Bijlage 2 - Toelichting op de Verordening nadeelcompensatie Zoetermeer 2022
Tekst van het document
Verordening nadeelcompensatie Zoetermeer 2022 TOELICHTING Algemeen Titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorziet in een algemene regeling in de Awb van de vergoeding (of tegemoetkoming) van schade door rechtmatig overheidshandelen. Daarbij kan worden gedacht aan verzoeken wegens winst- of inkomstenderving, gederfde huurinkomsten, of de lagere opbrengst bij de verkoop van een bedrijf of een onroerende zaak. In afdeling 15.1 van de Omgevingswet is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb. Artikelsgewijze toelichting Enkel die bepalingen die toelichting behoeven, worden hieronder nader behandeld. Artikel 2, tweede lid Deze verordening is niet op toepassing op nadeelcompensatieverzoeken waarvoor een specifieke nadeelcompensatieverordening of nadeelcompensatieregeling is vastgesteld. Bijvoorbeeld voor nadeelcompensatieverzoeken, die betrekking hebben maatregelen aan kabels en leidingen, blijft de Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen gemeente Zoetermeer 2018 van toepassing. Artikel 3, eerste lid Dit artikel regelt het heffen van een recht voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding. Artikel 4:128 van de Awb geeft de mogelijkheid een recht te heffen tot maximaal€ 500,-. De bevoegdheid tot het heffen van dit recht kan alleen bij wettelijk voorschrift bepaald worden. Het recht bedraagt €300,-.
Voor dit bedrag is gekozen omdat het een voortzetting is van het recht dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet geheven werd voor een verzoek om planschade en voor een aanvraag van nadeelcompensatie. Artikel 4 In het eerste lid van artikel 4 is bepaald dat de aanvrager voor het indienen van zijn verzoek om nadeelcompensatie gebruik maakt van het formulier dat door het bevoegd gezag is vastgesteld. Dit formulier is de te vinden op de website van de gemeente Zoetermeer of op de website is een link naar de vindplaats van dit formulier opgenomen. Als er geen formulier beschikbaar is gesteld, kan de aanvrager zijn verzoek voorzien van een motivering schriftelijk indienen bij de gemeente. In het tweede lid van artikel 4 is opgenomen welke stukken bij de aanvraag moeten worden ingediend in geval verzoeker schadevergoeding eist vanwege winst- of inkomstenderving, dan wel vanwege gederfde huurinkomsten. Voor zover in artikel 4, lid 2, onder a, gevraagd wordt om 1
gewaarmerkte jaarrekeningen en maandcijfers, wordt tevens verzocht deze voor zover mogelijk te voorzien van een handtekening. Artikel 5 In beginsel zal het bestuursorgaan een onafhankelijk adviseur (als bedoeld in artikel 3:5 van de Awb) aanwijzen voor het beoordelen van de aanvraag om schadevergoeding. Als daar behoefte aan is, worden bij de behandeling van de aanvraag om schadevergoeding een of meerdere adviseurs betrokken om advies uit te brengen over de verschuldigdheid van een schadevergoeding en de hoogte ervan. Het bestuursorgaan kan op grond van de in het derde lid genoemde gevallen besluiten geen adviseur aan te wijzen. Dit kan onder andere als duidelijk is dat het besluit van het bestuursorgaan geen schade heeft veroorzaakt. Bijvoorbeeld als de weg niet (geheel) is afgesloten en de bereikbaarheid van de onroerende zaak van aanvrager niet nadelig is gewijzigd. Een ander voorbeeld is als het bestuursorgaan reeds over voldoende informatie beschikt om te beslissen op de aanvraag. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er eerder al een onderzoek is uitgevoerd naar mogelijke schade voor derden als gevolg van beleidsvoornemen. Artikel 6, derde lid Met de opname van de situatie ter plaatse wordt bedoeld dat de situatie ter plaatse wordt vastgelegd om deze te beoordelen. Soms is het nodig dat een adviseur zelf ter plaatse gaat voor een opname.
Bij de opname kan bijvoorbeeld de situatie fotografisch worden vastgelegd ten behoeve van de aard en de omvang. Artikel 8 De werkzaamheden van de adviseur kunnen worden aangemerkt als de werkzaamheden van een adviescommissie als bedoeld in artikel 4:130 van de Awb. Dat betekent dat de beslistermijn voor het afhandelen van aanvragen waarbij een adviseur is aangewezen zes maanden betreft, in plaats van de reguliere termijn van acht weken. Omdat binnen 6 maanden na ontvangst van de aanvraag het bestuursorgaan een besluit moet nemen, is een adviseringstermijn van 16 weken voor de adviseur afdoende geacht. Artikel 9 De aanvrager die naar redelijke verwachting in aanmerking komt voor nadeelcompensatie kan bij het bestuursorgaan een aanvraag indienen om een voorschot op die nadeelcompensatie. Het verlenen van voorschotten is gebaseerd op artikel 4:95 Awb. In beginsel dient er sprake te zijn van een spoedeisend belang, dat de aanvrager zal moeten onderbouwen naast de aannemelijkheid dat hij voor nadeelcompensatie in aanmerking komt. Er is voor een hoog percentage gekozen, omdat het voorschot bedoeld is om de continuering van de bedrijfsvoering te vergemakkelijken. Daarnaast kan het verlenen van een voorschot onder meer strekken om te voorzien in de kosten die zijn gemoeid met het treffen van maatregelen ter beperking van het nadeel. Indien het bestuursorgaan beslist tot 2
toekenning van een voorschot, wordt daarmee geen aansprakelijkheid erkend. De termijn waarbinnen het voorschot betaald moet worden, wordt geregeld in artikel 4:87 van de Awb. Ten einde het bestuursorgaan direct een titel te geven tot terugvordering van ten onrechte betaalde voorschot moet de aanvrager schriftelijk verklaren het achteraf ten onrechte betaalde voorschot terug te betalen. Het bestuursorgaan kan bij het verlenen van een voorschot een zekerheidsstelling verlangen, bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie, ten behoeve van een eventueel ten onrechte uitbetaald voorschot. Deze voorschotten worden renteloos teruggevorderd. Artikel 10 De betaling vindt plaats door overschrijving naar de door de aanvrager aangegeven rekening, onder gelijktijdige (terug)betaling van de in artikel 4.129 van de Awb geregelde bedragen en verminderd met een aan aanvrager betaald voorschot. De in artikel 4.129 van de Awb genoemde vergoedingen hebben betrekking op: a. redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade; b. redelijke kosten ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand of andere deskundige bijstand bij de vaststelling van de schade; c. indien voor de indiening van de aanvraag een recht is geheven, het betaalde recht; d. de wettelijke rente vanaf de ontvangst van de aanvraag, of indien de schade op een later tijdstip ontstaat, vanaf dat tijdstip.
Artikel 13 De Verordening nadeelcompensatie Zoetermeer treedt in de plaats van de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Zoetermeer 2008. Deze verordening wordt ingetrokken. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, kan op grond van het overgangsrecht als bepaald in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet bestemmingsplannen die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet als ontwerp ter inzage zijn gelegd nog worden vastgesteld door de gemeenteraad. Op deze vaststellingsbesluiten blijft het oude recht van toepassing. Daarnaast kunnen ook nog verzoeken om tegemoetkoming in planschade worden ingediend op bestemmingsplannen die nog geen 5 jaar onherroepelijk zijn. Voor deze verzoeken geldt dat deze afgehandeld zullen conform het oude recht. Deze verzoeken zullen afgehandeld worden conform de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Zoetermeer 2008.
3