Bijlage 2 - Specificatie structurele kosten en legesopbrengsten
Tekst van het document
Bijlage 2 Specificatie structurele kosten en legesopbrengsten Structurele kosten en opbrengsten die onvermijdelijk zijn met een keuzemogelijkheid. Het Rijk heeft het digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ontwikkeld. Het DSO is een verplicht systeem waar alle wet en regelgeving over de fysieke leefomgeving geografisch (op de kaart) en tekstueel (wet- en regelgeving) bij elkaar gepresenteerd en uitgewisseld worden. Ook het vergunningenproces verloopt via dit systeem. Het omgevingsplan is de basis. Het Rijk laat een zestal inrichtingskeuzen met betrekking tot het omgevingsplan en de vergunningverlening aan de gemeenten, die hierin elk een eigen keuze maken. De VNG heeft voor het verkrijgen van inzicht in de keuzemogelijkheden de denkwijze financiële structurele effecten ontwikkeld. Hiermee wordt inzicht in de verwachte financiële mutaties verkregen voor zowel de gemeente als voor de initiatiefnemers. De denkwijze heeft zes onderdelen waarvan er vier variabel zijn en twee alleen aan of uit kunnen. In onderstaande tabel is per onderdeel de mogelijkheden benoemd en voorzien van een uiterste bandbreedte, het grijs gekleurde gedeelte (voor de goede orde de keuze in een mogelijkheid heeft een uitwerking op het resultaat bij een volgende keuze waardoor de uitersten van de bandbreedte niet kunnen worden opgeteld tot één minimum of maximum bedrag).
In het groen gekleurde gedeelte is de uitwerking van de Zoetermeerse voorkeur opgenomen, gebaseerd op een beleidsneutrale overgang en het behouden van de kwaliteit van het huidige dienstverleningsniveau. De Zoetermeerse voorkeur geeft een toename van de structurele financiële last van € 278.000. dit komt door de afname van de leges opbrengsten met € 559.000 en een afname van de kosten van € 281.000. Hierin is het effect van de Wet kwaliteitzorg voor het bouwen (Wkb) nog niet in verwerkt. In onderstaande tabel zijn de keuzemogelijkheden met betrekking tot het omgevingsplan en de vergunningverlening weergegeven.
1
Tabel B2.1. Uitwerking keuzemogelijkheden bij inrichting omgevingsplan en vergunningverlening met een structureel effect.
Voor het omgevingsplan zijn de keuzen van 1 tot en met 4 relevant. Op grond van de uitgangspunten opgenomen in het Plan van Aanpak is daarvoor de volgende inschatting gemaakt (zie onderstaande tabel B2.2): 1. De bruidsschatregels (circa 600) deze regels worden door het rijk overgedragen. a. 70 % van de regels wordt ongewijzigd overgenomen in het omgevingsplan; b. 20 % van de regels wordt gewijzigd overgenomen in het omgevingsplan; c. 10 % van de regels wordt niet overgenomen in het omgevingsplan. 2. De omgevingsplanactiviteiten (circa 80) worden beschreven: a. 80 % van de activiteiten wordt opgenomen in omgevingsplan; b. 10 % van de activiteiten gewijzigd overgenomen in het omgevingsplan; c. 10 % van de activiteiten niet overgenomen in het omgevingsplan. 3. De regels in het omgevingsplan dienen te worden uitgewerkt: a. 90 % van de regels wordt gedetailleerd uitgewerkt; b. 10 % van de regels wordt globaal uitgewerkt. 4. De regels in het omgevingsplan worden opgenomen: a. 30 % van de regels wordt opgenomen als algemene regels; b. 70 % van de regels wordt opgenomen als beoordelingsregels (vergunningplicht). In het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer is een beleidsarme overgang als uitgangspunt voor de technische transitie voorgesteld. Dit uitgangspunt is bepalend voor de keuzen 1, 3 en 4.
Een beleidsarme overgang betekent dat de bruidsschatregels voor zover deze relevant zijn voor Zoetermeer in hoofdzaak inhoudelijk ongewijzigd worden overgenomen. Niet alle bruidsschatregels kunnen ongewijzigd overgenomen worden. Enige 2
aanpassing zal nodig zijn om te voldoen aan de instructieregels van het rijk en provincie. De regels die niet relevant zijn voor Zoetermeer (zoals bijvoorbeeld de regels met betrekking tot het traditioneel schieten) worden geschrapt. De huidige regels in de bestemmingsplannen zijn gedetailleerd. Bij de overzetting naar het omgevingsplan zal dit ook niet wijzigen. Daarnaast gaan we er bij een beleidsarme overzetting ervan uit dat activiteiten die nu vergunningplichtig zijn dat ook in de toekomst zullen zijn. Daarom zal voor het merendeel van activiteiten beoordelingsregels in het plan opgenomen worden en geen algemene regels. De keuze 2 wordt beïnvloedt door het uitgangspunt in het Plan van Aanpak dat de regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving zoveel als mogelijk samengebracht worden in het omgevingsplan (zie paragraaf 4.2 van het Plan van Aanpak). Keuzen 5 en 6 hebben betrekking op het de verlening van omgevingsvergunningen. Dit betreft een bevoegdheid van het college. Deze hebben dus geen invloed op de kosten van het omgevingsplan. Hieronder wordt per keuze een nadere toelichting gegeven. Toelichting bij de inrichtingsvraagstukken De in de grijs en groen vermelde kosten hebben betrekking op de mutatie in de jaarlijkse beheerlasten en opbrengsten bij de betreffende keuzemogelijkheid ten opzichte van de financiële huidige situatie.
De percentages die zijn benoemd bij de Zoetermeerse voorkeur zijn gebaseerd op een beleidsneutrale overgang en het behouden van de kwaliteit van het huidige dienstverleningsniveau. Vraagstuk 1 De bruidsschat. De gemeente krijgt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet de bruidsschat overgedragen. Dit zijn 600 (voormalige rijks-) regels ten aanzien van het omgevingsdomein. De gemeente kan, binnen bepaalde grenzen, zelf keuzes maken ten aanzien van deze regels. Zij kan ze onverkort in het omgevingsplan opnemen, zij kan de regels aanpassen aan de lokale situatie, en zij kan de regels schrappen dan wel een mix van deze drie mogelijkheden toepassen. Omdat wij uitgaan van een beleidsarme overgang zullen de voor Zoetermeer relevante regels uit de bruidsschat overgezet worden naar het omgevingsplan. Voor de meeste regels geldt dat er bij de overzetting geen inhoudelijke wijzigingen zullen worden doorgevoerd. Voor sommige regels geldt dat inhoudelijke aanpassing onvermijdelijk is, om goed te kunnen voldoen aan de instructieregels van het rijk en de provincie. Een beperkt aantal regels uit de bruidsschat zal geschrapt worden, omdat deze niet relevant zijn voor Zoetermeer (bijvoorbeeld regels met traditioneel schieten).
Het overnemen van de bruidsschatregels in het omgevingsplan betekent dat de beheerlasten van het omgevingsplan hoger zullen zijn dan wanneer we de regels zouden schrappen. De toename van de kosten is wel minder dan wanneer we de regels allemaal zouden aanpassen aan de lokale situatie. Door deze keuze blijven wel de vergunningplichten gelijk aan de huidige situatie (legesinkomsten en kosten behandeling vergunningen blijft gelijk). Verder betekent deze keuze dat bedrijven mogen en moeten doen wat ze nu ook doen. We hoeven dan ook geen claims te verwachten. Als we regels gaan wijzigen of schrappen kan dit mogelijk wel claims tot gevolg hebben. 3
Vraagstuk 2 Activiteiten in de fysiek ruimtelijk omgeving Voor Zoetermeer zullen er circa 80 activiteiten in de regelgeving worden opgenomen. Iedere gemeente bepaalt zelf waar de activiteiten worden opgenomen, hiervoor zijn drie opties beschikbaar. In het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer is als uitgangspunt voorgesteld dat zoveel mogelijk regels samen te brengen in het omgevingsplan Deze keuze zorgt voor meer transparantie en duidelijkheid, integraliteit en samenhang en logica (zie ook paragraaf 4.2). Door alle regels in het omgevingsplan op te nemen, heeft de ambtenaar meer overzicht. Dit heeft voor uitvoering van de werkzaamheden voordelen. Dit betekent dus minder uitvoeringskosten dan in de andere varianten. Wel betekent het opnemen van regels in het omgevingsplan dat deze regels gedigitaliseerd moeten worden. De beheerkosten van het omgevingsplan nemen toe. Maar daar staat tegenover dat de beheerkosten van verordeningen afnemen. Verder is van belang dat tegen aanpassing van het omgevingsplan bezwaar en beroep open staat en niet tegen een verordening. Deze procedure vergt meer tijd en kosten. De keuze om zo veel mogelijk regels in het omgevingsplan op te nemen betekent dat de kosten toenemen. Maar deze toename is minder groot dan de toename van kosten wanneer gekozen wordt voor een mix Omgevingsplan/Verordening of als de regels nergens worden opgenomen.
Vraagstuk 3 Uitgewerkt van de regels in het omgevingsplan De activiteiten die in het omgevingsplan worden opgenomen kunnen gedetailleerd (huidige situatie) of globaal (effect beschrijven) worden uitgewerkt. De huidige situatie zal voor 90 % worden gehandhaafd. Deze keuze volgt uit het uitgangspunt om beleidsarm over te gaan. De regels zijn nu gedetailleerd en blijven in eerste instantie dus ook gedetailleerd. Deze keuze heeft geen wezenlijk financieel effect ten opzichte van de huidige situatie. Vraagstuk 4 Soorten regels in het omgevingsplan Waar de activiteiten in het omgevingsplan worden geregeld, heeft de gemeente de keuze om dit met algemene regels te doen, of met beoordelingsregels. Omdat er bij een beoordelingsregel altijd een oordeel gevormd moet worden, leidt een beoordelingsregel altijd tot een vergunningplicht. De keuze voor algemene regels versus beoordelingsregels heeft veel invloed op de structurele effecten. Daarbij is de invloed niet lineair: het gebruik van een paar algemene regels zal het aantal vergunningplichten niet zo sterk beïnvloeden, het 'schrappen' van de laatste paar beoordelingsregels zal juist heel veel effect kunnen hebben. In het Plan van Aanpak Omgevingsplan Zoetermeer is een beleidsarme overgang als uitgangspunt voorgesteld.
Dit houdt in dat activiteiten waarvoor nu een vergunning voor nodig is, daar in de toekomst ook een vergunning voor nodig zal zijn. Voor het beoordelen van de vergunningaanvragen zullen dus beoordelingsregels in het omgevingsplan opgenomen worden. blijven. De beheerlasten van het omgevingsplan zijn door die beoordelingsregels wel hoger dan wanneer het omgevingsplan meer algemene regels zou bevatten. Per saldo betekent deze keuze toch een afname in de kosten, omdat meer legesinkomsten gegarandeerd Bij algemene regels komt de nadruk meer op Toezicht & Handhaving. Dit betekent een toename van de kosten, omdat voor deze werkzaamheden geen leges geïnd worden.
4
Vraagstuk 5 De behandeltermijn voor vergunningaanvragen : standaard verlengen Een belangrijke verandering door de Omgevingswet is de verkorting van de wettelijke termijn waarin een vergunningaanvraag moet zijn behandeld. Dit betekent dat in beginsel ook voor afwijkingen van het omgevingsplan de reguliere procedure van 8 weken geldt. De gemeente kan de keuze maken om de behandeltermijn standaard te verlengen met 6 weken (tot 14 weken). Deze keuze valt buiten de scope van dit Plan van Aanpak. De bevoegdheid tot het verlenen van vergunning ligt bij het college. Het college zal hierover nog een keuze moeten maken. Vraagstuk 6 Het instrument vooroverleg: intensiveren De inrichtingskeuze om (meer) met vooroverleg te gaan werken in vergunning trajecten brengt de betrokken partijen in een vroeg stadium bij elkaar, en geeft daarmee vooraf meer duidelijkheid. Dat moet de kwaliteit van de indiening van de vergunning en ook de kwaliteit (en efficiëntie) van de besluitvorming ten goede komen. Ook moet dit ervoor zorgen dat de formele procedure van vergunningverlening soepeler kan verlopen. Dit is wenselijk gelet op de kortere behandeltermijn. De wijze waarop het vooroverleg georganiseerd wordt, staat los van de inrichting van het omgevingsplan en dit Plan van Aanpak. De bevoegdheid tot het verlenen van vergunning ligt bij het college. Het college zal hierover nog een keuze moeten maken.
5