-8e7d-a25b819f81a6